Het is quasi onmogelijk om alle muzikale output van de heer Alex Poole in het oog te houden. Er is ondertussen namelijk zo’n wildgroei aan bands en projecten en dat via allerhande underground labels dat er af en toe eens een release aan onze radar ontsnapt. “An elegye ycarvèn upon þe yhrote of creacioun“, de vorig jaar verschenen eerste demo van Auzawandils, is er zo eentje. Gelukkig hebben onze voelsprieten de recent verschenen debuutlangspeler “Laste eclipse ouer Golgothas pytt” wel kunnen strikken.
Het eerste wat opvalt is de spelling van de album- en songtitels. Auzawandils lijkt geen bestaande historische taal te gebruiken, maar een kunstmatig archaïserend Engels dat sterk leunt op Middelengels en vroege moderne Engelse spellingconventies. De titels zijn geschreven alsof ze uit een 14e-15e-eeuws manuscript komen, maar taalkundig zijn ze geen authentiek Middelengels.
Het tweede dat in het oog springt is het verontrustende cover artwork van de hand van Cavan Rian Hoover, de man achter ondermeer Hellmoon en Nocturnal Departure. Het kleurrijke tafereel sluit naadloos aan bij de verstikkende en dissonante aard van de muziek. In plaats van een herkenbaar landschap of duidelijke iconografie toont het een hallucinatoire afgrond van organische, rottende en kosmische vormen die voortdurend in elkaar lijken over te vloeien. Net zoals de muziek weigeren de composities een vast houvast te bieden: contouren vervagen, perspectief verdwijnt en chaos lijkt de overhand te hebben, terwijl er onder het oppervlak toch een verborgen structuur voelbaar blijft. De vurige en vleesachtige tinten versterken het gevoel van ontbinding en spirituele verstikking en vertalen de muziek visueel naar een desoriënterende, beklemmende maalstroom waarin schoonheid, verval en chaos samensmelten. De erg geslaagde theatrale heldere vocalen lijken in een nummer als “When þe moone did unbutton her pallid flesh” van één of andere bezeten priester afkomstig te zijn en zijn een sterke meerwaarde.
Vergeleken met de demo, die muziek bevat die ruim 20 jaar geschreven werd en heel wat minder met dissonanten speelde, ligt deze langspeler veel zwaarder op de maag en vraagt dus de nodige aandacht. Je zou deze plaat kunnen vergelijken met de grafherrie van Skáphe, zeker daar ze het gevolg is van wat liggen klooien met oude files van dat project waarvoor Poole samenwerkte met Dagur Gíslason (Misþyrming) en Jack Blackburn (o.a. Chaos Moon). Zelf noemt de multi-instrumentalist zijn drumspel “sloppy”, maar ik denk dat er toch niet veel vellenmeppers het hem nadoen om deze intense, desoriënterende en radioactieve maalstroom in goede banen te leiden. Veel tijd om even adem te happen is er niet bij en na helemaal murw gebeukt te zijn, stort Poole in afsluiter “Abyde, o pilgrim made of duste, and learne ye shape of chaos” nog wat misselijkmakende industriële ambient over ons uit.
Neem een kotszakje in de hand en geef (je) over aan deze zwartgeblakerde rollercoaster.
JOKKE: 84/100
Auzawandils – Laste eclipse ouer Golgothas pytt (Mystískaos 2026)
1. Alle seyntes consumed in sulphurous dreeminge
2. Ye sepulchre wherein angels rotte awake
3. A blak matyns beneþe holwe eie
4. When þe moone did unbutton her pallid flesh
5. Blacke mylke and saturnyne ecstasies
6. Þe particioun betwixt ye carrion and ye torne veiles
7. Abyde, o pilgrim made of duste, and learne ye shape of chaos
