De Limburgse mijnbouwgeschiedenis vormt de duistere rode draad op de split-LP van het Nederlandse Perfide en Wurgilnõ, uitgebracht via Zwaertgevegt. Beide bands benaderen het industriële verleden vanuit hun eigen muzikale invalshoek, waarbij historische feiten, folklore en ondergrondse verschrikkingen elkaar ontmoeten. We spraken met C. van Wurgilnõ en enkele leden van Perfide over de aantrekkingskracht van het verleden, de onderschatte rol van de basgitaar en het belang van fysieke releases in een overvolle underground. Ook de vermeende solidariteit binnen de blackmetalscene komt ter sprake en daar blijkt niet iedereen dezelfde visie op na te houden. Want hoewel de muziek hen samenbrengt, hoeft dat niet te betekenen dat ze elkaar naar de mond praten. (JOKKE)

Waarom een split en waarom met elkaar? Was dit een samenwerking die organisch groeide vanuit wederzijds respect of was er vooral een praktische aanleiding om samen een plaat uit te brengen?
C: Voor ons begon het eigenlijk met een vraag van Alex van Zwaertgevegt die voorstelde om samen met Perfide een split-LP uit te brengen als mogelijke aanloop naar een volledig album in 2027. Daar zag ik absoluut wel heil in. Met Wurgilnõ hadden we, afgezien van de split met Grafjammer, namelijk nog niets op vinyl uitgebracht. Dat stond al geruime tijd op mijn bucketlist. Het leek me dan ook een mooie gelegenheid om daar eindelijk eens werk van te maken. Bovendien sprak het idee van een gezamenlijke release met Perfide me in principe wel aan.
Geteisem: Wij zijn door Alex van Zwaertgevegt benaderd of we een split wilden doen. Aangezien we dat al eerder via hem hebben gedaan, hadden we er vertrouwen in dat het goed zou komen. Het is eigenlijk vrij organisch verlopen aangezien Wurgilnõ al met ons bekend was en wij Wurgilnõ waarderen. Dit is een mooie combinatie: Lage Landen bands, Lage Landen thematiek aansnijden, goede muziek, tsja, wat wil een mens nog meer?
Beide bands brengen elk vier nummers over de Limburgse mijnbouwgeschiedenis. Wie kwam met het idee om dit thema te delen en hoe hebben jullie vermeden dat het twee keer dezelfde plaat werd?
C: Toen we in juli 2025 met de voorbereidingen voor de split-LP begonnen, hebben we een aantal gesprekken met elkaar gevoerd over de invulling van de plaat. Al vrij snel besloten we om een gezamenlijk thema te kiezen dat een historische verbinding tussen Limburg en Rotterdam zou hebben. Dat bleek nog niet zo eenvoudig, want historisch gezien liggen die twee regio’s behoorlijk ver uit elkaar, zeker wanneer je bedenkt dat Limburg pas veel later onderdeel van Nederland werd.
Uiteindelijk kwamen we uit bij de steenkolenmijnbouw. Daar lag namelijk wel degelijk een verbinding. De Limburgse steenkolen werden onder andere per schip naar Rotterdam vervoerd, waar ze een belangrijke rol speelden in de industrie en de havenactiviteiten. Dat vormde voor ons een mooi uitgangspunt om verder op te borduren.
Vanuit dat gegeven zijn we ieder onze eigen richting opgegaan en ontstonden uiteindelijk de nummers en teksten. We hadden dus wel een gezamenlijk historisch kader, maar geen vastomlijnd concept waarbinnen beide bands precies hetzelfde verhaal moesten vertellen. Juist doordat Perfide en Wurgilnõ ieder hun eigen muzikale karakter en benadering hebben, werd het uiteindelijk niet tweemaal dezelfde plaat, maar twee verschillende interpretaties van een gedeeld stuk geschiedenis.
V Xul: Beide bands hebben na overeenstemming over het onderwerp hun vrijheid genomen en hun eigen invulling eraan gegeven. Er is niet geprobeerd iets te vermijden, maar ook zeker niet gestuurd op muzikale samenhang. We hebben elkaars muziek pas gehoord na afronding ervan en die bleek elkaar op allerlei manieren goed aan te vullen en tegenover elkaar te zetten.
De mijnbouwgeschiedenis is een vrij specifieke invalshoek, maar ook een onderwerp waaruit je gemakkelijk een voorspelbaar duister verhaal kunt puren. Hoe hebben jullie ervoor gezorgd dat de teksten meer zijn dan wat kolen, stof, de dood en een paar sinistere mijnschachten?
C: Dat is nu juist de kracht van het verhalen vertellen. We wilden niet simpelweg vier nummers schrijven over het zware leven van de mijnwerkers, het stof, de ongelukken en de dood. Dat is natuurlijk allemaal onderdeel van de mijnbouwgeschiedenis, maar voor ons lag er een veel interessanter verhaal onder de oppervlakte, letterlijk en figuurlijk.
We besloten daarom om onze verhalen zich diep onder de grond te laten afspelen, waar mijnwerkers tijdens hun werkzaamheden op demonische figuren en andere duistere verschijningen stuiten. Dat idee komt natuurlijk niet helemaal uit de lucht vallen. Eeuwenlang werd de hel immers ergens diep onder onze voeten voorgesteld. En wat deden die mijnwerkers? Die groeven nu juist steeds dieper in de richting van die vermeende onderwereld. Als je daar een beetje fantasie op loslaat, heb je al snel voldoende stof voor een behoorlijk sinister verhaal.
Het toeval wilde dat ik op dat moment al een aantal maanden bezig was met het concept voor een nieuw album van Galghe. Daarvoor had ik een kort verhaal geschreven met de titel “Schacht 13“, waar het album zich als een soort obscure soundtrack omheen zal ontvouwen. Ik zat dus al behoorlijk diep in die wereld van ondergrondse verschrikkingen, oude overtuigingen en het bovennatuurlijke. Inspiratie was er dan ook meer dan genoeg.
Bovendien had ik met Wurgilnõ het thema van de mijnbouw al eerder aangeraakt. Op “Krijtland” staat het nummer “1928” dat handelt over een mijnramp op vrijdag de dertiende, waarbij dertien koempels het leven verloren. Volgens de verhalen was men er destijds van overtuigd dat de duivel daar de hand in had gehad. Dat soort gebeurtenissen, waarbij historische feiten, volksgeloof en bijgeloof door elkaar lopen, vind ik ontzettend interessant.
Voor mij zit daar ook de essentie van Wurgilnõ. We nemen een historisch gegeven als uitgangspunt, maar proberen er vervolgens een verhaal omheen te bouwen waarin werkelijkheid, folklore en verbeelding in elkaar overvloeien. Het hoeft geen geschiedenisles te worden. Ik wil vooral dat de luisteraar zich even in die wereld kan verplaatsen en zich misschien afvraagt waar de geschiedenis ophoudt en de fantasie begint.
A.: Door dieper na te denken over de teksten en deze ook terug te laten slaan op de ervaringen van de bewoners van de regio ben ik met de teksten gekomen tot wat nu is neergezet. Hierin heb ik getracht een soort weerspiegeling te geven van zowel de mentale als fysieke impact van de mijnbouw in Zuid-Limburg.
Was het de bedoeling dat de luisteraar de split als één doorlopend werk zou ervaren of beschouwen jullie de twee kanten eerder als afzonderlijke releases die toevallig hetzelfde thema delen?
C: Beide bands hebben natuurlijk hun eigen identiteit, zowel muzikaal als tekstueel. Het uitgangspunt was om de twee kanten van de plaat thematisch met elkaar te verbinden, maar muzikaal hebben we elkaar geen enkele beperking opgelegd. Dat zou naar mijn idee ook niet werken. Het is tenslotte een split-LP van twee verschillende bands, die bovendien behoorlijk van elkaar verschillen qua stijl en benadering.
We hebben nooit de intentie gehad om één doorlopend muzikaal werk te maken waarbij de ene kant naadloos overgaat in de andere. Juist het feit dat beide bands vanuit hun eigen muzikale achtergrond hetzelfde onderwerp benaderen, maakt zo’n split interessant. Je krijgt twee verschillende interpretaties van een gezamenlijk thema, zonder dat iemand concessies hoeft te doen aan zijn eigen geluid.
Wat mij betreft zit de samenhang dan ook vooral in het verhaal en de historische achtergrond. De Limburgse mijnbouw vormt de rode draad, maar hoe die vervolgens muzikaal en tekstueel wordt uitgewerkt, is volledig aan de bands zelf. En dat is precies zoals het hoort bij een split-release. Het moet geen geforceerde samenwerking worden waarbij beide bands ineens op elkaar proberen te lijken. Dan verdwijnt juist het karakter dat ze interessant maakt.
V Xul: Wat een of andere luisteraar voelt bij de muziek of de release, interesseert mij niet veel. Persoonlijk gaat het mij om de creatie en niet de receptie, maar het kan zomaar zijn dat mijn bandgenoten daar anders in staan. Rationeel gezien zijn onze nummers zowel een Perfide product als onderdeel van de split van Perfide en Wurgilnõ, dus voor beide “ervaringen” is wat te zeggen. Ik hecht er geen belang aan om mensen te sturen het een of het ander te vinden.
Geteisem: Het is een geheel.
A.: Het is aan de massa om te ontcijferen wat de bands doen. Iedere luisteraar is uiteraard vrij om het werk te ondergaan op de manier die zijn geest toelaat. Maar verwacht van ons geen hapklare uitleg. Het voorkauwen en invullen van onze visie voor het publiek is niet meer dan parels voor de zwijnen gooien. Kunst moet niet vragen om toestemming, noch om een handleiding. Wie deze release kan en wil begrijpen, zal hem ook begrijpen. De rest mag zich stukbijten op hun eigen onvermogen.

Zouden jullie deze split ook hebben uitgebracht als de muziek van de andere band jullie minder lag? Met andere woorden: hoe belangrijk was de muzikale verwantschap tegenover de gedeelde thematische insteek?
C: We waren natuurlijk geen onbekenden voor elkaar en dat heeft zeker meegespeeld. Je weet wat je aan elkaar hebt en bent bekend met elkaars muzikale achtergrond en manier van werken. Dat maakt het een stuk gemakkelijker om zo’n samenwerking aan te gaan.
Muzikaal zijn er absoluut verschillen tussen Perfide en Wurgilnõ, maar volgens mij schuilt daarin juist een van de sterke punten van deze release. Het zou wat mij betreft ook behoorlijk saai worden wanneer beide bands precies hetzelfde zouden doen. Nu krijg je twee verschillende muzikale benaderingen van een gezamenlijk thema, waarbij beide bands hun eigen identiteit behouden.
Natuurlijk moet je wel iets met de muziek van de andere band hebben. Je verbindt tenslotte ook je eigen naam aan zo’n release. Ik zou niet zomaar een split uitbrengen met een band waar ik muzikaal helemaal niets mee heb, alleen omdat we toevallig hetzelfde onderwerp interessant vinden. Er moet een bepaalde waardering en vooral wederzijds vertrouwen zijn.
Uiteindelijk waren zowel de muzikale verschillen als de gedeelde thematiek voor ons juist redenen om deze samenwerking aan te gaan. En laten we eerlijk zijn: als we er geen vertrouwen in hadden gehad, dan was die plaat er simpelweg nooit gekomen.
Geteisem: NEE! We zouden niet met zomaar een andere band genoegen nemen, want wij leveren kwaliteit! Dat doet Wurgilnõ ook. Kwaliteit en kwaliteit horen bij elkaar. Perfide is geen band die snel schrijft, maar wat we schrijven is wel uniek en kwalitatief goed. Er is nog steeds geen band die met ons te vergelijken valt, dus we zijn op de juiste weg.
De mijnbouw is niet zomaar een decorstuk op deze release: ze bepaalt de titels, de teksten en de sfeer. Wat trekt jullie aan in deze geschiedenis? Is het de menselijke tragedie, de industriële onderwereld, de sociale geschiedenis of vooral de symboliek van afdalen en nooit meer bovenkomen?
C: In ons geval is die mijnbouwgeschiedenis eigenlijk nooit ver weg. Al moet ik daar meteen een kleine kanttekening bij plaatsen, want onze drummer woont in het hoge noorden van Nederland. Maar hier in Limburg, en zeker aan de Belgische kant van de grens, wordt die geschiedenis je bij wijze van spreken nog altijd door de strot geduwd. Je kunt er simpelweg niet omheen.
Als ik in Maasmechelen naar de bioscoop ga, sta ik praktisch voor een voormalige mijn. Rijd ik naar Genk, dan word ik opnieuw geconfronteerd met dat industriële verleden. Het hele landschap is erdoor gevormd. De terrils, de oude mijngebouwen, de arbeiderswijken en de sporen die de mijnbouw heeft achtergelaten, zijn nog overal zichtbaar. Zelfs de scheuren in ons eigen huis zijn hoogstwaarschijnlijk het gevolg van oude mijngangen die op grote diepte zijn ingestort. Die geschiedenis zit dus niet alleen in boeken of musea, maar is letterlijk onderdeel van onze dagelijkse leefomgeving.
Wat mij vooral fascineert, is de combinatie van menselijke tragedie, de sociale geschiedenis en het bijna onvoorstelbare bestaan dat die mensen destijds leidden. Als je leest onder welke omstandigheden mijnwerkers hun werk moesten doen, kun je je tegenwoordig nauwelijks voorstellen dat dit ooit de dagelijkse realiteit was. Mannen die iedere ochtend honderden meters onder de grond verdwenen, zonder de zekerheid dat ze ’s avonds weer boven zouden komen. Dat is op zichzelf al een behoorlijk beklemmende gedachte.
Daarnaast spreken de verhalen en de symboliek natuurlijk enorm tot de verbeelding. Het idee van steeds dieper afdalen, de duisternis in, naar een wereld waar het daglicht nooit doordringt en waar je uiteindelijk misschien nooit meer uit terugkeert. Daar hoef je als blackmetalmuzikant eigenlijk maar weinig aan toe te voegen om er iets duisters van te maken.
Voor mij is het dan ook niet één specifiek aspect dat de mijnbouwgeschiedenis interessant maakt. Het is juist die combinatie van de menselijke verhalen, het ongeloof over de omstandigheden van destijds, de tragedies en de folklore die eromheen is ontstaan. En misschien nog wel het meest bijzondere: dat dit allemaal niet ergens in een ver verleden of een ver land heeft plaatsgevonden, maar gewoon hier, onder onze eigen voeten.
Geteisem: Het is een vrij onbekend onderdeel van de geschiedenis der Lage Landen. Dit onderwerp mag best meer aandacht krijgen. Aangezien Wurgilnõ een Limburgse band is, was dit thema voor de hand liggend.
De Nederlandse blackmetalscene heeft een uitgesproken band met folklore, lokale geschiedenis en regionale identiteit. Is het voor jullie belangrijk om verhalen uit de eigen omgeving te verwerken in black metal of is dat eerder een handig vertrekpunt voor een duister concept?
C: Dat klopt, en dat was eigenlijk ook precies het oorspronkelijke idee achter Wurgilnõ: Limburgse sagen, legendes en historische gebeurtenissen vertalen naar black metal. Limburg heeft een bijzonder rijke geschiedenis met voldoende duistere verhalen, volksgeloof en gebeurtenissen die zich uitstekend lenen voor het genre. Denk alleen al aan de Bokkenrijders, de heksenvervolgingen en de talloze verhalen die hier al eeuwenlang van generatie op generatie worden doorgegeven. Wat mij betreft hoef je niet altijd naar verre landen of oude mythologieën te kijken om interessante onderwerpen te vinden. Soms liggen die verhalen gewoon voor je eigen deur.
Tegelijkertijd merkte ik op een gegeven moment dat die regionale invalshoek me ook begon te beperken. Je creëert voor jezelf toch een bepaald kader waarbinnen alles moet passen. Dat is enerzijds de kracht van Wurgilnõ, omdat het de band een duidelijke identiteit geeft, maar anderzijds wil je als muzikant en tekstschrijver ook de vrijheid hebben om andere onderwerpen aan te snijden.
Mede daardoor ontstond Galghe, een project waarin ik me thematisch veel breder kan bewegen en waarin ik niet gebonden ben aan de Limburgse geschiedenis of folklore. Daar kan ik andere historische gebeurtenissen, verhalen en concepten uitwerken zonder me steeds af te vragen of ze wel binnen het oorspronkelijke idee passen.
Voor Wurgilnõ blijft die regionale verbondenheid echter een belangrijk uitgangspunt. Het is dus zeker niet alleen een handig excuus om een duister concept te verzinnen. De interesse in die geschiedenis is oprecht. Bovendien vind ik het mooi om verhalen die langzaam in de vergetelheid dreigen te raken op deze manier opnieuw onder de aandacht te brengen. Dat ik daarvoor black metal gebruik, is eigenlijk niet meer dan logisch. Het is tenslotte de muziek waarmee ik zelf al het grootste deel van mijn leven bezig ben.
Geteisem: Fout! Het zijn geen verhalen, maar ware gebeurtenissen met een overduidelijke ziel.
Ons debuut “De Republiek der zeven Verenigde Nederlanden” is gezeteld op historie en feiten. Vanuit onze Satanische visie op De Republiek, was die historie het startpunt. Het is echt gebeurd, de Republiek heeft echt bestaan, Piet Hein heeft echt bestaan, Michiel de Ruyter heeft echt bestaan, de VOC was echt, zo kan ik even doorgaan.
Onze EP “Ultieme vrijheid: Los van christelijke ketenen” vertelt het verhaal van mensen die echt hebben bestaan. Zanger A. heeft hen uitstekend tot leven gewekt in de teksten. De afgesneden borst van Lohkay is een historisch feit. Lohkay is een heldin die het opneemt tegen de christelijke onderdrukker. Lees over Lohkay en Tula in historische zin, leg daarnaast de teksten van A. en aanschouwt…
Zo ook de mijnen van Limburg, nu krijgen de mensen van destijds erkenning, een gezicht, een stem, iets dat zij verdienen!
Mijnwerkers worden vaak voorgesteld als slachtoffers van een meedogenloos economisch systeem. Zien jullie de plaat ook als maatschappijkritiek op de manier waarop deze arbeiders werden opgeofferd aan vooruitgang en winst of willen jullie je niet aan zo’n expliciete interpretatie verbinden?
C: Ik kan uiteraard alleen voor Wurgilnõ spreken en wat ons betreft is het antwoord vrij eenvoudig: Wurgilnõ doet niet aan politiek. Natuurlijk kun je niet om het feit heen dat mijnwerkers destijds werden uitgebuit en dat mensenlevens ondergeschikt waren aan economische belangen, winst en de zogenaamde vooruitgang. Dat is nu eenmaal een onderdeel van die geschiedenis en daar hoeven we ook niet omheen te draaien.
Maar dat betekent niet dat we met deze plaat een politiek of maatschappelijk statement willen maken. Voor mij draait Wurgilnõ in de eerste plaats om geschiedenis, folklore en het vertellen van verhalen. De menselijke tragedies die daarmee gepaard gaan, vormen daar vanzelfsprekend een onderdeel van, maar ik voel niet de behoefte om daar vervolgens een politieke boodschap aan te verbinden.
Ik vind ook niet dat black metal per definitie een maatschappijkritische boodschap moet uitdragen. Voor mij ligt de kracht van het genre juist in de duisternis, de sfeer en de verhalen die je ermee kunt vertellen. En laat ik het zo zeggen: als ik expliciet over maatschappelijke misstanden en politieke kwesties wil schrijven, dan begin ik wel een hardcore- of punkband. Daar is dat wat mij betreft een stuk beter op zijn plaats.
A.: “Maatschappijkritiek”? Dat is de goedkope troost van zwakkelingen.
Wij lenen ons absoluut niet voor dat soort pathetische gezwets over ‘slachtoffers van een meedogenloos systeem’. Mijnwerkers werden niet ‘opgeofferd aan de winst’. Dat is de huilmuur-retoriek van lui die de brutaliteit van de werkelijkheid niet aankunnen.
Wie de pikhouweel oppakt en afdaalt in de donkere ingewanden van de aarde, zoekt geen medelijden en zoekt geen politiek pamflet. Die toont kracht, discipline en onverzettelijkheid tegenover de elementen! Onze plaat is geen goedkoop klaaglied over economische systemen, maar een monument van harde, compromisloze arbeid en meedogenloze overleving. Al die bands die hun kunst verlagen tot maatschappijkritisch gezeik? Werkelijk niets anders dan klagers zonder visie.

Hoeveel historisch onderzoek ging eraan vooraf? Zijn er concrete verhalen, getuigenissen of gebeurtenissen die rechtstreeks in de nummers zijn beland? En hebben jullie bewust feiten opgeofferd aan de artistieke vrijheid?
C: Aan onze kant is er eigenlijk niet zo heel veel historisch onderzoek aan voorafgegaan. We hebben de mijnbouwgeschiedenis vooral als uitgangspunt genomen om er vervolgens een volledig fictief verhaal omheen te bouwen. Het idee was dat een groep mijnwerkers diep onder de grond een onbekende plek ontdekt waar zich een doorgang naar de onderwereld bevindt. Vanuit dat gegeven zijn we verder gaan borduren en ontstonden uiteindelijk de verschillende nummers en teksten.
We hebben ons daarbij dus niet specifiek gebaseerd op historische getuigenissen of concrete gebeurtenissen. De historische werkelijkheid vormt vooral het decor waarbinnen ons verhaal zich afspeelt. De mijnen hebben daadwerkelijk bestaan, de omstandigheden waaronder de arbeiders moesten werken waren vaak verschrikkelijk en de gevaren waren reëel. Maar wat onze mijnwerkers daar diep onder de grond aantreffen, komt volledig uit onze eigen fantasie.
Van het bewust opofferen van historische feiten is dan ook niet echt sprake, omdat we nooit de bedoeling hadden om een historisch correcte reconstructie te maken. We vertellen een fictief verhaal binnen een bestaande historische context. Dat geeft je als schrijver natuurlijk behoorlijk wat vrijheid. Uiteindelijk zijn we muzikanten en verhalenvertellers, geen historici die een wetenschappelijk verantwoord document moeten afleveren. En volgens mij mag de fantasie binnen black metal best een beetje op hol slaan.
A.: Veel van de verhalen en inspiratie heb ik zelf opgedaan door mijn verbinding met de regio. Artistieke vrijheid is altijd aanwezig in het maken van een soort alternatieve vertelling, denk ik. Dit neemt echter niet weg dat de koempels onder de grond genoeg terreur hebben meegemaakt.
De basgitaar is binnen black metal vaak een wat verguisd instrument, dat in de mix al eens naar de achtergrond wordt verdrongen. Op de split van Perfide en Wurgilnõ valt echter op hoe nadrukkelijk de basgitaar mee het geluid bepaalt, zij het op een andere manier: bij Perfide draagt ze bij aan de rauwe, logge sound, terwijl ze bij Wurgilnõ meer ruimte krijgt binnen een gelaagder geheel. Is die prominente rol van de bas een bewuste keuze bij beide bands, en wat vinden jullie dat het instrument aan jullie muziek toevoegt dat gitaren alleen niet zouden kunnen bewerkstelligen?
C: Voor mij is de basgitaar altijd een volwaardig instrument geweest en zeker niet iets dat alleen maar op de achtergrond de gitaren moet ondersteunen. Ik ben in 1991 zelf begonnen als bassist bij Belphegor (NL) en later bij Inverted Pentagram, waar de basgitaar natuurlijk ook een behoorlijk belangrijke rol speelde. Die achtergrond heeft mijn manier van componeren en naar muziek luisteren absoluut beïnvloed.
Daarnaast ben ik altijd gefascineerd geweest door bassisten als Peter Hook van Joy Division, die lieten horen dat een basgitaar veel meer kan zijn dan alleen een instrument dat de ritmesectie bij elkaar houdt. Een bas kan net zo goed een melodie dragen, een eigen verhaal vertellen of zelfs de richting van een compositie bepalen. Ik heb het instrument dan ook nooit als een ondergeschikte begeleiding gezien, maar eigenlijk als een tweede gitaar met een geheel eigen klank en karakter.
Bij Wurgilnõ is die benadering vanaf het begin aanwezig geweest. Ook op de eerdere releases heeft de bas een prominente rol en voegt hij regelmatig eigen melodielijnen toe aan het geheel, in plaats van simpelweg de grondtonen van de gitaren mee te spelen. Dat zorgt voor een extra laag in de muziek en geeft de composities naar mijn idee meer diepgang. Soms kan een relatief eenvoudige baslijn onder een gitaarriff al een compleet andere sfeer oproepen, juist doordat die niet precies hetzelfde speelt.
Het is dus absoluut een bewuste keuze om de bas zoveel ruimte te geven in de mix. Ik vind het persoonlijk ook ontzettend jammer wanneer je bij black metal de basgitaar nauwelijks kunt onderscheiden van de gitaren. Waarom zou je een instrument gebruiken als je het vervolgens volledig wegstopt? Natuurlijk moet alles in dienst staan van het nummer, maar dat betekent wat mij betreft niet dat de bas zich voortdurend bescheiden op de achtergrond moet houden.
Wat Perfide betreft, daar kan ik niet namens hen spreken, maar ik vind het wel interessant dat de basgitaar op beide kanten van de split zo duidelijk aanwezig is, terwijl de muzikale invulling behoorlijk verschilt. Dat onderstreept eigenlijk precies wat ik bedoel: hetzelfde instrument kan op verschillende manieren een wezenlijke bijdrage leveren aan het karakter van de muziek.
Geteisem: Vanaf het begin was het voor Perfide duidelijk dat de bas een prominente rol zou krijgen. Dat is een bewuste keuze van mij geweest toen ik de muziek van de demo schreef. Black metal is het mooiste genre binnen de metal, dat voorop gesteld. Echter vond ik vaak dat de bas meer een opvullende rol vervulde en niet zozeer als volwaardig instrument werd gebruikt. Het is GEEN derde gitaar en dient ook niet als zodanig benaderd te worden in mijn optiek. Daarom wilde ik de bas met Perfide een prominente rol geven, omdat ik wist dat ik het beter kon. Daad bij woord voegen dus. Het instrument voegt zeker wat toe aan onze muziek. Er valt meer uit de bas te halen binnen black metal dan men denkt. Op het Fluisterwoud album “Langs galg en rad” heeft de bas een mooie rol, luister bijvoorbeeld naar hun nummers “Plaeghdraegher” en “Woudangst“. Daar doet bassist Havoque interessante dingen!
De underground wordt graag voorgesteld als een gemeenschap die losstaat van commerciële logica. Toch draait ook daar alles om releases, labels, promotie, recensies en zichtbaarheid. Hoeveel van die machine hebben jullie nodig om muziek te kunnen blijven maken en hoeveel ervan vinden jullie eigenlijk overbodig?
C: Dat is een goede vraag, want we leven tegenwoordig in een tijd waarin er een enorme overdaad aan releases is. Ik zie dat ook vanuit mijn eigen magazine, Merg & Been, waar ik wekelijks gemiddeld vijftien tot twintig releases aangeboden krijg. Daar zitten natuurlijk de nodige Bandcamp-bandjes tussen die hun muziek uitsluitend digitaal uitbrengen, maar ook behoorlijk wat fysieke releases van zowel kleine undergroundlabels als grotere partijen. En dan hebben we het nog maar over wat er bij één relatief klein magazine binnenkomt. Kun je nagaan hoeveel muziek er wereldwijd iedere week verschijnt.
Voor bands is het daardoor ontzettend moeilijk geworden om überhaupt nog opgemerkt te worden, laat staan om de aandacht van luisteraars vast te houden. Vroeger was het allemaal een stuk overzichtelijker. In de begindagen nam je een demo op, liet je tweehonderd flyers drukken, stuurde je wat tapes naar fanzines en andere bands, en daarmee was de kous grotendeels af. De rest ging via mond-tot-mondreclame, tape trading en contacten binnen de scene. Natuurlijk kostte dat ook de nodige moeite, maar het voelde allemaal een stuk directer en persoonlijker.
Tegenwoordig lijkt het haast onmogelijk om als band nog iets te bereiken zonder voortdurend aanwezig te zijn op sociale media, YouTube, Bandcamp en de verschillende streamingplatforms. Je moet niet alleen muziek maken, maar die ook onder de aandacht brengen, je releases promoten en vervolgens zorgen dat mensen je niet na twee weken alweer vergeten zijn omdat er ondertussen honderd andere platen zijn verschenen. Soms lijkt het alsof het onderhouden van al die kanalen bijna net zoveel tijd kost als het daadwerkelijk maken van muziek.
En daarin zit wat mij betreft ook een zekere tegenstrijdigheid. De underground presenteert zichzelf graag als iets dat zich afzet tegen de commerciële muziekindustrie, maar ondertussen zijn we voor onze zichtbaarheid grotendeels afhankelijk geworden van precies dezelfde mechanismen. Algoritmes, promotiecampagnes, volgers en aantallen streams spelen ook binnen de underground een steeds grotere rol. Dat vind ik soms behoorlijk vermoeiend.
Aan de andere kant moeten we ook realistisch zijn. Zonder labels, magazines, distro’s en mensen die zich inzetten om muziek onder de aandacht te brengen, zou een groot deel van de underground simpelweg onzichtbaar blijven. Ik zit zelf aan beide kanten van dat verhaal en weet hoeveel tijd en energie daarin gaat zitten. Het is dus zeker geen kwestie van alles overbodig vinden.
Voor mij blijft alleen de vraag waar de prioriteit ligt. Ik maak in de eerste plaats muziek omdat ik dat graag doe, niet omdat ik voortdurend zichtbaar moet zijn of zoveel mogelijk volgers wil verzamelen. Natuurlijk is het mooi wanneer mensen die muziek ontdekken en waarderen, en daarvoor heb je tegenwoordig nu eenmaal een bepaalde mate van promotie nodig. Maar zodra het onderhouden van die hele machine belangrijker wordt dan de muziek zelf, schiet het wat mij betreft zijn doel voorbij. Uiteindelijk moet de muziek centraal blijven staan en niet het algoritme dat bepaalt hoeveel mensen haar te horen krijgen.
Geteisem: Zwaertgevegt is ons label. Als Zwaertgevegt ons materiaal niet had uit willen brengen, dan hadden we een ander label of juist geen label gehad. We laten ons niet beperken door een label. Als mensen ons materiaal niet goed genoeg vinden of niet waardig genoeg om uit te brengen, laten we het er niet bij zitten. We brengen het dan zelf uit en doen dan alles zelf. Een label is handig, maar allesbehalve een vereiste.
V Xul: Labels, promotie, recensies, zichtbaarheid, de hele underground “gemeenschap”, fans, haters en zelfs de releases zijn zwaar overgewaardeerd. Om black metal te maken zijn al die dingen overbodig. Het heeft alleen te maken met welk (commercieel) doel je als artiest stelt. Ik heb verdomd goede muziek thuis die nooit verder is verspreid dan de makers en een zeer kleine groep intimi. Dat gezegd hebbende, als een label als Zwaertgevegt iets van Perfide wil uitbrengen, waarderen wij dat uiteraard. We zijn niet ongevoelig voor aanbidding.
Is een split vandaag nog een interessante manier om twee bands bij een nieuw publiek te introduceren of is het vooral een format voor verzamelaars en mensen die de scene toch al volgen?
C: Ik denk dat het een beetje van beide is. Een split is wat mij betreft nog altijd een interessante manier om twee bands bij een ander publiek onder de aandacht te brengen. Je hebt tenslotte twee bands die ieder hun eigen achterban hebben, en de kans is groot dat iemand die de plaat vanwege de ene band aanschaft, ook de andere kant eens serieus gaat beluisteren. Op die manier kun je toch luisteraars bereiken die anders misschien nooit met je muziek in aanraking waren gekomen.
Tegelijkertijd moeten we ook realistisch zijn. Een split-LP is tegenwoordig natuurlijk vooral interessant voor mensen die al actief bezig zijn met de underground en voor verzamelaars van fysieke releases. De gemiddelde luisteraar die zijn muziek voornamelijk via streamingplatforms ontdekt, zal waarschijnlijk minder snel op zoek gaan naar een split van twee relatief onbekende blackmetalbands.
Maar ik zie dat niet direct als een nadeel. Juist binnen de underground heeft het splitformaat altijd een bijzondere plaats ingenomen. Het gaat niet alleen om de muziek, maar ook om de samenwerking tussen bands, labels en de mensen die de scene draaiende houden. Bovendien vind ik een split op vinyl nog altijd een mooi concept. Iedere band krijgt zijn eigen kant van de plaat, met een eigen muzikale identiteit, terwijl je toch samen iets uitbrengt.
Of je er uiteindelijk honderden nieuwe luisteraars mee bereikt, betwijfel ik. Maar als iemand door deze release Perfide ontdekt terwijl hij eigenlijk voor Wurgilnõ kwam, of andersom, dan heeft de split wat mij betreft al een deel van zijn doel bereikt. En laten we eerlijk zijn: soms is het ook gewoon leuk om samen met een andere band een mooie fysieke release te maken, zonder daar meteen een complete marketingstrategie achter te hoeven hangen.
V Xul: Een fysieke split is voornamelijk efficiënt, twee releases in één keer, en leuk voor de bands. Ik heb niet de illusie dat je nieuw publiek trek met een split. Dat publiek wil eerst iets horen op een of ander (sociale)mediakanaal alvorens wel of niet tot aanschaf over te gaan. Nieuw publiek stapt niet in bij gelimiteerd uitgebrachte kleine bands, wat betekent dat veel black metal dus vooral voor de genoemde volgers en verzamelaars is.

Deze release verschijnt bij Zwaertgevegt. Welke meerwaarde heeft een undergroundlabel vandaag nog nu bands zelf muziek kunnen verspreiden en rechtstreeks hun publiek bereiken?
C: Laten we eerlijk zijn, de productiekosten voor fysieke releases rijzen tegenwoordig de pan uit. Zeker voor kleinere bands en projecten is het financieel lang niet altijd haalbaar om zelf een LP te laten persen. In ons geval speelde dat ook mee, aangezien Wurgilnõ tot voor kort een eenmansproject was en je dergelijke investeringen dus volledig zelf moet dragen.
Natuurlijk kun je als band tegenwoordig prima zelf een plaat of cassette uitbrengen. De mogelijkheden zijn er, maar daarmee ben je er nog lang niet. Je moet vervolgens ook zorgen voor distributie, promotie, verzending en uiteindelijk hopen dat je voldoende exemplaren verkoopt om je investering terug te verdienen. En dan is nog maar de vraag of je als muzikant überhaupt zin hebt om al dat extra werk op je te nemen. Ik spreek wat dat betreft uit ervaring, want met Merg & Been zit ik zelf ook aan de andere kant van het verhaal.
Juist daarom vind ik labels als Zwaertgevegt nog altijd een ontzettend belangrijke pijler binnen het undergroundlandschap. Men vergeet weleens dat het vaak de mensen achter die kleine labels zijn die de financiële risico’s op zich nemen. Zij investeren hun eigen geld, tijd en energie in een release, zonder enige garantie dat ze dat ooit terugverdienen. Als een plaat niet aanslaat, zijn zij degenen die vervolgens met vijftig onverkochte exemplaren blijven zitten. En geloof me, van het uitbrengen van obscure black metal word je doorgaans niet bepaald rijk.
Daar komt bij dat een goed undergroundlabel meer doet dan alleen muziek op een fysieke geluidsdrager zetten. Het beschikt vaak over een eigen netwerk van distro’s, verzamelaars, magazines en liefhebbers, waardoor een release mensen kan bereiken die je als individuele band misschien nooit zou vinden. Die persoonlijke contacten en onderlinge samenwerking zijn wat mij betreft nog altijd van grote waarde.
Ik denk dan ook dat we de rol van dergelijke labels absoluut niet moeten onderschatten. Zonder die mensen zou een aanzienlijk deel van de underground waarschijnlijk nooit op vinyl of cassette verschijnen. En hoewel digitale distributie natuurlijk ontzettend praktisch is, blijft een fysieke release voor mij iets bijzonders. Een plaat met artwork, een hoes die je kunt vasthouden en muziek waar iemand zichtbaar moeite in heeft gestoken, heeft toch een andere beleving dan een bestandje op een streamingplatform.
En laten we wel wezen: wat is er nou ruiger? Een mooie blackmetal-LP in je handen houden of met je mobieltje naar een schermpje zitten turen?
A.: Welke meerwaarde heeft het zelf uitbrengen van een release? Welke meerwaarde heeft dit hele genre überhaupt nog? Waarde is geen cijfer op een balans, noch een digitaal netwerk van massadistributie!
De werkelijke, absolute waarde van dit alles wordt uitsluitend bepaald door de wil en de geest van degene die het aanschouwt. Het label, de band en de luisteraar zijn slechts instrumenten. Wie kracht zoekt, vindt waarde; wie slechts consumeert, blijft blind voor de essentie!
Een genre als black metal dient niet te voorzien in meerwaarde, we zijn geen kooplieden en boekhouders. Wij zijn artiesten.
Hoe belangrijk vinden jullie fysieke releases? Is vinyl voor jullie een wezenlijk onderdeel van het artistieke concept of zou dezelfde muziek digitaal exact dezelfde betekenis hebben?
C: Fysieke releases zijn voor mij ontzettend belangrijk. Ik ben opgegroeid in een tijd waarin je muziek ontdekte via vinyl, cassettes en later cd’s. Je ging naar een platenzaak, bladerde door de bakken en kwam thuis met een plaat waar je vervolgens echt voor ging zitten. De hoes bekijken, de teksten lezen, de plaat omdraaien. Dat hele ritueel hoorde bij het luisteren naar muziek en dat is voor mij eigenlijk nooit veranderd.
Dat betekent overigens niet dat ik iets tegen digitale muziek heb. Integendeel, ik gebruik zelf ook Bandcamp en streamingplatforms om nieuwe bands te ontdekken. Zeker tegenwoordig, met die enorme hoeveelheid releases, is dat een bijzonder handig hulpmiddel. Maar er zit voor mij wel een wezenlijk verschil tussen muziek consumeren en muziek daadwerkelijk beleven. Een digitaal bestand is praktisch, maar een fysieke release heeft een bepaalde waarde die je niet kunt downloaden.
Bij Wurgilnõ speelt het artwork bovendien een belangrijke rol. De muziek, de teksten en de visuele presentatie vormen samen een geheel. Op een LP-hoes komt dat natuurlijk veel beter tot zijn recht dan op een schermpje van een telefoon. Je kunt aandacht besteden aan de vormgeving, details verwerken en iets creëren dat mensen daadwerkelijk in hun handen kunnen houden. Dat geeft zo’n release toch een extra dimensie.
Tegelijkertijd moet ik ook realistisch blijven. De muziek zelf verandert natuurlijk niet doordat je haar op vinyl zet. De composities en de verhalen blijven hetzelfde, ongeacht of iemand ze via een streamingplatform, een cassette of een LP beluistert. Ik zou dan ook niet willen beweren dat je Wurgilnõ alleen op vinyl volledig kunt begrijpen. Dat zou nogal pretentieus zijn.
Maar persoonlijk vind ik het wel bijzonder om mijn eigen muziek uiteindelijk op een LP terug te zien. Ik ben inmiddels al ruim vijfendertig jaar met muziek bezig en toch blijft zoiets speciaal. Voor Wurgilnõ stond een volwaardige vinylrelease al geruime tijd op mijn verlanglijstje, en met deze split is dat eindelijk werkelijkheid geworden.
Uiteindelijk is de muziek natuurlijk het belangrijkste, maar als ik mag kiezen tussen een album op mijn telefoon of een mooie LP die ik uit de hoes kan halen en op de draaitafel kan leggen, dan hoef ik daar geen seconde over na te denken. Misschien ben ik wat dat betreft gewoon een ouderwetse verzamelaar, maar daar kan ik prima mee leven.
V Xul: Fysieke releases zijn vooral minder vergankelijk dan digitale releases. Digitale releases, zeker wanneer ze worden gestreamd, zijn meteen vergeten te midden van de hoeveelheid muziek die in omloop is. Een fysieke release kom je in je muziekcollectie keer op keer tegen. Bovendien is cover art op papier mooier dan op een telefoon- of computerscherm. Ik denk ook dat het zintuigelijke van een fysieke release zorgt voor meer binding met de muziek – en voor sommigen, met een wat labiel ingestelde geest, met de band. Een digitaal bestand genereert doorgaans geen nostalgische waarde, dus vervliegt ook snel de interesse voor die muziek en de band erachter. Desalniettemin staat de ideologie en te overdragen gedachtegoed achter de muziek los van enig medium.
Er verschijnen jaarlijks enorm veel blackmetalreleases. Wat moet een plaat volgens jullie hebben om niet na twee luisterbeurten te verdwijnen in de eindeloze stroom nieuwe muziek? En vinden jullie dat jullie eigen bijdrage aan deze split aan die voorwaarde voldoet?
C: Dat is natuurlijk een lastige vraag, want wat voor de ene luisteraar een onvergetelijke plaat is, kan bij een ander na twee nummers alweer van de draaitafel verdwijnen. Zeker binnen black metal lopen de smaken behoorlijk uiteen. Ik merk dat zelf ook bij Merg & Been, waar ik wekelijks een flinke hoeveelheid nieuwe releases voorbij zie komen. Het is tegenwoordig bijna onmogelijk om alles de aandacht te geven die het eigenlijk verdient.
Wat een plaat voor mij interessant maakt, is vooral dat er iets eigens in zit. Dat hoeft helemaal geen vernieuwende muziek te zijn, want laten we eerlijk zijn, binnen black metal is inmiddels zo’n beetje alles al eens gedaan. Maar een bepaalde sfeer, een sterke compositie of simpelweg een band die met overtuiging zijn eigen ding doet, kan voor mij al voldoende zijn om een album regelmatig opnieuw op te zetten. Technische perfectie is daarbij absoluut geen vereiste. Sterker nog, soms haalt een al te gladde productie juist een deel van de charme weg.
Of onze eigen bijdrage aan deze split aan die voorwaarden voldoet, laat ik liever aan de luisteraar over. Ik vind het nogal wat om van je eigen muziek te beweren dat die boven de rest uitsteekt. Ik kan alleen zeggen dat we ons uiterste best hebben gedaan om er een goede en samenhangende release van te maken. We hebben veel aandacht besteed aan de thematiek, de composities, het artwork van Bram Bruyneel en de uiteindelijke mix. Alles moest wat ons betreft bij elkaar passen en de juiste sfeer uitstralen.
Uiteindelijk waren we alle drie tevreden met het eindresultaat. En met alle drie bedoel ik ook J. van nether, die de gastvocalen voor zijn rekening nam en daarmee een mooie bijdrage aan de plaat leverde. Voor ons voelde het als een geslaagd geheel en dat is uiteindelijk het belangrijkste.
Of mensen de plaat over vijf jaar nog regelmatig opzetten of dat ze na twee luisterbeurten alweer doorgaan naar de volgende release, hebben we natuurlijk niet in de hand. We hebben in ieder geval iets gemaakt waar we zelf volledig achter staan. Meer kun je als muzikant volgens mij niet doen.
V Xul: Muziek pakt je wel of niet en dat is voor iedereen anders. Daar zijn geen vastomlijnde voorwaarden aan te verbinden. Soms pakt de muziek me wel maar staan de teksten, muzikanten of houding van de band me niet aan. Dat tast dan ook meteen de houdbaarheid van zo’n release aan. In het laatste geval zou bovendien een fysieke afranseling passend zijn.
Zien jullie de Nederlandse blackmetalscene als een hechte gemeenschap die elkaar vooruithelpt of is de vermeende solidariteit binnen de underground soms vooral een mooi verhaal dat we elkaar graag vertellen?
C: Of je de Nederlandse blackmetalscene nu echt een hechte gemeenschap kunt noemen, weet ik niet. Daarvoor is de scene misschien ook wel te divers. Maar het is natuurlijk een relatief kleine wereld waarin de meeste mensen elkaar kennen, direct of indirect. En mijn ervaring is dat de meesten elkaar het succes ook oprecht gunnen.
Ik heb de afgelopen jaren ontzettend veel nieuwe mensen leren kennen, zowel door mijn eigen muzikale projecten als door mijn activiteiten met Merg & Been. Daar zijn niet alleen interessante samenwerkingen uit voortgekomen, maar ook een aantal zeer dierbare vriendschappen. Mensen die ik zonder die gezamenlijke passie voor muziek waarschijnlijk nooit had ontmoet. Dat vind ik persoonlijk misschien nog wel een van de mooiste aspecten van de underground.
Wat mij vooral opvalt, is dat er behoorlijk veel onderlinge samenwerking bestaat. Bands helpen elkaar, muzikanten duiken op bij elkaars projecten, labels werken samen en er worden voortdurend nieuwe initiatieven ontplooid. Natuurlijk zullen er ook onderlinge irritaties, meningsverschillen en persoonlijke conflicten zijn. Dat heb je overal waar mensen samenkomen, dus waarom zou de blackmetalscene daarop een uitzondering zijn?
Maar ik zie persoonlijk veel meer samenwerking dan afgunst. Misschien komt dat ook doordat de meeste mensen binnen deze scene heel goed beseffen dat er voor vrijwel niemand grote commerciële successen in het verschiet liggen. Je doet het omdat je een passie voor deze muziek hebt en daar veel tijd, energie en vaak ook je eigen geld in steekt.
Ik wil de underground zeker niet romantiseren alsof iedereen voortdurend gezellig bij elkaar op schoot zit, want zo werkt het natuurlijk niet. Maar het beeld van een scene waarin iedereen elkaar het licht in de ogen niet gunt, herken ik absoluut niet. Mijn ervaringen zijn overwegend positief. En als je na al die jaren niet alleen een heleboel muziek hebt gemaakt, maar er ook nog een aantal goede vrienden aan hebt overgehouden, dan mag je volgens mij best spreken van iets waardevols.
Geteisem: Hecht is een woord dat ik niet zou willen gebruiken, want je hebt echte en neppe black metal. Misschien hadden we vroeger beter moeten gatekeepen en posers vaker moeten slaan, dan had je die neppe blackmetaltroep niet.
RoacH: Binnen Vlaanderen was er toen zeker geen eenheid en is er nog altijd niet. De mentaliteit is wel afgezwakt, jaren 90 tot begin 2000 kreeg je nog slaag als poser zijnde, nu moet precies iedereen aanvaard worden. Het verschil is de sociale media waar iedereen iedereen kan vinden, maar dat zorgt nog steeds niet voor een eenheid bij een groep die geen eenheid wil worden. En laat het daar nu net zitten. Black metal is geen gemeenschapsdienst en zal dat ook nooit worden.
V Xul: Black metal is een genre dat zijn bestaansrecht haalt uit duivelsverering, haat, misantropie, nihilisme en elitisme. Als mensen graag willen wegdromen in een gezellige, hechte gemeenschap die altijd op elkaar let, iedereen vergeeft voor een misstap, en onvoorwaardelijk voor elkaar klaarstaat gaan ze maar naar een kerk.
A.: Solidariteit? Mijn inziens een illusie voor de mentaal minder bedeelden onder ons.
Wat men in de Nederlandse scene een “hechte gemeenschap” noemt is in werkelijkheid niets meer dan een zichzelf verslindend serpent van decadentie en artistiek verval! De huidige scene is doorspekt met legio aan parvenu’s, verheven klaplopers die artistiek gezien niets toevoegen aan het imperium van de geest.
Het is hevig gefragmenteerd, zielloos en moedeloos. Een grotesk netwerk van nietszeggende projectjes en bands waarin iedereen met elkaar samenzweert, niet persé uit passie maar uit angst om ergens alleen voor te staan.
En wat brengt ons die solidariteit? Een monument aan de absolute waardeloosheid. Men vertelt elkaar fabels om het eigen artistieke faillissement te bedekken.
