Dat de Nederlandse blackmetalunderground niet bepaald om een gebrek aan inspiratie verlegen zit, weten we ondertussen wel. Toch zijn er onderwerpen die opvallend weinig uitgemolken worden. De Limburgse mijnbouw bijvoorbeeld. Terwijl de laatste mijn in Nederland alweer in 1974 de deuren sloot, blijven de gevolgen van decennia steenkoolwinning in de regio voelbaar. Op deze split duiken zowel Perfide als Wurgilnõ de Limburgse ondergrond in om er elk vier nummers uit op te graven.

Voor Perfide is dat niet eens zo’n grote stijlbreuk. Het gezelschap heeft zich de voorbije jaren immers wel vaker laten inspireren door vaderlandse geschiedenis en folklore. Na “De republiek der zeven verenigde nederlanden” uit 2023 en de daaropvolgende releases is het vijftal opnieuw de geschiedenisboeken ingedoken, al bevinden we ons deze keer letterlijk een stuk dieper onder de grond. “Wij zijn de herrezen stof” zet meteen de toon met rauwe, primitieve black metal waarin de mijn veel meer is dan louter decor. De mijnwerker, zijn ontmenselijking en de confrontatie met dood en ellende vormen hier immers het eigenlijke onderwerp.

Dat wordt verder uitgediept in “Gedaanteverlies“, waarin een naam plaatsmaakt voor een nummer, en “Schachtmeesters“, dat de machtsverhoudingen onder de grond tegenover de uiteindelijke vergankelijkheid van de mijnindustrie plaatst. Met “Koolzwarte grafrede” wordt vervolgens een toepasselijk morbide punt achter de A-kant gezet. De vier composities vertellen één doorlopend verhaal over arbeid, uitbuiting, dood en een streek die haar rijkdom grotendeels aan het zwarte goud te danken had.

Muzikaal blijft Perfide gelukkig ver weg van al te veel franje. Dit is rauwe, primitieve en ongure NLBM die niet meteen de behoefte voelt om indruk te maken met technische hoogstandjes of atmosferische tierlantijntjes. De basgitaar eist een serieuze hoofdrol op en ook zanger A imponeert met zijn zwartgeblakerde stoflongen. De muziek heeft iets aards, barbaars en onopgesmukts wat uitstekend aansluit bij de thematiek. Het is geen romantisering van het mijnverleden, maar eerder een muzikale variant op het openrijten van een oude wonde. Niet bepaald gezellig, wel passend.

Aan de andere kant van de plaat vinden we Wurgilnõ, een project dat eveneens graag de geschiedenis, folklore en donkere onderlaag van Limburg als voedingsbodem gebruikt. Het onderwerp van deze split ligt hen dan ook minstens even goed. “Kolengruis en Duivelsklauw“, dat een geslaagde vrouwelijke zangpassage bevat”, het sfeervolle “In de duisternis wacht je lot“, het door piano ingeleide “Kathedraal der verstikking” en “Maar hun as bleef zingen” sluiten inhoudelijk naadloos aan bij wat Perfide op de A-kant neerzet, maar Wurgilnõ geeft er een andere muzikale draai aan.

Waar Perfide vooral de rauwe, primitieve kant van de black metal benadrukt, lijkt Wurgilnõ meer ruimte te laten voor atmosfeer en hypnotiserende passages. Dat maakt de twee helften voldoende verschillend om de split interessant te houden. Bovendien is Wurgilnõ inmiddels geëvolueerd van een eenmansproject naar een duo, waarbij DB de drumstokken hanteert. Een kleine maar betekenisvolle verandering, want juist bij dit soort muziek kan een organische drummer het verschil maken tussen een wat statisch project en meer leven in de brouwerij. De scream is lekker hees en ook hier zorgt een goed hoorbare basgitaar voor de nodige cement tussen de verschillende bouwstenen.

De thematische overeenkomst tussen beide bands is op deze split geen goedkoop excuus om enkele random en toevallig beschikbare nummers op één plaat te kwakken. De mijnbouw zit werkelijk overal in deze release verweven: in de titels, de teksten, de sfeer en de knappe hoes van Bram Bruyneel. Dat laatste is trouwens opnieuw een troef. Bruyneels zwart-witbeeldtaal past perfect bij het verstikkende karakter van de release en vermijdt gelukkig de valkuil om van het mijnverleden een nostalgisch folkloristisch prentje te maken.

Een split heeft natuurlijk altijd het risico dat één band met de buit gaat lopen. Ook hier zal de luisteraar vermoedelijk een voorkeur ontwikkelen voor één van beide kanten, maar dat doet weinig af aan de sterkte van het concept. Perfide en Wurgilnõ vertrekken vanuit dezelfde geschiedenis en komen toch met twee verschillende interpretaties voor de dag. Daarbij valt op dat Perfide heel wat positieve progressie laat horen vergeleken met het voorgaande werk. Een conclusie die eigenlijk evenzeer op Wurgilnõ van toepassing is.

Voor wie zijn black metal graag zo rauw, duister en ondergronds mogelijk heeft, valt hier dus het nodige te rapen. Geen goudklompjes, wel kolengruis, stoflongen en een stevige portie Limburgse geschiedenis. En eerlijk gezegd zien we dat liever dan alweer de zoveelste band die ons komt vertellen over een bos, een maan en een demon met een moeilijke naam.

JOKKE: 84/100 (Perfide: 85/100; Wurgilnõ: 83/100)

Perfide/Wurgilnõ – Split (Zwaertgevegt 2026)
1. Perfide – Wij zijn de herrezen Stof
2. Perfide – Gedaanteverlies
3. Perfide – Schachtmeesters
4. Perfide – Koolzwarte grafrede
5. Wurgilnõ – Kolengruis en duivelsklauw
6. Wurgilnõ – In de duisternis wacht je lot
7. Wurgilnõ – Kathedraal der verstikking
8. Wurgilnõ – Maar hun as bleef zingen