alkerdeel

Alkerdeel – Je hoeft je nergens voor te schamen (deel 2)

Op 5 februari verschijnt “Slonk”, de vierde langspeler van Alkerdeel, wat zoals steeds iets om naar uit te kijken is. Niet alleen muzikaal weten we de band uit het Meetjesland enorm te waarderen, we zijn bij Addergebroed ook fan van hun tongue in cheek-insteek en de grafische aanpak. Het plan was een face-to-face interview te doen met zanger/grafisch vormgever/tekstschrijver Pede en dit – gehesen in een veel te strakke speedo – in de openluchtjacuzzi die in gitarist Pui’s hof staat. Eén of ander virus gooide echter roet in het eten dus deden we onze babbel (die in november 2020 plaats vond) virtueel met een lekker biertje in de hand. Zodra Pede op gang getrokken wordt, staat zijn babbel amper stil wat resulteerde in een gesprek van meer dan twee uur. Het werd niet alleen het langste interview voor deze site tot op heden – dat we om die reden in drie delen opsplitsen – maar ook één van de grappigste en vree wijze parlés uit onze geschiedenis. In deel één hadden we het o.a. over dialect, oude tapekes, en improvisatie en mochten we jullie het nummer “Zop” exclusief voor de Lage Landen voorschotelen. Dit tweede deel gaat ondermeer over humor in black metal. (JOKKE)

(c) Stefaan Temmerman

Verklarende woordenlijst:
azo = zo
babbel = mond
beestjen = insect
beu = vervelend, irritant
botten = laarzen
den boel = alles
duust = duizend
eulder = hun
eulder kapkes = hun monnikspijen
gepeist – nagedacht
giftigen boel = giftig product
hij wist het sebiet = hij herkende het meteen
ik vind dat super mottig = ik moet daar niets van hebben
kieken = kip
meirelaar = merel
nen toek op uw muil = een vuistslag in uw gezicht
peinzen = nadenken
pimpampoentje = lieveheersbeestje
scheef op mijne velo = dronken op mijn fiets
tapekes = cassettebandjes
voor dood = tot het uiterste
vree = erg
wijs = tof

Humor is Alkerdeel duidelijk niet vreemd. Denk maar aan de oranje bandshirts met de afbeelding van een schetenlatende duivel, jullie post-repetitie dagboek waarin jullie vaak een laconieke inkijk in het bandgebeuren geven of jullie geniale bandfoto met een knipoog naar het gezelschapsspel Spookslot. Moeten black metal en humor kunnen samen gaan?
Tuurlijk! Je kan je om te beginnen natuurlijk al afvragen wat black metal is en ik heb de laatste jaren de indruk dat alles weer terug naar die orthodoxe stroming aan het evolueren is. Voor ons is dat totaal irrelevant. Ik stel me soms ook persoonlijk de vraag of die gasten van Watain of TT van Abigor effectief zijn zoals de manier waarop ze zich voorstellen. Los daarvan: moet black metal satanisch zijn? Tuurlijk zijn wij niet satanisch. Zijn we dan geen black metal? Ah nee dan hé volgens die gasten hé.

Maar als je naar satanisme kijkt, kan je je ook afvragen wat dat dan juist inhoudt, want daar zijn zodanig veel stromingen in. Je hebt de meer ideologische stroming, die beter gefundeerd is, maar je hebt ook dat middeleeuws satanisme van de duivel met zijn gelakte hoefkes en zijn staart, maar dat is uitgevonden door mensen. Het beeld dat christenen hadden van de duivel die kinderen vermoordt, is ook gecreëerd door de Kerk om een machtspositie te creëren. Iedere religie is door mensen uitgevonden, hoewel sommigen dat zullen tegenspreken. Ik geloof niet in religies, ik heb daar geen wetenschappelijke basis voor. Ik kijk naar de wereld en hoe de geschiedenis in mekaar zit en dan is mijn conclusie dat alles wat religies vertellen, ontsproten is aan het menselijk brein. Ik wil daarmee zeggen dat mensen die menen dat wij geen black metal zijn, zeker de waarheid niet in pacht hebben. Humor in black metal kan dan ook perfect, want wij vinden dat en wij hebben dan ook het recht om dat te zeggen. Je kan ook zeggen dat de duivel niet dienen evil deprimo hoeft te zijn, maar ook diegene kan zijn die fuck zegt tegen alle domga’s waar religies op gebaseerd zijn. Doe je eigen ding, doe wat je wilt, een grote middelvinger. En dat is volledig ons ding. Met humor maak je het leven ook dragelijker hé.

Krijg jullie daar soms negatieve reacties op?
Ik kan mij niet meteen zo’n voorval herinneren. Ik kan mij wel voorstellen dat sommigen ons daarom niet cool vinden of dat in vraag stellen. Ik herinner me wel de vele goeie reacties die we daarop, direct of indirect, krijgen.

Buiten jullie, Lugubrum en het terziele gegane Witch Trail kan ik ook niet meteen andere bands voor de geest halen die humor met black metal combineren. Je hebt Abbath natuurlijk, maar dat is eerder op het zielige af.
Zeker Lugubrum is onbewust wel een invloed geweest op ons, maar die humor in bandfoto’s komt ook wel van Rik en Nieke en hun Headmeat verleden. Je hebt wel nog die Oostenrijkers van Hagszissa met hun verkleedtoestanden op het podium, Peste Noire en Skitliv waarbij Maniac soms in een Micky Mouse hoodie optrad, maar dat was misschien eerder om te choqueren.

En Aldrahn met Urarv, remember hun performance op Unholy Congregation fest vorig jaar?
Ja, maar ook in zijn tijd met Dødheimsgard. Het was allemaal nog iets serieuzer, maar ik denk dat dat onbewust wel een weg geplaveid heeft voor ons omdat we dat allemaal beestig goe vonden destijds. We hebben er nooit over getwijfeld of humor in onze muziek al dan niet kon. Denk maar aan de show van Isvind destijds in Ruddervoorde waar sommige toeschouwers helemaal scheef hingen van de veel te zware kettingen en grote omgekeerde kruisen. De humor zat er al in, maar ze hadden het zelf niet door. En nu zijn er veel van die te serieuze bands met eulder kapkes zoals Bathushka die daar gelijk een bende paters op een podium staan, maar dan wel achter plastic schermen, haha!

(c) Maria Elpeno

Was die persiflage op de Satyricon “Nemesis divina” bandfoto als hommage aan de eerste platen bedoeld of toch eerder als parodie omdat die laatste paar albums op geen ruk trekken? Je hebt die toch aan Satyr en Frost bezorgd hoop ik?
Haha, nog niet, miscchien moet ik dat eens doen. Eigenlijk is dat toch voor een groot stuk hommage hoor. Ik moet nu meteen aan “kill your idols” denken haha, maar eigenlijk, ik vind die laatste Satyricon plaat eigenlijk niet zo goed, ik vind ze vree slecht eigenlijk, maar ik heb nog wel respect voor Satyr, ook al is het muzikale pad van Satyricon totaal mijn ding niet meer. En ik vond destijds die bandfoto’s van “Nemesis divina” ook gewoon ongelofelijk wijs, ook al had ik toen nog niet door dat dat een opgezette vogel was enzo. Waarom we dat dan eigenlijk doen weet ik eerlijk gezegd niet. Niet om ermee te lachen… misschien was die setting van die foto gewoon een gemakkelijk slachtoffer: een kieken in de lucht steken, een looprek dabei, haha! Dat is erom vragen op een bepaald moment hé. Met foto’s van Darkthrone zou ik dat nooit doen, dat is te gevoelig, daar heb ik dan net weer té veel respect voor. En Arckanum foto’s zijn dan bijvoorbeeld weer te gemakkelijk om na te doen.    

Muzikale opvoeding lijken jullie erg belangrijk te vinden. Te pas en te onpas delen jullie op sociale media muziek die jullie goed vinden en drie vierde draafde ook op in het radioprogramma De Pankraker om persoonlijke favorieten te delen. Vinden jullie het echt belangrijk om jullie fans op te voeden? 
Dat is zeker geen opvoeding, omdat dat heel hautain overkomt, en dat is zeker niet de bedoeling. Het is eerder om mee te geven in plaats van te zeggen dat dat iets ultiems of de waarheid is. We doen dit meer om muziek van maten te steunen en we zitten op social media, waar iets opportunistisch achter zit, en we creëren op die manier een soort van community gevoel en mensen keren dan weer naar ons. Ik heb ook nooit goed begrepen dat bepaalde mensen muziek voor zichzef willen houden. Misschien is dat dat DIY verleden dat naar boven komt en waarbij je vrienden wilt steunen. En dat is toch ook een pak leuker dan foto’s van jezelf te liggen posten, niet?  

Alkerdeel is als band met een zeer standvastige line-up haast één van die uitzonderingen in het huidige muzikale landschap. Kan Alkerdeel verder bestaan als een van jullie er het bijltje bij neergooit? Jullie hebben ooit eens als 1 april grap aangekondigd dat jij was gestopt en vervangen door een zangeres. Ik viel toen bijna van mijn stoel.
Haha, we hebben daar eigenlijk nog nooit over geklapt. Moest ik om één of andere reden stoppen en de anderen zouden willen verder gaan, mogen ze gerust iemand anders aanwerven en zou ik hen geen strobreed in de weg willen liggen. Maar omgekeerd, … Stel dat Pui of Nieke of QW zou stoppen, dat zou niet meer kloppen omdat ze zo’n specifieke stijl hebben die het DNA van Alkerdeel vormt, tenzij ze mij verplichten om verder te doen.

Wat is jullie succesformule dan?
Pui en Nieke kennen elkaar al van jongsaf aan en ik leerde QW in het middelbaar kennen. Ik kende Pui ook wel een beetje maar door de band zijn we ook écht goei maten geworden. Ik zie daar nu ook niemand anders tussen kruipen ofzo. QW heeft zo’n eigen stijl, ik kan met moeite drie dagen na mekaar op een podium staan schreeuwen, Nieke heeft als drummer enorm veel progressie gemaakt (hij was oorspronkelijk keyboardspeler), …eigenlijk hebben we van onze zwaktes onze sterkte gemaakt.

We hebben het er al kort over gehad, maar Alkerdeel maakte deel uit van de “The Abyss Stares Back…” splitreeks van Hypertension Records. Jullie deelden een plaat met het Nederlandse Nihill wiens frontman Michiel Eikenaar in 2019 aan kanker overleed. Hoe herinneren jullie Michiel en is er nog een leuke of interessante anekdote die je over hem kwijt kunt?
Michiel is iemand die we doorheen de jaren van op optredens goed hebben leren kennen. Het was altijd super hartelijk als we mekaar tegen kwamen, maar ik zou nu niet willen claimen dat we goeie vrienden waren, dit uit respect voor zijn écht goeie maten die heel dicht bij hem stonden. Maar ik mis die kerel wel want hij was een boeiende gast. De eerste keer dat ik hem zag was toen Sunn o))) met High On Fire in ‘t Lintfabriek moest spelen. ‘t Was mooi weer en ik zat buiten in een terrasstoel en komt er daar zo nen beer van ne gast naar mij en steekt zijn stinkende oksel onder mijn neus en zegt (al imiterend met Nederlands accent): “ik heb net dezelfde maar groter!”Ik wist niet waarover hij het had, maar hij moest mijn ‘earth, air, fire and water’ tattoe opgemerkt hebben. Jaren later moesten we met zijn band Anaphylactic Shock optreden, ik denk in dB’s in Utrecht. Ik herkende hem plots, maar hij mij niet, en ik ging naar hem toe en ik toonde gewoon mijn arm. ”Moooooaaaaa!!!” scheeuwde hij, hij wist het sebiet. Sindsdien liepen we mekaar meer tegen het lijf, op Roadburn o.a. en hebben drie of vier keer samen gespeeld denk ik.
Hij heeft mij trouwens nog een vree wijze levensles geleerd in die zin dat je je nergens voor hoeft te schamen. Ik was ooit eens aan het vertellen dat ik vroeger na het uitgaan in de Gentse Frontline regelmatig om drie uur ‘s nachts vrij scheef op mijne velo door de haven naar huis fietste en luidkeels voor dood zat mee te schreeuwen met de muziek in mijn oren. En soms passeerde er dan een jogger of een fietser die met de nacht stond en dan schaamde ik mij altijd enorm omdat ik dacht die mega verschoten moesten zijn. Toen ik hem dat vertelde zei hij (opnieuw al imiterend met Nederlands accent): “Je moet je nergens voor schamen joh!”, haha. Eigenlijk is dat toch waar hé, zolang je er anderen geen kwaad mee doet.

Wordt vervolgd…

Alkerdeel – Je m’en fou (deel 1)

Op 5 februari verschijnt “Slonk”, de vierde langspeler van Alkerdeel, wat zoals steeds iets om naar uit te kijken is. Niet alleen muzikaal weten we de band uit het Meetjesland enorm te waarderen, we zijn bij Addergebroed ook fan van hun tongue in cheek-insteek en de grafische aanpak. Het plan was een face-to-face interview te doen met zanger, grafisch vormgever en tekstschrijver Pede en dit – gehesen in een veel te strakke speedo – in de openluchtjacuzzi die in gitarist Pui’s hof staat. Eén of ander virus gooide echter roet in het eten dus deden we onze babbel (die dateert van november 2020) virtueel met een lekker biertje in de hand. Zodra Pede op gang getrokken wordt, staat zijn babbel amper stil wat resulteerde in een gesprek van meer dan twee uur. Het werd niet alleen het langste interview voor deze site tot op heden – dat we om die reden in drie delen opsplitsen – maar ook één van de grappigste en vree wijze parlés uit onze geschiedenis. In dit eerste deel hebben we het o.a. over dialect, oude tapekes, en improvisatie en mogen we jullie het nummer “Zop” exclusief voor de Lage Landen voorschotelen. (JOKKE)

(c) Stefaan Temmerman

Verklarende woordenlijst:
azo = zo
babbel = mond
beestjen = insect
beu = vervelend, irritant
botten = laarzen
den boel = alles
duust = duizend
eulder = hun
eulder kapkes = hun monnikspijen
gepeist – nagedacht
giftigen boel = giftig product
hij wist het sebiet = hij herkende het meteen
ik vind dat super mottig = ik moet daar niets van hebben
kieken = kip
meirelaar = merel
nen toek op uw muil = een vuistslag in uw gezicht
peinzen = nadenken
pimpampoentje = lieveheersbeestje
scheef op mijne velo = dronken op mijn fiets
tapekes = cassettebandjes
voor dood = tot het uiterste
vree = erg
wijs = tof

Slonk” verschijnt vier jaar na “Lede”. Hebben jullie alles uit die plaat gehaald dat eruit viel te halen?
Daar heb ik eigenlijk nog nooit over gepeist. We hebben wel lang zitten wroeten op nieuw materiaal en eigenlijk ook wel wat zitten teren op het gezellig samenzitten in ons repetitiekot, de nieuwe plaat en onze optredens. Ons hoofd stond met andere woorden even niet naar het schrijven van nieuwe nummers. Ik denk dat we ongeveer twee jaar geleden concreet aan “Slonk” begonnen zijn. We hebben ook wel even last gehad van een writers block, maar ongeveer een jaar geleden zaten we dan toch plots in een goede flow. En ook nu nog, en dat is dan wel een verschil met “Lede”, want kort nadat het schrijfproces voor “Slonk” afgerond was, kwamen er al twee nieuwe nummers tot stand. Die zullen waarschijnlijk voor een split gebruikt worden daar we tot de vaststelling kwamen dat een 7 inch eigenlijk nog in onze discografie ontbreekt, haha.

Ook tapes ontbreken volgens mij in jullie repertoire, niet?
Klopt, als je onze demo niet meetelt die nog old-school op een stereo gedubd is.

Ondertussen is dat medium volledig terug als geluidsdrager. Zijn er plannen om de back catalogue en nieuwe plaat ook op dit formaat uit te brengen?
Voor “Slonk” hebben we al een aanbod gehad, maar we willen eerst voor de reguliere release gaan en dan misschien een half jaar later wel een tape uitbrengen, maar ik zou dat liefst doen met een label waarvan we de mensen erachter kennen. En qua back catalogue is dat misschien geen slecht idee, daar moet ik nog eens verder over peinzen. Ik dacht eigenlijk dat die tape revival maar van korte duur zou zijn, maar het is blijkbaar wel een blijvend iets.
Ik vind het geluid van tapes echter wel nog steeds vree wijs, want ik ben daar mee opgegroeid. Op mijn elf jaar heb ik twee jaar zitten teren op AC/DC’s “The razors edge” totdat ik dan van mijn neef “Life after death” op tape kreeg. Het is dan ook een vertrouwd geluid uit mijn tape trading tijd. Ik denk dat het Maniac was die ooit zei dat hij een tapeversie van Tormentor’s “Anno domini” had die zo veel gekopieerd was dat die zo vree dungeon klonk en nadien teleurgesteld was toen hij de nieuwe versie hoorde hoewel die nog steeds heel vet klonk. ‘t Heeft wel iets hé.
Mijn opa had ook massa’s tapes met van die accordeonmuziek op. Ik kreeg die toen hij gestorven was en gaf er enkele van aan QW, onze bassist, om op te kopiëren. Ik kreeg die dan terug en daar stond dan bv. Marduk op en dan stopte dat plots en ging dat over in “Zwei kleine Italiener”, haha. We lachen daar soms nog om. En als ik voor hem tapes opnam, liet ik soms een nummer weg zodat het album op één kant paste. Als hij dan nadien de CD kocht, was het van “Fuck! Ge hebt mij niet alles gegeven!” Haha.
Wel komt er binnenkort een vinylheruitgave van “Morinde” aan daar die volledig uitverkocht is. De plaat werd opnieuw gemastered en voorzien van nieuwe kleuren voor het artwork.

Ik ben de albumtitel eens gaan opzoeken in mijn woordenboek en ‘slonk’ betekent zo veel als ‘slim’ of ‘doortrapt’. Is dat ook de betekenis die jullie aan het woord geven?
Ik kende het woord zelf niet. Het komt van Pui en Nieke (drummer) uit de kant van het Meetjesland waar zij wonen. Het was eigenlijk oorspronkelijk de werktitel van het eerste volledige nummer dat we hadden. We hebben een hele waslijst aan wijze woorden en uitspraken waar we ooit eens iets mee willen doen en die op een bord in ons kot staan geschreven, maar we waren er eigenlijk al vrij snel uit dat we iets met dit woord wilden doen.
Maar dan begon ik aan het artwork en doordat dat op een bepaald concept gebaseerd is, wou ik dat doortrekken in de titels, teksten en foto’s. Hierdoor zijn alle werktitels eigenlijk veranderd (“Slonk” is dan uiteindelijk “Eirde” geworden) en had de plaat ook een andere naam, maar de rest vond die te arty farty haha. Dan is de democratie beginnen gelden en is “Slonk” de titel van de plaat geworden omdat ze dat zo’n wijs woord vonden dat eigenlijk wel goed past als overkoepelende naam. Ze hebben me dan laten doen met het uitwerken van de rest van de plaat.
De betekenis van “Slonk” kan volgens gitarist Pui als volgt geïllustreerd worden: Stel dat je vrouw heel de dag binnenshuis bezig is geweest met alles op orde te leggen en te koken en jij bent heel de dag in de tuin bezig geweest en je komt binnen met nog wat modder aan je botten en schuift gewoon je benen onder tafel en begint te eten. Dat is ‘slonk’. Nonchalant dus. Je m’en fou eigenlijk. Letterlijk is het misschien niet van toepassing op de plaat, maar achteraf bekeken klopt de betekenis van ‘slonk’ wel als je het toepast op bijvoorbeeld het artwork dat gebruik maakt van foto’s, teksten, duust linken en knipogen (ook in onze muziek, wat we altijd al gedaan hebben) en stijlen.   

Voor het eerst worden de teksten mee in de lay-out geplaatst, ook al zijn ze in het Nederlands en bevatten ze wel wat dialect waardoor slechts een klein deel van jullie publiek ze zal verstaan. Hebben jullie nu pas een boodschap te melden die jullie de luisteraar willen meegeven?
Dat is eigenlijk niet volledig waar want op de achterkant van de sleeve van de split met Nihill die we via Hypertension records hebben uitgebracht, staat de tekst van “SHSRR”. En ook het nummer “Hessepikn” heeft een volledig uitgeschreven tekst, maar die is nog nooit gepubliceerd geweest omdat ik daar geen zin in had. Da’s ons ding en de rest kan er maar naar fluiten. Maar misschien heeft dat ook wel wat met onzekerheid te maken hoor. Zo van: “Durf ik dat vrijgeven?” Maar voor “Slonk” voelde dat nu wel juist aan ook al is het schrijfproces voor mij moeilijk aangezien ik in beelden denk en geen tekstschrijver ben.

Dat is eigenlijk amper te merken hoor want ik vind dat de beeldende teksten als een soort poëzie lezen. Zijn er bepaalde schrijvers of dichters die jouw schrijfstijl mede vorm geven?
Totaal niet, want poëzie, ik vind dat super mottig hé. Ik kan geen twee regels poëzie lezen. Misschien barbaars om te zeggen maar ik vat dat ook niet of kan niet zeggen wat ik wel of niet goed vind. Boeken en zeker tijdschrijften lees ik dan weer wel veel.
Maar dat beeldende klopt zeker. Neem nu bijvoorbeeld dat stripverhaal aan de binnenkant van de klaphoes van “Lede”. Wat je ziet is ook effectief de uitbeelding van de tekst van “Regardez ses yeux”, maar er zitten dan ook weer links in naar “Dyodyo Asema”, de plaat die we met Gnaw Their Tongues maakten.

Maar voor “Slonk” was ik ervan overtuigd dat teksten nu wel in het geheel van de beelden en foto’s en het concept zouden passen. Ik ben beginnen schrijven, en dat was moeilijk, maar uiteindelijk deed ik dat wel graag, zeker toen ik er zo wat begon in te komen. Ik had dat niet verwacht.
Reeds van in het begin van Alkerdeel vinden we het wijs om mensen op het verkeerde been te zetten. En dat op verschillende manieren. Muzikaal, maar ook qua concept en beelden. En dat werd doorgetrokken in de vormgeving.

Waren er voorheen ook vaste teksten of was het veeleer improvisatie?
Een zeer belangrijke reden waarom we vroeger bijna geen teksten vrijgaven, is het feit dat de band, voor dat we Alkerdeel heetten, eigenlijk als jamband begonnen is, met improvisatie inderdaad als belangrijk uitgangspunt. Nieke en Pui jamden de hele tijd en ik deed daar wat op mee en dat heeft vrij lang een invloed gehad. De helft van de teksten op “De speenzalvinge” en “Morinde” is dan ook fonetisch en wat ik zing is gebaseerd op beelden die ik op dat moment in mijn achterhoofd heb. En bovendien vond ik dat ook wat beu om elke keer hetzelfde te zingen. Ik ben geen aapje aan een draailier die elke keer hetzelfde wilt doen. Ik vond het wijs dat er daar vrij veel vrijheid op zat. Er was wel een concept van een nummer, maar ik moest niet telkens compleet hetzelfde verhaal brengen, ik kon al eens een zijslag nemen. Stel dat een nummer gaat over een reis die je maakt van hier naar de Himalaya, dan vind ik dat wel wijs dat ik bijvoorbeeld even in het Midden-Oosten kan blijven hangen. Dat beeld azo. Maar vanaf “Lede” begon ik daar stilaan op vast te lopen, het improviseren ging mij niet meer af en dat is ook de reden dat ik de teksten nu heb uitgeschreven. Het is dus niet zo beredeneerd en puur een gevolg van mijn gevoel.

Ook het gebruik van dialect is nog steeds aanwezig?
Ja, omdat dat voor ons het meest natuurlijke is hé.

Wat betekenen oude songtitels zoals “Hessepikn” en “Verdesteleweern”?
Een “hessepikr” is en beuzak, nen beue nijdigaard azo. Iemand die u bewust gaat tergen. En “verdesteleweern” betekent den boel overhoop halen, kapot maken. 

En vanwaar de slogan “Only awdeud is real!” op jullie website? Een persiflage op “only death is real” neem ik aan?
Ja, komt van Fenriz en Isengard, omdat we dat zo wijs vonden, maar we doen dat al van in het begin hé. Op “Morinde” stond “only live is real” omdat dat grappig was maar ook verwees naar het feit dat die plaat live opgenomen werd. Op “Lede” staat dan weer “only the lonely”, haha! Op “De speenzalvinge” hebben we de “only” even laten vallen en staat er “Blesken are the sick” als parodie op “Blessed are the sick” van Morbid Angel en als grappig eerbetoon aan Blesken van Sylvester Anfang en het Funeral Folk label die die plaat opnam.
Awdeud’ komt van ‘aldood’, verklaart Pui, ‘alles dood’ maar dan in het dialect uitgesproken en is de pesticide E605 van vroeger, een mega giftigen boel. In het meetjesland wordt een “l” dikwijls als een “w” uitgesproken. ‘Pils’ is dan bijvoorbeeld ‘piws’, vandaar dus ‘awdeud’, haha. Als ze daarmee sproeien, gaat werkelijk alles dood. E605 wordt vaak gebruikt om tussen de klinkers te spuiten om het gras en onkruid te verwijderen, maar alles gaat dood, van de pimpampoentjes tot vlinders tot het bedoelde onkruid, maar soms zelfs ook de meirelaars die de dode kevers opeten. Da’s van de generatie van onze ouders, die moeten niet weten van al die andere groenvriendelijke troep, net zoals ze alleen maar “echte carboline” willen. Mijn pa zei dan “nèh, daar kruipt in geen 20 jaar nog een beestjen in! Ik moest de balken thuis altijd carbolienen, en had altijd brandwonden op mijn vel van dat in de zon te doen.

Ik herinner me dat bassist QW me ooit vertelde dat hij er soms van stond te kijken hoe goed er op alles wat Alkerdeel doet gereageerd wordt aangezien “we maar wat doen wat ons goed lijkt”. Is Alkerdeel een band die veel moeite moet doen om in de gratie van het publiek te vallen?
Goh, moeilijke vraag, we werken wel kei hard aan Alkerdeel hoor. Toen we met Alkerdeel begonnen was ik al een stuk in de twintig. QW had al ervaring met Thee Plague Of Gentlemen en Pui en Nieke met Headmeat, twee bands waar ze wel wat mee hebben kunnen bereiken, maar ik merkte dat veel van mijn andere vrienden om één of andere reden met hun bands wat in jeugdhuizen bleven rondhangen.
Feit is wel dat wij vree veel chance hebben dat vree veel mensen voor ons iets willen doen. Labels als Funeral Folk of Consouling Sounds zijn naar ons gekomen. We hebben nooit moeten shoppen. Dat betekent echter niet dat wij op onze lauweren rusten en niets doen, alles behalve.
Het is wel zo dat we destijds nog meer sludge-invloeden in onze sound hadden en daardoor veel aandacht kregen van de achterban van ons label Consouling Sounds, terwijl dat eigenlijk minder onze roots zijn. Er zijn wel sludgebands die we wijs vinden, maar eigenlijk zijn wij redelijk eenzijdige metalfans. Maar in dat genre is het dan weer moeilijk om binnen te geraken aangezien wij een tamelijk eclectische sound hebben. Daar werken wij dus keihard op. Doelgericht netwerken, maar alles altijd wree rustig aan. Lukt er iets niet, dan lukt er iets niet. Touren in het buitenland bijvoorbeeld, da moe gelijk allemaal ni meer. Komt het, dan komt het, zo veel te beter, maar we hebben geen torenhoge ambities.

Alkerdeel lijkt me een band te zijn die geen groots uitgetekend masterplan heeft, maar eerder volgens het buikgevoel werkt en dat op een moment dat de tijd er rijp voor is. Is dat daadwerkelijk zo?
Dat buikgevoel dat je noemt is vree belangrijk. We overleggen natuurlijk wel over bepaalde zaken, maar het aller belangrijkste is dat we ons bij alles wat we doen goed voelen. Een vree cliché antwoord, ik weet het, maar ‘t is wel zo. We hebben ons nooit van iets iets aangetrokken. Als wij iets wijs vinden, dan doen we dat. Dat is onze sterkte, maar dat maakt het soms ook een beetje complex.

Ook spontaniteit lijkt me een belangrijke bandwaarde te zijn. Klopt het dat de opname van één van de nummers eigenlijk de soundcheck was en dat jullie niet wisten dat de opnameknop reeds ingedrukt was, maar omdat het goed klonk besloten deze opname dan maar op plaat te zetten?
Ja, toch zeker een stuk. Eigenlijk is dat al bijna van in de beginne zo dat we in één take opnemen. Niet dat we dat als idefix doen, maar meestal is het resultaat ook goed na één of twee takes. We willen het “moment” vastpakken. Enkel op onze EP “De bollaf!” werd elk instrument apart opgenomen, maar we besloten dat meteen daarna nooit meer te doen omdat dat niet als ons klinkt. De zang werd wel soms apart opgenomen.

Sinds de “Luizig” demo heeft jullie sound natuurlijk een grote evolutie doorgemaakt, ook productioneel gezien, hoewel jullie natuurlijk verre van een afgelikte sound hebben. Voor de eerste keer komen de baslijnen van QW, jullie geheime wapen wat mij betreft, écht goed naar voor in mix. Wie zijn zijn rolmodellen als bassist?
Waarschijnlijk meerdere maar diegene waar ik zeker over ben zijn Maiden’s Steve Harris en Skoll van Ved Buens Ende. Eigenlijk kan je er beide wel uithalen. Hij heeft enerzijds dat galloperende en anderzijds dat meanderende. Onze producer Fre zegt soms dat het lijkt alsof hij reggae aan het spelen is, haha, de chillheid op die harde muziek lijkt inderdaad soms wel azo. Ondertussen heeft QW met die invloeden wel zijn eigen stijl ontwikkeld en we werden ons daar op “Lede” stilaan bewust van. Nu hoor je dat nog meer. Hij voegt soms kleine nuances of oscillerende sounds toe die als loops uit elektronische muziek klinken zoals bij Silver Apples of Klaus Schulze. Die baslijnen moesten er nu dan ook sterk uitkomen omdat ze essentieel en een dragende factor zijn.

Ik vind dat een Alkerdeel gig soms ook staat of valt met hoe goed QW zijn baslijnen doorkomen. Als de lage tonen niet goed in de mix zitten, klinken jullie soms wat modderig, maar als de basgitaar goed afgesteld staat, voegt zijn basspel echt een andere dimensie toe aan jullie sound.
Ah, dat is de eerste keer dat ik dat op die manier te horen krijg. Maar ja, wij weten dat niet want wij hebben dus geen idee hoe wij live klinken hé.

Jullie hebben zoals eerder gezegd een vrij eclectische sound en kunnen daardoor zowel voor een sludge, black als Indie publiek optreden. Bij sommige bands of genres is het vrij gemakkelijk om de gemiddelde fan te omschrijven, maar bij jullie is dat een pak moeilijker.
Klopt, dat is heel verscheiden en ik vind dat eigenlijk wel wijs. Zo hadden we bijvoorbeeld nooit gedacht dat we op Alcatraz Metal Festival zouden spelen. In het begin wilden we immers echt in die lofi underground blijven, maar je verandert ook doorheen de jaren hé. Op Alcatraz Metal Festival merkten we echt dat we blijkbaar toch in de gratie van een breder publiek vallen. In het buitenland zien we wel meer het type metalfan dat je kan linken aan Magasin 4, het Chaos Descends Festival of Roadburn. En zeker in de begindagen en de Funeral Folk tijd kwamen er ook veel niet-metalfans naar onze optredens, eerder fans van alternatieve of experimentele muziek.

Deel 2

Vetëvrakh – Dominion of terror

Vetëvrakh is het zoveelste blackmetalorkestje uit Bosnië-Herzegovina dat tot voor kort geen belletje deed rinkelen. Maar zoals wel meer het geval is, besloot het Portugese Black Gangene Productions daar iets aan te doen want na een klein decennium aan demo’s en splits, staat het duo Vrasësinerëzve en Ezotërokh (waar blijven ze die aliassen evenals onuitspreekbare bandnamen – check hun andere projecten er maar op na – toch halen?) op onze deur te kloppen met een volwaardige langspeler. “Dominion of terror” werd deze gedoopt en één blik op de track listing verraadt al dat we hier geen fijngevoeligheden of gesofisticeerde teksten hoeven te verwachten. Maar ook geen hersenloos geram want muzikaal gezien bevat Vetëvrakh’s muziek toch heel wat gelaagdheid en diepgang. Morbide old school blackmetalriffs kunnen immers plots in slepende psychedelische vaarwateren terechtkomen of in melodieuze, haast geïmproviseerd lijkende passages uitwaaieren waar een grote rol voor de basgitaar is weggelegd. Zo ademen de up-tempo passages van “All in his name” bij momenten een Alkerdeel sfeer uit, niet alleen muzikaal maar ook zanggewijs. Ook de drummer doet zo veel meer dan de geijkte blackmetalstramienen uit zijn drums persen en houdt het boeiend met zijn avontuurlijke roffels. De maniakale krijsstem lijkt voortdurend besmet bloed te gorgelen en verraadt een hels fanatisme en afkeer van al wat heilig is. Ze windt er in het blasfemische “God ends here” dan ook geen doekjes om. Bepaalde (bas)partijen van “Reconquering the Satan’s throne” ademen de verwrongenheid van Oranssi Pazuzu uit, terwijl de ritmische riffs dan weer aan Enslaved ten tijde van “Ruun” doen denken, ook al staat Vetëvrakh op papier mijlenver van het geluid van deze twee namen verwijderd. Maar dat psychedelische effect dat muziek kan uitstralen, staat wel onomwonden in de dwarsdoorsnede van deze drie bands. Afsluiten doet het gezelschap met een verdorven versie van “De dodenmars” van Chopin, écht origineel komen ze hier niet meer mee uit de hoek, maar de outro past wel bij de rest van hun bevreemdende songmateriaal. Vetëvrakh laat op “Dominion of terror” een gesmaakte cocktail aan zwartgeblakerde psychedelische en experimentele klanken horen die veel verder gaat dan wat je op het eerste zicht zou denken. Geef het een kans en als je er de eerste luisterbeurt niet veel mee aan kunt vangen, raad ik je aan het nog een kans te geven. Uiteindelijk zal het kwartje wel vallen hoor.

JOKKE: 81/100

Vetëvrakh – Dominion of terror (Black Gangrene Productions 2020)
1. Son of Satan
2. The true face of evil
3. All in his name
4. God ends here
5. Reconquering the Satan’s throne
6. Dominion of terror
7. Marche funebre

Ossaert – Bedehuis

De felle openingstonen van “Bedehuis” volstonden de eerste luisterbeurt al meteen om ons van onze sokken te blazen. Het betreft hier het debuut van Ossaert, een éénmansproject van een zekere P. die we ondertussen al eens aan de tand voelden over zijn band. Op drums liet deze Einzelganger zich wel bijstaan door W. Damiaen, die we kennen van o.a. Laster, Nevel, Mystagogue en Verval en de plaat ook opnam. Hij wist P. tevens te motiveren om enkele labels te contacteren want hij was overtuigd van het potentieel dat deze plaat bezat. Het Nederlandse Argento Records werd P.’s partner in crime. Vier ongetitelde nummers lang trapt Ossaert talrijke heilige huisjes in zonder daarbij voor gratuit satanisme of occultisme te gaan. Zijn afkeer tegen alles wat de mensheid op een voetstuk heeft geplaatst, laat hij botvieren middels haatvolle black metal die meermaals een hypnotiserend randje heeft door de niet aflatende onderstroom aan repetitief knuppelwerk. Maar het is niet al agressie wat de klok slaat, want P. beschikt over een ferm stel stembanden waarmee hij zijn muziek meermaals een theatrale dramaturgische insteek geeft met “III” als climax. De heldere gezangen creëren een majestueus gevoel en we horen er her en der een zekere Urfaust-vibe doorheen echoën. En wanneer P. op zijn raspende vocalen overschakelt, vliegen de splinters van de op de cover prijkende preekstoel in het rond. Luister maar eens naar die maniakale finale van het van zinderende tremolo-riffs doorspekte “IV“! De ferme opener waarin P.’s stem ook de diepere regionen verkent, draagt wel wat Uada in zich mee en de verwrongen Alkerdeelse openingsriff van “II” mag ook niet onvermeld blijven waarna het nummer zich opnieuw transformeert in een hallucinogene razernij. “Bedehuis” is een 35 minuten durende trip vol macabere schoonheid waarbij de dualiteit tussen helse toorn en een sacraal aanvoelende melodieusheid voortdurend wordt opgezocht. Het vervolg zou al geschreven zijn. Laat maar komen!

JOKKE: 86/100

Ossaert – Bedehuis (Argento Records 2020)
1. I
2. II
3. III
4. IV


Quaetdoener – Eternal wolf

Na het uiteenvallen van de Maldegemse death metal/grindcore band Headmeat, startten Nieke en Pui in 2005 Alkerdeel op. Drie van de andere zes leden vinden we nu terug in de nieuwe band Quaetdoener. Het logo en hoesontwerp doen dan misschien wel death metal verwachten, niets is minder waar want dit Oost-Vlaamse kwartet speelt onvervalste black als eerbetoon aan de iconen van de jaren negentig waar de heren mee opgroeiden. Er worden op “Eternal wolf“, het in eigen beheer uitgebrachte debuut, alvast geen compromissen gesloten want Quaetdoener raast en blaast dat het een lieve lust is. Wanneer er zoals in de titeltrack een black ’n roll passage passeert, komt een Taake vanachter de hoek piepen. In het eerste deel van een nummer als “Unshackled” komt het kwartet snedig uit de hoek maar al snel word een heuse portie rock ’n roll in het zwartmetaal geïnjecteerd en ook ritueel klinkende koorzang mag niet ontbreken, zonder dat deze band trouwens in het occulte hoekje geduwd kan worden. De heerlijke eindriff maakt van dit zes minuten durende nummer het hoogtepunt van de plaat. “Forged in the fire” gooit het aanvankelijk over een andere boeg en bevat mid-tempo gitaarwerk met Noorse inslag (denk aan een Kampfar) en een aanstekelijk meezingrefrein totdat de demonen ontketend worden en deze song in een helse furie overslaat. “Memento mori” is met acht en een halve minuut speelduur de langste compositie van dit plaatje. Het is een dynamische track met snelheidsuitbarstingen, mid-tempo riffs, rockende stukken en tremolo-melodieën. Ondanks de Oud-Vlaamse bandnaam krijst zanger Nuyt de teksten in het Engels waarbij iets meer afwisseling in het krijstimbre welgekomen zou zijn. Gelukkig bevat de muziek voldoende variatie om tot aan het einde bij de les te blijven. De rechttoe-rechtaan finale van “Memento mori” doet me wat aan de eerste twee Enthroned-platen denken, een mooi compliment wat mij betreft. In “I am the snake in your dreams” en het afsluitende “Black blood” bewijzen de heren wederom op de juiste momenten eventjes gas terug te nemen om daarna met een mokerslag terug te slaan én je in een wurggreep te houden. “Eternal wolf” zal in eigen beheer in een oplage van 100 stuks op CD verschijnen. Steun deze heren en schaf dit kleinood aan, al was het maar om ook onder de letter “Q” iets in de muziekcollectie te hebben staan pronken. Knap debuut!

JOKKE: 80/100

Quaetdoener – Eternal wolf (Eigen beheer 2019)
1. Eternal wolf
2. Farewell to the crown
3. Unshackled
4. Forged in the fire
5. Memento mori
6. I am the snake in your dreams
7. Black blood

Invunche – II

Oorspronkelijk in 2018 verschenen via het obscure tapelabel the тide øf тhe εnd, maar nu door Babylon Doom Cult Records een tweede leven krijgend op vinyl: de eerste langspeler van het Nederlands/Chileense Invunche getiteld “II“, aangezien er in 2014 al een demo aan vooraf ging. De bandnaam is ontsproten aan de Chileense folklore en mythologie waarin invunche een legendarisch monster is dat de toegang van de tovenaarsgrot beschermt. Het is een misvormde mens met zijn hoofd naar achteren gedraaid, samen met gedraaide armen, vingers, neus, mond en oren. Het wezen loopt op één of drie voet(en) (eigenlijk één been en twee handen) omdat één van zijn benen aan de achterkant van zijn nek is bevestigd. De invunche kan niet spreken en communiceert alleen middels keelachtige, ruwe en onaangename geluiden. Deze laatste beschrijving is ook van toepassing op de rauwe black die El Invunche, de solo herriemaker van dienst, een half uur lang op ons afvuurt. Primitieve punk, Darkthrone worshipping black, vuil bassmeer, noisey industrial en psychedelische rock zijn de ingrediënten voor deze explosieve cocktail die je als ‘shamanic black punk‘ of ‘blackened trance punk‘ zou kunnen omschrijven. Niet te veel nadenken echter en het buikgevoel laten spreken! De compacte nummers laten amper ademruimte, vloeien meermaals naadloos in mekaar over en zetten bij wijlen aan tot dansen. Ik verwacht ondanks het Latino-gevoel dat in de riffs geëncapsuleerd is en de Black Twilight Circle-sfeer die wordt neergezet echter geen sensuele salsa maar een soort van spastische pogo waarop fans van Ildjarn en Bone Awl kunnen losgehen. Op 18 oktober deelt Invunche bij wijze van releaseshow het podium met Lubbert Das en Alkerdeel in de Utrechtse dB’s. Allen daarheen zou ik zeggen om die ledematen los te gooien!

JOKKE: 82/100

Invunche – II (Babylon Doom Cult Records 2019)
1. El vacío
2. Ciudad
3. Ruina
4. La puerta del sol
5. Asfalto
6. La machi
7. La sombra
8. Entre el mar y la montaña
9. Arena
10. Salvaje
11. El poder telúrico
12. El wekufe

Witches Brew – Witches Brew

We duiken nogmaals de diepe ondergrondse krochten van de Nederlandse extreme metal in, deze keer met de self titled demo van Witches Brew uit Nijmegen die vakkundig op tape wordt uitgebracht via Levertraan. Witches Brew is niet aan haar proefstuk toe, want er werden reeds vier voorgaande brouwsels gesoupeerd waarvan één tête-à-tête met Throw Me In The Crater. Opener “Wyrmsele” pruttelt misschien net iets té lang alvorens een vuile en ruige mix van black metal en sludge uit de diepte opborrelt. “One hand on the rose” laat de feedback welig tieren en beukt er serieus op los. De zware slagkracht van de basgitaar en de verwrongen vocalen hebben de jongens gemeen met onze landgenoten Alkerdeel, maar we horen ook de nodige invloeden van een Beherit of Discharge. “Ash and bone” sleept zich aanvankelijk op een sludgy doomtempo voort, maar daarna wordt er wat vuur bijgestookt om de dampende herrie aan de kook te brengen. “Stasis interrupted” smijt dan weer ouderwets hakkende drumritmes in de old-school herrie. In “Innse gall” krijgen we opnieuw een pruttelende smurrie voorgeschoteld waar enkel zwaar ronkende basdampen in te bespeuren vallen…een beetje eentonig en dit maar liefst acht minuten lang. Ik verwachte met het afsluitende “Loathsome worm” dan toch nog een brok nasmeulende teringherrie op mijn bord gesmeten te krijgen, maar opnieuw is dit eerder een soort van outro met overstuurde basklanken en minimalistische keyboards. Beetje jammer dat slechts minder dan de helft van dit dik half uur durende brouwsel uit “echte” nummers bestaat. Maar die paar songs die we dan toch te horen krijgen, klinken wel moddervet, hoewel de furie ten opzichte van de vorige tapes ook net iets minder is.

JOKKE: 79/100

Witches Brew – Witches Brew (Levertraan 2019)
1. Wyrmsele
2. One hand on the rose
3. Shadows on the wood
4. Ash and bone
5. Stasis interrupted
6. Innse gall
7. Loathsome worm

Kuar Nhial – Kuar Nhial

Achter de enigmatische bandnaam Kuar Nhial gaat een Gents trio schuil. De band bestaande uit gitarist Wouter Duprez, drummer/zanger Mathieu Mathlovsky en zanger/bassist Niels Brown is met dit gelijknamige debuut aan haar proefstuk toe, maar de heren deden ook reeds de nodige ervaring op bij o.a. Barst, Lichtschade, Vonnis, Orange Hill en The Tragedy We Live In. Het Gentse alom geprezen Consouling Sounds bood onderdak aan de band. De sonische output valt te situeren in de schemerzone tussen post-metal en black ofte post-black dus. De serene openingstonen van “Corvus” missen hun doel niet, maar al gauw schakelt het trio over naar rauwe post-metal om tenslotte in hoogste versnelling de black metal-kaart te trekken. Fijne vaststelling is dat interessante basloopjes Alkerdeelsgewijs een bepalende factor in het totaalgeluid vormen. Atmosferische passages en wilde uithalen wisselen mekaar af in “Nonam“, een nummer dat verder gedreven wordt door instinctmatig drumwerk. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat de eerder aan hardcore en sludge referende vocalen me persoonlijk minder liggen, maar dat is natuurlijk smaak. Gelukkig worden ze eerder sporadisch ingezet. “Spiraal” opent met een ferme black metal-riff en biedt meer ruimte voor mid-tempo atmosfeer, maar het is vooral “Lamantate” die met alle pluimen gaat lopen. Deze met allerhande effecten doorspekte instrumentale track ontpopt zich tot een psychedelische kopstoot waarin weids klinkende post-metal grandeur, ronkende baslijnen en repetitief, maar tegelijk ook opzwepend drumwerk elkaar versterken. Van black metal is hier geen sprake meer, maar dat vinden we allerminst erg. Een knappe debuut-EP die een mooie dwarsdoorsnede laat horen van wat Kuar Nhial ons in de toekomst nog allemaal kan bieden.

JOKKE: 79/100

Kuar Nhial – Kuar Nhial (Consouling Sounds 2018)
1. Corvus
2. Nonam
3. Spiraal
4. Lamantate

One Tail One Head – Worlds open worlds collide

Een klein jaar geleden liet One Tail One Head eindelijk een voorproefje horen van haar debuutalbum “World open worlds collide” via de “Firebirds“-single. Ondertussen stuurde de band uit Trondheim de boodschap de wijde wereld in dat het debuut, dat zo’n twaalf jaar na oprichting zou verschijnen, meteen ook haar zwanenzang zal zijn. Vooral op het podium zal dit zooitje ongeregeld gemist worden want ze speelden de concurrentie met hun energieke en dynamische spel toch meermaals naar huis. Het feit dat het kwartet regelmatig op mooie affiches prijkte zonder een écht noemenswaardige release onder de arm te hebben, wekte links en rechts wel wat afgunst op, maar ik denk nu niet dat ze daar ook maar één nacht slaap voor gelaten hebben. Op de tracklist van “Worlds open worlds collide” vinden we zowel meer primitieve, tien jaar oude nummers terug als recenter, meer atmosferisch werk. “Arrival, yet again” moet even op gang komen, maar spreidt na een minuutje de kracht van de band tentoon middels opzwepende black metal, dynamisch drumwerk en een zwaar ronkende bas die een stuwende kracht doorheen de ganse plaat vormt. De titeltrack rockt lekker weg, maar blijkt vooral ook het moment te zijn waarop zanger Afgrundsprofet – die we in andere gedaantes ook tegenkomen bij onder andere Mare, Ritual Death, Whoredom Rife, Darvaza en Behexen – zich vocaal kan uitleven en de meest bizarre keelklanken produceert. Ik heb het al menigmaal gezegd en herhaal het nog een laatste keer: de zwaar getatoeëerde frontman is één van de beste die er momenteel op onze aardkloot rondlopen. “Stellar storms” is met haar zeven minuten een vrij lang nummer naar One Tail One Head-normen en is progressiever van opzet, maar lijkt ook nooit écht ergens naartoe te gaan. Bovendien ben ik geen fan van de main riff die regelmatig terug opduikt, ook al doet ie me soms wat aan Turia denken. Geef me dan maar het prijsbeest “Firebirds” dat hier echter in ingekorte versie terug te vinden is vergeleken met de single-versie van vorig jaar, zonder atmosferisch eindstuk dus. “Rise in red” is een vet nummer in hetzelfde straatje, of zeg maar gerust donker steegje waarin een zekere vijandigheid op de loer ligt en waardoor de geur van dood en verderf waait. Tussen deze twee krakers horen we “Sordid sanctitude“, een instrumentale track die de atmosferische kaart trekt maar me weinig boeit en waarin de basgitaar té prominent aanwezig staat en alzo veel definitie van de gitaar wegneemt. Een euvel dat we meermaals op de plaat tegenkomen. “Passage” is vintage One Tail One Head waarin de basloopjes dan weer Alkerdeelsgewijs positief uit de primitieve riffmuur springen. “Summon surreal surrender” is het langste nummer dat de bende ooit geschreven heeft en mixt donkere energie en duistere atmosfeer op een positieve manier. Concluderend kan gezegd worden dat “Worlds open worlds collide” niet de kopstoot is geworden die ik had verwacht. Hiervoor weet de band niet altijd voldoende te overtuigen in de meer atmosferische stukken en verneukt de sound van de té prominent aanwezige bas de luisterervaring meermaals, ook al is ze één van de sterktes van de band. Wanneer One Tail One Head echter goed op dreef is in de meer rechttoe-rechtaan stukken wordt de energie van haar live performances op plaat geëvenaard.

JOKKE: 80/100

One Tail One Head – Worlds open worlds collide (Terratur Possessions 2018)
1. Certainly not
2. Arrival, yet again
3. Worlds open, worlds collide
4. Stellar storms
5. An utter lack of meaning, Hitherto unbeknownst, suddenly revealed
6. Firebirds
7. Sordid sanctitude
8. Rise in red
9. Passage
10. Summon surreal surrender

Celeste – Infidèle(s)

Leven in de Westhoek is meestal vrij eentonig, maar heel af en toe ook de moeite waard. Zo ook toen ik de verpletterende show van het Franse Celeste zag op Ieper Winter Fest in 2013, naast felbeminde namen als Alkerdeel en Amenra. Een tijd nadat ik kennis had gemaakt met het fenomenale “Misanthrope(s)” stelden de vier bewegende fietslichtjes live allerminst teleur. Met de nieuwe langspeler “Infidele(s)” is het verhaal hetzelfde: ik heb er lang naar uitgekeken, en mijn verwachtingen werden ingelost. Celeste vindt zichzelf noch het warm water opnieuw uit, maar levert als vanouds een meer dan degelijk album af. Dezelfde mix van hier eens meeslepende, dan weer rauwere black metal en sludge blijft centraal staan. Op de vraag of de band stagneert luidt het antwoord echter nee. De sound is voller en vooral meer gebalanceerd, wat in een nummer als “(I)” qua sound zelfs wat herinnert aan het Australische Spire (wat een debuut brachten die vorig jaar trouwens uit!). “Infidèle(s)” is, zoals hier bij Addergebroed wel vaker wordt gezegd, een album om in zijn geheel te luisteren. Hoewel er niet onverwacht weer heel wat repetitiviteit te bespeuren valt, houdt Celeste je gedurende bijna vijftig minuten in zijn greep zonder ook maar ergens aan intensiteit in te boeten. Vocaalgewijs wordt nauwelijks van de vertrouwde stijl afgeweken maar wat maakt dat uit als je zanger zo’n rauwe strot bezit? Toch heeft de band gelukkig niet ‘opnieuw hetzelfde album’ geschreven: men zet iets harder in op de sludgepassages en de blastbeat-uitbarstingen zijn iets sporadischer. Hoewel het never-change-a-winning-formula-idee in ere wordt gehouden klinkt dit werk volwassener – misschien een resultaat van het feit dat ze deze keer wél ruim te tijd genomen hebben in plaats van ongeveer elk jaar een album uit te brengen. Zij die de vroegere releases van Celeste appreciëren kunnen “Infidèle(s)” blindelings aanschaffen terwijl het album in termen van productie en het gemiddeld iets lager tempo hoogstwaarschijnlijk hun meest toegankelijk opus is tot nu toe. Hoewel dat laatste natuurlijk enorm relatief is.

CAS: 84/100

Celeste – Infidèle(s) (Denovali Records 2017)
1. Cette chute brutale
2. Comme des amants en reflet
3. Tes amours noirs illusoires
4. Sombres sont tes déboires
5. À la gloire du néant
6. Sotte, sans devenir
7. (I)
8. Entre deux vagues
9. De l’ivresse au dégoût
10. Sans Coeur et sans corps