alkerdeel

Witches Brew – Witches Brew

We duiken nogmaals de diepe ondergrondse krochten van de Nederlandse extreme metal in, deze keer met de self titled demo van Witches Brew uit Nijmegen die vakkundig op tape wordt uitgebracht via Levertraan. Witches Brew is niet aan haar proefstuk toe, want er werden reeds vier voorgaande brouwsels gesoupeerd waarvan één tête-à-tête met Throw Me In The Crater. Opener “Wyrmsele” pruttelt misschien net iets té lang alvorens een vuile en ruige mix van black metal en sludge uit de diepte opborrelt. “One hand on the rose” laat de feedback welig tieren en beukt er serieus op los. De zware slagkracht van de basgitaar en de verwrongen vocalen hebben de jongens gemeen met onze landgenoten Alkerdeel, maar we horen ook de nodige invloeden van een Beherit of Discharge. “Ash and bone” sleept zich aanvankelijk op een sludgy doomtempo voort, maar daarna wordt er wat vuur bijgestookt om de dampende herrie aan de kook te brengen. “Stasis interrupted” smijt dan weer ouderwets hakkende drumritmes in de old-school herrie. In “Innse gall” krijgen we opnieuw een pruttelende smurrie voorgeschoteld waar enkel zwaar ronkende basdampen in te bespeuren vallen…een beetje eentonig en dit maar liefst acht minuten lang. Ik verwachte met het afsluitende “Loathsome worm” dan toch nog een brok nasmeulende teringherrie op mijn bord gesmeten te krijgen, maar opnieuw is dit eerder een soort van outro met overstuurde basklanken en minimalistische keyboards. Beetje jammer dat slechts minder dan de helft van dit dik half uur durende brouwsel uit “echte” nummers bestaat. Maar die paar songs die we dan toch te horen krijgen, klinken wel moddervet, hoewel de furie ten opzichte van de vorige tapes ook net iets minder is.

JOKKE: 79/100

Witches Brew – Witches Brew (Levertraan 2019)
1. Wyrmsele
2. One hand on the rose
3. Shadows on the wood
4. Ash and bone
5. Stasis interrupted
6. Innse gall
7. Loathsome worm

Kuar Nhial – Kuar Nhial

Achter de enigmatische bandnaam Kuar Nhial gaat een Gents trio schuil. De band bestaande uit gitarist Wouter Duprez, drummer/zanger Mathieu Mathlovsky en zanger/bassist Niels Brown is met dit gelijknamige debuut aan haar proefstuk toe, maar de heren deden ook reeds de nodige ervaring op bij o.a. Barst, Lichtschade, Vonnis, Orange Hill en The Tragedy We Live In. Het Gentse alom geprezen Consouling Sounds bood onderdak aan de band. De sonische output valt te situeren in de schemerzone tussen post-metal en black ofte post-black dus. De serene openingstonen van “Corvus” missen hun doel niet, maar al gauw schakelt het trio over naar rauwe post-metal om tenslotte in hoogste versnelling de black metal-kaart te trekken. Fijne vaststelling is dat interessante basloopjes Alkerdeelsgewijs een bepalende factor in het totaalgeluid vormen. Atmosferische passages en wilde uithalen wisselen mekaar af in “Nonam“, een nummer dat verder gedreven wordt door instinctmatig drumwerk. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat de eerder aan hardcore en sludge referende vocalen me persoonlijk minder liggen, maar dat is natuurlijk smaak. Gelukkig worden ze eerder sporadisch ingezet. “Spiraal” opent met een ferme black metal-riff en biedt meer ruimte voor mid-tempo atmosfeer, maar het is vooral “Lamantate” die met alle pluimen gaat lopen. Deze met allerhande effecten doorspekte instrumentale track ontpopt zich tot een psychedelische kopstoot waarin weids klinkende post-metal grandeur, ronkende baslijnen en repetitief, maar tegelijk ook opzwepend drumwerk elkaar versterken. Van black metal is hier geen sprake meer, maar dat vinden we allerminst erg. Een knappe debuut-EP die een mooie dwarsdoorsnede laat horen van wat Kuar Nhial ons in de toekomst nog allemaal kan bieden.

JOKKE: 79/100

Kuar Nhial – Kuar Nhial (Consouling Sounds 2018)
1. Corvus
2. Nonam
3. Spiraal
4. Lamantate

One Tail One Head – Worlds open worlds collide

Een klein jaar geleden liet One Tail One Head eindelijk een voorproefje horen van haar debuutalbum “World open worlds collide” via de “Firebirds“-single. Ondertussen stuurde de band uit Trondheim de boodschap de wijde wereld in dat het debuut, dat zo’n twaalf jaar na oprichting zou verschijnen, meteen ook haar zwanenzang zal zijn. Vooral op het podium zal dit zooitje ongeregeld gemist worden want ze speelden de concurrentie met hun energieke en dynamische spel toch meermaals naar huis. Het feit dat het kwartet regelmatig op mooie affiches prijkte zonder een écht noemenswaardige release onder de arm te hebben, wekte links en rechts wel wat afgunst op, maar ik denk nu niet dat ze daar ook maar één nacht slaap voor gelaten hebben. Op de tracklist van “Worlds open worlds collide” vinden we zowel meer primitieve, tien jaar oude nummers terug als recenter, meer atmosferisch werk. “Arrival, yet again” moet even op gang komen, maar spreidt na een minuutje de kracht van de band tentoon middels opzwepende black metal, dynamisch drumwerk en een zwaar ronkende bas die een stuwende kracht doorheen de ganse plaat vormt. De titeltrack rockt lekker weg, maar blijkt vooral ook het moment te zijn waarop zanger Afgrundsprofet – die we in andere gedaantes ook tegenkomen bij onder andere Mare, Ritual Death, Whoredom Rife, Darvaza en Behexen – zich vocaal kan uitleven en de meest bizarre keelklanken produceert. Ik heb het al menigmaal gezegd en herhaal het nog een laatste keer: de zwaar getatoeëerde frontman is één van de beste die er momenteel op onze aardkloot rondlopen. “Stellar storms” is met haar zeven minuten een vrij lang nummer naar One Tail One Head-normen en is progressiever van opzet, maar lijkt ook nooit écht ergens naartoe te gaan. Bovendien ben ik geen fan van de main riff die regelmatig terug opduikt, ook al doet ie me soms wat aan Turia denken. Geef me dan maar het prijsbeest “Firebirds” dat hier echter in ingekorte versie terug te vinden is vergeleken met de single-versie van vorig jaar, zonder atmosferisch eindstuk dus. “Rise in red” is een vet nummer in hetzelfde straatje, of zeg maar gerust donker steegje waarin een zekere vijandigheid op de loer ligt en waardoor de geur van dood en verderf waait. Tussen deze twee krakers horen we “Sordid sanctitude“, een instrumentale track die de atmosferische kaart trekt maar me weinig boeit en waarin de basgitaar té prominent aanwezig staat en alzo veel definitie van de gitaar wegneemt. Een euvel dat we meermaals op de plaat tegenkomen. “Passage” is vintage One Tail One Head waarin de basloopjes dan weer Alkerdeelsgewijs positief uit de primitieve riffmuur springen. “Summon surreal surrender” is het langste nummer dat de bende ooit geschreven heeft en mixt donkere energie en duistere atmosfeer op een positieve manier. Concluderend kan gezegd worden dat “Worlds open worlds collide” niet de kopstoot is geworden die ik had verwacht. Hiervoor weet de band niet altijd voldoende te overtuigen in de meer atmosferische stukken en verneukt de sound van de té prominent aanwezige bas de luisterervaring meermaals, ook al is ze één van de sterktes van de band. Wanneer One Tail One Head echter goed op dreef is in de meer rechttoe-rechtaan stukken wordt de energie van haar live performances op plaat geëvenaard.

JOKKE: 80/100

One Tail One Head – Worlds open worlds collide (Terratur Possessions 2018)
1. Certainly not
2. Arrival, yet again
3. Worlds open, worlds collide
4. Stellar storms
5. An utter lack of meaning, Hitherto unbeknownst, suddenly revealed
6. Firebirds
7. Sordid sanctitude
8. Rise in red
9. Passage
10. Summon surreal surrender

Celeste – Infidèle(s)

Leven in de Westhoek is meestal vrij eentonig, maar heel af en toe ook de moeite waard. Zo ook toen ik de verpletterende show van het Franse Celeste zag op Ieper Winter Fest in 2013, naast felbeminde namen als Alkerdeel en Amenra. Een tijd nadat ik kennis had gemaakt met het fenomenale “Misanthrope(s)” stelden de vier bewegende fietslichtjes live allerminst teleur. Met de nieuwe langspeler “Infidele(s)” is het verhaal hetzelfde: ik heb er lang naar uitgekeken, en mijn verwachtingen werden ingelost. Celeste vindt zichzelf noch het warm water opnieuw uit, maar levert als vanouds een meer dan degelijk album af. Dezelfde mix van hier eens meeslepende, dan weer rauwere black metal en sludge blijft centraal staan. Op de vraag of de band stagneert luidt het antwoord echter nee. De sound is voller en vooral meer gebalanceerd, wat in een nummer als “(I)” qua sound zelfs wat herinnert aan het Australische Spire (wat een debuut brachten die vorig jaar trouwens uit!). “Infidèle(s)” is, zoals hier bij Addergebroed wel vaker wordt gezegd, een album om in zijn geheel te luisteren. Hoewel er niet onverwacht weer heel wat repetitiviteit te bespeuren valt, houdt Celeste je gedurende bijna vijftig minuten in zijn greep zonder ook maar ergens aan intensiteit in te boeten. Vocaalgewijs wordt nauwelijks van de vertrouwde stijl afgeweken maar wat maakt dat uit als je zanger zo’n rauwe strot bezit? Toch heeft de band gelukkig niet ‘opnieuw hetzelfde album’ geschreven: men zet iets harder in op de sludgepassages en de blastbeat-uitbarstingen zijn iets sporadischer. Hoewel het never-change-a-winning-formula-idee in ere wordt gehouden klinkt dit werk volwassener – misschien een resultaat van het feit dat ze deze keer wél ruim te tijd genomen hebben in plaats van ongeveer elk jaar een album uit te brengen. Zij die de vroegere releases van Celeste appreciëren kunnen “Infidèle(s)” blindelings aanschaffen terwijl het album in termen van productie en het gemiddeld iets lager tempo hoogstwaarschijnlijk hun meest toegankelijk opus is tot nu toe. Hoewel dat laatste natuurlijk enorm relatief is.

CAS: 84/100

Celeste – Infidèle(s) (Denovali Records 2017)
1. Cette chute brutale
2. Comme des amants en reflet
3. Tes amours noirs illusoires
4. Sombres sont tes déboires
5. À la gloire du néant
6. Sotte, sans devenir
7. (I)
8. Entre deux vagues
9. De l’ivresse au dégoût
10. Sans Coeur et sans corps

Utzalu – The loins of repentance

Utzalu is een extensie van de visies achter Urzeit – één van de vele andere bands van Vrasubatlat-oprichter R – zij het in een minimalistischer en ruwer black metal kader. Qua inspiratie wordt de mosterd gehaald bij de Franse schrijver Emile Zola en worden thema’s als verdorvenheid, overmoed, zelfvernietiging, wraak en meedogenloze lust bezongen. In het geval van Utzalu doet R het met drummer T; of het dezelfde vellenmepper als bij Dagger Lust betreft, weet ik niet. Wat ik wel weet, is dat de zeven songs van “The loins of repentance” tot het beste werk van Utzalu tot op heden behoren, want de demosongs overstegen de grijze middelmaat niet, voornamelijk door het voortdurend herkauwen van één-en-dezelfde riff en bijhorend drumpatroon. Na het nodige gepiep en gekraak gaat “Putrid aide-mémoire” over naar rauwe black ’n roll zoals we van Utzalu gewend zijn. Ook “Loins of rapine” ontpopt zich volgens hetzelfde stramien. In het aanstekelijke, punky “We don’t belong…he is alone” schemeren lichte Alkerdeel invloeden door en voor het eerst horen we in “Absent eyes” en “Fetid morality” eens wat blastende drums in plaats van boem-tsjak-boem-tsjak-ritmes wat de afwisseling ten goede komt. Afsluiter “Loins of repentance” is slepen van aard maar blijft té lang in dezelfde middelmatige repetitieve riff hangen terwijl “Bloodied gowns on cringed worms” van een mid-tempo start naar het einde toe toch alles losgooit. Door haar dynamiek is dit de beste song van de plaat. Met slechts zesentwintig minuten speeltijd voelt het wel wat overdreven aan om dit een langspeler te noemen, maar soit. Utzalu maakte een positieve ontwikkeling door, in de eerste plaats door het inbouwen van de nodige variatie. Dat juichen we toe!

JOKKE: 75/100

Utzalu – The loins of repentance (Vrasubatlat/Fallen Empire Records 2017)
1. Putrid aide-mémoire
2. Absent eyes
3. Bloodied gowns on cringed worms
4. Fetid morality
5. Loins of rapine
6. We don’t belong… he is alone
7. Loins of repentance

Iskandr – Zon

Het Nederlandse Haeresis Noviomagi liet in september twee nieuwe en sterk gelimiteerde releases los op de cassettemeerwaardezoeker; beide in een mum van tijd uitverkocht. De eerste tape werd op een oplage uitgebracht die zelfs de speelduur van de release niet overtreft. Het betreft het debuut van Paean die met “Bloemfontein” een monumentale zesentwintig minuten durende live drone/dark ambient track laat horen. Veel zinnigs kan ik hier niet over vertellen, maar wie deze genres wel kan waarderen, raad ik aan de song eens te checken. Duistere trip verzekerd! De tweede release is er één van Iskandr, een Nijmeegse éénmansband die hier nog niet zo lang geleden ook aan bod kwam met de eerste tape “Heilig land”. Hoewel beide songs die “Zon” vorm geven, op hetzelfde ogenblik als “Heilig land” werden opgenomen, beschouwt mastermind O ze toch als een aparte, doch complementaire release die tevens een voorbode vormt van wat nog komen zal. Zeventien minuten lang krijgen we obscure, rauwe en grauwe black metal te verteren die opvallend minder weids uitgesponnen is dan de songs op het debuut, maar daar staat dan weer meer dynamiek en een beklemmend gevoel van onbehagen tegenover. Minder Fell Voices; meer Alkerdeel zeg maar, hoewel er ook nog steeds iets van een Drudkh-achtig heidens gevoel in het riffwerk van “De hitte” doorschemert. In deze song wordt goed gas gegeven om halverwege naar mid-tempo regionen af te zakken waarbij de basgitaar een prominente rol opeist. Op “De beelden” verkent het tempo eerder doom-regionen waarbij de lage dronende riffs repetitief beukend op je gemoed inwerken. Het einde van deze song heeft dan weer iets van een majestueuze grandeur over zich. Laat je niet door de titel op het verkeerde been zetten, want het muzikaal gebodene klinkt pikzwart, doch met een sfeer die even verschroeiend is als de zon.

JOKKE: 79/100

Iskandr – Zon (Haeresis Noviomagi 2016)
1. De hitte
2. De beelden

 

Alkerdeel – Lede

Aan rare snuiters geen gebrek in België! Dan doel ik niet op paraplutrekkende politici of Molenbeekse jihadi’s, maar eerder orkestjes zoals Lugubrum, Kiss the Anus of a Black Cat en onzer grootste smerigvuldigheid: Alkerdeel. Na een resem splits is “Lede” alweer de 3de (bijna) full length na het in 2012 verschenen “Morinde“. Alkerdeel is nooit een band geweest die de traditionele paden bewandelt. Eerder nog hebben ze daar een uitgesproken schijt aan. Je mag dat laatste haast letterlijk nemen, daar ook protproza vertegenwoordigd wordt in het artwork op “Lede“. Hippe Franse teksten (of toch alvast de titels) horen bij een arty-farty band. Al krijg ik niet de neiging diep in iemands ogen te verdrinken na het aanhoren van “Regardez ses yeux” deel één, twee en drie. “Lede” klinkt vies, vuil en smerig. Vaneigens! De dreunende black metal is voorzien van een portie ziekelijk geschreeuw en de kicks vliegen je om de oren. Het grote verschil met een willekeurige black metalband is het innovatieve gebruik van de basgitaar. Vreemde, maar toch sfeervolle loopjes doorbreken het gedreun en brengen je in een soort vreemde zweverige stemming. Dat gedreun wordt trouwens ook doorbroken in het titelnummer van de plaat. In “Lede” weerklinkt een vette D-beat en wat Darkthrone riffage (wat meermaals een bron van inspiratie vormt). Even dacht ik zelfs dat Tompa aan het woord was. Afsluiter “Gråt deleenaf” verscheen eerder ook op de split met Nihill. Op zich een echte knaller, maar zonder deze track duurt “Lede” slechts 26 minuten – Vandaar een bijna full length. Op productioneel vlak hebben de heren het ook deze keer helemaal door. Zonder ook maar iets aan rauwheid in te boeten klinkt het kleinood nu ook nog vol en zwaar. Alkerdeel levert met “Lede” een heerlijk vies plaatje af: primitief, dreunend, repetitief – Maar nooit saai en op hun manier erg origineel. Driewerf hoera!

Flp: 89/100

Alkerdeel – Lede (ConSouling Sounds 2016)
1. Regardez ses yeux I
2. Regardez ses yeux II
3. Regardez ses yeux III
4. Lede
5. Gråt deleenaf