altare productions

Lampir – Awaiting the predatory dreamscape

In wat als haast als een hoogjaar voor de rauwe blackmetalscene kan beschouwd worden, mag een act als Lampir natuurlijk niet ontbreken. Deze Amerikaanse one-man band speelde zich in de kijker van de lo-fi verzamelaar middels een langspeler (“The alchemy of cursed blood” uit 2018) en een hele reutemeteut aan kleinere releases op maat van de underground zoals splits met de wel héél rauwe acts VVitchmoon en Flešš. Nu is het echter opnieuw tijd voor een uitgebreider muzikaal werkstuk dat de titel “Awaiting the predatory dreamscape” meekreeg, een eerste release die via het Portugese Altare Productions vereeuwigd zal worden. Het lijkt tegenwoordig haast terug een ongeschreven wet te zijn je zwartgallige underground blackmetalplaat met een synthetisch klinkende intro af te trappen. Ook hier is dat met de serene orgelklanken van “Stemming from the cosmic id” het geval en met “Disconnection from suppressed consciousness” wordt “Awaiting the predatory dreamscape” ook via een dungeon synthriedeltje uitgeluid. Daartussen blijven nog vijf nummers over die bulken van de misantropische dichtgeplamuurde black waarvoor Lampir gekend staat. De getormenteerde screams en ijle shrieks doen de koude rillingen over je rug lopen terwijl de basis uit ietwat repetitieve grofkorrelige gitaarriffs bestaat die als een roestige zaag je vel opensnijden en dit ondersteund door simpel maar effectief (geprogrammeerd?) drumwerk dat nergens van plan is snelheidsrecords te breken. De gevoelens die dit werkje bij ons opwekken zijn er allesbehalve van vitaliteit en levenslust. Deze tweede full-length kreeg zonder twijfel de beste productie in de geschiedenis van de band mee, maar verwacht nu wel geen afgelikte sound want Lampir blijft natuurlijk rauw en ongemakkelijk klinken. Het oudere werk vond ik niet bijster speciaal klinken en ook nu moet Lampir het met gemak afleggen tegen een genregenoot als Lamp Of Murmuur, maar tot op heden is “Awaiting the predatory dreamscape” wel ’s mans meest kwalitatieve output.

JOKKE: 75/100

Lampir – Awaiting the predatory dreamscape (Altare Productions 2020)
1. Stemming from the cosmic id (Prelude)
2. The final mask of time
3. In the predatory dreamscape…
4. Vitality & virtue
5. Sexual negativity
6. The embodied secret
7. Disconnection from suppressed consciousness (Epilogue)

Void Prayer – The grandiose return to the void

U denkt misschien dat we bij Addergebroed aandelen hebben in de toeristische dienst van Bosnië-Herzegovina, maar feit is gewoon dat het daar momenteel een broeihaard voor rauwe undergroundblack is. Niteris, Obskuritatem, Sulphuric Night en ook dit Void Prayer zijn namen die hier al passeerden, die laatste toen we hun split met Nefarious Spirit onder de loep namen. Void Prayer (dat startte als Cave Ritual) is een kwartet waarvan de leden bij zowat elke band van de Black Plague Circle bijklussen en met “The grandiose return to the void” zijn we bij hun tweede langspeler aanbeland, de eerste sinds het vertrek van zanger K. De vocale honneurs worden nu waargenomen door O., de drummer van Void Prayer en het mastermind achter Sulphuric Night. Van de vijf nummers die we op deze plaat aantreffen, stammen de eerste drie van de “L’Appel du vide” demo uit 2019 die opniew opgenomen werden. Het met piano en spookachtige synths ingezette “The poetics of absence” en het meer dan tien minuten durende titelnummer zijn gloednieuwe composities. Wie debuut “Stillbirth from the psychotic void” kent, zal misschien verbaasd zijn over het geluid dat de Bosniërs nu brengen, want de lo-fi, pure, repetitieve en eerder eenvoudige black die we toen te horen kregen heeft plaats geruimd voor een heel ander geluid dat wat technischer en gecompliceerder klinkt, en ook productioneel gezien wordt serieuze vooruitgang geboekt. Er wordt tevens middels beklijvende en meeslepende gitaarleads een heuse portie melodie in de nummers geïnjecteerd, maar een zekere triomfantelijkheid is nog steeds aanwezig, net zoals onze aanbidders van de grote leegte ook niet verleerd zijn een somber gevoel in hun muziek te leggen. Laat varen alle hoop, gij die hier binnen treedt! Dynamischer drumwerk, bedwelmende baslijnen en een veelzijdige, rituele vocale aanpak noteren we ook. De band schuift wat meer op richting een occulte/orthodoxe aanpak, maar weet wel sterke en overtuigende songs te brengen. Void Prayer lijkt op papier dus voor een toegankelijker geluid gekozen te hebben, wat deels ook zo is, maar van uitverkoop is hier hoegenaamd geen sprake. Sterke release!

JOKKE: 85/100

Void Prayer – The grandiose return to the void (Black Gangrene Productions/Altare Productions 2020)
1. Being-Towards-End
2. L’Appel du vide
3. N N N
4. The poetics of absence
5. The grandiose return to the void

Candelabrum/Sulphuric Night – Death slumbers amidst the ruins

Portugezen en Bosniërs schieten precies goed op met elkaar, zeker in het rauwe blackmetalwereldje. Onlangs passeerde hier reeds een alliantie tussen Obskuritatem en Nidernes, nu is het de beurt aan het Portugese Candelabrum en het geweldige Sulphuric Night uit Bosnië Herzegovina, wiens debuutlangspeler “Forever cursed” we pas dit jaar oppikten, anders had die ongetwijfeld in de 2019 jaarlijst gepreken. Candelabrum kwam reeds eerder aan bod toen we een (positief) oordeel velden over diens tweede full-length “Portals” uit 2018. De 10″ split “Death slumbers amidst the ruins” is het eerste nieuwe teken van beide bands, die voor de gelegenheid beide een compositie van om en bij de tien minuten afleveren. Candelabrum bijt de spits af en is alvast de meest lo-fi klinkende van de twee. Het benauwde, enge gevoel dat “The labyrinth of mist (Into the oracle)” uitstraalt past eigenlijk perfect bij de titel van de split moet ik zeggen. De teneur is doods, de atmosfeer ronduit akelig, het tempo sleept zich repetitief en stapvoets voort, de melodielijnen klinken hypnotiserend en zinderend, de basgitaar eerder zompig en winderig, de keyboards triomfantelijk en de vervormde zwaar door de mangel gehaalde vocalen…daar moet je haast tot op het einde voor wachten. Candelabrum lijkt hier wat meer terug te grijpen naar diens demoperiode en levert heerlijk verslavend spul voor de liefhebbers van lo-fi black aan. Sulphuric Night blikt gelukkig niet met een melancholische bril terug op diens demodagen want het oudste spul dat op de “Arcane monoliths of triumphant death“-compilatie prijkt, is – dankzij het haast ontbreken van een productie- geen spek voor onze bek. Daar waar Candelabrum’s bijdrage eerder de vorm van een lugubere cinematografische soundtrack aanneemt, gaat Sulphuric Night voor een meer standaard aanpak. “To the cobwebs of non-existence (Death awaits)” sluit vrij goed aan bij het materiaal van het debuut, klinkt alleen een tikkeltje ruwer en is wat meer uitgesponnen qua speelduur. De pakkende gitaarmelodieën zijn weer om van te smullen en de snellere partijen klinken lekker opzwepend. Bandbrein O. stond er niet alleen voor, maar liet zich bijstaan door bassist/keyboardspeler A. (Niteris, Void Prayer, Vrač) en om de link met Portugal nog meer daadkracht bij te zetten, werd Sataere van labelgenoten Inthyflesh ingeschakeld om een potje te komen meek(w)elen. Volgens mij neemt hij de heldere verhalende vocalen aan het begin voor zijn rekening. De dynamiek zit goed want desondanks dat deze compositie een tikkeltje langer klinkt dan die van Candelabrum, heb je helemaal niet het gevoel naar een tien minuten durende song te luisteren. Geslaagde split die zo wat het beste van de Portugese en Bosnische blackmetalonderwereld op één plak gitzwarte wax verenigt.

JOKKE: 83/100 (Candelabrum: 82/100; Sulphuric Night: 84/100)

Candelabrum/Sulphuric Night – Death slumbers amidst the ruins (Altare Productions 2020)
1. Candelabrum – The labyrinth of mist (Into the oracle)
2. Sulphuric Night – To the cobwebs of non-existence (Death awaits)

Nahtrunar/Hesychia – Split

Toen ik bovenstaande split in talrijke online shops zag verschijnen, klikte ik deze zonder verpinken in mijn winkelkarretje. Hesychia deed dan wel geen belletje rinkelen, het Oostenrijkse Nahtrunar kan in mijn ogen niet veel verkeerd doen. Toen bleek dat de vinylversie erg karig met info was (eigenlijk enkel vermelding van de bandnaam en songtitels) ging ik online verder op zoek naar dat mysterieuze Hesychia. Vreemd, de zoekfunctie op Metal Archives leverde niets op. Zou het dan om een kakelverse band gaan? Niets van dat, Hesychia blijkt een dark ambient project te zijn van ene Arthur Rosar (dank u Discogs!) die een verleden als zanger bleek te hebben bij Abigor en de platen “Fractal possession” en “Time is the sulphur in the veins of the saint – An excursion on Satan’s fragmenting principle” in zong. “Op zich wel interessant zo’n split met een black metal en dark ambient kant”, dacht ik “hoewel dat laatste ook garant kan staan voor weinig omvattend geneuzel en gekabbel”. Wanneer de naald zakt, maak ik kennis met “Nacht” een twintig minuten durende compositie van Nahtrunar. Het duurt even alvorens de nietszeggende ambient-intro overslaat naar beklijvende tremolo picked riffs die op ons afgevuurd worden te midden van de second wave black metal waarmee deze Oostenrijkse eenzaat ons al twee demo’s en drie langspelers lang bestookt. De gitzwarte melodieën weten ons te raken in het diepste van ons hart en nemen regelmatig een Negative Plane-achtige old-school vorm aan, maar evengoed leunen ze naar heavy metal-achtige melodieuze epiek toe. Uiteindelijk mondt deze kolossale compositie in duistere ambient uit om ons alvast voor te bereiden op het tweede luik van deze split. Kant A rechtvaardigt de aanschaf al, oef! Over naar kant B voor “Licht“, opnieuw een werkstuk van ruim twintig minuten dat ondanks wat de titel laat vermoeden misschien nog meer duister is uitgevallen dan de zwartmetalen klanken die we reeds te verwerken kregen. Hesychia levert een erg bevreemdende compositie af die echter zo dermate goed van de ene naar de andere passage vloeit, dat het een soort van soundtrack voor een deprimerende kortfilm zou kunnen zijn. Alle ingrediënten voor een innemende rit naar de donkerste krochten van je ziel zijn aanwezig: gaande van een triomfantelijk klinkende introductie met blazers en paukenslag over spookachtige soundscapes met vervormde zang en beats tot huiveringwekkende noise. Nadien gaat deze ruwe climax over in berustende heldere klaagzang die wel wat weg heeft van Amenra’s Colin H. van Eeckout en pikzwarte dark ambient die een omineuze atmosfeer à la Sembler Deah creëert. Maar er schijnt, zoals het artwork laat zien, ook wel een hoopgevend lichtpunt doorheen de duisternis, en dat bij zowel Nahtrunar als Hesychia. Conclusie: erg geslaagde split die, ook al ben je net als ik misschien niet de grootste liefhebber van ambient, veertig minuten lang weet te beroeren. Straffer nog, Hesychia heeft me zelfs nog net iets meer weten te imponeren dan Nahtrunar.

JOKKE: 83/100 (Nahtrunar: 82/100 – Hesychia: 84/100)

Nahtrunar/Hesychia – Split (Altare Productions 2020)
1. Nahtrunar – Nacht
2. Hesychia – Licht

Candelabrum – Portals

Liefhebbers van Portugese groezelige lo-fi black hebben ongetwijfeld werk van Black Cilice in hun platenkast en op hun Instagram-pagina staan, maar ook landgenoot Candelabrum zou geen onbekende meer mogen zijn. De trage black van de drie demo’s bevatte zowel een majestueuze als morbide atmosfeer, terwijl het debuut “Necrotelepathy” een pak rauwer klonk, maar mij niet over de streep kon trekken door de knullige uitvoering. Nu is er “Portals” waarop de blauwdruk van de voorganger doorgetrokken wordt, maar we wel een betere sound (hoewel nog steeds lo-fi) en uitvoering horen. Vermits “Towards death” een intro is, bevat “Portals” slechts drie volwaardige songs waarvan “The axis of existence” en “Death enthroned in white marble – Part I, II & III” respectievelijk wel op tien en zestien minuten afklokken. Wat me vooral positief bevalt zijn de vocalen die minder hysterisch en lager qua toonaard klinken en minder vooraan in de mix zitten. Wat betreft de muziek zijn grimmige riffs en repetitieve maar sfeervolle keyboards innig met mekaar verstrengeld en door de basic aanpak komt er geen moeilijkdoenerij aan te pas. In het kortere “Dusk, poisoner of souls” nemen de keyboards het voortouw en katapulteren ze ons terug naar de Noorse oerdagen van het genre, hoewel de basismelodie soms wat lang blijft hangen. De lange afsluiter is uit drie delen opgebouwd en blijft de volle zestien minuten boeien doordat verschillende tempo’s de schwüng erin houden. “Portals” is de eerste Candelabrum plaat die ik besliste aan te schaffen en is uitstekend voer voor liefhebbers van lo-fi undergroundspul.

JOKKE: 81/100

Candelabrum – Portals (Altare Productions 2018)
1. Towards death
2. The axis of existence
3. Dusk, poisoner of souls
4. Death enthroned in white marble – Part I, II & III

Vilkacis/Turia – Split

Vol ongeduld keken we bij Addergebroed uit naar de enige tijd geleden aangekondigde split tussen Vilkacis en Turia, twee goedbewaarde geheimen uit de respectievelijke Amerikaanse en Nederlandse ondergrond. We hebben vijf jaar moeten wachten op de recent verschenen tweede langspeler “Beyond the mortal gate” van Vilkacis, maar Michael Rekevics had blijkbaar nog heel wat lekkers in zijn mouw zitten getuige deze twee nieuwe tracks. Momenteel zit deze held trouwens in de studio voor de opnames van de tweede Vanum plaat; opnieuw iets om reikhalzend naar uit te kijken. Vilkacis houdt vast aan traditionele black metal maar brengt die met een zelden geziene passie en gedrevenheid. Die triomfantelijke, eerder Oost-Europees aandoende insteek is vanaf de eerste noten van “In the night’s grip” weer onmiskenbaar aanwezig in de snelle en rauwe black die negen minuten lang bulkt van het klaroengeschal, hoewel deze strijdlustige tonen met een gitaar opgewekt worden. Lijnrecht tegenover die gevoelens van suprematie en onoverwinnelijkheid staan tragedie en melancholische treurnis, een ander aspect dat in Vilkacis’ muziek ingebakken zit en naar voor komt in het tragere “Final march into flame“, waarover een weemoedig aura gedrapeerd is dat nog extra in de verf gezet wordt middels de epische koorzang in de finale van het nummer. Over naar kant B. Het tot het enigmatische Haeresis Noviomagi-label behorende Turia gooide vorig jaar hoge ogen met “Dede kondre” en laat opnieuw horen dat ze één van de meest verfrissende en unieke acts uit de florerende Nederlandse black metal scene zijn. “Tuchtroede” is nog maar net uit de startblokken geschoten of de psychedelische, Indisch-aandoende melodieën die in het grimmige riffwerk verborgen zitten, laten overduidelijk horen dat Turia hier aan het werk is. Deze experimentele insteek en het feit dat hun furieuze black geïnjecteerd is met psychedelische rock (zoals in “Spiegel der eenvoudige zielen” dat naadloos aansluit op het eerste nummer), leidt tot deze uit-de-duizenden-herkenbare sound. Tekstueel gezien haalde Turia de mosterd bij de geschriften van Margareta Porete, een Franse mysticus uit de 13de en 14de eeuw. Door haar autonome eenheid met het goddelijke, en het omzeilen van het patriarchale gezag van de kerk, werd ze als een ketter beschouwd en vervolgens verbrand op de brandstapel. Deze split is een absolute aanrader voor fans van beide bands! We trokken eerder deze week al een paar welverdiende “negens” uit onze scorekast, en doen er daar met deze release nog twee bovenop.

JOKKE: 90/100 (Vilkacis: 90/100 – Turia: 90/100)

Vilkacis/Turia – Split (Altare Productions/Haeresis Noviomagi/Psychic Violence 2018)
1. Vilkacis – In the night’s grip
2. Vilkacis – Final march into flame
3. Turia – Tuchtroede
4. Turia – Spiegel der eenvoudige zielen