lugubrum

Paragon Impure – Sade

English review can be seen below the music video for “Sade III – Mors in excelsis deo” underneath this review in Dutch.

De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Dertien jaar na “To Gaius (For the delivery of Agrippina)” brengt Paragon Impure haar langverwachte tweede langspeler uit. Reeds in 2008 werd begonnen aan een opvolger voor het – door velen bejubelde – debuut, maar ontevredenheid over het resultaat deed de muziek, die onder de werktitel “The fall of man” opgenomen werd, in de vuilbak belanden. Dat bleek nu echter eerder de diepvries te zijn want “Sade” is een herwerking van het oude ontdooide concept. De ondertitel van de plaat is “Of virtue and vice“; het betreft hier – voor wie het nog niet wist – dus een hommage aan viespeuk extraordinaire Markies de Sade. Geen Romeinse toestanden deze keer maar beschrijvingen van de sadistische en pornografische werken en het leven van deze welbesproken figuur uit de Franse literaire geschiedenis. Daar waar “To Gaius” een vrij directe aanpak had en het geluid van de Darkthrone-klassiekers “Under a funeral moon” en “Transilvanian hunger” eerde, klinkt “Sade” alvast een pak moderner met dank aan PJ Turlinckx van A Thousand Sufferings die aan de draaiknoppen zat en Jérémy Bézier (Emptiness, ex-Enthroned) van de Blackout Studio die de mastering verzorgde. Verder horen we lichte en meer toegankelijke Deathspell Omega-dissonantie in het gitaarwerk terug zonder dat er al té technisch en ingewikkeld gemusiceerd wordt. De haat in Noctiz zijn vocalen lijkt een beetje weggeëbd te zijn en plaats te hebben gemaakt voor meer variatie zoals we die ook horen bij de hedendaagse orthodoxe en occulte black metal bands zoals Ofermod. Bovendien is er ook meer plaats voor muzikaliteit, dat wordt al meteen duidelijk bij het inleidende “Introduction to the divine marquis“. De toegenomen muzikaliteit heeft echter geen invloed op het tempo van de plaat want Paragon Impure trekt nog steeds snel en hard van leer en vliegt dankzij het sterke en strakke drumwerk van Svein (Lugubrum) nergens uit de bocht. De eerste noten van het negen minuten durende “Juliette, queen of vice” maken al meteen een toppertje van deze song die een sterke dynamiek kent en meermaals knappe gitaarloopjes laat horen. “Mors in excelsis deo” klinkt aanvankelijk iets meer als oude Paragon Impure, maar wordt ook al snel muzikaler en “Repentence of a dying libertine” is een nummer waarin allerlei op de achtergrond verborgen elementen een meerwaarde aan het nummer geven. “Philosophy in the bedroom” klinkt als het meest technische/progressieve nummer waarin naast heel wat melodie ook een zekere thrash-vibe vervat zit en de basgitaar anders dan gewoonlijk ingevuld wordt. “The final passion, or the passion of hell” sluit de plaat op meesterlijke wijze af. Tomeloze agressie en akelige ingetogen stukken maken middels puike instrumentbeheersing en adembenemende passie twaalf minuten lang het mooie weer. “To Gaius” is mijn persoonlijke numero uno wat betreft vaderlandse black metal platen. Van tevoren lag de lat dus héél hoog en was ik erg benieuwd of het debuut overtroffen zou kunnen worden. “Sade” is in elk geval een plaat die, in tegenstelling tot “To Gaius“, heel wat luisterbeurten vraagt alvorens haar gruwelijke geheimen prijs te geven. Na enkele maanden te hebben gerijpt, ben ik van mening dat “Sade” een erg waardige opvolger is geworden, die door de meer dissonante, progressieve en orthodoxe invloeden misschien wel niet alle liefhebbers van het debuut zal kunnen bekoren. Maar dat zal Noctiz waarschijnlijk toch worst wezen. Hulde aan de man om ons na al die jaren toch nog met deze dijk van een plaat te verblijden!

JOKKE: 90/100

Paragon Impure – Sade (Ván Records 2018)
1. Introduction to the divine marquis
2. Juliette, queen of vice
3. Mors in excelsis deo
4. Repentence of a dying libertine
5. Philosophy in the bedroom
6. The final passion, or the passion of hell

Hell must have frozen over. Thirteen years after the release of “To Gaius (For the delivery of Agrippina)”, Paragon Impure reveals their long-awaited second full length. As far back as 2008, the band started writing a successor to the – heavily praised – debut, yet discontentment about the result made sure the music, recorded under the working title “The fall of man”, received a one way ticket to the trash can. That trash can however seems to have been more of a fridge, since “Sade” is a revision of the old, thawed concept. “Of virtue and vice” is the sub-title, so the album is – for those who weren’t aware yet – a homage to pervert extraordinaire Marquis de Sade. Contrary to the Roman thematics of the debut, Paragon Impure offers descriptions of sadistic and pornographic works and the life of the most notorious figure from French literature. Contrary to “To Gaius”, which sounded pretty straightforward and was a homage to the sound of Darkthrone-classics such as “Under a funeral moon” and “Transilvanian hunger”, “Sade” has been blessed with a more modern sound thanks to the mixing skills of PJ Turlinckx (A Thousand Sufferings) and Jérémie Bézier (Emptiness, ex-Enthroned) who took care of mastering duties in his Blackout Studio. Musically speaking we hear a slight, and maybe more accessible, Deathspell Omega-like dissonance in the guitars, without getting lost in all too complex technicalities. The hate that previously characterized Noctiz’ vocals seems to have lessened in favour of more variation in the vein of modern orthodox and occult black metal bands such as Ofermod. There’s also more room left for musicality, which already becomes clear in the opening track “Introduction to the divine marquis”. This increase in musicality however doesn’t affect the overall pace of the album, since Paragon Impure still punches hard and fast yet never spins out of control due to the tight drumming of Svein (Lugubrum). The first few notes of the nine-minute long “Juliette, queen of vice” already raise the bar of a song that exhibits strong dynamics and a few neat guitar-loops. With “Mors in excelsis deo”, Paragon Impure initially reawakens the spirit of the debut album, yet becomes musically more diverse and where “Repentance of a dying libertine” is concerned there’s a lot of hidden elements to be found in the background of the sonic landscape, pushing the track to newer heights. The most technical/progressive track then would be “Philosophy in the bedroom”, which exudes a certain thrash-vibe, contains a lot of melody and reserves a different role than usual for the bass guitar. “The final passion, or the passion of hell” concludes the record in a masterful way. Prime instrumentation and breath-taking passion fill up twelve minutes of unbridled aggression and haunting and dismal subdued passages. “To Gaius” is my personal number one record concerning Belgian black metal, so I was curious if Paragon Impure would be able to top their debut. In any case, “Sade” is an album that requires, contrary to “To Gaius”, a lot of spins before revealing its dreadful secrets. After having spun the record multiple times during the past 3 months, “Sade” convinced me to be a very worthy successor that due to the progressive and orthodox influences might not win over all the fans from the first hour, but Noctiz himself probably couldn’t be bothered less. Praised be the man who, after all these years, still gladdens us with this monolith of an album!

JOKKE: 90/100 (review written by Cas)

Paragon Impure – Komt nooit meer terug in de vorm dat het eens had

Paragon Impure mag misschien dan maar één volwaardig album uitgebracht hebben, het was een Belgische topper in het black metal genre en dat zal niet snel veranderen. De laatste jaren is er echter heel wat nieuws aangekondigd, maar dat alles stierf een stille dood. Hoe zit het nu eigenlijk met Paragon Impure? Aan het woord is bezieler Noctiz. (fLP)

Laten we onmiddellijk aanvallen met wat iedereen wil weten. Waarom heeft Paragon Impure er destijds de brui aan gegeven?
Na de opnames van “The fall of man” verloor ik de zin om verder tijd te investeren in Paragon Impure. Wat ooit aanvoelde als een monster van een geesteskind waarin ik visie, inspiratie en agressie kwijt kon, leek niets meer dan een ziek zorgenkindje te worden dat constant door het achterhoofd spookte en geen enkele voldoening meer gaf. Tevens had ik de voeling met de black metal scene volledig verloren en besloot bijgevolg definitief een punt te zetten achter mijn actieve bijdrage. Mijn creativiteit en (langzaam afnemende) drang om te musiceren kon ik kwijt bij Lugubrum (ADDERGEBROED: Noctiz speelt bas bij Lugubrum), en dat is nog steeds het geval. Paragon Impure komt nooit meer terug in de vorm dat het eens had; of er uit de as ooit iets zal herrijzen zal de toekomst uitwijzen. Ik zou er echter mijn zinnen niet opzetten. Ik steek niet onder stoelen of banken dat ik een andere mens geworden ben. Het vaderschap heeft een drastische invloed gehad op mijn visie en gemoedsgesteldheid, en omdat ik op professioneel vlak ook meer uurtjes klop dan toen ik 20 was rest me weinig vrije tijd om ongestoord te werken aan een album. Nogmaals, mijn passie voor black metal (in de vorm dat Paragon Impure het bracht) is zo goed als uitgedoofd en de schaarse momenten dat ik een instrument in handen neem opteer ik voor ontspanning en (bizar) vermaak (met Lugubrum).

Je hebt al erg lang “The fall of man” gereed, maar weigert die uit te brengen. Waarom? Muzikaal deed het me niet meer aan Paragon Impure denken, maar eerder aan bands zoals Ascension. Bang voor reacties van de doorwinterde black metal freak? Hoe kijk je nu terug op “To Gaius!“?
Bang voor reacties van de doorwinterde Black Metal freak? Hmm, je zou beter moeten weten. Ascension ken ik vaag, maar het is zeker geen band waarmee ik Paragon Impure zou relateren of vergelijken. Ik heb Paragon Impure zelf nooit vergeleken met een andere band. Wel moet ik toegeven dat ik ten tijde van “To Gaius!” verzot was op de sound van “Under a funeral moon“, met name op het gitaar- en stemgeluid. Darkthrone, één van de weinige bands waarvan ik het hele oeuvre nog steeds weet te appreciëren, heeft zo een onmiskenbare stempel gedrukt op het album. Ik was 17 toen ik “To Gaius!” schreef. Het was mijn eerste poging een album te creëren waarvan ik zelf écht fan van zou kunnen zijn, mocht het door een andere band uitgebracht worden. Het moest een waardig debuut worden. Een instant classic. Ruw, grim, eenvoudig doch boeiend van begin tot einde. Of ik daar in geslaagd ben laat ik over aan de luisteraar, maar To Gaius! is het enige album van eigen hand dat ik na al die jaren nog regelmatig beluister, en waarvan ik kan genieten ook al is mijn muzikale smaak sterk geëvolueerd. “The fall of man” moest mijn magnum opus worden. Zeker niet zomaar het tweede album van Paragon Impure. Het zou een plaat worden dat mij als artiest tot het uiterste van mijn kunnen zou drijven. Dé (black metal) plaat van mijn leven. Maar het liep mis…Om een lang verhaal kort te maken: toen het einde van het opnameproces in zicht was kreeg ik twijfels. Ik was niet tevreden genoeg. Het gaf me niet de kick dat “To Gaius!” leverde toen ik dat album voltooide. Met alle respect voor Henne, die ik altijd dankbaar zal blijven voor de steun en inspanningen die hij leverde voor Paragon Impure, de drumtracks waren niet van het niveau waarop ik gerekend had. Deels omdat ik te veeleisend was, deels omdat we gewoon te weinig geoefend waren voor de studio. Ik staarde me blind op details, ergerde me aan schoonheidsfoutjes, en ik verloor de hoop en zin om het project tot een goed einde te brengen. Zang heb ik zelfs niet meer opgenomen,… Spijtige zaak, maar de tijd heelt de wonden. Waarom gewoon niet herbeginnen? Enerzijds omdat ik de moed en tijd er niet voor heb, anderzijds omdat mijn muzikale smaak en visie te ver afwijken van de stijl en concept van “The fall of man“. Het zou aanvoelen als een huis renoveren waarin je niet meer wil wonen.

Tevens werd voor Under the Black Sun enkele edities geleden jullie zeer exclusief optreden gecanceld. Anticipeer!
Gebrek aan motivatie. Na het laatste optreden in Desselgem met DNS en Enthroned had ik het wel gehad. In de beginjaren leek ik wel bezeten op podium. Verheven. Ik ging echt volledig op in het moment, of ik nu voor 30 man speelde of een volle zaal. Dat overweldigende en verslavende gevoel ben ik kwijt geraakt. Live spelen met Paragon Impure heb ik nooit als “fun” of ontspannend ervaren. Het was altijd een uitputtende opdracht. Ik was achteraf kapot en blij dat ik naar huis kon. Aan zuipen en blijven plakken had ik op zo’n avond nooit behoefte, wel integendeel. Dus, tot grote spijt van de rest van de live bezetting, heb ik UTBS afgezegd en mezelf beloofd nooit nog op te treden met Paragon Impure. Het loonde gewoon de moeite niet. Tussen haakjes, met Lugubrum is dit een heel ander verhaal. Ik zou met hen elke week op een podium kunnen staan. Amusement gegarandeerd, gelijk onder welke omstandigheden. Vooral het recentere, zeer afwisselend materiaal is erg aangenaam om te spelen en komt live dan ook véél beter tot zijn recht dan de vrij monotone stijl van Paragon Impure.

In feite, ik kan me enkele optredens van jullie voor de geest halen, maar aangezien er nergens een opsomming te vinden valt, kan jij even meedelen waar en wanneer jullie overal gespeeld hebben als dat mogelijk is.
Ik heb geen zin om data op te zoeken of een opsomming te maken, maar de meest gedenkwaardige optredens moeten tijdens de minitour met Shining geweest zijn. Leuke anekdote: op de eerste avond in De Baroeg te Rotterdam liep het mis tijdens het openingsnummer van Shining. De toenmalige gitarist John Doe (Craft) was zodanig onder invloed dat hij zijn gitaar tijdens de eerste riffs volledig ontstemde en aan de knopjes van zijn effectenbox begon te draaien, tot grootste frustratie van frontman Niklas. Er ontstond op podium onderling wrevel en algauw sloeg John zijn Gibson SG aan diggelen, gevolgd door de Marshall amphead die wij voorzien hadden. Daar kon onze goede vriend en chauffeur Joeri niet mee lachen en vloog het podium op om John te “bedaren”, en te checken of de amp de klap overleefd had. Na het betere duw- en trekwerk vloog Joeri’s linkse richting de bezopen kop van John. End of story, althans, zo dachten we,… Shining verliet arrogant het podium en het publiek diende hen van terechte repliek. Joeri, die een beetje aangedaan leek, zocht ons op en vertelde twijfelend dat hij een probleempje had. Ik dacht al dat ik stront rook. Joeri had uit pure koleire zijn broek vol gescheten toen hij uithaalde naar John. Hij besloot dan ook wijselijk zijn onderbroek – of wat ervan over bleef – te verwijderen en op te hangen in de damestoiletten. De ochtend nadien zijn we met z’n allen gezellig gaan shoppen bij de lokale H&M voor een nieuwe jeans, ter vervanging van de besmeurde. Eens gearriveerd op onze volgende bestemming zochten de nuchtere poesjes van Shining ons met kleine oogjes op om het goed te maken, zij waren immers afhankelijk van onze backline. Verder een topavond gehad in Leeuwarden, zonder twijfel ons meest intense optreden ooit.

Zat je eveneens niet achter Target: Earth Productions? Waarom ben je daarmee gestopt?
Klopt. Toen ik 17 was heb ik Pestilence Records uit de grond gestampt, in alle eerlijkheid, om een oneerlijk centje bij te verdienen. Het duistere zaakje draaide goed en financierde allerhande folietjes. Later had ik geen zin meer om pakketjes te maken in mijn eentje en besloot ik een vriend te betrekken. We hadden een deal met Urfaust voor een split met Circle of Ouroborus  en we wouden het iets groter aanpakken. Pestilence Records werd Target:Earth Productions en een dik jaar later verloren we beiden onze goesting. De verkoop was trouwens gekelderd; ofwel waren hun centjes op, ofwel vonden black metal fans hun weg naar gratis digitale alternatieven. Ik was ondertussen gestopt met mijn studies en had geen nood meer aan een zure bijverdienste. That’s it.

Wat vind je trouwens van de hedendaagse black metal scene? Is er nog wat tussen wat je weet te appreciëren of ben je het hele gedoe wat beu? Destijds toen je in Verloren speelde, deden er ook heel wat verhalen de ronde, vooral over zanger Verderf en zijn nogal irritant gedrag. Voor mij komt integriteit van binnenuit en is uiterlijk vertoon niet de maatstaf. Hoe sta jij er tegenover?
Ik ben slecht op de hoogte van de black metal scene, zeker wat nieuwkomers betreft. Enkele ouwe getrouwen blijf ik wel volgen, de ene wat minder Black dan de andere: Craft, Dodheimsgard, Code, Behemoth, Shining, Bergraven, Blut Aus Nord, Deathspell Omega, Watain,… om het gros te noemen. Wat de twee laatstgenoemden betreft, het religieuze “devil worship” kantje laat me totaal koud. Het latere werk van DsO is (muzikaal) ronduit geniaal. Ongelooflijk complex en progressief, volgens mij uniek in het genre. Watain blijft vooral boeien door de toewijding waarmee ze hun muziek brengen. De band druipt van ambitie en overtuiging en dat kan je horen, zien en voelen sinds “Casus Luciferi“. Als er één band met corpse paint, bloed en vuur een performance kan neerzetten dat niet lachwekkend is, dan is het Watain wel. Ik hoop stiekem dat ze, in tegenstelling tot hun grote held J. Nödtveidt, met iets meer spektakel afscheid nemen van onze wereld als hun tijd gekomen is. Een realistischer scenario is echter dat Erik en de zijnen het bij een grote bek en stoer imago houden, en mettertijd tevergeefs in herhaling vallen en doorzichtbaar worden, of is dit reeds het geval? Traditionele, eenvoudige black metal zegt me al lang niets meer (op Darkthrone na). Het hoeft daarom niet per se vernieuwend te zijn, maar een vleugje originaliteit, een goede beheersing van de instrumenten en een aanvaardbare productie zijn vereisten geworden om op zijn minst mijn aandacht te trekken. Eén van de vernieuwers, voor mij dé band in jaren – eerder nog slechts vaag verbonden met de black metal scene – is voor mij Virus. “The agent that shapes the desert” is een mijlpaal, punt. Ere wie ere toekomt. Ik heb nooit oogkleppen gedragen, altijd een open-minded muziekliefhebber geweest. Mijn absolute favorieten zijn al jaar en dag The Doors, Led Zeppelin, The White Stripes, Pink Floyd, Portishead, Morbid Angel, Primus, My Dying Bride, Ulver, Marilyn Manson, QOTSA, Wolfmother, Radiohead, Eels, Cannibal Corpse (post-Barnes)…vorig jaar heb ik Meshuggah (her)ontdekt en recenter het latere werk van Tom Waits. (Na deze opsomming haast menig Black Metal puritein zich naar zijn rekje om “To Gaius!” te liquideren.) Om kort te reageren over Verloren: het imago van de band werd gemaakt en gekraakt door Verderf, meteen de reden waarom onze wegen zich scheidden. Verderf was, zowel op als naast het podium, een man van extremen. Laten we het daarbij houden. We hebben het op persoonlijk vlak later bijgelegd maar de band kon niet meer functioneren met hem, en wat bleek: ook niet zonder hem. Het vertrek van Lennert – hij werkt als manager voor InBev in Budapest – betekende de doodslag. Ik denk en hoop dat de eeuwige discussie over “true” en “posers” enkel wordt gevoerd door groentjes en minderbegaafden, net zoals wij groentjes en minderbegaafd waren in den beginne van Verloren, haha… Nota bene: integriteit siert de artiest, maar charisma en overtuigingskracht geven de performance een extra dimensie. Ter illustratie enkele notoire voorbeelden: Erik (Watain), Niklas (Shining), MkM (Antaeus), Mortuus (Marduk),…Verloren kon zich wat présence betreft geen betere frontman wensen dan Verderf.

Alkerdeel – Morinde

Alkerdeel is niet voor de fijngevoeligen onder ons. De Vlaandermensen hun tweede album is een juweeltje zo smerig als een beurt met een chlamydia besmette hoer. De rode plaat ziet er schitterend uit, maar vergis je niet, “Morinde” klinkt vuil, vies en ziekelijk. Als geen ander weet Alkerdeel een sfeertje neer te zetten waar menig black metal bands jaloers op zouden zijn. Meer nog, niet enkel hun atypisch imago overstijgt de zwarte scene; het 20 minuten durende (en dat is geen seconde te lang) “Du levande” staat bol van dreunende mokerslagen sludge en hypnotiserende gitaar riffs. Dit schouwspel loopt als een rode draad doorheen “Morinde”. Zo heeft “Hessepikn” een onmiskenbare Blut Aus Nord-vibe tijdens de openingsronde. En “Horsesaw” vlamt en knettert erop los als een ketterende black metal band, wat extra onderstreept wordt door Pede’s ziekelijk geschreeuw dat vooral op de achtergrond staat. Het geluid van “Morinde” is ondermaats en mist elke vorm van moderne opsmuk. And I love it! Het totaalplaatje klopt hier. Alkderdeel slaagt erin om de muziek, de productie en het artwork op elkaar af te stemmen en daardoor een uniek sfeertje teweeg brengt, iets waar bands als Urfaust, Lugubrum en Amenra ook erg goed in zijn. Alkerdeel mag dan ook met borst vooruit aan dit lijstje toegevoegd worden, want kwalitatief zijn ze zeker niet ondergeschikt aan bovengenoemden. Klasse!

fLP: 86/100

Alkerdeel – Morinde (ConSouling Sounds 2012)
1. Winterteens
2. Horsesaw
3. Hessepikn
4. Du levande