noise

Gjendød – Motstand / Gjendød/Múspellzheimr – Ferske lik/Elde

Het uit Trondheim afkomstige Gjendød is sinds 2015 actief en heeft in die tijd al best een aardig palmares bijeen geschreven bestaande uit twee full-lengths een hele resem demo’s en een split met het fantastische Múspellzheimr. Ik had links en rechts wel al eens wat flarden van het Noorse duo zijn muziek gehoord, maar heb me er nooit echt verder in verdiept. De split met het Deense Múspellzheimr schatte ik echter als een need to have in en besloot dan ook maar Gjendød’s recente “Motstand” EP aan te schaffen. Voor de gemakkelijkheid krijg je hier dus twee reviews aangeboden voor de prijs van één. Laten we van start gaan met de witte 7″ EP waarop drie nummers prijken. De heren K (snaarinstrumenten en synths) en KK (zang en drums) kozen ervoor om “Graver meg opp” middels akoestische gitaren in te zetten waarover drumroffels gestaag aanzwellen totdat het nummer uit de startblokken schiet, waarbij meteen opvalt dat er een heuse rol is weggelegd voor de basgitaar. Het duurt even voordat het blackmetalkrijswerk boven gehaald wordt, maar eens dat het geval is, zijn alle ingrediënten voor een lekkere bak meeslepende, heroïsch klinkende Scandinavische black aanwezig. Het titelnummer is mid-tempo qua opzet maar bevat weeral een lekker stuwende en swingende basgitaar die een absolute meerwaarde is en haar melodielijnen vrolijk doorheen de gure gitaaronderlaag laat dartelen. Subtiele toetsen kleuren dit aanstekelijke nummer verder in alvorens het tempo nog verder de dieperik instuikt en er haast een doomy grafstemming wordt bereikt, om uiteindelijk terug te keren naar het muzikale patroon waarmee “Motstand” ingezet werd. “Frosne fangehull” is een uit duistere ambient, noise en spookachtige synths opgetrokken nummer dat een compleet andere gemoedsinstelling laat horen, want dit is echt wel een deprimerende uitsmijter. “Ferkse lik” wat zoveel betekent als ‘vers lijk’ is het nummer dat het duo aanleverde voor de split. Het komt vanuit de verte langzaam aangewaaid en ontpopt zich tot een mid-tempo song waar de neerslachtigheid en gevoelens in mineur van afspatten. Ook Múspellzheimr start aanvankelijk traag maar gestaag maar zet even later de voet op het gaspedaal. De verstikkende atmosfeer die we van deze Denen gewend zijn is weer volop aanwezig maar de razernij durft ook plaats te maken voor bevreemdende intermezzi vol disonnante gitaren. Het feit dat niet alle instrumenten tegelijkertijd volle gas vooruit gaan, creëert een onbehagelijk spanningsveld en de getergde krijsstem gaat door merg en been. Doorheen het chaotische klankenspectrum weten zich gek genoeg ook nog enkele akoestische gitaarklanken en heldere zangkoren te priemen. Op basis van deze twee releases heeft het Noorse Gjendød me weten prikkelen om ook het ouder materiaal op te snorren. Múspellzheimr bevestigt nogmaals mijn voorliefde voor hun auditieve geweld.

JOKKE: 81/100

Gjendød – Motstand (Darker Than Black Records 2020)
1. Graver meg opp
2. Motstand
3. Frosne fangehull

JOKKE: 82/100

Gjendød/Múspellzheimr – Ferske lik/Elde (Darker Than Black Records 2020)
1. Gjendød – Ferske lik
2. Múspellzheimr – Elde

Evaporated Sores – Ulcerous dimensions

Evaporated Sores, zei je? Hoe die debuutplaat juist klinkt? … Laten we beginnen bij de eindeloze lagen uiterst onuitstaanbare, haatdragende noise. Gitaarlijnen die zo gruwelijk en atonaal klinken dat je je afvraagt of de band ze ooit nog zou kunnen reproduceren. Wil je dit wel luisteren? Een stem die afkomstig lijkt van een oude vorst die eerst 300 jaar in een duistere kerker vastgeketend moest wegrotten, en zijn volledige karkas door de maden geconsumeerd zag. Een orgie van cymbalen wash en een snaredrum gemaakt van holle botten en een door cysten en laesie vervormd vel. De songstructuren op “Ulcerous dimensions” zijn opgebouwd uit onverteerbare sludge en grind, een ziekelijke tweelingbroer van deathmetal en nog zoveel meer. Geloof me, je wil dit absoluut luisteren – al is het maar om de verschillende, totaal doorgerotte lagen van deze sound te leren begrijpen. Met momenten zijn er zelfs elementen uit slam death te horen, maar vooralsnog lijken de waanzinnig dissonante riffs specifiek geschreven om je zo ongemakkelijk mogelijk te doen voelen. Op het einde van opener “Claimed by inertia” klinkt het alsof een auto door een eeuwenoude, door de grootste horror opgetrokken entiteit werd opgeslokt en tot gruis vermalen, inclusief een soort antidiefstalalarm dat een uiterst zielige poging doet om zijn eigenaar op de hoogte te stellen van zijn afgrijselijke ondergang. Het geheel wordt afgeroomd met ijzige industrial, dreunende en met afgunst doorspekte tonen die uit een parallel universum lijken te komen waar de dood een ontegensprekelijk groot geschenk is. Maar, niet gevreesd, er is ook licht aan het einde van de tunnel! Een deken van weerzinwekkend wrede en industriële noise moet dienen om je op het einde van quasi elk nummer tot rust te brengen. Pas echt onaards, is het feit dat dat lukt. De auditieve aanval waarmee elke nieuwe song aanzet, is dermate onaangenaam dat je het afzichtelijke, van vlees ontdane hand alsnog graag zal aannemen. Evaporated Sores is met deze eerste langspeler op één der sterkste en meest consistente Amerikaanse labels beland, met name Sentient Ruin Laboratories. Een absolute aanrader voor de enkeling bij wie dit niet meteen als dissonante muziek in de oren klinkt. “Ulcerous dimensions” weet zich op momenten zo te vervreemden van alles wat een modale fan muziek zou noemen, dat het bij ondergetekende een brede glimlach op het gezicht toverde. Of dit iedereen evenzeer gaat smaken is natuurlijk nog maar de vraag. Try before you buy!

JULES: 89/100

Evaporated Sores – Ulcerous Dimensions (Sentient Ruin – 2020)
1. Claimed by inertia
2. Eternal inflation
3. Regurgitated existence
4. Infinite remission
5. Rote resurrection
6. Eonic parallel
7. Cosmic indifference

Mirre – Het gedoofde licht

Utrecht is zowat het epicentrum van de hedendaagse NLBM-scene en in diens diepste krochten waren bevreemdende creaturen zoals Cruentare, Himelvaruwe, Kaffaljidhma en Mirre rond. Die laatste brengt na een resem demo’s nu eindelijk een eerste langspeler uit, maar “Het gedoofde licht” blijkt – zoals de titel eigenlijk al aangeeft – ook meteen de zwanenzang van het trio te zijn. Een half uur lang dompelt het trio ons onder in een hypnotische waas aan rauwe riffs die even overweldigend als bedwelmend klinken en die, net zoals de geur van mirre en wierook, in je kleren kruipen en daar zelfs na ettelijke wasbeurten blijft hangen. Doorheen de penetrante wasem waart het hopeloze gehuil en gekrijs van Myrrha’s verbazingwekkende stem. Dronende repetitieve drums en verwrongen noisey gitaarriffs zijn uit op een verstikkende gloed en slagen in hun opzet. Vergeleken met het demomateraal klinken de vier “nummers” hier meer gepolijst maar laat dat nu nog relatief wezen voor dit soort atmosferische rauwe black. Voer voor wie niet vies is van experimentele lo-fi black en noise.

JOKKE: 77/100

Mirre – Het gedoofde licht (Eigen beheer 2020)
1. I
2. II
3. III
4. IV

Nahtrunar/Hesychia – Split

Toen ik bovenstaande split in talrijke online shops zag verschijnen, klikte ik deze zonder verpinken in mijn winkelkarretje. Hesychia deed dan wel geen belletje rinkelen, het Oostenrijkse Nahtrunar kan in mijn ogen niet veel verkeerd doen. Toen bleek dat de vinylversie erg karig met info was (eigenlijk enkel vermelding van de bandnaam en songtitels) ging ik online verder op zoek naar dat mysterieuze Hesychia. Vreemd, de zoekfunctie op Metal Archives leverde niets op. Zou het dan om een kakelverse band gaan? Niets van dat, Hesychia blijkt een dark ambient project te zijn van ene Arthur Rosar (dank u Discogs!) die een verleden als zanger bleek te hebben bij Abigor en de platen “Fractal possession” en “Time is the sulphur in the veins of the saint – An excursion on Satan’s fragmenting principle” in zong. “Op zich wel interessant zo’n split met een black metal en dark ambient kant”, dacht ik “hoewel dat laatste ook garant kan staan voor weinig omvattend geneuzel en gekabbel”. Wanneer de naald zakt, maak ik kennis met “Nacht” een twintig minuten durende compositie van Nahtrunar. Het duurt even alvorens de nietszeggende ambient-intro overslaat naar beklijvende tremolo picked riffs die op ons afgevuurd worden te midden van de second wave black metal waarmee deze Oostenrijkse eenzaat ons al twee demo’s en drie langspelers lang bestookt. De gitzwarte melodieën weten ons te raken in het diepste van ons hart en nemen regelmatig een Negative Plane-achtige old-school vorm aan, maar evengoed leunen ze naar heavy metal-achtige melodieuze epiek toe. Uiteindelijk mondt deze kolossale compositie in duistere ambient uit om ons alvast voor te bereiden op het tweede luik van deze split. Kant A rechtvaardigt de aanschaf al, oef! Over naar kant B voor “Licht“, opnieuw een werkstuk van ruim twintig minuten dat ondanks wat de titel laat vermoeden misschien nog meer duister is uitgevallen dan de zwartmetalen klanken die we reeds te verwerken kregen. Hesychia levert een erg bevreemdende compositie af die echter zo dermate goed van de ene naar de andere passage vloeit, dat het een soort van soundtrack voor een deprimerende kortfilm zou kunnen zijn. Alle ingrediënten voor een innemende rit naar de donkerste krochten van je ziel zijn aanwezig: gaande van een triomfantelijk klinkende introductie met blazers en paukenslag over spookachtige soundscapes met vervormde zang en beats tot huiveringwekkende noise. Nadien gaat deze ruwe climax over in berustende heldere klaagzang die wel wat weg heeft van Amenra’s Colin H. van Eeckout en pikzwarte dark ambient die een omineuze atmosfeer à la Sembler Deah creëert. Maar er schijnt, zoals het artwork laat zien, ook wel een hoopgevend lichtpunt doorheen de duisternis, en dat bij zowel Nahtrunar als Hesychia. Conclusie: erg geslaagde split die, ook al ben je net als ik misschien niet de grootste liefhebber van ambient, veertig minuten lang weet te beroeren. Straffer nog, Hesychia heeft me zelfs nog net iets meer weten te imponeren dan Nahtrunar.

JOKKE: 83/100 (Nahtrunar: 82/100 – Hesychia: 84/100)

Nahtrunar/Hesychia – Split (Altare Productions 2020)
1. Nahtrunar – Nacht
2. Hesychia – Licht

LINGUA IGNOTA – CALIGULA

HET IS NIET ONZE BEDOELING OM HIER EEN POTJE LUIDRUCHTIG TE SCHREEUWEN, MAAR HET BEGELEIDEND PERSBERICHT VAN LINGUA IGNOTA’S TWEEDE PLAAT “CALIGULA” VERMELDT UITDRUKKELIJK DAT ALLE TITELS IN HOOFDLETTERS VERMELD MOETEN WORDEN. De brave en gehoorzame zielen die we zijn, volgen we dat verzoek dus op. LINGUA IGNOTA is een naam waarover ik veel goeds hoorde na afloop van de laatste Roadburn-editie. Zelf heb ik haar set toen niet gezien, maar de verwachtingen waren hoog gespannen toen “CALIGULA” op de deurmat viel. LINGUA IGNOTA is het alterego van de Amerikaanse Kristin Hayter en is in de eerste plaats haar vehikel om uiting te geven aan haar persoonlijke demonen, maar tegelijkertijd kaart ze de decadentie, corruptie, verdorvenheid en het zinloze geweld aan dat 2000 jaar na het overlijden van de Romeinse keizer Caligula – de personificatie van al dit ongein – nog steeds de wereld niet uit is. De sonische, bijwijlen opereske terreur die Hayter over ons uitstort kent haar gelijke niet en met dien verstande is LINGUA IGNOTA dus een juiste naamkeuze. Deze Latijnse term voor “onbekende taal” verwijst immers naar het oudste bekende voorbeeld van een kunsttaal die in de 12e eeuw gemaakt werd door de Duitse abdis en mystica Hildegard von Bingen, en is toepasselijk voor de demonische opera die deze outsider heeft weten vast te leggen. “Let them hate me so long as they fear me“, “Who will fuck you if I won’t“, “Abandon your body, so no one can break it“, “Life is cruel and time heals nothing“, “Bitch, I smell you bleeding, and I know where you sleep“, het zijn maar enkele voorbeelden van de goudeerlijke en hatelijke one-liners die we naar ons hoofd geslingerd krijgen en ik zou niet graag in de schoenen van de geadresseerde staan. “BUTCHER OF THE WORLD” bestaat uit een sample van Henry Purcell’s “Music for the funeral of Queen Mary” dat eerder al door Marduk gebruikt werd voor het nummer “Blackcrowned” en natuurlijk ook gekend is van de soundtrack van Stanley Kubrick’s “A clockwork orange“. Qua intensiteit moeten de getergde kreten die we hier moedwillig ondergaan niet onderdoen voor de salpetervocalen van Mortuus, maar even later schakelt Hayer hoorbaar moeiteloos over op een breekbare cleane opera-achtige stem of feeërieke folkzang. We zien het Mortuus haar nog niet nadoen. De muzikale fundering is opgetrokken uit een volledige arsenaal aan live instrumentatie waaraan een heleboel gastmuzikanten meewerkten. Zo noteren we o.a. Sam McKinlay (THE RITA) die instaat voor de misselijkmakende noise-partijen, drummer Lee Buford (The Body) en percussionist Ted Byrnes (Cackle Car, Wood & Metal). Hoewel Hayer zonder twijfel haar mannetje kan staan achter het microstatief, horen we ook gastzang van Dylan Walker (Full of Hell), Mike Berdan (Uniform) en Noraa Kaplan (Visibilities). De veelzijdigheid aan vocale capriolen en de spagaat aan extreme emoties die in de nummers en teksten gecapteerd zijn, maken van “CALIGULA” geen easy listening-plaat. Au contraire, hiervoor moet je een uur lang in de juiste mood zijn en nadien blijf je compleet verweesd achter. “Intens” is een understatement in dit geval. Bezint eer ge begint!

JOKKE: 81/100

LINGUA IGNOTA – CALIGULA (Profound Lore 2019)
1. FAITHFUL SERVANT FRIEND OF CHRIST
2. DO YOU DOUBT ME TRAITOR 09:34
3. BUTCHER OF THE WORLD 06:33
4. MAY FAILURE BE YOUR NOOSE
5. FRAGRANT IS MY MANY FLOWERED CROWN
6. IF THE POISON WON’T TAKE YOU MY DOGS WILL
7. DAY OF TEARS AND MOURNING
8. SORROW! SORROW! SORROW!
9. SPITE ALONE HOLDS ME ALOFT
10. FUCKING DEATHDEALER
11. I AM THE BEAST

K.F.R. – L’enfer à sa source / Démonologue

Sommigen onder jullie kennen Maxime Taccardi misschien wel. Deze Franse artiest is vooral gekend van de schilderijen die hij met zijn eigen bloed vervaardigt en de vele albumcovers die hij voor o.a. Sarke, Natvre’s, Drowning The Light en Diabolicum creëerde. Zijn meest bizarre, meest duistere en meest verwrongen illustraties brengt hij – Wagners’ Gesamktkunstwerk indachtig – echter ook op muzikale wijze tot leven middels K.F.R. De bandnaam is afgeleid van het Arabische woord “kafir“, wat ongelovig betekent, en in het voorhoofd van Dajjal (de Islamitische antichrist) gekerfd staat. In den beginne produceerde K.F.R. donkere ambient en messcherpe black metal in de lijn van Les Légions Noires wat resulteerde in bijdrages van Meynach (Mütiilation) op de platen “Anti” (2014) en “Ad manifestationem diaboli” (2018) en Vordb van Belketre op “Ø” (2016). Na de trilogie “Anti“, “Nekro” en “Ø” was het even goed geweest voor Taccardi, maar twee jaar later besloot hij de mensheid terug te terroriseren in de vorm van “Ad manifestationem diaboli” en “Par le sang“, twee platen waarop een nerveuze kakofonie aan extreme black metal-klanken geëtaleerd werd. De inspiratie is blijkbaar niet te stoppen, want ook dit jaar laat K.F.R. twee nieuwe platen op de mensheid los die we voor het gemak samen reviewen. Bij “L’enfer à sa source” draait alles om het concept waarbij de hel de incarnatie van het niets is, een terugkeer naar dat wat het leven voorafging. De inkijk die we driekwartier lang in Taccardi’s bizzare psyche krijgen, wordt vertaald in claustrofobische en getormenteerde black die het grootste deel van de tijd tenenkrommende valse gitaarleads en noisy synths bevat. Deze martelelementen mogen dan wel als zout in een open wonde aanvoelen, ik probeer me toch zo snel mogelijk door een gedienstig verpleegsterke te laten helpen om deze gapende sneden te laten dichten. Om het allemaal nóg echter te maken werden de drums met menselijke botten bespeeld. U weze gewaarschuwd!

JOKKE: 55/100

K.F.R. – L’enfer à sa source (Purity Through Fire 2019)
1. L’enfer, c’est toi
2. Le sinueux chemin
3. Simulacre de chair
4. Ne cherche pas à devenir, rien a jamais commencé
5. Anathème de l’envie
6. L’Enfer à sa source

Op “Démonologue” gaat Taccardi nog een stap verder want dit is ongetwijfeld één van de meest geesteszieke dingen die hij ooit voortbracht. De titel verwijst naar een specialist in demonologie maar kan ook opgevat worden als een conversatie of monoloog met jezelf of de demonen die in je lichaam en geest huizen en is gedeeltelijk gebaseerd op de “Dictionnaire infernal” van de Franse occultist Jacques Collin de Plancy. Synths zijn hier grotendeels afwezig en werden vervangen door allerhande koorgezangen. De mix van extreme, hatelijke en verdorven black metal en de verstikkende ambient atmosfeer zal liefhebbers van mainstream black ongetwijfeld de stuipen op het lijf jagen. Taccardi maakt allesbehalve feel good muziek en mikt bij zijn luisteraars op onlust en walging want dat hoort het genre voor hem te doen. Dat kan allemaal wel zijn, maar ook voor mijn geoefende oren is deze teringherrie toch een brug te ver. De muzikale freaks onder ons komen hier misschien wel mee aan hun trekken, maar ik pas.

JOKKE: 60/100

K.F.R. – Démonologue (Purity Through Fire 2019)
1. Invocation
2. Asmodée
3. Azazel
4. Prélude à l’exterminateur
5. Abaddon
6. Lucifer
7. La Chute

Wulkanaz – Wulkanaz

Lijnrecht tegenover avontuurlijke en vooruitstrevende muzikale zielen staat een man als Wagner Ödegård (aka Komulonimbus) die er wat betreft black metal met zijn soloproject Wulkanaz een idiosyncratische visie op nahoudt. En dat al bijna tien jaar lang en middels drie full lengths en de nodige splits en EP’s. Met de vierde langspeler is het tijd om zijn self-titled plaat uit te brengen. Sinds 2014 vinden we sessie-drummer Daniel Rockmyr (ex-Craft) op de drumkruk terug wat in elk geval een extra ritmische kopstoot geeft. Beide heren spelen op “Wulkanaz” een vorm van rauwe oer-black met een acute punkattitude en waarbij in nummers als “Skymmeng“, “Gryningsgrå” of “Lykta och bloss” (dat ook een heuse Craft-vibe kent) een folky gevoel voor melodie aan de basis ligt. Opener “Mårgnanens väv” is met zijn opzwepende punkrock riffs en energieke drumwerk een binnenkomer van jewelste. Ook “Stävjedag” en “Stiärnväv” zijn opwindende en op ritmisch vlak dynamische splinterbommetjes. Een nummer als “Andanom” is dan weer gemaakt om de armen en benen op los te gooien. De vijftien songs die op de tracklist prijken zijn tot op het bot gestript van overbodige franjes en worden minimalistisch maar effectief én gepassioneerd uitgevoerd. De enige extra aankleding van de rudimentaire songs vindt plaats in de vorm van donkere noise die we bijvoorbeeld in “Det svultna gap” te verwerken krijgen. De nummers volgen mekaar in sneltempo op en met enkel het slotnummer dat op drie minuten aftikt, zit deze helse rit er na een dik halfuur ook op. Beste Wulkanaz release tot dusver en een zalige plaat voor als je even ongecompliceerd uit de bol wilt gaan.

JOKKE: 80/100

Wulkanaz – Wulkanaz (Helter Skelter Productions/Regain Records 2018)
1. Mårgnanens väv
2. Himlin
3. Ur djupet stiga kvav
4. Stävjedag
5. Lykta och bloss
6. Det svultna gap
7. Stiärnväv
8. Fandens måna
9. Till dagagagn
10. Gryningsgrå
11. Dvälma i dvas
12. Andanom
13. Vit
14. Skymmeng
15. Bixmulin

 

Hwwauoch – Hwwauoch

De bandnaam en titel van deze plaat klinken als een kreet die je slaakt nadat je met je blote voeten op een rondslingerend legoblokje bent gestapt. Maar ik kan me evengoed inbeelden dat de doorsnee muziekliefhebber deze kreet ook uitroept na het aanhoren van de waanzin die we hier een half uur lang voorgeschoteld krijgen. De band maakt deel uit van het Prava Kollektiv waartoe ook Arkhtinn, Voidsphere en Mahr behoren. Dat belooft met andere woorden veel goeds. Hwwauoch grossiert in beklemmende en verstikkende dissonantie die de grenzen van de waanzin opzoekt en geen ruimte laat voor enige subtiliteiten. Blut Aus Nord duikt aan het einde van “Ad extirpanda” en in “Emanations of forgotten futures” als referentiepunt op maar Hwwauoch gaat doorgaans nog een stapje verder in het produceren van next level onnavolgbare herrie. Op vocaal vlak valt er heel wat te beleven: hoge hysterische kreten die eerder in het depri-hoekje of bij een band als Cepheide te situeren zijn, lage grommende zang en we ontwaren her en der ook rituele gezangen. De (a-)muzikale extravagantie wringt zich doorheen een labyrint aan geluiden in alle richtingen waarbij een ongemakkelijk gevoel zich van de luisteraar meester maakt. Afsluiter “Thou shalt feed the ergosphere” grossiert in claustrofobische noise en psychedelische zwartgalligheid die je met allerhande psychosomatische aandoeningen opzadelen. Doorheen de donkere waas aan verschrikkingen schijnen echter ook melodieuze accenten door, maar je moet goed luisteren en zoeken. Iets wat voor het gros van de mensheid geen gemakkelijke opgave zal zijn. Dit is het soort audio-waanzin waar Fallen Empire Records een patent op leek te hebben. Het Duitse Amor Fati regelt de fysieke releases. Sterk werk.

JOKKE: 81/100

HWWAUOCH – HWWAUOCH (Fallen Empire Records/Amor Fati Productions 2018)
1.Three phantoms, one heart
2. Ad extirpanda
3. Extinction & enlightenment
4. Emanations of forgotten futures
5. Thou shalt feed the ergosphere

Absolutus – Trāyastriṃśa

Bij het aanhoren van de nieuwe EP van onze landgenoten Absolutus moest ik toch wel meermaals mijn wenkbrauwen fronsen. “Trāyastriṃśa” is immers enkel voor ruimdenkende black metal-zielen bestemd, maar ik krijg ook de idee dat deze EP als haastklus is opgenomen zonder de avontuurlijke ideeën fatsoenlijk uit te werken. De intro “Kāmadhātu” combineert noise met beats om vervolgens in het eerste deel van de titeltrack de Blut Aus Nord-kaart te trekken met industriële dissonantie en een tenenkrommende solo. De chaos is echter van korte duur want het tweede deel tapt uit een ander vaatje dat meer bij de oude black metal-sound van Absolutus aanleunt. Dit nummer is met een speeltijd van bijna zes minuten het meest uitgewerkt als je weet dat het totale ding op twaalf minuten aftikt. Black metal tremolo’s en blasts wisselen dissonante partijen en solo’s af en de spaarzaam ingezette vocalen klinken met hun lage toon eerder death dan black metal. Het derde deel grijpt opnieuw terug naar een Blut Aus Nord-achtig geluidsspectrum doorspekt met doodsmetalen aggressie. “Teachings” sluit de EP met dansbare beats en etherische keyboardlagen af. Absolutus wil duidelijk een nieuwe experimentele weg inslaan en verkent op deze EP voorzichtig nieuwe horizonten zonder echter voluit te willen gaan. Alle vijf de ‘songs’ eindigen immers nogal abrupt en zouden – op het derde nummer na – veel beter uitgewerkt moeten worden. Nu raakt het kant noch wal.

JOKKE: 55/100

Absolutus – Trāyastriṃśa (Eigen beheer 2018)
1. Kāmadhātu
2. Trāyastriṃśa I
3. Trāyastriṃśa II
4. Trāyastriṃśa III
5. Teachings