noise

K.F.R. – L’enfer à sa source / Démonologue

Sommigen onder jullie kennen Maxime Taccardi misschien wel. Deze Franse artiest is vooral gekend van de schilderijen die hij met zijn eigen bloed vervaardigt en de vele albumcovers die hij voor o.a. Sarke, Natvre’s, Drowning The Light en Diabolicum creëerde. Zijn meest bizarre, meest duistere en meest verwrongen illustraties brengt hij – Wagners’ Gesamktkunstwerk indachtig – echter ook op muzikale wijze tot leven middels K.F.R. De bandnaam is afgeleid van het Arabische woord “kafir“, wat ongelovig betekent, en in het voorhoofd van Dajjal (de Islamitische antichrist) gekerfd staat. In den beginne produceerde K.F.R. donkere ambient en messcherpe black metal in de lijn van Les Légions Noires wat resulteerde in bijdrages van Meynach (Mütiilation) op de platen “Anti” (2014) en “Ad manifestationem diaboli” (2018) en Vordb van Belketre op “Ø” (2016). Na de trilogie “Anti“, “Nekro” en “Ø” was het even goed geweest voor Taccardi, maar twee jaar later besloot hij de mensheid terug te terroriseren in de vorm van “Ad manifestationem diaboli” en “Par le sang“, twee platen waarop een nerveuze kakofonie aan extreme black metal-klanken geëtaleerd werd. De inspiratie is blijkbaar niet te stoppen, want ook dit jaar laat K.F.R. twee nieuwe platen op de mensheid los die we voor het gemak samen reviewen. Bij “L’enfer à sa source” draait alles om het concept waarbij de hel de incarnatie van het niets is, een terugkeer naar dat wat het leven voorafging. De inkijk die we driekwartier lang in Taccardi’s bizzare psyche krijgen, wordt vertaald in claustrofobische en getormenteerde black die het grootste deel van de tijd tenenkrommende valse gitaarleads en noisy synths bevat. Deze martelelementen mogen dan wel als zout in een open wonde aanvoelen, ik probeer me toch zo snel mogelijk door een gedienstig verpleegsterke te laten helpen om deze gapende sneden te laten dichten. Om het allemaal nóg echter te maken werden de drums met menselijke botten bespeeld. U weze gewaarschuwd!

JOKKE: 55/100

K.F.R. – L’enfer à sa source (Purity Through Fire 2019)
1. L’enfer, c’est toi
2. Le sinueux chemin
3. Simulacre de chair
4. Ne cherche pas à devenir, rien a jamais commencé
5. Anathème de l’envie
6. L’Enfer à sa source

Op “Démonologue” gaat Taccardi nog een stap verder want dit is ongetwijfeld één van de meest geesteszieke dingen die hij ooit voortbracht. De titel verwijst naar een specialist in demonologie maar kan ook opgevat worden als een conversatie of monoloog met jezelf of de demonen die in je lichaam en geest huizen en is gedeeltelijk gebaseerd op de “Dictionnaire infernal” van de Franse occultist Jacques Collin de Plancy. Synths zijn hier grotendeels afwezig en werden vervangen door allerhande koorgezangen. De mix van extreme, hatelijke en verdorven black metal en de verstikkende ambient atmosfeer zal liefhebbers van mainstream black ongetwijfeld de stuipen op het lijf jagen. Taccardi maakt allesbehalve feel good muziek en mikt bij zijn luisteraars op onlust en walging want dat hoort het genre voor hem te doen. Dat kan allemaal wel zijn, maar ook voor mijn geoefende oren is deze teringherrie toch een brug te ver. De muzikale freaks onder ons komen hier misschien wel mee aan hun trekken, maar ik pas.

JOKKE: 60/100

K.F.R. – Démonologue (Purity Through Fire 2019)
1. Invocation
2. Asmodée
3. Azazel
4. Prélude à l’exterminateur
5. Abaddon
6. Lucifer
7. La Chute

Wulkanaz – Wulkanaz

Lijnrecht tegenover avontuurlijke en vooruitstrevende muzikale zielen staat een man als Wagner Ödegård (aka Komulonimbus) die er wat betreft black metal met zijn soloproject Wulkanaz een idiosyncratische visie op nahoudt. En dat al bijna tien jaar lang en middels drie full lengths en de nodige splits en EP’s. Met de vierde langspeler is het tijd om zijn self-titled plaat uit te brengen. Sinds 2014 vinden we sessie-drummer Daniel Rockmyr (ex-Craft) op de drumkruk terug wat in elk geval een extra ritmische kopstoot geeft. Beide heren spelen op “Wulkanaz” een vorm van rauwe oer-black met een acute punkattitude en waarbij in nummers als “Skymmeng“, “Gryningsgrå” of “Lykta och bloss” (dat ook een heuse Craft-vibe kent) een folky gevoel voor melodie aan de basis ligt. Opener “Mårgnanens väv” is met zijn opzwepende punkrock riffs en energieke drumwerk een binnenkomer van jewelste. Ook “Stävjedag” en “Stiärnväv” zijn opwindende en op ritmisch vlak dynamische splinterbommetjes. Een nummer als “Andanom” is dan weer gemaakt om de armen en benen op los te gooien. De vijftien songs die op de tracklist prijken zijn tot op het bot gestript van overbodige franjes en worden minimalistisch maar effectief én gepassioneerd uitgevoerd. De enige extra aankleding van de rudimentaire songs vindt plaats in de vorm van donkere noise die we bijvoorbeeld in “Det svultna gap” te verwerken krijgen. De nummers volgen mekaar in sneltempo op en met enkel het slotnummer dat op drie minuten aftikt, zit deze helse rit er na een dik halfuur ook op. Beste Wulkanaz release tot dusver en een zalige plaat voor als je even ongecompliceerd uit de bol wilt gaan.

JOKKE: 80/100

Wulkanaz – Wulkanaz (Helter Skelter Productions/Regain Records 2018)
1. Mårgnanens väv
2. Himlin
3. Ur djupet stiga kvav
4. Stävjedag
5. Lykta och bloss
6. Det svultna gap
7. Stiärnväv
8. Fandens måna
9. Till dagagagn
10. Gryningsgrå
11. Dvälma i dvas
12. Andanom
13. Vit
14. Skymmeng
15. Bixmulin

 

Hwwauoch – Hwwauoch

De bandnaam en titel van deze plaat klinken als een kreet die je slaakt nadat je met je blote voeten op een rondslingerend legoblokje bent gestapt. Maar ik kan me evengoed inbeelden dat de doorsnee muziekliefhebber deze kreet ook uitroept na het aanhoren van de waanzin die we hier een half uur lang voorgeschoteld krijgen. De band maakt deel uit van het Prava Kollektiv waartoe ook Arkhtinn, Voidsphere en Mahr behoren. Dat belooft met andere woorden veel goeds. Hwwauoch grossiert in beklemmende en verstikkende dissonantie die de grenzen van de waanzin opzoekt en geen ruimte laat voor enige subtiliteiten. Blut Aus Nord duikt aan het einde van “Ad extirpanda” en in “Emanations of forgotten futures” als referentiepunt op maar Hwwauoch gaat doorgaans nog een stapje verder in het produceren van next level onnavolgbare herrie. Op vocaal vlak valt er heel wat te beleven: hoge hysterische kreten die eerder in het depri-hoekje of bij een band als Cepheide te situeren zijn, lage grommende zang en we ontwaren her en der ook rituele gezangen. De (a-)muzikale extravagantie wringt zich doorheen een labyrint aan geluiden in alle richtingen waarbij een ongemakkelijk gevoel zich van de luisteraar meester maakt. Afsluiter “Thou shalt feed the ergosphere” grossiert in claustrofobische noise en psychedelische zwartgalligheid die je met allerhande psychosomatische aandoeningen opzadelen. Doorheen de donkere waas aan verschrikkingen schijnen echter ook melodieuze accenten door, maar je moet goed luisteren en zoeken. Iets wat voor het gros van de mensheid geen gemakkelijke opgave zal zijn. Dit is het soort audio-waanzin waar Fallen Empire Records een patent op leek te hebben. Het Duitse Amor Fati regelt de fysieke releases. Sterk werk.

JOKKE: 81/100

HWWAUOCH – HWWAUOCH (Fallen Empire Records/Amor Fati Productions 2018)
1.Three phantoms, one heart
2. Ad extirpanda
3. Extinction & enlightenment
4. Emanations of forgotten futures
5. Thou shalt feed the ergosphere

Absolutus – Trāyastriṃśa

Bij het aanhoren van de nieuwe EP van onze landgenoten Absolutus moest ik toch wel meermaals mijn wenkbrauwen fronsen. “Trāyastriṃśa” is immers enkel voor ruimdenkende black metal-zielen bestemd, maar ik krijg ook de idee dat deze EP als haastklus is opgenomen zonder de avontuurlijke ideeën fatsoenlijk uit te werken. De intro “Kāmadhātu” combineert noise met beats om vervolgens in het eerste deel van de titeltrack de Blut Aus Nord-kaart te trekken met industriële dissonantie en een tenenkrommende solo. De chaos is echter van korte duur want het tweede deel tapt uit een ander vaatje dat meer bij de oude black metal-sound van Absolutus aanleunt. Dit nummer is met een speeltijd van bijna zes minuten het meest uitgewerkt als je weet dat het totale ding op twaalf minuten aftikt. Black metal tremolo’s en blasts wisselen dissonante partijen en solo’s af en de spaarzaam ingezette vocalen klinken met hun lage toon eerder death dan black metal. Het derde deel grijpt opnieuw terug naar een Blut Aus Nord-achtig geluidsspectrum doorspekt met doodsmetalen aggressie. “Teachings” sluit de EP met dansbare beats en etherische keyboardlagen af. Absolutus wil duidelijk een nieuwe experimentele weg inslaan en verkent op deze EP voorzichtig nieuwe horizonten zonder echter voluit te willen gaan. Alle vijf de ‘songs’ eindigen immers nogal abrupt en zouden – op het derde nummer na – veel beter uitgewerkt moeten worden. Nu raakt het kant noch wal.

JOKKE: 55/100

Absolutus – Trāyastriṃśa (Eigen beheer 2018)
1. Kāmadhātu
2. Trāyastriṃśa I
3. Trāyastriṃśa II
4. Trāyastriṃśa III
5. Teachings

Essenz – Manes impetus

De afgelopen weken bleek de nieuwe derde langspeler “Manes impetus” van het Duitse Essenz een ware groeiplaat te zijn. Ze vergezelde me op lange autoritten doorheen verdorde landschappen en broeierig hete beton en gaf mondjesmaat haar geheimen prijs. Met de voorgangers “Mundus numen” en “KVIITIIVZ – Beschwörung des Unaussprechlichen” was dat trouwens net hetzelfde. Achter deze Duitse band gaan drie leden schuil die ook in de death metal bands Drowned en Early Death actief zijn en de zanger/bassist is ook live-lid bij The Ruins Of Beverast. Het geluid van Essenz pingpongt heen en weer tussen stuwende death metal en beukende doom met daarover een duister black metal sfeertje gedrapeerd. De meer dan elf minuten durende opener “Peeled & released” is hier meteen een showcase van en bevat lange, repetitieve stukken waarin het tempo vrij hoog ligt voor hun doen. Ook in “Unfolding death” gaat de zweep erop en horen we een trio dat goed op dreef is. De song bevat knap gitaarwerk en enkele hooks die ervoor zorgen dat het nummer goed blijft hangen, alvorens in een vormloze noise- en ambient-massa uit te monden. “Death is always and everywhere” gromt de zanger. Naast de dood behandelt de rest van de plaat thema’s zoals de innerlijke geest, en het oneindige heelal. De trage drumbeat die “Amortal abstract” aftrapt, maakt meteen duidelijk dat met dit nummer het tempo de dieperik intuimelt. De doom die we te verwerken krijgen wordt afgekruid met vervormde vocalen en subtiele elekronische elementen en rond de zesminutengrens breidt een welgekomen versnelling een rockend einde aan de song. “Randlos gebein” klokt opnieuw boven de elf minuten af en is de meest atmosferische song van de plaat getuige het cleane gitaargetokkel, het gefluister en de korte ambientintermezzo’s die tussen de blastpartijen door zijn ingebouwd. En hoewel het einde van deze kolossale track duidelijk loodzware doom uitademt, koos Essenz toch voor meer uptempo werk dan gewoonlijk op dit “Manes impetus“. “Apparitional spheres” is met haar drie minuten de kortste en meest rechttoe rechtaan track en kan me met haar opzwepende karakter wel bekoren. In “Sermon to the ghosts” is het een en al dronende noise en etherische ambient die botviert. Deze abstracte gitzwarte tonen zouden een passend einde kunnen zijn, ware het niet dat de rollende basdrums en zware riffs van “Ecstatic sleep” de afsluitende rol krijgen toebedeeld. Opnieuw een sterke en dynamische plaat van Essenz waarbij er door de band genomen iets zwaarder van jetje wordt gegeven dan wat we van de Duitsers gewend zijn.

JOKKE: 80/100

Essenz – Manes impetus (Amor Fati productions 2018)
1. Peeled & released
2. Unfolding death
3. Amortal abstract
4. Randlos gebein
5. Apparitional spheres
6. Sermon to the ghosts
7. Ecstatic sleep

 

Abstracter – Cinereous incarnate

De muziek van het uit Oakland afkomstige Abstracter zat ooit in hetzelfde straatje als een Neurosis, maar gaandeweg heeft het kwartet een meer eigen smoelwerk ontwikkeld. En hoewel er nooit veel kleur in het artwork van de band heeft gezeten, straalt het geheel nóg meer dan ooit een apocalyptisch gevoel uit waarbij onderdrukking, verslagenheid en ontrafelende hoop centraal staan. De zondvloed aan verstikkende distortion en sombere atmosferen wordt gevoed door verscheidene kolkende rivieren die samenkomen en elementen uit death, doom en black metal maar ook crust, noise, drone en duistere ambient aanvoeren. Opener “Nether” laat middels blastbeats en dikke fuzzy death metal-riffs meteen tien minuten lang horen dat de extreme metalvarianten nóg meer aan betekenis hebben gewonnen in het nihilistische wereldbeeld van de heren. Naar de finale van het nummer toe daalt het tempo en verrijken noise en drone-elementen de distopische sound en beuken ze de luisteraar Primitive Man-gewijs plat. In “Ashen reign” worden we als luisteraar heen en weer geslingerd tussen tergend trage death/doom zoals we die kennen van Khanate, Winter en Disembowelment en korte d-beat uitspattingen. Wanneer “Wings of annihilation” haar vleugels uitstrekt, werpt de track een dood en verderf zaaiende schaduw over Moeder Aarde. “Devouring night” wisselt tenslotte opnieuw woeste sludge à la Indian en Graves At Sea af met sneller werk (denk Dragged Into Sunlight maar iets minder extreem), maar steeds met een gitzwarte ondertoon en anti-humane invalshoek. Voilà, ik denk dat het door de veelvuldige name dropping duidelijk mag zijn in welke compleet-aan-het-daglicht-onttrokken hoek we de nieuwe van Abstracter kunnen plaatsen.

JOKKE: 81/100

Abstracter – Cinereous incarnate (I, Voidhanger Records 2018)
1. Nether
2. Cinereous
3. Ashen reign
4. Wings of annihilation
5. Incarnate
6. Devouring night