Pink Floyd

Ôros Kaù – Imperii templum aries

De laatste tijd zitten er in het water van ons Belgenlandje precies niet enkel recordaantallen cocaïne, maar ook een hoop meer sinistere smerigheid. Brussel lijkt het epicentrum van deze walgelijke evolutie te zijn en geen enkel project van die kanten lijkt het levenslicht te zien alvorens eerst langs Déhà’s Opus Magnum Studios gepasseerd te zijn (de hoeveelheid releases waarmee hij op de één of andere manier te maken heeft gehad, begint langzamerhand hallucinant te worden). Deze keer komt “Imperii templum aries”, het debuut van Ôros Kaù ons ten gehore. Nog zo’n project waarvan met geen mogelijkheid te achterhalen valt wie er nu precies achter schuilt. Wat we wel weten is dat Déhà enkele vocale diensten levert – zo treedt hij wel vaker aan als gastmuzikant bij projecten die in zijn studio passeren. De band roept doorheen de eerste 7 nummers evenveel demonen en duivels aan en dit middels zompige en bijwijlen psychedelische black death metal. Het helse thema wordt alvast niet onder stoelen of banken gestoken want in opener “Zepar” krijgen we meteen al de frase “In the name of Satan” voorgeschoteld. De moerassig klinkende productie waarin de drums sterk op de voorgrond treden doet de ronkende bas en chaotische doch gestaag rollende en verwrongen riffs eer aan en creëert zo een vol geluid dat precies een auditief equivalent is van drijfzand: organisch, constant in beweging en bedoeld om als luisteraar in weg te zinken. Doorheen het over de gehele lijn hoge tempo komen de vocalen dan weer zeer doordacht over, van de raspende, zodanig goed beheerste grunts dat ze haast verstaanbaar zijn en de hoofdmoot van het zangwerk vormen, tot de rochelende Attila-gorgels (“Shax”) en bijna gefluisterde zanglijnen die in onofficiële afsluiter “Leraje” opduiken. Onofficieel, want als effectieve eindspurt wordt geopteerd voor een cover van het magistrale “Set the controls for the heart of the sun” van Pink Floyd. Van een verrassende en onconventionele keuze gesproken! Op deze cover worden ook nog eens cleane vocalen uit de kast gehaald – een Pink Floyd nummer kun je nu eenmaal niet zomaar volledig gaan grunten. Ondanks de gewaagde keuze sluit de cover best goed aan bij de rest van het album dankzij de psychedelische leadlijnen die ook in eerdere nummers aan bod kwamen, al dan niet doorspekt met dartelende dissonanten die bovenop de modderige gitaar- en basbrij dansen. Ondanks de chaotische aard van het beestje klinkt Ôros Kaù zeer berekend en doordacht en dat moet ook het Franse label Epictural Production bevallen zijn, want die brengen een digipack van het album uit. Hoewel “Imperii templum aries” zeker niet licht verteerbaar is geeft het album na enkele luisterbeurten zijn geheimen prijs en blijkt meer details en subtiliteiten te bevatten dan een eerste luistersessie zou doen vermoeden. Belgische smerigheid op zijn best!

CAS: 82/100

Ôros Kaù – Imperii templum aries (Epictural Production 2020)
1. Zepar
2. Shax
3. Belial
4. AešmaDaeva
5. Furfur
6. Forneus
7. Leraje
8. Set the controls for the heart of the sun (Pink Floyd)

Evil Warriors – Schattenbringer

Nieuwe EP van Evil Warriors dacht ik zo op het eerste gezicht. Drie nummers en een titelloze outro prijken er op “Schattenbringer“, maar die outro blijkt een nummer van tweeëntwintig minuten te zijn, waardoor “Schattenbringer” met een speeltijd van driekwartier dus ook gerust als een langspeler kan bestempeld worden. En toch snap ik wel waarom de band met (ex-)leden van o.a. I I, Antlers en YounA deze release als een EP beschouwt. Er wordt namelijk wat met het bandgeluid geëxperimenteerd, want daar waar Evil Warrior op voorganger “Fall from reality” vrij rechttoe-rechtaan klonk, hebben de abstracte elementen van de albumcover nu hun weg gevonden in het bandgeluid. Zo doet opener “Fliege” met zijn Oost-Europese melancholie à la Drudkh gecombineerd met een psychedelische, licht atonale insteek, wat aan Turia denken. Destemeer daar de vocalen ook abstract ingevuld zijn en niet veel meer dan losse oerkreten lijken te zijn die echter wel het buikgevoel laten spreken. Domper op de feestvreugde is de sound van de basdrum die veel te bassig is en het evenwicht verstoort. In “Wahrheit” borduurt Evil Warriors nog verder op het geluid van de opener en heeft een melodieuze hypnotiserende leadpartij het de eerste minuten voor het zeggen. Tweeënhalve minuut voor het einde van deze negen minuten durende compositie lijkt het alsof het einde wordt ingezet, maar toch weet het kwartet het geheel terug aan de zwier te krijgen. Het titelnummer kan me aanvankelijk niet echt overtuigen, maar zodra de atonale leadpartij opduikt, wordt ik terug in deze compositie gezogen die hier een licht psychedelisch randje krijgt. De titelloze hekkensluiter start als een soort ode aan Pink Floyd maar de dronende soundscapes en echoënde gitaren lijken nergens heen te gaan. Halfweg slaat de verveling bij de drummer duidelijk toe en besluit die wat op zijn ride-cymbaal te tokkelen. Het doet vermoeden dat er iets op til is, maar dit verlangen naar een zwartgeblakerde catharsis wordt al snel opnieuw de kiem ingesmoord. Er was al geen inspiratie voor een titel en ook muzikaal is dit 20 minuten lang geneuzel en geëxperimenteer met als enige doelstelling de speelduur aan te dikken. Dit maakt het moeilijk om “Schattenbringer” naar waarde te schatten. Enerzijds ben ik wel getriggerd door de nieuwe elementen die Evil Warriors in de eerste drie nummers aanboort, maar aangezien de helft van de EP me niet weet te boeien, resulteert dit uiteindelijk toch in een vrij magere ‘zeven’.

JOKKE: 70/100

Evil Warriors – Schattenbringer (Into Endless Chaos 2020)
1. Fliege
2. Wahrheit
3. Schattenbringer
4. –

Voodus – Open the otherness

Was ik twee jaar geleden door de overdreven Watain en Dissection invoeden té kritisch voor de debuutlangspeler “Into the wild” van het Zweedse Voodus? Misschien…met deze nieuwe EP “Open the otherness” doet de band een nieuwe verwoede poging mij te overtuigen. Twee tracks prijken er op dit kleinood. Met een totale speelduur van 24 minuten bieden die enerzijds waar voor je geld, maar één van de kritiekpunten op de langspeler was dat de muzikale hersenspinsels soms te langdradig waren. Vallen de heren opnieuw in deze valkuil? Aangezien er muzikaal gezien heel wat gebeurt op deze EP valt dat eigenlijk best mee. Dat waar menig band een ganse plaat voor nodig heeft, etaleert Voodus in één enkel nummer. Zo wordt het verhaal van de titeltrack verteld middels klassieke doom metal, clean gitaargetokkel, héél lang uitgesponnen epische melodieuze gitaarleads en energieke Zweedse black metal, nog steeds met de duidelijk hoorbare referenties. De toegankelijkheid is er ook nog steeds, zeker daar de écht vervaarlijke passages nog steeds in de minderheid zijn, vooral in het heel melodieuze titelnummer. In “Pillars of fire” trekt het kwartet aanvankelijk wat zwaarder van leer, hoewel er ook hier heel veel aandacht aan melodieuze riffs en leads besteed wordt, het gaat bij momenten zelfs haast de Pink Floyd toer op alvorens de heavy metal solo er een eind aan maakt. Al bij al is er dus niet veel veranderd ten opzichte van de voorganger, maar ik ben in een gullere bui voor deze EP aangezien de aandacht hier beter behouden kan blijven dan op een plaat van meer dan een uur van deze heren. Koop deze plaat niet op basis van de stoer uitziende bandfoto’s want je zou wel eens bedrogen kunnen uitkomen.

JOKKE: 77/100

Voodus – Open the otherness (Regain Records/Shadow Records 2020)
1. Open the otherness
2. Pillars of fire

Enthroned – Cold black suns

Nooit eerder zat er een gat van vijf jaar tussen twee opeenvolgende Enthroned-platen. Om maar aan te geven dat het na het verschijnen van “Sovereigns” duidelijk geen sinecure is geweest om met die elfde langspeler “Cold black suns” op de proppen te komen. Behalve op “Pentagrammaton” en “Obsidium“na, is Enthroned er nog nooit in geslaagd om twee opeenvolgende platen met dezelfde line-up in te spelen en ook nu vielen er twee personeelswissels te noteren. Bassist Phorgath hield het na elf jaar trouwe dienst voor bekeken (maar zat wel opnieuw achter de knoppen tijdens de opnames in de Blackout Studio) en werd vervangen door Norgaath (o.a. Coldborn, Grimfaug en Nightbringer). En op die moeilijke positie van tweede gitarist treffen we nu de Argentijn (!) Luis Cederborg aan. Nu u weer helemaal mee bent op vlak van line-up, kunnen we tot de muziek overgaan. Het moge duidelijk wezen dat “Cold black suns” niet de meest standaard Enthroned-plaat is geworden en dat we heel wat variatie te horen krijgen. In de vorm van het korte intense “Hosanna Satana” en het modern klinkende en claustrofobische “Vapula omega” vallen er nog wel enkele typische post-Sabathan-era Enthroned-nummers te bespeuren, maar een uitermate atmosferische en vrij toegankelijke song zoals “Silent redemption” en haar trippy start is toch wel een primeur voor onze vaderlandse blekkies. Het als een mantra opgebouwde “Aghoria” is met haar bezwerende gezangen een ander opvallend nummer dat boven de rest van de plaat uitsteekt net zoals de psychedelische insteek van het mysterieuze Oosters-klinkende “Oneiros” en haar rituele koorzang. “Beyond humane greed” is een song van contrasten op vlak van snelheid en bevat knappe psychedelische leads. Ook “Smoking mirror” heeft twee gezichten want na een mid-tempo start ontpopt het zich tot een razendsnel Enthroned-nummer waarin drummer Menthor volledig kan losgehen. Toch is er opnieuw ruimte voor een soort van kosmische atmosfeer die een link legt met het artwork waarvoor gitarist Neraath optekende. Het negen minuten durende “Son of man” borduurt hierop verder en heeft opnieuw een erg weids en open karakter waarbij ik soms wat Pink Floyd-invloeden in het gitaarwerk meen te bespeuren. Middels koorzangen die “Hail, Lucifer!” zingen komt er een einde aan deze avontuurlijke reis. Daar waar de laatste paar Enthroned-platen erg onderling inwisselbaar waren, siert het de band dat er met “Cold black suns” nieuwe wegen verkend worden. Puntje van kritiek is dat Enthroned in de blastpassages nogal steriel klinkt, een euvel dat ze sinds de laatste paar platen al hadden. Ik kan aannemen dat sommige fans wel eens zullen slikken bij de passages waar de band voluit voor atmosfeer gaat, maar ik smaak deze nieuwe invalshoek wel. Jankers die nog altijd op een nieuwe plaat in de stijl van “Towards the skullthrone of Satan” blijven hopen, zijn er ook nu weer aan voor de moeite en kunnen hun geld misschien beter op Sabathan inzetten.

JOKKE: 85/100

Enthroned – Cold black suns (Season Of Mist 2019)
1. Ophiusa
2. Hosanna Satana
3. Oneiros
4. Vapula omega
5. Silent redemption
6. Aghoria
7. Beyond humane greed
8. Smoking mirror
9. Son of man

Psychonaut – Ferocious fellowman

Al wie op regelmatige basis een concertje uit de hardere regionen meepikt, zal ongetwijfeld het Mechelse Psychonaut wel al eens een verpletterende live show hebben zien geven. Enkele songs van hun weldra te verschijnen tweede EP “Ferocious fellowman” werden de afgelopen maanden reeds in de setlist opgenomen. En hoewel ik bij de eerste live uitvoeringen van het nieuwe werk vreesde dat het trio een veel progressievere weg zou inslagen (waar ik persoonlijk minder fan van ben), moet ik zeggen dat dit bij het beluisteren van de nieuwe EP een ongegronde schrik bleek te zijn. De vier nieuwe songs liggen in het verlengde van het werk op “24 trips around the sun” maar klinken iets gestroomlijnder en compacter (een psychedelische mammoet van veertien minuten is er deze keer niet bij). Er werd dan misschien wat aan psychedelica ingeboet maar er gebeurt nog altijd best wel wat in de songs. Hierbij werd echter steeds over een goede flow en groove van het geheel gewaakt. Door het veelvuldig optreden zijn de drie topmuzikanten hoorbaar erg goed op mekaar ingespeeld en de speelvreugde hoor je dan ook uit je boxen spatten. Dat Frank Rotthier ondertussen wel weet hoe hij een stevige rockplaat van een goed geluid moet voorzien is eveneens hoorbaar in de organische, transparant klinkende plaat die vooral in de lagere regionen beter uit de verf komt dan de voorganger. Op vocaal gebied weten zowel zanger/gitarist Stefan De Graef als bassist/zanger Thomas Michiels met hun respectievelijke screams en cleane zang te overtuigen en het valt niet te ontkennen dat die laatste een steeds grotere rol weet op te eisen in het geheel. Zo worden het pakkende refrein van “The fright” en nagenoeg de volledige titeltrack door Thomas gedragen. “Saturation” is dan weer een track die de muziek meer voor zich laat spreken en waar pas na een vijftal minuten zang opduikt. Invloeden van Tool, ons eigenste Steak Number Eight, Deftones en grootheden uit de jaren ’70 zoals Pink Floyd en Led Zeppelin zijn nog steeds onmiskenbaar aanwezig in de mix van stoner en psychedelische sludge, maar Psychonaut heeft op korte termijn reeds een eigen smoelwerk weten te ontwikkelen, wat alleen maar respect kan afdwingen. Je zou ze als de ideale inloopband voor het écht zwaardere werk kunnen omschrijven, want verdomd heftig uithalen is er bij het trio niet bij. Hierdoor zou Psychonaut een breed publiek moeten kunnen bereiken en de hardwerkende band verdient het dan ook om tot de hoogste regionen van de vaderlandse muziekscene door te dringen. Komende zondag wordt “Ferocious fellowman” officieel live voorgesteld in Trix en in de nasleep van die release zal Psychonaut ongetwijfeld weer over alle uithoeken van het land op grote en minder grote podia te bewonderen zijn. Indien u tot de enkelingen behoort die hen nog niet live heeft kunnen aanschouwen, zou ik daar toch maar snel verandering in brengen!

JOKKE: 85/100

Psychonaut – Ferocious fellowman (Eigen beheer 2016)
1. The fright
2. Saturation
3. Ferocious fellowman
4. The lost ones

Enslaved – In times

Wie wil zien hoe Vikingen Christelijke Engelse legers in de pan hakken of onderling een robbertje vechten, kan zijn of haar hartje ophalen bij tv-serie “Vikings”. Wie meer wil weten over het dagelijkse leven, de landbouwbezigheden van de Noormannen en het feit dat hun vrouwen eigenlijk de broek droegen, kon de afgelopen weken terecht op de Viking expositie in Tongeren. Wie echter geïnteresseerd is in de symboliek en mystiek van het Noorse godendom, zit bij Enslaved aan het juiste adres. Gedurende hun bijna vijfentwintigjarige carrière hebben spilfiguren Ivar Bjørnson en Grutle Kjellson de nodige watertjes doorzwommen. Begin jaren negentig stonden ze aan de wieg van het viking subgenre binnen de opkomende black metal tsunami. Rond de eeuwwisseling geraakte de woeste viking/black op de achtergrond en gingen beide heren op zoek naar een nieuwe invalshoek voor hun extreme metal. Gedreven door hun voorliefde voor Rush, Pink Floyd en Tool sloeg de band een meer progressieve richting in. Sinds “Isa” uit 2004 vonden ze opnieuw een stabiele bezetting en hebben ze hun eigen niche sound album na album verder ontwikkeld, met enkel “Vertebrae” als schoonheidsfoutje in hun discografie. “In times” is alweer het dertiende full album van het kwintet en laat wederom horen waarom de band tot de ab-so-lu-te top van het progressieve extreme genre behoort. Elk van de zes songs heeft zijn eigen karakter en put toch uit de stijlelementen van hun gepatenteerde muziekstijl. Opener “Thurisaz dreaming” gooit meteen de zweep erop en laat horen dat Enslaved haar extreme oorsprong en blast beats nog niet verleerd is of verloochent. In plaats van echter heel de song door te razen, duiken de bezwerende cleane vocalen van toetsenist Herbrand Larsen halverwege op om te contrasteren met de felle en uit de duizenden herkenbare rochelkrijsen van Grutle en subtiele achtergrondkoorzang. Het contrast met het daaropvolgende rockende “Building with fire” kon niet groter zijn. De drums van Cato Bekkevold zorgen voor een pulserende beat, ondersteund door de solide bass van Grutle. In deze song treedt Herbrand nog meer in de spotlights en zijn hemelse keelklanken produceren hier een wel héél catchy oorworm, zonder ook maar één moment cheesy te klinken. Het contrast met de raspende vocalen wordt hierdoor nog meer in de verf gezet. De dag dat Herbrand de deur achter zich dicht trekt bij Enslaved, hebben ze een groot probleem. Hopelijk komt het nooit zo ver! Het moet volgens mij vanaf de song “Sigmundskvadet” van “Monumension” geleden zijn, dat er nog eens een authentiek vikingkoor in een Enslaved song opdook. Met het experimentele en progressieve “One thousand years of rain” is het nogmaals zo ver en wordt de samenwerking aangegaan met Einar Kvitrafn Selvik van Wardruna. Benieuwd wat hun collaboratie op Roadburn gaat geven! “Nauthir bleeding” is de meest vintage Enslaved song en leunt dicht aan bij het materiaal op voorganger “RIITIIR”. Ik noteer hier nog de mooie solo aan het einde van het nummer in mijn notitieboekje en hoor dat Ivar hier volledig uit zijn dak kan gaan. De titelsong is het levende bewijs van hun voorliefde voor Pink Floyd en is met zijn tempo- en maatwisselingen en dromerige space rock vibes de meest progressieve song van het album. De tonaliteit van het riffwerk in het afsluitende “Daylight” roept meer dan eens vergelijkingen op met Deftones. Nooit gedacht ik deze vergelijking nog eens zou maken. Een mens vraagt zich soms af hoe het in godsnaam mogelijk is om na zoveel jaren dienst nog steeds zo’n relevante albums uit te brengen. Een diepe respectvolle buiging voor Enslaved is hier op zijn plaats.

JOKKE: 91/100

Enslaved – In times (Nuclear Blast 2015)
1. Thurisaz dreaming
2. Building with fire
3. One thousand years of rain
4. Nauthir bleeding
5. In times
6. Daylight

Psychonaut – 24 trips around the sun

Als het aan mij ligt zou het Mechelse Psychonaut de komende jaren nog wel eens de nodige potten kunnen breken. De relatief jonge band werd pas in januari 2013 uit de grond gestampt maar heeft toch al serieus wat shows op haar palmares staan inclusief de grotere wedstrijden zoals Humo’s Rock Rally en Frappantpop. Dat ze nooit als winnaars uit de bus kwamen, ligt waarschijnlijk aan het feit dat de muziek niet commercieel genoeg is (ofwel had de jury steeds stront in hun oren). Op hun eerste EP getiteld “24 trips around the sun” geeft het trio ons mits vier songs (die goed zijn voor zo’n 35 minuten muziek) een uppercut van jewelste. De eerste noten van opener “Mantra” grijpen je meteen bij de strot. We horen een band aan het werk die de psychedelische invloeden van enkele grootheden uit de jaren ’70, think Zeppelin en Floyd, koppelt aan stevigere post-stoner en sludge uitbarstingen. Op vocaal gebied valt er heel wat te beleven, want sterke cleane zang (die veel gelijkenissen vertoont met Brent van Steak Number Eight), soms misschien een tikkeltje grungier, wordt afgewisseld met screams die vanuit de tippen van de tenen van gitarist Stefan lijken te komen. Dat deze drie jonge gasten hun muziekinstrumenten beheersen, staat als een paal boven water. Wat hen siert is dat ze geen overdreven showcase willen geven van wat ze allemaal in hun mars hebben. Alles staat in teken van de muziek en het muzikale gevoel. In elk nummer van deze EP schakelt de band met het grootste gemak van bezwerende Floydiaanse psychedelica over naar groovende grunge passages of complexere stukken, zoals de naar Tool neigende groove in klepper “Ascendancy”. Afsluiter “Psychedelic mammoth” slaat de nagel op de kop want met zijn dertien minuten verkent de band in deze song alle uithoeken van het experimentele stoner spectrum inclusief solo gitaarwerk om duimen en vingers bij af te likken. Soms zitten er misschien net iets té veel ideeën binnen één nummer verwerkt of wordt het iets te langdradig (titelnummer), maar dat is eigenlijk muggenziften. Bij elke draaibeurt heb ik een andere favoriet en dat is een goed teken. Net als Grimmsons enkele maanden terug, opnieuw een erg sterke EP van een veelbelovende band van eigen bodem. Zeg nu nog dat er geen talent rondloopt in ons kleine Belgenlandje!

JOKKE: 83/100

Psychonaut – 24 trips around the sun (Eigen beheer 2014)

1. Mantra
2. 24 trips around the sun
3. Ascendancy
4. Psychedelic mammoth