sargeist

Vampirska – Torturous omens of blood and candlewax

Grillig bandlogo: check! Vampiergerelateerde bandnaam: check! Zwart/wit cover met een gecorpsepaint individu: check! Kandelaars: check! Van ornamenten voorziene boordkader: check! Alle elementen voor een rauwe blackmetalplaat zijn met andere woorden voorhanden bij Vampirska. Deze one-man band van een niet nader genoemd individu komt ons vanuit de States toegevlogen, samen met Portugal en Bosnië Herzegovina de voornaamste broedplaatsen voor lo-fi zwartmetaal. Dit debuut kwam oorspronkelijk – zoals het de undergroundnormen betaamt – op cassette uit en zal door het kersverse Russische label Obscurant Visions ook op wax beschikbaar gesteld worden. Vampirska en diens “Torturous omens of blood and candlewax” kunnen – op de uit treurige orgelklanken bestaande opener “Revenant” na – zonder gemor het label lo-fi opgespeld krijgen, maar dan nog zijn er veel gradaties, gaande van een door onkunde simpelweg onbestaande productie tot een doelmatig gekozen rauwe sound. Vampirska behoort tot die tweede categorie. De gitaarsound is aan de dunne kant, de basic maar organische drums komen vrij goed door en de vocalen zijn zwaar door de mangel gehaald en vormen eigenlijk het meest overheersende lo-fi element op deze langspeler, maar laat dat de pret vooral niet drukken want de sfeer en ambiance zitten goed, ook al is die koudbloedig, verdorven en zwartgallig. Het vetarme riffwerk is doeltreffend in zijn eenvoud en heeft wel wat van een oude Sargeist of Satanic Warmaster weg, voor wie enkele referentiepunten wil hebben. Het einde van “Hateful spirits emerge bleeding from open wounds” bevat een opvallend stukje met verwrongen atonale cleane gitaren. Leuk detail! De vocalen klinken als een woeste winderige orkaan en elke keer als de man achter Vampirska zijn strot opentrekt, kan hij volgens mij zijn lucifers bovenhalen om de kaarsen op zijn kandelaar terug aan te steken. Nicht slecht en zelfs tijdens lange composities als het titelnummer of afsluiter “Feasting on the dried blood of majesties” blijven we tien minuten lang bij de les. Enkel geschikt voor de trve ende oldschool rauwe blackmetal liefhebber.

JOKKE: 75/100

Vampirska – Torturous omens of blood and candlewax (Obscurant Visions/Crown and Throne Ltd 2020)
1. Revenant
2. A pale face eclipsed by shadows
3. Hateful spirits emerge bleeding from open wounds
4. A nocturnal incantation of undying
5. Torturous omens of blood and candlewax
6. Feasting on the dried blood of majesties

Panzerwar – Lost in the confines of absolute hatred

Gautaz, het alleenheersende heerschap achter Panzerwar, houdt er een moorddadig releasetempo op na. De band werd oorspronkelijk in 2017 in het Noorse Sarpsborg in het leven geroepen en er volgden een EP, de langspeler “Ulv og mann“, een split en een single. In mei 2019 verdwenen Gautaz en Panzerwar gedurende dertien maanden van de aardbol om uiteindelijk in het noordwesten van Vinland (Canada) terug boven water te komen. Het bloed en de haat kruipen waar ze niet gaan kunnen en in sneltempo verschenen dit jaar nog een tweede langspeler “Ephemeral existence“, drie splits en een derde full-length genaamd “Lost in the confines of absolute hatred“, die we er voor de gelegenheid uitpikken om van een oordeel te voorzien alvorens met Halloween de vierde plaat “Warlord” het levenslicht zal zien. Sargeist, Bathory, Swordmaster en de Oostenrijkse componist Gustav Mahler zijn enkele van de inspiratiebronnen die Gautaz aangeeft, maar eerlijk gezegd hoor ik voornamelijk Sargeist als ijkpunt in het traditionele zwartmetaal van Panzerwar, zonder echter een typische Finse sound te willen nastreven. Het gros van de drie kwartier speeltijd doet de muziek de bandnaam alle eer aan, maar Gautaz voegt ook enkele welgekomen rustpunten in. Zo zijn er de “oehoe” uilgeluiden en tsjirpende krekels die “In search of a lost memory” een extra folkloristisch karakter geven en “Olaf og Oskar” houdt het volledig instrumentaal middels dromerige en rustgevende synthklanken. Wat een bevrijding want het blackmetalgeweld dat we tot dan toe ondergingen, begon zo stilaan op onze zenuwen te werken. Gautaz’ screams klinkt immers nogal eentonig en alledaags, waardoor zijn verdorvenheid en afschuw nogal mak binnenkomen. De krijszang begint na een tijdje zelfs serieus tegen te steken omdat die de nuances die in het gitaarwerk wél aanwezig zijn, gewoonweg volledig overstemt. En wanneer de drums accelereren, is het eenzijdigheid troef. Eens dit intermezzo weggeëbd is, keert Panzerwar (spijtig genoeg) terug naar het oude. “War in the north” bevat nog wel enkele sfeermakende zwaardkletterende oorlogssamples maar kan de feestvreugde niet aanwakkeren. “Lost in the confines of absolute hatred” is dan ook geen plaat die ons als een panzertank omver weet te walsen.

JOKKE: 66/100

Panzerwar – Lost in the confines of absolute hatred (Death Kvlt Productions 2020)
1. Lost in the confines of absolute hatred
2. In search of a lost memory
3. An echo of lies once lived
4. A light on a moonless night
5. In the frozen forest of treachery
6. Kveldulf
7. Olaf og Oskar
8. War in the north
9. Silence or blood
10. Vinterkrig
11. A farewell etched in stone (Outro)

Welkin – Recollections of conquest and honour

Het artwork dat op de hoes prijkt van Welkin’s debuutlangspeler “Recollections of conquest and honour” herkennen we in één oogopslag van Abigor’s “Channeling the quintessence of Satan“, maar het betreft hier natuurlijk geen commissioned piece maar een werk van de Duitse kunstenaar Albecht Dürer getiteld “”Knight, death, and the devil”, geen wonder dat deze gravure uit 1514 te pas en te onpas opduikt in black metal artwork. Het betreft hier trouwens niet de Belgische Welkin, maar een éénmansproject van de Singaporese Hasthur die middels dit vehikel enerzijds zijn voorliefde voor Finse black à la Satanic Warmaster, Sargeist, Baptism, Behexen en Noenum wil botvieren en anderzijds ook inspiratie vond in meer episch/folky en exotisch zwartmetaal van namen als Darkenhöld, Holyarrow, Vothana en Thrawsunblat. Na een demo en een lokale samenzwering met Nuurisk en Luna Azure vond Hasthur de tijd rijp voor een volwaardig debuut en het moet gezegd dat “Recollections of conquest and honour” allerminst de mist ingaat, althans voor wie de black metal en typische melancholie van de aangehaalde Finse referenties (maar dan met een modernere sound) wel kan smaken en ook niet vies is van de nodige epiek. De riffs zijn melodieus, maar niet overdreven complex en pretenderen zeker niet naar de neoklassieke inslag van de Zweedse school. Zoals gezegd groeide Hasthur eerder met Finse black in zijn tienerkamer op. De vijf lange composities bevatten een onmiskenbare folk ruggengraat, maar gelukkig op een subtiele wijze zonder in hoempapa toestanden te verzanden. Het woeste, bijna tien minuten durende “War.Victory.Honour” doet zijn naam alle eer aan en bevat samples van zwaardgekletter en hinnikende paarden wat het oorlogszuchtig karakter van de song nog extra onderstreept. De drums zijn hoorbaar geprogrammeerd, maar het werkt nergens storend. Hashtur beschikt over een fijne, doch doorsnee klinkende raspende stem die doet wat ie moet doen, maar ons nergens omver blaast. Het afsluitende “Farewell” is geen outro-achtig mijmerend niemendalletje maar een negen minuten durend so long, farewell, auf wiedersehen, goodbye dat goed samenvat waar Welkin voor staat. “Recollections of conquest and horror’ is een plaat die aangenaam en toegankelijk klinkt, opwinding zonder risico verschaft en vertrouwd klinkt zonder te vervelen. Wie zich aangesproken voelt, moet deze dan ook maar eens een luisterbeurt gunnen. Best impressionant voor een zeventienjarige!

JOKKE: 79/100

Welkin – Recollections of conquest and honour (Pest Productions/Azure Graal 2020)
1. The Thalassic path / To the new world
2. Conquest
3. Winds of strife
4. Upon the starlit highlands
5. War.Victory.Honour
6. Farewell

Morta – Funébre

Het Spaanse Morta bewijst drie zaken met diens “Funébre” EP. Ten eerste: niet enkel duister, mistig en frostbitten Scandinavisch forest worship levert goede black metal op; ook in zonnige oorden lopen er héél wat muzikanten rond die in staat zijn een zonsverduistering te creëren met hun zwartgallige muziek. Ten tweede: het simultaan fysiek aanwezig zijn van de bandleden in één en dezelfde opnameruimte (of in dit geval eerder een dungeon) komt de chemie ten goede en is iets wat bij sommige moderne bands al eens wat aan spontaniteit doet missen, zeker als bv. de leden over verschillende continenten verspreid zijn en afzonderlijke opnamepartijen via de digitale snelweg samenkomen. Ten derde: een plaat met twee opeenvolgende intro’s openen, is niet zo vreemd als je zou denken. Om maar te zeggen dat wat Cardhen (bas en zang), M.W. (drums en zang) en Necroceron (gitaar en zang) op “Funébre” laten horen, ons zeker kan bekoren. En zoals je ziet, gooien de drie heren hun stembanden in de strijd wat een gevarieerd vocaal pallet aan screams, diepere growls en ijzige wanhoopskreten oplevert. De sound van het trio verraadt in nummers als “Sacrificio” en “Sin voz ni rostro” ontegensprekelijk een voorliefde voor no-nonsense Fins zwartmetaal zoals we dat van een Sargeist kennen: geen fancy tierlantijntjes en overbodige fanfaretoestanden – op de in- en uitluidende pianoklanken na dan – maar straight to the point gemusiceer met één gitaar, een basgitaar en een drumstel. Extra punten ook voor authenticiteit want de teksten die over occulte toestanden en de dood gaan, worden in de moedertaal vertolkt. “Funébre” werd door Poisonous Sorcery in een oplage van 100 exemplaren op vinyl uitgebracht maar is al maanden hopeloos uitverkocht (hoewel dra terug aan woekerprijzen beschikbaar op Discogs). Thank God, brengt Signal Rex het ding ook op tape en CD uit.

JOKKE: 80/100

Morta – Funébre (Signal Rex/Poisonous Sorcery 2020)
1. Cadáver perenne
2. Introit: Sabbat
3. Sacrificio
4. Sin voz ni rostro
5. Infierno fúnebre
6. Oraculum ab necromantiæ
7. Fuego y hueso
8. Gloria profunda

Bythos – The womb of zero

Perkele!” nog aan toe, wat een fijn orkestje krijgen we hier nu weeral voorgeschoteld door Terratur Possessions! De heren M.S. (zang), M.L. (gitaar en bas) en L.R. (drums) besloten de – voor deze gelegenheid onbekladde – koppen samen te steken en Bythos op te richten, waarvan de naam ontleend is aan de gnostiek waarin een pleroma de benaming voor de volheid, de structuur en verblijfplaats van de goddelijke wereld voorstelt. In het pleroma van gnosticus Ptolemaeus is er sprake van een volmaakte eon die het ‘Oerbegin’, de ‘Oervader’ of ‘Diepte’ (‘Bythos’) wordt genoemd. Deze Finse geweldenaars mikken op het resetten van de goddelijke plannen door vernietiging: schoonheid in vernietiging, vernietiging in schoonheid. Het trio houdt er nevenactiviteiten bij Behexen, Sargeist, Horna en Ajattara op na, maar heeft toch bestaansrecht naast deze gekende Finse blekkies. Bythos’ sound is immers niet zo Fins als verwacht werd, maar bevat veeleer elementen uit Noorse en vooral Zweedse black. Bovendien werd gekozen voor een krachtige en meer moderne productie wat de nummers meteen ook toegankelijker maakt. Nu niet om te zeggen dat de negen songs op debuutplaat “The womb of zero” mainstream klinken, maar ze happen toch gemakkelijker weg dan het materiaal van hun andere bands. Wat opvalt is dat de muziek van een nummer goed aansluit bij diens thematiek. Zo klinken de lofbetuigingen aan duistere figuren als Sorath en Lucifer dankzij de energieke meebrulrefreinen of sacraal aandoende gezangen heel krachtig en ecstatisch. Songs als de bezwerende opener “Black labyrinth” en het met subtiele keyboards en een melodieuze solo doorspekte “Call of the burning blood” slagen er dan weer in om een gevoel van beklemmende wanhoop te doen binnen komen. “When gold turns into lead” barst van het magnifiek melodieus gitaarwerk waarin de invloed van een band als Dissection hoorbaar is. De zanglijn volgt de melodie braafjes wat het een heel toegankelijk nummer maakt. “Omega dragon” kent een stuwende rock-beat en zet onherroepelijk aan tot meebrullen met het heldere zangkoor dat meermaals opduikt. “Legacy of Naahmah” wordt afgesloten met ingetogen akoestisch gitaargetokkel waarna het eerder berustende “Destroyer of illusions” je meevoert op diens meanderend melodieus gitaarspel. De vocalen die over de tremolo-riffs bulderen zijn licht vervormd en vormen een mooi contrast met de goed in het gehoor liggende gitaarharmonieën. De vernietigingsdrang van het goddelijke komt middels “Luciferian dawn” tot een einde. Met zes en een halve minuut speeltijd is het de langste compositie die “The womb of zero” telt waarbij akoestische gitaren er een sereen einde aan breien. Blastbeat fanatiekelingen zullen op hun honger blijven zitten, want ik heb er gedurende drie kwartier geen enkele geteld. “The womb of zero” is een uitermate geslaagd debuut dat het moet hebben van diens prachtig gitaarwerk en aanstekelijke, veelal meebrulrefreinen.

JOKKE: 85/100

Bythos – The womb of zero (Terratur Possessions 2020)
1. Black labyrinth
2. When gold turns into lead
3. Sorath the opposer
4. Omega dragon
5. Call of the burning blood
6. Hymn to Lucifer
7. Legacy of Naahmah
8. Destroyer of illusions
9. Luciferian dawn

Vaeok – Vaeok

Wanneer, na een sfeerscheppende inleidende passage, de eerste metalen tonen van “Terricula nox” uit de boxen schallen, dacht ik even met nieuw werk van Nightbringer te doen te hebben, want de snerpende gitaarriffs en Gollum-achtige vocalen klinken me bekend in de oren. Nu is dat op zich niet zo gek als we weten dat VJS (Sargeist, Kult ov Azazel, Adaestuo, Demoncy en dus ook Nightbringer), naast de mij onbekende M.S., één van de twee spilfiguren in deze nieuwe band is. Een verschil met Nightbringer is dat Vaeok kosmische toetsenpartijen aan haar atmosferische black toevoegt zonder écht symfonische paden te bewandelen. Denk aan een mix van enkele grootheden uit de jaren negentig zoals Emperor (de majestueuze toetsen) of Diabolical Masquerade (de vinnige agressie). Het tempo ligt regelmatig verschroeiend hoog, maar door een geslaagde productie van de Necromorbus Studio verzanden de flitsende passages nergens in een brij. Het tweede nummer, “Atrox“, bevat een melodieus refrein dat “Mother north’‘-gewijs in arena’s zou kunnen meegekeeld worden, maar iets zegt me dat Vaeok nooit zo’n grote band zal worden. Daar is de concurrentie tegenwoordig te moordend voor (waar ik absoluut niet mee wil zeggen dat dit geen kwalitatieve release is) en Vaeok’s muzikanten te integer. Sterke EP!

JOKKE: 81/100

Vaeok – Vaeok (World Terror Committee 2020)
1. Terricula nox
2. Atrox
3. Malaesthete
4. Souls void

Sargeist – Death veneration

Ville Pystynen aka Shatraug is zo’n man die black metal ademt door alle poriën van zijn huid, zelfs indien die beklad is met een dikke laag corpse paint. En toch lijkt het live steeds alsof de man zich dood verveelt. De Fin, die het meest bekend is van Horna en Sargeist, heeft al ontelbare riffs uit zijn mouw geschud en ik vraag me soms af of hij nog wel weet of hij een bepaalde riff al niet eerder geschreven heeft. In 2019 alleen al was hij te horen op nieuw materiaal van Black Stench, Finnentum, Vordr en nu dus ook nog op de allernieuwste kerst-EP van Sargeist. Sinds 2016 is de line-up van de band trouwens ongewijzigd gebleven, een hele prestatie! “Death veneration” telt vier nummers die stammen uit de opnamesessies van “Unbound“, Sargeist’s jongste langspeler en misschien ook wel hun beste, en die oorspronkelijk bestemd waren voor twee splits die nooit vereeuwigd werden. Zoals te verwachten vallen er hier geen verrassingen te rapen. Sargeist doet immers steeds wat het het beste kan, namelijk ongecompliceerde onvervalste black metal spelen met beklijvende gitaarpartijen, ruwe zang en oerdegelijk drumwerk. “To make wolves of men” voelt dankzij diens vinnige gitaarspel behoorlijk aanstekelijk en opzwepend aan, Shatraug zou er op een podium zowaar zelf nog van beginnen heupwiegen. Ook het zeven minuten durende “To feast on astral blood” zal menig black metal-liefhebber kunnen bekoren want het riffwerk bevat zoals steeds een gezonde dosis vitamine S(atan). Het eerste deel moet het hebben van up-tempo rechtlijnig knuppelend drumwerk maar nadien maakt de razernij plaats voor mid-tempo black met een naar Sargeist-begrippen vrij melodieuze insteek qua riffs hoewel drummer Gruft af en toe het tempo nog eens aanzwengelt. “Lunar curse“, het allereerste nummer dat Shatraug in 1998 voor Sargeist schreef, laat terug een wat fellere kant van de band zien maar steeds weer is er dat heerlijke Scandinavische tremolo riffwerk. De grimmige titeltrack sluit deze achttien minuten durende EP vol satanische zwarte devotie af.

JOKKE: 85/100

Sargeist – Death veneration (World Terror Committee 2019)
1. To make wolves of men
2. To feast on astral blood
3. Lunar curse
4. Death veneration

Gaua – Feeble psychotic vortex

Vergeleken met Portugal hinkt de Spaanse black metal-scene toch nog een beetje achterop. Gaua probeert daar verandering in te brengen. Het betreft een nog vrij jonge band die in 2015 werd opgericht en later dat jaar een demo op de markt smeet (“Unearthly sorrowed visions“). In 2018 volgden een split met het Baskische Ur en een EP getiteld “Feeble psychotic vortex” die via Altare Productions op CD en LP verscheen. Écht nieuw is deze 37 minuten (!!) durende EP dus niet, maar vermits ie via Nebular Carcoma nu ook een derde leven op tape krijgt en wat we hier te horen krijgen best overtuigend klinkt, besloten we deze release toch nog even onder de aandacht te brengen. Adepten van Finse bands genre Sargeist (wegens de schurende grimmigheid en de openingsriff van “Schlitze” die wel heel veel wegheeft van diens “Satanic black devotion“) dienen de oren te spitsen voor Gaua. Hun black wordt verder à point gehouden middels een mengelmoes aan slepende melodieuze partijen en leads (finale van “Misfortune“), punky uitbarstingen, marcherende ritmes en Urfaustiaanse psychedelica wanneer de vocalen in “Second lament of a star” de semi-cleane tour opgaan. Wat een heerlijk intoxicerend nummer! De rockende partijen in combinatie met de grauwe screams ademen ook een zekere Nachtmystium-vibe uit. Dit alles verpakt in drie lange songs. Als toetje krijgen we nog een herwerking van het Vlad Tepes’ oudje “Drink the poetry of the Celtic disciple“, dat met zijn veertien minuten speeltijd eerder een ‘dessert deluxe’ is en met een minder ruwe sound dan het origineel laat zien dat dit best een gave compositie is. De aangehaalde referenties zouden jullie in staat moeten stellen een goed beeld te krijgen van dit “Feeble psychotic vortex” dat enerzijds vanuit een basis van traditionele grimmige black vertrekt maar daar toch ook talrijke melodieuze extra’s aan toevoegt.

JOKKE: 81/100

Gaua – Feeble psychotic vortex (Nebular Carcoma 2019)
1. Misfortune
2. Schlitze
3. Second lament of a star
4. Drink the poetry of the Celtic disciple (Vlad Tepes cover)

Heinous – Demo I

De nieuwe extreme metal-bands blijven de laatste tijd als paddenstoelen uit de Belgische ondergrond schieten en daar zijn we natuurlijk heel blij mee. Het vrij jonge Medieval Prophecy Records heeft een groot aandeel in het opsporen van dit subterraan talent. Het cassettelabel bracht reeds demo’s uit van Forbidden Temple en Moenen Of Xezbeth en nu is het de beurt aan het mysterieuze Heinous. Mysterieus omdat het gissen is naar de identiteit van deze snoodaards, hoewel ik een vermoeden heb dat de origine van deze band in ons “hell hole” ligt. Heinous speelt black metal in zijn puurste vorm waarbij een band als Paragon Impure ten tijde van diens opus magnum “To Gaius!” niet veraf is. Maar ook de eerste releases van Nidrosian black metal-bands als Dark Sonority en Kaosritual of ons eigenste Possession schijnen in deze vier heftige nummers door. Het tempo van de scheurende en opzwepende black ligt hoog, enkel in “Disciple of Satan” wordt er even wat gas terug genomen en horen we Finse invloeden van bands als Sargeist terug. Dit is twintig minuten lang no nonsense ketelmuziek van de zwartste soort. Wel niet vergeten om voldoende variatie in te bouwen in de nummers jongens. Voor de rest dienen hier niet veel woorden aan vuil gemaakt te maken. Probeer gewoon een exemplaar te scoren.

JOKKE: 78/100

Heinous – Demo I (Medieval Prophecy Records 2019)
1. Thirteen thousand knights
2. Unholy pyre
3. Heinous majesty
4. Disciple of Satan

Barshasketh – Barshasketh

Het van Nieuw-Zeeland naar Schotland verkaste Barshasketh volgen we al een tijdje; sinds het uit 2010 afstammende debuut “Defying the bonds of cosmic thraldom” om meer precies te zijn. Sinds den beginne had oprichter Krigeist het spelen van pure second-wave black metal met zijn éénmansband voor ogen. Een naam als Gorgoroth kwam vaak terug als richtingaanwijzer in zijn muzikale creaties, zo ook op de albums “Ophidian henosis” en de conceptuele split “Sein/Zeit” met het Pools Outre. Ondertussen wist Krigeist een volledige bezetting rondom zich te bouwen met de Finse drummer MK (Hautakammio, ex-Kalmankantaja) als laatste aanwinst. Een decennium na haar oprichting brengt Barshasketh nu haar vierde self-titled-plaat uit, de derde voor World Terror Committee. Wie zich altijd al afvroeg waar de mysterieuze bandnaam vandaan komt, zal het antwoord vinden op het nieuwe album dat gebaseerd is op het concept ‘Be’er Shachat‘ waar de naam Barshasketh van afgeleid werd. Het is een esoterische term en één van de zeven divisies van de hel die opduikt in de Qliphoth van de Joodse Kaballah en draait om het cyclische proces van het bestaan doorheen fases van vernietiging, zuivering en wedergeboorte. “Barshasketh” klokt op een ruime 54 minuten af en laat nog steeds second wave black horen met venijnige power chords, tremolo riffs en single chord partijen. Het eerder vernoemde Gorgoroth, maar ook een Dark Funeral is nooit veraf. De bassist is goed hoorbaar en geeft diepte aan de songs maar de ster van de plaat is ongetwijfeld drummer MK die leuke twists in zijn drumspel inbouwde. Let bijvoorbeeld eens op die gezwinde versnellingen die hij in “Ruin I” uit zijn mouw tovert. De plaat werd opnieuw vereeuwigd in de Necromorbus Studio wat een sound aflevert die erg geschikt is voor dit genre (maar ook wel een tikkeltje generisch klinkt) waarbij de balans tussen atmosfeer en agressie erg belangrijk is. In “Consciousness I” duiken melodieuze leads op en de melodieuze kaart wordt nog verder getrokken in het tweede deel van het nummer dat met cleane gitaren start en halfweg een morbide intermezzo bevat alvorens volledig los te barsten in de flitsende finale. Ook het tweede deel van “Ruin” is episch van opzet. Aanvankelijk word je nog compleet murw geslagen door diens hondsdolle snelheden, maar halfweg passeren een Watain-achtig stukje, cleane gitaren en subtiele cymbaalaccenten waarna een Slayer-riff het supersnelle einde inluidt. In “Rebirth” trekken progressieve Emperoriaanse riffs dan weer de aandacht. Als kers op de taart heeft Barshasketh met het afsluitende “Recrudescense” nog het langste nummer van de plaat voor ons in petto waarin allerlei rituele gezangen de revue passeren. Het ontbreken van een eigen identiteit maakt Barshasketh goed met het uitermate strakke spel en de beste nummers die ze ooit geschreven hebben. Met stip hun beste werk tot op heden.

JOKKE: 85/100

Barshasketh – Barshasketh (World Terror Committee 2019)
1. Vacillation
2. Resolve
3. Consciousness I
4. Consciousness II
5. Ruin I
6. Ruin II
7. Rebirth
8. Recrudescense