sun worship

Sun Worship – Emanations of desolation

Jochei, jochei! De nieuwe Sun Worship is gearriveerd. Samen met Ultha is deze band zowat het beste wat er de laatste jaren op black metal-gebied uit Duitsland op ons werd afgevuurd. Na het geweldige “Pale dawn” uit 2016 keert de band nu uit het niets terug met “Emanations of desolation“, een 55 minuten durende trip waarvoor ik maar al te graag ga zitten. Sun Worship is ondertussen gereduceerd tot een duo nadat zanger/gitarist Felix-Florian Tödtloff de zonneaanbidders na de vorige langspeler verliet. Gitarist/zanger Lars Enssen (Ultha, Unru) en slagwerker Bastian Hagedorn bleven echter niet bij de pakken zitten…gelukkig! “Zenith” trapt met allerhande rituele percussie af maar na een tweetal minuten mondt deze The Black Heart Rebellion-achtige atmosfeer in “Void conqueror” uit in de gekende atmosferische black metal-razernij van Sun Worship. Top trouwens dat er weer voor een ruwe organische productie werd geopteerd, want een moderne afgelikte sound zou hier misplaatst zijn. Lars verzorgde in het verleden ook al zang, maar wordt nu bijgestaan door Bastian, waarbij te melden valt dat zijn scream timbre iets lager uitvalt dan deze van Felix-Florian, en hierdoor meer de sludge-kant uitgaat. In “Soul harvester” vertolken de vocalen eerder een verhalende rol dan dat het gezongen krijszang betreft. Muzikaal is dit echter nog steeds riff-gedreven melodieuze en atmosferische black waarbij Bastian zich qua snelheid zoals steeds volledig kan uitleven, hoewel de songs dynamischer dan ooit zijn. Zo laat “Torch reversed” ook wat meer mid-tempo stukken horen, net als heldere ingetogen zang. De tremolo-riffs aan het einde van deze negen minuten durende song zijn weer om duimen en vingers bij af te likken. “Pilgrimage” is een uit Burzumeske duistere ambient en rituele percussie opgetrokken rustpunt waarbij de sound van de percussie doet denken aan “Silvester anfang“, de intro van Mayhem’s legendarische “Deathcrush” EP. “Coronation” zou zo op een Ultha-plaat kunnen staan en de twaalf minuten durende afsluiter “Without end” laat het tempo bij momenten zakken, maakt plaats voor heldere gezangen maar weet ook als een bezetene te razen. Ongelofelijk dat Sun Worship met slechts twee muzikanten zulke massieve sound kan neerzetten. Benieuwd hoe ze het er live vanaf zullen brengen op hun show in de Little Devil in Tilburg op 30 oktober. Ik raad mensen met een afkeer van hipster-black aan de stront uit hun horen te halen en de vooroordelen onder tafel te vegen, want wat Sun Worship laat horen is pure klasse!

JOKKE: 90/100

Sun Worship – Emanations of desolation (vendetta Records 2019)
1. Zenith
2. Void conqueror
3. Devoured
4. Torch reversed
5. Soul harvester
6. Pilgrimage
7. Coronation
8. Without end

Ultha – Belong

Het Duitse Ultha hebben we vanaf diens oprichting in 2014 nauwlettend gevolgd. Zowat alle releases, met uitzondering van de allereerste rehearsal-tape, de split met Morast en de live-registratie op Roadburn, zijn aan onze kritische pen gepasseerd. Het gezelschap met leden van Planks, Goldust, Ghostrider, Atka, Curbeaters en Sun Worship hebben we gestaag weten uitgroeien tot misschien wel de interessantste black metal-band die er de afgelopen jaren bij onze oosterburen rondliep. Eerder deze week werd de nieuwe EP “Belong” op de mensheid losgelaten om kortelings daarna aan te kondigen dat de stekker er voor onbepaalde duur uitgaat met misschien enkel een kort ontwaken indien er zich interessante live-aanbiedingen voordoen. De output van het kwintet werd aan een moordend tempo uitgekakt, wat nu zijn tol eist. Lovenswaardig is echter dat deze creatieve maalstroom geen inboeting aan kwaliteit inhield. Er werden iets meer dan 200 minuten muziek gecomponeerd waarvan er 38 worden ingenomen door “Belong“. Gelukkig een vette kluif aangezien er ‘slechts’ twee songs op prijken. Deze – hopelijk voorlopige – zwanenzang verschijnt via Vendetta Records, het label dat Ultha op de undergroundkaart zette (enkel de laatste langspeler “The inextricable wandering” verscheen via het grotere Century Media). Wat ik altijd zo aan Ultha geapprecieerd heb, is hun tomeloze inzet, oprechtheid en volharding en de emotionele doorleefdheid die in hun black metal vervat zit (iets wat ik bij veel nieuwere bands toch wel mis). De triomfantelijk keys die zich vanaf de “Dismal ruins” EP een weg baanden doorheen hun zwartgeblakerde brok emoties, zijn ook nu weer van de partij en zetten de gevoelens van onvermogen, desoriëntatie en verstikkende eenzaamheid nog extra in de verf, voor zover de pakkende riffs en beklijvende vocalen de gevoelige snaar al niet wisten te raken. Ik heb de high pitched screams van zanger/bassist Chris Noir meer en meer weten te appreciëren en kan ze nu niet meer wegdenken. De diepere growls van gitarist/songschrijver Ralph Schmidt zorgen voor een aangenaam contrast en links en rechts werden ook geslaagde heldere zangpartijen toegevoegd. De eb-en vloed-aanpak resulteert in “No fire, only smoke” weer in een zinderende finale om duimen en vingers bij af te likken. “Constructs of separation” klinkt enorm duister, wat nog extra in de verf gezet wordt door de onheilspellende orgelklanken die in het begin van het nummer aangewend worden. Dit geflirt met gotische elementen maakt dat “Belong” muzikaal als het bruggetje gezien kan worden tussen het geniale “Converging sins” (2016) en de meer experimentele opvolger “The inextricable wandering” (2018). Wie de band nog eens aan het werk wil zien alvorens ze zich in een winterslaap wentelen, kan dat tijdens de lopende tour die op 7 december in Keulen eindigt op het Unholy Passion Fest waarop naast Ultha ook Turia, Naxen, Gold en Endstille van de partij zullen zijn. Ultha: you will be missed! Hopelijk vindt Ralph nu de tijd om het geniale Planks terug van onder de mottenballen te halen.

JOKKE: 89/100

Ultha – Belong (vendetta Records 2019)
1. No fire, only smoke
2. Constructs of separation

Unru – Als Tier ist der Mensch nichts

Split-releases blijven nog steeds een uitstekende manier om bands te ontdekken. Zo heb ik het Duitse Unru leren kennen middels twee uitstekende splits: ééntje met Sun Worship en ééntje met Paramnesia. Vier jaar na de conceptie van de band achten de vier heren de tijd rijp voor een eerste langspeler. “Als Tier ist der Mensch nichts” is de filosofische titel van het kleinood en verscheen reeds in het voorjaar maar ik stuitte er nu pas op. De Duitsers doorspekten hun cascadian style black metal in het verleden ook reeds met de nodige portie noise, maar wat ze op de nieuwe plaat laten horen behoort toch wel tot hun meest chaotische output ooit. Eigenlijk is het hun hardcore- en crustpunkverleden dat nu terug meer de bovenhand grijpt in deze allesvernietigende zwarte maalstroom. Geen hapklare brok feel good muziek, maar een zesendertig minuten durende niet aflatende onbehagelijke expressie van duisternis die de ranzige en vuile hoeken van de mensheid blootlegt; en dat zijn er wel wat. De hyperactieve drums liggen onder een dichte waas van riffs verborgen waarover gekwelde en getormenteerde screams galmen – een productie die perfect in het aan-flarden-geschoten plaatje van deze aardkloot past. “Das Anna-Karenina-Prinzip” bulkt twaalf minuten lang van de repetitieve transcenderende en enerverende (positief bedoeld!) USBM knuppel-black met triomfantelijke ondertoon waarbij de finale naar Terzij De Horde lonkt. In “Hēdonée” wordt een ander gezicht van het beest getoond: loodzware, krakende en piepende noisy doom verpulvert de laatste sprankel hoop dat het ooit nog goed komt met ons. Hier zullen liefhebbers van Primitive Man wel weg mee kunnen. Ook “Totemiker” ligt met zijn verstikkende, agressieve en disonnante over- en weer stuitende karakter bijzonder moeilijk op de maag. Deze plaat doet pijn, maar hé “no pain, no gain“.

JOKKE: 79/100

Unru – Als Tier ist der Mensch nichts (Supreme Chaos Records 2016)
1. Zerfall & Manifest
2. Das Anna-Karenina-Prinzip
3. Hēdonée
4. Totemiker

Nevoa – The absence of void

Met de regelmaat van de klok ontdek ik nieuwe underground pareltjes zoals dat nu weer het geval is met het Portugese Nevoa. Ik zou nooit de link leggen tussen het zonovergoten Portugal en de donkere atmosferische black metal die het duo Nuno Craveiro en João Freire op hun debuut “The absence of void” ten gehore brengt. Dank u Altare Productions (een voor mij onbekend label)! De driekwartier durende boswandeling van “The absence of void” begint nog enigszins hoopvol, maar wordt donkerder naarmate de harde realiteit van de natuur zich onthult. De wandelaar heeft geen andere optie dan de wetten der natuur te accepteren wat leidt tot meer begrip voor Moeder Aarde en haar grillen, wat meteen het eindpunt van de reis inhoudt (en resulteert in een nogal abrupt einde van de afsluitende titeltrack, wat absoluut niet past bij dit soort vloeiende muziek). De mooie hoes illustreert de donkere tocht perfect. De volledige discografie van Wolves In The Throne Room staat ongetwijfeld in beide heren hun platenkast, want naar deze bostrollen neigt de sound en sfeerschepping overduidelijk. Niet alleen is Nevoa ook een duo, bovendien wordt de spannende, melancholische en met momenten hypnotiserende black metal op “Alma” ingeruild voor neo-folk kampvuurklanken waarop de vocalen (zonder storend Portugees accent!) van Cláudia Andrade de luisteraar in vervoering trachten te brengen. Een trucje dat WITTR ook veelvuldig gebruikt. Het riffwerk in opener “A thousand circles” refereert ook aan het Duitse Sun Worship. Ik ken geen hol van voetbal maar toch kan ik u zeggen dat, terwijl de wolven in de Champions League spelen, dit Nevoa wel nog net een klasse lager opereert. Maar we zijn natuurlijk nog maar aan de debuutplaat bezig, wat het beste doet vermoeden voor de toekomst! Weeral één om in het oog te houden.

JOKKE: 81/100

Nevoa – The absence of void (Altare Productions 2015)
1. A thousand circles
2. Wind and branches
3. Alma
4. Below a celestial abyss
5. The absence of void

Wiegedood – De doden hebben het goed

Het Belgische Church Of Ra collectief heeft zijn gezanten reeds uitgestuurd in verscheidene sub-genres van het hardere werk zoals sludge, hardcore, grindcore, ambient en postcore. Black metal leek het nog te ontbreken puzzelstukje binnen het groter geheel, waarop leden van Oathbreaker, Amenra, Hessian en Rise And Fall besloten om Wiegedood in het leven te roepen. Verwacht je bij de term “black metal” hier echter niet aan een stel geschminkte panda’s die lofzangen brengen ter meerdere eer en glorie van de gehoornde, maar aan de atmosferische (some say hipster) variant van het genre, met een zeer grote vette knipoog naar de Amerikaanse Cascadian black metal scene. Klinkt misschien vreemd dat een Belgische band dit genre speelt? Welnee, je hoeft toch ook geen Zweedse band te zijn om Gothenburg death metal te maken of om aan de andere kant van de plas te wonen om Florida death metal te spelen? Wiegedood heeft bij mijn weten dan ook een monopolie op deze sub-stroming in ons vaderlandje. Daar waar collega’s meestal de pracht van Moeder Aarde prijzen, lijkt het trio, afgaand op de bandnaam, titel en songtitels, eerder het thema “dood” te bezingen, hoewel ik geen jota versta van de teksten die zanger/gitarist Levy uit zijn longen perst en geen idee heb of deze ook in het Nederlands gezongen worden. Openingstrack “Svanesang” legt meteen de zweep erop met een heerlijk snijdende gitaarriff ondersteund door het duidelijk in de mix hoorbare snare-geknuppel van vellenmepper Wim. Meteen moet ik aan een band als Ash Borer denken, wat absoluut als een compliment mag gelden. Halverwege de song valt de razernij stil om enkel nog wat gitaargetokkel over te houden, waardoor zowel de luisteraar als de muzikanten even naar adem kunnen happen alvorens terug een riff- en blastbeateruptie in te zetten. De bas is niet hoorbaar, omdat er simpelweg geen bassist aan te pas komt bij Wiegedood (wat we bijvoorbeeld ook bij een band als Sun Worship zien) en deze wordt eerlijk gezegd ook niet gemist. Het gitaarwerk in opvolger “Kwaad bloed” bevat enkele druppels Noorse hemoglobine en akoestische gitaar naar het einde toe. In de titeltrack gaat het er voor de drummer wat rustiger aan toe terwijl de gitaartandem een melodie op de luisteraar afvuurt die niet zou misstaan op een plaat van Wolves In The Throne Room. Afsluiter “Onder gaan” tovert twaalf minuten lang kippenvel op mijn armen en een brede grijns op mijn tronie. Wat een heerlijke song!  De repeterende riff op het einde bevat een spoken word stuk dat ingesproken werd door de Russische ex-vriendin van frontman Levy. Dit debuut heeft alles in huis om van Wiegedood een grote band te maken binnen de Cascadian stroming: goede songs, knap artwork van Stefaan Temmerman en een ruwe productie, waarin alle details toch goed hoorbaar zijn. Ook live ontketenen onze landgenoten een heuse wervelstorm, dus ga hen zeker checken op één van de vele opkomende live gigs.

JOKKE: 84/100

Wiegedood – De doden hebben het goed (Consouling Sounds 2015)
1. Svanesang
2. Kwaad bloed
3. De doden hebben het goed
4. Onder gaan