ultha

Naxen – Towards the tomb of times

To abide in ancient abysses” van Naxen vormde twee jaar geleden een fijne smaakmaker naar meer, althans voor de liefhebbers van lang uitgesponnen atmosferische black. De link naar de muziek van hun broeders in Ultha lag wel wat voor de hand, maar aangezien we grote fan van die band zijn, vormde dat hoegenaamd geen struikelblok. Op “Towards the tomb of times”, het volwaardige debuut van de uit Münster, Duitsland afkomstige band, is die Ultha-link nog steeds aanwezig. Het trio kerft dan ook een geluid uit traditionele Scandinavische black, Oost-Europese aandoende melodieën en een vleugje USBM. Deze langspeler klokt op een kloeke 47 minuten speeltijd af die netjes over vier nummers verdeeld werden…you do the math. “Towards the tomb of times” verkent de zwaktes van de mensheid, thema’s gerelateerd aan dood en verlies en het onvermijdelijke falen van onze soort. Ja, vrolijk worden we niet van wat er allemaal in de wereld gaande is en Naxen heeft een passende soundtrack geschreven voor het existentiële falen dat we rondom ons aanschouwen. Net zoal bij Ultha (daar zijn ze weer) hoor je ook bij deze jongens dat elke noot die ze spelen en elke krijs die ze uit hun strot persen – Naxen maakt gebruik van twee vocalisten – gemeend is. Ik heb het tegenwoordig liever zo dan al het gehocus pocus met rituele magie. De openingstrack “To welcome the withering” kent een massieve intro die uiteindelijk een voorbode vormt voor de niet aflatende zwartgeblakerde aanval van het hoofdgedeelte van dit nummer. Plots valt de song stil om nadien terug geleidelijk aan op te bouwen en door een leidende melodie voortgestuwd te worden. Dit lijkt tegenstrijdig met het verwelkingsproces, maar de opener kan volgens zanger/gitarist L.N. als een sterfbed gezien worden en de drie nummers die volgen, vormen de nasleep vol verlies en verdriet. “Lebend und sterbend nähren wir die Flamme“; een zinsnede die het plaatje bondig samenvat. De twee vocalisten laten voldoende ruimte vrij voor instrumentale passages die serieus op je emotionele gemoedstoestand inhakken en je meedogenloos de troosteloze en gitzwarte beenderentombe die op het hoesontwerp van Arjen Kunnen (o.a. Amenra) prijkt, mee insleuren. In het eerste deel van het epische tweeluik “A shadow in the fire” herkennen we meteen de high pitched strot van Ultha’s Chris Noir, wat samen met een mix en mastering door Ultha’s Andy Roscyzk in diens Goblin Sound Studio de parallellen met die band er nog eens dubbel en dik bovenop legt. Het tweede deel vormt het absolute hoogtepunt van “Towards the tomb of times” dat met zijn vlijmscherpe riffs en meeslepende melodieën enkele welgeplaatste krassen in mijn ziel weet te kerven. Voer voor fans van Ultha (hoe kon je het raden?), Sun Worship, Altar Of Plagues en Wiegedood.

JOKKE: 84/100

Naxen – Towards the tomb of times (Vendetta Records 2020)
1. To welcome the withering
2. The odious ordeal
3. A shadow in the fire part I (Scars of solitude)
4. A shadow in the fire part II (Where fire awaits)

Afsky – Ofte jeg drømmer mig død

Eén van de meest veelbelovende nieuwere bands van de Deense black metal-scene is Afsky, het soloproject van Ole Pedersen Luk die ook bij Solbrud met een gitaar in de handen achter de microfoon staat. De Deen bracht reeds een self titled EP en erg gesmaakt debuut uit (“Sorg“) en in de vorm van “Ofte jeg drømmer mig død” (‘regelmatig droom ik mezelf dood’) brengt Vendetta Records op 12 mei de opvolger uit. Wie de band kent, weet dat hij of zij een mix van traditionele black metal, folk en doom mag verwachten waarin wilde maar ook melancholische en vaak intrieste gevoelens hand in hand gaan. De prachtige albumcover waarop het schilderij “Udslidt” (‘versleten’) van H.A. Bredekilde’s prijkt, zal dan ook niemand onberoerd laten. Het miserabele tafereel sluit perfect aan bij de thematiek van enkele teksten die handelen over de kleine man die zich heel zijn leven lang uit de naad werkt voor de hogere klasse. Op tekstueel vlak vond Ole inspiratie bij enkele oud-Deense poëten zoals H.C. Andersen, Jeppe Aakjær en Emil Aarestrup. “Altid veltilfreds” start nog enigszins ingetogen en droef middels akoestisch gitaargetokkel en treurige violen en zwelt langzaam aan tot een repetitief blastend tragisch klinkend black metal riff-festijn. Geen heroïek, triomfantiek en extatische gevoelens hier, maar achtenveertig minuten lang bedroevende en jammerlijke melodieën zonder echter de droeftoeterige depressieve tour op te gaan. “Tyende sang” weet op mijn gemoedstoestand in te hakken zoals ook een Ultha of Wolves In The Throne Room dat kunnen. Dat wil zeggen dat er niet voortdurend geraasd wordt, maar dat het qua dynamiek snor zit door ook introverte passages in te bouwen en de muziek de kans te geven haar verhaal ook soms lange tijd zangloos te brengen. “Bondeplage” is een kraker van jewelste die naast vurige riffs en troostende melodieën ook een lang verhalend intermezzo kent en alleenheersende cleane gitaarklanken die voor een berustend einde zorgen. “Stemninger” wordt door deerniswekkend akoestisch gitaarspel ingeluid en de zwartmetalen klanken die nadien volgen slepen zich eerst op een tergend traag tempo voort alvorens de atmosfeer omslaat en donkere onweerswolken zich omvormen tot een gitzwarte kolkende uitbarsting. Afsluiter “Angst” grossiert nog een laatste keer in lamentabele en jammerlijke melodieën – zowel akoestisch als versterkt – die de inhoudelijke boodschap van de plaat nogmaals met een grote emotionele geladenheid onderstrepen. Doorheen de hartverscheurende tonen die zich met regendruppels mengen, horen we gelukkig toch ook vogeltjes fluiten, zodat de plaat met een ietwat positieve noot eindigt. “Ofte jeg drømmer mig død” is een prima opvolger voor “Sorg” geworden die – op misschien net iets minder folkementen na – grotendeels in lijn ligt van het debuut.

JOKKE: 85/100

Afsky – Ofte jeg drømmer mig død (Vendetta Records 2020)
1. Altid veltilfreds
2. Tyende sang
3. Imperia
4. Bondeplage
5. Stemninger I & II
6. Angst

Ultha/Morast – Split

In interviews met black metal-bands worden namen als Venom, Bathory, Hellhammer en Celtic Frost regelmatig als inspiratiebron aangehaald. Een minder voor de hand liggende naam is in dit geval waarschijnlijk de Britse gothic rock-band Fields Of The Nephilim. Alhoewel, de voorbije jaren hoorden we diens frontman Carl McCoy reeds een bijdrage leveren op het Watain-nummer “Waters of Ain“, Behemoth-leider Nergal stond in 2011 met de band op het podium in Polen om “Penetration“, een nummer dat ze eerder al coverden, live te brengen en in 2015 prijkte Fields Of The Nephilim twee dagen op het Roadburn festival. Carl McCoy staat bekend om zijn voorliefde voor het mystieke en het occulte, wat sterk tot uiting komt in de teksten van zijn songs. Aleister Crowley, Austin Osman Spare en Howard Phillips Lovecraft behoren daarbij tot zijn belangrijkste inspiratiebronnen, een overlappingspunt met veel black metal-bands. Ook Ultha en Morast besloten een hulde te brengen aan deze peetvaders van de gothic rock. Het is trouwens niet de eerste keer dat beide Duitse bands de handen in mekaar slaan voor dergelijke hommage want reeds eerder deelden ze hun voorliefde voor Bathory middels een split. Voor Ultha is het de tiende en laatste release in vijf jaar tijd alvorens de band in een winterslaap duikt. Het moge geen wonder wezen dat Fields Of The Nephilim belangrijk is geweest in de muzikale ontwikkeling van de muzikanten van Ultha, want de gothic rock-invloeden schemerden regelmatig door in het latere werk en ook de death rock pioniers Mighty Sphincter werden reeds met een tribute door hen vereerd. Ze kozen voor het meeslepende “Vet for the insane” van het debuutalbum “Dawnrazor” uit 1986 en besloten om qua zang een heldere stem te behouden die – eerlijk gezegd – beter klinkt dan die van McCoy (geen idee of het Ralph of Chris is die de vocalen hier voor zijn rekening neemt). Het epische mid-tempo nummer kenmerkt zich verder door haar mooie gestage opbouw die uitmondt in weids openbarstende, haast galactisch klinkende refreinen en een bezwerende leadpartij aan het einde. Het bevriende Morast nam het nummer “Blue water“, een single uit 1987 onder handen, en stak deze meer uptempo en swingende song in een heavier downtempo jasje. Zij kozen wel voor een zwartgeblakerde sludge invulling op het zangdepartement en ook de riffs en drums donderen lekker zwaar door zonder natuurlijk de obligate gotische melodieën uit het oog te verliezen. Wie niet beter weet, zou zowaar denken dat het een eigen compositie betrof. Uitstekende hommage waarbij Ultha vrij dicht bij het origineel bleef en Morast de muziek meer naar eigen hand zette.

JOKKE: 83/100 (Ultha: 82/100 – Morast: 84/100)

Ultha/Morast – Split (Vendetta Records 2019)
1. Ultha – Vet for the insane
2. Morast – Blue water

Sun Worship – Emanations of desolation

Jochei, jochei! De nieuwe Sun Worship is gearriveerd. Samen met Ultha is deze band zowat het beste wat er de laatste jaren op black metal-gebied uit Duitsland op ons werd afgevuurd. Na het geweldige “Pale dawn” uit 2016 keert de band nu uit het niets terug met “Emanations of desolation“, een 55 minuten durende trip waarvoor ik maar al te graag ga zitten. Sun Worship is ondertussen gereduceerd tot een duo nadat zanger/gitarist Felix-Florian Tödtloff de zonneaanbidders na de vorige langspeler verliet. Gitarist/zanger Lars Enssen (Ultha, Unru) en slagwerker Bastian Hagedorn bleven echter niet bij de pakken zitten…gelukkig! “Zenith” trapt met allerhande rituele percussie af maar na een tweetal minuten mondt deze The Black Heart Rebellion-achtige atmosfeer in “Void conqueror” uit in de gekende atmosferische black metal-razernij van Sun Worship. Top trouwens dat er weer voor een ruwe organische productie werd geopteerd, want een moderne afgelikte sound zou hier misplaatst zijn. Lars verzorgde in het verleden ook al zang, maar wordt nu bijgestaan door Bastian, waarbij te melden valt dat zijn scream timbre iets lager uitvalt dan deze van Felix-Florian, en hierdoor meer de sludge-kant uitgaat. In “Soul harvester” vertolken de vocalen eerder een verhalende rol dan dat het gezongen krijszang betreft. Muzikaal is dit echter nog steeds riff-gedreven melodieuze en atmosferische black waarbij Bastian zich qua snelheid zoals steeds volledig kan uitleven, hoewel de songs dynamischer dan ooit zijn. Zo laat “Torch reversed” ook wat meer mid-tempo stukken horen, net als heldere ingetogen zang. De tremolo-riffs aan het einde van deze negen minuten durende song zijn weer om duimen en vingers bij af te likken. “Pilgrimage” is een uit Burzumeske duistere ambient en rituele percussie opgetrokken rustpunt waarbij de sound van de percussie doet denken aan “Silvester anfang“, de intro van Mayhem’s legendarische “Deathcrush” EP. “Coronation” zou zo op een Ultha-plaat kunnen staan en de twaalf minuten durende afsluiter “Without end” laat het tempo bij momenten zakken, maakt plaats voor heldere gezangen maar weet ook als een bezetene te razen. Ongelofelijk dat Sun Worship met slechts twee muzikanten zulke massieve sound kan neerzetten. Benieuwd hoe ze het er live vanaf zullen brengen op hun show in de Little Devil in Tilburg op 30 oktober. Ik raad mensen met een afkeer van hipster-black aan de stront uit hun horen te halen en de vooroordelen onder tafel te vegen, want wat Sun Worship laat horen is pure klasse!

JOKKE: 90/100

Sun Worship – Emanations of desolation (vendetta Records 2019)
1. Zenith
2. Void conqueror
3. Devoured
4. Torch reversed
5. Soul harvester
6. Pilgrimage
7. Coronation
8. Without end

Hope Drone – Void lustre

Vier jaar na de release van “Cloak of ash“, die we destijds een dikke score gaven, keert het uit Brisbane, Australië afkomstige Hope Drone terug met een opvolger genaamd “Void lustre“. De vorige langspeler was met zevenzeventig minuten speeltijd een monolithische plaat en ook nu weer koos het kwartet niet voor een snelle oplossing want “Void lustre” klikt ook op meer dan een uur speeltijd af. Ondanks het feit dat het schrijfproces niet van een leien dakje liep, zijn de ingrediënten nog steeds dezelfde gebleven. Hope Drone zoekt immers het spanningsveld op tussen woeste black metal-uitspattingen, bulderende en slepende sludge en weids klinkende post-rock melodieën. De Australiërs zijn nog steeds op zoek naar een hoopvolle catharsis wat zich uit in de vele meditatieve rustigere en meer atmosferische passages, maar de existentiële wanhoop blijft onderhuids aanwezig en komt tot uiting wanneer de gas- en effectenpedalen ingedrukt worden of wanneer de oorverdovende dronende pulsen als woeste golven op je inbeuken. De dichtgepakte sound is afkomstig van de Underground Audio Studio alwaar Hope Drone naar gewoonte samenwerkte met Christopher Brownbill. De mastering was in handen van Mell Dettmer die reeds eerder voor bands als Earth, SunnO))) en Wolves In The Throne Room werkte. Dit type post-black is ondertussen al even uitgemolken als FC De Kampioenen, hoewel liefhebbers van Downfall Of Gaia, Isis, Ultha of Fall Of Efrafa hier waarschijnlijk wel nog steeds wild van worden. “Void lustre” is dan ook een zeer degelijk werkstuk, maar omdat de melodieuze uitspattingen me net wat minder raken, zit er deze keer geen “negen” in.

JOKKE: 81/100

Hope Drone – Void lustre (Moment Of Collapse Records 2019)
1. Being into nothingness
2. Forged by the tide
3. In floods & depths
4. This body will be ash
5. In shifting lights

Pa Vesh En – Pyrefication

Onze Wit-Russische vriend van Pa Vesh En is erin geslaagd om (op Ultha na) de meest beschreven artiest op Addergebroed te zijn. Een output van maar liefst zeven releases op iets meer dan twee jaar tijd is hier debet aan. Hoewel het geluid dat de man produceert overduidelijk als ruwe black metal gecatalogiseerd wordt, zijn er tussen de releases onderling toch subtiele nuances hoorbaar. Maar dan moet je wel al over een sterk getraind paar oren beschikken want wie graag van afgelikte black houdt, zal hier niet veel mee aan kunnen vangen. Op zijn tweede langspeler “Pyrefication” horen we veertig minuten lang een mix tussen de ultra-gewelddadige hysterie van de voorgaande EP “Cryptic rites of necromancy” en het meer duistere oude werk. In “Wastelands of plague” horen we onze illustere Einzelgänger simultaan heldere en krijsende vocalen uit zijn strot persen, wat volgens mij de eerste keer is dat we dat horen op een Pa Vesh En-plaat. De experimenteerdrift gaat nog een stapje verder in “A cacophony of spiritual transition“, waarin een soort van duistere keelzang het nummer aftrapt. Doorheen “Call of the dead” en “Pyre of the forgotten” sleept zich een verwrongen melodische en melancholische gitaarlead voort, een aangenaam gegeven dat voor contrast zorgt met de rauwe en gure klanken van een nummer als “Grotesque abomination“, een titel die deze vier minuten durende duivelse grafherrie perfect weet te omschrijven. Het fijne aan Pa Vesh En is dat zijn grote output op een korte tijdspanne niet gelijkgesteld is aan kwaliteitsverlies. In tegendeel, ik vind zijn werk steeds beter en beter worden.

JOKKE: 80/100

Pa Vesh En – Pyrefication (Iron Bonehead Productions 2019)
1. …in the ghostly haze
2. Wastelands of plague
3. Call of the dead
4. A cacophony of spiritual transition
5. Grotesque abomination
6. With splendor of the night
7. Fog of death
8. Pyre of the forgotten

Friisk – De doden van ’t waterkant

Laat je niet misleiden door de Nederlandstalige titel van Friisk’s eerste EP, want de heimat van deze jonge black metalband ligt in buurland Duitsland, het stadje Leer meer bepaald, dat deel uitmaakt van Oost-Friesland en waar Nederduits, een mengeling van Duits en Nederlands, gesproken wordt. Dat verklaart meteen ook de bandnaam (voorheen was viervijfde van de band actief in Friesenblut, wat ook een verwijzing naar Friesland is). De zeegeluiden uit de intro leggen meteen de link met de titel en stuwen naar de échte opener “Ægir“. Een vloedgolf blijft echter uit want dit nummer start vrij rustig totdat een old school riff rond de tweeminutengrens het boeltje toch nog in de fik steekt. Zanger T kan heel wat aan met zijn stembanden en produceert semi-cleane uithalen, verhalend gefluister, hese meer death metal-achtige vocalen en hoog Drudkhiaans gekrijs. Tussen het tremelogeweld schemeren heidense invloeden en melodieën door, gelukkig zonder dansbare polonaisetoestanden op te wekken. Afsluiter “Kein Heiland” wisselt mooie melodische riffs af met een strijdlustige heroïek. De fellere stukken van het acht minuten durende “Dämmerung” neigen wat naar landgenoten Ultha. Het feit dat diens Andreas Rosczyk de mix en mastering verzorgde, draagt hier misschien ook wel tot toe bij. De basdrum mist echter wat power en klinkt in de rustige passages van dit nummer vrij plat en hol. Voor de rest is dit Deutsche gründlichkeit en dus zeker geen onaangename eerste kennismaking.

JOKKE: 75/100

Friisk – De doden van ’t waterkant (Vendetta Records 2019)
1. Flut
2. Ægir
3. De doden van’t waterkant
4. Dämmerung
5. Kein Heiland

Naxen – To abide in ancient abysses

Naxen is een vierkoppig black metal gezelschap uit Münster in Noordrijn Westfalen, aangeprezen door hun Ultha-vriendjes. En dan checken we dat natuurlijk uit! Naxen bracht eind vorig jaar een eerste cassettedemo uit die door Ultha’s Andy Rosczyk geremastered werd om begin 2019 door Vendetta Records in een vinyljasje gestoken te worden. “To abide in ancient abysses” bevat twee songs die gezamenlijk een zeventiental minuten omspannen. Geen duivelaanbidding en Satanische rituelen hier, maar teksten die handelen over de tekortkomingen van de mensheid, diens tragedies, wandaden en falen. Naxen’s black varieert tussen mid- en uptempo black met in “Great Gof of grief” ook een semi-akoestische passage vol melancholie. Het geluid van Ultha ligt nooit veraf, zeker de geremasterde versie. De originele tape klinkt wat scheller en voelt daardoor meteen ook Noorser aan. “Dawn of new despair” is wat venijniger en bevat he(me)lse gitaarmelodieën die een brede grijns op mijn tronie toveren. Wanneer er gas teruggenomen wordt, schemeren sludgy invloeden doorheen de black. “To abide in acient abysses” kreeg een moderne sound aangemeten die fans van het reeds eerder aangehaalde Ultha of USBM-acts zoals Ayr en Worsen zou moeten kunnen aanspreken.

JOKKE: 82/100

Naxen – To abide in ancient abysses (Vendetta Records 2019)
1. Great God of grief
2. Dawn of new despair

Woe – A violent dread

Twee jaar na het uitstekende “Hope attrition” keert het Amerikaanse Woe terug met een twee songs tellende EP getiteld “A violent dread“. Oorspronkelijk was de idee om het titelnummer te bundelen met een song van Ultha, maar dat is uiteindelijk niet gebeurd. De line-up van Woe is voor een keer eens niet gewijzigd wat de band hoorbaar ten goede is gekomen. De negen minuten durende titeltrack is een typisch Woe nummer dat veel dynamiek laat horen waarbij agressieve riffs en melodieuze leads mooi hand in hand gaan en waarbij drummer Lev Weinstein zowat alle tempo’s uit zijn drumstokken en benen perst. Vooral het pakkende einde zit verdraaid knap in mekaar en doet het hoofdje mee beuken op de golvende riffs. Tekstueel gezien geeft Woe commentaar op geweld dat het gevolg is van wapenbezit en dan vooral de mass shootings in Amerika. Bij wie al wat langer meedraait in de scene zal er ongetwijfeld een belletje rinkelen bij de songtitel “The knell and the world“, de tweede song die op deze EP prijkt. Het betreft hier immers een coversong van het openingsnummer van “Slaughtersun (Crown of the triarchy)” van Dawn. Deze ondergewaardeerde meesters van Zweedse black zijn blijkbaar altijd al een invloed geweest op Woe, hoewel de Zweedse invloeden voor mij persoonlijk niet zo duidelijk hoorbaar zijn in hun sound. Toch past het nummer perfect in hun oeuvre. “A violent dread” is een sterke EP met een speelduur van net geen twintig minuten die bovendien heel knap vormgegeven werd. Het aanschaffen waard!

JOKKE: 82/100

Woe – A violent dread (Vendetta Records 2019)
1. A violent dread
2. The knell and the world

Vanum – Ageless fire

We zijn nog aan het bekomen van “Sacrifice“, de nieuwe release van Ruin Lust, of daar is Michael Rekevics al weer. Deze keer laat hij van zich horen in de vorm van Vanum, de band die de drummer (maar zeg gerust ook multi-instrumentalist) in 2014 samen met Kyle Morgan (Ash Borer, Predatory Light, Superstition) oprichtte. We zijn na het sterke debuut “Realm of sacrifice” uit 2015 en de twee jaar geleden verschenen EP “Burning arrow” ondertussen bij de tweede langspeler “Ageless fire” aanbeland waarop het duo naar een kwartet is uitgegroeid doordat de voormalige live-muzikanten E. Priesner en L. Sheppard nu als permanente leden aan boord getrokken zijn. Het debuut liet een sombere insteek horen met een focus op texturen en traag opbouwende dynamiek terwijl op de EP meer invloeden uit de klassieke Helleense scene verkend werden. Platen zoals Rotting Christ’s “Triarchy of the lost lovers” en “Walpurgisnacht” van Varathron vormen nog steeds een inspiratiebron maar ook het majestueuze en triomfantelijke van een Bathory waart doorheen de zes songs. Het album handelt over de brutaliteiten van oorlog voeren maar ook over – hoe raar het soms kan klinken – de schoonheid die erin ontdekt kan worden. De toon wordt gezet middels de instrumentale opener “War” waarin de spanningsboog langzaamaan opgespannen wordt om vervolgens middels “Jaws of rapture” een salvo aan in-vuur-gedrenkte pijlen op de luisteraar af te vuren. De vurige tremolo riffs vallen uit de hemel op je neer en het is wanhopig zoeken naar een veilige plek om aan dit helse bombardement te ontkomen. Naarmate de song vordert vinden we gelukkig een schuilplaats in de meer melodieuze passages waarin keys opdraven die wat ademruimte inbouwen tussen de goed geplaatste gitaarsolo’s. “Eternity” klokt op meer dan tien minuten af en bevat een Agallochiaanse melodieuze lead die dwars doorheen de eerste helft van het nummer klieft totdat ze moederziel alleen overblijft. De spanning wordt opnieuw gestaag opgebouwd waarbij majestueuze black een nieuwe mood switch inluidt. De triomfantelijke door keyboards ondersteunde epiek wordt verder doorgetrokken in “Under the banner of death” totdat na een drietal minuten de vocalen invallen en “Under the banner of death I am alive” scanderen. De blaffende, nogal vlakke zang zal misschien niet iedereen kunnen bekoren en staat bij momenten in schril contrast met het erg melodieuze karakter van de muziek. De emotionele geladenheid is echter torenhoog, iets waar de met veel gevoel uitgevoerde solo’s en minutieuze keyboardpartijen toe bijdragen. Alvorens “Erebus” de plaat op een introspectieve instrumentale wijze een halt toeroept, is er nog de titeltrack die opnieuw uitblinkt in een pakkende mix van adembenemende melodie en razernij waarin de eerder aangehaalde Griekse invloeden duidelijk naar voor komen. Vanum gaat heel wat nieuwe zieltjes veroveren met deze geweldige nieuwe schijf. Een tour met Ultha zou in de maak zijn. Mooi, dan kunnen de Amerikanen hun overrompelende Roadburnset van twee jaar geleden herhalen. Dat belooft!

JOKKE: 90/100

Vanum – Ageless fire (Profound Lore Records 2019)
1. War
2. Jaws of rapture
3. Eternity
4. Under the banner of death
5. Ageless fire
6. Erebus