wolves in the throne room

God’s Bastard – Last standing village

God’s Bastard is een tweemansformatie uit Brooklyn. De leden zijn Drew Hayes (zang en gitaar) en Lev Weinstein (drums). Weinstein zou je kunnen kennen van Krallice, Anicon of Bloody Panda. Hayes heeft in Floods gezeten. In 2019 hebben ze de EP “Last standing village” op Bandcamp gezet onder lovende reacties. Het Italiaanse I, Voidhanger Records heeft besloten om deze EP ook fysiek uit te brengen. Is dat een goed idee geweest? Ik vind van wel. Ik hou wel van de progressieve blackmetal die uit Amerika afkomstig is. Wolves in the Throne Room, Alda, Sadhaka en ook Krallice reken ik tot mijn favoriete bands. Dus als iemand als Weinstein een nieuwe band start, zal ik het altijd een kans geven. De drie nummers op deze schijf zijn verrassend divers. De openende gitaarriff in het eerste nummer “Chaos apologist” is net zo stuwend als een vroeger werk van Primordial, maar door het drumwerk is de compositie chaotischer. Een Maelstrom zogezegd. Het nummer heeft wel een prettige lengte voor de chaos. Het is bijna de helft korter dan de andere twee. Dat zorgt ervoor dat je aandacht niet verslapt. “God raise the sea” tapt uit een net iets ander vaatje, lijkt iets meer crust te bevatten en het tempo ligt lager. Ik ben een ontzettende liefhebber van de dreigende mid-tempo dubbele basdrum. De uithalen van de zanger gaan door merg en been bij mij. Het nummer verhaalt een worsteling om te ontkomen aan de dagelijkse sleur en het daarin falen. Naast de chaotische wervelwind van het eerste nummer is dit bijna stroperig te noemen. De derde song “To the last standing village” is de culminatie van de eerste twee nummers. Chaos en rust strijden om voorrang. Nergens klinkt Hayes meer getormenteerd. De post hardcore break met cleane muziek is een balsem voor de ziel, maar je voelt aan alles dat dit niet kan voortduren. Nooit zal gods bastaard rust kennen. De vloek van rusteloosheid blijft over hen heen. De climax is heel intens: alles komt tot een onvermijdelijk tragisch einde. I, Voidhanger Records heeft naar mijn mening de goede keuze gemaakt. De EP staat als een huis en kent in de drie nummers behoorlijk veel variatie. Progressieve blackmetal heeft vaak last van tot in de oneindigheid doorgaan met een thema. Niet bij God’s Bastard. Heerlijk.

MISCHA: 87/100

God’s Bastard – Last Standing Village (I, Voidhanger Records 2020)
1. Chaos apologist
2. God raise the sea
3. To the last standing village

Afsky – Ofte jeg drømmer mig død

Eén van de meest veelbelovende nieuwere bands van de Deense black metal-scene is Afsky, het soloproject van Ole Pedersen Luk die ook bij Solbrud met een gitaar in de handen achter de microfoon staat. De Deen bracht reeds een self titled EP en erg gesmaakt debuut uit (“Sorg“) en in de vorm van “Ofte jeg drømmer mig død” (‘regelmatig droom ik mezelf dood’) brengt Vendetta Records op 12 mei de opvolger uit. Wie de band kent, weet dat hij of zij een mix van traditionele black metal, folk en doom mag verwachten waarin wilde maar ook melancholische en vaak intrieste gevoelens hand in hand gaan. De prachtige albumcover waarop het schilderij “Udslidt” (‘versleten’) van H.A. Bredekilde’s prijkt, zal dan ook niemand onberoerd laten. Het miserabele tafereel sluit perfect aan bij de thematiek van enkele teksten die handelen over de kleine man die zich heel zijn leven lang uit de naad werkt voor de hogere klasse. Op tekstueel vlak vond Ole inspiratie bij enkele oud-Deense poëten zoals H.C. Andersen, Jeppe Aakjær en Emil Aarestrup. “Altid veltilfreds” start nog enigszins ingetogen en droef middels akoestisch gitaargetokkel en treurige violen en zwelt langzaam aan tot een repetitief blastend tragisch klinkend black metal riff-festijn. Geen heroïek, triomfantiek en extatische gevoelens hier, maar achtenveertig minuten lang bedroevende en jammerlijke melodieën zonder echter de droeftoeterige depressieve tour op te gaan. “Tyende sang” weet op mijn gemoedstoestand in te hakken zoals ook een Ultha of Wolves In The Throne Room dat kunnen. Dat wil zeggen dat er niet voortdurend geraasd wordt, maar dat het qua dynamiek snor zit door ook introverte passages in te bouwen en de muziek de kans te geven haar verhaal ook soms lange tijd zangloos te brengen. “Bondeplage” is een kraker van jewelste die naast vurige riffs en troostende melodieën ook een lang verhalend intermezzo kent en alleenheersende cleane gitaarklanken die voor een berustend einde zorgen. “Stemninger” wordt door deerniswekkend akoestisch gitaarspel ingeluid en de zwartmetalen klanken die nadien volgen slepen zich eerst op een tergend traag tempo voort alvorens de atmosfeer omslaat en donkere onweerswolken zich omvormen tot een gitzwarte kolkende uitbarsting. Afsluiter “Angst” grossiert nog een laatste keer in lamentabele en jammerlijke melodieën – zowel akoestisch als versterkt – die de inhoudelijke boodschap van de plaat nogmaals met een grote emotionele geladenheid onderstrepen. Doorheen de hartverscheurende tonen die zich met regendruppels mengen, horen we gelukkig toch ook vogeltjes fluiten, zodat de plaat met een ietwat positieve noot eindigt. “Ofte jeg drømmer mig død” is een prima opvolger voor “Sorg” geworden die – op misschien net iets minder folkementen na – grotendeels in lijn ligt van het debuut.

JOKKE: 85/100

Afsky – Ofte jeg drømmer mig død (Vendetta Records 2020)
1. Altid veltilfreds
2. Tyende sang
3. Imperia
4. Bondeplage
5. Stemninger I & II
6. Angst

Golden Light – Sacred colour of the source of light

Golden Light is een nieuw project waarin een dame en heer met een ongekende muzikale creatiedrang mekaar treffen. Het muzikale testosteron wordt aangeleverd door Eric Henderson die er tal van bands en projecten op na houdt waarvan Oaks Of Bethel en Njiqahdda een ellenlange discografie kennen. Het vocale oestrogeen ontsproot aan de strot van Meghan Wood die er met één van haar bands, Crown Of Asteria, ook al een waslijst aan releases op heeft zitten. Met Golden Light proberen ze een nieuw licht op het vaak monochrome black metal-genre te laten schijnen. Het resulteerde in “Sacred colour of the source of light” die 33 minuten lang repetitieve, dronende en licht psychedelische zwartmetalen klanken in petto heeft. Doodringend minimalisme en een ondergraven maximalisme gaan een voortdurende strijd met mekaar aan in de – op de opener na – epische composities. Het duo beoogt een soort mystieke trance te creëren, maar vaak mondt het uit in nietszeggend repetitief geneuzel waarin de drums stug blijven voort ratelen wat de atmosfeer vaak niet ten goede komt. Het atmosferische ambient begin van “Dawn of history” heeft wel wat weg van wat Wolves In The Throne Room in dergelijke omstandigheden creëert, maar weet niet te beklijven. De enige track die mij écht weet te bekoren is de twaalf minuten durende afsluiter “Sacred colour of the source of Li” waarbij goddelijk licht uitstralende toetsen met de black metal razernij meevloeien, welgemikte slagen op het china-cymbaal voor accenten in de repetitieve maalstroom zorgen en structuurloze krijsen het universum vullen. Als de andere drie songs van hetzelfde niveau waren geweest, had hier wel een acht in gezeten. Nu belandt dit debuut van Golden Light in de middenmoot.

JOKKE: 73/100

Golden Light – Sacred colour of the source of light (Iron Bonehead Productions 2020)
1. Sceptre of solar idolatry
2. The Western gate
3. Dawn of history
4. Sacred colour of the source of Li

Hope Drone – Void lustre

Vier jaar na de release van “Cloak of ash“, die we destijds een dikke score gaven, keert het uit Brisbane, Australië afkomstige Hope Drone terug met een opvolger genaamd “Void lustre“. De vorige langspeler was met zevenzeventig minuten speeltijd een monolithische plaat en ook nu weer koos het kwartet niet voor een snelle oplossing want “Void lustre” klikt ook op meer dan een uur speeltijd af. Ondanks het feit dat het schrijfproces niet van een leien dakje liep, zijn de ingrediënten nog steeds dezelfde gebleven. Hope Drone zoekt immers het spanningsveld op tussen woeste black metal-uitspattingen, bulderende en slepende sludge en weids klinkende post-rock melodieën. De Australiërs zijn nog steeds op zoek naar een hoopvolle catharsis wat zich uit in de vele meditatieve rustigere en meer atmosferische passages, maar de existentiële wanhoop blijft onderhuids aanwezig en komt tot uiting wanneer de gas- en effectenpedalen ingedrukt worden of wanneer de oorverdovende dronende pulsen als woeste golven op je inbeuken. De dichtgepakte sound is afkomstig van de Underground Audio Studio alwaar Hope Drone naar gewoonte samenwerkte met Christopher Brownbill. De mastering was in handen van Mell Dettmer die reeds eerder voor bands als Earth, SunnO))) en Wolves In The Throne Room werkte. Dit type post-black is ondertussen al even uitgemolken als FC De Kampioenen, hoewel liefhebbers van Downfall Of Gaia, Isis, Ultha of Fall Of Efrafa hier waarschijnlijk wel nog steeds wild van worden. “Void lustre” is dan ook een zeer degelijk werkstuk, maar omdat de melodieuze uitspattingen me net wat minder raken, zit er deze keer geen “negen” in.

JOKKE: 81/100

Hope Drone – Void lustre (Moment Of Collapse Records 2019)
1. Being into nothingness
2. Forged by the tide
3. In floods & depths
4. This body will be ash
5. In shifting lights

Oculus Vacui – Alkahest

Het is de jongens van Oculus Vacui menens. Het Nederlandse duo heeft een grote interesse voor Luciferiaanse Gnosis en het ‘Left Hand Path’ en koos black metal als vehikel om hun devotie voor het duistere goddelijke vorm te geven. Zangers/gitaristen Neshamah en Void voeren al eens een ritueeltje uit – zoals blijkt uit de vele occulte voorwerpen die op het altaar op de hoes uitgestald zijn – waarbij de Grote Leegte opgezocht en omarmd wordt. Beide heren wijdden er hun debuutplaat aan die de titel “Alkahest” meekreeg wat staat voor een hypothetisch oplosmiddel dat in staat is elke andere stof op te lossen en tot niets te herleiden. “Alkahest” bevat vier monumentale tracks waarvan er drie een speelduur van om en bij het kwartier hebben en die beide muzikanten niet alleen konden realiseren. Voor het inmeppen van de trommels werd immers beroep gedaan op huurdrummer Omega, bekend van o.a. Darvaza, Fides Inversa en talrijke andere bands. Nordvargr (MZ412) verzorgde dan weer de rituele ambient die in de nummers ingebouwd zit. Oculus Vacui’s sound laat zich definiëren als lang uitgesponnen atmosferische black waarvan het repetitieve karakter een zeker hypnotiserend effect beoogt én realiseert. Dit resulteert soms ook in een dromerige, maar verre van zeemzoete, staat en doet me denken aan een band als Manetheren, waarvoor Omega (toevallig?) ook de laatste twee langspelers indrumde. Oculus Vacui’s black metal klinkt organisch, maar iets te dun (waar het ontbreken van een basgitaar waarschijnlijk debet aan is), en kan hierdoor in het USBM-hoekje geduwd worden; denk hierbij aan (een iets minder ruwe versie van) een Fell Voices. De finale van “Formula of regression through the Qliphothic pathways” heeft dan weer heel wat van een Wolves In The Throne Room in zich. Maar ook een Nederlandse collega als Fluisteraars kan als referentiekader aangehaald worden. “Alkahest” is een plaat die je in zijn geheel dient te ondergaan. Grenzen tussen onderlinge nummers vervagen, ondanks de lange intermediaire rustpauzes, en de ijselijke screams worden door de meanderende muziek geabsorbeerd. Fijne eerste kennismaking!

JOKKE: 80/100

Oculus Vacui – Alkahest (Psychedelic Lotus Order/Goatowarex/ Dawnbreed Records 2019)
1. Utilizing the alchemy of transgression to attain the limitless void.
2. Quintessence of the dark divine.
3. Altered states of comatose trance.
4. Formula of regression through the Qliphothic pathways

Ultha – The inextricable wandering

Na een mooi underground-parcours te hebben afgelegd via Vendetta Records, is het grote Century Media de nieuwe thuisbasis geworden van Ultha, zowat dé beste band die de black metal-scene van onze oosterburen te bieden heeft. “Black” is in dit geval echter een groot woord (dixit de band zelf) want hoewel het kwartet puurt uit de duisternis van het genre gaat het echter niet de religieuze, occulte of orthodoxe tour op. En qua sound vindt Ultha zichzelf dichter aanleunen bij post-punk en darkwave dan bij een Darkthrone of Marduk. De nieuwe derde langspeler “The inextricable wandering” draait om melancholie, alomtegenwoordige droefheid en hopeloosheid. Gitarist/zanger en songschrijver Ralph Schmidt bevond zich tijdens het schrijfproces van de plaat dan ook in de zes zwaarste maanden van zijn leven. Als promopraatje voor een metalplaat is een gekwelde ziel natuurlijk altijd mooi meegenomen, maar wie de beste man kent, weet dat dit welgemeende ernst is. Ook angst vormt een rode draad doorheen de plaat. Elk van de zes nummers handelt over een angstpatroon en de gevolgen die Ralph daarvan ondervond. De zesenzestig minuten durende rit is als het ware een dagboek geworden van de algemene angsten die de muzikant voelde en alle rotzooi die hij de afgelopen maanden heeft doorgemaakt. “The inextricable wandering” gebruikt herhaling en repetitieve elementen als grootste kracht en het resultaat klinkt in de magistrale achttien minuten durende afsluiter “I’m afraid to follow you there” hypnotiserend, emotioneel beklijvend en introspectief. In de overrompelende partijen van binnenkomer “The avarist (Eyes of a tragedy)” klinkt het viertal dan weer roofzuchtig en bijtend agressief. In de donkere spleten van Ultha’s sound, waar insecten thuishouden en nachtmerries zich manifesteren, horen we echo’s van Emperor, Wolves In The Throne Room, Fields Of The Nephilim en Neurosis. De darkwave waarover we het eerder hadden, komt duidelijk naar voor in songs als “There is no love, high up in the gallows” en “We only speak in darkness” dat ook wel wat recente Tombs uitademt. Standaard black metal-elementen zoals blast beats, gure riffs en ijzige screams komen er in deze nummers niet aan te pas; duisternis en desolaatheid des te meer. Ook in de riffs van “Cyanide lips” snappen we het statement van de band aangaande post-punk en horen we best wel wat Planks terug, de oude band van Ralph. Ultha heeft zich met “The inextricable wandering” opnieuw overtroffen en verkent duidelijk nieuwe paden ten opzichte van de reeds geweldige voorganger “Converging sins“, hier kunnen we alleen maar respect voor hebben. Misschien dat sommigen echter wel teleurgesteld gaan zijn daar er iets minder échte black metal-stukken te horen zijn, hoewel deze puristen met het keizerlijke “With knives to the throat and hell in your heart“, waarin triomfantelijke keys heel wat speelruimte krijgen, toch serieus aan hun zwartgeblakerde trekken zullen komen. Het onvolprezen Ultha levert opnieuw jaarlijstmateriaal af!

JOKKE: 90/100

Ultha – The inextricable wandering (Century Media 2018)
1. The avarist (Eyes of a tragedy)
2. With knives to the throat and hell in your heart
3. There is no love, high up in the gallows
4. Cyanide lips
5. We only speak in darkness
6. I’m afraid to follow you there

Mania – Reality is the true horror

Toen Wolves In The Throne Room met het magistrale “Two hunters” mijn wereld op zijn kop zette, begon ik als een gek alle Cascadian bands uit te checken. Zo kwam ik ook terecht bij het uit Oregon afkomstige Mania en haar plaat “The death of birth“. Erg ondersteboven was ik hier niet van maar de “selftitled” uit 2010 kon me met haar mix van ruwe old school black, ingetogen passages en doom al meer bekoren. Fast Forward naar Roadburn 2018. Door de grote verscheidenheid aan bands is het steeds keuzes maken op deze hoogmis van avontuurlijke heavy muziek. En kiezen is verliezen. Dit jaar was dat ondermeer het missen van Mania in de Cul de Sac want nadien hoorde ik niets dan superlatieven over diens set. De line-up is in de loop der jaren gereduceerd van een trio tot een éénmansband waarbij Nate Myers als enige overgebleven is. We kennen de man onder andere van de geweldige orkestjes Predatory Light, Vanum en Hell. Op het podium vertaalt dit eenmansgegeven zich tot zowat het tegenovergestelde van een band met drumcomputer. Achter een vijftal versterkers zónder instrumenten staat Meyers’ drumkit waarop hij alle ritmes uitperst terwijl hij alle overige instrumenten via een gesplitst signaal vanuit zijn laptop naar de amps stuurt. Moet een héél cool zicht geweest zijn naar ’t schijnt. Op aanraden van mijn vrienden ben ik zijn laatste nieuwe release dan maar aan de merchstand gaan oppikken. Omdat diskettes nu echt wel niet meer van deze wereld zijn (ik vraag me nog altijd af wat daarop zou staan), schafte ik “Reality is the true horror” op DIY cassette aan. Meteen valt op dat de korte, maar woeste opener “Getting nowhere” ook al op “Mania” te horen was terwijl de twee laatste nummers “No escape” en “No future” origineel ook op “The death of birth” verschenen. De overige zes tracks zijn spiksplinternieuw en zoeken opnieuw het spanningsveld op tussen ongepolijste en compromisloze black enerzijds en ingetogen passages anderzijds. Ingetogen betekent echter niet liefelijk in dit geval, want het instrumentale “Virion” wasemt toch een zeker horrorsfeertje uit. In het striemende, zeven minuten durende “Where is God?” splijten melodieuze gitaarsolo’s onze schedel in twee en dragen piano- en serene vioolklanken even later bij tot het schizofrene karakter van de muziek. “Endless state of decay” doet het zonder luide drums en maniakale screams, maar vormt middels gitaar, piano en viool een – zij het macaber – rustpunt op deze plaat met nihilistische en pessimistische kijk op de wereld. “Philosophy of desire” heeft dan weer meer weg van een instrumentale jam en vloeit naadloos over in “Black” waar de black metal elementen terug de overhand nemen en deze een triomfantelijk gevoel uitstralen (hier horen we dan ook subtiele invloeden van WITTR terug). Het oudje “No escape” mixt punky black met melodieuze doomleads en “No future” bevat dan weer progressiever en technischer gitaarwerk dat in combinatie met een synth-onderlaag naar Mare Cognitum neigt. Kortom, Nate Myers laat een gevarieerde sound horen op zijn vijfde langspeler die hier nog regelmatig door de boxen zal knallen.

JOKKE: 80/100

Mania – Reality is the true horror (Eternal Warfare Records 2018)
1. Getting nowhere
2. End everything
3. Virion
4. Where is God?
5. Endless state of decay
6. Philosophy of desire
7. Black
8. No escape
9. No future

Afsky – Sorg

Met Serpents Lair en Solbrud kreeg de Deense black metalscene er de laatste jaren twee sterke spelers bij. Aan dit rijtje mag ook Afsky – niet te verwarren met het Zweedse Avsky – toegevoegd worden. Afsky is het geesteskind van Ole Pedersen Luk, de zanger/gitarist van Solbrud die hier in sé solo opereert, hoewel hij nu ook de nodige sessiemuzikanten rond zich heeft verzameld om de nummers van zijn eerste langspeler “Sorg” ook live te vertolken. De muziek van Afsky valt in de kern te herleiden tot klassieke second wave black metal met de nodige melancholische en depressieve invalshoek, zonder al te droeftoeterig over te komen. De melodieën die we horen weten gevoelens van verdriet, verlies, verlangen en emotionele pijn perfect te verwoorden. Zo horen we bijvoorbeeld aan het einde van het nummer “Skær” een jammerende en treurende solo gitaarpartij haar ding doen. Ole hanteert bovendien een eb-en-vloed-aanpak waarbij het er in de crescendo momenten toch behoorlijk hard en stevig aan toe gaat. In het negen minuten durende “Sorte vand” waart ontegensprekelijk de geest van Wolves In The Throne Room rond want met haar pakkende, door subtiele keyboards ondersteunde, riffs, hese screams en blastbeats had deze song best op “Two hunters” kunnen prijken. Het nummer eindigt met een akoestische passage en naarmate de plaat vordert, sluipen er steeds meer folk invloeden in de songs (in de intro van het heftige “Vættekongen” horen we exotische folkinstrumenten) wat uiteindelijk uitmondt in het knappe, met violen opgesmukte “Oh måneløse nat” waarin Myrkur nog enkele lijntjes komt meezingen (Ole vertolkte ook akoestische gitaar op diens “Mareridt” album). “Stjernerne slukkes” is met haar tien minuten, de langste song van de plaat en vertelt haar verhaal op dynamische wijze. Het nummer bouwt gestaag op totdat het trage doom-tempo uitmondt in een black metal catharsis waarbij de rasperige vocalen je bij de strot grijpen en de melodieën je niet onberoerd laten. Het bijpassende artwork en de krachtige, maar niet te gelikte productie maken van “Sorg” een all-round geslaagd album.

JOKKE: 85/100

Afsky – Sorg (Vendetta Records 2018)
1. Jeg bærer deres lig
2. Skær
3. Sorte vand
4. Stjernerne slukkes
5. Vættekongen
6. Glemsomhedens elv
7. Oh måneløse nat

Solbrud – Vemod

Het in 2009 opgerichte Deense Solbrud is een degelijke middenklasser in het atmosferische black metal genre en is met “Vemod” ondertussen aan haar derde langspeler toegekomen. Net zoals op de voorgangers “Solbrud” en “Jærtegn” wordt de traditie van vier lange nummers in ere gehouden: voldoende ruimte voor uitgesponnen epiek, zinderende spanningsbogen, meanderende melancholie en catharsische climaxen met andere woorden. “Det sidste lys” komt echter traag op gang middels een intro die haar doel volledig mist, want in plaats van de luisteraar meteen in de juiste mood te brengen, wordt hier vooral mijn slaapmodus getriggerd. Zodra alle instrumenten invallen horen we een black metal geluid dat wat rauwer is uitgevallen dan in het verleden maar waarin de sporen van jaren ’90 Noorse black overduidelijk aanwezig zijn. Met dertien minuten speeltijd is de openingstrack meteen een hele boterham en het valt me moeilijk om de aandacht er voortdurend bij te houden. Gelukkig bevat het daaropvolgende “Forfald” wel een lading kippenvel opwekkende riffs, want daar staat of valt dit genre toch wel mee. De eerste twee Wolves In The Throne Room platen staan duidelijk in de platenkast van de heren, maar daar malen we hoegenaamd niet om. Een letterlijke vertaling van de titel “Vemod” bestaat er niet echt, maar het woord omschrijft een soort van mijmerend gevoel over het verleden en deze emotie stralen de melodieuze riffs van deze track ook absoluut uit! “Menneskeværk” is met haar zestien-en-een-halve minuut speeltijd de langste track die Solbrud tot hiertoe heeft geschreven en kent een ambient intro en akoestische outro met daartussen natuurlijk het nodige geweld, maar opnieuw kan de rit niet de hele tijd boeien. Nadat de akoestische tonen stilaan wegebben, lijkt het afsluitende “Besat af mørke” een stijlbreuk in te houden door de oi/punk-achtige drumintro (ik dacht even dat ze Immortal’s “Sons of northern darkness” gingen coveren), maar al snel wordt terug naar melodieuze repetitieve en atmosferische black overgeschakeld waar gelukkig terug wat pakkende riffs in te bespeuren vallen en zelfs een heuse solopartij. Ik raad de Denen aan om de songs niet nodeloos te rekken just for the sake of it want het is weinigen gegeven om keer op keer kolossale tracks te schrijven die de aandacht weten vast te houden. Solbrud trekt weldra de hort op met het Zuid-Afrikaanse Wildernessking en doet daarbij ook Antwerpen en Utrecht aan tijdens het laatste weekend van juli. Wie niet met zijn of haar luie reet op één of ander exotisch strand ligt te bakken, raad ik aan om toch eens een kijkje te gaan nemen.

JOKKE: 78/100

Solbrud – Vemod (Vendetta Records 2017)
1. Det sidste lys
2. Forfald
3. Menneskeværk
4. Besat af mørke