Serment – Chante, Ô flamme de la liberté

Métal Noir Québécois gaat er bij mij als zoete koek in. Platen van Forteresse, Monarque of Sorcier des Glaces maken ten huize Jokkemans dan ook regelmatig kennis met de naald van de platenspeler. De heer Moribond, gekend van Forteresse en Ephemer, heeft met Serment een nieuw soloproject uit de bevroren Canadese ondergrond gestampt. “Chante, Ô flamme de la liberté” is het eerste teken van leven – de twee instrumentale songs tellende tape die in 2019 via Tour de Garde verscheen even niet meegeteld – en laat na de nietszeggende overbodige ouverture horen dat Serment een kwaliteitsvolle toevoeging voor de Canadese scene betekent. Moribund kan zijn voorliefde voor epiek en grootsheid moeilijk onder stoelen of banken steken, en hoewel ook de parallellen met Forteresse duidelijk hoorbaar zijn, klinkt Serment toch net wat rauwer, maar tegelijkertijd ook symphonischer, want de majestueuze toetsenpartijen draaien hier overuren. Ze nemen de leidende rol over van de gitaarriffs waarbij het voortdurend lijkt alsof een resem engelen uit de hemel komt neergedaald om zich op een extatische wijze te moeien met de gure en grimmige ondertoon aan riffs. En dit terwijl we eigenlijk met een conceptalbum te maken hebben dat de legende vertelt van een pact met de Duivel en de zoektocht naar een verloren erfgoed. De screams klinken verbeten en gaan in “Par-delà collines et rivières” de dialoog met de Duivel aan, de riffs schuren lekker weg, de computergestuurde (?) drums doen niet veel meer dan middels basispatronen het tempo bepalen en de goddelijke keyboards brengen je voortdurend in vervoering met een bijna cathartische ervaring et mhet (o)orgastische “Flamme hivernale” als hoogtepunt. Maar eigenlijk moeten de drie andere volwaardige songs met telkens een gemiddelde speelduur van zo’n acht minuten amper onderdoen voor deze monumentale en cinematografische kraker. Iets over halfweg in “Avant que ne meure la gloire” is een Emperor nooit veraf; het gebeurt wel meer binnen symfonische black dat we echo’s van deze grootheid terughoren. In het uitluidende “Hymne pour la patrie” hebben de dominante toetsen nu écht het alleen bestaansrecht en wordt er een symfonisch einde vol berusting aan dit knappe debuut gebreid totdat de gure wind het overneemt. “Chante, Ô flamme de la liberté” luistert weg als een duistere en epische reis door het hart van de besneeuwde bossen van Quebec die onder een eeuwenoud sneeuwdek begraven liggen. Dikke vette aanrader!

JOKKE: 88/100

Serment – Chante, Ô flamme de la liberté (Sepulchral Productions 2020)
1. Ouverture
2. Sonne, le glas funèbre
3. Par-delà collines et rivières
4. Flamme hivernale
5. Avant que ne meure la gloire
6. Hymne pour la patrie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s