Het land van afkomst van Trhä is ongekend en de biografie gaat als volgt: “Thét Älëf, detna hacëntara Trha Nönvéhhklëth, Jôdhrhä dës Khatës, Dlhâvênkléth fëhlätharan ôdlhënamsaran Ebnan“. Hier krijgen we kop noch staart aan. Op basis van de song- en plaattitels denk je misschien nog aan Fins, Luxemburgs of Hebreeuws, maar Google Translate says no. Ik hou het dan maar op gebrabbel afkomstig uit één of andere fantasiewereld.

Trhä is een éénmansproject dat in het gezellige online theekransje waar de huidige raw black metal scene tegenwoordig haast op lijkt, al heel wat stof deed opwaaien. Het wordt hoogtijd dus dat één of ander obscuur label het debuut “Nvenlanëg“, dat eerder dit jaar verscheen, en deze EP op tape (in uitermate gelimiteerde oplage natuurlijk!) uitbrengt.

Net als op de langspeler prijken er drie songs op de tracklist en hoewel twee van de drie songs een double digit speelduur hebben, valt deze met een klein half uur zowat de helft korter uit dan “Nvenlanëg“. De uitgesproken en langgerekte dungeonsynthatmosferen die we op het debuut hoorden, zijn minder prominent aanwezig maar er is dus nog steeds voldoende speelruimte binnen een nummer om volop voor dynamische spanningsopbouwen en atmosfeer te gaan. Het feit dat onze beschilderde allesdoener een sterk potje kan drummen, doet Trhä al meteen boven het gros van zijn collega’s uitsteken die het veelal van geprogrammeerd drumgeratel moeten hebben.

De combinatie van rauw geproduceerde black metal met een uitstekend gevoel voor melodie en het gebruik van keyboards levert een erg fascinerend en betoverend gehoorspel op. Naast de haast obligate LLN-invloeden horen we rond 4:23 ook wel wat Fins gejengel terug in de gitaarriffs van opener “Tu tajna ebvundahhna ëmat tëpat bë innamvaj” (zou het dan toch?). Elke break lijkt haast een nóg pakkender vervolg in te luiden en de hoogtepunten wisselen mekaar af met die van 6:18 als persoonlijke favoriet. De gitaar en het toetsenbord fungeren afwisselend als sfeermaker; dit heerschap weet dus maar al te goed hoe hij lange nummers interessant dient te houden.

Cunna holhnëngra juhnehanai” is met minder dan zes minuten speeltijd het kortste nummer op “Novej kalhnjënnp” en zet de keyboards op een voor mij persoonlijk iets te hoempapa-achtige manier in. Dit is echter een kleine smet op een voor de rest schijnend blazoen want de grimmige riffs, triomfantelijke akkoordenschema’s en ruwe zang zorgen nog voor voldoende “necro” tegengewicht en de onderhuidse schoonheid van de melodieën weet mij toch opnieuw te bedwelmen.

In “Goneegaba…” vormen de schelle gitaarleads en hoge ijle screams opnieuw een heuse knipoog naar de Franse scene van de jaren ’90 waarmee Trhä een voorliefde voor umlauten en uitgevonden taal deelt. Vooral vocaal gaat het er hier een heel pak extremer, depressiever en meer suïcidaal aan toe dan in de eerste twee songs. Abrupte overgangen toveren de zwartgalligheid echter van de ene op de andere seconde in een gitzwart sprookje om en de beklijvende finale is opnieuw om duimen en vingers bij af te likken.

Persoonlijk ligt de aanpak van de opener me net iets meer dan wanneer er LLN-rijken verkend worden, maar dat neemt niet weg dat Trhä, na Lamp Of Murmuur, wel eens de volgende diamant van de rauwe black metal ondergrond zou kunnen wezen.

JOKKE: 83/100

Trhä – Novej kalhnjënnp (Eigen beheer 2020)
1. Tu tajna ebvundahhna ëmat tëpat bë innamvaj
2. Cunna holhnëngra juhnehanai
3. Goneegaba…