Wie af en toe al eens wat dieper in de Nederlandse underground blackmetalscene graaft, zal ongetwijfeld wel al één of meerdere bands van Morden Demstervold tegengekomen zijn. De muzikant is in tal van, al dan niet reeds ten grave gedragen, acts actief. Recent wist Tirgûl ons nog sterk te bekoren, maar ook Blood Tyrant of Orodruin kunnen we warm aanbevelen. Er staat weer heel wat op stapel voor Morden. Zo staat er een full-length van Tirgûl in de stijgers en ook van Demstervold verschijnt weldra nieuw materiaal. Maar daar zal Morden je online niet mee plat bombarderen, de man heeft het immers niet zo op Facebook en aanverwanten begrepen. In de schaduw van heel het gebeuren vonden we hem echter wel bereid om toch wat meer inzage te geven in zijn modus operandi en beweegredenen. (JOKKE)

Yrch Malachi – Blood Tyrant

Je laat je onder verschillende aliassen aanspreken als daar zijn Morden Demstervold, Yrch, Baron Yrch Malachi en Haat. Vanwaar die keuze om onder verschillende schuilnamen actief te zijn?
Zoals het bij mij gaat – en zo sta ik ook in het leven – heb ik door de jaren heen verschillende fases doorgemaakt voor verschillende creatieve uitlaatkleppen en vertakkingen. Het soms aannemen van verschillende aliassen past daar voor mij ook bij. Het gaat niet om mijn persoon in het dagelijks leven, dat is nimmer interessant; het gaat om het inleven in een wereld ver daarvandaan. De naam Morden Demstervold is daarin het meest representatief voor een eigen gevoel en sfeer die het beste aansluit bij mijn huidige werken. Yrch is een woord uit het Sindarin, een taal ontwikkeld door professor Tolkien voor zijn Midden Aarde. Het was een woord dat ik goed vond klinken en staan toen ik begon met het project Orodruin.

Welke platen of artiesten hebben je de muzikale microbe bezorgd en wat waren je eerste stappen als muzikant?
Ik vormde van jongs af aan mijn eigen wereld met muziek. Ik groeide op in de jaren ‘80 met de popmuziek van die tijd. Thuis herinner ik me Top Pop en Countdown op TV, vooral mijn vader keek naar die dingen. De muziek en videoclips hadden een grote indruk op me als kind, vooral omdat het toen soms ook echt halve films waren. Een oom gaf om de zoveel tijd een stapel 7” singles van alle pophitjes aan mij en mijn broertje die we dan mochten verdelen. Ik had zelfs van hem een platenspeler en cassettespeler gekregen voor op mijn kamer, ik was toen acht jaar oud of misschien zelfs jonger. Muzikant werd ik echt pas heel veel later… al was ik wel vaker aan het klooien op de elektrische gitaar van mijn stiefzussen in die tijd, zij waren een stuk ouder en punk en dat vond ik op die leeftijd enorm fascinerend.
Thuis weerklonk er vooral klassieke muziek, new age en maatschappijkritische songwriters. Mijn moeder speelde piano en harp. Dus veel Satie, Andreas Vollenweider, Clannad en alle klassieke componisten. Pas relatief laat ontdekte ik de kracht van extreme en underground muziek.

Op welke leeftijd kwam je dan in aanraking met black metal en wat trok je zo aan in deze muziek?
Ik kwam pas in 1994 op zestienjarige leeftijd met extreme metal in aanraking, via Body Count nota bene, en van daaruit naar Sepultura en werd gefascineerd door de extremiteit van deze stijl. Ik kende uiteraard al lang Iron Maiden en Slayer maar in vlug tempo doormaakte ik de kennismakingen met alle subgenres in metal en wilde altijd meer, extremer. Ik heb bijna een jaar echt alleen maar naar Deicide, Sinister en dat soort Satanische deathmetalbands geluisterd. Ik kende ook vrijwel niemand met die smaak dus moest het hebben van mainstream magazines (vooral Aardschok) voor aanbevelingen. Totdat ik tegen het einde van dat jaar op college van iemand een bandje met black metal kreeg. Totaal onbekend voor mij, ik had er nog nooit van gehoord, maar thuisgekomen zette ik het op en werd betoverd door wat ik hoorde.
Als fan van klassieke horrorfilms en boeken (thuis hadden we begin jaren ’90 een videotheek) bracht het me zulke levendige beelden. Bands als Emperor, Mayhem, Immortal, Satyricon…ik beluisterde ze allemaal op cassettes, zonder enig besef van die bands, albumhoezen of hoe de muzikanten eruit zagen. Ik woonde ver weg van alles in die tijd, ons huis was in de velden aan de rand van een bos. Waar leeftijdsgenoten uitgingen naar café en disco, ging ik met de walkman op naar het bos om deze muziek te luisteren. Zo begon de liefde voor black metal.
Pas later ontmoette ik een enkele gelijkgezinde uit een paar dorpen verderop. Veel uitwisseling en tezamen optrekken in de ontdekkingstocht naar black metal volgde in de jaren 1995-1998. Na CD- en platenwinkels ontdekte je ook underground mailorders als Displeased en Hammerheart en zo werd het steeds serieuzer. Ook toen al via de eerste primitieve internetkanalen als IRC en Usenet leerde je mensen en bands kennen. Het was een kleine, hechte, internationale online “scene”, met een paar ‘larger than life’ karakters. Totdat ik in 1999 mijn eigen project Haat startte, in eerste instantie aangemoedigd door vrienden uit Zweden, die destijds bekend waren als het project Puissance, waarvoor ik enkele jaren in die tijd de officiële website had ontworpen en onderhield.

Denk je dat black metal de dag van vandaag nog eenzelfde mysterieuze aantrekkingskracht kan hebben op tieners als destijds bij ons het geval was? Door de impact van het internet en sociale media is een groot deel van het mystieke aura van black metal mijns inziens nu verdwenen. Zou je als tiener in 2021 ook je weg naar black metal gevonden hebben denk je?
Nee, het mysterie is nu inderdaad vrijwel volledig verdwenen. Alles is nu in een seconde via internet te vinden. Dat maakt het voor mij vaak echt heel leeg. Er zijn zeker nog interessante acts maar die zijn zeldzaam. Ik wil er liever niet over nadenken hoe ik als tiener in 2021 zou zijn. Waarschijnlijk niet geïnteresseerd in de huidige black metal… ik krijg er echt een heel vervelend gevoel van.

Met Orodruin haal je je inspiratie uit de boeken van J.R.R. Tolkien. Welke andere zaken dienen tot inspiratie als het op muziek componeren aankomt?
Naast Tolkien, die zelfs nu nog inspirerende materie biedt voor tal van concepten, ook vele andere (klassieke) 20e eeuwse schrijvers in fantasy, horror en sci-fi. Philip K. Dick, Robert Heinlein, Lovecraft, Bram Stoker, Clive Barker, de boeken van Terry Goodkind en de universums die door Games Workshop zijn ontwikkeld voor hun Warhammer spellen, stripboeken van Storm en Trigië, De Huurling. En zeker ook genrefilms, wat naast muziek wel mijn allergrootste passie is. Daarnaast obscure en bizarre ideeën uit mijn eigen beleving en ervaringen of projectie op thema’s van het menselijk bestaan. Vaak in aversie tegen de (huidige) wereld en mensheid. In mijn muziek kan ik daar ver vandaan zijn en soms ook afrekenen met de thema’s waarop ik geen enkele grip heb of mee wens te willen dealen. Wat dat betreft klassiek escapisme dus. Ik neem dat uiterst serieus, vooral het bouwen van eigen werelden.

Moet je in een bepaalde state of mind zijn om te kunnen schrijven of vloeit de inspiratie heel de dag door?
Neen, ik moet echt in een state of mind en flow zijn om muziek te maken. Ik zou zelfs willen zeggen dat muziek maken soms een zelfkastijding is. Maar het moet. De keren dat het lekker fijn is om dingen te maken zijn uiterst zeldzaam. Wel kan ik ernaar toewerken om in de juiste mentale staat te geraken en vooral met mijn muzikale compagnon is er een sterke wisselwerking.

Ik zou je schrijfstijl eerder als gevoelsmatig en deels ingegeven door het moment omschrijven dan goed doordacht. Kan je je hierin vinden?
Ik kan me zeer goed in vinden in die beoordeling. Wel zoek ik tegenwoordig ook een schrijfstijl die meer uitgedacht is, zoals recentelijk met Tirgûl. Dat zijn echt gezamenlijk geschreven nummers en dat is voor een belangrijk deel een werkwijze waarin ik verder wil. Maar het sluit niet uit de improviserende benadering te hanteren, of een combinatie van beide.

Morden Demstervold – Tirgûl

Je bent muzikaal zowel actief als zanger, gitarist, bassist en drummer. Welke rol gaat je het beste af en waar liggen je grootste uitdagingen nog op muzikaal vlak? Zijn er ambities die je nastreeft met je muziek?
Gitaar lag altijd het meest voor de hand om ergens te beginnen maar ik vind er helemaal niets aan om dat te bespelen, het is een noodzakelijk kwaad. Ik hou van de primaire energie van drums en ben ook altijd zeer drum-focussed in het luisteren en willen spelen van muziek. Op enkele drumlessen en wat gerommel in de oefenruimte na, heb ik me daar door ruimtegebrek helaas nooit echt goed op kunnen toeleggen. Maar als ik moet kiezen toch wel klavier. Piano en keyboard zijn zeker geen primaire blackmetalinstrumenten maar ze liggen me het beste als het gaat om bespelen. Daar oefen ik de laatste tijd steeds meer op en wil ik graag beter in worden.

Kost het schijven van teksten veel moeite? Wil je een bepaalde boodschap uitdragen of beschouw je teksten eerder als een noodzakelijk kwaad?
Teksten zijn uiterst belangrijk en moeten dan ook geschreven worden vanuit een sterke focus op het thema. Daarin ligt absoluut een sleutel. Anders kun je net zo goed gewoon ad-libben, wat voor sommige doeleinden ook gewoon prima is. De stem vormt dan een alternatief ‘instrument’, heel anders dan de ‘zang’ in meer conventionele genres maar de focus ligt dan toch anders dan wanneer je het concept volledig uitwerkt met teksten, het voelt meer gedelibereerd en compleet.

Je bent of was in een tiental bands actief. Welke is je meest populaire?
Ik denk nooit in een term als populair. Het is natuurlijk heel “true” om te zeggen, maar ik voel mij oprecht niet aangetrokken tot dat aspect van muziek maken. Relatief gezien dan, want het geeft zeker een bepaalde voldoening als mensen je uitingen oprecht waarderen. Er was een tijd veel aandacht voor bijvoorbeeld Blood Tyrant maar dat voelde niet als oprechte aandacht, het was aandacht over het wel of niet kunnen kopen van een plaat. Dat was een zeer ontnuchterende ervaring. Hele fora stonden er over vol maar niemand had het over de muziek, dat leek bijzaak ten opzichte van het object. Misschien naïef hadden we het in vrij kleine oplage laten persen, niet verwacht dat er zo’n interesse voor zou zijn. Maar zoals ik toen al aanvoelde was die maar oppervlakkig, na een jaar hoorde je daar niemand meer over behalve een paar “trouwe fans”. Je ziet dat nog steeds heel veel, het wel of niet kunnen hebben van het nieuwste van het nieuwste is voor sommigen een ware obsessie, het lijkt wel een doel op zich.
Het hoeft voor mij geen ego trip te zijn, het gaat mij om een vertegenwoordiging van een innerlijke wereld, uitwerken van obscure concepten, niet om een naam te maken in een scene.

Heb je ook nog projecten waarvan we niet weten dat je erbij betrokken bent?
Ja.

Naast occasioneel mix- en masterwerk, heb je ook een eigen label genaamd Black Abyss Productions, maar behoudens Demstervold, staan er (althans op Metal Archives) geen andere huidige bands op je rooster vermeld. Wat is de status van het label?
Black Abyss Productions heb ik in 1999 opgericht omdat ik graag een underground blackmetaldistro wilde oprichten en ter verspreiding voor mijn eigen demo’s met Haat. Het groeide ineens uit en ik kwam er al snel achter dat dat hele logistieke kraam niet echt mijn ding was. In 2001 nam Peter, een goede vriend van me, het over. Een tijd waarin we echt veel undergroundpareltjes aan het ontdekken waren. Doch, in 2004 was het mooi geweest. In 2017 heb ik Black Abyss Productions weer even tot leven geroepen maar al snel liep ik weer tegen dezelfde worsteling met het zakelijke en logistieke aspect aan in contrast met een bepaalde beleving van undergroundmuziek.

Je hebt ook nog het label Shunned House gerund. Hoe zit dat juist?Shunned House was een experimenteel label tussen 2013 en 2017 waarop ik vooral obscure zaken in zeer kleine cassetteoplages wilde uitbrengen. Shunned House is uit gebruik gesteld maar nooit afgebroken…

Bij Demstervold, Haat en Orodruin doe je alles zelf, maar bij Tirgûl en Blood Tyrant vorm je een duo met The Specter, die reeds op Addergebroed aan het woord kwam. Ook op de Demstervold’s “Den svartne spökerii” release maakt hij zijn vocale opwachting. Wat maakt van The Specter jouw ideale blackmetalsparringpartner en hoe is jullie samenwerking tot stand gekomen?
We ontmoetten elkaar in een periode waarin ik enorm gedreven was om opnieuw te beginnen na een pauze van tien jaar en hij zeer hongerig was naar nieuwe undergroundprojecten. De klik was er vrijwel meteen, niet alleen op persoonlijk vlak, maar ook qua visie om serieus nieuwe eigen dingen te gaan maken. De zoektocht was nog een tijdje onwennig maar er was een punt, een moment waarop we een bepaalde energie ontketenden met elkaar en toen zijn we een aantal jaar heel intensief dingen gaan maken. Die jaren zijn me enorm dierbaar, daar gebeurde zoveel vanuit rauwe energie en drang. Dat is eigenlijk nooit meer gestopt, al is de frequentie wat geminderd. Dat vind ik ook prima. Kwaliteit boven kwantiteit!

In ons gesprek met The Specter gaf hij aan dat zijn dungeonsynthproject Old Tower samen met Blood Tyrant onderdeel uitmaakt van The Shadow Kingdom. De split met Departure Chandelier was voor hem een speciale samenwerking omdat er na deze release veel dingen zijn gebeurd die grote impact hebben gehad op hoe Blood Tyrant en gerelateerde projecten nu in de wereld staan. Kan je hier meer inzicht in geven?
Ik heb met hem samen The Shadow Kingdom opgericht als een mentaal rijk waarin we een berg aan inspiratie kwijt konden; we hadden dagelijks uren contact over ideeën en gingen zeker één maal per maand een oefenruimte in om dingen uit te proberen of op te nemen. Zijn drang naar nieuwe creatie en het vormgeven van een eigen wereld sloot zo goed aan op de mijne, dit was een periode van eindeloos op een concept doorwerken.
Toen de split met Departure Chandelier gestalte kreeg was dat na een vruchtbare samenwerking met Tour de Garde die we hadden doorgemaakt na de release van de eerste Old Tower LP. Ik kan me goed herinneren dat we in de keuken van zijn huis 200 LP’s met de hand in elkaar hebben gelijmd en ingepakt, we gingen zo makkelijk een weekend door. Kort daarna gingen er allerlei poorten open voor Specter die we daarvoor zeker niet hadden kunnen bedenken en waar ik op een bepaalde wijze deel van mocht uitmaken, dat zal ik voor altijd bij me dragen.

Morden – Vaal

Sommige van je projecten lijken een regelrechte ode te zijn aan een welbepaalde band. Zo eert Wroth het geluid van Ildjarn en Sort Vokter en de sound van Tirgûl is heel erg geijkt op oude Gehenna. Welke waarden en gevoelens primeren voor jou op originaliteit binnen black metal?
Wroth was eigenlijk een continuatie van Haat, maar met iets meer focus gedaan. Het is een compliment dat je Tirgûl noemt als gelijkend op oude Gehenna maar we zaten zeker ook in de oude Dimmu Borgir-hoek ten tijde van schijven.
Ik vind originaliteit in black metal een nobel streven maar absoluut geen voorwaarde. Juist de vele clone en kopieprojecten zijn voor mij vaak een goede “comfort zone”. Waarden die voor mij primeren zijn de kracht van individualistische zelfrealisatie door isolatie en het omarmen van het primale van de natuur,  koesteren van innerlijke spiritualiteit en de tijdloze, oeroude mystiek van de cosmos. Vooral de interne beleving daarvan, het voor jezelf houden en slechts met enkele gelijkgezinden delen, veelal in privé setting of behoedzaam en zorgvuldig in bepaalde mate als kunstuiting naar buiten gebracht. Maar niet als lifestyle dingetje of eenvoudig over te nemen imago om naar de buitenwereld te etaleren. Daarom moet black metal als uiting ook obscuur en hermetisch zijn. Geen (mode)show,  merkenparade of uitbundig social media circus. Niet alles uitgelegd of gedocumenteerd in mainstream media en aan sociaal-maatschappelijke thema’s gestaafd of getoetst. Vooral van dat laatste voel ik een enorme afkeer – het heeft werkelijk niets te maken met bovengenoemde waarden. Ik zit absoluut niet te wachten op het inclusiever en toegankelijker worden van black metal of dat semi-ironische publiek dat je tegenwoordig ook vaak ziet komen aanwaaien. Tegen hen zou ik willen zeggen: zoek gauw een andere hobby om een paar jaartjes lekker gek mee te doen. Maar maak het niet te gek, anders voelt iemand zich misschien gekwetst!

Je hebt ook al enkele covers van Ildjarn/Nidhogg gemaakt. Is deze band voor jou zo wat het summum van black metal?
Deze stijl vertegenwoordigt een rauwe essentie die in 1998 al zoek was en zelfs tegenwoordig ook nog, ondanks al die “raw” blackmetalbandjes die elke maand een LP uitbrengen voor de collectors.

Zit er ook een experimentele of avontuurlijke drift in jouw muzikale activiteiten of richt je je pijlen eerder op blackmetaltraditionalisme?
Ik heb met Warden en Orodruin ook andere, meer experimentele muziek ten gehore gebracht. Een project waarmee ik echt andere geluiden heb gemaakt is Ritumri. Ik ben altijd wel met muziek bezig in de brede zin en er zijn verschillende ideeën om te gaan uitwerken ook in andere genres.

Luister je soms zelf naar je eigen muziek en indien dat het geval is, naar welke release(s) grijp je dan doorgaans terug?
Zelden. Soms beluister ik wel eens iets als ik in een nostalgische bui ben om te horen hoe het toen was qua beleving en dat gevoel terug te halen maar meestal om te horen hoe het nu beter kan.

Zijn er releases waar je de dag van vandaag om één of andere reden niet meer achter staat en op welke release ben je het meest trots? Mijn favorieten zijn de Tirgûl demo en het reeds aangehaalde “Den svartne spökerii” van Demstervold.
Ik sta achter alles dat ik heb gemaakt, altijd.
Die sessies zijn inderdaad iets waar ik echt heel trots op ben omdat ze in een tijd werden gemaakt van super toegewijde energie. De Demstervold demo heb ik in 48 uur gemaakt, in een manische bui in een weekend. Hij is in een enorme vlaag van inspiratie opgenomen in het bos en mijn huiskamer. Specter heeft niet veel later de sessievocalen gedaan in een onvergetelijke sessie in zijn nieuwe huis, wat echt een half paleis was. We zaten toen in zo’n gigantische focus…
Tirgûl was een sessie van acht dagen, soms twaalf uur per dag. We hadden in die tijd zes nummers geschreven en opgenomen en uiteindelijk vonden we maar twee ervan goed genoeg voor de promo. Maanden aan gewerkt om het zo te krijgen. Op zulke reizen met ons beiden ben ik het meest trots want het is zeker niet altijd gemakkelijk maar je houdt het toch uit met elkaar en hebt die singulaire visie voor ogen.

Den svartne spökerii” bevat allerlei geluiden die opgenomen werden in de bossen rondom de “studio” The Accursed Retreat. Hoe zou je je relatie met de natuur omschrijven en van welke natuurfenomenen ben je het meest onder de indruk?
Ik liep ‘s nachts om 5 uur rond in een bos waar ook veel Warden field recordings en zelfs video’s zijn opgenomen. Het Bezeten Woud. Het meest onder de indruk ben ik van moerassen en dwaallichten als het gaat om fenomenen. Maar zet me verder maar in de bergen, ik ben in Noorwegen, Beijeren en Zwitserland in de bergen geweest en er is niet veel beters…

Wroth

Black metal draait doorgaans om negatieve gedachten en gevoelens. Een bandnaam als Haat windt er natuurlijk geen doekjes om. Zijn er dingen die je echt uit de grond van je hart haat en ben je van nature eerder pessimistisch dan optimistisch aangelegd? Hoe uit zich dat in het dagelijkse leven?
Black metal is voor mij een wereld die ik zelf kan creëren. Daarin is Satanisme ook een sterke factor. Altijd streven voor de beste en sterkste versie van jezelf, overkomen van jezelf en anderen. Ik haat achteloze verspilling, dom consumerism en onrecht, vooral tegenover dieren. Ik haat de factory farm en bio-industrie als uitvindingen van de mens het aller, allermeeste, daarom ben ik ook al lang vegetariër, vaak vegan. Mijn levenshouding is gezond sceptisch maar altijd constructief en productief. Over de mensheid ben ik niet zo optimistisch, ze is zich aan het ontwikkelen als een ware plaag op deze aarde. Maar goed, balans zal worden hersteld, de mens is daarnaast het meest zelfdestructieve wezen op deze planeet dus dat regelt zich vanzelf wel, uiteindelijk. Maar ondanks dit cynisme geloof ik gewoon in de kracht van de individuele keuze om het anders, beter te doen.

Nadat je met Haat in 2002 de langspeler “Recidivus in obscurum” uitbracht, werd het lange tijd stil. Pas in 2014 liet je terug van je horen middels de “Opgegraven en misbruikt” demo. Wat was de reden van de lange stilte?
Ik was klaar met black metal en de “scene” vooral door hoe het zich had gemanifesteerd op het internet. Tegelijkertijd kreeg mijn “real life” carrière een hele andere wending en vroeg zeer veel van me. Dat resulteerde in een tienjarige pauze. Ik doe black metal nog liever niet dan met een half hart.

Als ik het goed voor heb, sta je zelden op een podium. Is dit puur wegens praktische redenen of heb je een afkeer van het spelen van concerten?
Ik ben inderdaad geen fan van optredens of concerten, het past niet bij mijn introverte persoonlijkheid. Toen ik een stuk jonger was, vond ik het wel machtig om naar de kleine optredens te gaan van de grondleggers van het genre, waar je dan met soms maar 20 of 30 man een avond bij elkaar stond, in een klein wereldje dat van niemand anders was en verborgen en ontoegankelijk voor het grotere publiek. Tegenwoordig moeten het zo nodig allemaal grote shows zijn en “live rituals” met allerlei kermis. Niets voor mij. Maar ik vind dat black metal ook mij als artiest niet altijd in een comfortzone moet houden en ben gaan optreden in zekere samenstellingen. De enkele keren dat ik op de planken stond waren de optredens met Old Tower en Vaal dan ook onvergetelijk in vele aspecten…

Ik zie op Instagram dat je een fervent verzamelaar bent, maar zie je ook regelmatig stories posten van platen die je online beluistert. Hoe zit de verhouding fysiek en digitaal muziek beluisteren bij jou en welke fysieke geluidsdrager geniet je voorkeur?
Het valt wel mee qua verzamelen, ik koop al lang niet meer alles en heb dat nooit zo veel gedaan. Het is een beetje een manier om een stemming over te brengen maar ergens is het ook veel te dwangmatig en heb ik er soms een hekel aan. Dus ik “post” niet veel of vaak en vooral niet de “flavor of the month”. Want die heb ik ook niet, haha. Vinyl heeft mijn voorkeur. Tapejes zijn ook leuk. Voor ambient heb ik een tic met CD’s. Digitaal is puur praktisch, als ik onderweg ben of bezig met werk dan is dat gewoon een handig formaat. Maar echt gaan zitten voor platen en die met aandacht luisteren heeft mijn voorkeur.

De Nederlandse blackmetalscene zit de afgelopen jaren in een echte revival. Jij draait al wat langer mee in het wereldje. Hoe heb je de scene in Nederland de laatste jaren in goede of slechte zin zien veranderen?
Ik heb niet zoveel te melden over die scene anders dan dat ik een hele fijne samenwerking heb met enkele individuen, al gedurende tien, soms zelfs twintig jaar en meer maar altijd verspreid, opererend in kleine kliekjes of zelfs gewoon alleen. Als er iets niet is in Nederland is het scene unity. Of je moet kleffe Facebookgroepjes mee willen tellen.