Je hebt bands die haast elk jaar een nieuwe plaat uitpoepen en je hebt er bij wij het niet allemaal over een leien dakje loopt. De Vlaamse blackmetalband Gotmoor behoort overduidelijk tot die tweede categorie. In de jaren negentig werden twee ijzersterke demo’s uitgebracht die het zwarte pad voor het Waaslandse Gotmoor leken te effenen, maar heel wat line-up perikelen strooiden roet in het eten en de band leek het merendeel van de tijd op non-activiteit te staan. De voorbije jaren vingen we in de wandelgangen op dat er aan een nieuwe langspeler werd gewerkt en nu, zestien jaar na het omstreden debuut “Pain provider“, is “Zonderlingen” een feit. We spraken met bandoprichters Storm en Nevel en ook nieuwe frontman D’n Osschaert schoof mee aan. (JOKKE)

Gegroet! Alvorens het over jullie nieuwe album “Zonderlingen” te hebben, zou ik even terug de tijd in willen duiken want Gotmoor is een band die tot op heden een nogal vreemd parcours heeft afgelegd. Gotmoor was er vroeg bij want in 1996 werd de band opgericht en alvorens de millenniumwissel plaatsvond werden twee – in mijn ogen cult – demo’s uitgebracht die tot het collectief gedachtegoed van de Belgische blackmetalscene behoren. Daarna werd het echter enkele jaren stil alvorens het volwaardige debuut “Pain provider” in 2005 het levenslicht zag. Wat was er in die tussenperiode allemaal gaande waardoor o.a. ook een groot deel van de line-up gewijzigd was tegen dat het debuut uitkwam?
Storm: Groet! Wel, je geeft het zelf al aan: line-up wissels. Enkele leden, waaronder medeoprichter Nevel, stopten met de band voor verschillende redenen. Nieuw bloed vinden bleek niet altijd evident. We hebben nog enkele “basisriffnummers” van ‘96-’97 verder uitgewerkt tot volwaardige songs, en een paar optredens gespeeld zoals De Gentse Bieste in 1999. Toen daarna opnieuw enkele leden de band verlieten, hielden we het voor het bekeken. Maar de zin om te musiceren bleek toch te groot. Zodoende zijn Clauwaert, Dodeweert en ik ongeveer een jaartje later begonnen aan nieuwe songs en het rekruteren van nieuwe leden. Ondanks dat het bleef rommelen in de line-up hebben we dan eindelijk ons debuut opgenomen.

Ik weet nog dat ik destijds zwaar teleurgesteld was in “Pain provider”. Het trollisch and medieval blackmetalgeluid van de demo’s had plaats geruimd voor een meer moderne en militante anti-human terror sound en grind esthetiek. Ik kan mij inbeelden dat ik destijds niet de enige was die dit een spijtige zaak vond, hoewel ik de plaat nog eens afgestoft heb en ze nu veel beter kan waarderen. Hoe waren de reacties destijds op het debuut?
Storm: Enorm verdeeld. We kregen positieve reacties, meestal dan van metalheads die de demo’s niet kenden en dus de nieuwe muziek met een open geest beoordeelden. Zij die onze muziek wel smaakten van de demo’s zo een zeven of acht jaar daarvoor, waren niet altijd te spreken over het debuut. Ook wel begrijpelijk, want zij hadden uiteraard de evolutie van al die nummers die verder zijn uitgewerkt op basis van de ‘96-’97 tapes naar de nieuw geschreven songs niet meegemaakt. Voor hen bleek de kloof te groot. Je had al telkens naar die paar optredens moeten komen die we nog gegeven hadden (zoals De Gentse Bieste in 1999 en het optreden te Bornem in 2002) om weet te hebben van de verandering in muzikale richting die zich jaar na jaar heeft verder gezet. Het is echt niet zo dat het roer ineens was omgegooid.

Pain provider” was één van de drie platen die destijds door Lugbúrz uitgebracht werden. The Dark Towers of Lugbúrz was een Belgische black- en deathmetalorganisatie die tussen 1997 en 2007 een forum runde en plaatselijke shows organiseerden. Wordt dergelijke organisatie dezer dagen hard gemist of is het belang van zulke initiatieven in deze tijden van sociale media minder van belang?
Storm: Lugbúrz was een geweldig initiatief. Maar op een gegeven moment implodeert dat. Dat is quasi onvermijdelijk. Toch merk ik, ook heden ten dage, dat het telkens dezelfde initiatiefnemers zijn die bv. concerten organiseren of interviews afnemen. Promotie in al zijn vormen is nog steeds cruciaal om een bepaalde beweging in gang te houden.

In het jaar 2000 bracht het Griekse label ISO666 beide demotapes onder de noemer “Vlaemsche premitieven” uit. Nu jullie een nieuwe plaat uit hebben, lijkt het me ideaal om ook deze compilatie eens van een deftige vinylrelease te voorzien. Zijn hier plannen voor? Ik kan moeilijk geloven dat jullie hier nooit door een label voor benaderd zijn geweest? Ik wil gerust mee aan de mouw van enkele labels trekken hoor!
Storm: Twee maand geleden zijn we hierover voor de eerste keer gecontacteerd. Concrete plannen zijn er nog niet. Afhankelijk van de resultaten van de vinylrelease van onze nieuwe plaat zullen we die mogelijkheid echter wel verkennen.

Wat zijn de leukste herinneringen die jullie aan de demodagen van Gotmoor overhouden?
Storm: Onze fotoshoot voor de “Dicht bi den heerd” demo. Wat een geweldige dag was dat! Na al onze voorbereidingen dan eindelijk met onze spullen naar een bos getrokken (ik ben de naam al vergeten). Daar met veel overtuiging geposeerd terwijl een oude klasgenoot de foto’s nam. Geen zin om in ‘t midden van het bos onze corpse paint te verwijderen. In het donker terug naar huis gereden. Nog geen tien minuten later het mogen uitleggen tegen de rijkswacht – die met schijnwerpers over den hof scheen – waarom ze verschillende oproepen hebben gekregen gaande van één of andere cultus in het bos die middeleeuws wapentuig hanteerde tot gemaskerden in een voertuig op weg naar een vermoedelijke overval.

Tussen “Pain provider” en “Zonderlingen” ligt een gapend gat van maar liefst zestien jaar waarmee jullie zelfs het record van Paragon Impure vermorzelen. Ook bands als Thronum Vrondor en Kludde herrezen enkele jaren geleden plotsklaps na een lange afwezigheid uit hun assen. Heb jij enig idee waarom vier oudgedienden plotsklaps terug ten tonele verschenen? Was het klimaat voor blackmetalbands in België plots anders vergeleken met een decennium eerder?
Storm: Het is eerder een samenloop van omstandigheden. Enerzijds kreeg ik na bepaalde tijd de behoefte om opnieuw snelle melodieuze black metal te componeren. Veel mensen die creatief zijn, willen graag iets nieuws doen of op zijn minst blijven evolueren. Ik heb althans die nood aan verandering. Echt geen zin om mezelf te blijven herhalen. Maar goed, op een bepaald moment doorkruis je enkele raakvlakken met het verleden. Anderzijds was het wachten tot ik de juiste mensen vond die hieraan willen bijdragen. Zo was de terugkeer van Nevel cruciaal. Niet enkel voor het verder uitdiepen van de nummers maar ook omdat men Nevel en mij steeds als de bezielers van Gotmoor heeft gezien. Door zijn komst kreeg de buitenwereld opnieuw vertrouwen in Gotmoor.

Onlangs deed ik een bijdrage aan een artikel in het Nederlandse Gonzo Circus magazine omtrent de blackmetalscene in België. Samen met Peter Coussaert van De Pankraker en Jo Versmissen van Babylon Doom Cult Records kwamen we min of meer tot de conclusie dat we hier niet echt over één sterke en hechte scene kunnen spreken maar dat het blackmetallandschap erg versnipperd is. Hoe zien jullie dat? Zijn er bands waarmee jullie wel een soort van verbondenheid voelen?
Storm: Ik heb helaas het artikel nog niet gelezen. Ik heb wel de mixtape gehoord. Tja, enerzijds ken ik persoonlijk niet zo zot veel bands, maar dat ligt aan mijn karakter. Anderzijds ben ik met Gotmoor, Paragon Impure en Heimat in dat eerste deel van die mixtape toch drie keer uitgelicht. En als ik dan de connecties bekijk van mijn (ex-)leden en ik me eveneens beperk tot de bands die voorkomen in die mixtape, lijkt het landschap toch meer verstrengeld dan je misschien zou denken. Zo heeft Strop buiten zijn eigen band Heimat ook in Gotmoor gespeeld. Fenrir in Heimat en Garmenhord. Noctiz heeft naast Lugubrum ook in Gotmoor, Paragon Impure en zelfs even in Heimat gespeeld. Y. in Gotmoor en Ars Veneficium. Norgaath naast Gotmoor en Paragon Impure nu ook in Enthroned.

Rond 2015 werden de eerste geruchten over een nieuwe langspeler via sociale media gelost. En ik las ook iets van een vier songs tellende promo. Het heeft dan uiteindelijk nog zes jaar geduurd alvorens “Zonderlingen” het licht zag. Vanwaar die lange periode vooraleer alles in kannen en kruiken was?
Storm: Ai, daar kan je een boek over schrijven en dat gaan we niet doen. In het kort: Het heeft een tijd geduurd vooraleer de line-up volledig was, de muziek op punt stond, en we alle opnames klaar hadden. Een klein voorbeeld: De eerste keer heeft Nevel bas opgenomen, hij had die ingespeeld zoals de gitaar met zestiende noten. Dat bleek dan toch echt niet lekker te klinken in het geluid. Ondertussen hadden we Y. als bassist aangenomen dus leek het ons beter te wachten tot hij alle partijen kon opnemen. Echter, Y. speelt op een 4-string en dat klonk op repetities best OK hoewel de nummers voor 5-string geschreven zijn. Maar eens goed opgenomen, bleek het toch niet je dat. Ongeveer die tijd zijn Y. en ik van instrument veranderd. Hij dus gitaar en ik bas. Dus heb ik alle baspartijen ingeoefend en opnieuw opgenomen met 5-string.

Wat was de status van Gotmoor vóór 2015? Stond de band volledig op non-actief of sluimerde er wel steeds een soort van bandactiviteit in de diepste krochten van de Vlaamse moerassen?
Storm: Gotmoor heeft inderdaad sinds de release van “Pain provider”in 2005 voor lange tijd op non-actief gestaan. Een opflakkering in 2008 waar niets van kwam. Idem in 2010. Dan kwam de vraag voor een one-off optreden op “Os Moe Is True VII” in 2013, met het voorstel enkel demonummers te spelen. Ondertussen had ik dan wel opnieuw contact met Nevel, en samen met oudgediende Norgaath en nieuwkomer Hammerman hebben we dat optreden gespeeld. Enkele maanden later beslisten we met Gotmoor verder te gaan. Al bij al heeft de band sinds de oprichting meer op non-actief gestaan dan op actief.

Ondertussen zijn enkel beide gitaristen dus nog oorspronkelijke bandleden. Hoe verliep het recruteren van nieuwe muzikanten? Jullie zanger D’n Osschaert werd zelfs over de grens in Nederland gevonden.
Storm: We hebben lange tijd moeten zoeken en ook verder dan enkel in het Waasland. Zo leek Hammerman me de ideale man om te drummen bij Gotmoor. Hij heeft dat aanbod eerst afgewezen. Pas een jaar of drie later later was hij bereid een single in te spelen, enkel als sessiedrummer. Die single is nooit uitgebracht, trouwens. Dan voor het optreden in 2013. Uiteindelijk is hij gebleven. D’n Osschaert heeft gereageerd toen we de oproep voor een zanger via Facebook lanceerden. Hammerman stond in z’n vriendenlijst omdat hij hem kende van Huldrefolk die gespeeld hadden op een concert dat hij mede had georganiseerd. Y. speelt samen met Hammerman in Darkest Mind.

Ik moet zeggen dat het eerst even wennen was aan de wat modernere sound van “Zonderlingen”, maar ik ben blij dat dit tweede album veel meer parallellen vertoont met jullie demo’s dan met het debuut. Was het een bewuste keuze om (deels) naar het geluid van jullie begindagen terug te keren maar wel voor een meer hedendaagse productie te kiezen terwijl de rauwere sound dezer dagen heel “hip” is?
Storm: Nooit is het onze bedoeling geweest om een “Vlaemsche premitieven deel 2” te maken. Wel om terug te grijpen naar het originele concept van Gotmoor: Melodische, doch overwegend snelle black metal met niet-satanische teksten in het Nederlands. Dat wilden wij vanuit onze huidige muzikale standpunten (her)verkennen. Qua sound zijn Nevel en ik eigenlijk nooit tevreden geweest. Niet met de opnames, ook niet live. Blijkbaar is het moeilijk voor engineers of producers om onze speelstijl goed ten gehore te brengen. Vermits we in tegenstelling tot vroeger, met onze nieuwe muziek nu twee verschillende gitaarpartijen spelen, was het zeker oppassen om niet in die onnavolgbare geluidsbrij te verzinken waar we al zoveel keer in beland waren. Een hedendaagse en heldere sound was, vanaf er sprake was om iets nieuws op te nemen, eigenlijk een evidentie.

De Nederlandstalige teksten zijn ook terug van de partij. Vanwaar die keuze? Ik heb het gevoel dat er in Vlaanderen altijd veel minder blackmetalbands zijn geweest die in de moedertaal zongen vergeleken met Nederland.
Storm: Die Nederlandstalige teksten behoren tot het originele concept. We zijn daarvan afgeweken op verzoek van Clauwaert aka Virus begin jaren 2000. Hij was uitgekeken op het Nederlands en het concept achter onze eerste teksten. Vermits we toen ook muzikaal al een stijlbreuk hadden, zijn we hem daarin gevolgd. Dat we terug zouden keren naar het Nederlandstalige toen we eind 2013 opnieuw van start gingen, was voor ons vanzelfsprekend.

Schrijven in de moedertaal geeft wat meer eigenheid aan een band, maar als de kwaliteit van de teksten middelmatig is, kan het ook allemaal nogal “voos” overkomen. Als ik heel eerlijk ben, vind ik de tekst van bijvoorbeeld“Eeuwige winter” (waarvan het einde me trouwens wat aan een stukje uit Marduk’s “Hearse” doet denken) niet zo bijzonder, hoewel die van de andere nummer wel beter zijn. Wie is tegenwoordig de tekstschrijver van dienst want hoewel D’n Osschaert uit Nederland afkomstig is, handelen sommige teksten wel over Vlaamse middeleeuwse aangelegenheden? D’n Osschaert heeft ook niet echt een Nederlandse tongval viel me op.
D’n Osschaert: ik ben Zeeuws Vlaming, had een Vlaamse oma en heb gewoond en gewerkt in Antwerpen. Tel daarbij op dat mijn halve vriendenkring Vlaams is en zie dat als oorzaak van niet echt Nederlands klinken. “Gefluister des duister” en “Verheft het vaandel” heb ik tekstueel ingebracht, maar had hierbij hulp van een vriend: Lupus. Wel heb ik van alle nummers de zanglijnen gemaakt. Er waren teksten opgemaakt los van muziek en die zijn later aan nummers toebedeeld. Ik heb niet eerder zo ‘gewerkt’ en het bleek nog een flink gepuzzel daar ik zoveel mogelijk heel wilde laten van de oorspronkelijke tekst. Dat lukte niet altijd en hier en daar heb ik zaken toegevoegd of veranderd. Gotmoor legde de lat voortdurend hoog. Wanneer we post-corona een vervolg zouden geven, zou ik willen schrijven vanuit de muziek zelf opdat de zang meer een vijfde instrument wordt. De oprichters hebben me gevraagd om te streven naar maximale verstaanbaarheid zonder afbreuk aan een korrelig timbre welke black metal kenmerkt. Hier en daar grunts inzetten was easy gezien m’n deathmetalvoorgeschiedenis bij Bullcreek. Als fan van o.a. Belphegor en Deicide heb ik die tweestemmigheid o.a gebruikt in “Tanneke Sconynckx“. Black metal gaan zingen, in je eigen taal en dan ook nog verstaanbaarder en met een ander z’n teksten was een uitdaging maar het is ons gelukt. Ik zeg ‘ons’ omdat de founders voortdurend kritisch en helpend waren. Nevel is ook ondersteunend geweest tijdens de uiteindelijke zangopnames.

Geen misantropische en nihilistische teksten meer deze keer. Is jullie haat en afkeer voor de mensheid gaan liggen met het ouder worden?
Storm: Ik heb nog steeds geen hoge dunk van “de mensheid”. Maar zelf heb ik geen behoefte om dat te verwoorden.

Het nummer “Eibor neevik” handelt over één of ander slot verscholen in de Waaslandse bossen. Over welk kasteel gaat het hier exact?
Nevel: het mooie voor een luisteraar is dat je op zoek kan gaan naar de boodschap die je er voor jezelf uithaalt. Zo geeft het aan iedereen een verschillende inhoud. “Eibor neevik” gaat eigenlijk over iemand uit mijn naaste omgeving die op jonge leeftijd uit het leven is gestapt. Het verhaal is opgebouwd met heel wat metaforen. Zo is het Slot er één van. De rest van de boodschap laat ik aan de luisteraars over.

Tanneke Sconyncx” gaat over een vrouw die begin zeventiende eeuw beschuldigd werd van hekserij en overleed tijdens een foltering van vier dagen en nachten. Ondanks haar enorme weerstand bekende Tanneke uiteindelijk alles wat men haar ten laste had gelegd. Na de foltering trok ze alle bekentenissen weer in, wat leidde tot nieuwe pijnigingen. De marteling duurde van 23 mei tot 2 juni 1603. Tijdens de laatste foltering, die vier dagen en nachten had geduurd, bezweek Tanneke. Omdat ze geen vergiffenis had gevraagd voor haar zonden werd Tanneke in ongewijde grond begraven in haar geboorteplaats Gottem, dicht bij een vijver die nog altijd heksenput wordt genoemd. In Tielt werd in 1994 een beeld van Tanneke Sconyncx onthuld dat werd gemaakt door de Tieltse kunstenaar Jef Claerhout. Hoe zijn jullie op dit volksverhaal gestoten en hebben jullie de heksenput en het standbeeld ooit bezocht om inspiratie op te doen?
Storm: Het is tijdens wat opzoekwerk naar vermeende heksen dat ik het verhaal van Tanneke tegen kwam. Ik vond dit onmiddellijk een mooi gegeven voor een Gotmoor tekst. Ik heb alles wat ik er toen over kon vinden doorgegeven aan Nevel. Hij heeft wat later de tekst geschreven waaraan D’n Osschaert nog heeft toegevoegd. Het beeldje vind ik persoonlijk iets afgrijselijk, wat me tegenhoudt het beeldje en de heksenput te bezoeken.

Heksenvervolging anno 1603

Voor het nummer werd een lyric video opgenomen. Hoe zijn jullie aan al dat historisch beeldmateriaal gekomen want als ik Tanneke google kom ik niet veel verder dan wat foto’s van het standbeeld?
Storm: Er is inderdaad weinig over terug te vinden. Hammerman – die de video heeft gemaakt –  heeft bijgevolg in een ruimere context moeten zoeken. Hij heeft wel steeds de sfeer in acht genomen en het moest uiteraard passen met de tekst, ook al is de afbeelding niet altijd direct gelinkt met Tanneke zelf. Een driepikkel is een driepikkel.

Tielts Tanneke is een zoet blond bier dat sinds 1994 gebrouwen wordt in Lochristi en naar Tanneke Sconynck vernoemd werd. Aanrader?
Storm: Geen idee. Niemand van ons heeft het biertje al gedronken.

De insteek voor het nummer “Pagus Flandrensis” vind ik wel interessant. We komen o.a. min of meer te weten wat de betekenis van de bandnaam is en daar waar menig metalnummer de plunderingen en veroveringen van de Noormannen eert, worden ze hier als de Noorse plaag beschouwd. Vertel!
Nevel: Dat hangt af vanuit welke invalshoek je dat bekijkt. Maar voor de Vlaanderengouw waren de invallen en plunderingen van de ‘Noorderlingen’ een gesel. Gedurende een eeuw waren ze niet opgewassen tegen deze verdrukking. Het zorgde voor armoede, uitbuiting en verdrukking in onze contreien.

Vanwaar de keuze voor de albumtitel? Staat die in relatie tot de teksten of beschouwen jullie Gotmoor als een collectief zonderlingen in het huidige muzikale landschap?
Storm: Naast enkele songteksten die Nevel al had geschreven, wilden wij enkele van Clauwaert zijn ongebruikte teksten hergebruiken als concepten voor de nieuwe nummers. Toen we alles bij elkaar legden, bleek dat elke tekst over een of ander zonderling individu ging. Dat paste dus perfect met de albumtitel van “Zonderlingen” die ik voorheen al had bedacht. Nu is dat concept door het veranderen van enkele nummerkeuzes niet meer 100% accuraat. Toch… “Zonderlingen” bleef hangen. Gotmoor zelf beschouw ik niet als een zonderling iets. Uiteindelijk spelen we eerder traditioneel getinte black metal waar we onze eigen draai aan geven.

Naast de Nederlandstalige teksten en de Middeleeuwse onderwerpen zijn ook de toetsen terug van de partij. De sound van de toetsen en blazers is erg goed. Wat jullie sound ook verrijkt is de koorzang in o.a. “Land van niets”, “Eibor Neevik” en “Aradia’s geheim” die niet uit een keyboard afkomstig is, maar waarvoor jullie bij het het vocaal ensemble Encore aanklopten. Hoe verliep die samenwerking en wat was hun initiële reactie toen ze de vraag kregen? Ik kan me inbeelden dat sommigen wel grote ogen trokken toen ze jullie muziek hoorden?
Storm: Toen we Bram (de dirigent van het koor) ontmoette, was hij in ieder geval direct mee met het gegeven. Hij had genoeg ideeën om mijn rudimentair uitgeschreven koorzang aan te passen naar het register van elke zangstem in zijn koor. Echt leuk om met zo iemand samen te werken! Helaas was ik niet aanwezig bij de opnames zelf.

D’n Osschaert: Ook ik was er niet bij, maar ik sprak later de producer en die zei dat toen hij de koorleden de opnames terug liet horen tezamen met onze muziek er hier en daar een mond openviel. Uiteindelijk zeiden een aantal ook graag een CD voor hun (klein-)kinderen te willen. Ik heb zelf achteraf wat foto’s van het koor gezien en kon me toen eens te meer de cultuurshock inbeelden, haha. Overigens hebben we andersom de toezegging gedaan ooit eens samen wat live te doen. De dirigent had het over een optreden in een kerk, maar ik ben bang dat het wijwater dan begint te koken vanaf wij binnenkomen, haha.

Zonderlingen” verschijnt via het Nederlandse Headbangers Records en Big Bad Wolf Records wat ik eerlijk gezegd nogal een vreemde keuze vind daar jullie daar muzikaal gezien toch wel wat uit de toon vallen. Op Doodswens na lijken ze me niet veel blackmetalreleases te hebben uitgebracht. Was het een bewuste keuze om niet voor een meer blackmetalgericht label te kiezen?
D’n Osschaert: Wat betreft Headbangers Records. Ik heb al jaren vriendschappen en goede contacten in de Tilburgse metalscene. Eén daarvan is Marco van Empel. Marco, met de bijnaam Spandex, is een markante persoonlijkheid die ondanks zijn autisme en enkele andere ‘bijzonderheden’ 24/7 gepassioneerd met Metal bezig is en echt een mooie bijdrage aan de scène doet met zijn label, distro, magazine en YouTube kanaal. Het label releast inderdaad allerhande metal, rock, punk en hardcorebands en had voor ons slechts Doodwens als enige blackmetalband in hun ‘stal’. Naast de gunfactor speelden vertrouwen en bovenal een zeer goede deal een rol om daar aan te haken. We zijn met een aantal labels bezig geweest, maar de aanbiedingen daar waren beduidend minder. Verder ruilt HBR veel uit met andere distro’s en hebben ze met Big Bad Wolf Recs een partner die weer het noorden van Nederland en noordelijk Duitsland als afzetgebied heeft. HBR heeft weer goede contacten met podia en distro’s in het Ruhrgebied. Maar ook Azië, Oost-Europa, de VS en Zuid-Amerika. Marco zijn slogan is “for the passion not the fashion”. Met die passie appt hij me bv. om te vertellen dat hij aan het traden is geweest met iemand uit Tokio en “Zonderlingen” daar nu in een platenzaak ligt.

Zijn jullie tevreden over het parcours dat Gotmoor in al die jaren afgelegd heeft? Of zijn er enkele gemiste kansen of zaken die jullie belemmerd hebben waardoor de band eigenlijk al veel verder had kunnen staan?
Storm: Ik ben op dit moment tevreden met wat “Zonderlingen” is geworden. Voor de rest: het is wat het is.

Wat zijn de toekomstplannen met Gotmoor? 
Storm: We kijken uit naar de geplande concerten om het album ook live te promoten. En om nieuwe muziek te maken, uiteraard. Veel verder dan dat kijken we niet.