Vorig jaar ontsproot plotsklaps de eerste demo van eenmansbands Bottenberg uit de Twentse ondergrond. Deze bevatte drie melodieuze blackmetalnummers waar de geest van de donkere jaren ’90 doorheen waaide en die lekker weg luisterden, maar ons voornaamste puntje van kritiek was om nieuwe composities wat spannender te maken. En kijk, Bottenboer bewijst op “De laatste onrustplaats“, waarop naast twee gerecycleerde oudjes, zeven nieuwe nummers prijken, dat zijn songwritingcapaciteiten op korte tijd een mooie progressie laten horen.

Net zoals de Vlaamse bands Heimat en Lugubrum, is ook Bottenberg in een ruraal aura ondergedompeld, hoewel de inspiratie voor de Nederlandstalige teksten eerder in lugubere ziektes, godslastering en middeleeuwse ellende gevonden werd. Zo zien we in het artwork een ets van Pietje de Dood die een naarstig werkende boer uit het niets overvalt terwijl op de albumcover een grote groep mensen op de brandstapel is beland. En Asbestus van het heropgerichte Wrok leverde een ziekelijke tekst aan voor “Het fantoom“. “De dooden-akker“-tekst is dan weer van de hand van negentiende eeuwse dichter Jacques Perk.

Nu kwam Lugubrum eerder al ter sprake en blijkt dat diens “Aardmannen“-nummer hier een herinterpretatie kreeg. Het slepende mid-tempo nummer bevat akoestische open string aanslagen die we ondermeer ook in “Geesten van de helweg“, het met een eb-en vloed dynamiek werkende “De dooden-akker“, het catchy “Aasvreter” en de spookachtige, doomy en van spoken word voorziene intro van “Het fantoom” terug horen en aldus Bottenboer geïnspireerd zijn op het werk van Wederganger en Inquisition. De spokenwordsample aan het begin van “De verderfelijke pestilentie” vormt een macaber rustpunt alvorens de Bottenboer zijn innerlijke demonen laat botvieren middels vervaarlijk zwartmetaal.

Andere inspiratiebronnen voor de morbide, maar tegelijk melodieuze, trotse en soms zelfs catchy black metal werd gevonden bij bands als Windir en oude-Taake. Dat is bijvoorbeeld goed hoorbaar in het snedige tremolowerk van het titelnummer dat na een verdorven intro uit zijn grafkelder opstijgt. In “Kinderen van de duivel” vind ik de vocale prestatie dan weer heel sterk en moet ik instant denken aan het The Deathtrip-nummer “Making me” waarin Aldrahn zich van zijn sterkste kant laat zien.

De Bottenboer ploegt op verschillende snelheden doorheen de zwartgeblakerde ondergrond van zijn muzikale hersenspinselen wat een dynamische oogst oplevert. Zo rijdt de aanloop van “Geesten van de helweg” absoluut niet op de snelweg totdat gaandeweg een paar versnellingen hoger geschakeld wordt en er naar het linkerbaanvak opgeschoven wordt. “Zwarte mis” is dan weer een kort maar krachtig naargeestig nummer waarin religieuze koorgezangen en orgelklanken bovenop een stugge blastbeat weerklinken. “De laatste onrustplaats” kreeg trouwens een goede sound aangemeten waarin alle instrumenten, inclusief de basgitaar, mooi uitgebalanceerd zijn.

Knap en overtuigend debuut van Bottenberg dat trots kan blinken in de van een penetrate lijkgeur voorziene kerkers der Nederlandse black metal. Op’t lest niets anders als de Doot…

JOKKE: 84/100

Bottenberg – De laatste onrustplaats (Heidens Hart Records 2023)
1. De laatste onrustplaats
2. Het fantoom
3. Geesten van de helweg
4. Zwarte mis
5. Aasvreter
6. De dooden-akker
7. Kinderen van de duivel
8. Aardmannen
9. De verderfelijke pestilentie