Hasard, het ‘toeval’; een Frans woord met Arabische roots (az-zahr, ‘de dobbelstenen’).
Daarnaast is Hasard (met een s) ook het metalproject van Hazard (met een z), in een ver verleden de frontman van Way to End (toen nog gewoon Engelstalig), een Normandisch blackmetalcollectief met af en toe licht-experimentele neigingen dat enkele vrij obscuur gebleven albums heeft uitgebracht op Debemur Morti en Les Acteurs de l’Ombre. Daarnaast schijnt hij ook nog enkele gastbijdragen te hebben geleverd aan het bizarre collectief Pensées Nocturnes. Dit is ’s mans tweede album als Hasard, maar we kennen hem al langer als Les Chants du Hasard: onder die naam heeft hij sinds 2017 vier albums uitgegeven vol gitzwarte orkestrale muziek met een blackmetalachtige sfeer en ditto zang, naar eigen zeggen geïnspireerd door “Les chants de Maldoror” van de beruchte Comte de Lautréamont.

Naar het schijnt was het maken van “Livre troisième” (2021) van Les Chants du Hasard een zodanige uitputtingsslag dat Hazard aan iets anders toe was: zo is Hasard (zonder Chants) ontstaan, waarvan we in 2023 al het album “Malivore” mochten ontvangen. In dit project zijn de verhoudingen omgedraaid: het blackmetalelement komt hier op de voorgrond in een meer traditionele invulling met gitaar en, vaak zeer snelle, percussie (de bas daarentegen lijkt te ontbreken op het appel). Toch is het symfonische karakter nog steeds zeer uitgesproken. Hysterische strijkers en/of dreigende blazers zorgen haast voortdurend voor een zwarte geluidsmuur die de luisteraar wil overspoelen en verpletteren. Ademruimtes zijn schaars en beperkt. Stel je de sfeer van “The cell” voor, of “Pan’s labyrinth“, maar dan tot uiting gebracht in symfonische black: ja, luisteren naar Hasard heeft wel iets weg van het bekijken van een horrorfilm. Het akelige artwork van Roy de Rat (zien we daar een knipoog naar Velázquez’ portret van paus Innocentius X?), ook al verantwoordelijk voor de hoes van “Malivore“, sluit in die zin naadloos aan bij de muziek. In sommige passages, zoals het midden van het nummer “Negascendance“, moet de metal dan toch een tijdlang wijken en ruimte bieden aan gedetailleerde orkestrale passages. Deze zorgen voor enige welgekomen afwisseling tussen het metalgeweld dat anders wat monotoon zou dreigen te worden. Ook de tragere passages in het majestueuze titelnummer steken er om die reden bovenuit.

Qua thematiek kunnen we in dit project een nihilistische tendens ontwaren die focust op
chaos en de ijzige onverschilligheid van de kosmos. De bizarre titels liggen in het verlengde hiervan en suggereren een voorliefde voor taalspelletjes (of ‘collisions de mots’ in de woorden van de auteur): zo was “Malivore” een variant op ‘carnivore’ en werd ermee gedoeld op het Toeval als kracht die het kwaad ‘opeet’ (versta: vervangt). In “Abgnose” wordt dan weer creatief gespeeld met de term agnostique, en een songtitel als “Senestrale” lijkt wel een soort portmanteau van ‘sinistre’ en ‘ancestral’.

Waar Les Chants du Hasard me aan een project als Elend deed denken, hoor ik bij Hasard vooral Akhlys – misschien zelfs wat véél Akhlys om goed te zijn. De invloed van een album als “Melinoë” ligt er werkelijk vingerdik op, en afgaande op interviews doet Monsieur Hazard met een z ook geen moeite om dit onder stoelen of banken te steken. Hij voegt daar wel aan toe dat hij misschien nog meer zelfs de invloed van Axis of Perdition heeft ondergaan – een vergelijking waar ik zelf dan weer minder snel op gekomen zou zijn. Ik snap het ergens wel, maar Axis of Perdition is toch een stuk gevarieerder en dynamischer. Een andere band die ongetwijfeld wel ergens in de mix zit, is Blut aus Nord. Wie met deze referenties iets aankan, zal hier ongetwijfeld zijn gading in vinden.

DAVID: 80/100

Hasard – Abgnose (I, Voidhanger Records 2025)
1. Oniritisme
2. Abgnose
3. Senestral
4. Negascendance
5. Antienne estrale