amenra

Hegemone – We disappear

Onbekend is zeker niet onbemind, is al jaren het motto bij Addergebroed. Met de regelmaat van de klok worden ook wij nog eens stevig verrast door een onverwachtse release, alhoewel onverwachts in dit geval misschien met een korrel zout genomen mag worden. Al enige tijd raadde een kennis van me het nieuwe album “We disappear” van Hegemone aan, echter nu pas vond ik de tijd het album eens degelijk onder de loep te nemen. Het Poolse kwartet heeft blijkbaar al een uit 2014 daterend debuutalbum en een daaropvolgende split met het mij eveneens vrij onbekende, Wit-Russische Challenger Deep op haar naam staan en voegt anno 2018 nog een langspeler aan de discografie toe. Hoe een album dat al enige tijd uit is, nota bene via Debemur Morti Productions, zo lang onder mijn radar bleef zal voor eeuwig een raadsel blijven, maar vanaf heden volg ik elke stap die de band zet op de voet. “We disappear” is namelijk een parel van een album geworden waarop enkele invloeden van Amenra overgoten worden met een fikse vleug post-black metal, waarbij het riffwerk bijwijlen aan het vroegere werk van Fluisteraars doet denken. Het samenspel tussen bezwerende post-black gitaarspel, zelfs doorspekt met enkele zuivere post-rock riffs, de aanwezige rustpunten doorheen de plaat en de ijzingwekkende, getergde screams van zanger en bassist Jakub Witkowski vormt een coherent geheel waarbij elke song moeiteloos overvloeit in de volgende. Zoals het een Debemur Morti release betaamt zit alles productiegewijs ook weer snor, waarbij vooral de volle, krachtige bassound positief opvalt. Met een speelduur van meer dan 50 minuten doet Hegemone niet mee aan de nieuwe trend waarbij 30 minuten blijkbaar al voor een full length moet doorgaan (gesnopen, Marduk?), maar maakt de groep ruimte voor gelaagde spanningsbogen die nu eens in loodzware sludge (“Raising barrows”), dan weer in ijselijke black metal (“Тәңірi”) ontaarden. Doorheen “Π” ontwaren we ook de geest van het terziele gegane Amesoeurs. Zodoende lijkt het album wel een trip waaruit niet te ontsnappen valt, eens de play knop wordt ingeduwd vergeet je al snel dat er ook zoiets als pause of zelfs stop bestaat – tot plots die akelige stilte je verweesd achterlaat. Het was lang geleden dat een nieuwe band mij uit mijn goed vastgeknoopte combats blies, maar voor Hegemone bleek het een koud kunstje.

CAS: 88/100

Hegemone – We disappear (Debemur Morti Productions 2018)
1. Mara
2. Fracture
3. Raising Barrows
4. Π
5. ХанТәңірі
6. Тәңірi

Rituals Of The Dead Hand – Blood oath

Onze landgenoot Filip Dupont lijkt zelfs als hij slaapt muziek te schrijven. De Diepenbekenaar bracht eerder dit jaar nog een tweede langspeler (“A ring of blue light“) met Hemelbestormer uit en houdt er menig ander project op na waaronder het nagelnieuwe Rituals Of The Dead Hand, waarmee hij zijn liefde voor black en death metal wil uiten nadat zijn geesteskind Gorath er in 2013 het bijltje bij neergooide. Oude liefde roest blijkbaar niet en hij trok aan de drumstokken van mede-Hemelbestormer Frederic Cosemans om dit nieuwe project ritmisch te ondersteunen. Tekstuele interpretatie werd gevonden in de oude lokale folkloristische volksverhalen van de bokkenrijders en “Blood oath” vertelt het verhaal vanuit hun perspectief. Het thema weerspiegelt zich ook in het cover artwork waarop we een custom made schilderij zien van een oude boom die dicht bij hun thuisstad staat en waarrond de bokkenrijders volgens de legende zouden verzameld hebben alvorens op een roof- en plundertocht te vertrekken. Over het algemeen grijpt de sound van de vier lange nummers – “The gathering” is een intermezzo – terug naar Gorath’s zwanenzang “The chronicles of Khiliasmos” waarop black metal gemixt werd met elementen uit sludge en post-metal. Zo bevat opener “Bonderkuil” wel wat referenties naar Amenra en Hemelbestormer alvorens invloeden van de recente Satyricon opduiken. Addergebroed-lezers zullen wel weten dat ik niet zo’n fan ben van het recente werk van Satyr en Frost maar hier klinkt de mid-tempo rockende black gelukkig minder gezapig. “Sworn” gaat op hetzelfde elan verder en laat sludge met een black metal sausje horen. Op vocaal vlak horen we allerlei keelklanken voorbij komen waarbij de hese screams à la Amenra’s Colin H. Van Eeckhout, die in de tweede helft van het nummer ingezet worden om Nederlandstalige zanglijnen te vertolken, mij persoonlijk minder liggen. Tevens borduurt “Sworn” wat te veel op hetzelfde thema voort en is het einde te langdradig. Na het korte intermezzo “The gathering” rijden de bokkenrijders eindelijk uit en wordt de muziek wat gepeperder. “They rode by night” klinkt opzwepender en grijpt terug naar de oude Gorath hoogdagen maar laat tevens een fikse scheut laaggestemde death metal horen, zowel qua riffs als zang en zowel mid-tempo als uptempo. Rond 5:00 lijkt een melodieuze riff een hoogtepunt in te leiden, maar valt het nummer onbegrijpelijk stil alvorens, na enkele creepy geluiden, pas anderhalve minuut later de bulderende finale in te zetten. Spijtig dat hier niet voor een vloeiende overgang gekozen werd. Voor de rest een prima nummer. “The scourge” is met haar elf minuten de langste song van de plaat en trekt opnieuw de kaart van mid-tempo sludge en black waarbij Glorior Belli als referentie te binnen schiet en het einde repetitieve en psychedelische Burzumeske keyboards bevat. Ook de andere nummers bevatten subtiele effecten spielerei, wat we herkennen van bij Hemelbestormer. Op de sound van “Blood oath” en diens mastering, die in handen was van Patrick Engel (Temple of Disharmony Studio), valt niets aan te merken. Andere positieve punten zijn de mix aan extreme muziekstijlen die we horen en dat de songs niet bulken van de ideeën en riffs maar uitblinken in hun less is more-aanpak. Wel worden enkele stukken te lang gerekt en halen stiltes de vaart uit de plaat. En daar waar tekst en muziek bij Hemelbestormer zo goed samen passen als Nicole bij Hugo, vind ik het thema van de bokkenrijders minder te rijmen met de overwegend mid-tempo, en ietwat “veilige” muziek van “Blood oath“. Ik denk bij deze legende eerder aan vuile en opruiende black. Maar soit, dat laatste is eerder mierenneuken. Liefhebbers van de genoemde referenties moeten dit debuut van Rituals Of The Dead Hand zeker eens een luisterbeurt geven. Geen idee of de heer Dupont dit als een eenmalig project ziet, maar van mij mag er gerust nog een vervolg komen.

JOKKE: 80/100

Rituals Of The Dead Hand – Blood oath (Dunkelheit Productions 2018)
1. Bonderkuil
2. Sworn
3. The gathering
4. They rode by night
5. The scourge

Onrust – De oogst

Een tijdje terug viel vanop de verre parking – euh, Antwerpen – een zilveren schijfje op mijn West-Vlaamse deurmat. Het bleek het debuutalbum van onze landgenoten Onrust te zijn. Een tijdje terug begon helaas ook een zeer hectische examenperiode en moest er ook een thesis ineengeflanst worden, dus kwam van reviewen helaas even niet veel in huis. Driewerf hoera want ik ga een lange zomer tegemoet, kan terug in mijn pen kruipen én Onrust wist me danig te verrassen! Nadat de door u allen beminde Jokke zijn drumstokken helaas moest opbergen tijdens het schrijfproces van het debuutalbum “De oogst” werd vervanging gezocht en gevonden (Sam Wouters) en kon de band lustig verder musiceren. Dat Onrust er niet zo’n positief mens- en wereldbeeld op nahoudt wordt al snel duidelijk na een blik te werpen op de bevreemdende en afstootwekkende (en da’s positief bedoeld!) albumcover en het doornemen van de titels: “Verderf” en “Progeria” bijvoorbeeld roepen niet bepaald beelden op van een zomerse strandwandeling op. Deze eerstgenoemde track knalt het album meteen op gang en brengt een zwaar post-metalgeluid ten gehore, waarbij de hese zang van Ruben Birrell bijwijlen aan een minder rauwe versie van Kirk Windstein (Crowbar) doet denken. U hoort het al: geen zuivere black metal review van mijn hand deze keer, wel recht-voor-de-raap sludge met tal van elementen die we ook bij post-black metal en post-hardcore terugvinden, een mix die mij wel vaker weet te bekoren. “Progeria” zet de trend verder en wisselt agressieve, in-your-face passages af met bezwerende heldere gitaarlijnen die voor de welkome rustpunten zorgen. Bewust of onbewust slopen er ook enkele invloeden van het gerevereerde Fall of Efrafa in het album, iets wat op “Het nest” vooral duidelijk wordt (ook het gebruik van de Obama-sample als intro is hieraan debet), terwijl het titelnummer dan weer enkele knipogen richting Amenra bevat. Onrust weet een duidelijke rode draad doorheen het vijfenvijftig minuten durende album te trekken en levert een zeer sterk samenhangend werk af. Als debuutalbum kan dat wel tellen. Het volledige plaatje klopt: muzikaal is het album bijzonder coherent en de troosteloosheid en zweem van misantropie vinden een sterke echo in de songtitels en albumhoes. Dat de mix werd verzorgd door Bo Engelen, het eigenlijke meesterbrein achter de groep, verdient enkel maar pluspunten: de plaat klinkt bijzonder dynamisch en wordt gekenmerkt door een vol geluid waarbij elk instrument goed tot zijn recht komt. Onrust had duidelijk een heldere visie voor ogen bij het schrijven en opnemen van dit eerste wapenfeit, en weet deze bijzonder vlot over te brengen. Helaas moesten ze hun optreden in Gent van vorige week afzeggen, want ik was benieuwd of een live vertolking van “De oogst” even intens zou zijn. Simpel gezegd: Onrust brengt ons dit jaar één van de interessantse albums van Belgische bodem, waarbij een klemtoon op gevoel in plaats van techniciteit gelegd wordt en die je bijna een uur lang in vervoering weet te brengen. Het zilveren schijfje draaide al meerdere rondjes en het ziet ernaar uit dat het dat nog een tijdje zal blijven doen. Knap!

CAS: 86/100

Onrust – De oogst (independent 2018)
1. Intro
2. Verderf
3. Progeria
4. Eindig
5. Het lege geloof
6. Beschadigd
7. Het nest
8. Onrust
9. The outcast

Wiegedood – De doden hebben het goed III

Wiegedood is goed op dreef en lijkt onvermoeibaar door te gaan zowel qua touren als qua uitbrengen van nieuw plaatwerk. In een kleine drie jaar tijd hebben onze landgenoten, die ook voltallig terug te vinden zijn in de line-up van Oathbreaker, hun trilogie “De doden hebben het goed” afgerond. Delen I en II zijn ondertussen grijsgedraaid en ook het nagelnieuwe derde hoofdstuk dat via Century Media verschijnt, zal hier de komende jaren ongetwijfeld nog de nodige rondjes draaien. Zoals de traditie het wil, prijken er opnieuw vier songs op de tracklist en klokt het geheel op iets meer dan een half uur af. Ten opzichte van de voorganger vallen er geen wereldschokkende veranderingen te bespeuren of het moeten de diepe keelgezangen aan het einde van “Prowl” zijn. Het tempo ligt meermaals verschroeiend hoog (wat is drummer Wim toch een beest!), de riffs zijn bovengemiddeld sterk en de – zij het ietwat monotone – hese krijsen van Levy klieven doorheen de razernij. Enkel in “Doodskalm” en de meer dan twaalf minuten durende titeltrack wordt met een voor atmosferische USBM typerende eb-en-vloed dynamiek gespeeld zoals Wiegedood eerder hanteerde op haar debuut, maar waarbij het eindstuk van het eerst vernoemde nummer wel gevaarlijk dicht naar recyclage van eerder materiaal neigt (de titeltrack van het debuut om specifieker te zijn). In de andere songs klinkt het allemaal wat Noorser hoewel er in enkele breaks van “Doodskalm” en de tremolo riffs van “Parool” ook Zweedse elementen te bespeuren vallen (in de afsluiter hoorde ik wat Setherial ten tijde van “Nord…” voorbijkomen). Criticasters die beweren dat het succes van de band een gevolg is van de link met Amenra zullen er altijd wel zijn (en dat mag ook) en de duivel houdt zich hier mijlenver vandaan, maar voor mij bewijst Wiegedood toch dat ze deze razende pot black metal recht en diep vanuit het hart brengt en verre van een ééndagsvlieg is. Benieuwd naar de performance op Roadburn maar vooral ook naar de releaseshow in de Kreun waar het trio eenmalig de drie albums volledig in chronologische volgorde gaat spelen. Dat gaat vuurwerk geven!

JOKKE: 88/100

Wiegedood – De doden hebben het goed III (Century Media 2018)
1. Prowl
2. Doodskalm
3. De doden hebben het goed III
4. Parool

Celeste – Infidèle(s)

Leven in de Westhoek is meestal vrij eentonig, maar heel af en toe ook de moeite waard. Zo ook toen ik de verpletterende show van het Franse Celeste zag op Ieper Winter Fest in 2013, naast felbeminde namen als Alkerdeel en Amenra. Een tijd nadat ik kennis had gemaakt met het fenomenale “Misanthrope(s)” stelden de vier bewegende fietslichtjes live allerminst teleur. Met de nieuwe langspeler “Infidele(s)” is het verhaal hetzelfde: ik heb er lang naar uitgekeken, en mijn verwachtingen werden ingelost. Celeste vindt zichzelf noch het warm water opnieuw uit, maar levert als vanouds een meer dan degelijk album af. Dezelfde mix van hier eens meeslepende, dan weer rauwere black metal en sludge blijft centraal staan. Op de vraag of de band stagneert luidt het antwoord echter nee. De sound is voller en vooral meer gebalanceerd, wat in een nummer als “(I)” qua sound zelfs wat herinnert aan het Australische Spire (wat een debuut brachten die vorig jaar trouwens uit!). “Infidèle(s)” is, zoals hier bij Addergebroed wel vaker wordt gezegd, een album om in zijn geheel te luisteren. Hoewel er niet onverwacht weer heel wat repetitiviteit te bespeuren valt, houdt Celeste je gedurende bijna vijftig minuten in zijn greep zonder ook maar ergens aan intensiteit in te boeten. Vocaalgewijs wordt nauwelijks van de vertrouwde stijl afgeweken maar wat maakt dat uit als je zanger zo’n rauwe strot bezit? Toch heeft de band gelukkig niet ‘opnieuw hetzelfde album’ geschreven: men zet iets harder in op de sludgepassages en de blastbeat-uitbarstingen zijn iets sporadischer. Hoewel het never-change-a-winning-formula-idee in ere wordt gehouden klinkt dit werk volwassener – misschien een resultaat van het feit dat ze deze keer wél ruim te tijd genomen hebben in plaats van ongeveer elk jaar een album uit te brengen. Zij die de vroegere releases van Celeste appreciëren kunnen “Infidèle(s)” blindelings aanschaffen terwijl het album in termen van productie en het gemiddeld iets lager tempo hoogstwaarschijnlijk hun meest toegankelijk opus is tot nu toe. Hoewel dat laatste natuurlijk enorm relatief is.

CAS: 84/100

Celeste – Infidèle(s) (Denovali Records 2017)
1. Cette chute brutale
2. Comme des amants en reflet
3. Tes amours noirs illusoires
4. Sombres sont tes déboires
5. À la gloire du néant
6. Sotte, sans devenir
7. (I)
8. Entre deux vagues
9. De l’ivresse au dégoût
10. Sans Coeur et sans corps