arckanum

Dumal – The confessor

The lesser God“, het in 2017 verschenen debuutalbum van het Amerikaanse Dumal, had eigenlijk best meer aandacht mogen krijgen, want we beschouwen dit werk als ondergewaardeerd, hoewel de eerlijkheid ons gebied te zeggen dat deze plaat ook bij ons wat ondergesneeuwd geraakte in de stortvloed aan nieuwe releases. Gelukkig zorgt het verschijnen van de opvolger “The confessor” dat we het debuut nog eens kunnen afstoffen. Met “The confessor” en diens geweldige opener “Devour the child” gaat het uit Pennsylvania afkomstige trio resoluut verder daar waar “Spring will never come“, de afsluiter van de voorganger, drie jaar geleden ophield. Riff-georiënteerde black met een groot oor voor catchy melodieën zonder agressie en verbetenheid echter uit het oog te verliezen. Het amalgaam aan Scandinavische en niet-Scandinavische referenties uit mijn vorige review gaat nog steeds op. Taake voor de kille grimmigheid, Arckanum voor de heidense en folky invloed in het riffwerk, Sacramentum voor de Zweedse melodieuze insteek, Mgła voor de goed in het gehoor liggende catchiness en Drudkh voor de melancholie. Werkelijk de ene na de andere gave riff wordt op ons afgevuurd en voor ademhappen is er deze keer geen ruimte gelaten, hoewel het tempo natuurlijk ook geen drie kwartier lang strak aangespannen blijft. Zo is afsluiter “Amalgamation: Time, space, and circumstance” een heerlijke mid-tempo kraker en ook “Through fields of peasant graves“, dat met zeven en een halve minuut speeltijd de langste compositie op de plaat is, kent een meer langzame ingetogen instrumentale en atmosferische aanloop. Vocaal gezien leunt het stemgeluid van zanger/bassist Adam Siatkowski naar dat van Nachtmystium’s enfant terrible Blake Judd, een mooie referentie wat mij betreft. Dumal musiceert de hele rit lang op een hoog niveau wat het dan ook moeilijk maakt om uitschieters op te sommen, hoewel nummers als de opzwepende en mee headbangbare opener “Devour the child“, het naar Nachtmystium neigende “Some ritual” en het venijnige godslasterende “Black tendrils of Christ” er misschien nog net een tikkeltje bovenuit steken. Wat een hels trio om je plaat mee te openen, maar zoals gezegd wordt het hoge niveau constant aangehouden en kakt de plaat verderop dus hoegenaamd niet in. Hoewel atmosfeer natuurlijk voor zowat elke blackmetalband belangrijk is, maakt Dumal vooral middels diens uitstekende neus voor pakkende riffs en heerlijke melodieën een goede beurt. Vakmanschap!

JOKKE: 84/100

Dumal – The confessor (Vigor Deconstruct/Fólkvangr 2020)
1. Devour the child
2. Some ritual
3. Black tendrils of Christ
4. Through fields of peasant graves
5. Unrealized dreams
6. Ossuaric inversion
7. Amalgamation: Time, space, and circumstance

Orkblut – Shadowmancer of the haunted knolls

Of de bandnaam geïnspireerd is door het gelijknamige album van het Oostenrijkse Abigor weet ik niet; wat ik wel weet is dat er in Wallonië een serieuze verontreiniging van het leidingwater moet geweest zijn, want de ene na de andere nieuwe black metal band komt er uit de ondergrond naar boven gesproten. Drie vijfde van de line-up van Orkblut is actief bij Crypts Of Wallachia en ongeveer dezelfde drie vijfde bij Phlegethon’s Majesty, enkel zanger Cherna Dusha houdt er blijkbaar geen muzikale nevenactiviteiten op na. Deze twee zwartgeblakerde bands zagen hun eerste demo via Medieval Prophecy Records uitgebracht worden; idem voor Orkblut, en “Shadowmancer of the haunted knolls” is al meteen een schot in de roos. Orkblut geeft aan door het oude werk van Arckanum en Denial Of God geïnspireerd te zijn en daar kan ik me wel in vinden. Nadat de inleidende pianoklanken en regendruppels van het inleidende “The thickets have eyes” weggestorven zijn, krijgen we uptemo zwartmetaal met grimmig riffwerk voorgeschoteld. Drummer Napast placeert tussen het vele uptempo geknuppel ook enkele welgeplaatste passages waarin hij zijn basdrums lekker laat rollen. Wat ben ik fan van diens warme organische sound. Cherna Dusha bewijst over een gedegen strot te beschikken want zijn krijsstem bevat veel diepte en variatie en draagt ver. De heldere samenzang die meermaals ingezet wordt, geeft Orkblut’s muziek een pagan randje en op die manier is de link met hun Zweedse referentie dus terecht. Sommige riffs en vocale passages dragen ook die typische Oost-Europese melancholie in zich. In het zeven minuten durende “Lugubre call over misty swamps” gebruikt de zanger zijn stem ook op een verhalende manier of om een soort klaagzang ten berde te brengen. Het nummer – en tevens ook de demo – komt met een cleane zangoutro aan een (veel te vroeg) einde. Top spul!

JOKKE: 83/100

Orkblut – Shadowmancer of the haunted knolls (Medieval Prophecy Records 2020)
1. The thickets have eyes
2. As Satan’s spark in breathless night
3. Ageless Sylvan labyrinth
4. Lugubre call over misty swamps

At The Altar Of The Horned God – Through doors of moonlight

Vorig jaar namen we “Azoth“, Mystagos’ tweede langspeler onder de loep. We waren niet meteen overtuigd van die plaat want de hersenspinsels van Heolstor, de bezieler van dit eenmansproject, voelden té doordacht aan. Nu laat de Spanjaard opnieuw van zich horen in de vorm van At The Altar Of The Horned God waarvan het debuut “Through doors of moonlight” via I, Voidhanger Records verschijnt. Van wierook doordrongen en onder druppelend kaarsvet bedolven occulte black is het eerste wat door mij heen schiet. Ik blijk het niet volledig bij het rechte eind te hebben, hoewel het ritualistisch gedoe van vele bands uit deze niche hier wel degelijk van toepassing is. “Through doors of moonlight” is een verzameling donkere hymnes, nocturnale gezangen en heidense gebeden ten aanzien van Pan, Cernunnos, Bacchus en andere oude goden. De muziek van At The Altar of The Horned God is grotendeels traag en meditatief van aard, maar komt in “Prayer I” ook tot een uitbarsting van primitieve black genre Arckanum doorspekt met religieuze heldere gezangen. Het schudt je wakker nadat de eerste twee nummers je langzaam meevoerden op een mix van ritualistische Urfaustiaanse atmosfeer en ambient. Een aanpak die vergelijkbaar is met die van het Amerikaanse Fauna. Het vervolggebed “Prayer II (Oh glorious Pan)” is uit allerhande rituele percussie, folk en sacrale zang opgetrokken en maakt de heidense insteek duidelijk: een ode aan moeder Natuur en Pan, de Griekse God van het woud. In “Perdition in the oness” kiest Heolstor opnieuw resoluut voor rauwe en grimmige black metal doorspekt met allerhande occulte taferelen. “Through doors of moonlight” laat een geslaagde multi-gelaagde en organische blend aan verschillende muziekstijlen horen, gaande van black metal primitivisme zoals te horen is in de afsluiter “A circle of swaying leaves” en de eerder aangehaalde nummers tot Dead Can Dance-achtige elegantie in een nummer als “Malediction“. Dit debuut is een écht luisteralbum waarvoor je best met gesloten ogen op de sofa gaat liggen om in de juiste stemming te geraken en je te laten meevoeren op de flow van de muziek. Gelukkig heeft Heolstor zich hier vooral door zijn gevoel laten leiden en minder door ratio.

JOKKE: 78/100

At The Altar Of The Horned God – Through doors of moonlight (I, Voidhanger Records 2020)
1. A ka dua
2. Before the flames of undefied knowledge
3. Prayer I
4. Prayer II (Oh glorious Pan)
5. Perdition in the oneness
6. Malediction
7. A circle of swaying leaves

Ulvdalir – Hunger for the cursed knowledge

Het Russische Ulvdalir zette in 2019 het jaar meteen goed in met haar vierde langspeler “…Of death eternal“. Later dat jaar verscheen nog een split met onze landgenoten Ars Veneficium en nu verschijnt via Inferna Profundus Records een nieuwe EP die de titel “Hunger for the cursed knowledge” meekreeg en met een speeltijd van 33 minuten absoluut waar voor zijn geld biedt. De vier lange songs bevatten telkens een ambient intro en outro die voor duistere interludes zorgen alvorens de muzikanten opnieuw uit de startblokken schieten. Wanneer het black metal-geweld van Ulvdalir invalt, valt meteen op dat de productie een stuk rauwer is uitgevallen vergeleken met “…Of death eternal“. Het komt de nostalgisch klinkende black in dit geval misschien nog wel ten goede. Noorse invloeden van oude Darkthrone en Dødheimsgard hebben hun sporen nagelaten maar ook het grimmige van een Judas Iscariot en het heidense van een Arckanum horen we hier terug. De lange nummers zijn dynamisch van opzet en de old-school riffs van “Road of knowledge” krijgen het hoofd aan het bewegen, terwijl dat Russisch taaltje nog extra ruwheid toevoegt, njammie! De tien minuten durende afsluiter wisselt voortdurend tussen slepende haast apocalyptisch klinkende passages, up-tempo geraas en rockende opzwepende ritmes en is dankzij diens duidelijke Darkthrone-worship een kraker van jewelste. Alvorens in de uitluidende ambient-tonen te verzanden, draven er nog extatische koorgezangen op die een sacraal randje toevoegen hoewel Ulvdalir zich van occulte en orthodoxe black distantieert. Dikke vette aanrader deze EP!

JOKKE: 82/100

Ulvdalir – Hunger for the cursed knowledge (Inferna Profundus Records 2020)
1. Anger bringer
2. Road of knowledge
3. The sun of the pale night (Void amongst the fire)
4. Out of the darkness of the depths

Nawaharjan – Lokabrenna

Het Duitse Nawaharjan is zo’n band die duidelijk niet over koetjes en kalfjes zingt, maar wilt dat diens muziek stevig verankerd is met een overkoepelend thema. In het geval van “Lokabrenna“, het volwaardige debuut dat negen jaar na de EP “Into the void” verschijnt, betreft het een conceptueel werkstuk gebaseerd op het uit de Germaanse mythologie stammende “Thursian Brandawegiz”-systeem, een soort mix van heidendom en satanisme waarbij destructieve/negatieve krachten (‘Thursar’) worden vereerd in plaats van goden (‘Æsir – Ásatrú’). Elk van de negen nummers is een hymne die opgedragen wordt aan Loki en de albumtitel die vertaald kan worden als “Loki brandt” is de Scandinavische naam voor de ster Sirius die volgens de Brandawegiz-traditie wordt geassocieerd met de bevrijdende krachten van Loki en de vernietiging van de kosmos tijdens Ragnarök. Wie meer over dit onderwerp wilt weten, kan enkele boeken van de Zweed Johan S. Lahger, beter bekend als Shamaatae van Arckanum, opsnorren. Niet toevallig is deze Zweedse pioniersband de eerste referentie, zowel qua muziek als zang, die in mijn gedachten opkomt wanneer het korte “Warassuz” meteen met volle kracht uit de boxen knalt. Naarmate de plaat vordert hoor ik ook steeds meer en meer invloeden van een Misþyrming doorschemeren, vooral door de opzwepende zang en tempo’s. Met nummers van gemiddeld zo’n 6 à 7 minuten speelduur verwachte ik de nodige dynamiek, maar op dat vlak kom ik bedrogen uit want Nawaharjan laat hier bijna één uur lang hetzelfde kunstje horen waardoor de verveling al gauw toeslaat. Zo heb ik bv. enkel door de seconde stilte tussen “Thwerhanassuz” en “Umbibrautiniz” door dat er een ander nummer ingezet werd. De drummer kiest in de snelle passages bijna steevast voor een up-tempo single kick drumbeat die we na een nummer of drie wel gehoord hebben. Het militaristisch klinkende snaredrumpatroon dat in “Thwerhanassuz” opduikt, klinkt hierdoor als een verademing. Naar adem happen is iets waar de vier gesluierde muzikanten weinig oog voor hebben, want zowel de vocalen als de gitaren en drum vechten voortdurend voor een plaats vooraan in de mix waardoor finesse en details verloren gaan. En ondanks het soms epische karakter van de lange nummers is er zoals gezegd heel weinig dynamiek. Af en toe schakelt het viertal wel eens een versnelling lager, maar aan het einde van de rit blijft daar niet veel van hangen want ik heb het gevoel naar een constant voortrazende plaat geluisterd te hebben. Slecht is het allemaal niet en er passeren naast de best ferme hekkensluiter “Hradjungo” wel enkele knappe Zweeds aandoende riffs, maar zelfs na meerdere luisterbeurten wil de mayonaise bij mij niet echt pakken.

JOKKE: 73/100

Nawaharjan – Lokabrenna (Amor Fati Productions 2020)
1. Warassuz (Awareness)
2. Maino (Intention)
3. Skuwwe (Reflection)
4. Ūtfurskō Exploration)
5. Sunjo (Realization)
6. Thwerhanassuz (Opposition)
7. Umbibrautiniz (Transformation)
8. Thrawo (Suffering)
9. Hradjungo (Liberation)

Dumal – The lesser God

Het is niet all cascadian style black metal wat de klok slaat daar aan de andere kant van de grote plas. Neem nu het uit Pennsylvania afkomstige kwartet Dumal bijvoorbeeld dat na een viertal EP’s toe is aan haar eerste langspeler “The lesser God“. Met een bandnaam ontleend aan Charles Baudelaire’s “Les fleurs du mal” en één blik op de gehoornde die op het hoesontwerp prijkt, weet je meteen ook waar de klepel hangt op gebied van tekstuele thema’s en invalshoeken: heilige huisjes worden ferm ingetrapt zoals onder andere blijkt uit “Abrahamic contagion” (“Invert – the trinity of liars / Pervert – the books that sustain them / Blaspheme – all names held there within / Desecrate – the temples built unto them / Deny – their prophet of ignorance / Tear down – the walls of paradise / Burn – all symbols of their faith / Destroy – the bloodline of Abraham“). De black metal die Dumal ons vijftig minuten lang voorschotelt, is een smeltkroes van invloeden uit de Noorse (Taake), Zweedse (Arckanum, Sacramentum), Poolse (Mgla) en Slavische scenes (Drudkh). De voorliefde voor die laatste wordt overduidelijk in het negen minuten durende “Ukrainia” waarvan de tekst ontleend is aan het werk van de Oekraïense dichter Taras Shevchenko en waarin vioolklanken een extra dosis weemoed toevoegen. Met voorsprong de meest opvallende track van de plaat. De gelaagdheid van de melodieuze riffs – indien nodig ondersteund door een subtiel keyboardlaagje –  weet mijn armhaartjes meermaals te erecteren en met de flow van de goed geschreven songs zit het meer dan snor. De instrumentale keyboardtrack “The wind demon” doet sterk aan Summoning denken en vormt een welgekomen rustpunt. Eigenlijk wist ik halverwege openingstrack “Fane of the clandestine” al dat Dumal haar zaakjes goed op orde heeft op “The lesser God“. Benieuwd wat deze band nog allemaal in haar mars heeft. Bedankt YouTube om dit Dumal op mijn muzikale pad te laten passeren!

JOKKE: 80/100

Dumal – The lesser God (Draigfflam Productions 2017)
1. Fane of the clandestine
2. Lost caverns
3. Abrahamic contagion
4. The path to the fortress is lined with statues
5. Serpents in the bramble
6. The wind demon
7. Ukrainia
8. Spring will never come

Entartung – Baptised into the faith of lust

Niets is wat het lijkt. De black metal band Entartung staat algemeen gekend als zijnde een duo met heimat bij onze Oosterburen, maar wij bij Addergebroed weten wel beter. Voorganger “Peccata mortalia” ging er drie jaar geleden in als zoete koek, benieuwd wat de band op de nieuwe langspeler ten berde brengt. Veteranen Lykormas (gitaar en zang) en Vulfolaic (zang, bass, keyboards) lieten zich voor langspeler nummer drie bijstaan door een drummer van vlees en bloed en hoewel de geprogrammeerde drums op de voorgangers verre van storend waren, draagt Haistulf bij aan het organisch geheel. Dat de heren hun talen kennen, moge duidelijk wezen, want met songtitels in het Latijn, Engels, Zweeds, Hindi en Frans valt er heel wat te vertellen. Bovendien hebben ze tijdens de lessen geschiedenis, literatuur en filosofie ook goed opgelet want op tekstueel vlak verkennen de zeven songs de meer obscure kant van enkele historische gebeurtenissen, de waanvoorstelling die religie is en de schrijfselen van Fyodor Dostoyevsky, Selma Lagerlöf, Charles Baudelaire en Hermann Löns. Het cover artwork neemt bovendien een bizar loopje met orthodoxe iconografie. Over naar de muziek nu! Hoewel ik dus zo mijn twijfels heb over de Duitse achtergrond van het trio, klinkt de black metal die ze ons veertig minuten lang voorschotelen, wel über Germanisch, met in “Der werwolf” een dikke vette knippog naar een act als Farsot. Ook niet-Duitse bands à la Sargeist en Arckanum kunnen als referentiebron dienen. Het klinkt nét allemaal een tikkeltje ruwer en donkerder dan voorgaand werk en met akoestische of piano intermezzi wordt nu zuiniger omgesprongen (op “Agni kravyad” en “Hymne à la beauté” na). Hoewel de sound dus ietwat naar de essentie herleid is, blijven de songs wel goed in het gehoor liggen. Neem nu de melodie van “Vices of the prophet” bijvoorbeeld waar ik vanavond waarschijnlijk mee ga slapen. Echt gevaarlijk klinkt het echter allemaal niet en de ietwat vlakke zang zou wat meer diepgang mogen krijgen. De band opereert regelmatig in midtempo regionen, hoewel naar het einde van de plaat in “Der werwolf” en “Black dog of God” het gaspedaal wel eens langere tijd dieper ingedrukt wordt. Ik hoor Entartung dan ook het liefst met wat peper in hun reet. Al bij al een meer dan degelijke derde plaat hoewel ik toch een ietsiepietsie op mijn honger blijf zitten.

JOKKE: 80/100

Entartung – Baptised into the faith of lust (World Terror Committee 2017)
1. Resurrectio mortuorum  
2. Vices of the prophet
3. De sura frukterna
4. Agni kravyad
5. Der werwolf
6. Black dog of God
7. Hymne à la beauté

Panphage – Drengskapr

De Zweed Fjällbrandt wist me met zijn promofoto voor zijn éénmansband Panphage serieus op het verkeerde been te zetten. De bivakmuts deed me eerst vermoeden dat ik met een soort van war/terror/bestial-metal band genre Nyogthaeblisz van doen had. Hij zou evenzeer voor een IS-strijder kunnen doorgaan, zij het niet dat hij een akoestische gitaar ter hand houdt in plaats van een decapitatiezwaard…hoewel een beetje googlen laat zien dat hij toch ook wel wat (gezonde?) interesse in vuurwapens heeft. Na een tiental demo’s en splits die via het obscure Ætergap Productions de wereld ingeknald werden, wist Nordvis Produktion de man in te lijven en verscheen in november vorig jaar album nummer twee getiteld “Drengskapr“. De plaat vertelt het verhaal van Grette Asmundsson, een gekende outlaw uit oude IJslandse sagen. Hoewel de sound gerust de labels “ruw” en “primitief” opgeplakt mag krijgen en de rammelende computerdrums in de opener even de wenkbrauwen deden fronsen, wringt een zekere oude folklore zich al snel doorheen de zwarte vervuilde poriën van de songs naar de oppervlakte. Hoewel hier geen grote gitaarcapriolen uitgehaald worden, schudt Fjällbrandt de ene na de andere hook uit zijn mouw en zorgen de plechtige vikinggezangen en folky melodieën voor meeneuriebare oorwürmen die dagenlang blijven nazinderen. Interlude “Glamsyn” is honder procent folk en de meanderende keyboards weten een soort van staat van rust te brengen. Dit gevoel voor melodie had ik dus in de verste verte niet zien aankomen afgaande op de visuele presentatie van de man. Fjällbrandt klinkt gemeend en overtuigend in zijn barbaarse vocalen en weet met het opzwepende “Utlagr” mijn hartslag enkele slagen te verhogen en opnieuw stuwen de woeste Bathory-esque koren mijn vuist de lucht in. De rock’n roll grooves hebben soms ook wel wat weg van een Windir of Vreid, terwijl de ijskoude riffs en blast beats van “Drangey” een duidelijke Arckanum-feel uitstralen. Ook bij de negen minuten overvalste Bathory heroïek van “Blodshämd” zit je onbewust mee te “ooohooohooo-en“. De jaren negentig herleven met deze plaat die overigens niet voor iedereen geschikt zal zijn, maar probeer doorheen de productie te luisteren en ontdek een boeiende, nostalgische trip down memory lane. Wie interesse heeft in het oude materiaal van de man – dat nóg ruwer van aard is – kan met de dubbele verzamelaar “Genom konst & krig” in één klap meer dan dertig nummers binnenhalen, goed voor meer dan twee uur luisterplezier. Is het trouwens al iemand opgevallen hoeveel het logo weg heeft van dat van Danzig?

JOKKE: 85/100    

Panphage – Drengskapr (Nordvis Produktion 2016)
1. Gettir Àsmundarsonar
2. Landrensningen
3. Glam rider husen
4. Glamsyn
5. Utlagr
6. Drangey
7. Blodshämd