goatowarex

Ebony Pendant – The garden of strangling roots

De rauwe blackmetalscene is goed op dreef. Een release die me de afgelopen weken vaak in de late uurtjes heeft vergezeld als vrouw en kind in dromenland waren, was Ebony Pendant’s eerste langspeler “Incantation of eschatological mysticism“. Ook al zijn de gitaarleads soms op het randje van het valse af, toch wist de terneergeslagen, melancholische en hypnotiserende atmosfeer me in zijn greep te houden. Daar die plaat al van februari 2020 dateert en er nu een nieuwe EP ligt te wachten, ga ik geen volledige review meer meegeven. Idem voor de in tussentijd verschenen split met het Hawaïaanse rauwe black metal/punk éénmansproject Kūka’ilimoku. Over naar “The garden of strangling roots ” dus waarvoor een nieuwe drummer aangetrokken werd door S.C. die voorts alles op zijn eentje uitvoerde. De meer organisch klinkende drumsound en de wat meer creepy scream van S.C. vallen meteen op wanneer “Sorceress of black spring” na het inleidende “Indulgement in celestial poisons” uit de boxen knalt. Het interval tussen de verschillende snare-aanslagen is nog steeds aan de korte kant, maar halfweg zakt het tempo tot een slepend doomy patroon terug. Samen met het nog meer grimmige aura van de muziek, ademt het uit Seattle afkomstige Ebony Pendant een zekere Judas Iscariot atmosfeer uit, niet verwonderlijk als je weet dat “Incantation of eschatological mysticism” afsloot met een cover van diens “Before a circle of darkness“. De rauwe en desolate hypnose is nog steeds alom tegenwoordig, misschien minder in het aanstekelijke, op een striemende manier uit de startblokken schietende “Vampyric bloodlust“, maar wanneer het tempo de dieperik in gaat, zoals het geval is in het titelnummer, is het heerlijk met de ogen gesloten meedeinen op de eenvoudige, maar pakkende riffs. Ingetogen akoestisch gitaargetokkel krijgt, net als in het afsluitende “Arboreal offering“, het laatste woord, maar daartussen is er nog het geweldige “Delirium of mortality” wiens openingsriff en het op de achtergrond verscholen hypnotiserende keyboardriedeltje Burzum in al hun poriën uitademen. Zo schrijft Varg ze al lang niet meer! Met “The garden of strangling roots” heeft Ebony Pendant zowel op productioneel als op compositorisch en uitvoerend vlak vooruitgang geboekt. Benieuwd of deze EP aan een democratische prijs in fysieke vorm gescoord zal kunnen worden. Ik betwijfel het.

JOKKE: 81/100

Ebony Pendant – The garden of strangling roots (Goatowarex/Forbidden Sonority/Grime Stone Records 2021)
1. Indulgement in celestial poisons
2. Sorceress of black spring
3. Vampyric bloodlust
4. The garden of strangling roots
5. Delirium of mortality
6. Arboreal offering

Gärgäntuah – Dödenlicht

Er komen dezer dagen niet alleen belachelijk veel langspelers uit, ook in de sectie “splits, EP’s en demo’s” is het haast aan een rotvaart bijklussen. Tussen deze kortere releases zitten trouwens heel wat verborgen pareltjes. Neem nu dit Gärgäntuah, een nagelnieuwe Nederlandse blackmetalband die vormgegeven wordt door Forgotten (zang, gitaar en bas) en Unknown (drums en toetsen). “Dödenlicht” is een eerste fel gesmaakte drie songs tellende manifestatie waarvoor drie labels de handen in mekaar slagen. Het Chinese Goatowarex zal de tape voor de Aziatische markt uitbrengen terwijl het Canadese Tour de Garde Noord-Amerika voor zijn rekening zal nemen. Dichter bij huis staat het Nederlandse New Era Productions in voor de verdeling. Elke versie zal in 100 exemplaren beschikbaar gesteld worden en dit telkens met een andere cover en kleur. Ik was er als de kippen bij om de Europese versie op de kip te tokken…euh kop te tikken en sindsdien is deze nog amper uit mijn cassettedeck weg te slagen. Grimmige second wave black metal doorspekt met beklijvende melodieën, begeesterende heldere (koor)zang en ondersteunend raadselachtig toetsenwerk is waar Gärgäntuah voor staat. Het eindresultaat klinkt heerlijk ouderwets, mysterieus en ondoorgrondelijk en ik voel mij plots terug een tiener die zichzelf en zijn verbeelding kan laten verliezen in de pracht en mystiek van dit soort excellent zwartmetaal. Met de ogen dicht zie ik de ossaert, een spottende watergeest die voorkomt in volksverhalen uit de Lage Landen, voor mij opdagen, ook al is hij meestal onzichtbaar als hij op de rug van zijn slachtoffers springt. Het bizar getitelde “Nwylljocht” straalt een hallucinogeen effect uit doordat een repetitief clean gitaarriedeltje zich voortdurende doorheen de grauwe onderlaag probeert te friemelen. De melodieënpracht is naderhand van een betoverende aard en de diepere heldere vocalen bedwelmen mijn geest. Hier word ik intens gelukkig van. Je voelt dat black metal in elke vezel van het lichaam van dit duo vervat zit want deze muziek wordt met een vurige passie gebracht die je nog maar zeden tegenkomt. “Ein” is geen puur blackmetalnummer in de ware zin van het woord, maar een outro waarvoor de heren met een voorliefde voor umlauten allerhande samples van gure wind, accordeonklanken en creepy achtergrondgeluiden uit hun keyboards toveren. De eerste twee platen van Satyricon kunnen als referentiepunt meegegeven worden, hoewel Gärgäntuah ook zo veel meer is dan dat. Opnieuw een ijzersterke aanwinst voor de Nederlandse blackmetalscene die blijft verbazen. P.S. Excuses voor de flauwe woordspeling.

JOKKE: 87/100

Gärgäntuah – Dödenlicht (New Era Productions/Tour de Garde/Goatowarex 2020)
1. Ossaert
2. Nwylljocht
2. Ein (Outro)

Ifernach – The green enchanted forest of the druid wizard

Tussen de recente releases van Amor Fati Productions viel de van lelijk cover artwork voorziene “Gaqtaqaiaq” LP van het voor mij onbekende Ifernach op. Daar het gros van wat Amor Fati op de markt brengt mij wel kan bekoren, besloot ik deze re-release – oorspronkelijk verscheen ie via Nekrart Productions in 2018 op CD – toch maar eens uit te checken. Na een wat cheesy intro knalde er rauwe punky black met gewelddadige Franstalige vocalen uit mijn speakers. Ik was nog steeds niet helemaal overtuigd tot Finian Patraic, de alleenheerser van dienst, plots heel melodieuze gitaarleads in de strijd gooide die mijn armhaartjes 90° van richting deden veranderen. Instant buy en fast forward naar 2020, want via Tour de Garde en GoatowaRex verscheen afgelopen maand – respectievelijk op tape en vinyl – de vierde langspeler met de toverachtige titel “The green echanted forest of the druid wizard“, nadat vorig jaar nog een EP en langspeler verschenen en ook eerder dit jaar al een EP gelost werd. Bezig bazeke die Finian Patraic! De man heeft roots bij de Ierse immigranten en het inheemse “First Nation” volk de Mi’kmaq (of Micmac), die wonen in het oosten van Noord-Amerika, meer bepaald in New England, Atlantisch Canada en Gaspésie. Zijn muzikale output doopte hij – je kan het tegenwoordig zo gek niet meer bedenken qua geografische aanduiding – Gespegewagi black metal, verwijzend naar het traditioneel territorium van de Listiguj indianenstam. Het inluidende titelnummer start met een riff waar Count Grishnackh jaloers op zou zijn geweest en het eerste échte nummer “The passage of Dithreabhach” houdt ons met diens epische tremoloriffs nog verder in een wurggreep vast. Wat wel verdwenen lijkt te zijn, zijn het rauwe punk-element en de bijtende Franstalige screams. In het verleden hanteerde Finian veelal het Frans omdat die ook in de black metal scene van Québéc gebruikt wordt en die hem nauw aan het hart ligt, maar Engels is de man zijn moedertaal. Wel werkt de muzikant nog steeds graag met contrasten en verweeft hij tussen de furieuze black metal ook dromerige ambient- en folkloristische akoestische intermezzi. Het draagt bij tot de mysterieuze atmosfeer van het zwartmetaal dat wordt gebracht ter meerdere eer en glorie van de wouden waar niemand een voet durft te zetten, maar haalt soms ook wel de vaart uit de plaat, zeker als dat bijvoorbeeld in de vorm van “A cursed spear” meer dan acht minuten in beslag neemt. Met “In the hollow of the Togharmach” is het opnieuw tijd voor het echte werk waarbij bombastich drumwerk, snijdende tremolo’s, afwisselende heldere, plechtstatige zang en hese screams ons diep in het duistere woud meesleuren. “Teinm laida“, dat is vernoemd naar één van de drie vaardigheden van een ziener in Ierse romantische literatuur, is opgedeeld in twee stukken waarbij de aanloop uit meditatief clean gitaargepingel bestaat en het tweede deel de rauwe, repetitieve en groezelige black opnieuw laat zegevieren. “A winter tree clad in black frost” trekt terug overduidelijk de Burzum-kaart en doet wat het moet doen: ons middels repetitieve en hypnotiserende riffs en drumwerk, subtiele toetsenverleidingen en wat dieper krijswerk in vervoering brengen. Bovendien komen de Ierse roots naarmate het nummer vordert in de synthpartijen subtiel naar boven drijven. “Hidden palaces under the green hills” zorgt met diens sample van een kabbelend waterbeekje, rustgevende ambient en gitaargetokkel, rituele percussie en indianenfluitjes voor een sereen en berustend einde. “The green enchanted forest of the druid wizard” is een erg degelijke plaat geworden, maar het black metal deel had van mij gerust nog wat meer mogen doorwegen, want de echte kracht van Ifernach zit ‘em in de melodieuze leads die hij daarin weet te verwerken.

JOKKE: 81/100

Ifernach – The green enchanted forest of the druid wizard (Tour de Garde/GoatowaRex 2020)
1. The green enchanted forest of the druid wizard
2. The passage of Dithreabhach
3. A cursed spear
4. In the hollow of the Togharmach
5. Teinm laida I
6. Teinm laid II
7. A winter tree clad in black frost
8. Hidden palaces under the green hills

Utzalu – The grobian fall

Het werd nog eens hoogtijd om iets uit de Vrasubatlat-stal te reviewen. Bij deze dus de derde langspeler van Utzalu. Over debuut “The loins of repentance” schreven we destijds dat de band een hoorbaar positieve evolutie had doorgemaakt sinds de demodagen. Tussen deze eerste langspeler en de nieuweling werd blijkbaar “Idiot hell” nog uitgepoept, maar deze werd om één of andere reden door ons over het hoofd gezien. Benieuwd dus of Utzalu positief is blijven evolueren. Voor het eerst verschijnen er zowaar andere kleuren dan zwart en wit op de cover, maar verwacht nu niet dat Utzalu plots lentefrisse muziek met positieve vibes speelt. “The grobian fall” draait immers rond projecties van ongelovig afwijkend gedrag en naturalistisch verval in het thema van de 19de-eeuwse Franse literatuur. Het album vertelt het verhaal van een dwaas die gelooft dat hij uit de gratie is gevallen maar eigenlijk om te beginnen nooit is geaccepteerd. Een bedrieger wiens waan alleen leidt tot meer onzedelijke wanhoop en pathetische onrust. En bij dit thema hoort vuile muziek, muziek die ingrediënten uit black metal en punk doet samenvallen. Vrasubatlat-stichter Rory Flay, die tevens in het merendeel van de bands op het label wel iets in de pap te brokken heeft, wist voor deze plaat Ritual Knife drummer L in te lijven samen met sessiebassist A. Op vakkundige wijze ramt het powertrio er tien songs in een dik half uur door waarbij de versterkers al eens mogen kraken en piepen. Deze punky black ’n roll staat, net zoals bijvoorbeeld bij een Bone Awl, voor oermuziek die het niet van vernuft of subtiliteiten moet hebben, maar van rauwe ongetemde emoties die middels opzwepende ritmes en riffs uit de muzikanten hun systeem worden geknald. Soms zakt het tempo (zoals bijvoorbeeld in het titelnummer) ook de dieperik in om op sludge-tempo het mooie weer te maken. Rory bezit zoals geweten over een vette schurende strot die we graag het oorsmeer uit onze gehoorgang laten vegen. “The grobian fall” is een uitstekende, recht-voor-de-raap (en dus minder abstract dan de albumcover laat uitschijnen) zijnde black ’n roll plaat die een half uur lang – langer hoeft ook niet want daarvoor is dit genre wat te rechtlijnig – doet wat ie moet doen: met de nodige schwung een uitlaatklep vormen zodat je die negativiteit uit je systeem kan laten vloeien. En ja: Utzalu blijft positief evolueren.

JOKKE: 80/100

Utzalu – The grobian fall (Vrasubatlat/GoatOwarex 2020)
1. To know how it is seen
2. Onward to…
3. Ruptured by incest
4. Colorful flagellation
5. In treble with phalanges
6. Avarice
7. Separation trajectory
8. They know their place
9. Yellow and alone
10. …The grobian fall

Grógaldr/Kommodus – Howling sanguine triumph

De moderne rauwe black metal-scene is de laatste jaren springlevend. Eén van de labels met een grote hand in deze donkerste krocht van de zwartmetalen kunsten is GoatowaRex. Onder de noemer “Howling sanguine spirit” presenteert het Chinese label ons een split tussen Kommodus en Grógaldr, twee one man bands die als huisorkest van het label beschouwd kunnen worden en waarvan er weldra ook langspelers zullen verschijnen. Grógaldr ofte het vehikel van een zekere Zugarramurdi bijt de spits af. De Amerikaan vond inspiratie voor zijn bandnaam in de Edda, een verzameling literaire en mythologische werken uit het middeleeuwse IJsland en meer bepaald in één van de zes gedichten waarin necromantie aan bod komt. Doorheen de tracks die onze zwart/wit geschilderde vriend laat horen, waait overduidelijk een oude vampierachtige wind ontsproten aan de aars van Les Légions Noires, het clubje black metal-artiesten dat voornamelijk tussen 1992 en 1997 actief was in de Franse black metal-scene. Minimalistisch, rauw, haatvol en een tikkeltje hypnotiserend, je kent het wel. Alle drie de nummers overschrijden de zes minuten-grens en vergeleken met het demo-materiaal werden gigantische stappen vooruit gezet, zowel qua uitvoering als sound die hier toch wel een heel pak voller klinkt, zonder uit het oog te verliezen dat het hier wel degelijk om écht undergroundspul draait. Op Grógaldr’s Bandcamp-pagina staan ook al previews van het op til staande “Illness unto the womb of spirit” debuut en de “Disinterred graves of saints” EP (en verder staat er ook nog een split met het Amerikaanse Valac op de planning). Zugarramurdi gaat er hard voor en opnieuw horen we vooruitgang, want het toekomstige materiaal bevat meer nuance en dynamiek. Kommodus, het éénmansvehikel van de illustere The Infernal Emperor – Lepidus Plague, wroet in dezelfde niche als Grógaldr maar het zwartmetaal van deze Australiër is met heel wat elementen uit punk geïnfuseerd. Het levert drie explosieve en agressieve songs op waarin chaotische leads niet mogen ontbreken. Thematisch gezien behandelde onze Einzelgänger reeds thema’s als Japans nationalisme (“An imperial sun rises“) terwijl hij nu (weer) zijn voorliefde voor het Romeinse Rijk laat botvieren. Zo verwijst “Lupercalian spirits rise” naar de Lupercalia, één van de oudste Romeinse (vruchtbaarheids-)feesten. Het primitieve en knarsende “Black prayer to Aeolus” handelt dan weer over Aeolus, een figuur uit de Griekse en Romeinse mythologie. Hij was een zoon van Poseidon die door Zeus werd aangesteld als de bewaarder van de winden: Boreas de noordenwind, Notos de zuidenwind, Euros de oostenwind en Zephyrus de westenwind. Maar genoeg geschiedenisles; Kommodus is het aanhoren waard, want diens hysterische sound klinkt best uniek. De punky elementen en de door oerinstincten aangedreven agressieve rampartijen geven het geheel een ietwat industriële feel waarbij weinig plaats is voor nuance, hoewel een melodie links of rechts (en zelfs een akoestisch stukje gitaar) niet gemeden wordt. Wie Invunche trekt, moet dit ook eens opsnorren. “Howling sanguine triumph” is een onderhoudende split waarbij vooral Kommodus triomfeert.

JOKKE: 75/100 (Grógaldr: 72/100; Kommodus: 78/100)

Grógaldr/Kommodus – Howling sanguine triumph (GoatowaRex 2019)
1. Grógaldr – To reap a godhead
2. Grógaldr – Boiling seed, Howling spirit
3. Grógaldr – Entranced in bloodshed
4. Kommodus – Lupercalian spirits rise
5. Kommodus – March of the leper legion
6. Kommodus – Black prayer to Aeolus

Nefarious Spirit/Void Prayer – Split

Voor deze split moeten we iets dieper de ondergrond induiken dan gewoonlijk. Nefarious Spirit is een Griekse band die naast deze samenwerking slechts één demo op haar palmares heeft staan. De heren Drowned (zang/gitaar/bas) en V. (drums), met een gezamenlijk verleden in het eerder bestiale Impure Worship, pakken het puur en goudeerlijk aan middels drie songs vol tijdloze black zonder moderne franjes. Ook geen typische Helleense zwartmetalen klanken hier, maar grauwe riffs, voor black metal begrippen eerder diepe echoënde vocalen en gedegen mid- en uptempo drumwerk. Het neigt wel wat naar een band als Darvaza, wat absoluut niet verkeerd is natuurlijk. Als laatste exclusieve song, gooit het duo nog een live nummer in de strijd waarop de zang wat meer galmt en het drumwerk wat meer klettert dan op het studiomateriaal. Na drie nummers neemt het uit Bosnië-Herzegovina afkomstige Void Prayer de fakkel over. Deze band heeft al wat meer ervaring met – naast twee demo’s – ook een langspeler, het uit 2017 stammende “Stillbirth from the psychotic void“. Het kwartet behoort trouwens tot the Black Plague cirkel met o.a. Nigrum Ignis Circuli, Deathcircle, Niteris, en Obskuritatem. Ook hier rauwe klanken – zonder kelderproductie overigens – maar met nog meer nadruk op melancholie en atmosfeer en een basgitaar die haast vrolijk doorheen de snedige riffs huppelt. Tussen de twee eigen bijdrages door, herneemt Void Prayer ook het Black Cilice nummer “To become“, dat hier dankzij het ontbreken van een brakke productie, bewijst een sterke compositie te zijn. In het acht minuten durende “Prayers null and void” gaat het er aanvankelijk nóg gemener aan toe met hels krijswerk van drummer O. (tevens spilfiguur in het eerder vermelde clubje) en dissonante riffs, maar in de finale laat deze duivelse demoon middels langdurige slepende leads zien ook zijn meer melodieuze kant niet verloochenen. Hulde voor GoatowaRex voor deze bijzonder fijne split!

JOKKE: 82/100 (Nefarious Spirit: 81/100 – Void Prayer: 83/100)

Nefarious Spirit/Void Prayer – Split (GoatowaRex 2019)
1. Nefarious Spirit – Haunted skulls – Demise of the holy
2. Nefarious Spirit – Destructive impulses
3. Nefarious Spirit – Nefarious spirit (live)
4. Void Prayer – Void seeker
5. Void Prayer – To become (Black Cilice cover)
6. Void Prayer – Prayers null and void

Oculus Vacui – Alkahest

Het is de jongens van Oculus Vacui menens. Het Nederlandse duo heeft een grote interesse voor Luciferiaanse Gnosis en het ‘Left Hand Path’ en koos black metal als vehikel om hun devotie voor het duistere goddelijke vorm te geven. Zangers/gitaristen Neshamah en Void voeren al eens een ritueeltje uit – zoals blijkt uit de vele occulte voorwerpen die op het altaar op de hoes uitgestald zijn – waarbij de Grote Leegte opgezocht en omarmd wordt. Beide heren wijdden er hun debuutplaat aan die de titel “Alkahest” meekreeg wat staat voor een hypothetisch oplosmiddel dat in staat is elke andere stof op te lossen en tot niets te herleiden. “Alkahest” bevat vier monumentale tracks waarvan er drie een speelduur van om en bij het kwartier hebben en die beide muzikanten niet alleen konden realiseren. Voor het inmeppen van de trommels werd immers beroep gedaan op huurdrummer Omega, bekend van o.a. Darvaza, Fides Inversa en talrijke andere bands. Nordvargr (MZ412) verzorgde dan weer de rituele ambient die in de nummers ingebouwd zit. Oculus Vacui’s sound laat zich definiëren als lang uitgesponnen atmosferische black waarvan het repetitieve karakter een zeker hypnotiserend effect beoogt én realiseert. Dit resulteert soms ook in een dromerige, maar verre van zeemzoete, staat en doet me denken aan een band als Manetheren, waarvoor Omega (toevallig?) ook de laatste twee langspelers indrumde. Oculus Vacui’s black metal klinkt organisch, maar iets te dun (waar het ontbreken van een basgitaar waarschijnlijk debet aan is), en kan hierdoor in het USBM-hoekje geduwd worden; denk hierbij aan (een iets minder ruwe versie van) een Fell Voices. De finale van “Formula of regression through the Qliphothic pathways” heeft dan weer heel wat van een Wolves In The Throne Room in zich. Maar ook een Nederlandse collega als Fluisteraars kan als referentiekader aangehaald worden. “Alkahest” is een plaat die je in zijn geheel dient te ondergaan. Grenzen tussen onderlinge nummers vervagen, ondanks de lange intermediaire rustpauzes, en de ijselijke screams worden door de meanderende muziek geabsorbeerd. Fijne eerste kennismaking!

JOKKE: 80/100

Oculus Vacui – Alkahest (Psychedelic Lotus Order/Goatowarex/ Dawnbreed Records 2019)
1. Utilizing the alchemy of transgression to attain the limitless void.
2. Quintessence of the dark divine.
3. Altered states of comatose trance.
4. Formula of regression through the Qliphothic pathways

Carved Cross – The yawning abyss of perdition

Het Australische Carved Cross heeft ondanks haar zes levensjaren al een serieuze output aan releases op haar palmares staan. “The yawning abyss of perdition” is de derde langspeler van het uit Tasmanië afkomstige duo en tevens de eenentwintigste release (als ik me niet misteld heb op Metal Archives). Stilistisch gezien liggen het onleesbare bandlogo en de stapel dode takken die op het zwart-witte hoesontwerp prijken in elkaars verlengde. Love it! Op “The yawning abyss of perdition” trakteren M.N. (gitaar en drum) en S.V. (zang) ons op twee songs die qua speelduur even lang zijn als de titels. Carved Cross moet het niet hebben van duivelse snelheden, tomeloze agressie of complexe songstructuren, maar grossiert in atmosferische black met de nadruk op atmosferisch. De trage oersimpele beat die M.N. in “Nourished by the marrow of those once yours” fabriceert blijft nagenoeg achttien minuten ongewijzigd en vormt de repetitieve basis waarover groezelige riffs, ruwe vocalen en af en toe een subtiel keyboardje (allez, dat denk ik toch) tonnen atmosfeer draperen en dit minuut na minuut totdat de eenzaamheid, wanhoop en leegte langzaamaan uitsterven. In “Tortured journey towards that face which stares only back at you” wordt twintig minuten lang nagenoeg hetzelfde business model gehanteerd. Ik kan snappen dat enkelen onder jullie dit na een paar minuten voor bekeken houden maar ik onderga met veel plezier de volledige rit, want wat het duo doet, doet het goed: ongecompliceerde black met tonnen sfeer produceren die de juiste gevoelige snaar weet te raken.

JOKKE: 80/100

Carved Cross – The yawning abyss of perdition (GoatoWarex 2018)
1. Nourished by the marrow of those once yours
2. Tortured journey towards that face which stares only back at you