heavy metal

Ordinance – In purge there is no remission

Met Ordinance en diens tweede langspeler “In purge there is no remission” hebben we de tot dusver beste Finse blackmetalplaat van het jaar in onze handen. Punt. Next! Nee, we dienen dit natuurlijk wat beter te kaderen. Ordinance werd ergens aan het begin van dit vervloekte nieuwe millennium gevormd en brengt traag maar gestaag nieuw werk uit. Tot op heden verschenen een demo in 2007 en een debuut in 2014. Deze opvolger is de eerste muzikale output die ik van het duo Arttu Ratilainen (zang en snaren) en Lauri Laaksonen (drums; ook actief als muzikaal brein achter Convocation en Desolate Shrine) te horen krijg, en ik ben instant verkocht en verknocht aan deze ruwe diamant. Ondanks de Finse afkomst klinken de zeven nummers die er in vijftig minuten passeren allerminst als clichématig en typisch Fins zwartmetaal. “In purge there is no remission” spreekt de pure en onomwonden taal van tweede golf blackmetalclassicisme zonder enig voorvoegsel, maar met een onmiskenbaar uniek dialect door het toevoegen van onorthodoxe elementen zoals de heavymetalsolo’s én vocale uithalen, akoestische klanken en heldere koorzang in het waanzinnige “Credo sceleratum“. De brutale opener “Obstructed paths” doet me op zijn meest agressieve momenten aan Triumphator denken, maar bevat ook subtiele orchestratie. “Diabolopathia” wisselt berustende melodieën af met spetterend blackmetalvuurwerk en “Gathering wraiths” is een knap staaltje dynamiek met heel wat groove, verwrongen stonerachtige leads en sacrale toetseninkleuringen. “The kingdom of nothing” start met de nodige heidense epiek om vervolgens een U-turn van jewelste te nemen en de hel/ragnarök te laten openbarsten niet alleen door het overweldigende gemusiceer maar ook door de fenomenale diepe raspende strot van Arttu. “Gesticulation of death” laat dan weer uitschijnen alsof we plots met een postrockband te maken hebben en vervelt nadien tot een slepend doomy zwartgeblakerd epos met likkebaardend gitaarwerk. Hekkensluiter “Purging kremanation” klokt op meer dan elf minuten af en is van meerdere markten thuis: viscerale agressie, heidense melancholie, galopperende oorlogszucht, mid-tempo headbangpassages en schedelsplijtend soleerwerk. Er valt met andere woorden heel wat meer te beleven dan wat je op basis van het eentonige artwork zou vermoeden. “In purge there is no remission” is een werk van twee meestersambachtslieden en sluwe tovenaars tegelijk, een uitzinnige reis naar waanzin en mystiek, gegoten in een uitstekende productie die balanceert tussen rauwheid en melodieusheid.

JOKKE: 85/100

Ordinance – In purge there is no remission (The Sinister Flame 2020)
1. Obstructed paths
2. Diabolopathia
3. Gathering wraiths
4. Credo sceleratum
5. The kingdom of nothing
6. Gesticulation of death
7. Purging kremanation

Voodus – Open the otherness

Was ik twee jaar geleden door de overdreven Watain en Dissection invoeden té kritisch voor de debuutlangspeler “Into the wild” van het Zweedse Voodus? Misschien…met deze nieuwe EP “Open the otherness” doet de band een nieuwe verwoede poging mij te overtuigen. Twee tracks prijken er op dit kleinood. Met een totale speelduur van 24 minuten bieden die enerzijds waar voor je geld, maar één van de kritiekpunten op de langspeler was dat de muzikale hersenspinsels soms te langdradig waren. Vallen de heren opnieuw in deze valkuil? Aangezien er muzikaal gezien heel wat gebeurt op deze EP valt dat eigenlijk best mee. Dat waar menig band een ganse plaat voor nodig heeft, etaleert Voodus in één enkel nummer. Zo wordt het verhaal van de titeltrack verteld middels klassieke doom metal, clean gitaargetokkel, héél lang uitgesponnen epische melodieuze gitaarleads en energieke Zweedse black metal, nog steeds met de duidelijk hoorbare referenties. De toegankelijkheid is er ook nog steeds, zeker daar de écht vervaarlijke passages nog steeds in de minderheid zijn, vooral in het heel melodieuze titelnummer. In “Pillars of fire” trekt het kwartet aanvankelijk wat zwaarder van leer, hoewel er ook hier heel veel aandacht aan melodieuze riffs en leads besteed wordt, het gaat bij momenten zelfs haast de Pink Floyd toer op alvorens de heavy metal solo er een eind aan maakt. Al bij al is er dus niet veel veranderd ten opzichte van de voorganger, maar ik ben in een gullere bui voor deze EP aangezien de aandacht hier beter behouden kan blijven dan op een plaat van meer dan een uur van deze heren. Koop deze plaat niet op basis van de stoer uitziende bandfoto’s want je zou wel eens bedrogen kunnen uitkomen.

JOKKE: 77/100

Voodus – Open the otherness (Regain Records/Shadow Records 2020)
1. Open the otherness
2. Pillars of fire

Balmog – Pillars of salt

Het Spaanse Balmog is een band die we wel trekken en eenieder die een Watain weet te appreciëren, moet zich eens verdiepen in het oeuvre van dit duivelse trio. Na de prima derde langspeler “Vacuum” komen de Spanjaarden nu met een EP op de proppen en ondanks dit gegeven betreft het hier hun meest ambitieuze werk tot op heden. Op “Pillars of salt” prijkt namelijk slechts één song, maar het is wel een compositie die maar liefst achttien minuten duurt en waarbij de duisternis opgezocht wordt middels een breed amalgaam aan muziekstijlen. Natuurlijk maken black en death metal riffs en stevige uitbarstingen deel uit van het receptuur maar ook dark rock, psycho/prog rock, goth rock, post punk en traditionele heavy metal zijn enkele van de welgesmaakte ingrediënten. Dit vertaalt zich in blastbeats, dissonante gitaren en tremolo-riffs maar evengoed in melodieuze leads, clean gitaargetokkel, stuwende ritmes en orgelklanken. Ook op vocaal vlak horen we oerdegelijk screamwerk, proclamerende en verhalende stemmen, beklijvende heldere gezangen en mysterieus gefluister. Het draagt bij tot een spannend en dynamisch geheel dat eigenlijk nergens verveelt en fans van Farsot, Schammasch of Secrets Of The Moon zou moeten kunnen aanspreken. Onderhoudende EP waarop de veelzijdigheid aan muzikale invloeden van Balmog mooi tot uiting komt.

JOKKE: 81/100

Balmog – Pillars of salt (War Anthem Records/Black Seed Productions 2020)
1. Pillars of salt

Primeval Mass – Nine altars

Orth, de bezieler achter Primeval Mass neemt na elke langspeler voldoende tijd voor het schrijfproces van een opvolger. Dat maakt dat er opnieuw vier jaar verstreken zijn sinds voorganger “To empyrean thrones“, die we voor de gelegenheid nog eens vanonder de mottenballen hebben gehaald. Wat een vette black/speed/thrash-schijf was me dat toch. Voor “Nine altars” heeft Orth echt het onderste uit de kan gehaald qua songstructuren en op alle vlakken werd de lat hoger gelegd. De duivel zit ‘em duidelijk ook in de details want er gebeurt heel wat in de complexe en volgepropte songs. En zoals steeds is de sound van Primeval Mass een melting pot van Europese en Amerikaanse thrash uit de jaren ’80, het klassieke heavy metal-geluid, eerste en tweede wave black en progressieve rock. Orth heeft voor deze vierde langspeler beroep kunnen doen op de talenten van heel wat illustere individuen. Zo wordt de Griek door producer George Christoforidis (War Possession) op drums bijgestaan. Hij blijkt niet alleen goed aan de knoppen te kunnen draaien want in een hectisch en experimenteel nummer als “Burning sorcery” of de opzwepende opener “Circle of skulls” wordt qua snelheden en ritmewijzigingen topsport afgeleverd. Leuk weetje is dat de drums voor “The irkallian born“, een rechttoe rechtaan speed/thrash nummer met zwart randje, kortelings na een aardbeving in Athene ingespeeld werden. Orth’s Witchcrawl makkers Tasos Molyviatis en Yiannis K. dragen respectievelijk hun heavy metal uithalen op “Firecrowned” en een akoestische gitaarsolo op het bijna twaalf minuten durende “The Hourglass Still” bij. Semjaza (Acrimonious, Thy Darkened Shade) levert dan weer een ellenlange solo in het instrumentale “Amidst twin horizons” aan. Liefhebbers van gitaarsolo’s komen hier serieus aan hun trekken, hoewel het voor mij soms wel wat te veel naar gitaarmasturbatie overhelt. En last but not least draven ook de twee voormalige Primeval Mass vocalisten Merkaal en Alchemoth nog op om wat mee te komen brullen op “Orphne” en “Night rapture“. Maar de meeste credits gaan natuurlijk naar Orth zelf die met “Nine altars” zijn meest energieke, intense en emotioneel geladen plaat tot op heden aflevert. Voor mij bij momenten echter ook wel iets té druk, virtuoos en hyperkinetisch. Nu Absu haar “eastern candle” uitgeblazen heeft, kunnen de black/thrash/speed-maniakken bij dit Primeval Mass aan hun trekken komen.

JOKKE: 80/100

Primeval Mass – Nine altars (Katoptron IX Records)
1. Circle of skulls
2. The irkallian born
3. Night rapture
4. Amidst twin horizons
5. Burning sorcery
6. Orphne
7. Firecrowned
8. The hourglass still

Bütcher – 666 goats carry my chariot

Leder, pinnenbanden, slim fit broeken, puntbotinnen, zwarte vegen corpsepaint, de umlaut en het omgekeerd kruis in de bandnaam, het cover artwork van Kris Verwimp, het nummer van het beest in de titel, aliassen zoals LV Speedhämmer en R Hellshrieker,…U snapt het ondertussen wel: alle metalclichés zijn hier volop aanwezig en terecht want wat het Belgische Bütcher op diens tweede langspeler “666 goats carry my chariot” laat horen, is van de eerste tot de zesendertigste minuut opgedragen aan “the ancient godz of steele”. Op papier is de explosieve mix van heavy, thrash en een vleugje black niet aan mij besteed, maar sinds de release van “Bestial fükkin’ warmachine“, de eerste plaat die de band na haar ‘comeback’ uitbracht, las ik niets dan positieve dingen over het kwartet, waardoor ik besloot de nieuwe boreling toch maar eens een kans te geven. Ik besloot de epische negen minuten durende titeltrack als eerste te ondergaan. Sfeervol Bathoriaans akoestisch gitaarwerk en heldere koorzang trappen deze compositie in gang. “Hammerheart” lijkt nooit veraf. Wat volgt is een enorm pakkende en catchy rit die langzaam opbouwt totdat de metalen spanning losbarst. De maniakale frontman R Hellshrieker laat zijn stembanden alle registers van het metalen spectrum verkennen gaande van black metal gekrijs, dieper gegrom en natuurlijk de obligate falsetto uithalen waarin we heel wat King Diamond en Mercyful Fate terug horen. “666 goats carry my chariot” is als het ware Bütcher’s “Bohemian rhapsody“, een eclectisch nummer dat tot het einde der tijden met de band geassocieerd zal worden en waar de heren meer dan trots op mogen zijn. De lange speelduur, akoestische gitaren en het eerder mid-tempo gebeuk, maken van dit nummer wel een enigszins afwijkend rustpunt want de songs die we ervoor en erna te verwerken krijgen, vliegen aan een rotvaart voorbij waarbij de helse tempo’s, vlammende gitaren en schedelsplijtende solo’s van de getalenteerde KK Ripper de boel – volledig in lijn met het artwork – in lichterlaaie zetten. “45 RPM metal” is nog zo’n duivels metal anthem waarbij bloed, zweet en alcoholdampen uit mijn boxen spatten en dat live waarschijnlijk veel slachtoffers zal maken. In het berzerker-achtige “Sentinels of dethe” struikelt R. Hellshrieker net niet over zijn woordentsunami en geeft hij heel wat rappers het nakijken. Muzikaal en productioneel gezien is Bütcher begin jaren ’90 stil blijven staan en zo hoort dat ook in hun geval. 666 keer hulde en een aanrader voor fans van Mercyful Fate, Celtic Frost, Deströyer 666, Darkthrone, Nifelheim, Aura Noir, Desaster, Witchery, Absu, Nocturnal Breed en Impiety.

JOKKE: 82/100

Bütcher – 666 goats carry my chariot (Osmose Productions 2020)
1. Inauguration of steele
2. Iron bitch
3. 45 RPM metal
4. Metallström/Face the bütcher
5. Sentinels of dethe
6. 666 goats carry my charriot
7. Viking funeral
8. Brazen serpent
9. Exaltation of sulphur

Serpent Noir – Death clan OD

Serpent Noir is zo’n band die haar occulte thematiek dodelijk serieus neemt. U weze gewaarschuwd! Kijk maar eens naar de hieronder geposte rituele videoclip van “Goeh Ra Reah: Garm unchained“, de afsluiter van “Death clan OD“, de derde langspeler voor het Griekse gezelschap (hoewel bassist Johannes Kvarnbrink (o.a. Mortuus) over een Zweeds paspoort beschikt). In dit experimentele nummer horen we Thomas Karlsson, occult schrijver en stichter van de magische orde van de “Dragon Rouge” op zang. De Zweed verzorgde tevens alle teksten voor deze plaat, iets wat hij in het verleden ook al deed voor o.a. Therion, Saturnalia Temple en Ofermod. Wat overduidelijk opvalt is dat het tempo op “Death clan OD” een pak hoger ligt dan op voorganger “Erotomysticism“. Bovendien verwerkt bandleider Y.K. heel wat elementen van traditionele heavy metal in zijn occulte black. Ondanks een speelduur van zo’n 37 minuten, lijkt de plaat door haar divers karakter, de soms verhalende opzet van de nummers en de nodige dynamiek en variatie langer te duren. “Asmodeus: The sword of Golachab” is hier een mooi voorbeeld van. Net wanneer je denkt dat het nummer er na de melodieuze lead gitaarpartij op zit, volgt nog een introverte passage vol clean gitaarwerk en ambient-geluiden. Het vormt de perfecte overgang naar “Astaroth: The jaws of Gha’Agsheblah” dat na een korte spanningsopbouw volledig losbarst in helse black waarin de voorliefde voor heavy metal bij wijlen boven komt drijven. Met “Death clan OD” levert het zwarte serpent haar meest venijnige plaat tot op heden uit. Liefhebbers van occulte black weten wat doen.

JOKKE: 82/100

Serpent Noir – Death clan OD (World Terror Committee 2020)
1. The black knighthood of OD
2. Cutting the umbilical cord of hel
3. Hexcraft
4. Asmodeus: The sword of Golachab
5. Astaroth: The jaws of Gha’Agsheblah
6. Necrobiological chant of Talas
7. Goeh Ra Reah: Garm unchained

Reign in Blood – Missa pro defunctis

Reign in Blood is een Duitse band die blijkbaar al vijftien jaar actief is. Hun eerste langspeler werd reeds uitgebracht in 2009, maar het duurde een heel decennium om een opvolger de ether in te sturen. Best een lange tijd en ergens wel jammer, want ik heb erg goed gelachen met dit “Missa pro defunctis“… al zal dat wel niet de bedoeling zijn. De vocalen zijn namelijk soms, naar mijn mening, ronduit hilarisch. Ze doen me op nogal wat momenten denken aan het gekweld gekweel van het dodelijk geconstipeerde nageslacht van John Tardy (Obituary, …) en Aldrahn (Ex-Dødheimsgard, …) die verwikkeld is in een pathos kamp met Varg Vikernes (Burzum, …). Helaas maakt bier dat door mijn neus spuit van het gieren, het wat moeilijk om me te concentreren op de review, maar de muziek is zeker goed genoeg om een dappere poging te wagen. De niet bijster origineel genaamde band brengt een mengelmoes van old school stijlen, met het meeste aandacht voor thrash en black metal, maar waarin ook doom en heavy metal aan bod komen. Het resulteert in een goed gespeelde catchy plaat met prima verdeelde tempowissels, leuke leads/solos en een sfeervolle productie die tegelijk retro en modern klinkt. De nummers zijn mooi opgebouwd en liggen degelijk verspreid over het album. De eerste track, na de intro, “Dawn of a dying soul” springt er voor mij uit. Geweldige gitaren sterke opbouw en stevig drumwerk. Het tragere “Anima” verdient ook een eervolle vermelding, maar elk nummer is eigenlijk een schoolvoorbeeld van hoe je heavy/thrash hooks kan combineren met een wat donkerdere klank. Denk aan een ontmoeting van Pentagram, Mayhem, Candlemass en een erg dronken heerschap dat in de vroege uurtjes luidkeels ruzie maakt met zijn ingebeelde vriendin. Gewoon echt jammer van die stem dus, waar ik met de beste wil van de wereld niet aan kan wennen. Zeker omdat die op de eerste releases best wel meeviel. Nu goed, liefhebbers van dit soort muziek die geen issue hebben met vals, huilerig geschreeuw en geneuzel, zullen het niet erg vinden. Er zullen zelfs een hoop luisteraars zijn die dit een hoogtepunt vinden, al ben ik daar niet bij. In elk geval kan ik aanraden om deze release te checken en een eigen mening te vormen. Per slot van rekening is het instrumentale deel sowieso echt wel de moeite.

Xavier: 70/100

Reign In Blood – Missa pro defunctis (Iron Boneheead Productions 2019)
1. Invoke the shapeless ones
2. Dawn of a dying soul
3. Black hole
4. Metamorphose with the universe
5. Missa pro defunctis
6. Domus mortuorum
7. Anima
8. Wolfhour
9. Into nothingness

Morgal – Morgal

De laatste tijd lijkt de Finse black metal-scene weer springlevend te zijn, hoewel de meeste releases die ik gehoord heb niet boven de middenmoot uitsteken. Wat me wel kon bekoren is de nieuwe EP van Morgal, een vervaarlijk uitziend trio dat hels kabaal maakt waarin de spirit van jaren ’80 heavy metal en jaren ’90 black metal doorheen waait. Straf als je weet dat twee-derde van de line-up nog geen twintigers zijn en de band in 2014 opgericht werd. Deze EP is niet de eerste release van de Finnen, maar het voorgaande werk is zó gelimiteerd (debuut “Käärmesielu” kwam op slechts twintig exemplaren uit) dat de kans klein is dat iemand van jullie er iets van in huis heeft. Dat deze jonkies uit Finland komen, is trouwens niet zo duidelijk te horen want de sound neigt eerder naar die van buurland Zweden. Vooral een band als Naglfar kan als referentie dienen. Het zijn de melodieuze leads van gitarist Crusher die immers een Zweeds karakter geven aan de raggende old school herrie van Morgal en de hoge krijsende keelklanken van zanger/bassist Lord Warmoon lijken als twee druppels water op die van Jens Rydén, oud Naglfar zanger. Het tempo op deze EP ligt hoog zodat de vier nummers er in nog geen kwartier tijd worden doorgejaagd. Dat zal wel deels aan het jeugdig enthousiasme van de bandleden te wijten zijn, maar toch klinkt het geheel bij momenten wat té gejaagd en lijkt vooral drummer SS Exiler sneller te willen spelen dan hij eigenlijk kan (dat komt ervan als je zo nodig met een iets té gestrekte foute arm op de bandfoto wil). Deze kritiek terzijde is dit een explosief EP’tje van een band die nog wel wat moois in haar mars kan hebben.

JOKKE: 72/100

Morgal – Morgal (Werewolf Records/Hells Headbangers 2018)
1. Blood for Atazoth
2. Mistress of blood
3. The black goddess
4. Warcry of the vampire

Apologoethia – Pillars

Javi Bastard (aka J.B.) is een bezig bazeke. Naast zijn werk als producer in de Moontower Studios, houdt de Spanjaard er met ondermeer Graveyard, Körgull the Exterminator, Krossfyre en Lux Divina nog ettelijke andere muzikale bezigheden op na. En alsof dat allemaal nog niet genoeg is, stampte Javi in 2012 ook nog eens Apologoethia uit de grond waarvan nu een eerste EP verschijnt via Invictus Records. In tussentijd is het oorspronkelijke solo-project na toevoeging van J.F. en L.O. uitgegroeid tot een volwaardige band. In de eerste vier songs die Apologoethia ons voorschotelt verkent het trio de donkere kant van de menselijke kennis op gebied van cultuur en religie van de afgelopen eeuwen. Het muzikaal equivalent van deze introspectie is een energieke brok extreme metal waarin invloeden van zowel death, black, thrash als heavy metal hand in hand gaan. Er gebeurt met andere woorden heel wat in het Apologoethia universum: tremolo riffs, blast beats, psychedelische melodieën, D-beat drumpartijen, klassieke heavy metal solo’s, Oosters aandoende gitaarklanken en ga zo maar door. Er is niet enkel oog voor agressie want er zijn voldoende atmosferische passages zoals aan het einde van “Pillar II (De humanae natura)” waarin triomfantelijke keyboardklanken vergezeld worden van plechtstatige koorzang of de akoestische gitaren en toetsen halfweg “Pillar IV (De aeterno praesentia)“. In vijfentwintig minuten speeltijd weet het fantastisch klinkende “Pillars” met haar amalgaam aan extreme klanken een overtuigende indruk na te laten.

JOKKE: 80/100

Apologoethia – Pillars (Invictus Productions 2017)
1.  Pillar I (De fundamenta spiritus)
2. Pillar II (De humanae natura)
3. Pillar III (De absentiae vitae)
4. Pillar IV (De aeterno praesentia)

:Nodfyr: – In een andere tijd

In mijn jeugdige jaren luisterde ik af en toe wel eens naar heidensmetaal à la Falkenback, Theudho of Månegarm terwijl deze stijl nu nog amper door mijn boxen knalt. Toch weten de epische klanken van nieuwe speler :Nodfyr: mij te bekoren, in de eerste plaats door de genietbare cleane zang van Joris Van Gelre, die centraal in de muziek van :Nodfyr: staat. Bij zijn andere band Wederganger zorgen zijn plechtstatige vocalen voor afwisseling met de vettige screams van zijn kompaan Botmuyl, maar hier staat de man solo in de schijnwerpers. De muziek van :Nodfyr: heeft niet veel met black metal te maken en neigt eerder naar Joris’ ex-band Heidevolk, maar dan zonder de overdreven folk-elementen en het opzwepende, irritante huppelend karakter van diens muziek. :Nodfyr: klinkt serener en volwassener. De Nederlandstalige zang wordt gedrapeerd over mid-tempo metal die geïnfuseerd is met viool- en pianoklanken en middels de gitaarsolo in “In een andere tijd” een heavy metal toets kent. Gitarist Mark kwint en keyboardspeler Jasper Strik (beiden van de band Alvenrad) zorgen voor epische achtergrondkoorzang, maar het is toch vooral Joris die alle aandacht naar zich toezingt. Inspiratie haalt de band uit de folklore, mythologie en natuur van geboortestreek Gelderland. De bandnaam verwijst naar de Germaanse heidense manier van vuur maken zoals die vermeld wordt in de uit de achtste eeuw stammende “Indiculus superstitionum et paganiarum” en is daarmee één van de oudste proto-Nederlandstalige woorden. Ik kan dit :Nodfyr: wel smaken en de interesse is gewekt naar meer materiaal van deze Nederlanders.

JOKKE: 81/100

:Nodfyr: – In een andere tijd (Ván Records 2017)
1. In een andere tijd
2. Ode aan de IJssel