heavy metal

Morgal – Morgal

De laatste tijd lijkt de Finse black metal-scene weer springlevend te zijn, hoewel de meeste releases die ik gehoord heb niet boven de middenmoot uitsteken. Wat me wel kon bekoren is de nieuwe EP van Morgal, een vervaarlijk uitziend trio dat hels kabaal maakt waarin de spirit van jaren ’80 heavy metal en jaren ’90 black metal doorheen waait. Straf als je weet dat twee-derde van de line-up nog geen twintigers zijn en de band in 2014 opgericht werd. Deze EP is niet de eerste release van de Finnen, maar het voorgaande werk is zó gelimiteerd (debuut “Käärmesielu” kwam op slechts twintig exemplaren uit) dat de kans klein is dat iemand van jullie er iets van in huis heeft. Dat deze jonkies uit Finland komen, is trouwens niet zo duidelijk te horen want de sound neigt eerder naar die van buurland Zweden. Vooral een band als Naglfar kan als referentie dienen. Het zijn de melodieuze leads van gitarist Crusher die immers een Zweeds karakter geven aan de raggende old school herrie van Morgal en de hoge krijsende keelklanken van zanger/bassist Lord Warmoon lijken als twee druppels water op die van Jens Rydén, oud Naglfar zanger. Het tempo op deze EP ligt hoog zodat de vier nummers er in nog geen kwartier tijd worden doorgejaagd. Dat zal wel deels aan het jeugdig enthousiasme van de bandleden te wijten zijn, maar toch klinkt het geheel bij momenten wat té gejaagd en lijkt vooral drummer SS Exiler sneller te willen spelen dan hij eigenlijk kan (dat komt ervan als je zo nodig met een iets té gestrekte foute arm op de bandfoto wil). Deze kritiek terzijde is dit een explosief EP’tje van een band die nog wel wat moois in haar mars kan hebben.

JOKKE: 72/100

Morgal – Morgal (Werewolf Records/Hells Headbangers 2018)
1. Blood for Atazoth
2. Mistress of blood
3. The black goddess
4. Warcry of the vampire

Apologoethia – Pillars

Javi Bastard (aka J.B.) is een bezig bazeke. Naast zijn werk als producer in de Moontower Studios, houdt de Spanjaard er met ondermeer Graveyard, Körgull the Exterminator, Krossfyre en Lux Divina nog ettelijke andere muzikale bezigheden op na. En alsof dat allemaal nog niet genoeg is, stampte Javi in 2012 ook nog eens Apologoethia uit de grond waarvan nu een eerste EP verschijnt via Invictus Records. In tussentijd is het oorspronkelijke solo-project na toevoeging van J.F. en L.O. uitgegroeid tot een volwaardige band. In de eerste vier songs die Apologoethia ons voorschotelt verkent het trio de donkere kant van de menselijke kennis op gebied van cultuur en religie van de afgelopen eeuwen. Het muzikaal equivalent van deze introspectie is een energieke brok extreme metal waarin invloeden van zowel death, black, thrash als heavy metal hand in hand gaan. Er gebeurt met andere woorden heel wat in het Apologoethia universum: tremolo riffs, blast beats, psychedelische melodieën, D-beat drumpartijen, klassieke heavy metal solo’s, Oosters aandoende gitaarklanken en ga zo maar door. Er is niet enkel oog voor agressie want er zijn voldoende atmosferische passages zoals aan het einde van “Pillar II (De humanae natura)” waarin triomfantelijke keyboardklanken vergezeld worden van plechtstatige koorzang of de akoestische gitaren en toetsen halfweg “Pillar IV (De aeterno praesentia)“. In vijfentwintig minuten speeltijd weet het fantastisch klinkende “Pillars” met haar amalgaam aan extreme klanken een overtuigende indruk na te laten.

JOKKE: 80/100

Apologoethia – Pillars (Invictus Productions 2017)
1.  Pillar I (De fundamenta spiritus)
2. Pillar II (De humanae natura)
3. Pillar III (De absentiae vitae)
4. Pillar IV (De aeterno praesentia)

:Nodfyr: – In een andere tijd

In mijn jeugdige jaren luisterde ik af en toe wel eens naar heidensmetaal à la Falkenback, Theudho of Månegarm terwijl deze stijl nu nog amper door mijn boxen knalt. Toch weten de epische klanken van nieuwe speler :Nodfyr: mij te bekoren, in de eerste plaats door de genietbare cleane zang van Joris Van Gelre, die centraal in de muziek van :Nodfyr: staat. Bij zijn andere band Wederganger zorgen zijn plechtstatige vocalen voor afwisseling met de vettige screams van zijn kompaan Botmuyl, maar hier staat de man solo in de schijnwerpers. De muziek van :Nodfyr: heeft niet veel met black metal te maken en neigt eerder naar Joris’ ex-band Heidevolk, maar dan zonder de overdreven folk-elementen en het opzwepende, irritante huppelend karakter van diens muziek. :Nodfyr: klinkt serener en volwassener. De Nederlandstalige zang wordt gedrapeerd over mid-tempo metal die geïnfuseerd is met viool- en pianoklanken en middels de gitaarsolo in “In een andere tijd” een heavy metal toets kent. Gitarist Mark kwint en keyboardspeler Jasper Strik (beiden van de band Alvenrad) zorgen voor epische achtergrondkoorzang, maar het is toch vooral Joris die alle aandacht naar zich toezingt. Inspiratie haalt de band uit de folklore, mythologie en natuur van geboortestreek Gelderland. De bandnaam verwijst naar de Germaanse heidense manier van vuur maken zoals die vermeld wordt in de uit de achtste eeuw stammende “Indiculus superstitionum et paganiarum” en is daarmee één van de oudste proto-Nederlandstalige woorden. Ik kan dit :Nodfyr: wel smaken en de interesse is gewekt naar meer materiaal van deze Nederlanders.

JOKKE: 81/100

:Nodfyr: – In een andere tijd (Ván Records 2017)
1. In een andere tijd
2. Ode aan de IJssel

Malokarpatan – Nordkarpatenland

Gelukkig bestaat er zoiets als de copy-paste functie of ik was wel even bezig geweest met het foutloos overtypen van de tracklist van “Nordkarpatenland“, de langverwachte opvolger van het twee jaar geleden verschenen debuut “Stridžie dni” van Malokarpatan. Het is nog steeds niet zo eenvoudig om het geluid van dit Slovaakse kwintet te omschrijven aangezien het een smeltkroes van black, heavy, speed en folk metal is zonder dat hierbij één van de omschreven subgenres overheerst. De erfenis van oude Oostblok bands zoals Master’s Hammer en Root is natuurlijk alom tegenwoordig maar Malokarpatan weet er een eigen draai aan te geven. De opnames vonden bovendien plaats in de studio waar Master’s Hammer’s demo “The mass” in 1989 werd vereeuwigd en dat resulteert in een betere productie vergeleken met de eersteling. Nadat de inleidende rurale klanken verdwenen zijn, schiet “V okresném rybníku hastrman už po stárocá vycína” met een aanstekelijke heavy metal riff uit de startblokken waarover zanger Temnohor met een duistere en diepe stem epische verhalen over Oost-Europese folklore scandeert. Plots valt de song stil om plaats te maken voor een folkloristisch intermezzo om nadien via een melodieuze solo terug in gallop te treden. Deze openingstrack is meteen een schoolvoorbeeld van het vermengen van stijlen waar Malokarpatan zo goed in is. De heavy metal elementen zijn misschien nét iets meer vertegenwoordigd nu want ook het kort maar krachtige “Ked starého Bartolína ze šenku na táckach zvážali” en “V rujnovej samote pocichu dumá lovecký zámek zvlcilého grófa” zijn instant luchtgitaarmateriaal waarbij de trage riff in die laatste song wel héél hard naar Celtic Frost’s “Dethroned emperor” neigt. In “Ked svetlonosi zapocnú v mocariskách nazeleno svícit” en “V rujnovej samote pocichu dumá lovecký zámek zvlcilého grófa” laat Malokarpatan haar gevoelige kant zien waarbij de mid-tempo metal wordt ondersteund door een breed uitgesmeerd orgeltapijt en ijle vrouwelijke vocalen. Ook “V hustej hore na stracích nohách striga chalupu svoju ukrýva” klinkt bij aanvang alsof er een tekenfilm gaat beginnen om nadien gelukkig tot een soort “The blair witch project” te transformeren. Het bewijst dat de extremen nog meer opgezocht worden, maar waarbij de tragere stukken me toch net iets minder kunnen bekoren dan het up-tempo gitaargeweld. “Ve starém mlyne certi po nocách mariáš hrávajú” sluit deze avontuurlijke en afwisselende plaat op aanstekelijk wijze met mooie gitaarleads af.

JOKKE: 80/100

Malokarpatan – Nordkarpatenland (Invictus Productions 2017)
1. Nordkarpatenland
2. V okresném rybníku hastrman už po stárocá vycína (In the provincial pond, a water goblin has been raging for centuries)
3. Ked starého Bartolína ze šenku na táckach zvážali (When old Bartolín was driven back home from the tavern on a wheelbarrow)
4. Ked svetlonosi zapocnú v mocariskách nazeleno svícit (When will-o’-the-wisps begin to shine green in the bogs)
5. Nedlho po púlnoci opacha sa doplazila z dzíry (Not long after midnight, the abomination has crawled out of the hole)
6. V hustej hore na stracích nohách striga chalupu svoju ukrýva (Within the dense woods, the witch is hiding her hut on magpie legs)
7. Ked gazdovi upeleší sa v chyži nezdoba zmok (When a bugger kobold settles down in the farmer’s household)
8. V rujnovej samote pocichu dumá lovecký zámek zvlcilého grófa (In October’s solitude, silently the hunting chateau of the wolfish count is brooding)
9. Na horárni ve folvarku šafári rohatý jáger (A horned jaeger governs the gamekeeper’s lodge in the uplands)
10. Ve starém mlyne certi po nocách mariáš hrávajú (Devils are playing whist at nights in the old water mill)

Taake – Stridens hus

Er lopen twee constantes doorheen de biografie van het Noorse Taake. Ten eerste brengt de flamboyante en controversiële Hoest sinds “Over bjoergvin graater himmerik” uit 2002 elke drie jaar mooi een nieuw full album uit dat ten tweede steeds uit zeven nummers bestaat. Tussendoor verschijnen weliswaar nog de nodige EP’s om wat leven in de brouwerij te houden. Wat echter geen constante is, zijn de muzikanten die de Noor rondom zich schaart voor live optredens. Het is echter sinds “Hordalands doedskvad” geleden dat hij anderen toeliet om deel te nemen aan het schrijfproces. Dat zou voor een deel wel eens kunnen verklaren waarom het nieuwe “Stridens hus” het meest afwisselende, catchy en melodieuze album is geworden uit Taake’s discografie. Het album opent met “Gamle norig”, een vrij standaard Taake nummer, maar daarna maakt de ijskoude black metal in “Orm” plaats voor een rock ’n roll groove. Het lange “Det fins en prins” is dan weer melodieuzer van aard, hoewel er ook enkele thrashy stukken in het nummer geweven zijn.  Op het album “Noregs vaapen” was er heel wat te doen over de banjo die zijn opwachting maakte in het nummer “Myr”, deze keer zit de kinder surprise verstopt in “Stank”, een punky black ’n roll stamper met meezingrefrein waarin plots een misplaatste surf rock solo opduikt, die de opgebouwde atmosfeer verpest. Liefhebbers van goede riffs en memorabele hooks komen aan hun trekken in het instrumentale “En sang til sand om ildebrann”, hoewel de song wel wat van de hak op de tak sprint en samenhang hier in de verste verte niet te bespeuren valt. De traditionele black metal wordt her en der opgesmukt met solo’s die een serieuze voorliefde voor heavy metal verraden (o.a. het gitaarspel aan het begin van “Vinger”). Voor een stuk verlaat Taake op deze manier op haar zesde langspeler de geijkte paden van de “True Norwegian Black Metal”, maar de experimenteerdrift pakt niet in elke song even goed uit. De vele melodieuze momenten in een song als “Kongsgaard bestaar” doen afbreuk aan de agressie en frostbitten grimness die black metal hoort uit te stralen.

JOKKE: 75/100

Taake – Stridens hus (Dark Essence Records)
1. Gamle norig
2. Orm
3. Det fins en prins
4. Stank
5. En sang til sand om ildebrann
6. Kongsgaard bestaar
7. Vinger