isis

Lord Mantis – Universal death church

Na de zelfmoord van drummer Bill Bumgardner in 2016 leek het na twee EP’s en drie langspelers game over te zijn voor het geniale Lord Mantis. Maar kijk, het bloed kruipt waar het niet gaan kan en recent verscheen in de vorm van “Universal death church” een vierde plaat. Oprichter en songschrijver Andrew Markuszewski liet zich hiervoor bijstaan door Abigail Williams frontman Ken Sorceron op gitaar, Indian frontman Dylan O’Toole, die links en rechts wat zang voor zijn rekening nam, en ex-The Faceless drummer Bryce Butler die Bumgardner’s plaats op de drumkruk inneemt. Maaaaaar…het beste moet nog komen want de verloren zoon Charlie Fell keert terug als zanger/bassist nadat hij na de release van “Death mask” wegens allerhande verslavingen uit de band werd gesjot. De plooien lijken nu gladgestreken te zijn en daar zijn we maar wat blij mee. Fell is immers één van de beste frontmannen in het sludge genre en kon in tussentijd aan het werk gehoord/gezien worden bij het eveneens geniale Cobalt op diens “Slow forever“-plaat. “Qliphotic alpha” en “Damocles falls” werden naar aanloop van de “comeback” op de mensheid losgelaten en beloofden het allerbeste. Die eerste track bevat halfweg een serieuze mood shift waarbij beukende sludge tsunami’s in meer melodieuze wateren overgaan. En we horen net als op ouder werk her en der een vocoder die Fell’s vocalen door de mangel haalt. “Damocles falls” grijpt terug naar het “Pervertor“-era, mijn favoriete plaat van de band. “God’s animal” is een vrij a-typisch nummer want we horen hierin een voorliefde voor heavy metal doorschemeren hoewel Lord Mantis’ sludge doorgaans met industriële elementen doorspekt is (invloeden van Ministry en Skinny Puppy kunnen dan ook niet ontkend worden). Luister maar eens naar het mechanische “Consciousness.exe” waar tevens een oeroude Isis-vibe doorheen waait. In het daaropvolgende “Low entropy narcosis” neemt Lord Mantis middels akoestische gitaren en een Death in June en Current 93-vibe een u-turn van jewelste. Geslaagd experiment als je het mij vraagt, want de duisternis blijft inherent ook al zwijgen de versterkers. Dat de muzikanten ook niet vies zijn van een streep vuile black, horen we in de kort maar krachtige opener “Santa muerte” en “Fleshworld” waar we zelfs op een heus blastfestijn getrakteerd worden. Deze zwartgeblakerde noise-orkaan mondt uiteindelijk uit in een portie beklijvende doom. “Universal death church” doet het licht uit middels het epische “Hole” dat gastbijdrages kent van producer Sanford Parker op synths en Yakuza’s Bruce Lamont op saxofoon. Het levert heerlijk verwrongen twists op in een apocalyptisch geluidsuniversum dat al niet aan tere zieltjes besteed is. “Universal death church” is Lord Mantis’ meest gevarieerde plaat tot op heden geworden. Of ze nu Mike Tyson-gewijs sludge uppercuts uitdelen, pekzwarte noise uitademen, steriele industriële klanken smeden, introspectieve akoestische nummers schrijven of de black metal tour opgaan, Lord Mantis excelleert als geen ander.

JOKKE: 91/100

Lord Mantis – Universal death church (Profound Lore 2019)
1. Santa muerte
2. God’s animal
3. Qliphotic alpha
4. Consciousness.exe
5. Low entropy narcosis
6. Damocles falls
7. Fleshworld
8. Hole

Hope Drone – Void lustre

Vier jaar na de release van “Cloak of ash“, die we destijds een dikke score gaven, keert het uit Brisbane, Australië afkomstige Hope Drone terug met een opvolger genaamd “Void lustre“. De vorige langspeler was met zevenzeventig minuten speeltijd een monolithische plaat en ook nu weer koos het kwartet niet voor een snelle oplossing want “Void lustre” klikt ook op meer dan een uur speeltijd af. Ondanks het feit dat het schrijfproces niet van een leien dakje liep, zijn de ingrediënten nog steeds dezelfde gebleven. Hope Drone zoekt immers het spanningsveld op tussen woeste black metal-uitspattingen, bulderende en slepende sludge en weids klinkende post-rock melodieën. De Australiërs zijn nog steeds op zoek naar een hoopvolle catharsis wat zich uit in de vele meditatieve rustigere en meer atmosferische passages, maar de existentiële wanhoop blijft onderhuids aanwezig en komt tot uiting wanneer de gas- en effectenpedalen ingedrukt worden of wanneer de oorverdovende dronende pulsen als woeste golven op je inbeuken. De dichtgepakte sound is afkomstig van de Underground Audio Studio alwaar Hope Drone naar gewoonte samenwerkte met Christopher Brownbill. De mastering was in handen van Mell Dettmer die reeds eerder voor bands als Earth, SunnO))) en Wolves In The Throne Room werkte. Dit type post-black is ondertussen al even uitgemolken als FC De Kampioenen, hoewel liefhebbers van Downfall Of Gaia, Isis, Ultha of Fall Of Efrafa hier waarschijnlijk wel nog steeds wild van worden. “Void lustre” is dan ook een zeer degelijk werkstuk, maar omdat de melodieuze uitspattingen me net wat minder raken, zit er deze keer geen “negen” in.

JOKKE: 81/100

Hope Drone – Void lustre (Moment Of Collapse Records 2019)
1. Being into nothingness
2. Forged by the tide
3. In floods & depths
4. This body will be ash
5. In shifting lights

Chelsea Wolfe – Hiss spun

Topwijven. Er lopen er ondertussen heel wat rond in de rock- en metalscene, maar de strafste van allemaal is ongetwijfeld Chelsea Wolfe. Plaat na plaat lijkt ze voor een meer donkere en zware sound te gaan die de soundtrack vormt voor haar relatie met haar innerlijke demonen. Het nagelnieuwe album “Hiss spun” overtreft hierin zelfs nog haar geweldige voorganger “Abyss” uit 2015. Wanneer de openingstrack uit de boxen dendert, krijgen we zelfs onversneden sludge te horen die enkele keren in overdrive gaat. De toon is gezet, de oorschelpen reeds opengereten en likkebaardend willen we de elf andere songs ondergaan. Hierin laat mevrouw Wolfe zoals gewoonlijk weer talrijke facetten van haar muzikale spectrum aan bod komen. Het pulserende “Vex” is waarschijnlijk één van de meest heavy dingen die we ooit op een Chelsea Wolfe plaat hebben gehoord. De term “sludge” was reeds gevallen en wordt nog extra in de verf gezet wanneer Aaron Turner (Isis, Sumac, Old Man Gloom, Mamiffer) in deze song zijn schuur opentrekt. En nu we toch bij de guest appearances zijn aangekomen, mag natuurlijk ook Troy Van Leeuwen niet onvermeld blijven. De van A Perfect Circle en Queens Of The Stone Age gekende gitarist geeft de eerste drie tracks middels zijn gitaarwerk extra kleur, voor zover grijs en zwart als kleuren gelden. Maar laten we ook het heavy drumwerk van slagwerkster Jess Gowrie niet onvermeld laten. De ene keer groovy beukend, de andere keer via subtiele percussie, maar steeds in dienst van het nummer. Ook live was ik van deze dame onder de indruk, van Chelsea’s volledige band trouwens. De rockende single “16 psyche” heb ik ondertussen al grijsgedraaid, maar blijft na de tigste keer nog steeds beklijven. Misschien wel het beste nummer dat ze ooit geschreven heeft! “Static hum” geldt als een gelijkaardige catchy up-tempo song en moet er amper voor onderdoen. De zalven-en-slaan-balans wordt middels het bezwerende “The culling“, het grotendeels feeërieke “Twin fawn” en “Offering” – dat dicht tegen het solowerk van dat andere topwijf Emma Ruth Rundle (Marriages, Red Sparowes) aanleunt – in evenwicht gehouden. “Particle flux” geldt dan weer als de duistere catharsis van de plaat. Enkel in het breekbare, akoestische “Two spirit” schemert het folky verleden nog door het dreigende dichtgepakte wolkendek door. In het melodramatische, loodzware, piepende, kreunende en dronende “Scrape” laat Chelsea Wolfe haar demonen nog een laatste keer de vrije loop. Plaat van het jaar? Ik dacht het wel! Vrouwen boven!

JOKKE: 95/100

Chelsea Wolfe – Hiss spun (Sargent House 2017)
1. Spun
2. 16 psyche
3. Vex
4. Strain
5. The culling
6. Particle flux
7. Twin fawn
8. Offering
9. Static hum
10. Welt
11. Two spirit
12. Scrape

Fen – Carrion skies

Het Britse Fen gaat al Jaren door het leven als het kleine broertje van Agalloch. Deze Amerikaanse pagan black metal pioniers namen de Britten reeds enkele malen mee op sleeptouw bij hun doortocht door Europa. Vooral hun laatste gezamenlijke passage uit 2013 staat bij ondergetekende in zijn geheugen gegrift met een memorabel optreden van Agalloch, dat ik niet snel zal vergeten. Tijdens het concert van Fen werd duidelijk dat ze de nodige capaciteiten in huis hebben om nog enkele treden hoger op de ladder te klimmen. Iets wat hen zou moeten lukken met het fantastische nieuwe album “Carrion skies” onder de arm. Op deze vierde langspeler gaat de band een pak grimmiger te keer dan op eerdere releases, maar het gevoel voor melodie en melancholie wordt toch nergens uit het oog verloren. Het openingstweeluik “Our names written in embers”, meteen goed voor zeventien minuten, schiet onheilspellend uit de startblokken, maar bevat tevens een mooie progressieve passage die uitmondt in sfeervol gitaarwerk en baspartijen die refereren aan Isis ten tijde van “Panopticon”. Net zoals op vorige albums bevat de rauwe black metal basis ook nu weer de nodige postrock-elementen die als sfeermaker dienen en opbouwend tewerk gaan. Net wanneer je een climax verwacht schakelt de band echter over op progressief riffwerk om daarna hard van leer te trekken met blastend black metal geweld. De invloed van Agalloch blijft onherroepelijk aanwezig, maar over het algemeen gaat het er bij Fen een pak steviger en feller aan toe.  Fen opteerde steeds voor een organische productie, wat niet altijd even geslaagd uitpakte (zoals de gebrekkige productie op “Epoch” en “The malediction fields”), een euvel dat op “Carrion skies” volledig van de baan is. De heldere, doch verre van afgelikte productie draagt nog meer bij aan het genotsproces. Ogen dicht en laat je in “The dying stars” meeslepen op een avontuurlijke muzikale rondreis doorheen ons universum. In “Sentinels” wordt de progressieve kaart getrokken en uitgespeeld. Tesamen met cleane zang en Floydiaans gitaarwerk, is de geest van het Noorse Enslaved nooit veraf. Hoewel de plaat slechts zes songs telt, klokt deze wel op meer dan één uur speeltijd af. Verveling is echter niet aan de orde, want Fen weet de luisteraar steeds bij de aandacht te houden. De ene keer droom je weg langsheen donkere ondoordringbare wouden, kronkelende bergrivieren en monolytische natuurlandschappen, de andere keer zit je op het puntje van je stoel, zoals tijdens mijn favoriet “Menhir – Supplicant”. Het dertien minuten durende “Gathering the stones” sluit de plaat op monumentale wijze af. Of het nu bezwerende heroïsche cleane zang, van emotie doordrongen screams, breekbare weeklachten of mysterieus gefluister is, frontman Frank “The Watcher” Allain gaat het allemaal even goed af. Ook zijn twee kompanen leveren een uitmuntende prestatie af. “Carrion skies” is met voorsprong het beste album van Fen en kan de concurrentie met de laatste plaat van Agalloch met gemak aan. Samen met Winterfylleth en Wodensthrone houden ze de eer van Britse (pagan) black metal hoog. Recent kondigde Agalloch aan begin 2015 naar het oude continent af te zakken voor een Europese tour. Benieuwd of Fen opnieuw van de partij zal zijn om “Carrion skies” live aan het publiek voor te stellen. Zorg in elk geval dat je dan aanwezig bent, want dat wordt genieten geblazen!

JOKKE: 86/100

Fen – Carrion skies (Code 666 – 2014)
1. Our names written in embers – Part 1 (Beacons of war)
2. Our names written in embers – Part 2 (Beacons of sorrow)
3. The dying stars
4. Sentinels
5. Menhir – Supplicant
6. Gathering the stones