laster

Verikyyneleet – Ilman kuolemaa

Verikyyneleet is een eenmansproject dat al sinds 1999 bezig is. De man erachter is Isla Valve, een voor mij verder onbekend persoon. Ik kan vinden dat de beste man ook nog een ander project heeft met een Portugees met de naam shadoW dat de naam E draagt. Hun laatste plaat heet “Verikyyneleet” en deelt nogal wat songtitels (waaronder de titel van deze plaat) met wat nu voor mij ligt. Online kan ik daar echter niets van vinden. “Verikyyneleet” betekent ‘bloedtranen’. De titel van de plaat betekent vrij vertaald ‘Zonder dood’. “Ilman kuolemaa” is de eerste langspeler van dit project en is afgelopen augustus uitgekomen op het onvolprezen I, Voidhanger Records. De nummers zijn in de afgelopen twintig jaar geschreven en zijn, voor zover ik na kan gaan, eerder als de demo’s en platen van zowel Verikyyneleet als het eerdergenoemde E uitgebracht. De plaat is daarmee een lijvig werk geworden en klokt ruim zeventig minuten. Het is een gevarieerde plaat geworden, die mij heel erg aanspreekt op één punt na. Daar komen we zo meteen op terug. Atmosferische blackmetal is heel erg mijn stiel. Ik hou van meeslepende muziek die zich binnen een nummer ontwikkelt en evolueert. “Ilman kuolemaa” levert op dat punt alles wat ik zoek in mijn muziek. De thema’s zijn onder andere de zwaarte van het bestaan, vergankelijkheid en natuur. De muziek bestaat uit schelle tremologitaren, furieuze drumcomputerbeats en veel synths. Normaal gesproken ga ik dan even in een hoekje zitten huilen, want synthesizers in blackmetal vind ik meestal een gruwel. In deze uitvoering heb ik er echter veel minder bezwaren tegen. De muziek is heel goed uitgedacht en zorgvuldig opgebouwd. Daardoor passen de synths ook erg goed in de composities. Tussen de nummers door staan er ook vijf korte ambientstukken, die wat mij betreft eruit gelaten hadden mogen worden. Voor het overige staat de muziek als een huis. Het doet mij bij tijd en wijle denken aan bands als Krallice en Laster. De melancholie en sfeer druipen er vanaf. Het smaakt mij erg goed. Wat mij minder goed af gaat, is de ontzettend wisselende productie op de plaat. Ik denk dat het een goed idee zou zijn geweest de nummers opnieuw te masteren voor deze release. Soms verdwijnen instrumenten volledig in de mix. Dit overkomt zeker de drums nogal eens. Dat is een best heel storende factor in de plaat die toch heel veel invloed heeft op het luistergenot. Ik vind het ontzettend zonde: zonder dat gebrek aan consistente productie, zou ik deze plaat een veel hoger cijfer geven.

MISCHA: 72/100

Verikyyneleet – Ilman kuolemaa (I, Voidhanger Records 2020)
1. (T) (
2. Ilman kuolemaa
3. Mitätön elämä
4. (I)
5. Ei todellista voimaa
6. Muinainen kosketus
7. (E)
8. Yhtä luonnon kanssa
9. The great scream in nature
10. (T)
11. Taivas kuolee, hän elää
12. Ikuinen paluu
13. (O)
14. Ajan haudalla
15. Mitätön elämä (osa 2)

Silver Knife – Unyielding/Unseeing

Het mes snijdt aan twee kanten. Een samenwerking tussen muzikanten die hun sporen reeds verdiend hebben in het verleden, kan mooie nieuwe perspectieven bieden, maar tegelijk is de druk om te presteren ook groot, zeker als je een kwalitatieve muzikale rugzak meedraagt. Daarom verkiezen sommige van dergelijke nieuwe constellaties om de identiteiten in stilzwijgen te hullen. Dat is echter niet het geval bij Silver Knife, een nieuw project dat initieel op poten gezet werd door onze landgenoot Hans Cools (o.a. Monads, ex-Trancelike Void, Hypothermia, Cult Of Erinyes) en onze Noorderbuur Nicky die – al dan niet gemaskerd – muzikaal actief is met o.a. Laster, Reiziger en Nusquama. De ietwat depressieve sluier die dikwijls over Hans zijn werk gedrapeerd is en de wat progressievere insteek die we van Nicky kennen, resulteerde in een adembenemend mooi debuut getiteld “Unyielding/Unseeing“. Meer inkijk in het creatie- en opnameproces konden jullie reeds hier lezen. Producer Déhà, die hier tegenwoordig regelmatig de revue passeert, nam ook plaats op de drumkruk om dit debuut aan een verschroeiend hoog en metronoomvast tempo in te spelen, maar zal de drumstokken voortaan aan Pierre van Paramnesia overhandigen. Deze Fransman, die ook creatief bezig is onder de noemer Business For Satan, voorzag “Unyielding/Unseeing” tevens van verbluffend artwork. Met deze line-up is er bij Silver Knife écht wel sprake van een internationaal gegeven. Maar genoeg randinfo en over naar de muziek want dat is tenslotte het aller belangrijkste. Reeds vanaf de openingstonen meten de heren zich een hoog tot zéér hoog tempo aan, maar ondanks deze sneltrein ontplooit het gelaagde gitaarwerk zich ook tot mooie, dromerige soundscapes zoals dat het geval is in “Silver_red“, mijn persoonlijk hoogtepunt en één van de meer dynamische composities op dit debuut. Echo’s van oude Alcest of Woods Of Desolation horen we op tijd en stond opduiken en doen ons instant wegdromen. Zowel Nicky als Hans namen de zang voor hun rekening, maar de boodschap van wat er gekrijst wordt ontgaat me zo goed als volledig. Dat is ook helemaal niet erg want bij Silver Knife vervullen de high pitched screams eerder de rol van een extra laag in de dichtgeplamuurde sound van het trio. Ruimtelijkheid en dynamiek worden eerder via melodie en structuur gecreëerd dan via de productie. Zo vormt “Unseeing” met diens vrouwelijke spoken word passage een rustpunt tussen alle verwoestende snelheden die we elders op de plaat over ons uitegstort krijgen. Silver Knife verschiet niet al zijn kruid in de eerste nummers want ook “Conjuring traces” en diens zeer catchy en aanstekelijke gitaarmelodie en op de voorgrond tredende basgitaar mogen niet onvermeld blijven. Silver Knife maakt met “Unyielding/Unseeing” van meet af aan een statement en legt de lat voor zichzelf naar de toekomst hoog. Het is tevens een werkstuk dat absoluut niet moet onderdoen voor het werk van de andere bands en projecten van de heren. Aanrader!

JOKKE: 83/100

Silver Knife – Unyielding/Unseeing (Amor Fati Productions/Entropic Recordings 2020)
1. Unyielding
2. This luminous loom
3. Silver_red
4. Unseeing
5. Conjuring traces
6. Sundown

Verval – Beeldenstorm

Black metal muzikanten houden het zelden bij één uitlaatklep, zo ook het duo dat achter Verval schuilgaat. De heren R. Schmidt (zang, gitaar, bas en cello) en W. Damiaen (drums) hebben een gemeenschappelijk verleden in White Oak en zijn verder ook actief bij bands als Laster, Wesenwille, Nevel en Mystagogue. Na de debuut langspeler “Wederkeer” uit 2018 keert het duo twee jaar later terug met een EP getiteld “Beeldenstorm“. Tussen deze kortere release en het debuut vallen twee parallellen te trekken: beide releases bevatten drie composities die thematisch gezien met mekaar verbonden zijn en op de hoes prijkt opnieuw prachtig abstract artwork, deze keer van Joost Vervoort, frontman van Terzij de Horde. Ik ben dan ook vragende partij om deze EP op vinyl te persen zodat dit kunstwerkje optimaal tot zijn recht komt (“Beeldenstorm” is momentel enkel voorzien om door Tour de Garde op tape uit te komen en de band verzorgt zelf de CD-release). De dichterlijke atmosferische black van het debuut is ook nog in zekere mate aanwezig maar dan wel met een meer vurige, agressieve en rauwe aanpak en een productie die meer knalt. “Vlammenzee” zet de boel dan ook meteen in lichterlaaie, maar de neo-klassieke invloeden die we van de band kennen, blijven niet achterwege en komen middels het gebruik van cello naar het oppervlak geborreld. Een tweetal minuten voor het einde van deze negen minuten durende opener maakt de aggresieve black metal plaats voor meer ingetogen gemusiceer waarop natuurelementen zoals ruisende wind voor een serene toets zorgen. In het titelnummer piercen iele post-black metal riffs zich doorheen de mid-tempo intro om vervolgens overstag te gaan en het tempo op te drijven. Opnieuw volgen er wijdse en melancholisch klinkende post-riffs die de leidende rol even van de screamende zang overnemen. In de grafische weergave van dit nummer vallen ook de pieken en dalen op die de eb- en vloedaanpak van Verval bevestigen, hoewel het rustiger middenstuk me hier wat geforceerd overkomt. Het enerverende riffwerk dat daarna volgt heeft wel wat weg van wat een band als Yellow Eyes uitspookt. Met “Een leven tussen één en nul” krijgen we de meer groovende single van deze EP te horen. De heren verkennen in dit nummer interpersoonlijke relaties in de context van het welvarende digitale tijdperk. Het resulteert in een song waarin we tussen al het geweld door ook vele mooie melodieën, frivole baslijnen en een gevoel voor epiek en bombast ontwaren. Verval levert met deze EP een ge(s)laagd nieuw werkstukje af waarop voor een meer agressieve aanpak gekozen werd en hierdoor wat uit het vaarwater van een band als Laster richting woeligere wateren wegdrijft.

JOKKE: 81/100

Verval – Beeldenstorm (Tour de Garde 2020)
1. Vlammenzee
2. Beeldenstorm
3. Een leven tussen één en nul

Vuur & Zijde/Impavida – Split

Black metal spelen zonder er één scream aan te pas te laten komen; het kan, dat bewijst Vuur & Zijde. Alvorens een volwaardig debuut te presenteren, brengt Lupus Lounge/Prophecy Productions de eerste drie nummers van deze nieuwe band met leden van Laster, Nusquama en Terzij De horde uit op een split met het Duitse Impavida. De drie songs die Vuur & Zijde – wat een prachtige bandnaam ook – aanreikt, werden opgenomen in een afgelegen slaapzaal aan de Friese kust. Met titels als “Zonnestorm“, “Zilt” en “Noordzee” wordt de link met de opnamelocatie meteen duidelijk. En eerlijk gezegd hoor je de wind en de zee op een bepaalde manier ook wel terug in hun muziek. De vrouwelijke heldere vocalen klinken bijwijlen als een sirene die de luisteraar subtiel verleiden en naar de steile rotswanden boven kolkend water lokken. De cleane gitaarakkoorden die over de grimmige onderstroom aan black metal-riffs en repetitieve blastbeats gedrapeerd zijn, klinken vluchtig en sturen een meanderende zweem doorheen het etherische geheel. En de prachtige innemende melodieën zwellen aan en af als eb en vloed. Het ijle van een Laster hoor je hier tot op zekere hoogte ook wel terug. Ik herinner me een interview waarin Misþyrming’s Dagur aangaf dat het hem stoorde wanneer reviewers het adjectief “atmosferisch” voor black metal gebruiken aangezien het genre voor hem in se onlosmakelijk met atmosfeer verbonden is. Ik kan hem daar tot op een bepaalde hoogte wel in volgen, hoewel er toch wel een behoorlijk verschil in ‘atmosfeer’ is tussen – ik zeg maar – een “Panzer division Marduk” of een “Filosofem“. Vuur & Zijde is voor mij echter zo’n band waarbij atmosfeer nóg meer dan bij de doorsnee black metal band versmolten is met diens identiteit. De puristen zullen het Nederlandse trio wegens het ontbreken van de typerende screams wellicht niet als black metal beschouwen, maar muzikaal, en dus zeker qua atmosfeer, zie ik geen probleem om Vuur & Zijde in dit hokje te plaatsen. De vurige black metal basis in combinatie met de fragiele, fluwelen zang zorgt voor adembenemende contrasten. Benieuwd naar meer! Bij het anonieme Duits/Amerikaanse duo Impavida zijn de – vaak hysterische – screams in elk geval wél aanwezig wat hun kant van de split meteen iets agressiever doet klinken, hoewel ook hier ‘atmosfeer’ een sleutelwoord blijft. “Gram” ‘is een eerder kort en gruwelijk nummer dat de eindeloze cyclus en het vervagen van psychotische nachtmerries binnen de constructie van de werkelijkheid beschrijft. Nadat de maalstroom aan repetitieve blastende drums en gelaagde gitaarriffs is gaan liggen, volgt nog een bezwerende finale met cleane gitaren waarvoor Oneiric (Erraunt en Vpaahsalbrox) optekende. Ik ben niet meteen overtuigd van dit nummer maar in het daaropvolgende, meer dan veertien minuten durende “Wahn & Stille“, komen de intenties van het duo veel beter tot hun recht. De lange compositie en diens geestverruimende, multi-gelaagde textuur stuurt onze geest richting uitgestrekte en onaardse dimensies. Verschroeiende uitbarstingen wisselen eerder glimmende tonen af. Er ontstaan visioenen van duizelingwekkende kosmische proporties en de stromen van glinsterende, etherische melodieën en de zwellende, zintuiglijke synths stuwen ons verder de hoogte in. U snapt het plaatje wel, maar toch kan ook deze song ons niet even hard beklijven als wat we op Impavida’s tweede langspeler “Antipode” hoorden. Maar al bij al een geslaagde split waarbij vooral Vuur & Zijde ons positief verraste.

JOKKE: 80/100 (Vuur & Zijde: 82/100; Impavida: 78/100)

Vuur & Zijde/Impavida – Split (Lupus Lounge/Prophecy Productions 2020)
1. Vuur & Zijde – Zonnestorm
2. Vuur & Zijde – Zilt
3. Vuur & Zijde – Noordzee
4. Impavida – Gram
5. Impavida – Wahn & Stille

Ossaert – Bedehuis

De felle openingstonen van “Bedehuis” volstonden de eerste luisterbeurt al meteen om ons van onze sokken te blazen. Het betreft hier het debuut van Ossaert, een éénmansproject van een zekere P. die we ondertussen al eens aan de tand voelden over zijn band. Op drums liet deze Einzelganger zich wel bijstaan door W. Damiaen, die we kennen van o.a. Laster, Nevel, Mystagogue en Verval en de plaat ook opnam. Hij wist P. tevens te motiveren om enkele labels te contacteren want hij was overtuigd van het potentieel dat deze plaat bezat. Het Nederlandse Argento Records werd P.’s partner in crime. Vier ongetitelde nummers lang trapt Ossaert talrijke heilige huisjes in zonder daarbij voor gratuit satanisme of occultisme te gaan. Zijn afkeer tegen alles wat de mensheid op een voetstuk heeft geplaatst, laat hij botvieren middels haatvolle black metal die meermaals een hypnotiserend randje heeft door de niet aflatende onderstroom aan repetitief knuppelwerk. Maar het is niet al agressie wat de klok slaat, want P. beschikt over een ferm stel stembanden waarmee hij zijn muziek meermaals een theatrale dramaturgische insteek geeft met “III” als climax. De heldere gezangen creëren een majestueus gevoel en we horen er her en der een zekere Urfaust-vibe doorheen echoën. En wanneer P. op zijn raspende vocalen overschakelt, vliegen de splinters van de op de cover prijkende preekstoel in het rond. Luister maar eens naar die maniakale finale van het van zinderende tremolo-riffs doorspekte “IV“! De ferme opener waarin P.’s stem ook de diepere regionen verkent, draagt wel wat Uada in zich mee en de verwrongen Alkerdeelse openingsriff van “II” mag ook niet onvermeld blijven waarna het nummer zich opnieuw transformeert in een hallucinogene razernij. “Bedehuis” is een 35 minuten durende trip vol macabere schoonheid waarbij de dualiteit tussen helse toorn en een sacraal aanvoelende melodieusheid voortdurend wordt opgezocht. Het vervolg zou al geschreven zijn. Laat maar komen!

JOKKE: 86/100

Ossaert – Bedehuis (Argento Records 2020)
1. I
2. II
3. III
4. IV


Mystagogue – And the darkness was cast out into the wilderness

Duivel-doet-al Maurice De jong – of Mories voor de vrienden – opereert het liefst solo en de geluiden die hij daarbij onder de noemer van één van zijn elvendertig projecten (waarvan Gnaw Their Tongues en Cloak Of Altering de meest bekende zijn) produceert, zijn meestal moeilijk behapbaar en verteerbaar. Mories is immers niet vies van wat rare kronkels in zijn muziek en doorspekt zijn avangardistische creaties regelmatig met bakken noise. Dat hij ook meer “normale” black kan schrijven, bewijst hij op “And the darkness was cast out into the wilderness” waarop hij samenwerkt met Laster’s Wessel Damiaen (verder ook actief bij Nevel, Willoos en Verval). Mystagogue is de naam waarmee beide heren de luisteraar acht nummers en een klein half uur lang inwijden in allerhande mystieke overtuigingen. Op basis van de bandnaam, het intrigerende hoesontwerp en de aangesneden thema’s zoals metafysica en occultisme verwachten jullie misschien rituele of orthodoxe black waar het kaarsvet vanaf druipt, maar die vlieger gaat toch niet op. Mystagogue’s sound neigt naar wat vele nieuwere Amerikaanse bands zoals een Woe of Void Omnia doen maar waarvan het geluid duidelijk gestoeld is op oude bands en zit hierdoor bij Vendetta Records op de juiste plaats. Natuurlijk schemeren er ook de nodige Scandinavische invloeden door, maar het is toch moeilijk om hier een overduidelijke Zweedse of Noorse stempel op te plakken. “Here in the white silence of the dawn” straalt een zekere positiviteit en lichtheid uit en doet me daardoor zelfs wat aan oude Deafheaven denken (wat Mories van die vergelijking vindt, lezen jullie hier). “A nacreous-tinted halo of bright sorrow” valt nog positief op door de spoken word samples die voor afwisseling zorgen met Mories zijn hoge krijsen die soms ook net lijken over te slaan wat een cool timbre creëert. Daar waar de muzikale schrijfselen van veel stijlgenoten in lang uitgesponnen nummers uitmonden, houdt Mystagogue de touwtjes strak in handen met compacte en overzichtelijke nummers waarbij de zweep er goed op ligt en waarbij af en toe subtiele ondersteunende keys te bespeuren zijn die voor extra grandeur zorgen. “And the darkness was cast out into the wilderness” kan tellen als eerste statement!

JOKKE: 82/100

Mystagogue – And the darkness was cast out into the wilderness (Vendetta Records 2019)
1. Bereaved of light
2. The gift of grief upon the black earth
3. And the darkness was cast out into the wilderness
4. Here in the white silence of the dawn
5. And shrieking winds lash the oceans into madness
6. A nacreous-tinted halo of bright sorrow
7. Nothing but the night-black mantle
8. The splendour of our demise

Nevel – Leven

Voor het album “Teloorgang” uit 2014 had het Utrechtse Nevel drie nummers nodig om een plaat af te leveren die op driekwartier speeltijd afklokt. Op het kakelverse “Leven” – het woordspelletje had u waarschijnlijk in één oogopslag door – hebben ze hiervoor aan één nummer genoeg. Ondanks het feit dat er wel meer bands – denk maar aan Inter Arma, Meshuggah, Pig Destroyer, Edge Of Sanity, Sleep, Jesu, … – ondertussen iets gelijkaardigs hebben gedaan, blijft het toch nog steeds een gewaagde keuze om slechts één kolossaal nummer op de tracklist te hebben staan prijken. Voornamelijk zij die last hebben van een korte aandachtspanne, zie ik in een grote boog omheen dergelijke releases stappen. Het duo Galgenvot (bas, gitaar, tekst en zang) ook gekend van o.a. Iron Harvest en Wrang en W. Damiaen (bas, drums, synths en zang), tevens actief bij Laster, Willoos en Verval zal het in elk geval worst wezen en presenteert in de vorm van “Leven” een vijfenveertig-minuten-durende track die het verhaal vertelt van iemand die zonder perspectief in het leven staat. Deze persoonlijke strijd vol frustratie, twijfel, ongeloof en wanhoop is voelbaar in de met allerhande-modern-klinkende-effectjes-opgesmukte atmosferische black die Nevel ons voorschotelt. Emotioneel geladen riffs en melodieën (waarbij er sporadisch een akoestische gitaar aan te pas komt) veranderen gestaag in verwrongen en woestere passages waarbij de krijsende vocalen (die heel wat aan een band als Laster refereren) ook steeds meer sporen van waanzin gaan bevatten. Rond de vijfentwintigminutengrens wordt de luisteraar een adem- en plaspauze gegund en vervalt de snelle black in serene ambient, pianospel en strijkers die stelselmatig meer dreiging uitwasemen totdat dit (subtiel) symfonisch intermezzo terug in snedige, snelle en snerpende black ontaardt. Gaandeweg wordt er plaats gemaakt voor melancholische slepende leads en uiteindelijk worden er zelfs triomfantelijke blazers uit de kast gehaald waarmee een haast orchestrale finale neergezet wordt. Al deze elementen zijn duidelijk hoorbaar in een uitstekende mix waarvoor W. Damiaen zelf optekende. En wat met de protagonist van dit verhaal? Uiteindelijk beseft hij dat de sleutel tot het leven in het “loslaten van de dingen” ligt. Leer accepteren dat er niet altijd voor alles een grotere of dieperliggende betekenis moet zijn. Leef in plaats van wakker te liggen van wat er allemaal fout kan gaan door dit of ’t geen te doen. Omarm de toekomst met een open geest zonder te weten wat er zal komen. Met deze wijze woorden ronden we de review van deze ambitieuze en straffe plaat (waarbij ik geen seconde separate nummers mistte) af.

JOKKE: 82/100

Nevel – Leven (Babylon Doom Cult Records 2019)
1. Nevel

Yellow Eyes – Rare field ceiling

Hoewel de bakermat van Yellow Eyes de miljoenenmetropool New York City is, klinkt de muziek van het kwartet verreweg van urbaan of industrieel. Integendeel, bij Yellow Eye’s black metal passen eerder de adjectieven ‘organisch’ en ‘natuurlijk’. Voor het schrijven van de plaat trok gitarist Sam Skarstad zich – zoals gewoonlijk – twee maanden terug in een cabin in the woods in Connecticut, ver weg van het hectische leven. In complete afzondering kregen de songs hier vorm waarbij talrijke veldopnames aan de composities toegevoegd werden. Op voorganger “Immersion trench reverie” uit 2017 werd deze werkwijze reeds gebruikt, maar op het nieuwe “Rare field ceiling” is er nog meer plaats voor allerlei in de natuur opgenomen geluiden. In de nasleep van het optreden tijdens Roadburn en Doom Over Leipzig, bezochten de vier muzikanten – naast de Skarstad broers is de line-up met drummer Michael Rekevics (Vanum, Vilkacis, Fell Voices) en bassist Alexander DeMaria (Anicon) identiek aan die van de vorige plaat – vorig jaar nog een zevental landen met het oog op het vastleggen van allerlei veldopnames. Zo bevat “No dust” geluiden die in Siberië vastgelegd werden en wordt er naar het einde toe ook gemusiceerd op een door de bassist zelfgemaakte zither, een snaarinstrument waarbij de klankbodem bespannen is met één of meerdere snaren. Het einde van de albumopener wordt dan weer ingekleurd door vrouwelijke Russische koorzang. De veldopnames vinden hun culminatie echter in de zes minuten durende afsluiter “Maritime flare” waarbij ze, in combinatie met dronende gitaargeluiden en een minimalistisch melodiemotief, een somber en desolaat gevoel uitdragen dat nog aangescherpt wordt door de getormenteerde screams van Will Skarstad. De sound van “Rare field ceiling” is scherp, wrang, schel, bijtend en iel waarbij de ijle krijszang in de muziek verweven zit en voortdurend lijkt te moeten opboksen tegen de muzikale storm die er rondom heen plaatsvind. “Warmth trance reversal” start met een knoert van een black metal-riff maar zoals we van Yellow Eyes gewend zijn, gaat hun black meermaals alle richtingen uit. In haar meest progressieve momenten duiken bands als Ved Buens Ende en Fleurety als referentie op maar er wordt ook met dissonanten gegoocheld. De zes lange songs zitten complex in mekaar maar weten te begeesteren. De triomfantelijk klinkende gitaarmelodieën in “Light delusion curtain” overmannen je met een gevoel van majestueusheid en een zekere romantiek. Haaks hierop staan de vervreemdende waanzin en ijskoude duisternis die o.a. in het chaotische en uit messcherpe riffs opgetrokken “Nutrient painting” geëtaleerd worden. Het titelnummer start met een simpele punky drumbeat, maar schakelt verderop naar galopperende ritmes over en ontpopt zich eveneens tot een complexe song. Yellow Eyes heeft zichzelf op “Rare field ceiling” weten te overtreffen en levert een avontuurlijke plaat af voor fans van allesbehalve rechtlijnige en gemakkelijk verteerbare black. Een plaat die de volle aandacht vraagt om geabsorbeerd te worden.

JOKKE: 85/100

Yellow Eyes – Rare field ceiling (Gilead media 2019)
1. Warmth trance reversal
2. No dust
3. Light delusion curtain
4. Nutrient painting
5. Rare field ceiling
6. Maritime flare

Kvelgeyst – Alkahest

Bij Zwitserland denken we meteen aan raclette, rösti, alpenhoorns, zakmessen en horloges. Op gebied van metalen klanken zette Celtic Frost het land op de metalmap. Ook het in 2015 opgerichte Kvelgeyst eert deze oerband op haar debuut “Alkahest“. Het trio bestaande uit zanger/gitarist Urgeist, zanger/bassist/keyboardspeler Meister T. en drummer/achtergrondzanger V. Knüppelknecht (wat een coole naam voor een vellenmepper) maakt deel uit van het Helvetic Underground Committee (waartoe ook bands zoals Ungfell, Dakhma, Urgeist en Arkhaaik behoren) en heeft een zeer grote affiniteit met alchemie waarbij de heren op zoek gaan naar ‘alkahest’, een hypothetisch universeel oplosmiddel dat gelijk welke substantie, goud inbegrepen, zou kunnen oplossen. De bandleden zijn tevens niet vies van intoxicerende substanties wat muzikaal gezien resulteert in proggy experimentele uitstapjes waarbij ik regelmatig – ook vocaal gezien – aan een band als Laster moet denken. Kvelgeyst gooit onverwachte ambient intermezzo’s of liturgische improvisaties in de strijd en incorporeert een fikse dosis klassieke heavy metalinvloeden in haar black metal die voor een heerlijk nostalgisch sfeertje zorgen. In deze opzwepende momenten wasemen de riffs alcoholdampen uit en ruikt de sound naar leder en metaal waarbij een band als Malokarpatan in de titeltrack en zeker Negative Plane elders op de plaat niet veraf is. Daar alle drie de bandleden hun strot opentrekken, horen we een weids variërend gamma aan screams, diepere growls, gefluister, hoge (cleane) uithalen en maniakaal hoongelach. Kvelgeyst is voer voor zij die enerzijds houden van tijdloze black met heel wat traditionele invloeden en anderzijds ook niet vies zijn van wat experiment.

JOKKE: 80/100

Kvelgeyst – Alkahest (Vendetta Records 2019)
1. Basilisk – Im Angesicht des Schattenwichts
2. Miasma – Vor flirrenden Götzen in stickigen Grotten
3. In der Hölle trieft der Gran
4. Demiurg – Denaturierung Holobiont
5. Alkahest – In Schall und Rauch zerflossen
6. Sefiroth – Schalenleib des Welten-Alls



Nusquama – Horizon ontheemt

Nu de Nederlandse black metal toch wel een groot profiel wordt aangemeten – niet verwonderlijk gezien de vele albums die de laatste tijd de revue passeren en de set van Maalstroom op Roadburn – krijgt ze ook een duidelijk eigen gezicht van ietwat ruizig geproduceerde (Nijmegen) of net zeer experimentele black metal (Utrecht). In die lijn valt ook Nusquama te catalogeren, een project dat zo goed als een dwarsdoorsnede is van deze twee scenes met leden die ook musiceren in, here we go: Laster, Fluisteraars, Turia, Solar Temple, Grey Aura, Lubbert Das, Iskandr en nog wat andere projecten. Incest wincest, zoals men in de Nederlandse (maar ook IJslandse) scene placht te zeggen. Op gitaar vinden we zo O. terug, die de riffs aaneenrijgt in een stijl die wat richting Iskandr doet denken. De ijselijke vocalen van T. klinken helderder dan haar zangwerk bij Turia en komen duidelijker naar voor in de heldere, koude en van franjes ontdane mix. Echter weet Nusquama zich met haar middellange songs (elk tussen vijfenhalf en zevenenhalf minuten) te onderscheiden van de hierboven genoemde bands, hoewel vooral de invloed van het Haeresis Noviomagi collectief opvalt. Wat ervoor zorgt dat Nusquama een meer gevarieerd project is, is echter de melancholie die door middel van mid-tempo, melodieus gitaarwerk doorheen alle songs waait (en waarvan het knappe “Vuurslag” een mooi voorbeeld is), en waarin de geprevelde insteek van Fluisteraars opvalt (“Eufrozyne” en zeker het magistrale “Ontheemd”). De samenwerking van deze muzikanten met verschillende muzikale achtergronden schemert als een constante doorheen dit debuut dat de naam “Horizon ontheemt” draagt, waardoor de Nederlandse scene alweer een nieuw gelaat toont dat zich voldoende onderscheidt om op zichzelf te kunnen staan. Persoonlijk mis ik hier en daar wat variatie in tempo en mochten sommige explosies een iets hoger in your face-gehalte hebben gehad, maar dat zou muggenziften zijn over een album dat me al ettelijke weken steeds opnieuw weet mee te slepen. Benieuwd wat de volgende verrassing van onze Noorderburen zal inhouden!

CAS: 86/100

Nusquama – Horizon ontheemt (Eisenwald 2019)
1. De aarde dorst
2. Wrevel
3. Vuurslag
4. Eufrozyne
5. Ontheemd
6. Met gif doordrenkt