metallica

Emma Ruth Rundle & Thou – May our chambers be full

Muzikale samenwerkingen in het heavy muziekgenre. Er valt veel over te zeggen want geslaagd kunnen we ze niet altijd noemen (remember Lou Reed en Metallica?). Een belangrijke drijvende factor in muzikale collaboraties of commissioned pieces is het Nederlandse Roadburn Festival: zo zouden we het afgelopen jaar getrakteerd worden op een muzikaal spektakel waarvoor James Kent aka Perturbator zijn krachten bundelde met Cult of Luna’s Johannes Persson. Het heeft echter niet mogen zijn en voorlopig zullen we nog even op het resultaat moeten wachten. In 2019 echter deelden Emma Ruth Rundle en Thou samen het podium en in de nasleep ervan volgde de studioplaat “May our chambers be full“. De live show heb ik slechts voor een klein stukje kunnen meepikken aangezien ik te laat in de zaal binnen geraakte na het overdonderende optreden van Fauna. Ik was met andere woorden erg benieuwd naar deze plaat, te meer daar ik sinds Emma’s optreden op datzelfde Roadburn (maar dan in 2017) volledig in de ban ben van deze charismatische singersongwritster. Haar laatste plaat “On dark horses” zou in mijn valies steken als ik maar vijf albums zou mogen meenemen naar een onbewoond eiland, om maar te zeggen… Thou, daarentegen, is een doom/sludge gezelschap dat ik slechts van op de zijlijn volg; “Heathen” uit 2014 is de enige plaat uit hun omvangrijke discografie die in mijn platenkast prijkt. De handen in mekaar slaan, deden ze al eerder met The Body. Maar dus, “May our chambers be full“, de plaat is al een maand of 2 uit, maar het duurde even om ze volledig te laten inwerken. Het bleek de ideale soundtrack te worden voor de afgelopen grijze en sombere herfstmaanden. Thema’s als mentale trauma’s en existentiële crisissen komen in dit seizoen dan ook beter tot hun recht. De galmende gitaareffecten die opener “Killing floor” inluiden, doen meteen herinneren aan Emma’s postrockverleden met Red Sparowes en Mariages. Nadien knalt het nummer met een slepend tempo uit de boxen maar er worden ook bloedmooie melodieuze oorden verkend en de zalvende, melancholische zang van Emma blend wondermooi met het felle gekrijs van Thou frontman Bryan Funck. “Monolith” doet zijn naam alle eer aan en in dit heavy nummer wordt, net als in “Ancestral recall“, een gezamenlijke voorliefde voor grunge en de Seattle scene van de jaren ’90 duidelijk. Een geluid dat me in dit specifiek geval persoonlijk wat minder ligt, vooral de heldere zang van Thou zangeres KC Stafford (of is het toch Emma?) weet me in “Monolith” niet te pakken, maar de modderige Deftones raakvakken maken dan weer veel goed. De logge moerasachtige sludgeklanken van nummers als “Out of existence” en “Into being” in combinatie met Emma’s dromerige en frêle zang, zorgen wel voor mooie pakkende contrasten, zeker ook wanneer de zangeres in dat laatste nummer ook enkele folky accenten legt. “Magickal cost” zet volop in op postrockakkoorden maar in de sludge-explosie is ook plaats voor een haast grindcoreachtige uitbarsting, dat hadden we even niet zien aankomen! Het hoogtepunt van “May our chambers be full” vinden we helemaal achteraan in het net geen negen minuten durende “The valley“. Op het eerste gehoor leek het maar een traag voortkabbelend nummer te zijn, maar toen ik met de dochter in mijn armen op de zetel lag te snoezelen, openbaarde het haar schoonheid. Vioolstrijkers, percussie en clean gitaargetokkel, vergezeld van Emma’s breekbare en zalvende zang (deze passage benadert haar solowerk het meest) zwellen langzaam aan totdat een explosie onvermijdelijk wordt en Funck zijn krijsbanden terug de vrije loop laat gaan. De catharsis is compleet! Wat een song en wat een finale! “May our chambers be full” is een plaat met vele zichten. Beide artiesten weten de schoonheid die in de duisternis van elkaars muziek ligt eruit te puren wat enkele betoverende passages oplevert, of het nu op een ingetogen of bulderende en beukende manier is. De meer grungy songs scoren dan weer minder. Met 36 minuten speeltijd is “May our chambers be full” eerder een mager beestje maar in de nasleep ervan zal de “The helm of sorrow” EP nog uitkomen met o.a. een geslaagde cover van “Hollywood” van The Cranberries.

JOKKE: 82/100

Emma Ruth Rundle & Thou – May our chambers be full (Sacred Bones Records 2020)
1. Killing floor
2. Monolith
3. Out of existence
4. Ancestral recall
5. Magickal cost
6. Into being
7. The valley

Marche Funèbre – Death wish woman

Het is ervan gekomen. Ondanks het feit dat ons meest succesvolle exportproduct op gebied van doom metal vorig jaar tien kaarsjes mocht uitblazen, is Marche Funèbre in het verleden nog niet op Addergebroed gepasseerd. Nu moet ik eerlijk bekennen dat ik de laatste jaren eigenlijk nog maar bitter weinig naar doom luisterde vergeleken met mijn twintiger jaren. Bovendien zag ik de Mechelaars in het begin van hun carrière een paar keer aan het werk en dat wist me nooit volledig te raken. Reden hiervoor was onder andere de heldere zang van frontman Arne Vandenhoeck die niet altijd wist te overtuigen. De drie platen die de band de afgelopen jaren uitbracht, passeerden mij dan ook zo goed als volledig. Ik had echter horen vallen dat de EP die in oktober vorig jaar uitgebracht werd wat steviger van leer trok, dus besloot ik het kleinood de voorbije dagen toch maar eens een kans te geven. In opener “Broken wings” maakt Arne meteen een statement met zijn diepe grunts en hogere screams en als even later de muziek ook wat steviger wordt, horen we uitstekende death/doom waarbij echter ook wel wat “Damned in black“-era Immortal-momentjes passeren en ook de meest recente Metallica hoor ik in de riffs terug. Er volgen nog mooie melodieuze leads en een pakkend einde inclusief cleane vocalen maakt van deze track een sterke opener. In het titelnummer wordt het tempo hoger gestuwd en denderen de dubbele basdrums van Dennis Lefebvure lustig voort. De strot van de frontman weet opnieuw te overtuigen, zowel in de zwaardere regionen als zijn hoge heldere zang die wat aan Franky DSVD van Channel Zero doet denken. Opnieuw passeert een venijnige black metal-passage en de gitaristen Peter Egbergs en Kurt Blommé riffen naar hartelust, maar ook bassist Boris Iolis eist zijn momentum naar het einde toe op. Met “A departing guest” zakt het tempo voor het eerst naar de échte doomregionen en dat vertaalt zich ook naar een speelduur van meer dan twaalf minuten. Het kwintet musiceert echter dynamisch zodat de verveling niet toeslaat hoewel de break vier minuten voor het einde wat abrupt aanvoelt. Het My Dying Bride-worship kan in deze song moeilijk onder kerkstoelen of banken gestoken worden, maar bijna elke doomband is natuurlijk schatplichtig aan het Engelse doominstituut. Als toetje krijgen we nog een ode aan Paradise Lost, die andere Engelse grootmeesters van het genre, middels een cover van diens “As I die“. “Death wish woman” is een meer dan uitstekende EP waarop vooral zanger Arne laat horen heel wat progressie gemaakt te hebben. Tenslotte nog een extra pluim voor de heldere doch knallende sound waarvoor Markus Stock (Empyrium, The Vision Bleak) met zijn Klangschmiede Studio optekende. Marche Funèbre heeft me serieus overdonderd met deze EP. Beter laat dan nooit heren!

JOKKE: 85/100

Marche Funèbre – Death wish woman (GrimmDistribution/Cimmerian Shades Recordings 2018)
1. Broken wings
2. Death wish woman
3. A departing guest
4. As I die (Paradise Lost cover)

Ævangelist – Matricide in the temple of omega

Iedereen heeft een muzikale grens qua extremiteit en muzikaliteit. Bij mij schoof die tussen mijn negende en zestiende op van Guns ‘N Roses over Metallica naar Fear Factory, Cradle Of Filth, Sinister en uiteindelijk “Scum” van Napalm Death. Als tiener kon alles niet extreem genoeg zijn, nadien werden ook meer mellow paden bewandeld. De laatste tien jaar vindt er door de wildgroei aan dissonante bands en het unieke karakter van een Blut Aus Nord of Deathspell Omega opnieuw een aftasting van de grenzen plaats. Momenteel ligt die bij ondergetekende bij een band als Ævangelist die reeds sinds de “Oracle of infinite despair” EP uit 2011 elk jaar wel iets van zich liett horen met uitzondering van 2017 toen Matron Torn, die samen met Ascaris Ævangelist vormgeeft, even op de grenzen van het tijdelijke en het eeuwige balanceerde. Alle frustraties, pijn, woede, krankzinnigheid en leed moesten uit lichaam en ziel verdreven worden en de muzikale output is dit jaar dan ook al groot geweest want recent verschenen ook al de in eigen beheer uitgebrachte “Aberrant genesis” EP en de “Heralds of nightmare descending” langspeler. De laatste nieuwe telg “Matricide in the temple of omega” verschijnt via I, Voidhanger Records en is al de zesde full length en staat opnieuw een uur lang garant voor een verstikkende mix van avantgarde en extreme metal die experimenteler dan ooit klinkt. De intro en vijf nummers klinken als een cryptische puzzel van suïcidale psychedelica en claustrofobische, dodelijke, ontspoorde en van het pad verdwaalde metal. Op vocaal vlak zijn er enkele nieuwigheden te horen. In het verleden genereerden de in reverb doordrenkte vocalen van Ascaris dikwijls een soort van oneindige loop die een pijnigend onbehagen uitdroeg. Op “Matricide in the temple of omega” wordt de zang schaarser ingezet en is deze meer begraven in de achtergrond. Black metal screams in “Æon death knell” wisselen af met gotisch gekreun in “Serpentine as lustful nightmare” en het waanzinnige twintig minuten durende “Ascending into the pantheon” waarin tussen de jazzy aanpak ook enkele meer rock-georiënteerde riffs opduiken. En in “Omen of the barren womb” wordt een spookachtig klinkend orgel ingezet dat doet denken aan jaren ’70 progressieve muziek. “Matricide in the temple of omega” is opnieuw een sterk staaltje paranoïde en polyritmische kakofonie geworden die bovendien gemastered werd in de Belgische Blackout Studio van Jeremie Bezier (Emptiness, ex-Enthroned). De grens is weeral verlegd.

JOKKE: 82/100

Ævangelist – Matricide in the temple of omega (I, Voidhanger Records 2018)
1. Divination
2. Æon death knell
3. Omen of the barren womb
4. Thesonance of eternal discord
5. Serpentine as lustful nightmare
6. Ascending into the pantheon

Disciples Of The Void – Disciples of the void

We blijven nog even in de Finse flow hangen waar we momenteel inzitten. Disciples Of The Void is een nieuwe band uit het land van de duizend meren en verkiest anoniem (what’s new?) te blijven door zich onder zwarte hoodies te verbergen. Het enige gezicht dat we herkennen is het liefelijke snoetje van drumster Trish Kolsvart (Urarv, Elände en ex-live lid van ondermeer Isvind en Craft). Zo onorigineel de presentatie van de band is, zo onorigineel is ook de gebrachte muziek. De leden ontdekten het black metal-genre midden jaren negentig – toen het volgens hen op haar hoogtepunt was – en willen dat eren. Op zich grappig dat er zo veel nieuwe bands rondlopen die teruggrijpen naar de oude dagen en daar precies qua ontwikkeling zijn blijven hangen. Wie luistert er dan eigenlijk naar de hele mikmak aan nieuwe spelers als vroeger toch alles beter was? Soit, de retro-sound van de Finnen is opgesmukt met de nodige symfonische elementen zonder al té overdadig te zijn. De moderne productie mist echter wat levendigheid waardoor de band nogal generisch klinkt en een eigen karakter ver zoek is. Ook al wil je het warm water niet heruitvinden, een eigen sound blijft toch belangrijk want in een shuffle playlist zou ik de band er met haar dertien-in-een-dozijn-geluid nooit uithalen. Qua uitvoering zit alles wel snor want er wordt strak gemusiceerd en we kunnen de band niet op foutjes betrappen. De riffs duiken slechts af en toe onder het vriespunt (“The apocalypse reign“), en klinken een pak Noorser dan Fins (“Per aspera ad noctum“) met op tijd en stond een black ’n roll-infusie (“Dominion“, “The harvest” en “Choronzon“). In het begin van deze laatste track ontwikkelen de heren en dame plots een andere sound door qua vocale aanpak richting Dimmu’s Shagrath te gaan. Het nummer wordt verder ook met cleane epische gezangen opgesmukt en vormt alzo het perfecte bruggetje naar “Home of the once brave“, een minder voor de hand liggende Bathory-cover met het – al dan niet bewust door Quorthon gepikte – einde van de Metallica-klassieker “For whom the bell tolls“. Wie smult van bands als Obtained Enslavement, Troll, oude Covenant of Darkwoods My Betrothed zal hier wel zijn of haar gading in vinden. Voor mij mist het debuut van Disciples Of The Void wat karakter en is het iets te steriel qua sound.

JOKKE: 70/100

Disciples Of The Void – Disciples of the void (Primitive Reaction 2018)
1. Ad gloriam invictus satana
2. Dominion
3. The apocalypse reign
4. Enter the void
5. Per aspera ad noctum
6. The harvest
7. The heirs of wormwood
8. Choronzon
9. Home of the once brave (Bathory cover)

 

 

Satyricon – Deep calleth upon deep

Nadat Satyricon in 1996 haar magnum opus “Nemesis divina” had uitgebracht, hadden Satyr en Frost met gemak op hetzelfde elan kunnen doorgaan. Echter koos het duo ervoor om de geijkte black metal paden te verlaten en brachten ze met “Rebel extravangza” een enorm harde, kille en modern-industrieel klinkende plaat uit waarop het middeleeuws karakter van het verleden verbannen werd. De plaat werd destijds niet door iedereen even gemakkelijk verteerd, maar zou later tot één van de favorieten van ondergetekende uitgroeien. Alle lof voor visionair Satyr! Nadien verscheen in 2002 “Volcano“, een overgangsplaat zeg maar, waarop Satyricon opnieuw op zoek ging naar een andere insteek. Met “Fuel for hatred” en “Possessed” preken er twee meer rock-georiënteerde nummers op die plaat die een voorbode voor de volgende vijftien jaar zouden inluiden. Echter was het al meteen opvolger “Now, diabolical” uit 2006 waarop die sound geperfectioneerd werd want “The age of nero” (2008) kwam er relatief snel voor Satyricon-begrippen en leek wel uit B-kantjes van die opnamesessie te bestaan. En ja hoor, de Noren leken zelfs nog wat C-nummers in petto te hebben, want de self-titled plaat uit 2013 vormde het absolute dieptepunt uit Satyricon’s carrière waarop we songs hoorden die nul komma nul raakvlakken hadden met black metal. En nu werd met veel bombarie “Deep calleth upon deep” aangekondigd. Aangezien mijn verwachtingen toch bedroevend laag waren, kon de plaat alleen maar meevallen. In opener “Midnight serpent” grijpt de band terug naar het “Volcano” era en lijken Satyr en Frost terug wat peper in hun lijkwitte Noorse reet te hebben, alleen spreken we nog maar over een vederlicht snuifje. Het poppy karakter van het trio “To your brethern in the dark” (een wiegende song waarbij de aanstekers – pardon smartphones – van het publiek voor extra sfeer moeten zorgen tijdens concerten en de titel tot treurens toe herhaald wordt), “Deep calleth upon deep” (dat een afgezaagde zanglijn bevat die Satyr al drie platen lang hanteert en met “In the forest old, when the moon rises and the shadows fall. Deep calleth upon deep. And in the forest old. Deep Calleth upon deep” echt wel puberale teksten laat horen) en “The ghost of Rome” (irritante gitaarloopjes en opera-gekweel) klinkt bedroevend slecht en maakt dit een soort van arena “black-pop” voor de massa. Om te vermijden dat Frost op zijn drumkruk in slaap zou vallen, besloot Satyr dan maar enkele progressievere tracks met avontuurlijkere drumpatronen te schrijven. In “Blood cracks open the ground” doet Satyricon het op zijn Enslaved’s, alleen hangt de song aaneen van de open eindjes, want de flow is ver te zoeken. “Dissonant” laat enerzijds wat experiment en venijn horen met overstuurde vocalen die naar de “Rebel extravaganza” tijden teruggrijpen maar bevat ook een misplaatste “Load“-era Metallica riff. Met het vertrouwd aanvoelende maar onverwachts sterk klinkende “Black wings and withering gloom“, boordevol up-tempo drumwerk en black metal grootsheid gericht aan het hoge Noorden, en het donkere “Burial rite” stijgt het niveau aan het einde van de plaat, hoewel het kalf dan eigenlijk al lang verzopen is. Daar waar “Satyricon” nog een knappe hoes had, is die van “Deep calleth upon deep” bovendien gatlelijk en daar kan het feit dat ze van de hand van de legendarische Noorse kunstschilder en graficus Edvard Munch is, niets aan veranderen. Ik heb de plaat zo’n zes keer beluisterd alvorens mijn gedacht erover neer te pennen…en dat is zes keer te veel. Tot nooit meer!

JOKKE: 55/100

Satyricon – Deep calleth upon deep (Napalm Records 2017)
1. Midnight serpent
2. Blood cracks open the ground
3. To your brethren in the dark
4. Deep calleth upon deep
5. The ghost of Rome
6. Dissonant
7. Black wings and withering gloom
8. Burial rite

Sinmara/Misþyrming – Ivory stone/Hof

Zowel Sinmara als Misþyrming wisten met hun debuutplaten – respectievelijk “Apothic womb” en “Söngvar elds og óreiðu” – heel wat indruk te maken en black metal zieltjes voor zich te winnen. Voornamelijk Misþyrming surfte op de overrompelende tsunami aan IJslandse black die door Svartidauði in gang gezet werd en is dé band waar alle ogen op gericht zullen zijn wanneer die tweede belangrijke plaat later op het jaar zal uitkomen. Ook bij Sinmara zijn we benieuwd of ze haar sterke debuut zal weten te overklassen. In afwachting van nieuw materiaal, trakteert Terratur Possessions ons alvast op één nieuwe song van beide bloedbroederschappen, netjes verdeeld over twee kanten van een 10 inch vinyl. Als Sinmara opnieuw een hele plaat kan schrijven als wat het kwintet hier op “Ivory stone” laat horen, wordt dat er één om duimen en vinger bij af te likken. Gitzwarte razernij in de vorm van dissonante Watain-klanken gaat hand-in-hand met een onderhuidse spanning en gevoel voor subtiele melodie, zij het in de vorm van indringende leads met een beklemmend sfeertje. Hoedje af trouwens voor drummer Bjarni Einarsson die de boel vakkundig bijeen mept. De intro van de song die Misþyrming ten gehore brengt zou zo van Metallica afkomstig kunnen zijn, maar eens de band losbreekt wordt een uitzinnige furie ontketend zoals we van het kwartet gewend zijn. De song klinkt gejaagd en een tikkeltje chaotisch en opgefokt ondanks de transparante productie waarbij de drums iets te veel vooraan in de mix staan. Misschien zitten er ook net iets té veel ideeën in de song verwerkt? Desondanks een geweldige split die het beste doet vermoeden voor de aankomende nieuwe langspelers van beide kwaliteitbands.

JOKKE: 85/100 (Sinmara: 88/100 –  Misþyrming: 82/100)

Sinmara/Misþyrming – Ivory stone/Hof (Terratur Possessions 2017)
1. Sinmara – Ivory stone
2. Misþyrming – Hof

Deströyer 666 – Wildfire

Mijn favoriete Aussi band Deströyer 666 slaat na een afwezigheid van zeven jaar (de single “See you in hell” even niet meegerekend) keihard terug met het op alle fronten sublieme “Wildfire”. De term “Aussie” dekt echter de lading niet meer volledig vermits bandleider K.K. Warslut zich omringt met strijdgenoten die niet Australië, maar Zweden en Engeland als bakermat hebben, terwijl ons beste oorlogssletje al enkele jaren in Nederland woonachtig is. Wat ik zo fantastisch vind aan Deströyer 666 is dat hun opzwepende rechttoe rechtaan black/thrash/speed metal opgesmukt is met pakkende melodieën en meeslepende gitaarsolo’s die meermaals teruggrijpen naar Metallica ten tijde van “Kill ‘em all”. De balans woog met het uitzinnige “Traitor”, de titeltrack die uit één waanzinnig lange solo lijkt opgebouwd te zijn en het “gaan met die banaan”-gehalte van “Die you fucking pig” nog nooit zo sterk door naar de speed/thrash metal kant en hoewel ik doorgaans het groengespikkeld vliegend schijt krijg van die ballen-tussen-de-portier-van-de-porsche-hoge-uithalen komen Warslut en Co er verbazingwekkend goed mee weg wanneer deze (zij het spaarzaam) de revue passeren. Voorts ademt deze plaat seks, drugs & rock ’n roll uit. De geneugten des levens komen onder andere aan bod in “Hymn to dionysus” en “White line fever” en het rock ’n roll deel slaat natuurlijk op de aanstekelijke, meermaals meezingbare (“Live and burn”) ongebreidelde brok muzikaal geweld die op de luisteraar afgevuurd wordt. Het midtempo “Hounds at ya back” wisselt naar-grandeur-neigende-en-Immortal-riekende riffs af met een meerstemmig meebrulrefrein. De statische maar grootse melodielijn van “Hymn to dionysous” in afwisseling met full speed ahead metal maken van dit nummer het hoogtepunt van de plaat. Ook meer epische songs hebben hun weg naar de plaat gevonden in de vorm van het instrumentale “Artiglio del diavolo” en de met cleane zang (en aanstekelijke “oooo ohooo’s” die nog urenlang blijven nazinderen) doorspekte hekkensluiter “Tamam shud”, wat een Perzische uitdrukking voor “het einde” is. Hopelijk slaat dit niet op de activiteit van de band, want met “Wildfire” staat Deströyer 666 opnieuw vooraan de linie. Met net geen veertig minuten speeltijd is “Wildfire” misschien een mager beestje qua lengte (zeker na zo’n lange koelkastperiode), maar dat wordt qua uitzinnige en fantastische muziek volledig gecompenseerd. Laten we hopen dat het niet opnieuw zo lang wachten is vooraleer Destroÿer 666 met een opvolger op de proppen komt. Wat een zalige band blijft dit toch!

JOKKE: 90/100

Destroÿer 666 – Wildfire (Season Of Mist 2016)
1. Traitor
2. Live and burn
3. Artiglio del diavolo
4. Hounds at ya back
5. Hymn to dionysus
6. Wildfire
7. White line fever
8. Die you fucking pig
9. Tamam shud