my dying bride

Marche Funèbre – Death wish woman

Het is ervan gekomen. Ondanks het feit dat ons meest succesvolle exportproduct op gebied van doom metal vorig jaar tien kaarsjes mocht uitblazen, is Marche Funèbre in het verleden nog niet op Addergebroed gepasseerd. Nu moet ik eerlijk bekennen dat ik de laatste jaren eigenlijk nog maar bitter weinig naar doom luisterde vergeleken met mijn twintiger jaren. Bovendien zag ik de Mechelaars in het begin van hun carrière een paar keer aan het werk en dat wist me nooit volledig te raken. Reden hiervoor was onder andere de heldere zang van frontman Arne Vandenhoeck die niet altijd wist te overtuigen. De drie platen die de band de afgelopen jaren uitbracht, passeerden mij dan ook zo goed als volledig. Ik had echter horen vallen dat de EP die in oktober vorig jaar uitgebracht werd wat steviger van leer trok, dus besloot ik het kleinood de voorbije dagen toch maar eens een kans te geven. In opener “Broken wings” maakt Arne meteen een statement met zijn diepe grunts en hogere screams en als even later de muziek ook wat steviger wordt, horen we uitstekende death/doom waarbij echter ook wel wat “Damned in black“-era Immortal-momentjes passeren en ook de meest recente Metallica hoor ik in de riffs terug. Er volgen nog mooie melodieuze leads en een pakkend einde inclusief cleane vocalen maakt van deze track een sterke opener. In het titelnummer wordt het tempo hoger gestuwd en denderen de dubbele basdrums van Dennis Lefebvure lustig voort. De strot van de frontman weet opnieuw te overtuigen, zowel in de zwaardere regionen als zijn hoge heldere zang die wat aan Franky DSVD van Channel Zero doet denken. Opnieuw passeert een venijnige black metal-passage en de gitaristen Peter Egbergs en Kurt Blommé riffen naar hartelust, maar ook bassist Boris Iolis eist zijn momentum naar het einde toe op. Met “A departing guest” zakt het tempo voor het eerst naar de échte doomregionen en dat vertaalt zich ook naar een speelduur van meer dan twaalf minuten. Het kwintet musiceert echter dynamisch zodat de verveling niet toeslaat hoewel de break vier minuten voor het einde wat abrupt aanvoelt. Het My Dying Bride-worship kan in deze song moeilijk onder kerkstoelen of banken gestoken worden, maar bijna elke doomband is natuurlijk schatplichtig aan het Engelse doominstituut. Als toetje krijgen we nog een ode aan Paradise Lost, die andere Engelse grootmeesters van het genre, middels een cover van diens “As I die“. “Death wish woman” is een meer dan uitstekende EP waarop vooral zanger Arne laat horen heel wat progressie gemaakt te hebben. Tenslotte nog een extra pluim voor de heldere doch knallende sound waarvoor Markus Stock (Empyrium, The Vision Bleak) met zijn Klangschmiede Studio optekende. Marche Funèbre heeft me serieus overdonderd met deze EP. Beter laat dan nooit heren!

JOKKE: 85/100

Marche Funèbre – Death wish woman (GrimmDistribution/Cimmerian Shades Recordings 2018)
1. Broken wings
2. Death wish woman
3. A departing guest
4. As I die (Paradise Lost cover)

SubRosa – For this we fought the battle of ages

Drie jaar na meesterwerk “More constant than the gods” komt het uit Salt Lake City afkomstige SubRosa eindelijk met de – van een imposante titel voorziene – opvolger “For this we fought the battle of ages” op de proppen. De band rond zangeres, gitariste en componiste Rebecca Vernon is één van de interessantste doom/sludge bands van de afgelopen jaren en twee jaar geleden sloegen ze erin om de meest intense set van Roadburn te spelen. Niet alleen op plaat maar ook op het podium wist hun mix van grootse, symfonische doom en onheilspellende violen me omver te blazen. Wat SubRosa uit de grote massa doet springen is haar eigenzinnige sound waarin loodzware doom en sludge hand in hand gaan met folk, die zowel middels de zangmelodieën als een uitgebreid instrumentarium aan violen, saxofoon, Franse hoorn, lier en fluit bewerkstelligd wordt. Daarbovenop komen nog eens de intelligente teksten en symboliek die, zoals we gewend zijn, tot in de kleinste details uitgewerkt zijn. Voor “For this we fought the battle of ages” werd inspiratie gehaald uit de bijna honderd jaar oude roman “Wij” van Jevgeni Zamjatin. Het boek is de literaire grondlegger van de dystopie (of anti-utopie), een samenleving met louter negatieve eigenschappen, waarin men niet zou willen leven en waarvoor Zamjatin de lezer probeert te waarschuwen. In deze toekomstvisie worden mensen teruggebracht tot willoze werkers voor wie alles geregeld wordt en zelfs liefde en seksualiteit worden op een bepaalde tijd voor je geregeld. Zamjatins “Wij” heeft invloed gehad op grote literaire werken, zoals George Orwells “1984” en Aldous Huxley’s “Brave New World” en resulteerde in een literaire stroming waarin de voornaamste zorg is hoever staatsgezag kan gaan in het overmeesteren van individuele autonomie, wat ook de dag vandaag natuurlijk een erg relevant topic is. Dit thema wordt door SubRosa aangekaart in vier van de vijf majestueuze tracks en een folky intermezzo met Italiaanse zang (“Il cappio”), waarbij twee van de songs zelfs boven het kwartier afklokken. Dit geeft de band de ruimte om de talloze facetten van haar unieke sound uit te lichten. Net zoals op de voorganger trapt “Despair is a siren” het zaakje vrij rustig op gang met een mooie basintro, die even later vergezeld wordt van gitaar en de folky stem van bandleidster Rebecca. Zodra de drums en violen invallen, wordt de toon grimmiger om uiteindelijk tot een doomuitbarsting over te gaan waarin de violen overduidelijk de lokroep van sirenes vertolken. Heel de song door wordt er hocus pocus gedaan tussen monumentale doompassages en softe, ingetogen harmonieën. Als Rebecca ruwer met haar stembanden omspringt, wordt je echt bij je nekvel getrokken, zodat je geen tijd krijgt om de aandacht te verliezen bij de lange songs. De ritmische aftrap van “Wound of the warden” doet je hoofd automatisch op en neer knikken en even later worden de vocalen van Rebecca ondersteund door spaarzaam ingezet death metal gegrom. Ook in “Black majesty” kan het contrast tussen de bijna slaapliedjes-achtige intro en de beukende doom van de rest van de song amper groter zijn. Wanneer de loodzware riffs, bulderende bas en massieve cymbaalaanslagen samenvallen, davert mijn huiskamer op haar grondvesten. Het plechtstatige karakter van “Killing rapture” met haar treurende violen doet automatisch aan My Dying Bride denken. Dat “For this we fought the battle of ages” ook een erg persoonlijk album is geworden, wordt duidelijk in de laatste song “Troubled cells”, waarin Rebecca voor de eerste keer meer inkijk geeft in haar mormoonse geloof en harde kritiek geeft op een recente beleidsbeslissing waarbij de LGBTQI-gemeenschap (“Lesbian, Gay, Bisexual, Transgender, Queer, Questioning and Intersex”) hard getroffen wordt. Met deze emotionele song komt er na meer dan een uur een einde aan een erg knap album, dat het drie jaar wachten, absoluut meer dan waard maakte. Absolute wereldklasse die weldra live te aanschouwen is op Desertfest.

JOKKE: 96/100

SubRosa – For this we fought the battle of ages (Profound Lore 2016)
1. Despair is a siren
2. Wound of the warden
3. Black majesty
4. Il cappio
5. Killing rapture
6. Troubled cells

Paradise Lost – The plague within

Laat ik maar meteen open kaart spelen en bekennen dat ik helemaal geen connaisseur ben van de back catalogue van het Britse Paradise Lost. Oudjes zoals “Gothic” of “Lost Paradise” staan bij menig metal fan geboekstaafd als onontbeerlijke meesterwerkjes voor de liefhebber van gothic/doom metal, die aan de wieg stonden van dit sub-genre. Hoewel ik links en rechts van elke plaat wel eens een nummer heb gehoord, heb ik nooit echt de moeite gedaan om me goed te verdiepen in hun repertoire. Ik kan me herinneren dat ik enkele jaren geleden uit verveling zelfs halverwege een live show ben opgestapt. Collega genregenoten zoals Katatonia, Anathema of My Dying Bride weet ik dan weer wel enorm te appreciëren. Na oprecht verbaasd te zijn van de vocale prestaties die frontman Nick Holmes wegzette op de laatste Bloodbath plaat en de goede kritieken die ik her en der zag verschijnen van het nieuwe werk, besloot ik “The plague within”, dan toch maar eens een kans te geven en aan een luisterbeurt te onderwerpen. Ondertussen zit ik op een weekje tijd aan ongeveer het tienvoudige qua toertjes draaien op de platenspeler, wat een goed teken is. Sleutelwoord op deze plaat is afwisseling. Ome Nick wisselt zijn grunts gedurende het hele album af met cleane zang, maar zijn ruwere strot beslaat toch wel het grootste deel van de vocale invulling. Qua gitaarwerk tovert Gregor Mackintosh de ene na de andere mokerriff (“Terminal”, “Punishment through time”, waarop de band met momenten naar Triptykon neigt, of het pure doomnummer “Beneath broken earth”) uit zijn instrument, maar gooit regelmatig ook melodieuze en melancholische leads in de strijd, om voor een mooi tegengewicht te zorgen (“Cry out” is hier een schoolvoorbeeld van). Een traag en door violen ondersteund nummer als “An eternity of lies” waarin Nick op zang wordt bijgestaan door Heather Thompson (die haar stem ook reeds uitleende voor eerdere Paradise Lost-albums) ligt vergeleken met een bommetje zoals het met momenten zwaar hakkende “Flesh from bone“ dan ook even ver uiteen als de twee benen van Hot Marijke als ze de horizontale samba danst. Het zou me niet verbazen als dit misschien wel de heftigste song uit hun oeuvre is. Het afsluitende “Return to the sun” zet nogal pompeus in met koorzang en blazers om nadien een aanstekelijke gitaarmelodie op je af te vuren, die nog dagen in je hoofd blijft rondspoken. Paradise Lost weet met “The plague within” in de vorm van tien donkere, pakkende, compacte, gevarieerde en goed geschreven nummers een uitstekende indruk op yours truly na te laten. Zal ik dan toch maar eens aan het oude werk beginnen?

JOKKE: 87/100

Paradise Lost – The plague within (Century Media Records 2015)
1. No hope in sight
2. Terminal
3. An eternity of lies
4. Punishment through time
5. Beneath broken earth
6. Sacrifice the flame
7. Victim of the past
8. Flesh from bone
9. Cry out
10. Return to the sun

The Deathtrip – Deep drone master

Laat je niet misleiden door het woordje drone uit de albumtitel. Wie sonisch geweld genre Sunn O))) verwacht is eraan voor de moeite. “Deep drone master is a black metal dish best served cold”. Het is slechts weinigen gegeven om dezer dagen nog een black metal album af te leveren dat de trve spirit kan oproepen van de Noorse second black metal wave. De laatste twee Isvind platen waren erg goede en geslaagde pogingen en laat ik maar meteen de clue van deze recensie verklappen: The Deathtrip slaagt er met “Deep drone master” als geen ander in om de luisteraar terug te katapulteren naar de tijd waarin de eerste black metal platen zich vanuit de Scandinavische ondergrond als de pest over de mensheid verspreidde. De Engelse gitarist Host laat zich op deze ijskoude brok metal bijstaan door niemand minder dan Noors cultfiguur Aldrahn. Dit heerschappij verleende zijn raspende strot in het verleden onder andere aan Dødheimsgard, Old Man’s Child, Zyklon B en het legendarische Thorns, vooral die eerste en laatste hebben toch wel de nodige impact gehad op vele genregenoten. De jonge lezer dient vooral “Kronet til konge”, het ongekroonde meesterwerk uit 1995 van Dødheimsgard op te snorren. En over moustachen gesproken. Thorns mastermind Snorre W. Ruch opereerde als mixer bij de opnames van dit debuut en verleende zijn hulp bij het vastleggen van de vocalen. Op drums worden Host en Aldrahn bijgestaan door Dan “Storm” Mullins, die vooral bekend is van Bal-Sagoth en My Dying Bride. Nostalgie maakt zich heer en meester van ondergetekende wanneer hij de tien nummers inclusief intro met kakelende kippen, over zich heen laat komen. Deze Noors-Engelse collaboratie weet als geen ander de ene na de andere ijzingwekkende bevreemdende melodie uit zijn hoed te toveren. Vintage jaren negentig black metal riffs, ontdaan van alle franjes, vormen het skelet van de songs. Host heeft een gouden zet gedaan door Aldrahn te kunnen strikken voor de vocale invulling. In “Making me” laat de Noor horen waarom hij tot de allergrootste black metal zangers hoort. De wanhopige emotie waarmee hij “I open up my heart for the devil” uit zijn stembanden wringt, komt vanuit de tippen van zijn tenen. Hier wordt een mens ijzig stil van. Elk woord dat hij op je afvuurt, klinkt gemeend en oprecht én verstaanbaar (behalve het zeven minuten durende afsluitende “Syndebukken” dat in het Noors wordt gebracht ). Ook in “A foot in each hell” gaat hij op vocaal gebied tot aan het gaatje, met zijn door merg en been gaande screams.  Ik moet bij het beluisteren van de plaat regelmatig denken aan “Ravishing grimness” van Darkthrone of het oude werk van Satyricon en natuurlijk ook Dødheimsgard. De ene keer slepend traag (“Dynamic underworld”, “Making me”, “Something growing in the trees” of het met hypnotiserend gitaarwerk opgesmukte “Syndebukken”), de andere keer venijnig uptempo (check de striemende riffs van “Cosmic verdict“ of het geselende “Sewer heart”). “Deep drone master” is zo’n koude plaat dat ze kan gebruikt worden om voetwratten te bevriezen. Nu maar hopen dat er ook snel nieuw werk van Thorns aankomt!

JOKKE: 90/100

The Deathtrip – Deep drone master (Svart Records 2014)
1. Intro
2. Flag of betrayal
3. Dynamic underworld
4. Making me
5. Cosmic verdict
6. Sewer heart
7. A foot in each hell
8. Cocoons
9 Something growing in the trees
10. Syndebukken