shadow records

Lifvsleda – Manifest MMXIX

Wie geil wordt van een lekker potje Zweedse black, zit bij het eveneens Zweedse Shadow Records gebeiteld. Het label van Marcus Tena (ex-Triumphator) heeft een duivels pact gesloten met tal van Zweedse underground grootheden zoals Triumphator, Sorhin, Setherial, Abruptum, Allegiance, Marduk, Ofermod en ga zo maar door, maar heeft ook een neus voor nieuw Zweeds talent. Dat bewees het label recent nog met bijvoorbeeld Ultra Silvam. Met Lifvsleda heeft Marcus opnieuw een interessante nieuwe band opgevist, hoewel de individuen achter Lifvsleda reeds sinds de gloriedagen van de vroege Scandinavische black metal actief zijn. Zo zou o.a. Sorhin’s Nattfursth de vocalen hier voor zijn rekening nemen. De band speelt naar eigen woorden death worshipping Swedish black metal, daar laat de zeis in het bandlogo, ontworpen door Malign’s Mörk, ook geen onduidelijkheid over bestaan. Over het opnameproces krijgen we nog mee dat deze vier eerste nummers, die onder de noemer “Manifest MMXIX” de deur uitgaan, op kapotte instrumenten in de uitgestrekte Zweedse bossen en onder het licht van de maan werden ingespeeld. Lifvsleda is er in elk geval in geslaagd om de ronddwalende geesten uit het verleden te capteren en in pakkende nummers te gieten. De productie is rauw, zonder bijtend of snerpend te zijn, met heerlijke basloopjes die zich tussen de dodelijke riffs murwen. Nattfursth braakt, krijst en gorgelt de Zweedse teksten uit zijn systeem alsof zijn leven ervan afhangt. De tempo’s variëren van mid- tot up-tempo met heel wat oog voor dynamiek en in “II” zorgen donderende accenten op de floor tom voor een onbehaaglijk gevoel alsof er een apocalyptische storm op komst is. Ook dat typische Zweedse melancholische gevoel is aanwezig en druipt van een nummer als “III” af. “IV” weet dan weer middels duistere ambient en verhalende samples een creepy nocturnale grafstemming neer te zetten. Intrigerende EP die mijn innerlijke vlam voor gemene Zweedse black keer na keer een kwartier lang weet aan te wakkeren. Memento mori!

JOKKE: 87/100

Lifvsleda – Manifest MMXIX (Shadow records 2019)
1. I
2. II
3. III
4. IV

Mephorash – Shem ha mephorash

De zoveelste carnavaleske band hoor ik u al denken bij het aanschouwen van de bandfoto’s van Mephorash. Ik kan u geen ongelijk geven. Een bepaald deel van de hedendaagse black metal-scene hecht bijna meer belang aan het visuele aspect dan aan de muziek. Ik heb het dan over de vele religieuze/orthodoxe bands die enorm populair zijn en met hun symboliek en mysterieuze outfits tot de verbeelding spreken. De roots van deze Zweden zijn diep in deze scene geworteld. Aan u te oordelen of Mephorash’s muziek even interessant en spannend klinkt als de visuele presentatie. De band met leden van Ofermod en Malign heeft in elk geval werk gemaakt van de muzikale uitwerking want de acht nummers die op “Shem ha mephorash” prijken, klokken op een monumentale 74 minuten speeltijd af. Bij deze grootse aanpak hoort natuurlijk ook een heus concept waarbij het kwartet de luisteraar meeneemt op een esoterische reis doorheen de concepten en ideeën van het “Shem Ha Mephorash-systeem”: de 72-ledige expliciete naam van God. Niet alleen qua présence, maar ook stilistisch gezien kunnen parallellen getrokken worden met een band als Schammasch. Mephorash hanteert immers voor het grootste deel een mid-of down-tempo-aanpak waarbij slechts sporadisch het gaspedaal ingedrukt wordt. De epische nummers nemen hun tijd om zich te ontpoppen tot majestueuze hoogtepunten en vloeien middels sacraal klinkende intermizzi in mekaar over wat het samenhangend karakter van de nummers en het thema nog meer onderstreept. De muzikanten toveren heel wat toeters en bellen uit hun mouwen om de lange songs interessant te houden: zo horen we allerhande (vrouwelijke) koorzangen, onheilspellende gothische klanken, klokkenspel, rituele percussie, angstaanjagende keelgeluiden en klassieke instrumenten zoals piano die allen bijdragen tot het bombastische en grandioze karakter van de muziek. Gitarist Mishbar Bovmeph kleurt “Chant of Golgotha” en “Sanguinem” met slepende en kreunende doomy leads in, maar na een paar luisterbeurten irriteren deze mij mateloos. Hoewel de band er alles aan doet om het interessant te houden, is 74 minuten dezer dagen heel lang om de aandacht van de gemiddelde luisteraar vast te houden. Ook de Zweden slagen er niet in om mij de volledige rit op het puntje van mijn stoel te laten zitten. Daarvoor klinkt het soms allemaal wat te braaf of worden bepaalde melodieën te lang gerokken. Sneller tot de kern van de zaak komen kan soms geen kwaad en zou voor meer variatie zorgen. Op deze punten van kritiek na, heeft Mephorash een erg ambitieuze plaat geschreven. Knap trouwens dat drievierde van de band nog maar halfweg de twintig is en dat ze nu reeds een dergelijk massief conceptalbum kunnen afleveren. Wat mij betreft heeft Mephorash me toch overtuigd van haar muzikale kunnen. De verkleedpartijen neem ik daar graag bij. Liefhebbers van het reeds vermelde Schammasch, maar bijvoorbeeld ook een Ruins Of Beverast, Cradle Of Filth, Batushka en Farsot moeten deze plaat zeker eens checken.

JOKKE: 79/100

Mephorash – Shem ha mephorash (Shadow Records 2019)
1. King of kings, lord of lords
2. Chant of Golgotha
3. Epitome I bottomless infinite
4. Sanguinem
5. Epitome II the amrita of vile shapes
6. Relics of Elohim
7. 777_ Third woe
8. Shem ha mephorash

Ultra Silvam – The spearwound salvation

Het Zweedse Ultra Silvam werd me aangeraden door Stilla’s Pär. En het moet gezegd worden dat diens gelijknamige EP uit 2017 de aciditeit van een brok salpeterzuur benadert. Shadow Records brengt op 22 maart het debuut van het uit Malmö afkomstige trio uit dat met een speelduur van 28 minuten wel wat aan de korte kant is; de bandleden zullen waarschijnlijk het argument van Slayer’s “Reign in blood” wel in de strijd gooien, dat doet namelijk iedere band die een langspeler van minder dan een half uur uitbrengt. Soit, “The spearwound salvation” werd het kleinood gedoopt, een titel die nagels met koppen in de polsen van ome Jezus aan het kruis slaat. Het in bloed gedrenkte powertrio raast vol vuur en bezetenheid doorheen de zeven songs waarbij de idiomen van de oeroude Zweedse black metal-geschiedenis geëerd worden. Ultra Silvam houdt duidelijk niet van een gepolijste sound: de feedback van de gitaren giert erop los en de kleine foutjes die we her en der opmerken werden niet vakkundig weggemoffeld. Dit draagt bij aan de kracht en de ruwe bolster van het gebodene. Er schemert iets van de dunne, schelle sound van Sorhin’s “Apokalypsens ängel” doorheen de bijwijlen jengelende black van “The spearwound salvation” wat maakt dat een supersnelle song zoal “A skull full of stars” – het enige nummer van de EP dat we ook op deze plaat aantreffen – nog meer zout in de wonden strooit. Gitarist O.R. krijgt heel wat ruimte om thrashy leads op de luisteraar af te vuren, terwijl drummer A.L. serieus het stof van zijn ketels mept. Zanger/bassist M.A. vervolledigt het gewelddadige plaatje met overtuigende screams die afwisselend Engelstalige en Zweedse blasfemische boodschappen de wijde wereld insturen en de finale van een nummer als “Ödesalens uppenbarelse” voorziet hij van bulderende basnoten. Echt nieuwe dingen laat Ultra Silvam op het compacte “The spearwound salvation” niet horen, maar het ongedwongen karakter en de laaiende vurigheid en intensiteit van het trio maken veel goed.

JOKKE: 82/100

Ultra Silvam – The spearwound salvation (Shadow Records 2019)
1. The spearwound salvation
2. Ödesalens uppenbarelse
3. Birth of a mountain
4. Förintelsens andeväsen
5. Wings of burial
6. A skull full of stars
7. The first wound

Voodus – Into the wild

De bandnaam Voodus doet bij velen allicht niet meteen een belletje rinkelen. De Zweedse band is nochtans sinds 2004 actief maar opereerde elf jaar lang onder de naam Jormundgand. Sinds de naamswijziging in 2015 werden twee EP’s uitgebracht (“NightQueen” en “Serpent seducer saviour“). Met “Into the wild” brengt het kwartet nu een volwaardige langspeler uit die op meer dan één uur speeltijd afklokt. Dat komen we tegenwoordig nog zelden tegen. Tijdens de introtonen van “The awakening and the ascension” hoort het getrainde oor meteen de signature sound van de Necromorbus Studio terug. In plaats van Tore Stjerna zat echter Valkyrja’s Simon Wizén achter de knoppen om deze plaat te vereeuwigen. Tore nam wel de mix en mastering voor zijn rekening wat je meteen terughoort in de groots klinkende muziek en drums, hoewel iets cleaner dan doorgaans het geval is. Het gevoel voor melodie verraadt meteen ook dat we hier met een (zoveelste) band van doen hebben die de erfenis van Dissection wilt levend houden. Wie Jon Nödtveidt’s band eert, noemt Watain doorgaans ook in één adem. De mannen van Voodus hebben misschien wel iets te veel naar Erik & co geluisterd, want de gelijkenissen zijn meermaals treffend en er werden dan ook heel wat bruggetjes, riffs en opbouwen gejat. En voor de albumtitel was er blijkbaar ook niet al te veel inspiratie. Ik raad voortaan dan ook elke band die Dissection en Watain wilt na-apen aan om op zijn minst van een andere studio gebruik te maken zodat daar tenminste nog het verschil gemaakt kan worden. Aan compacte songs doet Voodus niet mee want opener “The golden” tikt als kortste nummer reeds op zes minuten af en de epische uitsmijter “The terrain of moloch” heeft ruim een kwartier nodig om haar verhaal te doen. Is dit Voodus dan nog een meerwaarde voor de eivolle scene hoor ik u denken? Wie Watain en Dissection soms te heavy vindt, kan met Voodus wellicht uit de voeten want hoewel overduidelijk black metal, helt de hefboom grotendeels over naar melodie in plaats van agressie. Er passeren ettelijke melodieuze (heavy metal) solo’s en veel lange instrumentale passages die bijdragen aan de epiek van de plaat en de luchtgitaar van stal doen halen. De kolossale afsluiter is daar het beste voorbeeld van, maar is ook wel wat te veel van het goede want er zitten te veel ideeën in deze song gepropt. Less is more heren! De cleane productie maakt bovendien dat “Into the wild” heel vlot weg luistert…maar dat willen we godverdomme toch niet in dit genre! Gelukkig ontbloot de band haar tanden af en toe nog zoals in “Communion amid the graves” maar doorgaans zien de muzikanten er gevaarlijker uit dan de muziek die ze ten berde brengen. Wie écht niet genoeg krijgt van de zoveelste Watain en Dissection kloon zal hier ook wel zijn of haar gading in vinden, maar voor mij is “Into the wild” té langdradig, té melodieus en niet wild genoeg.

JOKKE: 66/100

Voodus – Into the wild (Shadow Records 2018)
1. The awakening and the ascension
2. The golden
3. Gnothi seauton
4. Into the wild
5. Communion amid the graves
6. Dreams from an ancient mind pt I
7. Dreams from an ancient mind pt II
8. The terrain of moloch