sludge

Emma Ruth Rundle & Thou – May our chambers be full

Muzikale samenwerkingen in het heavy muziekgenre. Er valt veel over te zeggen want geslaagd kunnen we ze niet altijd noemen (remember Lou Reed en Metallica?). Een belangrijke drijvende factor in muzikale collaboraties of commissioned pieces is het Nederlandse Roadburn Festival: zo zouden we het afgelopen jaar getrakteerd worden op een muzikaal spektakel waarvoor James Kent aka Perturbator zijn krachten bundelde met Cult of Luna’s Johannes Persson. Het heeft echter niet mogen zijn en voorlopig zullen we nog even op het resultaat moeten wachten. In 2019 echter deelden Emma Ruth Rundle en Thou samen het podium en in de nasleep ervan volgde de studioplaat “May our chambers be full“. De live show heb ik slechts voor een klein stukje kunnen meepikken aangezien ik te laat in de zaal binnen geraakte na het overdonderende optreden van Fauna. Ik was met andere woorden erg benieuwd naar deze plaat, te meer daar ik sinds Emma’s optreden op datzelfde Roadburn (maar dan in 2017) volledig in de ban ben van deze charismatische singersongwritster. Haar laatste plaat “On dark horses” zou in mijn valies steken als ik maar vijf albums zou mogen meenemen naar een onbewoond eiland, om maar te zeggen… Thou, daarentegen, is een doom/sludge gezelschap dat ik slechts van op de zijlijn volg; “Heathen” uit 2014 is de enige plaat uit hun omvangrijke discografie die in mijn platenkast prijkt. De handen in mekaar slaan, deden ze al eerder met The Body. Maar dus, “May our chambers be full“, de plaat is al een maand of 2 uit, maar het duurde even om ze volledig te laten inwerken. Het bleek de ideale soundtrack te worden voor de afgelopen grijze en sombere herfstmaanden. Thema’s als mentale trauma’s en existentiële crisissen komen in dit seizoen dan ook beter tot hun recht. De galmende gitaareffecten die opener “Killing floor” inluiden, doen meteen herinneren aan Emma’s postrockverleden met Red Sparowes en Mariages. Nadien knalt het nummer met een slepend tempo uit de boxen maar er worden ook bloedmooie melodieuze oorden verkend en de zalvende, melancholische zang van Emma blend wondermooi met het felle gekrijs van Thou frontman Bryan Funck. “Monolith” doet zijn naam alle eer aan en in dit heavy nummer wordt, net als in “Ancestral recall“, een gezamenlijke voorliefde voor grunge en de Seattle scene van de jaren ’90 duidelijk. Een geluid dat me in dit specifiek geval persoonlijk wat minder ligt, vooral de heldere zang van Thou zangeres KC Stafford (of is het toch Emma?) weet me in “Monolith” niet te pakken, maar de modderige Deftones raakvakken maken dan weer veel goed. De logge moerasachtige sludgeklanken van nummers als “Out of existence” en “Into being” in combinatie met Emma’s dromerige en frêle zang, zorgen wel voor mooie pakkende contrasten, zeker ook wanneer de zangeres in dat laatste nummer ook enkele folky accenten legt. “Magickal cost” zet volop in op postrockakkoorden maar in de sludge-explosie is ook plaats voor een haast grindcoreachtige uitbarsting, dat hadden we even niet zien aankomen! Het hoogtepunt van “May our chambers be full” vinden we helemaal achteraan in het net geen negen minuten durende “The valley“. Op het eerste gehoor leek het maar een traag voortkabbelend nummer te zijn, maar toen ik met de dochter in mijn armen op de zetel lag te snoezelen, openbaarde het haar schoonheid. Vioolstrijkers, percussie en clean gitaargetokkel, vergezeld van Emma’s breekbare en zalvende zang (deze passage benadert haar solowerk het meest) zwellen langzaam aan totdat een explosie onvermijdelijk wordt en Funck zijn krijsbanden terug de vrije loop laat gaan. De catharsis is compleet! Wat een song en wat een finale! “May our chambers be full” is een plaat met vele zichten. Beide artiesten weten de schoonheid die in de duisternis van elkaars muziek ligt eruit te puren wat enkele betoverende passages oplevert, of het nu op een ingetogen of bulderende en beukende manier is. De meer grungy songs scoren dan weer minder. Met 36 minuten speeltijd is “May our chambers be full” eerder een mager beestje maar in de nasleep ervan zal de “The helm of sorrow” EP nog uitkomen met o.a. een geslaagde cover van “Hollywood” van The Cranberries.

JOKKE: 82/100

Emma Ruth Rundle & Thou – May our chambers be full (Sacred Bones Records 2020)
1. Killing floor
2. Monolith
3. Out of existence
4. Ancestral recall
5. Magickal cost
6. Into being
7. The valley

Tombs – Under sullen skies

Me de puike “Monarchy of shadows” EP van afgelopen februari nog vers in het geheugen, is het best een topprestatie dat het uit Brooklyn New York afkomstige Tombs nu reeds toeslaat met een nieuwe langspeler. En als je weet dat het nagelnieuwe “Under sullen skies” op een vol uur afklokt, moge het duidelijk wezen dat de heren (met de nieuwe line-up is het niet enkel bandstichter Mike Hill die het songschrijven op zich neemt) geen last hebben van een writers block. Het wegvallen van een geplande tour met Napalm Death hield Tombs dus niet tegen om de plaat uit te brengen. “Under sullen skies” poogt het DNA van black metal opnieuw te mengen met invloeden van gothic, new wave en death rock, een richting die Tombs in 2014 insloeg met “Savage gold” en sindsdien min of meer is blijven volgen. Ook de psychologische onrust en de struggles van het urbane leven zijn weer alomtegenwoordig in de twaalf nummers die het donkere en introspectieve album vorm geven. Er valt een uur lang heel wat te beleven terwijl de donkere dreigende lucht over ons hoofd heen trekt. Zo is er het furieuze “Bone furnace” dat de plaat met een plak melodische black in gang trapt, maar dat gaandeweg ook subtiele thrash- en gothrockinvloeden incorporeert. Het meer ritmische en wat hoekige “Void constellation” is dan weer opgetrokken uit een mix van doom en death metal en bevat een meeslepende solo van Andy Thomas (Black Crown Initiate, ex-live lid van Tombs). Het is de eerste van een hele reeks gastmuzikanten die we aan het werk horen. Op het dynamische “Barren“, waarin we een wisselwerking horen tussen zwartgeblakerde post-metal en downtempo passages inclusief diepe heldere zang, schudden Six Feet Under gitarist Ray Suhy en Tomb’s Matt Medeiros meerdere gitaarharmonieën uit hun mouw, de eerste naar pure heavy metal neigend en de tweede meer episch van aard. Het refrein van het stompende “The hunger” wordt vertolkt door Integrity’s Dwid Hellion en neigt daardoor niet alleen muzikaal maar ook qua zang naar downtempo sludge. Op het zeven minuten durende “Secrets of the black sun“, dat handelt over de eindigheid van de mensheid op onze planeet, nemen de new wave en gothrock-invloeden voor het eerst écht de bovenhand. Sera Timms (Ides Of Gemini, Blck Math Horseman) zorgt voor vrouwelijk tegengewicht versus de diepe proclamerende vocalen van Mike en het nummer transmuteert van rustige goth-rock naar een slepend doomnummer. Voor “Descensum” liet Mike zich inspireren door “Ride the lightning” alvorens de deuren van de hel wagenwijd openklappen en er een chromatische single note atonaliteit op ons afgevuurd wordt. Naarmate “Under sullen skies” vordert, creëren akoestische instrumenten, keyboards en gesamplede soundscapes extra textuur. “Mordum” ligt wat in het verlengde van “The hunger” en Psycroptic’s Todd Stern splijt de stampende ritmes en riffs met een gierende solo in twee. “Lex talionis” is met zijn in vitriool gedrenkte tremolo’s zowat het meest ziedende blackmetalnummer van de plaat, maar gaat wat later de meer moderne metal tour op met een vette mosh-break en een chaotische solo. Het typeert de band die zelfs binnen één en hetzelfde nummer nooit voor één gat te vinden is. Ook in “Angel of darkness” trekt Tombs venijnig van leer. De spoken word dialoog die het nummer inzet, werd ingesproken door actrice Cat Cabral die bovendien veel kennis heeft van het esoterische en het occulte en ook Paul Delaney (Black Anvil) leent zijn stembanden aan dit nummer uit. “Sombre ruin” klinkt exact zoals de beelden die de songtitel oproepen en ons aan de film “The road” doen denken waarbij een vader en zijn jonge zoon door de puinhoop van een post-apocalyptisch landschap reizen. Met het toepasselijk getitelde “Plague years” trekt Tombs nog een laatste keer alle registers open: opzwepende tweede golf black metal wordt hier vermengd met hymne-achtige refreinen die de gebalde vuisten de lucht in stuwen en de zwaar beukende sludge horen we stilaan uitsterven totdat enkel de drums van Justin Spaeth nog weerklinken. “Under sullen skies” is by far de meest gevarieerde en allesomvattende Tombs plaat. Een slecht of zelfs middelmatig nummer hoor ik niet. Enkel het korte instrumentale “We move like phantoms” had misschien nog wat verder uitgediept moeten worden want nu lijken het wat riffs te zijn die de band nog op overschot had en willens nillens op tape wou kletsen. Omwille van de vele stijlen en gedaantewisselingen die we horen, zal ieder zo wel zijn favorieten hebben. De mijne wisselen zowat elke luisterbeurt wat een goed teken is.

JOKKE: 85/100

Tombs – Under sullen skies (Season Of Mist 2020)
1. Bone furnace
2. Void constellation
3. Barren
4. The hunger
5. Secrets of the black sun
6. Descensum
7. We move like phantoms
8. Mordum
9. Lex talionis
10. Angel of darkness
11. Sombre ruin
12. Plague years

Briqueville – Quelle

Anonimiteit is het nieuwe normaal geworden in de metalscene. Het verbergen van gelaat en identiteit creëert gelijkheid en voorkomt de verafgoding van een persoonlijkheid. Nu, na verloop van tijd lekken de namen van gemaskerde muzikanten meestal wel uit. Zo niet bij onze landgenoten Briqueville die steevast op en naast het podium in zwarte Nazgûlgewaden en gouden maskers gehuld zijn. Het self-titled debuut uit 2014 klonk veelbelovend, maar van de opvolger “I I” uit 2017 hebben we enkel live enkele nummers gehoord, die ons een pak minder konden bekoren. De band uit het Waasland (ga zelf maar op zoek naar het dorp waaraan de bandnaam ontsproten is) is ondertussen toe aan zijn derde langspeler waarop acht nieuwe, naar goede gewoonte instrumentale, aktes prijken. Recensies die we in de mainstream pers van “Quelle” zagen verschijnen, strooiden de superlatieven kwistig in het rond; Briqueville lijkt wel het nieuwe Amenra te zijn. We mogen best wat meer chauvinistisch zijn op gebied van onze vaderlandse muziekscene, maar wie het heavy genre al wat langer dan vandaag volgt, bekijkt dit collectief misschien toch net wat meer nuchter. Sommige beukende slepende composities zoals de openende akte walsen ons immers niet plat, daarvoor lopen er zwaardere en meer effectieve bands genre Bongripper rond. En ook “Akte XV” en het wat te langdradige afsluitende “Akte XV” wijken niet van de platgereden post-metal/sludge/doom-paden af. Het meer dreigende en apocalyptisch aanvoelende “Akte IX” scoort al beter, net als het meer hoekige, groovende en dronende “Akte XII“. Wat ons betreft is het gemaskerde gezelschap echter op haar best in een song als het op een kwartier afklokkende rustig opbouwende “Akte X” waarin de meer psychedelische kaart getrokken wordt die een soort meditatieve loomheid opwekt en de composities ook een Oosterse tint meegeeft. “Akte XI” en het uit een altijd aanstekelijk werkende zeven achtste maatsoort opgetrokken “Akte XIII” gaat nog een stap verder qua hypnotiserende warmbloedige klanken en bands als Om en Bong komen dan al snel vanachter een in de snikhete woestijn verdwaalde kameel piepen. Die broeierige atmosfeer komt ook naar voor in de hieronder geplaatste videoclip voor het reeds aangehaalde “Akte XV“, die uiteindelijk een kortfilm is geworden en gefilmd werd op een locatie die even goed zou kunnen dienen als inspiratie voor een Kyuss album, waar de band en acteur op de warmste dag van het jaar temperaturen van 40°C trotseerden om toch maar de perfecte toon qua visueel aspect neer te zetten. Het album en de bijhorende clip zijn een reflectie van wat er in dit bevreemdende jaar 2020 aan de hand is. Om te kunnen (over)leven moeten we onze grootste angsten (isolement, eenzaamheid en afzondering) opzij zetten en het leven met opgeheven hoofd trotseren. Met het tijdens de quarantaine geschreven “Quelle” gaat Briqueville op zoek naar het verbindingselement tussen enerzijds het ruwe, het duistere, het mysterieuze, het psychedelische, het zware en het buitenaardse en anderzijds een liefde voor schoonheid en melodie. Deze zoektocht resulteerde in een plaat met tal van beklijvende momenten, maar die nog niet over de ganse lijn écht weet te overtuigen. Vooral halfweg houdt “Quelle” ons stevig in haar greep. Desalniettemin een stevige aanrader voor fans van Hemelbestormer, Sleep, en de aangehaalde referenties.

JOKKE: 82/100

Briqueville – Quelle (Pelagic Records 2020)
1. Akte VIII
2. Akte IX
3. Akte X
4. Akte XI
5. Akte XII
6. Akte XIII
7. Akte XIV
8. Akte XV

Evaporated Sores – Ulcerous dimensions

Evaporated Sores, zei je? Hoe die debuutplaat juist klinkt? … Laten we beginnen bij de eindeloze lagen uiterst onuitstaanbare, haatdragende noise. Gitaarlijnen die zo gruwelijk en atonaal klinken dat je je afvraagt of de band ze ooit nog zou kunnen reproduceren. Wil je dit wel luisteren? Een stem die afkomstig lijkt van een oude vorst die eerst 300 jaar in een duistere kerker vastgeketend moest wegrotten, en zijn volledige karkas door de maden geconsumeerd zag. Een orgie van cymbalen wash en een snaredrum gemaakt van holle botten en een door cysten en laesie vervormd vel. De songstructuren op “Ulcerous dimensions” zijn opgebouwd uit onverteerbare sludge en grind, een ziekelijke tweelingbroer van deathmetal en nog zoveel meer. Geloof me, je wil dit absoluut luisteren – al is het maar om de verschillende, totaal doorgerotte lagen van deze sound te leren begrijpen. Met momenten zijn er zelfs elementen uit slam death te horen, maar vooralsnog lijken de waanzinnig dissonante riffs specifiek geschreven om je zo ongemakkelijk mogelijk te doen voelen. Op het einde van opener “Claimed by inertia” klinkt het alsof een auto door een eeuwenoude, door de grootste horror opgetrokken entiteit werd opgeslokt en tot gruis vermalen, inclusief een soort antidiefstalalarm dat een uiterst zielige poging doet om zijn eigenaar op de hoogte te stellen van zijn afgrijselijke ondergang. Het geheel wordt afgeroomd met ijzige industrial, dreunende en met afgunst doorspekte tonen die uit een parallel universum lijken te komen waar de dood een ontegensprekelijk groot geschenk is. Maar, niet gevreesd, er is ook licht aan het einde van de tunnel! Een deken van weerzinwekkend wrede en industriële noise moet dienen om je op het einde van quasi elk nummer tot rust te brengen. Pas echt onaards, is het feit dat dat lukt. De auditieve aanval waarmee elke nieuwe song aanzet, is dermate onaangenaam dat je het afzichtelijke, van vlees ontdane hand alsnog graag zal aannemen. Evaporated Sores is met deze eerste langspeler op één der sterkste en meest consistente Amerikaanse labels beland, met name Sentient Ruin Laboratories. Een absolute aanrader voor de enkeling bij wie dit niet meteen als dissonante muziek in de oren klinkt. “Ulcerous dimensions” weet zich op momenten zo te vervreemden van alles wat een modale fan muziek zou noemen, dat het bij ondergetekende een brede glimlach op het gezicht toverde. Of dit iedereen evenzeer gaat smaken is natuurlijk nog maar de vraag. Try before you buy!

JULES: 89/100

Evaporated Sores – Ulcerous Dimensions (Sentient Ruin – 2020)
1. Claimed by inertia
2. Eternal inflation
3. Regurgitated existence
4. Infinite remission
5. Rote resurrection
6. Eonic parallel
7. Cosmic indifference

Núll – Entity

De zomer lijkt finaal tot een einde te komen. De wolken zijn niet meer weg te denken, de lucht is grauw en grijs, en het wordt weer vroeg donker. In IJsland daarentegen, is het nooit écht zomer. De dagen zijn gewoon ontiegelijk lang – het is drie uur donker op de langste dag van het jaar. Wat dat met een mens doet, kan Núll je wel vertellen. De band, opgebouwd uit leden van Misþyrming, Carpe Noctem en Naðra, wist Nietzsche’s hamer met zijn debuutplaat “Null & Void” slopend traag tegen je hersenpan te mikken. Zes jaar later staan de heren dan toch klaar met opvolger “Entity”, op het machtige Ván Records. De band speelt nog steeds depressieve en met sludge- en post- doorspekte black metal, alleen doen ze het gevatter en met meer gevoel voor richting. Ik las dat er volgens sommigen heel veel doom aanwezig is in het geluid, maar dat dekt de lading naar mijn bescheiden mening niet echt. De atmosfeer staat centraal, de riffs doen je volledig in je eigen gedachten verdwijnen. Ze zijn vlijmscherp en snijden je huid schijnbaar doelloos open maar bezitten tegelijkertijd een onaardse, helende werking. Núll is verre van dood – al maakt hen dat ontzettend weinig uit. Het nihilisme dat op deze plaat werd vastgelegd, gebrouwen in de diepste krochten van het eiland en gedistilleerd in de vaten van “het nieuwe normaal”, weegt door. ‘t Voelt bijna aan als een fysieke entiteit, die zwelgt, schrokt, en verteert. Het manifesteert zich zorgeloos als een zwart gat in onze allesomvattende kosmos. Je hoort het in de ijzige, fuzzed-out gitaarlijnen, in de hypnotiserende ritmesectie en misschien nog het hardst in de van alle menselijkheid ontwrichte vocalen. S.S. zingt, schreeuwt, krijst en ijlt een heel indrukwekkend palet bij elkaar, en weet de thematische tragiek van “Entity” zo ontzettend mooi vast te leggen. De quasi-Polka van “Reduced beyond the point of renewal” bijt zich vast in je hoofd en blijft zitten tot lang nadat de laatste noten van deze tweede langspeler zijn vervlogen. “Entity” is in zijn totaliteit niet vernieuwend, zelfs niet opvallend. Wél weet de plaat moeiteloos te fascineren, en slaat hij zonder slag of stoot in zijn opzet: je leven van alle doelmatigheid en vreugde ontvreemden. Núll weet de monotonie die een kruisbestuiving als die in IJsland onherroepelijk teweegbrengt op hun geheel eigen manier te doorbreken, en daar ben ik ze alvast heel erg dankbaar voor.

JULES: 84/100

Núll – Entity (Ván Records, 2020)
1. None
2. Reduced beyond the point of renewal
3. Grasping the outer hull of the tangible
4. (em)Pathetic
5. Conjoin the vacuous
6. An idiosyncratic mirage

Witch Trail – The sun has left the hill

Naast, of net door het feit dat Laurens en Jeffrey me regelmatig voorzien van financiële en andere katers zou een mens bijna vergeten dat de heren er samen met Hendrik ook nog een orkestje op nahouden. Witch Trail heet het beestje, en zijn aard is diffuus en moeilijk te omschrijven. Met “The sun has left the hill” zijn de heren aan hun tweede full length toe, waarop ze de eigenzinnige weg die ze na hun blackthrash-verleden hebben ingeslagen verder bewandelen. Roze albumhoezen zijn sinds 2013 in, en wat het Gentse trio ons visueel toont is even moeilijk te omschrijven als eender welke genredefiniëring die we op de band kunnen plakken. Mijn beste gok is een lsd-tab omringd door de visuele effecten ervan, en daarmee zitten we eigenlijk niet ver van de omschrijving van de muziek af. Naast de overduidelijke fundering die uit het black metalboekje wordt gehaald experimenteren de heren gretig met invloeden uit sludge, grunge, krautrock en wat nog. Opener “Sinking” knalt er meteen vrij uptempo in waar heldere leads in schril contrast staan met de beukende blastbeats en Jeffreys getormenteerd gekrijs, en zet meteen de toon voor het komende halfuur aan geëxperimenteer en eclecticisme. Dat Laurens niet kan tellen hoor je er niet aan, want zijn drumspel zit retestrak – wat ik ook kan beamen na een zweterige, broeierige releaseshow in een veel te klein café in november. Met “Stupor” gaan de heren een meer speelse, haast funky kant op en wordt zowaar een postpunk nummer in de plaat verwerkt. “Silent running” wordt dan weer sludgy op gang getrokken alvorens postrockgewijs op te bouwen richting “Afloat”, waarin halfweg een stuk pure manie – compleet met overslaande krijsen wordt ontketend, om daarna enkele gitaarsolo’s uit de mouw te schudden. Afsluiter “Residue” is meteen ook het meest tegendraadse nummer op een toch al eigenwijze plaat. Dankzij de garage-achtige sound (ingeblikt bij Go To Eleven) krijgt het geheel een rauw en vuil kantje mee. “The sun has left the hill” is geen spek naar ieders bek, maar liefhebbers van intrigerende, genre-combinerende en inventieve muziek zullen bij herhaalde luisterbeurten steeds iets nieuw ontdekken tijdens deze halfuur durende trip, die fysiek vereeuwigd werd dankzij Consouling Sounds en Babylon Doom Cult Records. Licht verteerbaar is het allemaal niet, maar dat houdt het net interessant. Zonder blikken of blozen kan gesteld worden dat mijn geliefde Gentse scene springlevend is, en Witch Trail is hier één van de voortrekkers van!

CAS: 83/100

Witch Trail – The sun has left the hill (Consouling Sounds & Babylon Doom Cult Records, 2019)
1. Sinking
2. Watcher
3. Stupor
4. Lucid
5. Silent running
6. Afloat
7. Residue

Lord Mantis – Universal death church

Na de zelfmoord van drummer Bill Bumgardner in 2016 leek het na twee EP’s en drie langspelers game over te zijn voor het geniale Lord Mantis. Maar kijk, het bloed kruipt waar het niet gaan kan en recent verscheen in de vorm van “Universal death church” een vierde plaat. Oprichter en songschrijver Andrew Markuszewski liet zich hiervoor bijstaan door Abigail Williams frontman Ken Sorceron op gitaar, Indian frontman Dylan O’Toole, die links en rechts wat zang voor zijn rekening nam, en ex-The Faceless drummer Bryce Butler die Bumgardner’s plaats op de drumkruk inneemt. Maaaaaar…het beste moet nog komen want de verloren zoon Charlie Fell keert terug als zanger/bassist nadat hij na de release van “Death mask” wegens allerhande verslavingen uit de band werd gesjot. De plooien lijken nu gladgestreken te zijn en daar zijn we maar wat blij mee. Fell is immers één van de beste frontmannen in het sludge genre en kon in tussentijd aan het werk gehoord/gezien worden bij het eveneens geniale Cobalt op diens “Slow forever“-plaat. “Qliphotic alpha” en “Damocles falls” werden naar aanloop van de “comeback” op de mensheid losgelaten en beloofden het allerbeste. Die eerste track bevat halfweg een serieuze mood shift waarbij beukende sludge tsunami’s in meer melodieuze wateren overgaan. En we horen net als op ouder werk her en der een vocoder die Fell’s vocalen door de mangel haalt. “Damocles falls” grijpt terug naar het “Pervertor“-era, mijn favoriete plaat van de band. “God’s animal” is een vrij a-typisch nummer want we horen hierin een voorliefde voor heavy metal doorschemeren hoewel Lord Mantis’ sludge doorgaans met industriële elementen doorspekt is (invloeden van Ministry en Skinny Puppy kunnen dan ook niet ontkend worden). Luister maar eens naar het mechanische “Consciousness.exe” waar tevens een oeroude Isis-vibe doorheen waait. In het daaropvolgende “Low entropy narcosis” neemt Lord Mantis middels akoestische gitaren en een Death in June en Current 93-vibe een u-turn van jewelste. Geslaagd experiment als je het mij vraagt, want de duisternis blijft inherent ook al zwijgen de versterkers. Dat de muzikanten ook niet vies zijn van een streep vuile black, horen we in de kort maar krachtige opener “Santa muerte” en “Fleshworld” waar we zelfs op een heus blastfestijn getrakteerd worden. Deze zwartgeblakerde noise-orkaan mondt uiteindelijk uit in een portie beklijvende doom. “Universal death church” doet het licht uit middels het epische “Hole” dat gastbijdrages kent van producer Sanford Parker op synths en Yakuza’s Bruce Lamont op saxofoon. Het levert heerlijk verwrongen twists op in een apocalyptisch geluidsuniversum dat al niet aan tere zieltjes besteed is. “Universal death church” is Lord Mantis’ meest gevarieerde plaat tot op heden geworden. Of ze nu Mike Tyson-gewijs sludge uppercuts uitdelen, pekzwarte noise uitademen, steriele industriële klanken smeden, introspectieve akoestische nummers schrijven of de black metal tour opgaan, Lord Mantis excelleert als geen ander.

JOKKE: 91/100

Lord Mantis – Universal death church (Profound Lore 2019)
1. Santa muerte
2. God’s animal
3. Qliphotic alpha
4. Consciousness.exe
5. Low entropy narcosis
6. Damocles falls
7. Fleshworld
8. Hole

Throatsnapper – About the dead

Throatsnapper is een naam die de fervente concertganger van de Lage Landen waarschijnlijk al meermaals op een podium is tegengekomen. Vier jaar na de gelijknamige EP, is het tijd voor het echte werk en leveren de vier Antwerpenaars een eerste langspeler aan waarvoor het eigenwijze Consouling Sounds bereid gevonden werd het onding te verspreiden. “About the dead” is het naamkaartje dat de plaat meekreeg en titels als “From wood to gallows” en “Dodenmars” maken, net als het knappe artwork, meteen duidelijk waar de teksten zoal over handelen. Throatsnapper speelt een mix van sludge, post-metal en doom die dankzij een Much Luve Studio-productie en mastering door Maurice de Jong (Gnaw Their Tongues) loodzwaar uit de boxen knalt. Het is echter niet 36 minuten lang het cement uit de voegen blazen zoals in opener “Another way” want het daaropvolgende “From wood to gallows” kent ook vele slepende passages. Met de zang wordt gedoseerd omgegaan, maar wanneer de bulderende en echoënde vocalen van bassist Wouter Goolaerts losbarsten, schreeuwen ze een verhaal vol pijn, leed en smart. Het van een bijzondere videoclip voorziene “Why” is hier een mooi voorbeeld van. Gitaartandem Jannick Van den Bogaert (Seethr, ex-Slecht) en Jens DePetter (ex-Lemuria en ex-My Lament) schipperen voortdurend heen en weer tussen sludgeriffs, melodieuze leads en naar post-metal neigende climaxen. Drummer Jan Cassiers (ex-Slecht) laat horen veel vooruitgang te hebben geboekt en wisselt vlotjes tussen verschillende tempo’s. Throatsnapper speelt niet de meest heftige sludge vol sloophamerriffs, maar weet door het vernuftig inbouwen van meeslepende melodieën zoals in “To Hades” en “Dodenmars” en pakkende zang een beklijvend werkje neer te zetten. Chapeau!

JOKKE: 82/100

Throatsnapper – About the dead (Consouling Sounds 2019)
1. Another way
2. From wood to gallows
3. Why
4. Wintermoon
5. To Hades
6. Dodenmars

Morast – Il nostro silenzio

Het Duitse Morast wist ons twee jaar geleden danig van onze sokken te blazen met het debuut “Ancestral void“. De loodzware combinatie van doom en sludge met een zwartgallig randje wordt op de opvolger “Il nostro silenzio” nog verder uitgepuurd wat resulteert in een next level uppercut. De sound is dankzij een uitstekende productie van Michael Zech (The Source Studio) en mastering door Victor Santura (Woodshed Studio) iets helderder dan het debuut, maar klinkt nog steeds monolithisch, episch en beukend zonder aan impact in te boeten. “A farewell” zou je op basis van diens titel eerder als afsluiter verwachten, maar als opener kan dit nummer met uit-traditionele-doom-overgenomen melodieën tellen. Het daaropvolgende “Cut” kent een gotisch getinte start (Tiamat iemand?) met een eerste (geslaagd) experiment met cleane zang maar verkent later de diepere regionen en is mede dankzij haar agressiever karakter een kopstoot van jewelste. Ook “Nachtluft” trekt de bulderkaart en doet ons middenrif op haar grondvesten daveren. Hier kan een band als Tombs tegenwoordig nog wat van leren! “RLS” ademt een sinistere sfeer uit, bevat semi-cleane bijna verhalende vocalen en doet wat aan Triptykon denken. De Italiaans getitelde titeltrack bouwt voornamelijk op een dreigende atmosfeer en ontketent voortdurend haar energie middels stormachtig gedonder. Wanneer pakkende en slepende melodieën zoals in “November” de beukende riffs vergezellen, duiken opnieuw invloeden van oude-doomgrootheden zoals My Dying Bride, Paradise Lost of Anathema op, hoewel Morast wel een pak heavier klinkt. Door deze epische melodieën in haar beukende doom in te bouwen, is de pakkendheidsfactor alleen maar toegenomen en is “Il nostro silenzio” geen herhalingsoefening geworden van het debuut. Checken die handel!

JOKKE: 87/100

Morast – Il nostro silenzio (Ván Records/Totenmusik 2019)
1. A farewell
2. Cut
3. Il nostro silenzio
4. RLS
5. Nachtluft
6. November