sludge

Evaporated Sores – Ulcerous dimensions

Evaporated Sores, zei je? Hoe die debuutplaat juist klinkt? … Laten we beginnen bij de eindeloze lagen uiterst onuitstaanbare, haatdragende noise. Gitaarlijnen die zo gruwelijk en atonaal klinken dat je je afvraagt of de band ze ooit nog zou kunnen reproduceren. Wil je dit wel luisteren? Een stem die afkomstig lijkt van een oude vorst die eerst 300 jaar in een duistere kerker vastgeketend moest wegrotten, en zijn volledige karkas door de maden geconsumeerd zag. Een orgie van cymbalen wash en een snaredrum gemaakt van holle botten en een door cysten en laesie vervormd vel. De songstructuren op “Ulcerous dimensions” zijn opgebouwd uit onverteerbare sludge en grind, een ziekelijke tweelingbroer van deathmetal en nog zoveel meer. Geloof me, je wil dit absoluut luisteren – al is het maar om de verschillende, totaal doorgerotte lagen van deze sound te leren begrijpen. Met momenten zijn er zelfs elementen uit slam death te horen, maar vooralsnog lijken de waanzinnig dissonante riffs specifiek geschreven om je zo ongemakkelijk mogelijk te doen voelen. Op het einde van opener “Claimed by inertia” klinkt het alsof een auto door een eeuwenoude, door de grootste horror opgetrokken entiteit werd opgeslokt en tot gruis vermalen, inclusief een soort antidiefstalalarm dat een uiterst zielige poging doet om zijn eigenaar op de hoogte te stellen van zijn afgrijselijke ondergang. Het geheel wordt afgeroomd met ijzige industrial, dreunende en met afgunst doorspekte tonen die uit een parallel universum lijken te komen waar de dood een ontegensprekelijk groot geschenk is. Maar, niet gevreesd, er is ook licht aan het einde van de tunnel! Een deken van weerzinwekkend wrede en industriële noise moet dienen om je op het einde van quasi elk nummer tot rust te brengen. Pas echt onaards, is het feit dat dat lukt. De auditieve aanval waarmee elke nieuwe song aanzet, is dermate onaangenaam dat je het afzichtelijke, van vlees ontdane hand alsnog graag zal aannemen. Evaporated Sores is met deze eerste langspeler op één der sterkste en meest consistente Amerikaanse labels beland, met name Sentient Ruin Laboratories. Een absolute aanrader voor de enkeling bij wie dit niet meteen als dissonante muziek in de oren klinkt. “Ulcerous dimensions” weet zich op momenten zo te vervreemden van alles wat een modale fan muziek zou noemen, dat het bij ondergetekende een brede glimlach op het gezicht toverde. Of dit iedereen evenzeer gaat smaken is natuurlijk nog maar de vraag. Try before you buy!

JULES: 89/100

Evaporated Sores – Ulcerous Dimensions (Sentient Ruin – 2020)
1. Claimed by inertia
2. Eternal inflation
3. Regurgitated existence
4. Infinite remission
5. Rote resurrection
6. Eonic parallel
7. Cosmic indifference

Núll – Entity

De zomer lijkt finaal tot een einde te komen. De wolken zijn niet meer weg te denken, de lucht is grauw en grijs, en het wordt weer vroeg donker. In IJsland daarentegen, is het nooit écht zomer. De dagen zijn gewoon ontiegelijk lang – het is drie uur donker op de langste dag van het jaar. Wat dat met een mens doet, kan Núll je wel vertellen. De band, opgebouwd uit leden van Misþyrming, Carpe Noctem en Naðra, wist Nietzsche’s hamer met zijn debuutplaat “Null & Void” slopend traag tegen je hersenpan te mikken. Zes jaar later staan de heren dan toch klaar met opvolger “Entity”, op het machtige Ván Records. De band speelt nog steeds depressieve en met sludge- en post- doorspekte black metal, alleen doen ze het gevatter en met meer gevoel voor richting. Ik las dat er volgens sommigen heel veel doom aanwezig is in het geluid, maar dat dekt de lading naar mijn bescheiden mening niet echt. De atmosfeer staat centraal, de riffs doen je volledig in je eigen gedachten verdwijnen. Ze zijn vlijmscherp en snijden je huid schijnbaar doelloos open maar bezitten tegelijkertijd een onaardse, helende werking. Núll is verre van dood – al maakt hen dat ontzettend weinig uit. Het nihilisme dat op deze plaat werd vastgelegd, gebrouwen in de diepste krochten van het eiland en gedistilleerd in de vaten van “het nieuwe normaal”, weegt door. ‘t Voelt bijna aan als een fysieke entiteit, die zwelgt, schrokt, en verteert. Het manifesteert zich zorgeloos als een zwart gat in onze allesomvattende kosmos. Je hoort het in de ijzige, fuzzed-out gitaarlijnen, in de hypnotiserende ritmesectie en misschien nog het hardst in de van alle menselijkheid ontwrichte vocalen. S.S. zingt, schreeuwt, krijst en ijlt een heel indrukwekkend palet bij elkaar, en weet de thematische tragiek van “Entity” zo ontzettend mooi vast te leggen. De quasi-Polka van “Reduced beyond the point of renewal” bijt zich vast in je hoofd en blijft zitten tot lang nadat de laatste noten van deze tweede langspeler zijn vervlogen. “Entity” is in zijn totaliteit niet vernieuwend, zelfs niet opvallend. Wél weet de plaat moeiteloos te fascineren, en slaat hij zonder slag of stoot in zijn opzet: je leven van alle doelmatigheid en vreugde ontvreemden. Núll weet de monotonie die een kruisbestuiving als die in IJsland onherroepelijk teweegbrengt op hun geheel eigen manier te doorbreken, en daar ben ik ze alvast heel erg dankbaar voor.

JULES: 84/100

Núll – Entity (Ván Records, 2020)
1. None
2. Reduced beyond the point of renewal
3. Grasping the outer hull of the tangible
4. (em)Pathetic
5. Conjoin the vacuous
6. An idiosyncratic mirage

Witch Trail – The sun has left the hill

Naast, of net door het feit dat Laurens en Jeffrey me regelmatig voorzien van financiële en andere katers zou een mens bijna vergeten dat de heren er samen met Hendrik ook nog een orkestje op nahouden. Witch Trail heet het beestje, en zijn aard is diffuus en moeilijk te omschrijven. Met “The sun has left the hill” zijn de heren aan hun tweede full length toe, waarop ze de eigenzinnige weg die ze na hun blackthrash-verleden hebben ingeslagen verder bewandelen. Roze albumhoezen zijn sinds 2013 in, en wat het Gentse trio ons visueel toont is even moeilijk te omschrijven als eender welke genredefiniëring die we op de band kunnen plakken. Mijn beste gok is een lsd-tab omringd door de visuele effecten ervan, en daarmee zitten we eigenlijk niet ver van de omschrijving van de muziek af. Naast de overduidelijke fundering die uit het black metalboekje wordt gehaald experimenteren de heren gretig met invloeden uit sludge, grunge, krautrock en wat nog. Opener “Sinking” knalt er meteen vrij uptempo in waar heldere leads in schril contrast staan met de beukende blastbeats en Jeffreys getormenteerd gekrijs, en zet meteen de toon voor het komende halfuur aan geëxperimenteer en eclecticisme. Dat Laurens niet kan tellen hoor je er niet aan, want zijn drumspel zit retestrak – wat ik ook kan beamen na een zweterige, broeierige releaseshow in een veel te klein café in november. Met “Stupor” gaan de heren een meer speelse, haast funky kant op en wordt zowaar een postpunk nummer in de plaat verwerkt. “Silent running” wordt dan weer sludgy op gang getrokken alvorens postrockgewijs op te bouwen richting “Afloat”, waarin halfweg een stuk pure manie – compleet met overslaande krijsen wordt ontketend, om daarna enkele gitaarsolo’s uit de mouw te schudden. Afsluiter “Residue” is meteen ook het meest tegendraadse nummer op een toch al eigenwijze plaat. Dankzij de garage-achtige sound (ingeblikt bij Go To Eleven) krijgt het geheel een rauw en vuil kantje mee. “The sun has left the hill” is geen spek naar ieders bek, maar liefhebbers van intrigerende, genre-combinerende en inventieve muziek zullen bij herhaalde luisterbeurten steeds iets nieuw ontdekken tijdens deze halfuur durende trip, die fysiek vereeuwigd werd dankzij Consouling Sounds en Babylon Doom Cult Records. Licht verteerbaar is het allemaal niet, maar dat houdt het net interessant. Zonder blikken of blozen kan gesteld worden dat mijn geliefde Gentse scene springlevend is, en Witch Trail is hier één van de voortrekkers van!

CAS: 83/100

Witch Trail – The sun has left the hill (Consouling Sounds & Babylon Doom Cult Records, 2019)
1. Sinking
2. Watcher
3. Stupor
4. Lucid
5. Silent running
6. Afloat
7. Residue

Lord Mantis – Universal death church

Na de zelfmoord van drummer Bill Bumgardner in 2016 leek het na twee EP’s en drie langspelers game over te zijn voor het geniale Lord Mantis. Maar kijk, het bloed kruipt waar het niet gaan kan en recent verscheen in de vorm van “Universal death church” een vierde plaat. Oprichter en songschrijver Andrew Markuszewski liet zich hiervoor bijstaan door Abigail Williams frontman Ken Sorceron op gitaar, Indian frontman Dylan O’Toole, die links en rechts wat zang voor zijn rekening nam, en ex-The Faceless drummer Bryce Butler die Bumgardner’s plaats op de drumkruk inneemt. Maaaaaar…het beste moet nog komen want de verloren zoon Charlie Fell keert terug als zanger/bassist nadat hij na de release van “Death mask” wegens allerhande verslavingen uit de band werd gesjot. De plooien lijken nu gladgestreken te zijn en daar zijn we maar wat blij mee. Fell is immers één van de beste frontmannen in het sludge genre en kon in tussentijd aan het werk gehoord/gezien worden bij het eveneens geniale Cobalt op diens “Slow forever“-plaat. “Qliphotic alpha” en “Damocles falls” werden naar aanloop van de “comeback” op de mensheid losgelaten en beloofden het allerbeste. Die eerste track bevat halfweg een serieuze mood shift waarbij beukende sludge tsunami’s in meer melodieuze wateren overgaan. En we horen net als op ouder werk her en der een vocoder die Fell’s vocalen door de mangel haalt. “Damocles falls” grijpt terug naar het “Pervertor“-era, mijn favoriete plaat van de band. “God’s animal” is een vrij a-typisch nummer want we horen hierin een voorliefde voor heavy metal doorschemeren hoewel Lord Mantis’ sludge doorgaans met industriële elementen doorspekt is (invloeden van Ministry en Skinny Puppy kunnen dan ook niet ontkend worden). Luister maar eens naar het mechanische “Consciousness.exe” waar tevens een oeroude Isis-vibe doorheen waait. In het daaropvolgende “Low entropy narcosis” neemt Lord Mantis middels akoestische gitaren en een Death in June en Current 93-vibe een u-turn van jewelste. Geslaagd experiment als je het mij vraagt, want de duisternis blijft inherent ook al zwijgen de versterkers. Dat de muzikanten ook niet vies zijn van een streep vuile black, horen we in de kort maar krachtige opener “Santa muerte” en “Fleshworld” waar we zelfs op een heus blastfestijn getrakteerd worden. Deze zwartgeblakerde noise-orkaan mondt uiteindelijk uit in een portie beklijvende doom. “Universal death church” doet het licht uit middels het epische “Hole” dat gastbijdrages kent van producer Sanford Parker op synths en Yakuza’s Bruce Lamont op saxofoon. Het levert heerlijk verwrongen twists op in een apocalyptisch geluidsuniversum dat al niet aan tere zieltjes besteed is. “Universal death church” is Lord Mantis’ meest gevarieerde plaat tot op heden geworden. Of ze nu Mike Tyson-gewijs sludge uppercuts uitdelen, pekzwarte noise uitademen, steriele industriële klanken smeden, introspectieve akoestische nummers schrijven of de black metal tour opgaan, Lord Mantis excelleert als geen ander.

JOKKE: 91/100

Lord Mantis – Universal death church (Profound Lore 2019)
1. Santa muerte
2. God’s animal
3. Qliphotic alpha
4. Consciousness.exe
5. Low entropy narcosis
6. Damocles falls
7. Fleshworld
8. Hole

Throatsnapper – About the dead

Throatsnapper is een naam die de fervente concertganger van de Lage Landen waarschijnlijk al meermaals op een podium is tegengekomen. Vier jaar na de gelijknamige EP, is het tijd voor het echte werk en leveren de vier Antwerpenaars een eerste langspeler aan waarvoor het eigenwijze Consouling Sounds bereid gevonden werd het onding te verspreiden. “About the dead” is het naamkaartje dat de plaat meekreeg en titels als “From wood to gallows” en “Dodenmars” maken, net als het knappe artwork, meteen duidelijk waar de teksten zoal over handelen. Throatsnapper speelt een mix van sludge, post-metal en doom die dankzij een Much Luve Studio-productie en mastering door Maurice de Jong (Gnaw Their Tongues) loodzwaar uit de boxen knalt. Het is echter niet 36 minuten lang het cement uit de voegen blazen zoals in opener “Another way” want het daaropvolgende “From wood to gallows” kent ook vele slepende passages. Met de zang wordt gedoseerd omgegaan, maar wanneer de bulderende en echoënde vocalen van bassist Wouter Goolaerts losbarsten, schreeuwen ze een verhaal vol pijn, leed en smart. Het van een bijzondere videoclip voorziene “Why” is hier een mooi voorbeeld van. Gitaartandem Jannick Van den Bogaert (Seethr, ex-Slecht) en Jens DePetter (ex-Lemuria en ex-My Lament) schipperen voortdurend heen en weer tussen sludgeriffs, melodieuze leads en naar post-metal neigende climaxen. Drummer Jan Cassiers (ex-Slecht) laat horen veel vooruitgang te hebben geboekt en wisselt vlotjes tussen verschillende tempo’s. Throatsnapper speelt niet de meest heftige sludge vol sloophamerriffs, maar weet door het vernuftig inbouwen van meeslepende melodieën zoals in “To Hades” en “Dodenmars” en pakkende zang een beklijvend werkje neer te zetten. Chapeau!

JOKKE: 82/100

Throatsnapper – About the dead (Consouling Sounds 2019)
1. Another way
2. From wood to gallows
3. Why
4. Wintermoon
5. To Hades
6. Dodenmars

Morast – Il nostro silenzio

Het Duitse Morast wist ons twee jaar geleden danig van onze sokken te blazen met het debuut “Ancestral void“. De loodzware combinatie van doom en sludge met een zwartgallig randje wordt op de opvolger “Il nostro silenzio” nog verder uitgepuurd wat resulteert in een next level uppercut. De sound is dankzij een uitstekende productie van Michael Zech (The Source Studio) en mastering door Victor Santura (Woodshed Studio) iets helderder dan het debuut, maar klinkt nog steeds monolithisch, episch en beukend zonder aan impact in te boeten. “A farewell” zou je op basis van diens titel eerder als afsluiter verwachten, maar als opener kan dit nummer met uit-traditionele-doom-overgenomen melodieën tellen. Het daaropvolgende “Cut” kent een gotisch getinte start (Tiamat iemand?) met een eerste (geslaagd) experiment met cleane zang maar verkent later de diepere regionen en is mede dankzij haar agressiever karakter een kopstoot van jewelste. Ook “Nachtluft” trekt de bulderkaart en doet ons middenrif op haar grondvesten daveren. Hier kan een band als Tombs tegenwoordig nog wat van leren! “RLS” ademt een sinistere sfeer uit, bevat semi-cleane bijna verhalende vocalen en doet wat aan Triptykon denken. De Italiaans getitelde titeltrack bouwt voornamelijk op een dreigende atmosfeer en ontketent voortdurend haar energie middels stormachtig gedonder. Wanneer pakkende en slepende melodieën zoals in “November” de beukende riffs vergezellen, duiken opnieuw invloeden van oude-doomgrootheden zoals My Dying Bride, Paradise Lost of Anathema op, hoewel Morast wel een pak heavier klinkt. Door deze epische melodieën in haar beukende doom in te bouwen, is de pakkendheidsfactor alleen maar toegenomen en is “Il nostro silenzio” geen herhalingsoefening geworden van het debuut. Checken die handel!

JOKKE: 87/100

Morast – Il nostro silenzio (Ván Records/Totenmusik 2019)
1. A farewell
2. Cut
3. Il nostro silenzio
4. RLS
5. Nachtluft
6. November

Hope Drone – Void lustre

Vier jaar na de release van “Cloak of ash“, die we destijds een dikke score gaven, keert het uit Brisbane, Australië afkomstige Hope Drone terug met een opvolger genaamd “Void lustre“. De vorige langspeler was met zevenzeventig minuten speeltijd een monolithische plaat en ook nu weer koos het kwartet niet voor een snelle oplossing want “Void lustre” klikt ook op meer dan een uur speeltijd af. Ondanks het feit dat het schrijfproces niet van een leien dakje liep, zijn de ingrediënten nog steeds dezelfde gebleven. Hope Drone zoekt immers het spanningsveld op tussen woeste black metal-uitspattingen, bulderende en slepende sludge en weids klinkende post-rock melodieën. De Australiërs zijn nog steeds op zoek naar een hoopvolle catharsis wat zich uit in de vele meditatieve rustigere en meer atmosferische passages, maar de existentiële wanhoop blijft onderhuids aanwezig en komt tot uiting wanneer de gas- en effectenpedalen ingedrukt worden of wanneer de oorverdovende dronende pulsen als woeste golven op je inbeuken. De dichtgepakte sound is afkomstig van de Underground Audio Studio alwaar Hope Drone naar gewoonte samenwerkte met Christopher Brownbill. De mastering was in handen van Mell Dettmer die reeds eerder voor bands als Earth, SunnO))) en Wolves In The Throne Room werkte. Dit type post-black is ondertussen al even uitgemolken als FC De Kampioenen, hoewel liefhebbers van Downfall Of Gaia, Isis, Ultha of Fall Of Efrafa hier waarschijnlijk wel nog steeds wild van worden. “Void lustre” is dan ook een zeer degelijk werkstuk, maar omdat de melodieuze uitspattingen me net wat minder raken, zit er deze keer geen “negen” in.

JOKKE: 81/100

Hope Drone – Void lustre (Moment Of Collapse Records 2019)
1. Being into nothingness
2. Forged by the tide
3. In floods & depths
4. This body will be ash
5. In shifting lights