sludge

Kludde – In de kwelm

Met nieuw werk van Kludde kent de Belgische black metal-scene haar zoveelste wederopstanding. Een jaar na de release van debuut “In den vergetelheid” werd in 2009 de stekker eruit getrokken totdat het in 2014 terug begon te kriebelen. Stichtend lid en zanger Uglúk hield het in 2015 voor bekeken maar gitarist Snoodaert – die er eveneens van in den beginne bij was – deed stug voort, verzamelde nieuwe bandleden en trok in 2018 de studio in met “In de kwelm” als resultaat. Het wordt bij opener “Schabouwelijke praktijken I: De rabauwen” meteen duidelijk dat de Aalstse band nog nooit zo zwaar geklonken heeft als op dit nieuwe werk. Kludde rockt er meermaals als een soort zwartgeblakerde High On Fire op los met massieve riffs en een beukende ritmesectie. Een recht-voor-de-raap nummer als “Kludde IV” vormt een ware aanslag op de nekspieren en doet wat aan het Nederlandse Herder denken, des te meer daar er ook een melodieuze gitaarsolo passeert. Ook in “Bloedkoesj” gieren en scheuren de gitaren erop los terwijl Cerulean – die de plaat ook opnam – de longen uit zijn lijf brult en we horen de black metal-invloeden uit het verleden lichtjes doorschemeren. In “Schramoeille” wordt het tempo aanvankelijk teruggeschroefd en grossiert het kwartet opnieuw in een aanstekelijke mix van blackened sludge en stoner, maar aan het einde van het nummer laat drummer Vellekläsjer zien ook een blast uit zijn ledematen te kunnen trekken. “Kasteelke van verdoemenis” is melodieuzer van opzet en contrasteert met het heerlijk opzwepende “Poesjkapelle” waarin de zanger opnieuw een gitaarsolo in de strijd gooit. Meer black metal als in het furieuze “Schabouwelijke praktijken II: De commerçant” wordt het op “In de kwelm” niet. Goed om te horen dat Kludde het nog niet verleerd is om ziedende black te spelen! De “Laatste reis” breit een tien minuten durend einde aan de plaat en laat heel wat ruimte waarin gestaag de spanning opgebouwd wordt totdat de black metal-demonen opnieuw losgelaten worden en we een finale pandoering op ons muil krijgen. Kludde levert met “In de kwelm” een plaat af die het oude werk simpelweg verpulvert!

JOKKE: 85/100

Kludde – In de kwelm (Consouling Sounds 2019)
1. Schabouwelijke praktijken I: De rabauwen
2. Kludde IV
3. Bloedkoesj
4. Schramoeille
5. Kasteelke van verdoemenis
6. Poesjkapelle
7. Schabouwelijke praktijken II: De commerçant
8. De laatste reis

Witches Brew – Witches Brew

We duiken nogmaals de diepe ondergrondse krochten van de Nederlandse extreme metal in, deze keer met de self titled demo van Witches Brew uit Nijmegen die vakkundig op tape wordt uitgebracht via Levertraan. Witches Brew is niet aan haar proefstuk toe, want er werden reeds vier voorgaande brouwsels gesoupeerd waarvan één tête-à-tête met Throw Me In The Crater. Opener “Wyrmsele” pruttelt misschien net iets té lang alvorens een vuile en ruige mix van black metal en sludge uit de diepte opborrelt. “One hand on the rose” laat de feedback welig tieren en beukt er serieus op los. De zware slagkracht van de basgitaar en de verwrongen vocalen hebben de jongens gemeen met onze landgenoten Alkerdeel, maar we horen ook de nodige invloeden van een Beherit of Discharge. “Ash and bone” sleept zich aanvankelijk op een sludgy doomtempo voort, maar daarna wordt er wat vuur bijgestookt om de dampende herrie aan de kook te brengen. “Stasis interrupted” smijt dan weer ouderwets hakkende drumritmes in de old-school herrie. In “Innse gall” krijgen we opnieuw een pruttelende smurrie voorgeschoteld waar enkel zwaar ronkende basdampen in te bespeuren vallen…een beetje eentonig en dit maar liefst acht minuten lang. Ik verwachte met het afsluitende “Loathsome worm” dan toch nog een brok nasmeulende teringherrie op mijn bord gesmeten te krijgen, maar opnieuw is dit eerder een soort van outro met overstuurde basklanken en minimalistische keyboards. Beetje jammer dat slechts minder dan de helft van dit dik half uur durende brouwsel uit “echte” nummers bestaat. Maar die paar songs die we dan toch te horen krijgen, klinken wel moddervet, hoewel de furie ten opzichte van de vorige tapes ook net iets minder is.

JOKKE: 79/100

Witches Brew – Witches Brew (Levertraan 2019)
1. Wyrmsele
2. One hand on the rose
3. Shadows on the wood
4. Ash and bone
5. Stasis interrupted
6. Innse gall
7. Loathsome worm

Kuar Nhial – Kuar Nhial

Achter de enigmatische bandnaam Kuar Nhial gaat een Gents trio schuil. De band bestaande uit gitarist Wouter Duprez, drummer/zanger Mathieu Mathlovsky en zanger/bassist Niels Brown is met dit gelijknamige debuut aan haar proefstuk toe, maar de heren deden ook reeds de nodige ervaring op bij o.a. Barst, Lichtschade, Vonnis, Orange Hill en The Tragedy We Live In. Het Gentse alom geprezen Consouling Sounds bood onderdak aan de band. De sonische output valt te situeren in de schemerzone tussen post-metal en black ofte post-black dus. De serene openingstonen van “Corvus” missen hun doel niet, maar al gauw schakelt het trio over naar rauwe post-metal om tenslotte in hoogste versnelling de black metal-kaart te trekken. Fijne vaststelling is dat interessante basloopjes Alkerdeelsgewijs een bepalende factor in het totaalgeluid vormen. Atmosferische passages en wilde uithalen wisselen mekaar af in “Nonam“, een nummer dat verder gedreven wordt door instinctmatig drumwerk. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat de eerder aan hardcore en sludge referende vocalen me persoonlijk minder liggen, maar dat is natuurlijk smaak. Gelukkig worden ze eerder sporadisch ingezet. “Spiraal” opent met een ferme black metal-riff en biedt meer ruimte voor mid-tempo atmosfeer, maar het is vooral “Lamantate” die met alle pluimen gaat lopen. Deze met allerhande effecten doorspekte instrumentale track ontpopt zich tot een psychedelische kopstoot waarin weids klinkende post-metal grandeur, ronkende baslijnen en repetitief, maar tegelijk ook opzwepend drumwerk elkaar versterken. Van black metal is hier geen sprake meer, maar dat vinden we allerminst erg. Een knappe debuut-EP die een mooie dwarsdoorsnede laat horen van wat Kuar Nhial ons in de toekomst nog allemaal kan bieden.

JOKKE: 79/100

Kuar Nhial – Kuar Nhial (Consouling Sounds 2018)
1. Corvus
2. Nonam
3. Spiraal
4. Lamantate

Rituals Of The Dead Hand – Blood oath

Onze landgenoot Filip Dupont lijkt zelfs als hij slaapt muziek te schrijven. De Diepenbekenaar bracht eerder dit jaar nog een tweede langspeler (“A ring of blue light“) met Hemelbestormer uit en houdt er menig ander project op na waaronder het nagelnieuwe Rituals Of The Dead Hand, waarmee hij zijn liefde voor black en death metal wil uiten nadat zijn geesteskind Gorath er in 2013 het bijltje bij neergooide. Oude liefde roest blijkbaar niet en hij trok aan de drumstokken van mede-Hemelbestormer Frederic Cosemans om dit nieuwe project ritmisch te ondersteunen. Tekstuele interpretatie werd gevonden in de oude lokale folkloristische volksverhalen van de bokkenrijders en “Blood oath” vertelt het verhaal vanuit hun perspectief. Het thema weerspiegelt zich ook in het cover artwork waarop we een custom made schilderij zien van een oude boom die dicht bij hun thuisstad staat en waarrond de bokkenrijders volgens de legende zouden verzameld hebben alvorens op een roof- en plundertocht te vertrekken. Over het algemeen grijpt de sound van de vier lange nummers – “The gathering” is een intermezzo – terug naar Gorath’s zwanenzang “The chronicles of Khiliasmos” waarop black metal gemixt werd met elementen uit sludge en post-metal. Zo bevat opener “Bonderkuil” wel wat referenties naar Amenra en Hemelbestormer alvorens invloeden van de recente Satyricon opduiken. Addergebroed-lezers zullen wel weten dat ik niet zo’n fan ben van het recente werk van Satyr en Frost maar hier klinkt de mid-tempo rockende black gelukkig minder gezapig. “Sworn” gaat op hetzelfde elan verder en laat sludge met een black metal sausje horen. Op vocaal vlak horen we allerlei keelklanken voorbij komen waarbij de hese screams à la Amenra’s Colin H. Van Eeckhout, die in de tweede helft van het nummer ingezet worden om Nederlandstalige zanglijnen te vertolken, mij persoonlijk minder liggen. Tevens borduurt “Sworn” wat te veel op hetzelfde thema voort en is het einde te langdradig. Na het korte intermezzo “The gathering” rijden de bokkenrijders eindelijk uit en wordt de muziek wat gepeperder. “They rode by night” klinkt opzwepender en grijpt terug naar de oude Gorath hoogdagen maar laat tevens een fikse scheut laaggestemde death metal horen, zowel qua riffs als zang en zowel mid-tempo als uptempo. Rond 5:00 lijkt een melodieuze riff een hoogtepunt in te leiden, maar valt het nummer onbegrijpelijk stil alvorens, na enkele creepy geluiden, pas anderhalve minuut later de bulderende finale in te zetten. Spijtig dat hier niet voor een vloeiende overgang gekozen werd. Voor de rest een prima nummer. “The scourge” is met haar elf minuten de langste song van de plaat en trekt opnieuw de kaart van mid-tempo sludge en black waarbij Glorior Belli als referentie te binnen schiet en het einde repetitieve en psychedelische Burzumeske keyboards bevat. Ook de andere nummers bevatten subtiele effecten spielerei, wat we herkennen van bij Hemelbestormer. Op de sound van “Blood oath” en diens mastering, die in handen was van Patrick Engel (Temple of Disharmony Studio), valt niets aan te merken. Andere positieve punten zijn de mix aan extreme muziekstijlen die we horen en dat de songs niet bulken van de ideeën en riffs maar uitblinken in hun less is more-aanpak. Wel worden enkele stukken te lang gerekt en halen stiltes de vaart uit de plaat. En daar waar tekst en muziek bij Hemelbestormer zo goed samen passen als Nicole bij Hugo, vind ik het thema van de bokkenrijders minder te rijmen met de overwegend mid-tempo, en ietwat “veilige” muziek van “Blood oath“. Ik denk bij deze legende eerder aan vuile en opruiende black. Maar soit, dat laatste is eerder mierenneuken. Liefhebbers van de genoemde referenties moeten dit debuut van Rituals Of The Dead Hand zeker eens een luisterbeurt geven. Geen idee of de heer Dupont dit als een eenmalig project ziet, maar van mij mag er gerust nog een vervolg komen.

JOKKE: 80/100

Rituals Of The Dead Hand – Blood oath (Dunkelheit Productions 2018)
1. Bonderkuil
2. Sworn
3. The gathering
4. They rode by night
5. The scourge

Onrust – De oogst

Een tijdje terug viel vanop de verre parking – euh, Antwerpen – een zilveren schijfje op mijn West-Vlaamse deurmat. Het bleek het debuutalbum van onze landgenoten Onrust te zijn. Een tijdje terug begon helaas ook een zeer hectische examenperiode en moest er ook een thesis ineengeflanst worden, dus kwam van reviewen helaas even niet veel in huis. Driewerf hoera want ik ga een lange zomer tegemoet, kan terug in mijn pen kruipen én Onrust wist me danig te verrassen! Nadat de door u allen beminde Jokke zijn drumstokken helaas moest opbergen tijdens het schrijfproces van het debuutalbum “De oogst” werd vervanging gezocht en gevonden (Sam Wouters) en kon de band lustig verder musiceren. Dat Onrust er niet zo’n positief mens- en wereldbeeld op nahoudt wordt al snel duidelijk na een blik te werpen op de bevreemdende en afstootwekkende (en da’s positief bedoeld!) albumcover en het doornemen van de titels: “Verderf” en “Progeria” bijvoorbeeld roepen niet bepaald beelden op van een zomerse strandwandeling op. Deze eerstgenoemde track knalt het album meteen op gang en brengt een zwaar post-metalgeluid ten gehore, waarbij de hese zang van Ruben Birrell bijwijlen aan een minder rauwe versie van Kirk Windstein (Crowbar) doet denken. U hoort het al: geen zuivere black metal review van mijn hand deze keer, wel recht-voor-de-raap sludge met tal van elementen die we ook bij post-black metal en post-hardcore terugvinden, een mix die mij wel vaker weet te bekoren. “Progeria” zet de trend verder en wisselt agressieve, in-your-face passages af met bezwerende heldere gitaarlijnen die voor de welkome rustpunten zorgen. Bewust of onbewust slopen er ook enkele invloeden van het gerevereerde Fall of Efrafa in het album, iets wat op “Het nest” vooral duidelijk wordt (ook het gebruik van de Obama-sample als intro is hieraan debet), terwijl het titelnummer dan weer enkele knipogen richting Amenra bevat. Onrust weet een duidelijke rode draad doorheen het vijfenvijftig minuten durende album te trekken en levert een zeer sterk samenhangend werk af. Als debuutalbum kan dat wel tellen. Het volledige plaatje klopt: muzikaal is het album bijzonder coherent en de troosteloosheid en zweem van misantropie vinden een sterke echo in de songtitels en albumhoes. Dat de mix werd verzorgd door Bo Engelen, het eigenlijke meesterbrein achter de groep, verdient enkel maar pluspunten: de plaat klinkt bijzonder dynamisch en wordt gekenmerkt door een vol geluid waarbij elk instrument goed tot zijn recht komt. Onrust had duidelijk een heldere visie voor ogen bij het schrijven en opnemen van dit eerste wapenfeit, en weet deze bijzonder vlot over te brengen. Helaas moesten ze hun optreden in Gent van vorige week afzeggen, want ik was benieuwd of een live vertolking van “De oogst” even intens zou zijn. Simpel gezegd: Onrust brengt ons dit jaar één van de interessantse albums van Belgische bodem, waarbij een klemtoon op gevoel in plaats van techniciteit gelegd wordt en die je bijna een uur lang in vervoering weet te brengen. Het zilveren schijfje draaide al meerdere rondjes en het ziet ernaar uit dat het dat nog een tijdje zal blijven doen. Knap!

CAS: 86/100

Onrust – De oogst (independent 2018)
1. Intro
2. Verderf
3. Progeria
4. Eindig
5. Het lege geloof
6. Beschadigd
7. Het nest
8. Onrust
9. The outcast