taake

Antzaat – Een dystopische blik op de maatschappij

De laatste jaren doken er met Possession, Goat Torment, LVTHN en Absolutus tal van veelbelovende black metal bands uit de Belgische underground op. Een recente nieuwkomer is Antzaat die met haar eerste EP “Black hand of the father” meteen wist te overtuigen. De band staat aan de vooravond van een korte tour met het Poolse Blaze Of Perdition maar vond toch nog de tijd om ons te woord te staan. (JOKKE)

antzaat-ifp
(c) Djuna Keen

Heilgroet! Eerder dit jaar staken jullie plots de kop op. Met welk doel voor ogen werd Antzaat opgericht?
Antzaat is opgericht om de creatieve frustraties van de leden kwijt te kunnen en om de kleine Belgische black metal-scène aan te vullen.

Gitarist Ronarg kennen we van Ars Veneficium. Hebben de andere leden ook een verleden in andere bands?
Nihil speelt ook lead guitar bij Death Metal band Incult. Drummer Eenzaat en bassist Isaroth hebben een geschiedenis bij verschillende andere bands.

Wie zou vermoeden dat “Antzaat” één of andere mythische demoon is, slaat de bal compleet mis. Het betreft immers een oud vergeten Nederlands woord. Wat betekent het exact?
Antzaat is inderdaad een oud Nederlands woord. Als je een antzaat bent, ben je vijandig en haatdragend; dan ben je “tegen”. Wij hechten veel belang aan de lokale verankering, daarom hebben we gekozen voor een Oernederlandstalige naam.

Jullie hebben recent een eerste veelbelovende EP “The black hand of the father” uitgebracht. Wat bedoelen jullie met deze titel?
De meeste lyrics van de EP zijn gemaakt met een dystopische blik op de maatschappij. De zwarte hand van een duistere figuur bespeelt de massa als pionnen, zonder dat de pionnen het door hebben. Andere teksten zijn gebaseerd op occulte literatuur.

Toen ik de eerste promotievideo “Disciples of the Concrete Temple” zag, maakte ik meteen de bemerking dat het om de zoveelste band ging die qua visuele presentatie probeert te teren op de gehypte looks van het dezer dagen populaire Poolse Mgla; hoewel zij ook niet de eersten waren om zich door middel van hoodies en doeken anoniem voor te stellen. Snappen jullie deze kritiek en waarom is het anonieme zo belangrijk voor jullie? Het lijkt me natuurlijk ook een pak efficiënter om een kap over jullie hoofd te trekken dan de tronies telkens met corpsepaint te moeten besmeuren als jullie optreden.
Maskers, corpsepaint, zwarte kledij, leder, spikes, … Dit zijn allemaal typische kenmerken van metal die iedereen vrijuit kan gebruiken. Wij dragen hoodies en maskers omdat het perfect aansluit bij het muzikale concept. We zijn allemaal stukken van één geheel en proberen ons niet onherkenbaar te maken. Elk bandlid heeft zo zijn eigen symbool waarmee hij zich vereenzelvigt. Mensen hebben het recht om kritiek te uiten en wij hebben het recht om die te negeren.

antzaat-dotct
(c) Maaike Sanfrinnon

Jullie muziek leunt echter niet bij onze Poolse vrienden aan. Op de EP laten jullie vijf sterke black metal songs horen die eerder geïnspireerd zijn door Noorse black met pagan inslag à la Kampfar en Taake. Mijn collega Cas merkte echter ook sterke gelijkenissen op met het Finse Sargeist. Zo gaf hij aan dat de openingsriff van “Disciples of the concrete temple“ wel héél veel weg heeft van diens “Empire of suffering”. Wie beschouwen jullie zelf als jullie voornaamste inspiratiebronnen? 
Behexen, Satanic Warmaster, Darkthrone, Ulver en inderdaad Sargeist zijn enkele van onze inspiraties. Het kan inderdaad zijn dat “Disciples of the concrete temple” uw collega doet denken aan “Empire of suffering”, maar zeggen dat het er heel veel van weg heeft, vinden we wat overdreven.

Hoe groot is de uitdaging om origineel uit de hoek te komen voor een band als Antzaat?
Die is zeer groot, er zijn namelijk veel black metal bands die allemaal proberen origineel uit de hoek te komen. Veel dingen zijn immers al gedaan. Met “The black hand of the father” hebben we onze eerste stappen gezet. De toekomst zal uitwijzen waar deze ons gaan leiden.

Wat is voor jullie de waarde van een positieve of negatieve review? Houden jullie als jonge, nieuwe band rekening met kritiek (indien die onderbouwd is) of doen jullie stug jullie eigen ding?
Positieve reviews zijn altijd fijn om te hebben, maar wij zijn niet de mensen om compromissen te sluiten. Wanneer we kritiek tegenkomen die onderbouwd is én waar we ons in kunnen vinden, zullen we hier rekening mee houden.

Jullie zetten een krabbel onder een contract met het Belgische Immortal Frost Productions waar Ars Veneficium ook getekend is en diens zanger Surtur labeleigenaar is. Was het van meet af aan duidelijk dat jullie met hem in zee wilden gaan of was er ook interesse van andere labels?
Immortal Frost Productions was voor ons een logische keuze. We kennen Surtur en weten dat hij voldoende kennis heeft om ons vooruit te helpen. Verder maakt dit het ook gemakkelijk om combo-tours te doen met Ars Veneficium.

De samenwerking met Immortal Frost Productions lijkt in elk geval haar vruchten af te werken aangezien jullie weldra op een korte tournee vertrekken met Blaze Of Perdition en Ars Veneficium. Welke steden doen jullie allemaal aan?
Het plan was eerst om Nederland, België en Duitsland te doorkruisen, maar omdat de locatie in Nederland failliet is verklaard, zal het bij België en Duitsland blijven. De eerste dag stoppen we in café De Witte Non in Hasselt, voor ons bekend terrein. Zaterdag is het in Asgaard, Gent te doen en ten slotte rijden we door naar Löberschutz. Dit ligt halverwege Duitsland, dus ik verwacht weinig slaap.

Ik moet zeggen dat ik de productie van de EP erg geslaagd vind. Waar werd “The black hand of the father” vereeuwigd en hoe verliep het opnameproces?
Zelf zijn we ook tevreden. Ronarg begon met het schrijven van de muziek, die we dan oefenden en verder afwerkten. Toen we vijf nummers hadden, besloten we om een EP op te nemen. De drums werden opgenomen in Zwaneberg CC; de rest is home recording. Het volledige pakket werd vervolgens naar Owe Inborr van Wolfthrone Studios in Finland gestuurd. Met zijn ervaring in het genre, wisten we dat hij het er goed van zou afbrengen.

Zit er al nieuw Antzaat-materiaal in de koker en wanneer mogen we dit verwachten?
Er zijn momenteel nog geen plannen voor nieuwe opnames. Maar wees gerust, de tijd staat niet stil en nieuwe nummers zullen er komen.

Welke doelen staan er op jullie bucket list?
Tegenover doelen hebben we een redelijk nuchter standpunt. We hopen verder te kunnen gaan in de richting die we hebben ingeslagen en dat de mini-tour van dit weekend de eerste van vele is.

Het einde van het jaar staat weeral stilaan voor de deur. Met het zicht op de eindejaarslijstjes had ik graag enkele van jullie absolute toppers vernomen die dit jaar het levenslicht zagen. 
We zijn unaniem fan van de nieuwste release van onze tour-genoten Blaze of Perdition, genaamd “Conscious darkness“. Smaakvolle lange nummers met boeiende teksten.
Verder is ook de nieuwste van Der Weg einer Freiheit (“Finisterre“) het waard om vernoemd te worden. Blastbeats die geregeld worden afgewisseld met zachtere stukken.
Andere releases die ons kunnen bekoren zijn Azarath met “In extremis“, Night met “Raft of the world” en “Sanctimonious” van Attic.

Bedankt voor het interview en succes met de tour!

Antzaat – The black hand of the father

Plots was daar Antzaat, een nieuwe speler aan het Belgische black metal firmament. Op basis van de visuele presentatie van de band waren we eerst behoorlijk sceptisch want het leek wel de zoveelste Mgła-kloon te zijn waarbij de tronies van deze Vlaamse lookalikes achter zwarte kappen verscholen zitten. Vooroordelen maar even aan de kant geschoven om de eerste EP “The black hand of the father” een kans te geven. En dat valt allesbehalve tegen! Antzaat, met in haar gelederen een gitarist van Ars Veneficium, tapt echter uit een ander muzikaal vaatje dan de Polen. Gure Noorse second wave black metal met een pagan ondertoon is wat deze vijf nummers tellende EP ons laat horen. Kampfar en Taake schieten meteen door mijn hoofd wanneer ik de tweeëntwintig minuten durende grimmige en bevroren melodieuze black tot mij neem. Het pakkende en lekker rockende “Rite of the new dawn” is hier misschien wel het beste voorbeeld van. De blast-partijen en tremolo-riffs worden sterk uitgevoerd en de productie heeft een lekker groezelig randje behouden hoewel de melo-black energiek door de boxen knalt.  Er is misschien wat weinig afwisseling tussen de onderlinge songs maar het betreft dan ook nog maar het eerste wapenfeit van onze landgenoten. Immortal Frost Productions heeft groot gelijk dat ze deze rakkers hebben ingelijfd want hier gaan we nog van horen!

JOKKE: 80/100

Antzaat – The black hand of the father (Immortal Frost productions 2017)
1. Disciples of the concrete temple
2. Rite of the new dawn
3. Circle of leeches
4. Hierarchy of the battered
5. The black hand of the father

Dumal – The lesser God

Het is niet all cascadian style black metal wat de klok slaat daar aan de andere kant van de grote plas. Neem nu het uit Pennsylvania afkomstige kwartet Dumal bijvoorbeeld dat na een viertal EP’s toe is aan haar eerste langspeler “The lesser God“. Met een bandnaam ontleend aan Charles Baudelaire’s “Les fleurs du mal” en één blik op de gehoornde die op het hoesontwerp prijkt, weet je meteen ook waar de klepel hangt op gebied van tekstuele thema’s en invalshoeken: heilige huisjes worden ferm ingetrapt zoals onder andere blijkt uit “Abrahamic contagion” (“Invert – the trinity of liars / Pervert – the books that sustain them / Blaspheme – all names held there within / Desecrate – the temples built unto them / Deny – their prophet of ignorance / Tear down – the walls of paradise / Burn – all symbols of their faith / Destroy – the bloodline of Abraham“). De black metal die Dumal ons vijftig minuten lang voorschotelt, is een smeltkroes van invloeden uit de Noorse (Taake), Zweedse (Arckanum, Sacramentum), Poolse (Mgla) en Slavische scenes (Drudkh). De voorliefde voor die laatste wordt overduidelijk in het negen minuten durende “Ukrainia” waarvan de tekst ontleend is aan het werk van de Oekraïense dichter Taras Shevchenko en waarin vioolklanken een extra dosis weemoed toevoegen. Met voorsprong de meest opvallende track van de plaat. De gelaagdheid van de melodieuze riffs – indien nodig ondersteund door een subtiel keyboardlaagje –  weet mijn armhaartjes meermaals te erecteren en met de flow van de goed geschreven songs zit het meer dan snor. De instrumentale keyboardtrack “The wind demon” doet sterk aan Summoning denken en vormt een welgekomen rustpunt. Eigenlijk wist ik halverwege openingstrack “Fane of the clandestine” al dat Dumal haar zaakjes goed op orde heeft op “The lesser God“. Benieuwd wat deze band nog allemaal in haar mars heeft. Bedankt YouTube om dit Dumal op mijn muzikale pad te laten passeren!

JOKKE: 80/100

Dumal – The lesser God (Draigfflam Productions 2017)
1. Fane of the clandestine
2. Lost caverns
3. Abrahamic contagion
4. The path to the fortress is lined with statues
5. Serpents in the bramble
6. The wind demon
7. Ukrainia
8. Spring will never come

Heimat – Vrijbuiter

De boerenzonen van Heimat hebben hun schimmelschuur nog eens achtergelaten om hun riek, spade en pikdorser in te wisselen voor gitaren en een drumstel en de zwarte herrie die daar uit voortsproot vast te leggen voor het nageslacht. Hun demo uit 2004 staat netjes tussen oude CD’s van Hecate Enthroned en Helheim stof te vergaren, hoewel die destijds best te pruimen was. Nadien verscheen er met “Sibbevader” (2008), “Heem” (2012) en nu met “Vrijbuiter” om de vier à vijf jaar een nieuwe langspeler. Doorheen de jaren heeft de line-up enkele wijzigingen ondergaan, maar anno 2017 bestaat Heimat uit keler Strop (Gotmoor), snarenplukker Storm (Gotmoor, ex-Paragon Impure), vellenmepper Boër-Ka (ex-Theudho, ex-Bellator) en bassist Fenrir (ex-Finsternis, ex-Garmenhord, ex-Bellator). Ik dacht eerlijk gezegd dat Heimat al lang dood en begraven was maar met het fraaie “Vrijbuiter“-pakket, dat bestaat uit een CD, een vinyl, een tekstvel en enkele stickers, komt het kwartet plots uit het niets opgedoken en presenteert het zich alvast op een professionele manier. Qua ideologie bevindt de band zich op de schemerzone van de goede smaak, waardoor ik het verre van eens ben met tekstflarden zoals “Verzet – Gevangen in de samenleving – Die niet langer de mijne is – Waar de adem afgesnoerd wordt – Door de stank van vervreemding.” Laten we het dus maar bij de muziek houden. Ook hier laat Heimat zich van haar lelijkste kant (echter positief bedoeld nu) zien met een geluid dat het midden houdt tussen jaren negentig Noorse black met lichte pagan-invloed (think oude-Enslaved en Taake). Enkel in “De ondergang van mijn avondland” zorgen cleane zangkoren voor een strijdvaardig gevoel, want op de rest van de plaat staat vooral het re-creëren van een authentiek recht-voor-de-raap black-metal-zonder-franjes-gevoel voorop. Naar aloude traditie wordt ook nu weer een nummer van hun demo gerecycleerd, waarbij de eer nu aan muilpeer “Erfgoed” te beurt valt. In een kleine vijfendertig minuten zijn de negen nummers erdoor gejaagd en heeft dit plaatje best voor een adrenalinestoot weten zorgen.

JOKKE: 77/100

Heimat – Vrijbuiter (Heydensch Meetael 2017)
1. De ondergang van mijn avondland
2. Prooi
3. Verzet
4. Bloedwraak
5. Erfgoed
6. Een wolf in mij
7. Schandaal
8. Monddood
9. Woudvuren

Murg – Gudatall

Met “Varg & björn“sloeg het Zweedse duo Murg vorig jaar een serieuze wak in het frosty black metal landschap. De band was meteen ook één van de verrassingen van 2015 en slaat op de valreep van dit jaar plotsklaps nogmaals spijkerhard toe met opvolger “Gudatall“, die ondanks de korte tijdspanne tussen de twee releases allesbehalve als een haastklus klinkt. Nog steeds zullen de Zweden geen Nobelprijs voor originaliteit in de wacht slepen, maar daar zit ook niemand op te wachten als je in staat bent om alle ingrediënten van old school jaren negentig Noorse meloblack met dergelijke bevlogenheid weet te brengen. Wie Taake of oude Gorgoroth in de platenkast heeft staan, kan deze Murg zonder verpinken aan de collectie toevoegen en ik durf zelfs zonder blikken of blozen te zeggen dat Murg de laatste releases van deze bands met gemak weet te overtreffen. De grootse, pakkende melodieën zijn in overvloed aanwezig en stormen in monumentale songs gletsjergewijs op je af. De ene keer met een subtiele folky ondertoon (“Den siste i brödraskapet“) – zonder dat er fluitjes en dergelijke aan te pas komen – de andere keer verpakt als een rauwe rifforkaan (hoogtepunt “Mästarens resa i mörkret” of “Vargens ständiga vakan“). Dit is zo’n knaller van een plaat waar eigenlijk niet al te veel woorden aan vuil gemaakt dienen te worden. Gewoon opzetten en (kopje) ondergaan (in een frosty ijsbad).

JOKKE: 87/100

Murg – Gudatall (Nordvis produktion 2016)
1. Gudatall
2. Sorgeblot i gångarna
3. Djupt ner, där frosten inte biter
4. Den siste i brödraskapet
5. Mästarens resa i mörkret
6. Vargens ständiga vakan
7. Midnattsmässan
8. Törstens kval

Adaestuo – Tacent semitae

Met Incursus bracht VJS, die ingewijden eerder van Nightbringer en Sargeist zullen kennen, één langspeler en twee EP’s uit waarvan de laatste “Adaestuo” getiteld was. Na het opheffen van dit éénmansproject sloeg de Amerikaanse multi-instrumentalist de handen in mekaar met P.E. Packain en Hekte Zaren, een in Brussel residerende Poolse, die onder eigen naam avantgardistische rituele ambient brengt. Het vrij originele en unieke geluid dat door deze samenwerking tot stand kwam, wordt nu op een eerste EP “Tacent semitae” onder de noemer Adaestuo uitgebracht. De genre-overschreidende zaadjes die met Incursus geplant werden, komen tot bloei in dit Adaestuo. Twintig bevreemdende minuten waarbij een eigenzinnig geluid geportretteerd wordt dat bestaat uit een muzikale basis van orchestrale, avantgardistische aan Emperor refererende black metal en rituele ambient, waarover de theatrale, opereske stem van Hekte Zaren onheilspellende en sinistere toverspreuken proclameert. De ene moment lijkt ze wat weg te hebben van de exentrieke Diamanda Galas, om even later hese, droogkorrelige screams uit haar strot te persen die eerder aan Taake’s Hoest of Ihsahn doen denken. Als luisteraar wordt je voortdurend over-en-weer geslingerd tussen een waaier aan emoties gaande van wreed en angstaanjagende tot dromerig en etherisch. Ik blijf erbij dat black metal – hoewel deze voor sommigen eerder een conservatief imago heeft – dé extreme muziekstijl bij uitstek blijft waarin het meeste geëxperimenteerd wordt en van de geijkte paden afgeweken wordt, al dan niet met geslaagd resultaat. In geval van Adaestuo levert het een duistere cocktail op die ik absoluut kan smaken.

JOKKE: 85/100

Adaestuo – Tacent semitae (World Terror Committee 2016)
1. The abyss (Otchłań)
2. Cicatrices plexae (Scar-Braids)
3. Destroyer of constellations (Niszczycielem gwiazdozbiorow)
4. Tacent semitae (Silent paths)

Djevel – Norske ritualer

In het rijtje legendarische Noorse black metal drummers zie je steevast illustere figuren als Hellhammer, Frost of Trym opduiken, maar er dwaalt nog een fenomenale ezelsvellenmepper in de Noorse bossen rond die eveneens al heel wat dienstjaren op de teller heeft staan, maar dikwijls over het hoofd gezien wordt. Ik heb het hier over Per Husebø (aka Dirge Rep) die deel uitmaakt(e) van enkele zwartmetalen topacts zoals Gehenna, Enslaved, Orcustus, NettleCarrier, Gorgoroth, Aura Noir, Neetzach, … Sinds 2012 vind je hem ook op de drumkruk bij Djevel, het geesteskind van oprichter/songschrijver/zanger/gitarist Trond Ciekals (NettleCarrier, ex-Ljå, ex-Neetzach). Verder maken ook bassist Mannevond (o.a. Koldbrann, NettleCarrier, ex-Urgehal, ex-Vidsyn) en zanger Erlend Hjelvik (Kvelertak) deel uit van deze formatie, die gerust het predikaat “supergroep” als patch opgespeld mag krijgen, hoewel de bandleden daar waarschijnlijk allerminst ook maar één seconde van wakker liggen. “Crafting Black Metal with decades of experience” is een soort van kwaliteitsgarantie die eigenlijk op het album zou mogen prijken. Middels drie puike platen (“Dødssanger” uit 2011, “Besatt av maane og natt” uit 2013 en “Saa raa og kald” uit 2015) onder de arm en het weldra te verschijnen nagelnieuwe “Norske ritualer” houdt het kwartet er bovendien een ijverig werktempo op na. De traditionele oer-Noorse black metal van de nieuwe langspeler ligt zoals te verwachten in het verlengde van de vorige platen, maar alles is nog net dat tikkeltje beter nu. De stalagtieten druipen van de striemende, ijzige tremolo picking riffs, de drums gaan er als een door-hondsdolle-en-op-hol-geslagen-huskies-voortgetrokken-slede op sneltempo van door en de raspende strot van Erlend wordt afgewisseld met cleane zangpartijen en koorzang van Trond (“Med tornespiger var han haengt“). De ruwe, krachtige productie zit deze stijl als gegoten en de songs variëren van kort, maar krachtig en snoeihard (“Med christi legeme og blod under hoeiere fod“) tot langer uitgerekte, licht epische nummers (opener “Vi slagter den foerste og den andre, den triedje lar vi gaa mot nord“, “Doedskraft og tri nagler” waarop Hoest (Taake) de vocalen voor zijn rekening neemt en afsluiter “Afgrunds engle“). In “Til mitt kjaere norge” wordt de akoestische gitaar van stal gehaald om even op te warmen aan deze Noorse kampvuursong, maar al snel daarna worden we opnieuw bedolven onder een ijzige gletsjer aan black metal geweld die nóg kouder aanvoelt dan de ijsklompvoeten die mijn lief ’s nachts tegen mij aan legt. Dit is hoe échte Noorse black metal moet klinken jongens en meisjes!

JOKKE: 88/100

Djevel – Norske ritualer (Aftermath Music 2016)
1. Vi slagter den foerste og den andre, den triedje lar vi gaa mot nord
2. Jeg maner eder alle!!
3. Doedskraft og tri nagler
4. Med christi legeme og blod under hoeiere fod
5. Til mitt kjaere norge
6. Med tornespiger var han haengt
7. Maatte vetter rase som aldrig foer
8. Afgrunds engle

Cirith Gorgor – Visions of exalted lucifer

Het is van “Unveiling the essence” uit 2001 geleden dat er nog eens wat kleur waar te nemen viel in een hoesontwerp van Cirith Gorgor. Het lijkt op het eerste zicht een stijlbreuk te zijn met het verleden hoewel de knappe creatie van Valnoir (Metastazis – zijn herkenbare stijl sierde ook reeds covers van Blut Aus Nord, Ascension, Paradise Lost, Secrets Of The Moon en menig andere band) wel perfect de huidige Luciferiaanse invulling die de band aan hun zwartmetaal geeft, weet weer te geven. Sinds een jaar of drie is de line-up van Cirith Gorgor min of meer stabiel te noemen, wat in het verleden wel al eens anders was getuige de lange waslijst aan ex-leden (enkel vellenmepper Levithmong is er reeds vanaf het begin bij, wat ook alweer twintig jaar geleden is). Het komen en gaan van bandleden heeft echter nooit een negatieve invloed gehad op de prestaties van deze Hollanders. Wie het oudere werk van de band weet te appreciëren en geilt op de snelle black van Marduk, Dark Funeral en Enthroned, kan dan ook blindelings tot de aanschaf van de nieuwe plaat overgaan. Toch zijn er enkele nieuwe elementen die de enigszins oerconservatieve sound van het vijftal opfrissen. Daar waar Cirith Gorgor erom bekend stond niet aan voorspel of enige subtiliteiten mee te doen maar meteen tot de daad over te gaan en onophoudelijk te beuken en te rossen (zo wordt de plaat met “Salvator” ook zonder aarzelen ingezet), bevat “Visions of exalted lucifer” toch ook de nodige momenten waarop de band wat gas terug neemt. Mijn persoonlijke favoriet “Rite of purification – Vanished from this world” is hier met zijn Noors-heidendom-aandoende-invalshoek (think Kampfar of Taake) een mooi voorbeeld van en bewijst dat de band ook overtuigend voor de dag kan komen als ze niet tegen 200 km/uur blasten. Allerminst een ouderdomskwaaltje dus. Een ander nieuwigheidje is de ritualistische aanpak in songs als “Of black dimensions…” en “Into the nameless void“ waarin de licht orthodoxe vocale invulling voor wat afwisseling zorgt vergeleken met de ietwat monotone screams van Satanael. Deze verrijking van de sound van Cirith Gorgor maakt van “Visions of exalted lucifer” de meest afwisselende plaat uit hun discografie en tevens ook de boeiendste.

JOKKE: 79/100

Cirith Gorgor – Visions of exalted lucifer (Hammerheart Records 2016)
1. Salvator
2. A vision of exalted lucifer
3. Of black dimensions…
4. …And demonic wisdom
5. Wille zur macht
6. Rite of purification – Vanished from this world
7. Into the nameless void

Urgehal – Aeons in sodom

Ik denk niet dat het een goed idee zou zijn om een “featuring” stickertje op de voorkant van “Aeons in sodom” te kleven, want van het hoesontwerp zou niet veel meer overblijven. De navolgende bespreking van het nieuwe album (en tevens zwanenzang) van het Noorse Urgehal is er immers één met een serieuze waslijst qua namedropping. Oprichter en bezieler Trondr Nefas (o.a. ook Beastcraft en Angst Skvadron) kwam in 2012 onverwacht te overlijden (natuurlijke doodsoorzaak voor een keer) in volle voorbereiding van de nieuwe plaat. Nadat het rouwproces gevorderd was, vervolgde compaan Enzifer het schrijfproces totdat er voldoende materiaal was om een laatste eerbetoon te brengen aan de overleden frontman. De Noor is postuum als sologitarist te horen op deze schijf maar om de songs vocaal in te vullen (en indien nodig van teksten te voorzien), konden Enzifer en drummer Uruz beroep doen op de crème de la crème van de Noorse black metal scene. Meteen een teken dat Trondr Nefas een respectabel muzikant was die op veel erkenning kon rekenen van zijn collega’s (vergiet niet dat Urgehal reeds in 1992 opgericht werd!). Het album is bij deze ideaal om een quizavondje “True Norwegian Black Metal” te organiseren waarbij je de naam van de schreeuwlelijkerd achter de microfoon mag raden. Nocturno Culto mag de spits afbijten op “The iron children”, dat mede door de openingsriff zo wel héél veel weg heeft van Darkthrone’s “In the shadow of the horns”. M. Sorgar (Endezzma) en Sorath Northgrove (Vulture Lord, ex-Beastcraft) mogen dan misschien wel de minder klinkende namen in het rijtje zijn, toch kwijten zij zich ook meer dan verdienstelijk van hun taak om hun gevallen makker te eren. “The sulphur black haze”, waarop Taake’s omstreden frontman Hoest de honeurs waarneemt, pingpongt tussen razende Noorse black en eerder doomy slepende passages. Mannevond (Koldbrann, NettleCarrier, ex-Ragnarok) laat zich gaan op het aanstekelijke “Lord of horns” dat rockt van hier tot in het walhalla. Enfant terrible Niklas Kvarforth (Shining) laat zijn veelzijdige doodsreutels zegevieren op het midtempo “Norwegian blood and crystal lakes”. Nattefrost en Nag (Tsjuder) bezitten een uit de duizenden herkenbare strot en fleuren respectievelijk “Endetid” (zou perfect een Carpathian Forest-nummer kunnen zijn) en hekkensluiter “Woe” op.  Alsof dat nog niet genoeg is, wordt de koffietafel afgesloten met twee toetjes in de vorm van Sepultura’s “Funeral rites” waarop Bay en Rock Cortez van Sadistic Intent opdraven en “Twisted mass of burnt decay”, een Autopsy cover die door R.M. van Angst Skvadron geherinterpreteerd wordt. Met Trondr Nefas achter de microfoon had deze plaat even goed geweest, maar nu vormen de guests natuurlijk een leuke meerwaarde voor “Aeons in sodom”, die niet alleen de zwarte analen zal ingaan als de laatste maar tevens ook de beste Urgehal plaat.

JOKKE: 85/100

Urgehal Aeons in sodom (Season Of Mist 2016)
1. Dødsrite
2. The iron children
3. Blood of the legion
4. The Sulphur black haze
5. Lord of horns
6. Norwegian blood and crystal lakes
7. They daemon incarnate
8. Endetid
9. Psychedelic evil
10. Woe
11. Funeral rites (Sepultura cover)
12. Twisted mass of burnt decay (Autopsy cover)

Fluisteraars – Luwte

Wij Belgen veralgemenen onze kijk op onze Noorderburen soms als zijnde lange, jolige, luidruchtige fransen die met veel bombarie polonaises dansen op foute schlagermuziek. Gelukkig gaat die regel niet voor elke Hollander op. Het Gelderse trio dat opereert onder de naam Fluisteraars is het levende bewijs van het feit dat er ook Nederlanders bestaan die veel intelligenter, weemoediger en serieuzer in het leven staan. Bijna simultaan met hun streekgenoten Wederganger, brengen ze vers plaatwerk uit. Zowel de band- als albumnaam suggereren termen als “stilte” of “rust” en hebben een link met “wind”, maar verwacht nu geen ambient of postrock want het collectief speelt naar eigen zeggen “windswept black metal”. Toch doet Fluisteraars geen nieuwe wind door black metal land waaien. Is dat erg? Bijlange niet! De vier hymnen op “Luwte” spelen leentjebuur bij heidense acts als Agalloch en Fen, maar vooral de invloed van het Oekraïense Drudkh is duidelijk hoorbaar. Net zoals Roman Saenko en zijn kompanen grossiert Fluisteraars in lang uitgesponnen weidse zwartmetalen klanken met een donkergrauwe doch epische toets. De atmosferische black metal krijgt tevens de nodige tijd om zich gestaag te ontwikkelen van een luchtig briesje, over snedige instrumentale straalstromen tot heuse wervelwinden wanneer de screams de Nederlandse teksten uitblazen en de blastbeats de donderwolken doorklieven. Absoluut hoogtepunt is de song “Stille wateren” die een kwartier van je kostbare tijd vraagt en zich middels repetitieve gitaarriffs in je hersenpan nestelt. Na een tweetal minuten, duikt uit de diepe gronden een geselende riff van snarenplukker Mink Koops op die op het betere Taake plaatwerk niet zou misstaan. Rond de zes minuten grens krijgen we weer op-en-top sfeervol Drudkhiaans gitaarwerk te horen totdat de song langzaam uitsterft via samples van een stromend beekje en donkere soundscape-achtige drones. Ook in “Alles dat niets omvat” wordt rijkelijk uit het erfgoed van de Noorse jaren negentig black geput. Spijtig dat de wind na een kleine drie kwartier reeds gaat liggen, want dit smaakt absoluut naar meer! Ondanks de duidelijke invloeden een erg knappe plaat waarmee ik nog vele uurtjes zoet zal zijn. Snel dat debuut “Dromers” ook maar eens opsnorren dus.

JOKKE: 80/100

Fluisteraars – Luwte (Eisenwald Tonschmiede 2015)
1. De laatste verademing
2. Angstvrees
3. Stille wateren
4. Alles dat niets omvat