Tombs

Tombs – Under sullen skies

Me de puike “Monarchy of shadows” EP van afgelopen februari nog vers in het geheugen, is het best een topprestatie dat het uit Brooklyn New York afkomstige Tombs nu reeds toeslaat met een nieuwe langspeler. En als je weet dat het nagelnieuwe “Under sullen skies” op een vol uur afklokt, moge het duidelijk wezen dat de heren (met de nieuwe line-up is het niet enkel bandstichter Mike Hill die het songschrijven op zich neemt) geen last hebben van een writers block. Het wegvallen van een geplande tour met Napalm Death hield Tombs dus niet tegen om de plaat uit te brengen. “Under sullen skies” poogt het DNA van black metal opnieuw te mengen met invloeden van gothic, new wave en death rock, een richting die Tombs in 2014 insloeg met “Savage gold” en sindsdien min of meer is blijven volgen. Ook de psychologische onrust en de struggles van het urbane leven zijn weer alomtegenwoordig in de twaalf nummers die het donkere en introspectieve album vorm geven. Er valt een uur lang heel wat te beleven terwijl de donkere dreigende lucht over ons hoofd heen trekt. Zo is er het furieuze “Bone furnace” dat de plaat met een plak melodische black in gang trapt, maar dat gaandeweg ook subtiele thrash- en gothrockinvloeden incorporeert. Het meer ritmische en wat hoekige “Void constellation” is dan weer opgetrokken uit een mix van doom en death metal en bevat een meeslepende solo van Andy Thomas (Black Crown Initiate, ex-live lid van Tombs). Het is de eerste van een hele reeks gastmuzikanten die we aan het werk horen. Op het dynamische “Barren“, waarin we een wisselwerking horen tussen zwartgeblakerde post-metal en downtempo passages inclusief diepe heldere zang, schudden Six Feet Under gitarist Ray Suhy en Tomb’s Matt Medeiros meerdere gitaarharmonieën uit hun mouw, de eerste naar pure heavy metal neigend en de tweede meer episch van aard. Het refrein van het stompende “The hunger” wordt vertolkt door Integrity’s Dwid Hellion en neigt daardoor niet alleen muzikaal maar ook qua zang naar downtempo sludge. Op het zeven minuten durende “Secrets of the black sun“, dat handelt over de eindigheid van de mensheid op onze planeet, nemen de new wave en gothrock-invloeden voor het eerst écht de bovenhand. Sera Timms (Ides Of Gemini, Blck Math Horseman) zorgt voor vrouwelijk tegengewicht versus de diepe proclamerende vocalen van Mike en het nummer transmuteert van rustige goth-rock naar een slepend doomnummer. Voor “Descensum” liet Mike zich inspireren door “Ride the lightning” alvorens de deuren van de hel wagenwijd openklappen en er een chromatische single note atonaliteit op ons afgevuurd wordt. Naarmate “Under sullen skies” vordert, creëren akoestische instrumenten, keyboards en gesamplede soundscapes extra textuur. “Mordum” ligt wat in het verlengde van “The hunger” en Psycroptic’s Todd Stern splijt de stampende ritmes en riffs met een gierende solo in twee. “Lex talionis” is met zijn in vitriool gedrenkte tremolo’s zowat het meest ziedende blackmetalnummer van de plaat, maar gaat wat later de meer moderne metal tour op met een vette mosh-break en een chaotische solo. Het typeert de band die zelfs binnen één en hetzelfde nummer nooit voor één gat te vinden is. Ook in “Angel of darkness” trekt Tombs venijnig van leer. De spoken word dialoog die het nummer inzet, werd ingesproken door actrice Cat Cabral die bovendien veel kennis heeft van het esoterische en het occulte en ook Paul Delaney (Black Anvil) leent zijn stembanden aan dit nummer uit. “Sombre ruin” klinkt exact zoals de beelden die de songtitel oproepen en ons aan de film “The road” doen denken waarbij een vader en zijn jonge zoon door de puinhoop van een post-apocalyptisch landschap reizen. Met het toepasselijk getitelde “Plague years” trekt Tombs nog een laatste keer alle registers open: opzwepende tweede golf black metal wordt hier vermengd met hymne-achtige refreinen die de gebalde vuisten de lucht in stuwen en de zwaar beukende sludge horen we stilaan uitsterven totdat enkel de drums van Justin Spaeth nog weerklinken. “Under sullen skies” is by far de meest gevarieerde en allesomvattende Tombs plaat. Een slecht of zelfs middelmatig nummer hoor ik niet. Enkel het korte instrumentale “We move like phantoms” had misschien nog wat verder uitgediept moeten worden want nu lijken het wat riffs te zijn die de band nog op overschot had en willens nillens op tape wou kletsen. Omwille van de vele stijlen en gedaantewisselingen die we horen, zal ieder zo wel zijn favorieten hebben. De mijne wisselen zowat elke luisterbeurt wat een goed teken is.

JOKKE: 85/100

Tombs – Under sullen skies (Season Of Mist 2020)
1. Bone furnace
2. Void constellation
3. Barren
4. The hunger
5. Secrets of the black sun
6. Descensum
7. We move like phantoms
8. Mordum
9. Lex talionis
10. Angel of darkness
11. Sombre ruin
12. Plague years

Tombs – De angst een zinloos leven geleid te hebben motiveert me

Met de gloednieuwe “Monarchy of shadows” EP onder de arm, slaat het uit Brooklyn afkomstige Tombs keihard terug na een bewogen periode. Maar ‘what doesn’t kill you makes you stronger‘ en met een nieuwe line-up rondom hem, gaat bandstichter Mike Hill strijdlustig verder wat ondermeer resulteerde in een nieuwe deal met Season Of Mist. We hebben het met Mike over de verdere plannen met Tombs en waar de man zich naast muziek zoals mee bezig houdt. (JOKKE)

The English version of this interview can be found here.

Hi Mike. Hoe staan de zaken er momenteel voor met Tombs?
Alles loopt goed. We zijn opgewonden over de nieuwe EP en we zijn ons aan het voorbereiden voor deze coole US tour met Napalm Death, Aborted en Wvurm. Napalm Death is een legende en het is een eer met hen de hort op te kunnen trekken. Na de tour, duiken we in mei opnieuw de studio in om onze volgende langspeler in te blikken. De creatieve aanval gaat lustig door.

Persoonlijk ben ik erg tevreden over jullie nieuwe EP “Monarchy of shadows” die een terugkeer laat horen naar de meer agressieve aanpak van mijn persoonlijke favoriet “Winter hours“. Was het een weloverwogen beslissing om terug meer naar jullie roots terug te keren na het geëxperimenteer met new wave en goth rock invloeden op “The grand annihilation“?
Ik denk dat de EP een weerspiegeling is van mijn gevoelens van de voorbije jaren. De tijd rond “The grand annihilation” was een erg moeilijke periode voor mij en waarschijnlijk werd de agressie opgewekt door alle frustratie en angsten die ik toen had. Het was een zware tijd en ik denk dat dat me motiveerde om harde muziek te creëren.
Ik denk dat er nog steeds veel duisternis op de EP te horen valt. Ondanks alle agressie, vind ik dat de gothic elementen nog steeds aanwezig zijn, maar eerder subtiel en niet zo overduidelijk, dat is de manier waarop ik mezelf graag uitdruk. Mijn doel op lange termijn is het mixen van extreme metal met post-punk en gothic-invloeden.

In 2018 hielden de drie andere leden (drummer Charlie Schmid, gitarist Evan Void en keyboardspeler Fade Kainer) het voor bekeken. Lagen persoonlijke of muzikale meningsverschillen aan de basis en was het moeilijk om nieuwe bandleden aan te trekken?
Ik denk dat die gasten andere dingen wilden doen. In een band als Tombs zitten is niet zo evident. Er gaat niet veel geld mee gepaard en we waren veel op de baan. Vervangers zoeken, ging vlot.

Na vele line-up wissels, ben je het enige overgebleven originele bandlid. Is Tombs een soort dictatuur die jij runt of zijn de andere leden ook vrij om muziek aan te leveren?
Ik begrijp dat sommigen mij hierdoor als een dictator zien, maar het heeft eigenlijk meer te maken met de kwaliteit van het werk dat op tafel kwam. Je zei het zelf al, ik ben de last man standing in Tombs wat betekent dat ik het meeste in de band geïnvesteerd heb. Het is een weerspiegeling van al het werk en de energie die ik het laatste decennium van mijn leven in de band gestoken hebben. Ik heb kwaliteitsstandaarden en elke creatieve output van de band moet daaraan voldoen, punt. Complexer is het niet. Als je komt opdagen voor de repetities en op dezelfde creatieve pagina als ik zit, zal dit werken. Als je niet hard wilt werken, is Tombs niet de juiste band voor jou.
Dat gezegd zijnde, de nieuwe line-up bestaat uit geweldige muzikanten en creatieve dynamo’s. Iedereen draagt iets bij aan de band. Dat was een grote tekortkoming van “The grand annihilation” line-up. Die gasten namen nergens verantwoordelijkheid in. Ze kwamen in de band omdat ze dachten dat alles door op een groot label te zitten vlot zou gaan. Ze waren meer bezig met het feit of ze wel goed op de bandfoto stonden dan de andere zaken aan te pakken.

Wat is de belangrijkste manier waarop je als muzikant en songschrijver de voorbije jaren geëvolueerd bent?
Ik vind dat vooral mijn zang en teksten verbeterd zijn. Ik zal nooit een begenadigd gitarist zijn, maar ik denk wel dat ik goed ben in het creëren van atmosfeer. Met mijn gitaarspel ga ik nooit iemand imponeren: het is te punk voor metal en te metal voor punk, maar het is nu eenmaal mijn voornaamste instrument. Ik besteed veel tijd aan het spelen en mijn techniek gaat nog steeds vooruit maar telkens ik een hoger niveau bereik, zie ik de lange weg nog die ik dien af te leggen. Het is eindeloos.
Mijn ideeën voor teksten zijn nu veel breder en minder persoonlijk. Ik schrijf meestal in de derde persoon omdat ik grotere, meer universele ideeën probeer te zeggen. De introspectieve insteek van delen van mijn oudere werk, ben ik nu wat beu.

Ondanks een speelduur van 35 minuten is “Monarchy of shadows” bedoeld als EP. Waarom schreef je niet één of twee nummers meer om een langspeler te hebben?
We kozen simpelweg voor een kortere release omdat nu eenmaal was wat wilden doen. De studio voor de opnames van een volgende langspeler is zoals gezegd geboekt voor binnen enkele maanden. Er is nooit een tekort aan ideeën, het is eerder een kwestie van de concepten op een hoog niveau te houden.

De EP is jullie eerste release voor Season Of Mist na voor de vorige plaat met Metal Blade Records te hebben gewerkt en Relapse Records voor de eerste drie langspelers. Waarom verlieten jullie Metal Blade en hoe verhouden de drie labels zich tot mekaar?
Metal Blade liet ons vallen omdat we niet voldoende platen verkochten die een opvolger met hen rechtvaardigde. Zo gaat dat nu eenmaal veronderstel ik. Alvorens we met hen tekenden, hadden we reeds een opportuniteit om met Season Of Mist te werken, maar we besloten met Metal Blade in zee te gaan omdat we hoopten dat dit de band ten goede zou komen door de zaken op een hoger niveau aan te pakken en meer kans op grotere tours te maken. Maar het draaide niet uit zoals we verhoopten. De meeste coole dingen die we deden zoals op Hellfest of Ozz Fest spelen, hebben we te danken aan Mark Vieira, onze manager. Terugkijkend hadden we waarschijnlijk toen al met Season Of Mist moeten tekenen: ze hebben geweldige bands onder hun hoede en hun esthethiek matcht met die van ons. Het is tevens de geschikte grootte qua label voor ons. Metal Blade is als een grote onderneming en we pasten niet echt in hun master plan.
De tijd bij Relapse was geweldig. Een reeks platen bij hen uitbrengen was lange tijd één van mijn doelen. Ik werkte er hard voor en bereikte mijn doel. Ik heb nog steeds een goede relatie met iedereen van het label. We hadden een geweldige tijd samen, maar dat hoofdstuk kwam tot een einde en het was tijd voor de volgende stap. Ons avontuur met Metal Blade is als een kleine omweg, een voetnoot. Toevallig vind ik de plaat die we voor hen maakten (“The grand annihilation“) waarschijnlijk ook onze minste.
Met Season Of Mist loopt alles goed tot dusver. Ik voel me erg verbonden met hen. Ze hebben een kantoor in Philadelphia hier aan de oostkust. Dat betekent om één of andere reden iets voor mij hoewel het label vooral als Europees label gekend staat.
Mijn ervaring met Relapse en Season Of Mist loopt gelijk. Beide labels worden gerund door fantastische mensen met een grote werkethiek, wat waarschijnlijk het meest belangrijke aspect voor mij is.

Voor het artwork van “Monarchy of shadows” werkten jullie met de Franse artiest Valnoir (Metastazis). Ik heb enkele van zijn kunstboeken en herinner me dat hij volledige vrijheid eist bij het creëren van artwork voor bands. Was dat ook bij jullie het geval of gaf je hem enkele richtlijnen?
Ik heb ongelofelijk veel respect voor Valnoir. Hij deed ook het artwork voor “All empires fall” enkele jaren geleden en zal ook dat van de volgende langspeler verzorgen. Ik ben grote fan van zijn werk en bewonder zijn kunde om de essentie van zijn onderwerp steeds te capteren. Alles wat hij doet ziet er anders uit en is uniek; hij heeft die geheimzinnige gave om de geest van een band perfect weer te geven. Ik vertrouw dan ook volledig op zijn visie.

Waar staat de albumtitel “Monarchy of shadows” voor?
De teksten op de EP gaan, met uitzondering van “Path of totality” wat een heropgenomen oude song is, uit van de idee dat alle ideeën van orde en logica illusies zijn. We leven in een wereld vol chaos en entropie; het is ons dataverorbende primaire brein dat probeert om overal zin aan te geven. In het titelnummer werk ik met de idee van ‘as above, so below‘ wat stamt uit verschillende hermetische leren en heilige geometrie. De materiële wereld gelijkt op het astrale vlak dat trilt in chaos of op zijn minst met een frequentie die we niet kunnen begrijpen.
Ik geloof dat al onze geloven, religieus, spiritueel en filosofisch reflecties zijn van ons eigen ego en dat de ware natuur van onze realiteit ver buiten ons verstand ligt. Onze realiteit bestaat voor het overgrote deel uit ondetecteerbare donkere materie en we leven in schaduwwereld.

Waarom besloot je het nummer “Path of totality” opnieuw op te nemen?
Sinds we het schreven, vormt het nummer het slot van onze setlist. Het is één van de oudere songs die ik nog steeds graag speel. Ik denk dat Justin suggereerde om het nummer opnieuw op te nemen aangezien we het nu lichtjes anders spelen. Sneller en met enkele subtiele tempowisselingen. Het nummer gaat al heel lang mee en vormt op een bepaalde manier de link tussen heden, verleden en toekomst.
Bovendien was ik ook niet zo tevreden met de originele productie ervan. De nieuwe versie knalt en ligt meer in lijn met de originele opzet ervan.

In 2018 bracht je via je eigen label Everything Went Black de “The stockton tapes” verzamelaar uit die demo’s bevatte van alle tien de nummers van “The grand annihilation“. Waarom besloot je deze uit te brengen? Was je niet tevreden over de finale versie van de songs?
Ik hou ervan om naar demo-opnames van bands te luisteren. Vroege versies van nummers geven een inkijk in het muziek creatieproces. Ik ben fan van de Rollins Band “End of silence” demo’s die enkele jaren geleden uitkwamen via 2.13.61. Je ka de aanpassingen horen die achteraf werden gedaan met de band. Bovendien zit er achter elke plaat een verhaal en ik hou ervan om daar deel van uit te maken. Ik hoopte dit proces te kunnen delen met eenieder die in dit soort dingen geïnteresseerd is. We namen de demo’s op in Chapel Black, de studio/repetitieruimte van Black Anvil. Het was tof om met vrienden die ik vertrouw aan deze demo’s te werken.

Zijn er naast de Amerikaanse tour ook plannen om naar Europa te komen?
Ik ben niet zeker. We hebben momenteel geen agent in Europa, maar ik zou graag de oversteek maken zelfs al is het voor enkele festivals. Het is al even geleden dat we nog eens een goede Europese tour hebben ondernomen.

Naast de bandactiviteiten ben je ook actief als schrijver voor Noisey, Revolver, Bandcamp Daily en Decibel. Verder maak je je eigen Everything Went Black podcast, is er Savage Gold, je eigen koffiemerk, werk je als DJ bij Gimme Radio en hou je je, naast je interesse in horrorfilms en comics, bezig met gevechtssporten. Waar haal je al die tijd en energie vandaan? Heb je deze variatie nodig om aan de saaiheid van het alledaagse leven te ontsnappen?
Bedankt om hier aandacht aan te besteden. Ik ben graag bezig en ben niet zo goed in het onderhouden van persoonlijke relaties. Ik ben niet het type kerel die met het weekend voor de deur zal bellen om te horen wat je van plan bent. Ik ben dan waarschijnlijk aan het lezen, aan muziek aan het werken of martial arts aan het trainen. In deze fase van mijn leven motiveert angst me; de angst een zinloos leven geleid te hebben. Ik ga geen familie of kinderen hebben, dus wil ik mijn nalatenschap op een andere manier vormgeven.

Wat beschouw je je grootse verwezenlijkingen in het leven en heb je nog verdere ambities?
Het voelt alsof veel van mijn verwezenlijkingen nogal triviaal zijn. Dezer dagen kan iedereen een plaat opnemen of muziek online zetten. Muziek is een passie en ik beschouw dat niet als een verwezenlijking.
Ik zou graag meer willen schrijven. Het voelt alsof ik nog minstens twee of drie boeken in mij heb. Ik heb een interessant leven en enkele perspectieven die interessant zouden kunnen zijn voor andere mensen.

Metal Matters is je wekelijkse podcast waar je discussies voert over klassiekers en nieuwe bands en interviews doet met je favoriete artiesten. Ik genoot erg van de aflevering met de levende muziekencyclopedie Ralph Schmidt (Ultha, ex-Planks) en tevens één van je beste vrienden en één van mijn muzikale helden. Het ziet ernaar uit dat jullie een grote gedeelde liefde hebben voor darkwave en goth rock. Heb je zijn nieuwe darkwave band Ropes Of Night al gehoord?
Ralph is als een broer voor mij. Ik hou van die kerel en respecteer hem enorm. Hij is één van die weinige mensen waar ik me verbonden mee voel. Het voelt soms alsof we een weerspiegeling van mekaar zijn. We houden beiden van dezelfde bands, we zijn twee handsome devils en hebben een gedeelde interesse in HP Lovecraft en Edgar Alan Poe. Ik heb nog geen muziek van Ropes Of Night gehoord.

Om te eindigen, wou ik je een anekdote vertellen die stamt uit de tour met Planks van enkele jaren geleden. Met mijn band Timer verzorgden we het voorprogramma in Wilrijk. Het was een bloedhete dag en aangezien jullie op een oorverdovend geluid speelden, stond iedereen van buitenuit in het zonnetje door het grote raam naar jullie optreden voor een ‘lege’ zaal te kijken, haha. Herinner je je dit optreden en ben je net als ik opgewonden over de Planks reünie die later op het jaar gepland staat?
Om eerlijk te zijn, herinner ik me die show niet maar naar die Planks reünie kijk ik enorm uit!

Morast – Il nostro silenzio

Het Duitse Morast wist ons twee jaar geleden danig van onze sokken te blazen met het debuut “Ancestral void“. De loodzware combinatie van doom en sludge met een zwartgallig randje wordt op de opvolger “Il nostro silenzio” nog verder uitgepuurd wat resulteert in een next level uppercut. De sound is dankzij een uitstekende productie van Michael Zech (The Source Studio) en mastering door Victor Santura (Woodshed Studio) iets helderder dan het debuut, maar klinkt nog steeds monolithisch, episch en beukend zonder aan impact in te boeten. “A farewell” zou je op basis van diens titel eerder als afsluiter verwachten, maar als opener kan dit nummer met uit-traditionele-doom-overgenomen melodieën tellen. Het daaropvolgende “Cut” kent een gotisch getinte start (Tiamat iemand?) met een eerste (geslaagd) experiment met cleane zang maar verkent later de diepere regionen en is mede dankzij haar agressiever karakter een kopstoot van jewelste. Ook “Nachtluft” trekt de bulderkaart en doet ons middenrif op haar grondvesten daveren. Hier kan een band als Tombs tegenwoordig nog wat van leren! “RLS” ademt een sinistere sfeer uit, bevat semi-cleane bijna verhalende vocalen en doet wat aan Triptykon denken. De Italiaans getitelde titeltrack bouwt voornamelijk op een dreigende atmosfeer en ontketent voortdurend haar energie middels stormachtig gedonder. Wanneer pakkende en slepende melodieën zoals in “November” de beukende riffs vergezellen, duiken opnieuw invloeden van oude-doomgrootheden zoals My Dying Bride, Paradise Lost of Anathema op, hoewel Morast wel een pak heavier klinkt. Door deze epische melodieën in haar beukende doom in te bouwen, is de pakkendheidsfactor alleen maar toegenomen en is “Il nostro silenzio” geen herhalingsoefening geworden van het debuut. Checken die handel!

JOKKE: 87/100

Morast – Il nostro silenzio (Ván Records/Totenmusik 2019)
1. A farewell
2. Cut
3. Il nostro silenzio
4. RLS
5. Nachtluft
6. November

Ultha – The inextricable wandering

Na een mooi underground-parcours te hebben afgelegd via Vendetta Records, is het grote Century Media de nieuwe thuisbasis geworden van Ultha, zowat dé beste band die de black metal-scene van onze oosterburen te bieden heeft. “Black” is in dit geval echter een groot woord (dixit de band zelf) want hoewel het kwartet puurt uit de duisternis van het genre gaat het echter niet de religieuze, occulte of orthodoxe tour op. En qua sound vindt Ultha zichzelf dichter aanleunen bij post-punk en darkwave dan bij een Darkthrone of Marduk. De nieuwe derde langspeler “The inextricable wandering” draait om melancholie, alomtegenwoordige droefheid en hopeloosheid. Gitarist/zanger en songschrijver Ralph Schmidt bevond zich tijdens het schrijfproces van de plaat dan ook in de zes zwaarste maanden van zijn leven. Als promopraatje voor een metalplaat is een gekwelde ziel natuurlijk altijd mooi meegenomen, maar wie de beste man kent, weet dat dit welgemeende ernst is. Ook angst vormt een rode draad doorheen de plaat. Elk van de zes nummers handelt over een angstpatroon en de gevolgen die Ralph daarvan ondervond. De zesenzestig minuten durende rit is als het ware een dagboek geworden van de algemene angsten die de muzikant voelde en alle rotzooi die hij de afgelopen maanden heeft doorgemaakt. “The inextricable wandering” gebruikt herhaling en repetitieve elementen als grootste kracht en het resultaat klinkt in de magistrale achttien minuten durende afsluiter “I’m afraid to follow you there” hypnotiserend, emotioneel beklijvend en introspectief. In de overrompelende partijen van binnenkomer “The avarist (Eyes of a tragedy)” klinkt het viertal dan weer roofzuchtig en bijtend agressief. In de donkere spleten van Ultha’s sound, waar insecten thuishouden en nachtmerries zich manifesteren, horen we echo’s van Emperor, Wolves In The Throne Room, Fields Of The Nephilim en Neurosis. De darkwave waarover we het eerder hadden, komt duidelijk naar voor in songs als “There is no love, high up in the gallows” en “We only speak in darkness” dat ook wel wat recente Tombs uitademt. Standaard black metal-elementen zoals blast beats, gure riffs en ijzige screams komen er in deze nummers niet aan te pas; duisternis en desolaatheid des te meer. Ook in de riffs van “Cyanide lips” snappen we het statement van de band aangaande post-punk en horen we best wel wat Planks terug, de oude band van Ralph. Ultha heeft zich met “The inextricable wandering” opnieuw overtroffen en verkent duidelijk nieuwe paden ten opzichte van de reeds geweldige voorganger “Converging sins“, hier kunnen we alleen maar respect voor hebben. Misschien dat sommigen echter wel teleurgesteld gaan zijn daar er iets minder échte black metal-stukken te horen zijn, hoewel deze puristen met het keizerlijke “With knives to the throat and hell in your heart“, waarin triomfantelijke keys heel wat speelruimte krijgen, toch serieus aan hun zwartgeblakerde trekken zullen komen. Het onvolprezen Ultha levert opnieuw jaarlijstmateriaal af!

JOKKE: 90/100

Ultha – The inextricable wandering (Century Media 2018)
1. The avarist (Eyes of a tragedy)
2. With knives to the throat and hell in your heart
3. There is no love, high up in the gallows
4. Cyanide lips
5. We only speak in darkness
6. I’m afraid to follow you there

Void Omnia – Dying light

Net zoals hun landgenoten van het geweldige Uada het graag op z’n Zweeds doen, schiet ook “Dying light”, het debuut van het uit Oklahoma afkomstige Void Omnia, onder de vorm van “Remanence of a ghost haunt” zonder al te veel poeha uit de startblokken met een ferme dosis Zweeds aandoende black metal . De band werd in 2011 gevormd door de gitaristen Mike Jochimsen (ex-Apocryphon) en Tyler Schroeder. Nadat vocalist Jamison Kester (Infinite Waste, ex-Apocryphon) de heren vervoegde werd een (vrij saaie) selftitled demo opgenomen. Er volgden nog enkele line-up wissels totdat uiteindelijk Cody Stein (Tragic Death) als vellenmepper gerekruteerd werd en Justin Ennis (Ulthar, Ruine, ex-Mutilation Rites, ex-Tombs) de vacature van bassist invulde. Men trok de Earhammer Studios in met “Dying light” als resultaat. In vergelijking met de demo werd op alle vlakken – productie, songwriting en uitvoering –  vooruitgang geboekt. Zoals eerder aangehaald druipen de Zweedse invloeden eraf, maar toch is tevens duidelijk hoorbaar dat het om USBM gaat. Niet alleen ligt het tempo bijna voortdurend (verschroeiend) hoog, de kosmische – één blik op de overigens knappe hoes zegt genoeg – black metal bevat bijwijlen ook dat typisch Amerikaanse, licht enerverende gitaarwerk, zonder dat duivelse gevoel voor melodie uit het oog te verliezen. Ook het soepele, swingende, doch strakke drumwerk, verraadt de Amerikaanse achtergrond van de band. Enkel in de eerste minuten van het op-bijna-tien-minuten-afklokkende “Of time” doet Void Omnia de luisteraar even naar adem happen, maar al snel gaat de zweep er terug op. Deze song was in een zes minuten kortere vorm ook reeds op de demo terug te vinden. De vrij hoge pitch van de sterke screams snijdt door merg en been en slechts zelden borrelen diepere keelgeluiden op. Een andere parallel die kan getrokken worden met het reeds vernoemde Uada, is dat de koek ook hier na een kleine vijfendertig minuten op is, maar dat het koekiemonster in mij zin heeft in meer, véél meer. Met dit Void Omnia is de erg sterke USBM-scene wederom een excellente speler rijker.

JOKKE: 82/100

Void Omnia – Dying light (Vendetta Records 2016)
1. Remanence of a ghost haunt
2. Fallowed remembrance
3. Singularity
4. Of time
5. Emptied heartless

Lothorian – Beyond the astral mind

Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad alvorens het debuut “Beyond the astral mind” van het Limburgse Lothorian op de mensheid kon losgelaten worden. Hun tweede EP “Welldweller” werd enkele jaren geleden goed ontvangen in de underground en werd uiteindelijk door Acid Cosmonaut Records op CD geperst. Er volgden talrijke optredens in binnen- en buitenland en vervolgens trok de van-een-kwartet-naar-een-trio-gereduceerde band naar Italië voor de opnames van het debuut. En dan begon de miserie (voor de details verwijs ik jullie door naar het weldra te verschijnen interview) waardoor na een lang(e) proces(sie van Echternach) het debuut uiteindelijk in eigen beheer wordt uitgebracht. En daar zijn we blij voor want het zou zonde zijn als deze brok muziek enkel op één of andere harde schijf zou zijn blijven staan. De zompige maar kolkende cocktail van stoner, doom en sludge van “Witchcunt” klinkt meteen vertrouwd in de oren, maar ook een beetje op veilig gespeeld, waardoor ik dit niet de ideale opener vind. “Blackhand” klinkt met zijn Your Highness-achtige schwung meteen een pak swingender en drummer Jurgen voorziet deze song tevens van vocalen. De Limburgers springen overigens spaarzaam om met zang en weten op de juiste moment hun keel open te trekken. Het is immers niet veel bands gegeven om een volledige plaat lang instrumentaal te blijven boeien. Het dreigende en cool bekkende “As the void absorbs all light” combineert donderende drums met dreunende riffs en trekt naar het einde toe een black metal spurtje. Misschien dat het daardoor mijn favoriet van de plaat is? Het vuile “Eternal smoke cloaks the night” is een ander hoogtepunt en zou niet misstaan op de laatste Tombs-plaat. Wat weet gitarist Thomas toch bere-riffs uit zijn gitaar te toveren om nekspiergymnastiek op te doen. “March of time” weet daarna te verrassen met zijn bezwerend psychedelisch gitaarriedeltje en ingetogen sjamanistische percussie. Tijdens “Forbanned” denk ik even naar Amenra’s nieuwste “Mass”-telg te zitten luisteren, maar al gauw maakt het trio het spannender dan wat voornoemde op hun laatste album liet horen. “Solitude” weet niet over de hele lijn te overtuigen waardoor de aandacht verslapt maar naar het einde toe roept de versnelling ons terug bij de les. Wanneer de melodische leadsolo in “Soothsayer” opduikt, moet ik aan het Nederlandse Herder denken, opnieuw een mooi compliment. Lothorian heeft met “Beyond the astral mind” een debuut uitgebracht om trots op te zijn. Het lijkt echter alsof de toekomst van de band aan een zijden draadje hangt… “Fingers crossed” dat ze doozetten.

JOKKE: 82/100

Lothorian – Beyond the astral mind (Eigen beheer 2016)
1. Witchcunt
2. Blackhand
3. As the void absorbs all light
4. Eternal smoke cloaks the night
5. March of time
6. Forbanned
7. Solitude
8. Soothsayer
9. Dance of death

Terzij De Horde – Self

Eén van de redenen waarom ik mijn hart verloren heb aan black metal is dat je enerzijds kan kiezen voor de old skool aanpak die, wars van alle trends, stug haar eigen ding blijft doen zonder inmenging van enige invloeden van buitenaf, maar dat er anderzijds ook bands zijn die in de marge van het genre het experiment opzoeken en exploratie van nieuwe oorden niet schuwen (noem het post-black metal als je wil). Het Nederlandse Terzij de Horde is een band die in die laatste categorie thuis hoort. Hun debuut EP “A rage of rapture against the dying of the light” sloeg vijf jaar geleden in als een bom. In de nasleep van dat album verschenen nog enkele split-releases en nu presenteert de band ons met “Self” eindelijk dé langverwachte eerste langspeler. Deze vijf Nederlanders ontleenden hun bandnaam aan een strofe uit het gedicht “Einde” van Hendrik Marsman, een dichter wiens werk bol staat van duister vitalisme, de intense drang aan het leven vast te houden en haat jegens religie. Ideaal voer voor black metal dus! Zoals de albumtitel al verraadt draait het conceptalbum rond het probleem van “het zelf” en het dualisme tussen lichaam en ziel. In zes tracks verkennen onze noorderburen verschillende manieren om te leven of niet te leven, zowel met onszelf als de ons omringende wereld. Blindheid, lijden, een verlangen naar bevrijding en verlichting, de vernietiging van zichzelf en anderen en nog meer van dat leuks komt aan bod. Ook het opmerkelijke artwork past perfect in dit plaatje. De albumhoes beeldt een mier af die verteerd wordt door de cordyceps, een tweekoppige parasitaire schimmel die zich de hersenen toe-eigent van de gastheer die ze infecteert om zo de zelfregulerende functies te manipuleren en effectief te vernietigen. Door deze annexatie wordt de mier een leeg omhulsel van wat ze ooit was, bestuurd door een vernietiging van binnenuit opgelegd en onverenigbaar. In de zes lange tracks, die in speelduur variëren van zes tot elf minuten, wordt de basis van striemende Zweeds aandoende black metal (ik moet regelmatig aan Thy Primordial denken) gekruid met talrijke inventieve genrewendingen en uitstapjes richting screamo, hardcore en noise. In de onnavolgbare maalstroom van black metal tremolo erupties, ziedende drums en het woest geblaf van frontman Joost, valt gelukkig ook de nodige melodie te ontdekken. In “Averoas” gaat het tempo naar beneden en weten de indringende riffs te beklijven. Hollanders en de taal van de liefde vormen meestal een grappige combinatie maar in het heftige  “Contre le monde, contre la vie” is hoegenaamd geen plaats voor loltrapperij. Ook in “Geryon – See extinguished the sight of everything but the monster”, het kroonjuweel van de plaat, overtreft de band mijn stoutste verwachtingen en laat ze, in goede Tombs-stijl, geen spaander heel van de heilige huisjes die worden ingetrapt. Nadat het Ierse Altar of Plagues de handdoek in de ring heeft gegooid (hoewel ze precies wel blijven touren) neemt Terzij De Horde de fakkel van hen over. Puur vakmanschap!

JOKKE: 90/100

Terzij De Horde – Self (Consouling Sounds/Burning World Records 2015)
1. Absence
2. A marriage of flesh and air
3. Averoas
4. Contre le monde, contre la vie
5. Geryon – See extinguished the sight of everything but the monster
6. Sacrifice – A final paroxysm

Krieg – Transient

Neil Jameson ofte N.Imperial is kwaad, héél kwaad getuige het nieuwe album “Transient” van zijn geesteskindje Krieg. Van de zeer uitgebreide discografie (waaronder zeven full albums en een waslijst aan splits) moet ik bekennen dat ik enkel de vorige plaat “The isolationist” in mijn collectie heb, dewelke me echter wel erg beviel. Om de een of andere reden heb ik echter nooit de moeite gedaan om in zijn back catalogue te gaan snuisteren. Samen met Absu en Profanatica stond Krieg aan de wieg van de USBM-beweging, die initieel verbleekte tegenover de Scandinavische tegenhanger, maar gaandeweg toch wel een hele resem sterke bands en een kwaliteitsvolle scene heeft voortgebracht. Naast Krieg, maakt of maakte Imperial van tientallen bands deel uit en heeft hij zijn sporen dus al dubbel en dik verdiend bij o.a. het geweldige Twilight (dat eerder dit jaar het lichtjes geniale “III: Beneath trident’s tomb” uitbracht), Nachtmystium en Judas Iscariot. Dat hij ook bij zijn eigen band van afwisseling houdt, getuigen de elvendertig muzikanten die het bordje “ex-bandlid” opgespeld krijgen. Op de nieuweling laat hij zich omringen door vier dudes afkomstig van, voor mij grotendeels onbekende, bands (de geïnteresseerden moeten Metal Archives er maar op naslaan). “Black Metal ist Krieg” verkondigde een Duitse wanker ooit “…und Krieg ist Black Metal”, maar ook véél meer dan dat. Openingstrack “Order of the solitary road” zet meteen de stemming voor de rest van het album. Imperial ventileert zijn haat en woede in de vorm van nihilistische black metal die verre van eendimensionaal klinkt. Halverwege “Circling the drain” zorgt een intermezzo van echoënde drums en subtiele noise voor een rustpuntje in de verder als een rotvaart vooruit schroeiende song. In “Return fire” komen de crustpunk-roots van Imperial bovendrijven. “To speak with ghosts” is echter weer van een ander allooi. Deze midtempo kraker doet de nekspieren geduchtig op en neer bewegen.  In het snedige en van een coole songtitel voorziene “Atlas with a broken arm” wordt het tempo weer serieus opgeschroefd. Doorheen de razernij is de bas echter goed hoorbaar, wat bij vele andere black metal bands dikwijls nog als een euvel beschouwd kan worden. Tegen het einde van de song popt er warempel een toegankelijke melodie op. Ook in “Time” knuppelt de drummer er duchtig op los. Dat Krieg niet voor één gat te vangen is, bewijzen ze in “Winter”, een track die erg naar hun landgenoten Tombs neigt, zowel door de hese cleane vocalen als het meer sludge aandoende drum- en riffwerk. De experimenteerdrift wordt in de daaropvolgende songs nog meer de vrije loop gelaten. “Walk with them unnoticed” is de meest toegankelijke track waarbij de melodielijn me meermaals doet denken aan oude Katatonia of new wave en goth rock van de jaren ’80, hoewel ook hier de rust verstoord wordt door ziekelijke black metal. De benadering van deze song vinden we ook terug bij Nachtmystium, een band waarvan Imperial ook enkele jaren deel uitmaakte, maar met bandleider Blake Judd kan hij momenteel niet meer door één deur. Halverwege “Ruin our lives”  slaat de black metal over in griezelige en bevreemdende noise. “Home” is de meest vreemde eend in de bijt met zijn proclamerende vocalen bovenop een laag sinistere noise en akoestische gitaren. Een track die je niet meteen zou verwachten op een black metal album, maar er wel voor zorgt dat het de massa ontstijgt. Met “Gospel hand” is het op het eerste gehoor nog één keer “alle remmen los”, hoewel de sfeer halverwege deze song weer van setting verandert middels een rockende gitaar. Na 56 minuten komt er met deze kraker een eind aan deze avontuurlijke black metal plaat. Klasse!

JOKKE: 85/100

Krieg – Transient (Candlelight Records 2014)
1. Order of the solitary road
2. Circling the drain
3. Return fire
4. To speak with ghosts
5. Atlas with a broken arm
6. Time
7. Winter
8. Walk with them unnoticed
9. Ruin our lives
10.Home
11. Gospel hand