tour de garde

Ifernach – The green enchanted forest of the druid wizard

Tussen de recente releases van Amor Fati Productions viel de van lelijk cover artwork voorziene “Gaqtaqaiaq” LP van het voor mij onbekende Ifernach op. Daar het gros van wat Amor Fati op de markt brengt mij wel kan bekoren, besloot ik deze re-release – oorspronkelijk verscheen ie via Nekrart Productions in 2018 op CD – toch maar eens uit te checken. Na een wat cheesy intro knalde er rauwe punky black met gewelddadige Franstalige vocalen uit mijn speakers. Ik was nog steeds niet helemaal overtuigd tot Finian Patraic, de alleenheerser van dienst, plots heel melodieuze gitaarleads in de strijd gooide die mijn armhaartjes 90° van richting deden veranderen. Instant buy en fast forward naar 2020, want via Tour de Garde en GoatowaRex verscheen afgelopen maand – respectievelijk op tape en vinyl – de vierde langspeler met de toverachtige titel “The green echanted forest of the druid wizard“, nadat vorig jaar nog een EP en langspeler verschenen en ook eerder dit jaar al een EP gelost werd. Bezig bazeke die Finian Patraic! De man heeft roots bij de Ierse immigranten en het inheemse “First Nation” volk de Mi’kmaq (of Micmac), die wonen in het oosten van Noord-Amerika, meer bepaald in New England, Atlantisch Canada en Gaspésie. Zijn muzikale output doopte hij – je kan het tegenwoordig zo gek niet meer bedenken qua geografische aanduiding – Gespegewagi black metal, verwijzend naar het traditioneel territorium van de Listiguj indianenstam. Het inluidende titelnummer start met een riff waar Count Grishnackh jaloers op zou zijn geweest en het eerste échte nummer “The passage of Dithreabhach” houdt ons met diens epische tremoloriffs nog verder in een wurggreep vast. Wat wel verdwenen lijkt te zijn, zijn het rauwe punk-element en de bijtende Franstalige screams. In het verleden hanteerde Finian veelal het Frans omdat die ook in de black metal scene van Québéc gebruikt wordt en die hem nauw aan het hart ligt, maar Engels is de man zijn moedertaal. Wel werkt de muzikant nog steeds graag met contrasten en verweeft hij tussen de furieuze black metal ook dromerige ambient- en folkloristische akoestische intermezzi. Het draagt bij tot de mysterieuze atmosfeer van het zwartmetaal dat wordt gebracht ter meerdere eer en glorie van de wouden waar niemand een voet durft te zetten, maar haalt soms ook wel de vaart uit de plaat, zeker als dat bijvoorbeeld in de vorm van “A cursed spear” meer dan acht minuten in beslag neemt. Met “In the hollow of the Togharmach” is het opnieuw tijd voor het echte werk waarbij bombastich drumwerk, snijdende tremolo’s, afwisselende heldere, plechtstatige zang en hese screams ons diep in het duistere woud meesleuren. “Teinm laida“, dat is vernoemd naar één van de drie vaardigheden van een ziener in Ierse romantische literatuur, is opgedeeld in twee stukken waarbij de aanloop uit meditatief clean gitaargepingel bestaat en het tweede deel de rauwe, repetitieve en groezelige black opnieuw laat zegevieren. “A winter tree clad in black frost” trekt terug overduidelijk de Burzum-kaart en doet wat het moet doen: ons middels repetitieve en hypnotiserende riffs en drumwerk, subtiele toetsenverleidingen en wat dieper krijswerk in vervoering brengen. Bovendien komen de Ierse roots naarmate het nummer vordert in de synthpartijen subtiel naar boven drijven. “Hidden palaces under the green hills” zorgt met diens sample van een kabbelend waterbeekje, rustgevende ambient en gitaargetokkel, rituele percussie en indianenfluitjes voor een sereen en berustend einde. “The green enchanted forest of the druid wizard” is een erg degelijke plaat geworden, maar het black metal deel had van mij gerust nog wat meer mogen doorwegen, want de echte kracht van Ifernach zit ‘em in de melodieuze leads die hij daarin weet te verwerken.

JOKKE: 81/100

Ifernach – The green enchanted forest of the druid wizard (Tour de Garde/GoatowaRex 2020)
1. The green enchanted forest of the druid wizard
2. The passage of Dithreabhach
3. A cursed spear
4. In the hollow of the Togharmach
5. Teinm laida I
6. Teinm laid II
7. A winter tree clad in black frost
8. Hidden palaces under the green hills

Vaal – Rehearsal

De Nederlander Vaal is waarschijnlijk opgelucht dat ie na alle COVID19-miserie terug met zijn live-muzikanten het repetitiehok in kon duiken. De man met de traditionele kijk op het genre die hier onlangs nog uitgebreid aan het woord kwam, repeteert immers graag (vermoed ik), getuige deze tweede rehearsaltape. Drie nieuwe nummers worden er op zeventien minuten tijd aan ons voorgesteld. Deze bulken zoals te verwachten van het zwartmetaal van de oude stempel waarin de riffs grimmigheid alom uitdrukken, de krijszang vol weemoed verlangens naar lang vervlogen tijden uitroepen en toetsen niet geweerd worden. Opener “De astrale vloek” bevat ook een thrashy speed-metal riff, die op het eerste gehoor wat misplaatst, maar uiteindelijk toch verfrissend uitpakt. Maar geef me toch maar eerder de traditionele no-nonsense aanpak van het wat ruigere “Het zwarte rijk“. “Winter’s tovenarij” laat het tempo zakken en tovert mystieke keyboardklanken en een verhalende heldere stem uit zijn zwarte hoed. In de finale seconden – alvorens een lange krijs er een einde aan maakt – is er opnieuw plaats voor wat meer opzwepende old-school riffs, die deze keer veel minder uit de toon vallen. Net zoals bij de “Ondood” rehearsal-tape is de geluidskwaliteit dik in orde, zeker voor een home recording. Als pure underground black je ding is en je over een cassettedeck beschikt, raad ik je deze tape dan ook zeker aan!

JOKKE: 80/100

Vaal – Rehearsal (Tour de Garde 2020)
1. De astrale vloek
2. Het zwarte rijk
3. Winter’s tovenarij

Verval – Beeldenstorm

Black metal muzikanten houden het zelden bij één uitlaatklep, zo ook het duo dat achter Verval schuilgaat. De heren R. Schmidt (zang, gitaar, bas en cello) en W. Damiaen (drums) hebben een gemeenschappelijk verleden in White Oak en zijn verder ook actief bij bands als Laster, Wesenwille, Nevel en Mystagogue. Na de debuut langspeler “Wederkeer” uit 2018 keert het duo twee jaar later terug met een EP getiteld “Beeldenstorm“. Tussen deze kortere release en het debuut vallen twee parallellen te trekken: beide releases bevatten drie composities die thematisch gezien met mekaar verbonden zijn en op de hoes prijkt opnieuw prachtig abstract artwork, deze keer van Joost Vervoort, frontman van Terzij de Horde. Ik ben dan ook vragende partij om deze EP op vinyl te persen zodat dit kunstwerkje optimaal tot zijn recht komt (“Beeldenstorm” is momentel enkel voorzien om door Tour de Garde op tape uit te komen en de band verzorgt zelf de CD-release). De dichterlijke atmosferische black van het debuut is ook nog in zekere mate aanwezig maar dan wel met een meer vurige, agressieve en rauwe aanpak en een productie die meer knalt. “Vlammenzee” zet de boel dan ook meteen in lichterlaaie, maar de neo-klassieke invloeden die we van de band kennen, blijven niet achterwege en komen middels het gebruik van cello naar het oppervlak geborreld. Een tweetal minuten voor het einde van deze negen minuten durende opener maakt de aggresieve black metal plaats voor meer ingetogen gemusiceer waarop natuurelementen zoals ruisende wind voor een serene toets zorgen. In het titelnummer piercen iele post-black metal riffs zich doorheen de mid-tempo intro om vervolgens overstag te gaan en het tempo op te drijven. Opnieuw volgen er wijdse en melancholisch klinkende post-riffs die de leidende rol even van de screamende zang overnemen. In de grafische weergave van dit nummer vallen ook de pieken en dalen op die de eb- en vloedaanpak van Verval bevestigen, hoewel het rustiger middenstuk me hier wat geforceerd overkomt. Het enerverende riffwerk dat daarna volgt heeft wel wat weg van wat een band als Yellow Eyes uitspookt. Met “Een leven tussen één en nul” krijgen we de meer groovende single van deze EP te horen. De heren verkennen in dit nummer interpersoonlijke relaties in de context van het welvarende digitale tijdperk. Het resulteert in een song waarin we tussen al het geweld door ook vele mooie melodieën, frivole baslijnen en een gevoel voor epiek en bombast ontwaren. Verval levert met deze EP een ge(s)laagd nieuw werkstukje af waarop voor een meer agressieve aanpak gekozen werd en hierdoor wat uit het vaarwater van een band als Laster richting woeligere wateren wegdrijft.

JOKKE: 81/100

Verval – Beeldenstorm (Tour de Garde 2020)
1. Vlammenzee
2. Beeldenstorm
3. Een leven tussen één en nul

Ærekær – Avindskjold

Synthliefhebbers kwamen recent al via Vargrav – wiens laatste worp ondertussen gemakkelijk nog een punt of zeven op de scoreladder gestegen is – en Gardsghastr aan hun trekken en hebben er middels het Deense Ærekær opnieuw een lekker speeltje bij. Ærekær maakt net als o.a. Blot & Bod, Grifla da la Secta, Fanebærer en Vaabnet deel uit van de new wave of DKBM en Korpsånd-cirkel waarvan reeds een straffe compilatie verscheen. De Kopenhaagse band trakteert ons op haar eerste langspeler “Avindskjold” een half uur lang op een mix van etherische en atmosferische black gecombineerd met het beste wat dungeon synth ons te bieden heeft. Dikke mistige riff- en synthlagen liggen voortdurend met mekaar te vozen terwijl een strak doorrammende drumcomputer het tempo op de achtergrond aangeeft. Breed uitwaaierende krijsen vermengen zich in het intergalactische klankenpalet dat opgetrokken wordt en enigszins lijkt te contrasteren met het historische aardse tafereel dat op de cover prijkt. Vergeleken met de demo MMXVIII ligt de nadruk meer op de metalen elementen wat ik toejuich. Magistrale nummers zoals “Nævens fejlslag” en “Efterbyrd” vormen een instant garantie op kippenvel en de bloedmooie met post-rock flirtende intro en outro van “Vingetræk” kunnen mij helemaal krijgen. De lange tijd verguisde keyboards lijken weer helemaal terug te zijn! Hoera!

JOKKE: 82/100

Ærekær – Avindskjold (Nattetale/Tour de Garde 2019)
1. Bøj dig for din ælde
2. Nævens fejlslag
3. Efterbyrd
4. Vingetræk

Wrang – Domstad swart metael

Doorheen de donkere steegjes van Utrecht dwaalt een agnostisch black metal-monster genaamd Wrang. Er verschijnt weldra een split met Grafjammer maar eerst buigen we ons over debuut “Domstad swart metael“, een titel die niet alleen een verwijzing naar thuishaven Utrecht bevat maar ook naar het genre dat de heren brengen. Het trio bestaande uit zanger/gitarist Galgenvot (Iron Harvest, Nevel), bassist Eitr (Deleterious) en drummer Valr (Grafjammer, Iron Harvest, Wesenwille, Weltschmerz) probeert echter buiten de lijntjes van de zwarte kunst te kleuren en geeft een eigen twist aan haar nihilistische black. De band wisselt furieuze slachtpartijen inclusief snedige tremolo riffs en bijtende vocalen af met heldere epische Viking-achtige zangstukken en hoge uithalen, piano-interludes en grandioos klinkende melodieën. De knappe eclectische titeltrack die de plaat aftrapt, bevat reeds alle vernoemde ingrediënten. Keer op keer bekruipen ons nostalgische gevoelens naar het oude werk van een band als Ved Buens Ende, Fleurety of In The Woods. “Tot dwalen verdomd” klinkt grimmiger en iets minder experimenteel hoewel cleane vocalen ook nog van de partij zijn. In “Propaganda der afvalligen” wordt het tempo teruggeschroefd en zoekt zanger Galgenvot de grenzen van zijn stembanden op door ze in alle mogelijke richtingen te stretchen. Eens halfweg het nummer vindt slagwerker Valr het slakkengangetje genoeg geweest en krijgen we enkele snelheidsuitbarstingen voor de kiezen die een melodieuze finale inluiden. Knap voorbeeld van een dynamische, goed gecomponeerde song waarin heel wat te beleven valt qua tempo’s en gemoedstoestanden. “Stormend naar de nietigheid” is meer bezwerend van aard met haar repetitieve riffje en heldere zang totdat bassist Eitr de song een nieuwe wending geeft en we opzwepende black voorgeschoteld krijgen. Deze thrashy insteek met melodieuze leads gaat me echter minder goed af. Geef me dan maar de zwartgeblakerde pandoering waar Wrang ons plotsklaps weer op trakteert. In de start van “Heerser van niemandsland” heeft de bassist opnieuw heel wat in de pap te brokken. Doorheen de black metal-melodieën schijnt een folky insteek door en er kwamen hoorbaar nog enkele vrienden langs om een potje mee te brullen. De hevige uithalen zijn wederom enorm effectief maar de heren rocken er ook deftig op los. Eindigen doet Wrang met een mysterieus klinkende en bezwerende melodie. Zo eclectisch en avontuurlijk als in de titeltrack gaat het er verder op de plaat niet meer aan toe. Van mijn part mag dat buiten-de-hokjes-denken van de opener echter nog verder geëxploreerd worden. Met “Domstad swart metael” heeft Wrang meteen een duidelijk statement gemaakt dat ook zij meedingen naar een plaatsje in de top van de erg sterke en kwaliteitsvolle Nederlandse black metal-scene. Dikke pluim trouwens voor Tour de Garde om de band een kans te geven en hierbij uit haar sinistere comfortzone te treden.

JOKKE: 81/100

Wrang – Domstad swart metael (Tour de Garde 2019)
1. Domstad swart metael
2. Tot dwalen verdomd
3. Propaganda der afvalligen
4. Stormend naar de nietigheid
5. Heerser van niemandsland

Pagan Hellfire – At the resting depths eternal

Al rond snuisterend op de Tour de Garde website, stootte ik op Pagan Hellfire, één van de oudste Canadese black metal-bands die er op deze planeet rondloopt. De naam deed vaag een kerkbelletje rinkelen en blijkt dat deze cultact met “At the resting depths eternal” – naast de nodige demo’s, splits en EP’s – reeds aan haar zesde langspeler toe is in haar 22-jarig bestaan. Vergeleken met het oud spul dat mij destijds ter oren kwam is er echter niet veel veranderd. Deze éénmansband klinkt nog steeds furieus en grimmig en hoewel de band er productiegewijs op vooruit is gegaan, zullen true black metal-fans hun zwarte hartje nog wel kunnen ophalen aan “At the resting depths eternal“. Goed uitgevoerde Canadese black slaagt er immers steeds in om de barre en gure weersomstandigheden van het thuisland te capteren. Ook Pagan Hellfire weet middels haar rauwe screams, dunne gitaarsound en organisch klinkende drums de ijskoude winden, uitgestrekte kustlijn en woest zeeën van Nova Scotia voor de geest te halen. Als je een simpele pizza maakt met enkel tomatensaus als topping, zorg je best dat deze niet te versmaden is. Hetzelfde geldt voor rauwe black en de kwaliteit van diens riffs. Op dat vlak zit het zeker goed bij Pagan Hellfire. In opener “Disappear into sullen night” en halfweg de negen minuten durende titeltrack speelt Incarnatus hypnotiserence snerpende gitaarriffs met een melodische ondertoon die de juiste melancholische en verbitterde snaar weten raken. De main riff in “Ruler’s kingdom ascend” is best catchy en in “Rustling wind of dimensions unreachable” duiken ook betoverende gitaarleads op. Het epische “The mountain pass” doet haar titel dan weer alle eer aan, want je ziet zonder veel extra verbeeldingskracht een monumentaal berglandschap recht voor je opdoemen wanneer je je ogen sluit. De levensloze gitaarklanken van “Loss and timeless spirit” creëren een zekere tristesse die een sereen einde aan deze plaat breien. Aan wie modern klinkende black niet besteed is, raad ik dit authentiek klinkende Pagan Hellfire aan. Ideale (ondergewaardeerde) band ook om op Kerstdag nog eens onder de aandacht te brengen.

JOKKE: 79/100

Pagan Hellfire – At the resting depths eternal (Tour de Garde 2018)
1. Disappear into sullen night
2. Rustling wind of dimensions unreachable
3. At the resting depths eternal
4. Ruler’s kingdom ascend
5. The mountain pass
6. Loss and timeless spirit

Akitsa – Credo

Akitsa draait al een kleine twintig jaar mee in de ondergrondse krochten van het black metal-gebeuren. De band, bestaande uit allesdoeners Outre-Tombe – tevens labeleigenaar van Tour de Garde – en Néant, zal met haar zesde album “Credo” een groter publiek bereiken daar Profound Lore het Canadese duo oppikte. Zowel op muzikaal als op esthetisch vlak vormt de nieuwe langspeler een breekpunt in de geschiedenis van Akitsa. Zo klinkt het nieuwe werk krachtiger dan ooit zonder echter afbreuk te doen aan de originele rauwe en eerlijke Akitsa-spirit en voor het eerst werd er afgeweken van het stelselmatige gebruik van een zwart-witcover. Op tekstueel vlak dragen de heren nog steeds een sinistere en misantropische boodschap uit waarbij ze voor “Voies cataclysmiques” hulp aangeboden kregen van Valnoir, gekend van de Parijse grafische studio Metastazis. Voor de Burzumesque en met cleane zang opgesmukte opener “Siècle pastorale” vonden de heren dan weer inspiratie in een 18de eeuws gedicht van Jean-Baptiste-Louis Gresset. Tien minuten lang wisselen rauwe repetitieve en hypnotiserende riffs zich in het nummer af met eerder rock-geïnspireerde tempo’s waarover O.T. de longen uit zijn lijf schreeuwt. Zoals we van de heren gewend zijn, klinkt de muziek weer enorm gevarieerd en valt er dus meer te beleven dan puur Burzum-worship. “Voies cataclysmiques” bevat Oi! en hardcore riffs maar deze Darkthrone-punkiness ligt me persoonlijk minder doordat het galopperende ritme al snel saai wordt. Van hetzelfde laken een broek in “Vestiges fortifiés“. Geef me dan maar de slepende atmosfeer van het Fins-aandoende “Le monde et ma bile” dat, ondanks een eveneens repetitief karakter, veel dieper onder mijn vel weet te kruipen. In “Espoir vassal” krijgen we de eerste knuppelpartijen te horen en doen de blaffende vocalen de Franse teksten ook hard op het Fins lijken. De tien minuten durende titeltrack die we als toetje krijgen, ademt in de startfase een zekere Bathory-epiek uit en bevat een subtiel maar intrigerend keyboardriedeltje totdat het nummer losbarst en het zwart venijn langs al haar poriën naar buiten ettert. Akitsa levert met “Credo” haar meest toegankelijke plaat af die mij echter niet op alle vlakken weet te bevredigen en waarbij ik me kan voorstellen dat sommige diehard fans van het eerste uur zullen afhaken door de – voor Akitsa-normen – betere productie.

JOKKE: 79/100

Akitsa – Credo (Profound Lore 2018)
1. Siècle pastoral
2. Voies cataclysmiques
3. Le monde et ma bile
4. Espoir vassal
5. Vestiges fortifiés
6. Credo

Old Tower – Stellary wisdom

Ja, ja, ook in het fantasiewereldje van dungeon synth zijn er hypes. Het nieuwste obscuur snoepje dat gretig aftrek lijkt te vinden binnen dit subgenre van black ambient music is het Nederlandse Old Tower. Dit eenmansproject is de creatie van een mysterieuze entiteit die gekend staat als The Specter die vanuit zijn oninneembare toren middels meditatieve lo-fi synth muziek de luisteraar terug katapulteert naar lang vervlogen tijden. De eerste opnames die in 2015 het levenslicht zagen, klonken nog vrij minimalistisch en primitief. Vanaf de split met Orodruin creëerde The Specter het concept van “The shadow kingdom“, een dimensie die een metafoor is voor de eenzame en donkere wereld die we niet kunnen zien of willen voelen, maar in elk van ons verborgen zit. Modernisme en de holle waarden waar onze maatschappij op gebouwd is, zijn niet aan Old Tower besteed. Ondertussen werd het eenmansproject door het prestigieuze Profound Lore opgepikt waardoor het nieuwe “Stellary wisdom” de eerste Old Tower release is die ook op CD beschikbaar zal zijn. Tour de Garde en The Shadow Kingdom staan respectievelijk in voor de vinyl- en taperelease. Recent maakte The Specter zijn live-debuut met Old Tower op Roadburn en deelde hij het podium met Mortiis, waarmee zijn muziek veel parallellen vertoont (ik durf zelfs de term “worship” in de mond te nemen wat dat betreft). Wanneer we ons overgeven aan de rustgevende, maar duistere klanken van “Deep within my somber castle halls” en de titeltrack, die beide op een kwartier speeltijd afklokken, voelen we ons als een ronddolende ridder te paard die doorheen mythische verlaten landschappen, majestueuze oude ruïnes en behekste duistere wouden rijdt. Enkel totter ik een aantal keer bijna van mijn kloek rijdier doordat ik indut wanneer de plaat te lang in eenzelfde repetitief thema blijft hangen – soms kan dat rustgevende aspect natuurlijk wel de bedoeling zijn wanneer je een old school dungeon synth plaatje opzet. Maar geef mij dan toch maar liever Thangorodrim of de oude Mortiis platen “Ånden som gjorde opprør“, “Keiser av en dimensjon ukjent” en “Født til å herske” waar toch heel wat meer gebeurt om het spannend en interessant te houden. Desalniettemin is dit ideale luistermuziek om te ondergaan tijdens nachtelijke boswandelingen of meditatieve kampvuurmomenten.

JOKKE: 77/100

Old Tower – Stellary wisdom (Profound Lore/Tour de Garde/The Shadow Kingdom 2018)
1. Deep within my somber castle halls
2. Stellary wisdom