tour de garde

Ærekær – Avindskjold

Synthliefhebbers kwamen recent al via Vargrav – wiens laatste worp ondertussen gemakkelijk nog een punt of zeven op de scoreladder gestegen is – en Gardsghastr aan hun trekken en hebben er middels het Deense Ærekær opnieuw een lekker speeltje bij. Ærekær maakt net als o.a. Blot & Bod, Grifla da la Secta, Fanebærer en Vaabnet deel uit van de new wave of DKBM en Korpsånd-cirkel waarvan reeds een straffe compilatie verscheen. De Kopenhaagse band trakteert ons op haar eerste langspeler “Avindskjold” een half uur lang op een mix van etherische en atmosferische black gecombineerd met het beste wat dungeon synth ons te bieden heeft. Dikke mistige riff- en synthlagen liggen voortdurend met mekaar te vozen terwijl een strak doorrammende drumcomputer het tempo op de achtergrond aangeeft. Breed uitwaaierende krijsen vermengen zich in het intergalactische klankenpalet dat opgetrokken wordt en enigszins lijkt te contrasteren met het historische aardse tafereel dat op de cover prijkt. Vergeleken met de demo MMXVIII ligt de nadruk meer op de metalen elementen wat ik toejuich. Magistrale nummers zoals “Nævens fejlslag” en “Efterbyrd” vormen een instant garantie op kippenvel en de bloedmooie met post-rock flirtende intro en outro van “Vingetræk” kunnen mij helemaal krijgen. De lange tijd verguisde keyboards lijken weer helemaal terug te zijn! Hoera!

JOKKE: 82/100

Ærekær – Avindskjold (Nattetale/Tour de Garde 2019)
1. Bøj dig for din ælde
2. Nævens fejlslag
3. Efterbyrd
4. Vingetræk

Wrang – Domstad swart metael

Doorheen de donkere steegjes van Utrecht dwaalt een agnostisch black metal-monster genaamd Wrang. Er verschijnt weldra een split met Grafjammer maar eerst buigen we ons over debuut “Domstad swart metael“, een titel die niet alleen een verwijzing naar thuishaven Utrecht bevat maar ook naar het genre dat de heren brengen. Het trio bestaande uit zanger/gitarist Galgenvot (Iron Harvest, Nevel), bassist Eitr (Deleterious) en drummer Valr (Grafjammer, Iron Harvest, Wesenwille, Weltschmerz) probeert echter buiten de lijntjes van de zwarte kunst te kleuren en geeft een eigen twist aan haar nihilistische black. De band wisselt furieuze slachtpartijen inclusief snedige tremolo riffs en bijtende vocalen af met heldere epische Viking-achtige zangstukken en hoge uithalen, piano-interludes en grandioos klinkende melodieën. De knappe eclectische titeltrack die de plaat aftrapt, bevat reeds alle vernoemde ingrediënten. Keer op keer bekruipen ons nostalgische gevoelens naar het oude werk van een band als Ved Buens Ende, Fleurety of In The Woods. “Tot dwalen verdomd” klinkt grimmiger en iets minder experimenteel hoewel cleane vocalen ook nog van de partij zijn. In “Propaganda der afvalligen” wordt het tempo teruggeschroefd en zoekt zanger Galgenvot de grenzen van zijn stembanden op door ze in alle mogelijke richtingen te stretchen. Eens halfweg het nummer vindt slagwerker Valr het slakkengangetje genoeg geweest en krijgen we enkele snelheidsuitbarstingen voor de kiezen die een melodieuze finale inluiden. Knap voorbeeld van een dynamische, goed gecomponeerde song waarin heel wat te beleven valt qua tempo’s en gemoedstoestanden. “Stormend naar de nietigheid” is meer bezwerend van aard met haar repetitieve riffje en heldere zang totdat bassist Eitr de song een nieuwe wending geeft en we opzwepende black voorgeschoteld krijgen. Deze thrashy insteek met melodieuze leads gaat me echter minder goed af. Geef me dan maar de zwartgeblakerde pandoering waar Wrang ons plotsklaps weer op trakteert. In de start van “Heerser van niemandsland” heeft de bassist opnieuw heel wat in de pap te brokken. Doorheen de black metal-melodieën schijnt een folky insteek door en er kwamen hoorbaar nog enkele vrienden langs om een potje mee te brullen. De hevige uithalen zijn wederom enorm effectief maar de heren rocken er ook deftig op los. Eindigen doet Wrang met een mysterieus klinkende en bezwerende melodie. Zo eclectisch en avontuurlijk als in de titeltrack gaat het er verder op de plaat niet meer aan toe. Van mijn part mag dat buiten-de-hokjes-denken van de opener echter nog verder geëxploreerd worden. Met “Domstad swart metael” heeft Wrang meteen een duidelijk statement gemaakt dat ook zij meedingen naar een plaatsje in de top van de erg sterke en kwaliteitsvolle Nederlandse black metal-scene. Dikke pluim trouwens voor Tour de Garde om de band een kans te geven en hierbij uit haar sinistere comfortzone te treden.

JOKKE: 81/100

Wrang – Domstad swart metael (Tour de Garde 2019)
1. Domstad swart metael
2. Tot dwalen verdomd
3. Propaganda der afvalligen
4. Stormend naar de nietigheid
5. Heerser van niemandsland

Pagan Hellfire – At the resting depths eternal

Al rond snuisterend op de Tour de Garde website, stootte ik op Pagan Hellfire, één van de oudste Canadese black metal-bands die er op deze planeet rondloopt. De naam deed vaag een kerkbelletje rinkelen en blijkt dat deze cultact met “At the resting depths eternal” – naast de nodige demo’s, splits en EP’s – reeds aan haar zesde langspeler toe is in haar 22-jarig bestaan. Vergeleken met het oud spul dat mij destijds ter oren kwam is er echter niet veel veranderd. Deze éénmansband klinkt nog steeds furieus en grimmig en hoewel de band er productiegewijs op vooruit is gegaan, zullen true black metal-fans hun zwarte hartje nog wel kunnen ophalen aan “At the resting depths eternal“. Goed uitgevoerde Canadese black slaagt er immers steeds in om de barre en gure weersomstandigheden van het thuisland te capteren. Ook Pagan Hellfire weet middels haar rauwe screams, dunne gitaarsound en organisch klinkende drums de ijskoude winden, uitgestrekte kustlijn en woest zeeën van Nova Scotia voor de geest te halen. Als je een simpele pizza maakt met enkel tomatensaus als topping, zorg je best dat deze niet te versmaden is. Hetzelfde geldt voor rauwe black en de kwaliteit van diens riffs. Op dat vlak zit het zeker goed bij Pagan Hellfire. In opener “Disappear into sullen night” en halfweg de negen minuten durende titeltrack speelt Incarnatus hypnotiserence snerpende gitaarriffs met een melodische ondertoon die de juiste melancholische en verbitterde snaar weten raken. De main riff in “Ruler’s kingdom ascend” is best catchy en in “Rustling wind of dimensions unreachable” duiken ook betoverende gitaarleads op. Het epische “The mountain pass” doet haar titel dan weer alle eer aan, want je ziet zonder veel extra verbeeldingskracht een monumentaal berglandschap recht voor je opdoemen wanneer je je ogen sluit. De levensloze gitaarklanken van “Loss and timeless spirit” creëren een zekere tristesse die een sereen einde aan deze plaat breien. Aan wie modern klinkende black niet besteed is, raad ik dit authentiek klinkende Pagan Hellfire aan. Ideale (ondergewaardeerde) band ook om op Kerstdag nog eens onder de aandacht te brengen.

JOKKE: 79/100

Pagan Hellfire – At the resting depths eternal (Tour de Garde 2018)
1. Disappear into sullen night
2. Rustling wind of dimensions unreachable
3. At the resting depths eternal
4. Ruler’s kingdom ascend
5. The mountain pass
6. Loss and timeless spirit

Akitsa – Credo

Akitsa draait al een kleine twintig jaar mee in de ondergrondse krochten van het black metal-gebeuren. De band, bestaande uit allesdoeners Outre-Tombe – tevens labeleigenaar van Tour de Garde – en Néant, zal met haar zesde album “Credo” een groter publiek bereiken daar Profound Lore het Canadese duo oppikte. Zowel op muzikaal als op esthetisch vlak vormt de nieuwe langspeler een breekpunt in de geschiedenis van Akitsa. Zo klinkt het nieuwe werk krachtiger dan ooit zonder echter afbreuk te doen aan de originele rauwe en eerlijke Akitsa-spirit en voor het eerst werd er afgeweken van het stelselmatige gebruik van een zwart-witcover. Op tekstueel vlak dragen de heren nog steeds een sinistere en misantropische boodschap uit waarbij ze voor “Voies cataclysmiques” hulp aangeboden kregen van Valnoir, gekend van de Parijse grafische studio Metastazis. Voor de Burzumesque en met cleane zang opgesmukte opener “Siècle pastorale” vonden de heren dan weer inspiratie in een 18de eeuws gedicht van Jean-Baptiste-Louis Gresset. Tien minuten lang wisselen rauwe repetitieve en hypnotiserende riffs zich in het nummer af met eerder rock-geïnspireerde tempo’s waarover O.T. de longen uit zijn lijf schreeuwt. Zoals we van de heren gewend zijn, klinkt de muziek weer enorm gevarieerd en valt er dus meer te beleven dan puur Burzum-worship. “Voies cataclysmiques” bevat Oi! en hardcore riffs maar deze Darkthrone-punkiness ligt me persoonlijk minder doordat het galopperende ritme al snel saai wordt. Van hetzelfde laken een broek in “Vestiges fortifiés“. Geef me dan maar de slepende atmosfeer van het Fins-aandoende “Le monde et ma bile” dat, ondanks een eveneens repetitief karakter, veel dieper onder mijn vel weet te kruipen. In “Espoir vassal” krijgen we de eerste knuppelpartijen te horen en doen de blaffende vocalen de Franse teksten ook hard op het Fins lijken. De tien minuten durende titeltrack die we als toetje krijgen, ademt in de startfase een zekere Bathory-epiek uit en bevat een subtiel maar intrigerend keyboardriedeltje totdat het nummer losbarst en het zwart venijn langs al haar poriën naar buiten ettert. Akitsa levert met “Credo” haar meest toegankelijke plaat af die mij echter niet op alle vlakken weet te bevredigen en waarbij ik me kan voorstellen dat sommige diehard fans van het eerste uur zullen afhaken door de – voor Akitsa-normen – betere productie.

JOKKE: 79/100

Akitsa – Credo (Profound Lore 2018)
1. Siècle pastoral
2. Voies cataclysmiques
3. Le monde et ma bile
4. Espoir vassal
5. Vestiges fortifiés
6. Credo

Old Tower – Stellary wisdom

Ja, ja, ook in het fantasiewereldje van dungeon synth zijn er hypes. Het nieuwste obscuur snoepje dat gretig aftrek lijkt te vinden binnen dit subgenre van black ambient music is het Nederlandse Old Tower. Dit eenmansproject is de creatie van een mysterieuze entiteit die gekend staat als The Specter die vanuit zijn oninneembare toren middels meditatieve lo-fi synth muziek de luisteraar terug katapulteert naar lang vervlogen tijden. De eerste opnames die in 2015 het levenslicht zagen, klonken nog vrij minimalistisch en primitief. Vanaf de split met Orodruin creëerde The Specter het concept van “The shadow kingdom“, een dimensie die een metafoor is voor de eenzame en donkere wereld die we niet kunnen zien of willen voelen, maar in elk van ons verborgen zit. Modernisme en de holle waarden waar onze maatschappij op gebouwd is, zijn niet aan Old Tower besteed. Ondertussen werd het eenmansproject door het prestigieuze Profound Lore opgepikt waardoor het nieuwe “Stellary wisdom” de eerste Old Tower release is die ook op CD beschikbaar zal zijn. Tour de Garde en The Shadow Kingdom staan respectievelijk in voor de vinyl- en taperelease. Recent maakte The Specter zijn live-debuut met Old Tower op Roadburn en deelde hij het podium met Mortiis, waarmee zijn muziek veel parallellen vertoont (ik durf zelfs de term “worship” in de mond te nemen wat dat betreft). Wanneer we ons overgeven aan de rustgevende, maar duistere klanken van “Deep within my somber castle halls” en de titeltrack, die beide op een kwartier speeltijd afklokken, voelen we ons als een ronddolende ridder te paard die doorheen mythische verlaten landschappen, majestueuze oude ruïnes en behekste duistere wouden rijdt. Enkel totter ik een aantal keer bijna van mijn kloek rijdier doordat ik indut wanneer de plaat te lang in eenzelfde repetitief thema blijft hangen – soms kan dat rustgevende aspect natuurlijk wel de bedoeling zijn wanneer je een old school dungeon synth plaatje opzet. Maar geef mij dan toch maar liever Thangorodrim of de oude Mortiis platen “Ånden som gjorde opprør“, “Keiser av en dimensjon ukjent” en “Født til å herske” waar toch heel wat meer gebeurt om het spannend en interessant te houden. Desalniettemin is dit ideale luistermuziek om te ondergaan tijdens nachtelijke boswandelingen of meditatieve kampvuurmomenten.

JOKKE: 77/100

Old Tower – Stellary wisdom (Profound Lore/Tour de Garde/The Shadow Kingdom 2018)
1. Deep within my somber castle halls
2. Stellary wisdom