Woods Of Desolation

Unreqvited – Stars wept to the sea

Wie anno 2016 af en toe eens door Youtube-comments scrolde kreeg ongetwijfeld lucht van het Canadese Unreqvited. De man achter de band (die schuilgaat onder het pseudoniem 鬼) had toen net “Disquiet” uitgebracht, en vond schaamteloze zelfpromotie op bovengenoemd kanaal precies de beste methode om het nieuws te verspreiden. Deze onorthodoxe promocampagne werd hem echter snel vergeven toen “Disquiet” een pareltje bleek te zijn waarin aangrijpende pianolijnen een bijzonder sfeervolle combinatie met atmosferische black metal en shoegaze vormen. Middels de plotse vrijgave van het nummer “Stardust” en het prachtige artwork van de mij tot nu toe onbekende Saprophial werd “Stars wept to the sea” aangekondigd. “Stardust” liet meteen horen dat Unreqvited vasthield aan de vertrouwde sound maar deze heeft uitgediept. Zo zijn de gitaren op de nieuwe telg iets prominenter aanwezig en wordt iets meer focus gelegd op het black metal aspect in de muziek. Na een lang uitgesponnen intro-track (die voor een keer niet totaal overbodig is) komt dan “Anhedonia”, meteen één van de meest aangrijpende nummers die het album rijk is. Een ietwat slepende, über-melancholische riff wordt ten gepaste tijde doorspekt met piano waarbij de uiterst getormenteerde screams (die bijwijlen wel wat richting het DSBM-genre neigen) nog net die extra touch geven. Unreqvited moet zich de terechte bedenking hebben gemaakt dat veel atmosferische black metal vaak nogal monotoon is, dus werd er beslist om de nodige variatie en tempowisselingen aan te brengen. Ook aan een rustpunt werd gedacht, en het moet gezegd dat de outro met fe-no-me-na-le vrouwelijke zang op het einde van het titelnummer een absolute meerwaarde biedt. Ook “Empyrean” voorziet halverwege het album een moment om even stil te staan met kalmere, ambient aandoende klanken. Niks dan lovende woorden voor Unreqvited hier, en dan zitten we nog maar halfweg het album. “Kurai” implementeert Agalloch-gewijs enkele natuurgeluiden zoals fluitende vogels, om vervolgens te exploderen in een beklijvend nummer dat bijna op een Woods of Desolation-plaat zou hebben gepast. Voor het eerst krijgen we een fikse verhoging van het tempo en zijn er blastbeats en een enorm heldere lead te horen. De rest van het album gaat op dit élan verder, waarbij afsluiter “Soulscape” een perfecte samenvatting is van alles waar Unreqvited voor staat. Dynamisch, melancholisch en fucking goed zijn enkele termen die het album perfect vatten. Met “Stars wept to the sea” levert Unreqvited prachtwerk af dat het ook al steengoede “Disquiet” bijna naar de vergetelheid verwijst. Volgens sommigen is de band niet ‘metal’ genoeg en verdient ze daarom geen plekje in de metalen archieven, maar wat dit album wél verdient is een plek in de collectie van iedereen die het genre een warm hart toedraagt. Unreqvited katapulteert zichzelf in één klap naar het absolute summum van de atmosferische black metal, en brengt ons één van de beste albums die het genre in jaren heeft gezien. Het feit dat het album al iets meer dan een maand uit is en nog steeds quasi dagelijks te horen is in casa Cas zou boekdelen moeten spreken. Als dit pareltje niet in de jaarlijsten verschijnt kap ik ermee, want beter dan dit wordt het niet.

CAS: 95/100

Unreqvited – Stars wept to the sea (Avantgarde Music, 2018)
1. Sora
2. Anhedonia
3. Stardust
4. Kurai
5. Empyrean
6. White Lotus
7. Namida
8. Soulscape

Numenorean – Home

Sinds (het door menigeen verguisde) Deafheaven op een succesvolle manier een brug wist te slaan tussen black metal en shoegaze/post-rock, zijn tal van bands in hun kielzog beginnen opereren, waarbij sommige nóg meer het slachtoffer werden van het haters gonna hate-theekransje, denken we maar aan een band als Ghost Bath. Met het in Canada residerende Numenorean is deze scene weer een band rijker. Ik kende ze niet – en u waarschijnlijk ook niet – maar daar zal de promomachine van Season Of Mist wel verandering in brengen. Debuutplaat “Home” werd van een ietwat shockerende hoes voorzien, maar in plaats van op z’n goregrinds enkel een provocerend hoesplaatje te kiezen just for the sake of it zit er wel degelijk een verhaal achter de misselijkmakende cover. Het centrale thema, de muziek en het artwork van ‘Home’ handelen over een verlangen naar iets dat we als mens nooit zullen bereiken. We voelen ons als mens allemaal op één of andere manier leeg en gebroken, dus zoeken we voldoening in zaken zoals geld, seks, relaties, drugs, religie en een verscheidenheid aan andere dingen, maar uiteindelijk blijven we verstoken van het ware geluk. Waar we écht op zoek naar zijn, is de onschuld van een kind dat niets van deze wereld kent en omdat we niet in staat zijn dit ooit terug te krijgen, is de enige plek waar we dit comfort terug kunnen vinden onvermijdelijk de dood. Het meisje op de cover stelt deze laatste rustplaats voor ons voor. En de albumtitel verwijst naar het feit dat ze alle pijn en verdriet, die verbonden zijn aan volwassen worden, niet moet ervaren. Een zwaarwichtig thema, dat door Numenorean op pakkende wijze in vier uitgesponnen tracks en een interludium verpakt wordt. De muzikale expressie situeert zich tussen extreme, overwegend zinderende black metal en melancholische shoegaze/postrock, waarbij ook meermaals rock-georiënteerde passages de revue passeren. Metershoge golven aan pakkende screams en riffs overspoelen plots de ingetogen instrumentale intermezzo’s die als moment van zelfreflectie en bezinning fungeren. Noem het post-black, noem het DSBM, noem het blackgaze, ach als het kind maar een naam heeft. Erg origineel is het ondertussen ook allemaal niet meer, maar het geheel wordt wel sterk en overtuigend gebracht. Hierbij weet het vijftal meer dan eens de gevoelige snaar te raken, zonder dat het gebodene in een zeemzoete brij vervalt – verre van zelfs. Naast de eerder genoemde invloeden, zal Numenorean ook de liefhebbers van Forgotten Tomb, Woods Of Desolation, Alcest of Harakiri For The Sky weten te bekoren. Goed debuut! Luistertip: “Devour“.

JOKKE: 78/100

Numenorean – Home (Season Of Mist 206)
1. Home
2. Thirst
3. Shoreless
4. Devour
5. Laid down

Dynfari – Vegferð tímans

Binnen de immens interessante IJslandse black metal scene is Dynfari min of meer een vreemde eend in de bijt. Ze spelen immers niet de meest woeste vorm van black metal, maar eerder een heel atmosferische en bijwijlen beklijvende naar doom metal neigende variant. Bassist Andri Björn Birgisson en gitarist Hjálmar Gylfason maken tevens deel uit van het fantastische Auðn en die eerste klust samen met frontman Jóhann Örn ook nog bij in de live bezetting van het Roemeense Negură Bunget. Met “Vegferð tímans” brengen ze reeds hun derde langspeler uit. Ik leerde het kwartet kennen met hun gelijknamig debuut uit 2011 dat reeds beloftevol klonk. Opvolger “Sem skugginn” is onder de radar gepasseerd en het zou doodzonde zijn als dat met dit derde album ook gebeurd zou zijn. “Vegferð tímans” betekent zoveel als “De reis van de Tijd” en handelt over de onvermijdelijke ondergang van de mens als een ooit levende en ademende materie die oplost in de grote leegte waar hij één wordt met het oneindig universum en de sterren. Deze interessante thematiek werd door Metaztasis (Watain, Behemoth, Blut Aus Nord) prachtig gevisualiseerd en door de band middels pakkende atmosferische black metal op muziek gezet. Akoestische gitaren, strijkinstrumenten, verhalende zang en zangkoren bezorgen de nummers extra cachet. Melancholie is het codewoord en wie wil kan de band min of meer tussen genregenoten als Woods Of Desolation, Shining, Forgotten Tomb of Nyktalgia plaatsen, zonder het suïcidale aspect wel te verstaan. Ook het dromerige van een Alcest of de pakkende melodie van oude Katatonia klinken niet zo gek als vergelijksmateriaal. Het epische “Hafsjór” is hier een mooi voorbeeld van. Het pronkstuk van deze langspeler is echter het monumentale “Vegferð”, waarvan de drie delen samen meer dan een half uur overspannen en waarin alle registers opengetrokken worden: kloeke cleane mannenzang, frêle vrouwelijke vocalen, ijskoude screams, subtiel gefluister, felle black metal, heroïsche epiek, ingetogen akoestisch gitaargetokkel, gitaarsolo’s, … Al deze stijlelementen vloeien naadloos in mekaar over zonder dat het een hannekesnest wordt. Het tweede deel heeft zelfs amper met metal te maken, maar is eerder dromerige shoegaze na een intieme aanloop te kennen. Omwille van het lage tempo in het hardere einde doemt de doommetal van het Duitse Ahab hier ook als vergelijk op. Heel knappe prestatie die Dynfari hier neerzet. Voor wie het niet voortdurend moet rammen en blazen, zal aan “Vegferð tímans” een vette kluif hebben.

JOKKE: 84/100

Dynfari – Vegferð tímans (Code 666 Records – 2015)
1. Ljósið
2. Óreiða
3. Sandkorn (í stundaglasi tímans)
4. Hafsjór
5. Fall hinna XCII og 2^57.885.161 – 1 sálna
6. Vegferð I – Ab terra
7. Vegferð II – Ad astra
8. Vegferð III – Myrkrið

Ghost Bath – Moonlover

Deafheaven bashers aller landen verzamelt U, want met Ghost Bath biedt er zich een nieuwe schietschijf aan voor iedereen die het groengespikkeld schijt krijgt van deze door de hipster goegemeente op een  piëdestal aanbeden band. Deafheaven en black metal in één zin vernoemen, is volgens de trve black metal liefhebber dan ook pure heiligschennis. Ik vermoed dat Ghost Bath de komende weken dan ook heel wat internetgezeik over zich heen zal krijgen, maar ach, negatieve publiciteit is ook publiciteit. Zelfs in de diepste krochten van de underground, zijn vele bands momenteel niet vies van een beetje marketing. Denk maar aan de eigen kledinglijn van Urfaust, de aanpak van een band als AmenRa, orthodoxe black metal acts met hun over-the-top stage presentatie of bands waarvan de leden zich in een diepe ondoordringbare mist verhullen. Bij Ghost Bath is het niet alleen de identiteit die verscholen blijft, ook het land van herkomst roept meerdere vraagtekens op. Zo zou de band zijn oorsprong hebben in China, een land dat nu niet bepaald hoge ogen gooit als het aankomt op extreme metal. Alleen trekt de auteur van volgend artikel dit wel serieus in twijfel (http://noisey.vice.com/blog/ghost-bath-interview-stream). Interessant voer voor discussie dus, maar wat doet het er eigenlijk allemaal toe? Draait het immers niet allemaal om de muziek? Ja en neen. Voor ondergetekende is de kwaliteit van de muziek natuurlijk van primordiaal belang, maar als het visuele én artistieke plaatje ook klopt, vormen één en één soms drie. Deze truken van de foor aanwenden om muzikale onkunde te camoufleren is natuurlijk not done, maar die bands vallen meestal ook relatief snel door de mand. Met het hoesontwerp zit het in elk geval al snor want deze obscure artistieke foto van Luiz González Palma, die een duidelijke link legt met de titel van het album, wekte mijn interesse meteen. Over naar de muziek! Openingstrack “Golden number” is meteen het hitje van de plaat. De link met Deafheaven is zo klaar als een klontje, zeker als er in de snelle black metal maalstroom plots een über catchy gitaarriff opduikt die niet zou misstaan op een poppy punkrockplaat. De ene zal dit als cheesy en kinderachtig afdoen,  de ander zal ervan in extase geraken. Een titel als “Happyhouse” zet je als luisteraar op het verkeerde been, want vrolijk wordt je hier niet bepaald van. Deze song, net als de rest van de plaat overigens, grijpt muzikaal gezien meer terug naar hun vorige album “Funeral” dat nog maar een jaartje oud is en waarop de sound eerder omschreven kon worden als suicidal black metal met van die vreselijke hoge maniakale black metal screams die véélte hard op de voorgrond gemixt waren. Opmerkelijk wat voor een grote stap voorwaarts er in een relatief korte tijdspanne gezet wordt met dit “Moonlover”. De getormenteerde burzumesque uithalen vormen een veel beter geheel met wat er muzikaal geboden wordt. De productie en songwriting skills zijn een pak verbeterd, alleen is de sound met momenten weer iets té clean voor deze depressieve muziekstijl, maar soit. De sfeerzetting in het instrumentale “The silver flower pt. 1” is ontroerend mooi om in het tweede deel van de song naar een climax toe te werken middels kippenvelopwekkende gitaarleads. De melodie van het afsluitende “Death and the maiden” blijft nog dagenlang als mindfucker in je kop hangen. Ghost Bath is zonder twijfel de beste depressieve black metal band van het moment. Of noem het suicidal black metal want de bandnaam verwijst naar een manier om zelfmoord te plegen in water. Met momenten is er een dikke vette knipoog naar Deafheaven, maar de overheersende sound neigt toch eerder naar bands als Woods Of Desolation, Forgotten Tomb, Grey Waters of het oude Alcest. Ik ben verkocht (en controleer de komende dagen best de onderkant van mijn wagen alvorens ik instap)!

JOKKE: 88/100

Ghost Bath – Moonlover (Northern Silence productions 2015)
1. The sleeping fields
2. Golden number
3. Happyhouse
4. Beneath the shade tree
5. The silver flower pt. 1
6. The silver flower pt. 2
7. Death and the maiden

Cepheide – De silence et de suie

Wie houdt van gladde en kraakheldere producties waarbij alle instrumenten duidelijk hoorbaar in de mix zitten en die luid uit de speakers knallen, loopt best in een grote boog rond de eerste demo van het Franse Cepheide heen. Het Parijse trio trakteert ons hier namelijk op een portie lo-fi doch atmosferische black metal met een dikke knipoog richting Amerikaanse bands genre Ash Borer en Fell Voices. Het niveau van deze bands wordt echter nog niet gehaald op deze eerste worp, hoewel “L’Homme ruine” toch al een aardige poging is. Doorheen het wazige en groezelige tapijt van up-tempo black metal kan de aandachtige luisteraar enige vorm van melodieën ontwaren (check onder andere de grootse finale melodie aan het einde van “Deluge”), hoewel deze bijlange niet zo pakkend zijn als hun Amerikaanse collega’s weten neer te zetten in hun rauwe herrie. Grootste werkpunt blijven echter de vocalen, die heel monotoon zijn en volgens mij zelfs helemaal geen tekst uitbraken. Het zijn eerder hoge schelle gillen en krijsen, zoals we die bij menig suïcidale black metal band terugvinden. Het heeft soms dan ook wel wat weg van de Aussies van Woods Of Desolation. Tegen de vierde song “Deluge” beginnen de uithalen van “zanger” Spasme (daar heeft het trouwens ook wel wat van weg) toch wel storend te worden, hoewel de muzikale razernij er zeker mee door kan. Voor verbetering vatbaar dus. Desalniettemin denk ik dat deze Fransozen nog wel sterk uit de hoek kunnen komen op volgende releases. Een band om in het oog te houden dus. De demo is te verkrijgen via hun Bandcamp op zowel CD als cassette, een geluidsdrager die terug aan een opmars bezig is in undergroundmiddens.

JOKKE: 70/100

Cepheide – De silence et de suie (Eigen beheer 2014)
1. A la croisée des ames
2. Là où les idoles demeurent
3. L’Homme ruine
4. Deluge

Griefloss – Ruiner

Via de Fuck Yeah! Hipster Black Metal blog (laat de haatmail maar komen trve black metal kvlt fanatics!) stootte ik op het eerste album “Ruiner” van het uit Washington DC en North Virginia afkomstige Griefloss. De band omschrijft haar geluid als een mix van black metal en shoegaze waar ik me wel in kan vinden. De screams zitten in de depressieve black metal hoek en in de eerste twee songs doet de band me wat aan Woods Of Desolation denken. Derde song “łłł” vormt het hoogtepunt van de plaat. Dit melancholisch meesterwerkje start vrij ingetogen met een simpele maar effectieve drumbeat vergezeld van gitaarruis en breekbare cleane vocalen van gitarist Ben Polson. Qua stemgeluid leunt hij dicht aan bij John Haughm van Agalloch. Na een kleine drie minuten breekt de song open met een kippenvel opwekkende melodie die overgaat in een shoegaze/ postrock-finale, waarin de ijselijke screams van bassist Blade Ronetz voor een schril contrast zorgen met de ijle cleane zang. Ook in “Mouth of god” gaan melancholische stemklanken een spannend duel aan met wanhopige krijszang. Muzikaal gezien start dit nummer als een donkere meeslepende en rockende song, waar een versnelling in de drums halfweg toch weer voor een black metal impuls zorgt. Met het langzaam naar een climax opbouwende en 12 minuten durende “Charon” komt er na 50 minuten een einde aan deze verdomd goede debuutplaat. Fans van eerdergenoemde bands of van een Heretoir, Alcest of de Cascadian black metal sound moeten deze plaat eens opsnorren via hun bandcamp http://griefloss.bandcamp.com/

JOKKE: 83/100

Griefloss – Ruiner (Eigen beheer)
1. Ruiner
2. Void
3. łłł
4. Chindi
5. Mouth of god
6. Charon