The English version of this review can be found here.

Franse black metal. Er valt sinds Les Légions Noires helemaal geen rode lijn meer door te trekken, grotendeels omdat het om een stel eindeloos eigenwijze maar gelukkig wel ambitieuze en vaak ook stomweg virtuose artiesten gaat waarbij één ding om onverklaarbare reden steeds als een paal boven water staat: het gaat om ontwrichte, vermaledijde en vaker wel dan niet totaal gestoorde muziek. Vorig jaar mochten we van de kolossale en allesvernietigende witte ruis van Plebeian Grandstand genieten, deze keer is het aan kleine broertje Mourir om de plak te zwaaien. Zanger slash gitarist Olivier Lolmède en producer slash mixer Amaury Sauvé zorgen er occasioneel en al dan niet opzettelijk voor dat “Disgrâce” met momenten wel wat wegheeft van Plebeian’s “Rien ne suffit” uit 2021, maar als alle bloedvaten in je irissen net als bij onderstaande van pure opwinding bij het luisteren van die laatste plaat spontaan tot ontploffing komen, dan zal je helemaal niet rouwig zijn om te horen dat er gelijkenissen zijn.
Nochtans is “Disgrâce” absoluut en ontegensprekelijk zijn eigen soort walgelijk monster: op deze plaat staan eindeloze barrages van wild in het rond spartelende, verwarrende en tegelijkertijd enorm meeslepende riffs centraal – en niet het grauwe bombardement van noise dat “Rien ne suffit” zo opvallend en herkenbaar maakte. De eerste noten van opener “La pluie, le torrent, la boue, le vent, la lave” – die hardnekkig opgevolgd worden door een halve minuut totale stilte – zetten meteen de sfeer: de diepgewortelde haat voor het onaards parasitaire karakter van de mensheid en de bijtende onverschilligheid die het uiteindelijk veroorzaakt, sijpelen uit alle trypophobia-inducerende poriën die dit demonisch schepsel rijk is. Mourir’s DNA stinkt naar een oprecht verachten van zijn medemens. Wanneer de track enkele minuten later in een glorieuze, bijtende en cynische climax implodeert, rijten ze alle scepsis meedogenloos en sans scrupules uiteen, met bloedende restanten van bot, sap, orgaan en vlees tot resultaat.

Een laatste grote overeenkomst is ook meteen nòg een van de sterkste punten van deze plaat: de megalomane, krankzinnige, psychopatische vocalen van bovengenoemde O. Lolmède. De man krijst portalen naar andere stelsels open en weer dicht – hij moet bezeten zijn door een plethora aan verschillende demonen die een voor een of tezamen maar in ieder geval naar eigen goeddunken de controle van zijn lichaam en geest overnemen, om zo een waar schouwspel van onbegrijpelijk maniakale auditieve cyanide voor te schotelen.

De vier heren schrijven met “Disgrâce” net geen veertig minuten uiterst fenomenale muziek. De plaat is ondanks zijn haast lachwekkend agressieve karakter uitstekend uitgebalanceerd, elk nummer komt ook op zichzelf buitengewoon goed tot z’n recht, en er zit geen enkele moment waarop de verveling dreigt toe te slaan verscholen in zijn lijf. Vaak zijn het net dergelijke eindeloos razende platen die je aandacht zonder het te beseffen kwijtspelen – niets is minder waar wat Mourir’s laatste betreft. AOTY-materiaal. Essentieel spul van een band die beslist nog veel in zijn mars heeft.

Jules: 93/100

Mourir – Disgrâce (Throatruiner Records 2022)
1. La pluie, le torrent, la boue, le vent, la lave
2. Que de chemins minables
3. De pisse et d’orgueil
4. Bâtards égarés
5. En flammes
6. Soit