Zodra we de compilatie “De oproeping van middeleeuwe duisternis” enkele jaren geleden in het vizier gekregen werden we getriggerd door diens scheppende kracht Hulder, met name daar er een link bleek te zijn met ons Belgenlandje en meerbepaald de stad Mechelen en natuurlijk kom je one-womanbands in het blackmetalwereldje ook nog steeds niet zo gek veel tegen, dus dat is een nog vrij exotisch gegeven. Belangrijker nog was natuurlijk dat het zwartmetalen geweld met middeleeuwse toets ook wist te overtuigen, zeker wanneer in 2021 het volwaardige debuut “Godslastering: Hymns of a forlorn peasantry” verscheen. In 2022 volgde de EP “The eternal fanfare” waarop mevrouw Hulder een subtiele koerswijziging liet horen door wat meer bestiale en sepulchrale deathmetalinvloeden in de muziek en met name de zang te steken. Hulder verzamelde enkele livemuzikanten rond zich en stak op Amerikaanse bodem menig podium in vuur en vlam. Na een eerste mislukte poging om op Metal Méan te spelen werd vorig jaar dan toch eindelijke de grote plas overgestoken om met het zwaard en schild in de hand Europese grond te veroveren, een strijd dieook op Unholy Congregation uitgevochten werd. Spijtig genoeg zat het de band wederom niet mee want de nodige feedbackproblemen maakten dat mevrouw Hulder het na enkele nummers plotsklaps voor bekeken hield en het strijdveld na enkele aanvallen verliet. Hulder en geboorteland België blijken op deze manier haast een vervloekte combo te zijn! Op “The eternal fanfare” was de link met België qua thematiek of het gebruik van het Nederlands trouwens zoek en dat is ook het geval op de nieuwe langspeler “Verses in oath“, hoewel die nog steeds lijkt te draaien om haar identiteit waarvan de wortels diep in lang vergeten grond liggen.
Zodra de inleidende klaagzang van de kraaien uitgestorven is, wordt duidelijk dat de muzikale koerswijziging van de EP verder doorgetrokken wordt, maar gelukkig waait er nog steeds een middeleeuwse wind doorheen de composities. Op “Boughs ablaze” vertaalt zich dat in akoestisch gitaarspel, elders in archaïsche toetsen, maar een groot deel van het – overigens loodzware – karakter van het navolgende “Hearken the end” wordt kleur gegeven door een heerlijk wisselspel tussen feeërieke helder gezongen passages en de woeste strijdzang van de frontdame. Het titelnummer klinkt als een ongetemde manifestatie van de veroveringsdrang van de band, net als “Vessel of suffering” en “Enchanted steel” die een roofzuchtige barbaarsheid omarmen en met een snijdende wreedheid op je inhakken en zwart bloed op een wit sneeuwtapijt doen spatten. Tracks als het eerder vermelde titelnummer of de instrumentale tussendoortjes “Lamentation” en “An offering” lijken dan weer eerder met eeuwenoud melancholisch verdriet gevuld te zijn terwijl het dynamische “Cast into the well of remembrance” bij momenten best grandioos klinkt en de strijdlust van Hulder doordringt in het zwaardgekletter van de omineuze afsluiter “Veil of penitence“.
“Verses in oath” werd in de somberste en koudste maanden van de noordwestelijke winter ingeblikt en dat is duidelijk hoor- en voelbaar in het grimmige aura dat in de nummers gecapteerd zit. De mix en master werden toevertrouwd aan cultlegende Ahti Kortelainen van Tico Tico Studios in Finland, wiens overweldigende lijst met credits decennia teruggaat tot onder meer Barathrum, Belial, Impaled Nazarene en Moonsorrow. Het eindresultaat is een plaat die zowel barbaars meedogenloos als weemoedig suggestief klinkt en doordrongen is van destructieve superioriteit, rituelen en tradities van het genre. Hulder draagt creatieve autonomie en individuele vrijheid hoog in het vaandel en dat heeft in de vorm van “Verses in oath” een erg knappe plaat vol duistere en woeste middeleeuwse black metal opgeleverd.
JOKKE: 88/100
Hulder – Verses in oath (20 Buck Spin 2024)
1. An elegy
2. Boughs ablaze
3. Hearken the end
4. Verses in oath
5. Lamentation
6. An offering
7. Cast into the well of remembrance
8. Vessel of Suffering
9. Enchanted steel
10. Veil of penitence
