“Sotteklugt”, toch één van mijn favoriete albums via het ondertussen (en helaas) opgeheven Babylon Doom Cult Records, had de pech om in het eerste coronajaar uit te komen waardoor Shagor ze pas later op het podium kon voorstellen – nooit goed voor het momentum van een plaat. Gezien de helft van het viertal in tussentijd tal van releases – Suol, Dinbethes, Weerzin – via hun eigenste Swarte Yssel label uitbracht en gitarist/zanger P. er nog bezigheden in Ossaert, Dödsrit en Doodswens op nahoudt, viel de aandacht voor Shagor na een reeks intense concerten de laatste paar jaren wat weg. Volgens de Nederlanders een ideaal moment om terug in de pen te kruipen, en tussen P.’s druk tourschema in werd “Lyksalver” geschreven en ingeblikt. Gezien de onfortuinlijke ondergang van hun laatste broodheer werd voor de fysieke uitgave onderdak gevonden bij het uitstekende Vendetta Records.
De Laster- en Fluisteraarsreferenties die de band zelf nog maakte ten tijde van het debuut zijn stilaan verdampt en de black metal die Shagor vijf jaar later serveert is volwassen geworden: de band klinkt meer gefocust en wist tijdens het schijfproces waar ze naartoe wilden. Centraal staat nog steeds het tegenspel tussen opzwepende screams en dramatische zang, een tegenstelling die ook in het spelen met tempo’s en de eens striemende, dan weer weemoedige tremololeads vervat zit. De heldere zang is met “Hersielingh” als vocaal hoogtepunt gevarieerder dan voorheen en ondanks de grotere focus op melodieuze zangstijlen klinkt doorheen de vijf lange nummers die “Lyksalver” rijk is nog steeds dezelfde urgentie door die het debuut zo goed maakte.
Ditmaal geen rustpunt in de vorm van een akoestisch intermezzo maar met een gemiddelde speelduur van om en bij de tien minuten krijgen de nummers ruim de tijd om te ademen en het gaspedaal even te lossen; ook is de epische afsluiter “Sluymerval” van een rustig opbouwende intro voorzien. Dat de heren ondertussen niet meer groen achter de oren zijn klinkt door in de dynamische songwriting die naar het eind van de plaat toe dwingender en intenser wordt (waarmee we niet gezegd willen hebben dat bijvoorbeeld het tweede nummer “Per nefer” niet verdomd venijnig uit de hoek kan komen) en ook over luisterbeurten heen geeft “Lyksalver” steeds meer details prijs. Daarnaast klinkt de sound iets minder impulsief, waarvoor wat rauwe randjes moesten sneuvelen maar waarbij elke tokkel wel duidelijk hoorbaar is.
Met “Lyksalver” komt het logische vervolg op “Sotteklugt”, met dezelfde stijl qua artwork en presentatie; ditmaal is niet enkel de albumtitel in heerlijk archaïsch Nederlands geschreven, maar die van de nummers evenzeer. Ook al horen we in de verte nog wat echo’s van Ulver waaien, Shagor evolueert duidelijk voorbij de vroeger duidelijker gedefinieerde invloeden en vindt meer een eigen richting. De grotere focus op finesse in songwriting en geluid wordt eveneens weerspiegeld in het gecompliceerder hoesontwerp. Omdat mijn eigen smaak de laatste jaren precies meer de vuil, vuiler, vuilst kant opgaat klinkt “Lyksalver” in mijn oren misschien soms iets te proper en afgelikt, maar verder brengt Shagor drie kwartier meer dan degelijke black metal ten gehore met dankzij zijn vele afwisseling een hoge replay value.
CAS: 83/100
Shagor – Lyksalver (Vendetta Records 2025)
1. Afschynsel
2. Per nefer
3. Foltertogt
4. Hersielingh
5. Sluymerval
