postrock

Witch Trail – The sun has left the hill

Naast, of net door het feit dat Laurens en Jeffrey me regelmatig voorzien van financiële en andere katers zou een mens bijna vergeten dat de heren er samen met Hendrik ook nog een orkestje op nahouden. Witch Trail heet het beestje, en zijn aard is diffuus en moeilijk te omschrijven. Met “The sun has left the hill” zijn de heren aan hun tweede full length toe, waarop ze de eigenzinnige weg die ze na hun blackthrash-verleden hebben ingeslagen verder bewandelen. Roze albumhoezen zijn sinds 2013 in, en wat het Gentse trio ons visueel toont is even moeilijk te omschrijven als eender welke genredefiniëring die we op de band kunnen plakken. Mijn beste gok is een lsd-tab omringd door de visuele effecten ervan, en daarmee zitten we eigenlijk niet ver van de omschrijving van de muziek af. Naast de overduidelijke fundering die uit het black metalboekje wordt gehaald experimenteren de heren gretig met invloeden uit sludge, grunge, krautrock en wat nog. Opener “Sinking” knalt er meteen vrij uptempo in waar heldere leads in schril contrast staan met de beukende blastbeats en Jeffreys getormenteerd gekrijs, en zet meteen de toon voor het komende halfuur aan geëxperimenteer en eclecticisme. Dat Laurens niet kan tellen hoor je er niet aan, want zijn drumspel zit retestrak – wat ik ook kan beamen na een zweterige, broeierige releaseshow in een veel te klein café in november. Met “Stupor” gaan de heren een meer speelse, haast funky kant op en wordt zowaar een postpunk nummer in de plaat verwerkt. “Silent running” wordt dan weer sludgy op gang getrokken alvorens postrockgewijs op te bouwen richting “Afloat”, waarin halfweg een stuk pure manie – compleet met overslaande krijsen wordt ontketend, om daarna enkele gitaarsolo’s uit de mouw te schudden. Afsluiter “Residue” is meteen ook het meest tegendraadse nummer op een toch al eigenwijze plaat. Dankzij de garage-achtige sound (ingeblikt bij Go To Eleven) krijgt het geheel een rauw en vuil kantje mee. “The sun has left the hill” is geen spek naar ieders bek, maar liefhebbers van intrigerende, genre-combinerende en inventieve muziek zullen bij herhaalde luisterbeurten steeds iets nieuw ontdekken tijdens deze halfuur durende trip, die fysiek vereeuwigd werd dankzij Consouling Sounds en Babylon Doom Cult Records. Licht verteerbaar is het allemaal niet, maar dat houdt het net interessant. Zonder blikken of blozen kan gesteld worden dat mijn geliefde Gentse scene springlevend is, en Witch Trail is hier één van de voortrekkers van!

CAS: 83/100

Witch Trail – The sun has left the hill (Consouling Sounds & Babylon Doom Cult Records, 2019)
1. Sinking
2. Watcher
3. Stupor
4. Lucid
5. Silent running
6. Afloat
7. Residue

Stratosphere – Rise

Dirk Serries (Microphonics, Yodok III, Vidna Obmana, Fear Falls Burning) is de naam die op ieders lippen opduikt wanneer er een antwoord gevraagd wordt op de vraag welke Belg op internationaal vlak hoge toppen scoort in het ambient/drone-wereldje. Laat ons echter niet vergeten dat zijn vaste geluidsman Ronald Mariën middels Stratosphere ook al behoorlijk wat jaartjes aan de weg richting stardom timmert. Met deze term doel ik hier natuurlijk niet op de sterrenstatus waar deze artiest naar streeft; zie het eerder als een avontuurlijke reis richting het sterrenstelsel, want al het werk van Stratosphere is op de één of andere manier gelinkt aan de stratosfeer en het universum. Aan het einde van de vorige plaat “Aftermath” – die de soundtrack vormde voor een moeilijke periode uit het leven van Mariën – bleef de luisteraar met een positieve noot richting toekomst achter. Dat is meteen ook het grote verschil met de voorganger: “Rise” klinkt over de gehele lijn lichter, optimistischer, harmonischer en geruststellender – een teken dat er een nieuw hoopvol hoofdstuk in zijn leven is aangebroken. Eén elektrische gitaar, een basgitaar en een shitload aan pedalen vormen het instrumentarium waarmee karaktervolle lagen geboetseerd worden waaruit de één uur durende trifle genaamd “Rise” is opgebouwd. Hoewel er zeven titels op de achterkant van het hoesje prijken, is spreken in termen van “songs” niet zo vanzelfsprekend bij deze mix van ambient soundscapes, pulserende drones en dromerige post-rocktapijten. Het resultaat is immers vrij abstract en vloeit zo danig in elkaar over dat je deze plaat als een totaalervaring dient te ondergaan. Ideale plaat om je hoofd vrij te maken na een drukke dag of wanneer je toe bent aan een moment van bezinning.

JOKKE: 80/100

Stratosphere – Rise (Projekt 2016)
1. Melancholy
2. Dream
3. Hypnotic
4. Enmity
5. Desolation
6. Duality
7. Explore

Mono/The Ocean – Transcendental

The Ocean op tour met Mono. Dat moet gevierd worden. Dat moet gevierd worden met en hoera en met een split release! Heer Staps, Neptunus van dienst, staat tevens aan het roer van Pelagic Records en is aldus ook broodheer van de verre familie van Stereo. Een link tussen sushi en braadworst kan misschien wat gefronste wenkbrauwen toegeworpen krijgen, maar de gelijkenissen zijn treffend, aldus Staps. Beide bands bestaan al langer dan 15 jaren en planten hun muzikaal zaad in alle vochtige contreien op onze zandbol. Beide bands zijn verliefd op dubbelaars en hebben beiden een cineastische aanpak in het uiten van hun creaties. De twee tracks voorgeschoteld op “Transcendental” zijn exclusief uitgebracht om hun Europese tour te spijzen. The Ocean wist mij enkel te bekoren met “Aeolian” en “Precambrian“. Daarna deed de prog klinkende zang de band de das om. Voor mij toch. The Ocean kon me sindsdien niet meer boeien. Zo, het is eruit. “The quiet observer” weet me echter wel te overtuigen door zijn introvert karakter. De band postte een stukje van hun repetitie online en het nummer week erg af van het meer bekende (beuk-)werk. “The quiet observer” is dan ook een volledig rustig nummer met cleane zang die eerder chill dan proggy klinkt. Kortom, The Ocean weet zeker te overtuigen met deze track. De Japanse goden van Mono stellen nooit teleur. Ze zijn de keizers van de post-rock en ook live knalt deze band erop los. Wat een energie! Toch is ook “Death in reverse” een eerder rustig nummer dan niet zo afwijkend is van het gekende Mono oeuvre. U weet wel, sfeervol en intiem inzetten en opbouw na opbouw na opbouw werken naar een climax. Mono doet het voortreffelijk en “Death in reverse” kan naadloos aansluiten bij “The last dawn/Rays of darkness“. Extra punten voor de sfeervolle outro. “Transcendental” is een leuk EP’tje van twee bands die keihard werken en altijd kwaliteit op de plank brengen, of je nu fan bent of niet.

Flp: 82/100

Mono/The Ocean – Transcendental EP (Pelagic Records 2015)
1. Mono – Death in reverse
2. The Ocean – The quiet observer

Caspian – Dust and disquiet

Postrock is een genre waarin reeds alles min of meer gezegd en gedaan is. “Gezegd” is natuurlijk niet het juiste woord aangezien het gros van de in deze scene opererende bands het puur instrumentaal houdt. De neofieten zijn afspiegelingen van de oude goden (TWDY, EITS, ITTCT, GY!BE, – laten we eens lekker cryptisch doen, Jakob en natuurlijk dit Caspian) en de oudjes hebben hun meesterwerk reeds allemaal stuk voor stuk afgeleverd. Jakob kwam eerder dit jaar met “Sines” net niet in de buurt om “Solace” te overtreffen. Nu is het de beurt aan Caspian die net album nummer vier “Dust and disquiet” hebben losgelaten. Het had trouwens niet veel gescheeld of deze plaat had er niet meer gekomen want tijdens de tour naar aanleiding van de release van “Waking season” uit 2012 kreeg de band de plotse dood van bassist Chris Friedrich te verwerken. Na een periode van rouw besloten de overgebleven leden echter dat de handdoek in de ring gooien niet de juiste keuze zou zijn. En daar ben ik blij voor. De sporen van deze tragedie zijn duidelijk hoor- en voelbaar op “Dust and disquiet”, onder andere in het bloedmooie, naar Sigur Ros neigende, “Sad heart of mine”. Als vanouds wordt er met een hard/stil-dynamiek gespeeld die de polariteit tussen donker en licht, leven en dood, rust en levendigheid exploreert. Middels hoorns en een strijkkwartet kabbelt de plaat ingetogen je huiskamer binnen. In plaats van meteen naar climaxen toe te werken, houdt ook het licht symfonische en met subtiele country gitaren aangezwollen “Rioseco” het kalmpjes aan. Rustgevend maar daarom niet minder mooi en pakkend. Caspian zou natuurlijk Caspian niet zijn als er toch niet een paar epische kippenvelkrakers op de plaat zouden staan. “Arcs of command” en “Dust and disquiet“ zijn de redenen waarom je dit album moet aanschaffen. In “Echo and abyss” horen we onverwacht zang en neigt de song daardoor naar een meer standaard rock gebeuren. Van mij had dit niet gehoeven. Bij een band als Long Distance Calling ging het ook alleen maar bergaf nadat er een zanger om de hoek kwam piepen. Omwille van hun rijke, gelayerde en expansieve sound worden lyrics (meestal) niet nodig geacht, maar wie zich in het Caspian universum laat onderdompelen hoort natuurlijk wel dat de band muzikale verhalen te vertellen heeft. “We’re wide awake now” is het statement dat de band in de akoestische ballade “Run dry” naar de wereld maakt. Hier is de emotionele zang wel degelijk een meerwaarde. Het intense, met percussie en subtiele elektronica opgeschmükte, Darkfield” doet zijn naam alle eer aan en heeft een eigenaardig buitenaards sfeertje over zich heen hangen. “Aeternum vale” gooit het met zijn klassieke gitaren opnieuw over een andere boeg en vormt een bruggetje naar de reeds eerder vermelde titeltrack, die de plaat op gepaste wijze afsluit. Caspian is een band die door heeft dat ook zij af en toe andere oorden dienen te verkennen en dat buiten de lijntjes kleuren nodig is om het postrock gebeuren interessant te houden. Met “Dust and disquiet” zijn ze er met grote onderscheiding in geslaagd!

JOKKE: 86/100

Caspian – Dust and disquiet (Big Scary Monsters 2015)
1. Separation No. 2
2. Rioseco
3. Arcs of command
4. Echo and abyss
5. Run dry
6. Equal night
7. Sad heart of mine
8. Darkfield
9. Aeternum vale
10. Dust and disquiet