wiegedood

Wesenwille – I: Wesenwille

Bam, kletsen rond de oren! Wat het Nederlandse Wesenwille op haar eerste langspeler laat horen is potverdikke niet mis! De band bestaat uit het duo  R. Schmidt (zang en gitaar) en D. Schermann (drums) die we ook kennen van o.a. Grafjammer, Verval, en Weltschmerz. Op plaat horen we ook nog bassist M. van der Werff terug, maar die is er ondertussen niet meer bij. Wesenwille speelt moderne black metal (post-black voor wie wil) en bezingt daarbij onderwerpen als industrialisatie, kapitalisme en modernisme. De vijf songs – waarvan er drie boven de negen minuten afklokken – knallen als een tiet dankzij de kraakheldere productie van JB van der Wal (Dool, Verwoed, Herder). Ik zag in reviews al referenties naar Deathspell Omega, Dodecahedron, Svart Crown en Svartidauði voorbijkomen en hoewel ik deze verwijzingen zeker snap, klinkt Wesenwille toch net een tikkeltje minder beklemmend, dissonant en verstikkend dan deze grootheden. In de snelle, meer rechtlijnige stukken hoor ik ook wel wat Wiegedood terug. Na de verschroeiende tempo’s die in opener “The churning masses” op de luisteraar afgevuurd worden, klinkt de ingetogen intro van “Prosopopoeia” poeslief, maar al gauw merken we dat we op het verkeerde been gezet worden want ook in deze song krijgen we weer een fikse pandoering te verwerken, hoewel er soms ook wel wat gas terug wordt genomen. “Golden rays of the sun” is met haar catchy karakter, progressieve opbouw, onmenselijke snelheden die een spanningsveld creëren met de trage riffs en zinderende finale, mijn persoonlijke favoriet. Wat kan die drummer een meer dan aardig potje spelen zeg! En de heer Schmidt krijst het boeltje vakkundig bijeen. In “Rising tides” gaat het er technischer aan toe en wordt met verschillende maatsoorten gespeeld. Wanneer de band voluit voor agressie gaat, neemt die proporties van een apocalyptische verwoesting aan. Wesenwille levert met haar debuut een overrompelende, technische en moderne black metal plaat af. Verrassing van de maand!

JOKKE: 85/100

Wesenwille – I: Wesenwille (Redefining Darkness Records 2018)
1. The churning masses
2. Prosopopoeia
3. Golden rays of the sun
4. Rising tides
5. From one, we are many

Time Lurker – Time lurker

Toen ik vorig jaar tijdens een nachtelijke Bandcamp dwaling op Time Lurker stootte, was ik meteen verkocht. Mijn kop eraf dat deze Franse einzelgänger uit Strasbourg vroeg of laat niet door een label opgepikt zou worden. Het is uiteindelijk Les Acteurs de l’Ombre Productions geworden, een label dat de laatste tijd goed bezig is. Voor het debuut dat in juni uitkomt werden de twee digitale EP’s “I” (tracks één en twee) en “II” (tracks vier tot en met zeven) en de single “Etheral hands” (track drie) samengevoegd. Mick speelde de hele plaat op zijn eentje in en verzorgde ook de mix. Voor de mastering werd bij Jack Shirley (o.a. Deafheaven, Wiegedood, Oathbraker, Ultha) aangeklopt, dus op productioneel vlak zit dit plaatje meer dan snor. Voor de zang kreeg de man hulp van enkele vrienden zoals Thibo (Paramnesia), Tony (Rance), Cédric (End Of Mankind, Pyrecult) en Clam (Le Mal des Ardents) waardoor er op vocaal vlak tot op het depressieve af heel wat te beleven valt. De geest van het vergane Altar Of Plagues waart alomtegenwoordig rond in de atmosferische black metal, maar dat vinden we allerminst een spijtige zaak. De warme gloed die de muziek bij momenten uitstraalt, maakt het contrast met de ijselijke screams des te groter. In de songs afkomstig van de tweede EP is nog meer ruimte voor catharsische atmosfeer voorzien. Het concept van Time Lurker is gebaseerd op een lange, introspectieve reis waarbij de menselijke natuur geconfronteerd wordt met haar demonen die gevormd worden door twijfel en angst en waarbij inspiratie werd gevonden bij Jules Verne en HP Lovecraft. Twijfel is er allerminst bij het aanhoren van deze plaat. Wat ben ik in mijn nopjes met Time Lurker!

JOKKE: 90/100

Time Lurker – Time lurker (Les Acteurs de l’Ombre Productions 2017)
1. Rupture
2. Judgment
3. Ethereal hands
4. Reborn
5. No way out from mankind
6. Passage
7. Whispering from space

Mare Cognitum/Aureole – Resonance: Crimson void

Alleen is maar alleen, lijken Jacob Buczarski en Markov Soroka gedacht te hebben want beide einzelgängers hebben voor de gelegenheid de handen in mekaar geslagen, wat bij deze resulteert in een samenwerking tussen respectievelijk Mare Cognitum en Aureole. Voor die eerste zijn het drukke tijden want niet alleen is er een heruitgave van de tweede langspeler “An extraconscious lucidity” op vinyl (opnieuw met een gatlelijke hoes), ook de release van album nummer vier staat voor de deur, waarbij reeds twee veelbelovende appetizers van “Luminiferous aether” de kosmos ingeknald werden. Maar eerst is er dus nog de split met Aureole waarbij vooral opvalt welke vooruitgang deze eenmansband heeft doorgemaakt ten opzichte van het middelmatige debuut “Alunar” uit 2014. Hoewel beide bands atmosferische black metal met de nodige spacy invalshoek en interesse in het universum brengen, gaat het er bij Mare Cognitum een pak technischer, progressiever en bombastischer aan toe dan wat we van Aureole gewend zijn. In het eerste deel van de “Crimson abyss” bijdrage van Mare Cognitum kiest Jacob voor een eerder uitgesponnen, rustigere aanpak waarbij gezwollen keyboardlagen de sfeer zetten, hoewel naar het einde toe het tempo wordt opgedreven en blastpartijen de nodige gitaarsolo’s ondersteunen (en menigmaal aan Windir melodieën doen denken). In het kortere en meer gebalde tweede luik van “Crimson abyss” schiet Jacob uit zijn sloffen, met een zwaarder en agressiever geluid waarbij precies wat miniem riffjatwerk heeft plaatsgevonden van ons eigenste Wiegedood. Hierna is het de beurt aan Aureole, waarbij de productie meteen een paar gradaties groezeliger klinkt en op de snaresound een serieus tinnen blik-effect staat. De overheersende keyboard-ambient waart spookachtig doorheen de mid-tempo mysterieuze black metal van Markov. Wanneer het tweede deel van zijn “Void obsidian” aanbreekt, bereikt hij echter ook de supersonische drumcomputer snelheden van Mare Cognitum, waardoor we best van een ferme gedaantewisseling (en zelfs copy/paste-aanpak) mogen spreken, want ook de techniciteit en progressiviteit van het riffwerk zijn sterk toegenomen. Benieuwd welke koers Aureole in de toekomst zal varen. Na een deugddoende en bevredigende eenenveertig minuten zit de stoeipartij tussen beide bands erop en heb je zin in nog een rondje.

JOKKE: 83/100 (Mare Cognitum: 85/100 – Aureole: 81/100)

Mare Cognitum/Aureole – Resonance: Crimson Void (Fallen Empire Records 2016)
1. Mare Cognitum – Crimson abyss: NGC 2237
2. Mare Cognitum – Crimson abyss: NGC 2238
3. Aureole – Void obsidian: NGC 2244
4. Aureole – Void obsidian: NGC 2246

Turia – Dor

Hoewel “Dor” van het Nederlandse Turia reeds in november vorig jaar het levenslicht zag, neem ik toch nog even de moeite om deze vijf maanden later onder jullie aandacht te brengen, want dit moet zo ongeveer het beste debuut zijn dat ik het afgelopen jaar te horen kreeg. De Amsterdamse/Nijmeegse band werd in 2014 opgericht en bestaat uit het trio J (drums), T (vocalen) en O (gitaar) waarbij deze laatste ook actief is in Galg en Lubbert Das, tevens twee veelbelovende Nederlandse acts. Ik vraag mij naderhand af wat er bij onze noorderburen wel niet in het leidingwater moet zitten, want de prachtreleases die het afgelopen jaar op ons werden afgevuurd, zijn naderhand nog amper bij te houden. Jawaddedadde! Qua titel slaat “Dor” de nagel op de kop want we mogen veertig minuten lang vier uitgestrekte en uitgesponnen, doch uitzichtloze, dorre en van-alle-franjes-ontdane atmosferische black metal landschappen doorkruisen. Liefhebbers van Ash Borer (waar blijft die nieuwe plaat?), Fell Voices (waar blijft die nieuwe plaat?), Wolves In The Throne Room (waar blijft die nieuwe plaat?) of ons eigenste Wiegedood (waar blijft die nieuwe plaat?) zullen hier watertandend hun gebit op kapot bijten, want in afwachting van nieuwe releases van deze bands, ga je je met deze eerste van Turia absoluut niet vervelen. “Behoudenis” brengt mij vanaf de eerste seconde in vervoering met zijn repetitieve drumslachtingen, transcenderende riffstructuren en wanhopige echoënde oerschreeuwen. In “Ascese” wordt dit nog eens allemaal netjes overgedaan en hoewel deze song in het begin weinig lijkt af te wijken van de opener, kan het mij geen bal schelen want opnieuw is het volledig opgaan in de opgetrokken muur van grootse desolaatheid en het weidse spectrum aan gevoelens zoals hopeloosheid, eenzaamheid, uitzichtloosheid en nietigheid van de mens tegenover de kosmos. Naarmate dit nummer vordert, zakt het tempo totdat we bij “Zuiverheid” aanbelanden en het trio laat zien ook middels mid-tempo werk onze aandacht te kunnen vastklampen om slechts aan het einde van deze tien-minuten-durende track terug het gaspedaal in te duwen. Met het angstvallige “Halsstarrig de dood tegemoet” dat uitmondt in beklijvende ambient akoestiek, krijgen we een laatste pandoering van jewelste. Voor een cassetterelease is de productie fenomenaal als je natuurlijk het rauwe en (h)eerlijke karakter van de muziek in beschouwing neemt en daar komt nog eens bij dat de songs live ingespeeld werden. Zoals het het repetitieve karakter van deze muziek betaamt, staat deze hier de laatste dagen onafgebroken op repeat. Via het Portugese Altera Productions zou de vinylversie van deze underground parel in de maak zijn en ook Lubbert Das is bezig aan een volwaardige langspeler die via de gerenommeerde labels Amor Fati en Fallen Empire Records zou moeten verschijnen! Interessante vooruitzichten!

JOKKE: 87/100

Turia – Dor (Haeresis Noviomagi 2015)
1. Behoudenis
2. Ascese
3. Zuiverheid
4. Halsstarrig de dood tegemoet

Antlers – A gaze into the abyss

Antlers is een vrij jonge band uit Leipzig die met hun eerste boreling “A gaze into the abyss” meteen een mooi visitekaartje aflevert. Hoewel ze opereren vanuit Duitsland hebben we hier echter met Spanjaarden en Catalanen te maken die ook actief waren of zijn in Ekkaia, Cop On Fire en Sangre De Muerdago, drie namen waarbij ik het in een andere Duitse stad hoor donderen. Opzoekwerk leert dat het hier om crustpunk en neo-folk bands gaat, wat verklaart waarom ze bij ondergetekende geen belletje deden rinkelen, want in deze scenes ben ik niet zo thuis. Black metal met een links-politieke en antifascistische achtergrond dus. Het gewei van dit zwarte hert kent vertakkingen in de oude Scandinavische scene, de recente Cascadian stijl en de Oost-Europese pagan variant. Het midtempo melodische gitaarwerk in “Hundreds” doet meer dan eens Drudkhiaans aan en in het snelle blastwerk sijpelen de Noorse invloeden door. In “To the throats” hoor ik zelfs wat stukjes van ons eigenste Wiegedood terug. In plaats van bomen te knuffelen en moeder aarde te adoreren wordt op tekstueel en inhoudelijk vlak geput uit literatuur van het collectief Luther Blisset en William Blake. Dat onze linkse rakkers niet vies zijn van een gitaarsolo op tijd en stond horen we in “Carnival of freedom and betrayal” en “Memories of the extinct”. Origineel is het allemaal niet, maar het luistert wel lekker weg. Ze hebben blijkbaar enkele dagen geleden in Gent opgetreden. Spijtig dat me dat ontgaan is want Antlers levert het bewijs dat punkers ook een ferme pot black metal kunnen spelen.

JOKKE: 80/100

Antlers – A gaze into the abyss (Vendetta Records 2015)
1. Reverence
2. Hundreds
3. Carnival of freedom and betrayal
4. To the throats
5. A jail of flesh
6. Memories of the extinct

Deuil – Shock/Deny

Dat ze ook aan de andere kant van de taalgrens weten hoe ze een stevig potje beukend ondergronds metaal moeten produceren, bewijst het Luikse Deuil. Binnen honderd jaar bevat het “Huis van de Metallurgie en Industrie” van Luik ongetwijfeld een extra toonzaal die opgedragen is aan onze Luikse vrienden. Collega Filip sprak twee jaar geleden reeds lovende woorden over de eerste release “Acceptance/Rebuild” (https://addergebroed.wordpress.com/2013/12/30/deuil-acceptancerebuild/). En eigenlijk geldt het grootste deel van zijn kritische blik op het debuut ook voor deze opvolger. “Shock/Deny” bevat opnieuw een half uur aan pakkende sludgy en doomy black metal, netjes verdeeld over twee tracks, dat er bij hipsters als een zoete Luikse wafel in zal gaan. Daar waar ik van mening was dat het debuut niet de volle speelduur kon boeien, zijn de spanningsbogen en contrasten tussen beuk- en rampassages nu beter uitgewerkt. En hoewel de zanger nog steeds geen Oscar voor “meest afwisselende vocale prestatie” in de wacht zal slepen, geven zijn sappige edoch monotone krijsen (think Pest van Gorgoroth) een beklijvend cachet aan het geheel. De twee songs beschrijven de eerste twee fases van het rouwproces waar je doorgaat na het verliezen van een dierbare (volgende fases zijn depressie, aanvaarding en herstel). En dat dat proces geen lachertje is, wordt meer dan duidelijk in dit halfuur pakkende herrie! “Shock” gaat van start met een creepy intro waarvoor Leviathan Speaks (ofte Michelle van Bathsheba en Death Penalty) optekende. Daarna geeft Deuil van jetje middels afwisselende black metal geseling en slepende passages die een soort van roes creëren waar ook nabestaanden door moeten ploeteren als ze met de dood geconfronteerd worden. Na een Celestiaanse passage aan het begin van “Deny” worden halverwege de zwarte registers opengetrokken om daarna vergezeld van vrouwelijke narratieve vocalen tot een zwartgeblakerde culminatie te leiden (hoewel “lijden” hier meer op zijn plaats zou zijn) die je verweesd achterlaat. Het recente allesvernietigende debuut van labelgenoten Wiegedood kwam op eenzelfde manier aan haar einde. In de midtempo passages duikt het op Roadburn ontdekte machtige Thou als referentiekader op. Voeg daar nog het cool ogende artwork bij en we kunnen van een meer dan geslaagd Waals exportproduct spreken.

JOKKE: 83/100

Deuil – Shock/Deny (Consouling Sounds 2015)
1. Shock
2. Deny