De albumtitel is geen hol origineel aangezien de rauwe blackmetalband Blood Magic al een demo uitbracht met quasi dezelfde naam en ook muzikaal zal Fellwinter niet meteen een originalteitsprijs winnen, maar de ijzeren wil en geloofwaardige instelling van Taurus maken veel goed. Dat bewees de man reeds op langspeeldebuut “Night of the blood” (2022) en opvolger “The dawn of winter” (2023). De derde full-length “In night’s eternal grasp” (2024) lieten we onbesproken. Op deze vierde langspeler keert de Amerikaan terug naar wat hij zelf de “First Flame” noemt: een oerkracht die dieper ligt dan de nostalgie van second wave black metal en verder teruggrijpt naar een mythisch donker verleden. Het album voelt dan ook aan als een atavistische rite en een herontsteking van een langverloren duisternis die niet louter wordt opgeroepen, maar met brute overtuiging wordt herleefd.
Waar Fellwinter voorheen bekendstond om koele melancholie en hypnotiserende partijen, wordt die benadering hier doelbewust doorbroken. Voor het eerst kroop Taurus zelf achter het drumstel voor een volledige Fellwinter-release, waardoor het geluid een ruwere, meer priemend fysieke dimensie meekreeg, een beetje vergelijkbaar met de drumaanpak op een plaat als “Under the sign of hell“. De mechanische melodiek van eerdere platen maakt plaats voor een lompe, haast barbaarse rand die het album zijn karakteristieke dreiging geeft.
Verbeten agressie en primair instinct zijn de drijvende krachten achter de composities, maar toch blijft de muzikale finesse intact. De melodieën zijn complex en zorgvuldig verweven, maar ditmaal gehuld in een giftige en bijtende atmosfeer. Fellwinter kanaliseert een vurige heidense woede, een rauwe wilskracht die zowel archaïsch als visionair aanvoelt. De hoofdstukken “Frankrijk” en vooral “Noorwegen” uit de encyclopedie der zwarte metalen hebben duidelijk het meeste indruk gemaakt. Zo refereren de blaffende vocalen die in de songs opduiken en de middeleeuwse vibes van het akoestische intermezzo “Blessed by visions of utter blasphemy” aan oude-Satyricon. Een track als “Return to fire” zou dan weer een onuitgegeven bonusnummer van “Pure holocaust” kunnen zijn. De Gorgoroth-referentie is hierboven reeds gevallen en Darkthrone mag eveneens niet onvermeld blijven.
Fellwinter omarmt een vorm van archaïsche furie die Taurus nooit eerder zo direct vastlegde. Hoewel afsluiter “The elements of cruelty” vergeleken met de andere tracks eerder mid-tempo en slepend van aard is, mist het “Dark mediaeval art” wel wat aan variatie, waardoor het goed is dat de speelduur met een half uur eerder compact gehouden werd. Desalniettemin is deze vierde langspeler Fellwinter’s meest meedogenloze werk tot nu toe.
JOKKE: 83/100
Fellwinter – Dark mediaeval art (Blood and Crescent Productions 2025)
1. Flight of occult dreams
2. Immortal gates
3. Blessed by visions of utter blasphemy
4. Return to fire
5. Infernal passage
6. The elements of cruelty
