Je zou zo naderhand denken dat alle blackmetalmuzikanten in en rond Trondheim het al met mekaar gedaan hebben, maar niets is minder waar. Neem nu Whoredom Rife-zanger Kjell Rambech en Manes/Manii-mastermind Tor-Helge Skei ofte Cernunnos: ondanks een bromance die al dertig jaar meegaat, is Diabolus, Mecem Semperterne hun eerste gezamenlijke muzikale wapenfeit. Whoredom Rife-songschrijver V.Einride werkte wel al met Cernunnos samen in Syning waarvan in 2021 een self-titled album verscheen. Een jaar eerder eerde Whoredom Rife Manes dan weer op hun “Ride the final tide” EP middels een cover van diens “Maanens natt“.
Veel overtuigingskracht had Cernunnos niet nodig om Rambech op basis van diens riffs mee aan boord te krijgen. Vervolgens werd op de deur van Terratur Possessions geklopt waarna de line-up van de band voltooid werd met B. Kråbøl (Misotheist, Enevelde) en E. Blix (o.a. Mare, Djevel, Vemod, Kaosritual), twee muzikanten uit een verschillende generatie maar met eenzelfde visie wat betreft orthodoxe black metal. Met deze constellatie koos Diabolus, Mecem Semperterne ervoor om meteen voor een full-length te gaan. Over de vraag of bandnaam en songtitels — allemaal in het Latijn — grammaticaal waterdicht zijn, kan collega-addergebroeder en leraar Latijn David ongetwijfeld een hele namiddag palaveren; wij richten ons liever op wat deze Noren muzikaal te vertellen hebben.
Een mysterieuze en religieus getinte introductie trekt deze self-titled plaat op gang en zet meteen een muzikale toon waarbij we de geur van wierook en mirre er zonder probleem bij kunnen fantaseren. Ook verderop de plaat zorgen sacrale intermezzi voor de nodige sfeerschepping tussen de doorgaans langgerekte songs in. Niet dat de reguliere tracks niet van de atmosfeer bulken, in tegendeel. Diabolus, Mecem Semperterne kiest voor een muzikale formule waarbij de bezwerende heldere koorzang van E. Blix, de rauwe screams van Rambech, de repetitieve drumpatronen van B. Kråbøl en de beklijvende leads en omineuze orgelklanken van songschrijver Cernunnos een hypnotiserend samenspel vormen. Daarbij voelt het alsof we drie kwartier lang getuige zijn van een clandestiene satanische mis, opgevoerd in een verborgen crypte.
Rambechs vocalen zijn hier meer verweven met het totaalgeluid dan bij Whoredom Rife, waar hij doorgaans agressiever en prominenter in de mix staat. Qua tempo mikt Diabolus, Mecem Semperterne niet op constante snelheidsduivels; belangrijker is het oproepen van een verstikkende waas waarin herhaling en trance centraal staan. Het magistrale hieronder te beluisteren “Gratias agamus domino infero deo nostro” demonstreert dat perfect: repetitieve blastpassages stuwen de betoverende riffs voort, terwijl tragere secties ruimte laten voor melodieuze gitaarleads om zich volledig te ontvouwen. Cernunnos’ signatuur van meeslepende, memorabele riffs is ook hier onmiskenbaar aanwezig. Wie zijn werk bij oude Manes, Manii, Høstsol of Syning weet te smaken, zal zich ongetwijfeld tegoed doen aan dit debuut.
Gezien de betrokken namen lagen de verwachtingen bijzonder hoog, maar deze worden volledig ingelost. Deze muzikanten kennen hun ambacht immers door en door. Wie in januari aanwezig was op het Caerimonia Nidrosiæ Festival in Trondheim, waar onder meer de muzikale nalatenschap van de veel te vroeg overleden Steingrim Torson Brissach werd geëerd, heeft deze plaat vermoedelijk al in huis. De overige geïnteresseerden tussen de thuisblijvers moeten nog wachten tot 20 februari om dit machtige debuut aan hun collectie toe te voegen.
JOKKE: 90/100
Diabolus, Mecum Semperterne – Diabolus, mecum semperterne (Terratur Possessions 2026)
1. Praeludium
2. Ab illo benedicaris, in cujus honore cremaberis
3. Interludium
4. Diabolus sit in corde tuo, et in labiis tuis, ut digne et competenter annunties evangelium suum
5. Interludium
6. Gratias agamus domino infero deo nostro
7. Interludium
8. Revelabitur gloria domini
9. Postludium
