Met hun “Numen nescio” demo wisten onze landgenoten van Matavitatau zich vorig jaar meteen in de kijker te spelen, ook al verscheen dit eerste teken van leven slechts als een sterk gelimiteerde tape via het Italiaanse label Canti Eretici. Nadien volgden heel wat shows in lokale undergroundclubs en zagen we de band in sneltempo evolueren van een ietwat onzeker beestje op het podium naar een gezelschap dat steeds meer zelfvertrouwen uitstraalt. Vooral bij frontman/leraar Latijn Θ viel de progressie qua podiumpresence op. En nee, dat schrijven we niet omdat we de man sinds vorig jaar een addergebroeder mogen noemen – ook hier proberen we met een kritische blik naar de zaken te kijken.

Tussen het spelen van shows door werd er naarstig aan nieuw materiaal gewerkt, dat ons nu in de vorm van de “Taeda inversa” EP onder de oren komt. In onze review van de demo trokken we parallellen met onder meer Mayhem, Mare en Aptorian Demon. Vooral de invloed van eerstgenoemde Noorse blackmetalpioniers werd niet onder stoelen of banken gestoken aangezien Matavitatau live al eens een Mayhem-cover de zaal in durfde te slingeren.

Ook met deze vier nieuwe composities, die zich na de intro “Nunc ululate” openbaren, bewandelt Matavitatau muzikaal de vertrouwde paden van de jaren ’90 toen de Noorse blackmetalscene met minimale middelen maximale duisternis wist te creëren. Het kwartet blijft gelukkig ver weg van een moderne en steriele sound en kiest voor een rauwe en organische productie zonder daarbij volledig de lo-fi toer op te gaan of het gevoel voor melodie uit het oog te verliezen. De riffs ademen die typische kille melancholie van een vervlogen tijdperk uit, terwijl melodieuze lijnen en repetitieve structuren in het bijna negen minuten durende “Favilla mali” een hypnotiserend karakter creëren.

Sommige riffs in “Aliter lachesi visum” vertonen dan weer eerder die nerveuze trekjes die we doorgaans associëren met post-blackmetal van Amerikaanse bodem. Een aangename verrassing is bovendien de prominente rol van de basgitaar die in de mix voldoende ruimte krijgt om een eigen stempel te drukken en zo voor extra body en diepgang zorgt.

De vocale invulling doet een vergelijking met een duistere kloostermis snel opdringen. De vocalen bewegen zich als liturgische bezweringen doorheen de composities: dreigend, dynamisch en doordrongen van een plechtige ernst. Hierdoor hangt er een sfeer van archaïsche spiritualiteit over de muziek. “Bulla citacius, aura fugacius” zit muzikaal al sterk in elkaar, maar de gevarieerde zang tilt het nummer naar een nog hoger niveau.

De balans tussen academische fascinatie en primitieve agressie maakt Matavitatau extra interessant. De bandleden benaderen hun project duidelijk met de nauwgezetheid van onderzoekers die oude teksten bestuderen, maar verliezen daarbij nooit de essentie van black metal uit het oog: het oproepen van een beklemmende atmosfeer waarin de luisteraar volledig wordt ondergedompeld. Deze muzikale taal wordt gebruikt als middel om een veel ouder thema te onderzoeken: de dood als universele constante, de vergankelijkheid van alles wat leeft en de menselijke poging om daar betekenis aan te geven. Ook live wordt dat concept kracht bijgezet door onder meer attributen als een schedel en zeis op het podium te gebruiken. We zouden frontman Θ dan ook haast als de ‘Attila van de Lage Landen‘ durven bestempelen – zij het iets minder excentriek.

Taeda inversa” wordt door het Portugese Altare Productions uitgebracht als digi-CD en wie tot aanschaf overgaat, krijgt daar gratis en voor niets de demo als bonus bij. Als dat niet vrijgevig is! Toehappen dus vooraleer het te laat is, want met hun combinatie van historische diepgang, Latijnse poëzie en rauwe maar melodieuze black metal heeft Matavitatau alvast een intrigerende eigen identiteit neergezet. Wie zich graag laat onderdompelen in obscure, rituele klanken met een sterk conceptueel fundament doet er goed aan deze Belgische “nieuwkomer” nauwlettend te volgen.

JOKKE: 86/100

Matavitatau – Taeda inversa (Altare Productions 2026)
1. Nunc ululate
2. Aliter lachesi visum
3. Bulla citacius, aura fugacius
4. Ex imo specu
5. Favilla mali