black metal

Marid – ٧ ٧ ٧ ٧ ٧ ٧ ٧

Saharian black metal‘, waar blijven ze het halen? Het Duitse Vendetta Records gebruikt deze term om de muziek van hun nieuwste telg Marid te omschrijven. Marid (مارد) is een Arabisch woord dat ‘opstandig’ of ‘reus’ betekent maar ook verwijst naar een extreem machtige Djinn-geest. Een djinn is een bovennatuurlijk onzichtbaar wezen dat volgens de koran samen met mensen en engelen de drie levensvormen met een bewustzijn vormt die door Allah gemaakt zijn. ’t Is maar dat jullie het weten. Het dystopisch verval dat in hun thuisland onder islamitische en militaristische tirannie plaatsvindt, vormde de aanleiding voor de anonieme bandleden om Marid op te richten. Als wapen koos het kwartet black metal om op die manier een clandestiene oorlog te voeren tegen de moderne sociopolitieke tijdsgeest die hun cultuur, geschiedenis en omgeving vernietigt.  ” ٧ ٧ ٧ ٧ ٧ ٧ ٧ ” (“Zeven zevens“) is de debuut EP van Marid en wordt volledig in het klassiek Arabisch vertolkt, wat meteen een exotische twist aan de muziek geeft en eigenlijk soms wel wat als dat blaffend Fins klinkt. Inspiratie werd gevonden bij de gnostische pre-islamitische poëten en thematisch gezien is ” ٧ ٧ ٧ ٧ ٧ ٧ ٧ ” een alchemistische fusie van Djinn-tovenarij en Westers occultisme. Muzikaal gezien krijgen we drie nummers voorgeschoteld waarvan er twee boven de tien minutengrens afklokken. Wat meteen opvalt is de zeer moderne USBM-achtige productie die ” ٧ ٧ ٧ ٧ ٧ ٧ ٧ ” aangemeten kreeg, wat ik op zich spijtig vind omdat hun muzikale output hierdoor aan karakter verliest. Wel een pluspunt dat de basgitaar mooi doorkomt. De best snedige en bij momenten razend snelle black is doorspekt met akoestische gitaarpartijen, maar er zijn nog té weinig riffs die beklijven en blijven hangen. En er mochten wat mij betreft ook wel wat meer homegrown oriëntaalse elementen in de muziek verwerkt worden. “Al hayat al abadeyyah” bevat wél een mooi bezwerend en atmosferisch einde wat de doorsnee moderne black meteen een paar niveaus hoger tilt. De zanger zou de muziek ook best wat meer mogen laten ademen want in “Al loha al zomorodeyya” houdt hij amper zijn klep, vooral tijdens het melodieuze einde stoort dat. ” ٧ ٧ ٧ ٧ ٧ ٧ ٧ ” bevat nog wel wat werkpunten maar is natuurlijk ook nog maar een eerste EP en ik hoop dat de band in de toekomst de eigen identiteit nog meer uitspit, want op dat vlak hebben ze natuurlijk een unique selling proposition en kan het verschil met de moordende concurrentie gemaakt worden.

JOKKE: 65/100

Marid – ٧٧٧٧٧٧٧ (Vendetta Records 2018)
1. Babalon
2. Al hayat al abadeyyah
3. Al loha al zomorodeyya

 

 

Odious Devotion – Odious devotion

Odious Devotion is een Finse band en haar selftitled album is de eerste publiekelijk gemaakte opname. Daar moeten we het qua info mee doen. Qua muziek valt er echter meer te rapen want dit is van de intro tot aan de outro vijftig minuten lang genieten van black metal met noordelijke inslag, zij het Fins qua origine maar eigenlijk veeleer Noors qua uitvoering. Zo heeft de continu doordenderende blast van het tien minuten durende epos “Morphosis” immers iets Windir-achtigs in zich qua uitgesponnen melodie. Ook in “Pure” hakken de drums er repetitief en onstopbaar op los en geven ze het geheel een militant cryogeen gevoel zonder echter melodieuze en triomfantelijk klinkende gitaarpartijen uit het oog te verliezen. Het hakkerige karakter van de drums maakt in “Obscure dreamworlds” plaats voor soepeler spel hoewel nog steeds extreem eentonig en herhalend, maar effectief. De catchy melodie en aan Windir refererende noten maken echter opnieuw veel goed, maar laat deze referentie nu niet doen denken dat de black van Odious Devotion een pagan of folk insteek heeft, want daarvoor is ie té martial en grimmig klinkend. De extreme klanken van “Obscure dreamworlds” eindigen abrupt (net zoals alle andere songs) om plaats te maken voor het galactisch klinkende en van een pulserende beat en grootse keyboards voorziene intermezzo “Stagnant“. Een onvoorziene wending die ik op basis van de eerste drie raggende songs niet had zien aankomen maar met een speelduur van bijna zeven minuten wel iets te lang uitgerokken wordt. In “Repugnant” blijkt de drummer (of drummachine) zowaar ook andere grooves en ritmes dan ééndimensionaal geram aan te kunnen en de song ontpopt zich tot een uiterst melodieuze en catchy black metal-song vol epische grandeur, heerlijke tremolo-riffs en meezingbare grimmigheid. “Vitsaus” is een Fins woord dat je wel vaker ziet opduiken in Finse black metal songtitels (en er loopt ook een gelijknamige band rond) en betekent zoiets als ‘plaag’. Het is een vlag die de lading van verbeten screams en ijskoude riffs perfect dekt en er duikt ook een intrigerend Burzum-achtig keyboardriedeltje op. De kalmte en rust van het intermezzo worden in de outro hernomen en breien een rustgevend einde aan deze plaat. Wat is dit Odious Devotion me een aangename kennismaking zeg!

JOKKE: 84/100

Odious Devotion – Odious devotion (Wolfspell Records 2018)
1. Intro
2. Morphosis
3. Pure
4. Obscure dreamworlds
5. Stagnant
6. Repugnant
7. Vitsaus
8. Outro

196163

Devil Worshipper – Music for the endtimes

Matron Torn is een muzikant die niet houdt van een strak keurslijf en bijgevolg het best in zijn element is als hij buiten de lijntjes kan kleuren en de grenzen van het extreme kan opzoeken. Als je weet dat deze man het brein is achter o.a. Death Fetishist, Ævangelist (waarvan recent het nieuwe waanzinnige “Matricide in the temple of omega” verscheen), Benighted In Sodom en Præternatura, dan weet je dat zijn muzikale creaties niet voor iedereen in de wieg gelegd zijn. Ten tijde van Death Fetishist’s sublieme “Clandestine sacrament” was ik met Matron Torn aan het praten over een interview dat grotendeels over ‘de dood’ ging en uiteindelijk ook nooit is doorgegaan omdat de Amerikaan kort daarna in het ziekenhuis werd opgenomen met ernstige gezondheidsproblemen en zijn leven aan een zijden draadje heeft gehangen. Naast fysieke problemen heeft de man, die momenteel in Finland resideert, ook last van psychische aandoeningen wat zich vertaald ziet in het extravagante, suïcidale, provocatieve en gitzwarte karakter van zijn muziek. Devil Worshipper is zijn nieuwste creatie en “Music for the endtimes” is één hallucinogene sonische trip van een uur. Matron Torn staat in voor het muzikale gedeelte maar liet zich in zijn artistieke visie op zang bijstaan door Fr.A.A. van het Portugese Tod Huetet Uebel en Erethe Arashiel die de vrouwelijke vocalen vertolkt. Het dualistische en schizofrene karakter van de muziek wordt extra in de verf gezet door de bestiale vocalen van Fr.A.A. die het contrast opzoeken met de vrouwelijke proclamaties. In opener “Ablutions” wordt de vrouwelijke stem verzorgd door Kabukimono en Sebastian Montesi (Auroch, Mitochondrion) speelde enkele solo’s in op “Fornicating angel”, “Melancholy loves the dark” en “Throat of the false prophet”. Deze muziek voor het einde der tijden grossiert in disonnante en zieke melodieën of wat had u gedacht? Hoewel de basisingrediënten grotendeels uit black metal gehaald worden, werd er duchtig geëxperimenteerd met de vormgeving die resulteert in een soort van industriële black bestaande uit gelaagde trance-opwekkende gitaarpartijen, martial drumpatronen en ziekelijk makende zang waarbij ik meermaals aan Maniac en Skitliv moet denken. “Parish apothecary” heeft maar liefst twaalf minuten nodig om haar innerlijke demonen volledig te laten ontspinnen en haar tentakels in je brein vast te klampen. We krijgen een new wave-achtige basis te horen waar zich een pulserend basloopje doorheen wroet en waarbij plotse explosies van zotgedraaide dubbele bassen en verwrongen riffs zich aanbieden. De problematische relatie die Matron Torn met allerhande druggerelateerde substanties heeft komt aan bod in “Heroin” en voelt voor de muzikant als het ware als een schrikwekkend exorcisme aan. Devil Worshipper produceert het audio equivalent van een desoriënterende drugtrip doorheen de donkerste kanten van de menselijke psyche en er is absoluut geen sprake van licht aan het einde van de tunnel. Meerdere luisterbeurten zijn dan ook nodig om de waanzin die geëtaleerd wordt een plaats te kunnen geven en de ganse plaat in zijn geheel uitzitten is voor ondergetekende een zware en bij momenten zenuwslopende opgave. Na elke luisterbeurt heb ik zin om als tegengif een no-nonsense Darkthrone-plaat op te leggen. Geef mij maar Death Fetishist en Ævangelist.

JOKKE: 69/100

Devil Worshipper – Music for the endtimes (I, Voidhanger Records 2018)
1. Ablutions
2. Spiritual immanifest
3. Degenerate
4. Fornicating angel
5. Harlot flesh
6. Melancholy loves the dark
7. Heroin
8. Throat of the false prophet
9. Parish apothecary
10. Requiem ex abyssus

355614

Voodus – Into the wild

De bandnaam Voodus doet bij velen allicht niet meteen een belletje rinkelen. De Zweedse band is nochtans sinds 2004 actief maar opereerde elf jaar lang onder de naam Jormundgand. Sinds de naamswijziging in 2015 werden twee EP’s uitgebracht (“NightQueen” en “Serpent seducer saviour“). Met “Into the wild” brengt het kwartet nu een volwaardige langspeler uit die op meer dan één uur speeltijd afklokt. Dat komen we tegenwoordig nog zelden tegen. Tijdens de introtonen van “The awakening and the ascension” hoort het getrainde oor meteen de signature sound van de Necromorbus Studio terug. In plaats van Tore Stjerna zat echter Valkyrja’s Simon Wizén achter de knoppen om deze plaat te vereeuwigen. Tore nam wel de mix en mastering voor zijn rekening wat je meteen terughoort in de groots klinkende muziek en drums, hoewel iets cleaner dan doorgaans het geval is. Het gevoel voor melodie verraadt meteen ook dat we hier met een (zoveelste) band van doen hebben die de erfenis van Dissection wilt levend houden. Wie Jon Nödtveidt’s band eert, noemt Watain doorgaans ook in één adem. De mannen van Voodus hebben misschien wel iets te veel naar Erik & co geluisterd, want de gelijkenissen zijn meermaals treffend en er werden dan ook heel wat bruggetjes, riffs en opbouwen gejat. En voor de albumtitel was er blijkbaar ook niet al te veel inspiratie. Ik raad voortaan dan ook elke band die Dissection en Watain wilt na-apen aan om op zijn minst van een andere studio gebruik te maken zodat daar tenminste nog het verschil gemaakt kan worden. Aan compacte songs doet Voodus niet mee want opener “The golden” tikt als kortste nummer reeds op zes minuten af en de epische uitsmijter “The terrain of moloch” heeft ruim een kwartier nodig om haar verhaal te doen. Is dit Voodus dan nog een meerwaarde voor de eivolle scene hoor ik u denken? Wie Watain en Dissection soms te heavy vindt, kan met Voodus wellicht uit de voeten want hoewel overduidelijk black metal, helt de hefboom grotendeels over naar melodie in plaats van agressie. Er passeren ettelijke melodieuze (heavy metal) solo’s en veel lange instrumentale passages die bijdragen aan de epiek van de plaat en de luchtgitaar van stal doen halen. De kolossale afsluiter is daar het beste voorbeeld van, maar is ook wel wat te veel van het goede want er zitten te veel ideeën in deze song gepropt. Less is more heren! De cleane productie maakt bovendien dat “Into the wild” heel vlot weg luistert…maar dat willen we godverdomme toch niet in dit genre! Gelukkig ontbloot de band haar tanden af en toe nog zoals in “Communion amid the graves” maar doorgaans zien de muzikanten er gevaarlijker uit dan de muziek die ze ten berde brengen. Wie écht niet genoeg krijgt van de zoveelste Watain en Dissection kloon zal hier ook wel zijn of haar gading in vinden, maar voor mij is “Into the wild” té langdradig, té melodieus en niet wild genoeg.

JOKKE: 66/100

Voodus – Into the wild (Shadow Records 2018)
1. The awakening and the ascension
2. The golden
3. Gnothi seauton
4. Into the wild
5. Communion amid the graves
6. Dreams from an ancient mind pt I
7. Dreams from an ancient mind pt II
8. The terrain of moloch

Svartidauði – Revelations of the red sword

De IJslandse black metalscene wordt al enkele jaren alom geprezen, en terecht! Wat de kleine incest-scene de laatste jaren ten berde bracht was dan ook niet van de poes: Misþyrming schopte het onder andere al tot artist in residence op het befaamde Roadburn festival, Carpe Noctem bracht laatst een tweede langspeler uit, ook Sinmara is een nieuwe brok zwartgalligheid vorm aan het geven en dan heb ik het nog niet over de vele escapades van Wormlust-genie H.V. Lyngdal gehad. Deze ganse lichting jonge wolven was er echter niet geweest zonder dé IJslandse plaat: het uit 2012 afkomstige “Flesh cathedral” van de hand van Svartidauði. “Flesh cathedral” was het ultieme startschot voor de IJslanders om ook de rest van de aardkloot te veroveren: één brok dissonante blasfemie die nog steeds wekelijks enkele keren door de speakers knalt, een album dat ik na al die tijd niet beu lijk te kunnen worden. Noem me gerust een fanboy, maar er is een reden dat het artwork van deze plaat op mijn trve kvlt leather battlejacket ov hell prijkt. Tijd voor de opvolger dan! Na enkele sterke EP’s (die mijn honger toch niet helemaal wisten te stillen) presenteert de groep ons een nieuwe langspeler die de titel “Revelations of the red sword” meekreeg. In plaats van 4 nummers die elk meer dan 10 minuten in beslag nemen hanteren de heren hier een iets meer rechttoe-rechtaan formule. De gemiddelde speelduur van de nummers wordt (drastisch) ingekort wat de songs een stuk compacter maakt. Minder repetitiviteit dus, met als gevolg dat Svartidauði een grote drie kwartier genadeloos op je trommelvliezen inbeukt. Sturla Viðar krijst opnieuw vakkundig de ganse wereld naar de verdoemenis met zijn diepe, rauwe en bijzonder sinister aandoende kreten terwijl Þórir Garðarsson laag na laag gitaarwerk over elkaar heen drapeert en zich tot de absolute meester van de dissonantie kroont. Al bij opener “Sol ascending” keert de band terug naar de verstikkende maar zeer heldere sound waarmee we kennis maakten op het debuut – pietje precies Stephen Lockart kweet zich zoals vanouds weer perfect van zijn taak. De échte kracht van Svartidauði schuilt echter nog steeds in het uiterst gevarieerde drumwerk van Magnús Skúlason. Waar zijn prestaties op “Flesh cathedral” al getuigden van heel wat vernuft, dan overtrof hij zichzelf meesterlijk. Rammen en beuken kan de man als geen ander, maar weinig drummers slagen erin zo’n subtiele en met momenten jazzy accenten te leggen. “Revelations of the red sword” trekt meteen hard van leer waarbij hypnotiserende riffs ons om de oren vliegen, zoals het geval is in “Burning worlds of excrement”. Probeer die melodie maar eens uit je kop te krijgen. Ongeveer halfweg creëert “Wolves of a red sun” wat meer ademruimte met meer nadruk op melodie en minder op agressie. “Reveries of conflagration” en “Aureum lux”, meteen de twee langste nummers van de plaat, keren wat terug naar de composities van het debuut: de IJslanders nemen meer tijd en ruimte om spanningsbogen te creëren, climaxen op te bouwen om dan – uiteraard – fel van zich af te bijten, waarbij de repetitiviteit die “Flesh cathedral” kenmerkte terug even om het hoekje komt piepen. Ondanks de iets aangepaste formule is “Revelations of the red sword” een op en top Svartidauði album en bewijst de band opnieuw heer en meester te zijn op gebied van dissonante black metal. De rode draad die het debuutalbum zo samenhangend maakte is hier iets minder opvallend, maar niettemin leveren de spilfiguren van de IJslandse scene weer een bijzonder sterk album af. Het lange wachten op plaat nummer twee wordt hen terstond vergeven!

CAS: 92/100

Svartidauði – Revelations of the red sword (Ván Records 2018)
1. Sol ascending
2. Burning worlds of excrement
3. The howling cynocephali
4. Wolves of a red sun
5. Reveries of conflagration
6. Aureum lux

Voidsphere – To await | To expect

Net zoals het coverartwork van het vorig jaar verschenen “To call | To speak” beschrijft de hoes van het nieuwe “To await | To expect” perfect het gevoel dat je krijgt door Voidsphere’s muziek te absorberen: de kosmische black metal wervelwind zuigt je immers als het ware mee in een zwart gat. Net zoals Mahr, Arkhtinn en Hwwauoch maakt Voidsphere deel uit van het Prava Kollektiv en wisselen de bands onderling leden uit. De muziek van het Frans/Amerikaanse Voidsphere leunt dicht aan bij die van Arkhtinn, maar klinkt net iets minder monotoon dan diens nieuwste worp “最初の災害“. De kosmische black schiet – aangedreven door een niet aflatende drumwervelwind – als een raket doorheen de geluidsmuur de ruimte in waarbij de riffs en keyboards een galactische grandeur creëren. In tegenstelling tot Arkthinn is de ambient meer in het geheel verweven en de vocalen vormen een additionele abstracte laag op de achtergrond. Een band als Darkspace is natuurlijk ook nooit veraf. Twee nummers die je veertig minuten lang meevoeren op een intergalactische roetsjbaan. Gewoonweg zalig.

JOKKE: 85/100

Voidsphere – To await | To expect (Fallen Empire Records/Amor Fati Productions 2018)
1. To await
2. To expect

Hwwauoch – Hwwauoch

De bandnaam en titel van deze plaat klinken als een kreet die je slaakt nadat je met je blote voeten op een rondslingerend legoblokje bent gestapt. Maar ik kan me evengoed inbeelden dat de doorsnee muziekliefhebber deze kreet ook uitroept na het aanhoren van de waanzin die we hier een half uur lang voorgeschoteld krijgen. De band maakt deel uit van het Prava Kollektiv waartoe ook Arkhtinn, Voidsphere en Mahr behoren. Dat belooft met andere woorden veel goeds. Hwwauoch grossiert in beklemmende en verstikkende dissonantie die de grenzen van de waanzin opzoekt en geen ruimte laat voor enige subtiliteiten. Blut Aus Nord duikt aan het einde van “Ad extirpanda” en in “Emanations of forgotten futures” als referentiepunt op maar Hwwauoch gaat doorgaans nog een stapje verder in het produceren van next level onnavolgbare herrie. Op vocaal vlak valt er heel wat te beleven: hoge hysterische kreten die eerder in het depri-hoekje of bij een band als Cepheide te situeren zijn, lage grommende zang en we ontwaren her en der ook rituele gezangen. De (a-)muzikale extravagantie wringt zich doorheen een labyrint aan geluiden in alle richtingen waarbij een ongemakkelijk gevoel zich van de luisteraar meester maakt. Afsluiter “Thou shalt feed the ergosphere” grossiert in claustrofobische noise en psychedelische zwartgalligheid die je met allerhande psychosomatische aandoeningen opzadelen. Doorheen de donkere waas aan verschrikkingen schijnen echter ook melodieuze accenten door, maar je moet goed luisteren en zoeken. Iets wat voor het gros van de mensheid geen gemakkelijke opgave zal zijn. Dit is het soort audio-waanzin waar Fallen Empire Records een patent op leek te hebben. Het Duitse Amor Fati regelt de fysieke releases. Sterk werk.

JOKKE: 81/100

HWWAUOCH – HWWAUOCH (Fallen Empire Records/Amor Fati Productions 2018)
1.Three phantoms, one heart
2. Ad extirpanda
3. Extinction & enlightenment
4. Emanations of forgotten futures
5. Thou shalt feed the ergosphere