black metal

Mephorash – Shem ha mephorash

De zoveelste carnavaleske band hoor ik u al denken bij het aanschouwen van de bandfoto’s van Mephorash. Ik kan u geen ongelijk geven. Een bepaald deel van de hedendaagse black metal-scene hecht bijna meer belang aan het visuele aspect dan aan de muziek. Ik heb het dan over de vele religieuze/orthodoxe bands die enorm populair zijn en met hun symboliek en mysterieuze outfits tot de verbeelding spreken. De roots van deze Zweden zijn diep in deze scene geworteld. Aan u te oordelen of Mephorash’s muziek even interessant en spannend klinkt als de visuele presentatie. De band met leden van Ofermod en Malign heeft in elk geval werk gemaakt van de muzikale uitwerking want de acht nummers die op “Shem ha mephorash” prijken, klokken op een monumentale 74 minuten speeltijd af. Bij deze grootse aanpak hoort natuurlijk ook een heus concept waarbij het kwartet de luisteraar meeneemt op een esoterische reis doorheen de concepten en ideeën van het “Shem Ha Mephorash-systeem”: de 72-ledige expliciete naam van God. Niet alleen qua présence, maar ook stilistisch gezien kunnen parallellen getrokken worden met een band als Schammasch. Mephorash hanteert immers voor het grootste deel een mid-of down-tempo-aanpak waarbij slechts sporadisch het gaspedaal ingedrukt wordt. De epische nummers nemen hun tijd om zich te ontpoppen tot majestueuze hoogtepunten en vloeien middels sacraal klinkende intermizzi in mekaar over wat het samenhangend karakter van de nummers en het thema nog meer onderstreept. De muzikanten toveren heel wat toeters en bellen uit hun mouwen om de lange songs interessant te houden: zo horen we allerhande (vrouwelijke) koorzangen, onheilspellende gothische klanken, klokkenspel, rituele percussie, angstaanjagende keelgeluiden en klassieke instrumenten zoals piano die allen bijdragen tot het bombastische en grandioze karakter van de muziek. Gitarist Mishbar Bovmeph kleurt “Chant of Golgotha” en “Sanguinem” met slepende en kreunende doomy leads in, maar na een paar luisterbeurten irriteren deze mij mateloos. Hoewel de band er alles aan doet om het interessant te houden, is 74 minuten dezer dagen heel lang om de aandacht van de gemiddelde luisteraar vast te houden. Ook de Zweden slagen er niet in om mij de volledige rit op het puntje van mijn stoel te laten zitten. Daarvoor klinkt het soms allemaal wat te braaf of worden bepaalde melodieën te lang gerokken. Sneller tot de kern van de zaak komen kan soms geen kwaad en zou voor meer variatie zorgen. Op deze punten van kritiek na, heeft Mephorash een erg ambitieuze plaat geschreven. Knap trouwens dat drievierde van de band nog maar halfweg de twintig is en dat ze nu reeds een dergelijk massief conceptalbum kunnen afleveren. Wat mij betreft heeft Mephorash me toch overtuigd van haar muzikale kunnen. De verkleedpartijen neem ik daar graag bij. Liefhebbers van het reeds vermelde Schammasch, maar bijvoorbeeld ook een Ruins Of Beverast, Cradle Of Filth, Batushka en Farsot moeten deze plaat zeker eens checken.

JOKKE: 79/100

Mephorash – Shem ha mephorash (Shadow Records 2019)
1. King of kings, lord of lords
2. Chant of Golgotha
3. Epitome I bottomless infinite
4. Sanguinem
5. Epitome II the amrita of vile shapes
6. Relics of Elohim
7. 777_ Third woe
8. Shem ha mephorash

Akrotheism – Law of seven deaths

Akrotheism is – voor ondergetekende althans – niet meteen de bekendste naam uit de boeiende Griekse black metal-scene. Met haar nieuwe tweede langspeler “Law of seven deaths” zal daar ongetwijfeld verandering in komen want de Grieken – waarvan een deel een gemeenschappelijk verleden in de band Astral Aeon deelt – trakteren ons op een klein uur aan verstikkende occulte black gericht op de ongecontroleerde bevrijding van onderbewuste energieën. De ietwat vreemde mix van Stephen Lockhart en zijn Emissary Studio (o.a. Sinmara, Rebirth Of Nefast en Svartidauði) is even wennen want deze klinkt vrij dof en zompig maar past uiteindelijk wel bij het beklemmende sfeertje dat opgewekt wordt. Zanger Aeon perst de meest uiteenlopende keelgeluiden uit zijn strot gaande van getormenteerde screams over mysterieus gefluister tot sacrale gezangen en proclamerende vocalen. Aeon wordt voor de koorzang bij momenten ook bijgestaan door Acherontas V. Priest die wel meer bijklust als gastzanger. Er vallen in de magnifieke opener “Typhonian serpents” raakvlakken te noteren met een Akhlys, Bestia Arcana of Nightbringer en ook later duiken diens snerpende invloeden nog op. Maar evengoed horen we Blut Aus Nord-dissonantie in deze onheilspellende black terug. Het aanvankelijk op doomtempo startende maar nadien openbarstende “Manifesting tartarus” weet zich vanaf de eerste luisterbeurt in ons geheugen te nestelen en bleef daar nog enkele dagen rondspoken. “Desmotropia” sleept zich tergend traag voort maar haar tentakels kronkelen zich gaandeweg rond je lichaam en houden je een kleine tien minuten lang in een wurggreep vast. “Virtue of Satyr” start met een spoken word afkomstig uit de film “Caligula” en neigt – net zoals het artwork – opnieuw naar de eerder aangehaalde bands van Naas Alcameth hoewel er ook ruimte is voor melodieuze leads en groots klinkende zangpartijen. “Oracle mass” doet dienst als instrumentaal intermezzo en bulkt van de occulte ritualistische klanken. Het twaalf minuten durende “Skeptomorphes (The origin of I)” is allesbehalve een hapklare brok black metal waar je je nog tientallen keren mee kan vermaken om je tanden in te zetten en volledig te doorgronden. Subliem nummer! Ook hekkensluiter “En” heeft heel wat te bieden, maar dan zonder het gekende black metal-instrumentarium in te zetten. Ur Nahath leeft zich hier uit middels rituele percussie, mythische oerwoudgeluiden, bevreemdende ambient en naargeestige tribal-zang. Het voelt aan alsof we in een koperen ketel op het pruttelend vuur bij één of andere koppensnellersstam aanbeland zijn en langzamerhand het bewustzijn verliezen terwijl we gaar gekookt worden. Kortom, “Law of seven death” laat de typische Helleense sound achterwege en mixt het beste van USBM en de dissonantie aanbiddende IJslandse scene in een abstracte, angstaanjagende en hypnotiserende plaat die onder je vel kruipt, alle positiviteit uit je lichaam zuigt en een dissociatieve staat opwekt. Zo horen we het graag!

JOKKE: 88/100

Akrotheism – Law of seven deaths (Osmose Productions 2019)
1. Typhonian serpents
2. Manifesting tartarus
3. Desmotropia
4. Virtue of Satyr
5. Oracle mass
6. Skeptomorphes (The origin of I)
7. En

Woe – A violent dread

Twee jaar na het uitstekende “Hope attrition” keert het Amerikaanse Woe terug met een twee songs tellende EP getiteld “A violent dread“. Oorspronkelijk was de idee om het titelnummer te bundelen met een song van Ultha, maar dat is uiteindelijk niet gebeurd. De line-up van Woe is voor een keer eens niet gewijzigd wat de band hoorbaar ten goede is gekomen. De negen minuten durende titeltrack is een typisch Woe nummer dat veel dynamiek laat horen waarbij agressieve riffs en melodieuze leads mooi hand in hand gaan en waarbij drummer Lev Weinstein zowat alle tempo’s uit zijn drumstokken en benen perst. Vooral het pakkende einde zit verdraaid knap in mekaar en doet het hoofdje mee beuken op de golvende riffs. Tekstueel gezien geeft Woe commentaar op geweld dat het gevolg is van wapenbezit en dan vooral de mass shootings in Amerika. Bij wie al wat langer meedraait in de scene zal er ongetwijfeld een belletje rinkelen bij de songtitel “The knell and the world“, de tweede song die op deze EP prijkt. Het betreft hier immers een coversong van het openingsnummer van “Slaughtersun (Crown of the triarchy)” van Dawn. Deze ondergewaardeerde meesters van Zweedse black zijn blijkbaar altijd al een invloed geweest op Woe, hoewel de Zweedse invloeden voor mij persoonlijk niet zo duidelijk hoorbaar zijn in hun sound. Toch past het nummer perfect in hun oeuvre. “A violent dread” is een sterke EP met een speelduur van net geen twintig minuten die bovendien heel knap vormgegeven werd. Het aanschaffen waard!

JOKKE: 82/100

Woe – A violent dread (Vendetta Records 2019)
1. A violent dread
2. The knell and the world

Ûngrûn – Demo 2019

Wie Frisian black metal zegt, roept meestal Kjeld of Lugubre in één en dezelfde adem. Maar in de vorm van Ûngrûn is er een veelbelovende nieuwe speler bijgekomen. Achter de band gaat dan ook een trio met heel wat ervaring schuil. Gitarist JB van der Wal kennen we o.a. van Herder, Verwoed, Dool, Lugubre en Aborted, zanger Asega maakt(e) het mooie weer ook bij Hellewacht, Lugubre en Kjeld en drummer Joris Nijenhuis mepte al op de ezelsvellen bij Verwoed, Atrocity en Leaves’ Eyes. De eerste demo van Ûngrûn handelt over de vele ontstaanslegendes van Friesland, verteld in de taal die wordt gebruikt in de Oera Linda, een verzameling van oude mythen die de basis zouden vormen voor veel rituelen die nog steeds in ons Westerse bestaan doordringen. De sound van de drie nummers is erg goed voor een demo (JB zat zelf aan de knoppen) wat de band meteen extra punten doet scoren. Er wordt heel wat aandacht besteed aan het incorporeren van lokale folklore. Zo bevat het begin van “It hiele brânoffer” ijle vrouwelijke zang en de lange instrumentale triomfantelijke start van “De oanstjit ta hjar üngerjuchtichheit” klinkt heel plechtstatig. Eens de zwaarden geslepen zijn, krijgen we beklijvende authentiek klinkende black op ons afgevuurd waarbij er voldoende spanningsbogen in de nummers ingebouwd zijn en de zwartmetalen klanken soms van het melodieuze pad afdwalen om dissonante oorden te verkennen maar de songs blijven ten allen tijde volgbaar. De band klinkt op haar best wanneer ze ons op een psychedelische manier de dieperik mee insleurt, dat kan via beklijvende riffs zijn maar ook middels bezwerende heldere samenzang. Het laatste nummer “It ûnheil dat ik oer hjar bringe stil” is wat steviger van aard en kan je enkel beluisteren als je de demo fysiek aanschaft. Deze werd met veel zorg door Tartarus Records op tape uitgebracht in een oplage van 100 stuks – ik zou niet te lang wachten om er één aan te schaffen.

JOKKE: 85/100

Ûngrûn – Demo 2019 (Tartarus Records 2019)
1. It hiele brânoffer
2. De oanstjit ta hjar üngerjuchtichheit
3. It ûnheil dat ik oer hjar bringe stil

Vananidr – Vananidr

Hoewel het Zweedse Vananidr op het eerste zicht een nieuwe naam in het black metal-gebeuren lijkt te zijn, gaan de roots van dit project terug naar het midden van de jaren ’90 toen Titan (nu in de band IXXI) Hydra oprichtte. In 1999 vindt hij in de vorm van gitarist Anders Eriksson, zanger Erebus en drummer Thunder (eveneens huidig lid van IXXI) gelijkgestemde zielen waarmee enkele demo’s en een debuutalbum “Phaedra” opgenomen worden. Tijdens het schrijfproces van de opvolger loopt het echter mis en verlaten zowel Erebus als Titan de band. Anders besluit de zang zelf te verzorgen en het album verschijnt onder de nieuwe naam Synodus Horrenda. In 2017 schreef Anders een derde plaat die hij samen met Thunder opnam en vorig jaar in eigen beheer digitaal het levenslicht zag, opnieuw onder een nieuwe noemer: Vananidr. Ondertussen heeft Thunder zijn drumkoffers gepakt, speelt Anders het solo slim en wordt de plaat via Purity Through Fire op CD uitgebracht. Met Vananidr eert de multi-instrumentalist de klassieke black metal van halfweg de jaren negentig, maar dan in een modern productioneel jasje gegoten, zonder al té gelikt en zielloos te klinken. Met songtitels als “Raging blizzards” en “Frostbitten kingdom” wil je al snel een link maken met Immortal, maar dat is misschien wat kort door de bocht. Hoewel Vananidr’s muziek wel in hetzelfde straatje zit als het latere werk van de Noren, ademen de nummers van Vananidr veeleer een natuurlijke mystiek uit en vinden melodieën uit Zweedse folk subtiel hun weg naar de toch wel agressieve en krachtige black. Door middel van heldere zangkoren neemt de dramafactor in de opener toe maar “Frostbitten kingdom” klinkt toch minder grimmig dan verwacht. Een snel en repetitief nummer als “Abomination of evil” kent dan weer een heuse Kampfar-vibe en gaat erin als zoete koek. Ook in “Rise” wordt hard en snedig van leer getrokken en hoor ik onverwachts het woord “Satan” vallen. Tussen deze twee energiebommen vormt “Projections” een instrumentaal rustpunt. Vananidr blijft ook naar het einde van het album waken over de dynamiek want met een titel als “Warfare” verwacht je natuurlijk uptempo geweld – en die verwachting wordt ingelost – om met “Enter eternity” terug meer ruimte voor melodie te laten. Maar Anders zijn snelle nummers weten me toch meer te boeien. Het Zweeds getitelde “Psalm till döden” sluit de plaat in de vorm van serene orgelklanken af en geeft een sacrale toets aan het geheel – wat ik eerlijk gezegd minder vind te rijmen met de stijl van Vananidr’s black. In afwachting van de fysieke release werd nog een nieuwe twee-songs-tellende single getiteld “Bleak and desolate” uitgebracht waarop het titelnummer laat horen dat Anders hier voor nog meer furie en een iets rauwere sound heeft gekozen. Het eerder mid-tempo “Beneath the glimmering surface” bevat dan weer meer Scandinavische dramatiek en melodieuze gitaarsolo’s. Liefhebbers van moderne, krachtig klinkende Zweedse melo-black hebben er een interessante nieuwe speler bij. Voor mij klinkt Vananidr soms nog iets te generiek en mist de muziek wat diepgang.

JOKKE: 78/100

Vananidr – Vananidr (Purity Through Fire 2019)
1. Raging blizzards
2. Frostbitten kingdom
3. Abomination of evil
4. Projections
5. Rise
6. Warfare
7. Enter eternity
8. Psalm till döden

Malokarpatan – Cesta podzemnými sálami Kovovlada

Spiksplinternieuw is ie niet, deze twee-songs-tellende 7 inch EP van Malokarpatan. “Cesta podzemnými sálami Kovovlada” zag initieel in eigen beheer het levenslicht in 2018 maar Sun & Moon besloot het kleinood nu ook fysisch vast te leggen voor het nageslacht. Hoewel slechts tien minuten lang in speelduur, vertellen de twee nummers een mythologisch verhaal, namelijk dat van Kovovlad, heerser van de onderwereld, die een maagdelijk meisje uit de mensenwereld ontvoert om haar tot zijn bruid te maken. Qua muzikale uitvoering vertaalt zich dat in het eerste deel van het nummer in duistere ambient waarbij een kil, donker en akelig psychedelisch plaatje van de onderwereld geschetst wordt. In het tweede deel van het verhaal ziet het er niet zo rooskleurig uit voor het meisje waarbij de Slovaakse dronkemansstrijders hun instrumenten inpluggen om ons op een potje traditionele, zich traag voortslepende old school as fuck black te trakteren. Macabere keyboards hullen zich als een nevel doorheen de simplistische trage riffs waarover echoënde vocalen het noodlot van het meisje bezegelen. Fijne EP die ook eens een andere kant van Malokarpatan laat zien.

JOKKE: 78/100

Malokarpatan – Cesta podzemnými sálami Kovovlada (Sun & Moon 2019)
1. Cesta podzemnými sálami Kovovlada I
2. Cesta podzemnými sálami Kovovlada II

Forbidden Temple – Demo VI

Al een geluk dat de mannen van Forbidden Temple hun demo’s nummeren want ik ben ondertussen de tel kwijt. Dit zou volgens het Romeinse cijfer in de titel nummer zes moeten zijn en werd in eigen beheer uitgebracht in plaats van via Medieval Prophecy Records. Blijkbaar komen ook niet alle demo’s in het “commerciële” circuit terecht want demo nummer vijf is blijkbaar aan mijn voelsprieten ontsnapt. Zoals we van het duo Tenebrae en Agaliarept ondertussen gewend zijn, trakteren ze ons op een dikke 23 minuten groezelige black die teruggrijpt naar de good ol’ days. Forbidden Temple klinkt lo-fi, grimmig en primitiever dan ooit maar doorheen de wazige mist aan gure riffs en zo goed als ondefinieerbare drumaanslagen en verwrongen screams, zorgen de keyboards van L. voor een punt van herkenning. De productie – of het ontbreken ervan – is echter niet storend en past wel bij deze übergrimmige kelderblack voor fans van oude-Behemoth, Graveland, Moenen Of Xezbeth of Moonblood. Persoonlijk vind ik dit zelfs hun beste materiaal tot op heden.

JOKKE: 77/100

Forbidden Temple – Demo VI (Eigen beheer 2019)
1. Intro
2. Clouds of majesty
3. Path to the wisdom of darkness
4. Impure seed
5. Winter’s tyranny
6. Outro