black metal

Heinous – Demo I

De nieuwe extreme metal-bands blijven de laatste tijd als paddenstoelen uit de Belgische ondergrond schieten en daar zijn we natuurlijk heel blij mee. Het vrij jonge Medieval Prophecy Records heeft een groot aandeel in het opsporen van dit subterraan talent. Het cassettelabel bracht reeds demo’s uit van Forbidden Temple en Moenen Of Xezbeth en nu is het de beurt aan het mysterieuze Heinous. Mysterieus omdat het gissen is naar de identiteit van deze snoodaards, hoewel ik een vermoeden heb dat de origine van deze band in ons “hell hole” ligt. Heinous speelt black metal in zijn puurste vorm waarbij een band als Paragon Impure ten tijde van diens opus magnum “To Gaius!” niet veraf is. Maar ook de eerste releases van Nidrosian black metal-bands als Dark Sonority en Kaosritual of ons eigenste Possession schijnen in deze vier heftige nummers door. Het tempo van de scheurende en opzwepende black ligt hoog, enkel in “Disciple of Satan” wordt er even wat gas terug genomen en horen we Finse invloeden van bands als Sargeist terug. Dit is twintig minuten lang no nonsense ketelmuziek van de zwartste soort. Wel niet vergeten om voldoende variatie in te bouwen in de nummers jongens. Voor de rest dienen hier niet veel woorden aan vuil gemaakt te maken. Probeer gewoon een exemplaar te scoren.

JOKKE: 78/100

Heinous – Demo I (Medieval Prophecy Records 2019)
1. Thirteen thousand knights
2. Unholy pyre
3. Heinous majesty
4. Disciple of Satan

Marche Funèbre – Death wish woman

Het is ervan gekomen. Ondanks het feit dat ons meest succesvolle exportproduct op gebied van doom metal vorig jaar tien kaarsjes mocht uitblazen, is Marche Funèbre in het verleden nog niet op Addergebroed gepasseerd. Nu moet ik eerlijk bekennen dat ik de laatste jaren eigenlijk nog maar bitter weinig naar doom luisterde vergeleken met mijn twintiger jaren. Bovendien zag ik de Mechelaars in het begin van hun carrière een paar keer aan het werk en dat wist me nooit volledig te raken. Reden hiervoor was onder andere de heldere zang van frontman Arne Vandenhoeck die niet altijd wist te overtuigen. De drie platen die de band de afgelopen jaren uitbracht, passeerden mij dan ook zo goed als volledig. Ik had echter horen vallen dat de EP die in oktober vorig jaar uitgebracht werd wat steviger van leer trok, dus besloot ik het kleinood de voorbije dagen toch maar eens een kans te geven. In opener “Broken wings” maakt Arne meteen een statement met zijn diepe grunts en hogere screams en als even later de muziek ook wat steviger wordt, horen we uitstekende death/doom waarbij echter ook wel wat “Damned in black“-era Immortal-momentjes passeren en ook de meest recente Metallica hoor ik in de riffs terug. Er volgen nog mooie melodieuze leads en een pakkend einde inclusief cleane vocalen maakt van deze track een sterke opener. In het titelnummer wordt het tempo hoger gestuwd en denderen de dubbele basdrums van Dennis Lefebvure lustig voort. De strot van de frontman weet opnieuw te overtuigen, zowel in de zwaardere regionen als zijn hoge heldere zang die wat aan Franky DSVD van Channel Zero doet denken. Opnieuw passeert een venijnige black metal-passage en de gitaristen Peter Egbergs en Kurt Blommé riffen naar hartelust, maar ook bassist Boris Iolis eist zijn momentum naar het einde toe op. Met “A departing guest” zakt het tempo voor het eerst naar de échte doomregionen en dat vertaalt zich ook naar een speelduur van meer dan twaalf minuten. Het kwintet musiceert echter dynamisch zodat de verveling niet toeslaat hoewel de break vier minuten voor het einde wat abrupt aanvoelt. Het My Dying Bride-worship kan in deze song moeilijk onder kerkstoelen of banken gestoken worden, maar bijna elke doomband is natuurlijk schatplichtig aan het Engelse doominstituut. Als toetje krijgen we nog een ode aan Paradise Lost, die andere Engelse grootmeesters van het genre, middels een cover van diens “As I die“. “Death wish woman” is een meer dan uitstekende EP waarop vooral zanger Arne laat horen heel wat progressie gemaakt te hebben. Tenslotte nog een extra pluim voor de heldere doch knallende sound waarvoor Markus Stock (Empyrium, The Vision Bleak) met zijn Klangschmiede Studio optekende. Marche Funèbre heeft me serieus overdonderd met deze EP. Beter laat dan nooit heren!

JOKKE: 85/100

Marche Funèbre – Death wish woman (GrimmDistribution/Cimmerian Shades Recordings 2018)
1. Broken wings
2. Death wish woman
3. A departing guest
4. As I die (Paradise Lost cover)

Ondfødt – Dödsrikets kallelse

Bij Immortal Frost Productions lijken ze een voorliefde te hebben voor de Finse black metal-scene. Onder de getekenden van het Belgische label treffen we onder andere Azaghal, Hautakammio, Oath en Ondfødt aan. Die laatste brengt vijf jaar na haar debuut langspeler “Hexkonst” een tweede album uit. De tien nieuwe nummers en intro die op “Dödsrikets kallelse” prijken worden er in vijfendertig minuten doorgejaagd. Ondanks de korte en bondige speelduur van de nummers valt er nochtans de nodige afwisseling te beleven in de Finse black die we voorgeschoteld krijgen. In songs als “Den sanna“, “Tidin e komi” en het met heerlijk venijnige riffs doordrenkte “Nerdreji i mörkri” willen de heren Owe Inborr en Jusso Englund laten zien dat ze als geen ander kunnen raggen en blazen en wanneer het in “Fri från slaveri” de black ’n roll tour opgaat en we meermaals aangespoord worden het woordje “satan” mee te kelen, moet ik soms aan de Deense collega’s van Horned Almighty denken. Maar het duo voelt zich niet te stoer om af en toe ook heerlijke melodieën op de luisteraar af te vuren of wat gas terug te nemen zoals in “No ere jo Satan“, waarin we ook een bijdrage horen van Finntroll zanger Mathias “Vreth” Lillmåns, en het melancholische “Födömd i evihejt“. Het vrij toegankelijke en van pakkende melodieuze leads voorziene “Midnatt” is met haar vijf minuten de langste song van de plaat en samen met het vurige “Nerdreji i mörkri” het beste wat “Dödsrikets kallelse” te bieden heeft. In “Dödens dröm” doen akoestische gitaren en grootse meeslepende leads de (gemoeds-)rust terugkeren om tenslotte via een cover van het voor mij ongekende Hämys nog éénmaal op die typisch Finse meezingbare manier terug te keren. Geen idee waar “Dödsrikets kallelse” ingeblikt werd, maar de plaat klinkt als een klok waardoor de gure riffs extra hard in je vel snijden. En ook de pompende basnoten weten zich goed doorheen de massieve riffmuur te wringen. Dikke duim omhoog voor Ondfødt.

JOKKE: 85/100

Ondfødt – Dödsrikets kallelse (Immortal Frost Productions 2019)
1. Intro
2. Den sanna
3. Fri från slaveri
4. Tidin e komi
5. No ere jo Satan
6. Nerdreji i mörkri
7. Den sista färden
8. Födömd i evihejt
9. Midnatt
10. Dödens dröm
11. Kun minä kuolen (Hämys cover)

Blue Hummingbird On The Left – Atl Tlachinolli

De in Zuid-Californië actief zijnde Black Twilight Circle zal de meeste Addergebroed-lezers ondertussen wel niet meer onbekend in de oren klinken. Dit zootje muzikanten onder leiding van Eduardo Ramírez en gelinkt aan diens Crepúsculo Negro-label spreekt tot de verbeelding van menig extreem muziekliefhebber. De teksten en de muziek van veel bands uit deze kliek is doordrongen van de Azteken (Mexica)-cultuur. Eén van de beste compilaties van BTC-bands verscheen in 2016 onder de noemer “Desert dances and serpent songs” en bevatte bijdrages van Volahn, Shataan, Arizmenda en Kallathon. Die laatste bracht vorig jaar een split uit met Blue Hummingbird On The Left wat de Engelse naam is van de Azteekse god Huitzilopochtli. Negen jaar na haar oprichting brengt die laatste onder de naam “Atl Tlachinolli” nu haar debuut uit. Nu is Blue Hummingbird On The Left niet meteen mijn favoriete band uit de BTC-stal, maar toch mag deze langspeler er zijn. Voor mij persoonlijk heeft de met thrash-metal geïnfuseerde black van het kwartet soms te veel war metal-trekjes waarbij het eentonig hakkend drumspel van drummer/gitarist Yayauhqui (Ramírez’ schuilnaam in dit geval) in nummers als “Sun / War club” en “Life death rebirth” me in dat geval al snel verveelt. De afwisseling tussen opzwepende riffs in het woeste “Storms” en meer melodieuze nummers houdt het gelukkig toch interessant. In het einde van “Blood flower” ontwaren we bijvoorbeeld een Bölzer-achtige melodie en het mid-tempo “Precious death” en “Tenochtitlan” zijn met hun mooie gitaararrangementen melodieuzer, fijngevoeliger en meer atmosferisch van aard. En dan zijn er ook nog de tal van inheemse instrumenten en mysterieuze klanken die als water doorheen vurige songs als “Southern rules supreme – Moon” en “Rain campaign” kronkelen, wat een authentiek karakter aan de muziek geeft, vooral wanneer zanger Tlacaelel zijn fluit boven haalt. De oorlogsgoden worden weer tot leven gewekt in “Hail Huitzilopochtli” en geëerd voor het bewaken van de eigen cultuur ten opzichte van indringers. Hoewel “Atl Tlachinolli” door de knipogen naar de Zuid-Amerikaanse bestial black metal-scene niet honderd procent my cup of tea is, is dit door de muzikale afwisseling en het eigen karakter toch een onderhoudende plaat.

JOKKE: 75/100

Blue Hummingbird On The Left – Atl Tlachinolli (Iron Bonehead/ Nuclear War Now!/Crepúsculo Negro 2019)
1. Sun / War club
2. Blood flower
3. Precious death
4. Hail Huitzilopochtli
5. Rain campaign
6. Life death rebirth
7. Tenochtitlan
8. Storm
9. Southern rules supreme – Moon

Dødsfall – Døden skal ikke vente

True black metal” staat er te lezen op de inner sleeve van “Døden skal ikke vente“, de alweer vijfde langspeler van Dødsfall. Een geografische prefix als “Norwegian” of “Swedish” werd achterwege gelaten aangezien de band vanuit beide landen opereert en bandleider/oprichter Ishtar bovendien Mexicaans bloed door zijn aderen heeft stromen. Dat de muzikant zich in Scandinavië echter als een vis in het water voelt, maakt hij al sinds 2009 duidelijk via Dødsfall’s muziek. Doorheen de levensloop van de band blijft Ishtar de enige constante want vergeleken met de knappe voorganger “Kaosmakt” uit 2015, is er weer heel wat veranderd in de line-up. Toenmalig sessiedrummer Jocke Wallgren heeft het tegenwoordig te druk bij Amon Amarth, waardoor we nu Telal (Troll, ex-Isvind, ex-Endezzma) op de drumstoel aantreffen. Zanger Adramalech verliet de band net na de opnames van “Kaosmakt“, terwijl Clandestine (ex-Dødheimsgard) de heren vervoegde, maar die is ondertussen ook al weer met de noorderzon verdwenen. Deze wissels maken dat Ishtar naast alle snaarinstrumenten voor het eerst sinds de demo “Svarte vinger‘ uit 2010 nu ook de zang voor zijn rekening neemt. Op zich heeft de man best een raspende strot maar iets meer variatie in zijn screams had toch welgekomen geweest. Na de Endarker Studio en de Sunlight Studio, koos Ishtar voor deze nieuwe plaat de Necromorbus Studio uit. En het moet gezegd worden dat het resultaat niet diens typische geluid heeft meegekregen. Om variatie in de tien nummers aan te brengen, werden elementen zoals piano (“Hemlig vrede“), heel wat gitaarsolo’s, heldere verhalende vocalen en akoestische gitaren (“Svart drömmar“) en subtiele (keel)gezangen (“Tåkefjell” en “I de dødens øyne“) aan de in het Noors vertolkte black toegevoegd. Over het algemeen klink Dødsfall iets minder agressief dan op de voorganger en een dynamisch nummer als “Tåkefjell” heef teigenlijk best wel wat hitpotentieel. Wel weet Ishtar op tijd en stond ook enkele effectieve meer thrashy-getinte riffs uit zijn gitaar te toveren. Het duo levert met “Døden skal ikke vente” een degelijke plaat af die vlot weg luistert en nergens buiten de lijntjes kleurt. Daar is op zich niets fout mee, maar ze gaan hier ook niet veel potten mee breken.

JOKKE: 79/100

Dødsfall – Døden skal ikke vente (Osmose Productions 2019)
1. Hemlig vrede
2. Tåkefjell
3. Svarta drömmar
4. Grå himlar
5. Kampsalmer
6. I de dødens øyne
7. Ødemarkens mørkedal
8. För alltid i min sjæl
9. Ondskapelse
10. Skogstrollet

Blodhemn – Mot ein evig ruin

Het zou me niet verbazen dat het Noorse Blodhemn de inspiratie voor de bandnaam vond bij het gelijknamige Enslaved album uit 1998. Vooral daar beide bands afkomstig zijn uit Bergen, niet alleen de natste stad van Europa (ik kan erover meespreken), maar ook één van de belangrijkste black metal-grootsteden als het aankomt op Noorse black metal. Invisus is het meesterbrein achter de band die in 2004 boven de doopvont werd gehouden en geeft in een studio-omgeving in zijn eentje gestalte aan Blodhemn. In een live-setting wordt de man bijgestaan door enkele sessiemuzikanten waarvan gitarist Xarim (Den Saakaldte, Djevelkult) de bekendste is. Op zich ligt het nagelnieuwe “Mot ein evig ruin” in het verlengde van “H7” uit 2014 die op haar beurt mooi verder borduurde op het in 2012 verschenen “Holmengraa“. Blodhemn groei met andere woorden per release gestaag door in het subsegment van melodieuze black want “Mot ein evig ruin” staat opnieuw bol van de tremolo picking riffs en Invisus heeft een goed oor voor catchy melodieën. Luister maar eens naar het acht minuten durende “Uante krefter i fra nord” dat niet had misstaan op Naglfar’s “Diabolical“-album. Bovendien zorgt een heuse lading thrashy riffs voor extra vinnigheid en vurigheid. De mannen van Aura Noir zouden zonder blozen tekenen voor een nummer als “Dra te’ helvete” waarin ook de obligate “ballen-tussen-het-portier-van-de-Porsche-schreeuw” passeert. In de progressieve gitaarpartijen die we halverwege “Døgenikt” horen, komt de latere Enslaved vanachter de hoek piepen, maar over ’t algemeen trekt Blodhemn wel een stuk harder van leer. Om blastbeat-moeheid echter tegen te gaan, wordt in het rockende, pompende en de nekspieren op de proef stellende “Østfront” en de galopperende hekkensluiter “Mot midnatt” wat gas teruggenomen. Blodhemn is niet de meest grimmige of rauwe speler in de Noorse black metal-scene en ook de vrij heldere mix (van de hand van Borknagar’s Øystein Brunn) zal adepten van groezelige black te week in de oren klinken. Wie zichzelf echter tot de doelgroep rekent die goed geschreven, degelijk uitgevoerde en vlot in het gehoor liggende thrashy melo-black kan waarderen, zal veel plezier beleven aan Blodhemn’s derde en beste album tot op heden.

JOKKE: 82/100

Blodhemn – Mot ein evig ruin (Soulseller Records 2019)
1. Ruin (Intro)
2. Det gjekk ein faen
3. Døgenikt
4. Østfront
5. Nordhavs speil
6. Uante krefter i fra nord
7. Dra te’ helvete
8. Mot midnatt

Departure Chandelier – Antichrist rise to power

Napoleon was niet alleen een bollekesfabrikant maar natuurlijk ook een belangrijk historisch figuur die een enorme impact heeft gehad op Frankrijk qua geopolitieke gevolgen maar ook de “Code Napoléon” beïnvloedt ons leven nog steeds op allerhande vlakken. De notoire ziener Nostradamus bestempelde Napoleon Bonaparte als de eerste van drie antichristen. De tweede was Adolf Hitler en de derde zou rond 2070 een wereldwijde oorlog veroorzaken. U heeft dus nog even tijd om uw tuinhuis te schilderen. De levensloop van de kleine generaal die het van soldaat tot keizer wist te schoppen spreekt nog steeds tot de verbeelding van velen, zo ook voor het Canadese Departure Chandelier. Op de hoes van diens “nieuwe” plaat “Antichrist rise to power” zien we een schilderij waarop Napoleon op zijn sterfbed ligt en wie goed kijkt ziet ook de link naar de bandnaam. De band bestaande uit leden van Akitsa en Ash Pool componeerde zes nummer (plus een intro en outro) ter meerdere eer en glorie van Napoleon en enkele memorabele momenten uit diens leven zoals zijn kroning, ballingschap, zijn veldslagen en overlijden. Écht nieuw is deze plaat echter niet aangezien ze een decennium geleden werd opgenomen, nog voor de eerste demo “The black crest of death, the gold wreath of war” in 2011 via Tour de Garde werd uitgebracht. In 2017 verscheen ook nog een erg fijne split met Blood Tyrant. Ondanks het feit dat de plaat werd opgenomen in een kelder achter het New York City Marble Cemetery (het oudste kerkhof in New York City), is de sound uitstekend, maar het blijft natuurlijk rauwe black. Invloeden werden gehaald uit Bathory, maar ook uit de sound van enkele klassieke bands zoals Osculum Infame, Bekhira, Chemin de Haine, Cantus Bestiae en Machiavel. Er duikt met andere woorden wel al eens een keyboard op links en rechts. Zo wordt de uiterst simpele maar grimmige openingsriff van “Life escaping through the candle’s smoke” al snel vergezeld van een über catchy keyboardriedeltje dat nog uren doorheen menig hoofd zal spoken. De songs zijn rijk aan melodie en ademen zoals in “Forever faithful to the emperor“, dat ook wel wat aan oude Nachtmystium doet denken, een soort van trots en onverzettelijkheid uit. De riffs kunnen in elke song op één hand geteld worden, zoals in “Catacombs beneath the castle of the marquis” waarin alles draait rond die ene lichtelijk verwrongen riff. Deze less is more-aanpak werkt echter wel daar de nummers niet onnodig lang gerekt worden. Enkel het snellere titelnummer met een op-het-randje-van-het-valse-af inleidende riff overschrijdt de zes minuten grens en doet het zonder keyboard-opsmuk. Dat wordt dan weer meer dan goed gemaakt in het triomfantelijk klinkende “A sacrifice to the Corsica Antichrist” en “Re-establish the black rule of France” alvorens de begrafenisklanken van de outro het einde van Napoleon’s leven inluiden. Blij dat deze schijf ons, na een decennium in de koelkast te hebben gestoken, toch nog bereikt.

JOKKE: 82/100

Departure Chandelier – Antichrist rise to power (Nuclear War Now! Productions 2019)
1. Intro (Napoleon’s sword)
2. Life escaping through the candle’s smoke
3. Forever faithful to the emperor
4. Catacombs beneath the castle of the marquis
5. Departure chandelier
6. A sacrifice to the Corsica Antichrist
7. Re-establish the black rule of France
8. Outro (Exile on the jagged cliffs of Saint Helena)