grave miasma

Temple Nightside – Pillars of damnation

De extreme metal die de Australische scene de laatste kwarteeuw al heeft voortgebracht, klinkt dikwijls barbaarser, bruter en beestachtiger dan elders op deze aardkloot. Denk daarbij maar aan bands als Bestial Warlust, Vassafor, Grave Upheaval en Portal. Ook Temple Nightside is een doodsmetalen eskadron dat vrij heftig in de omgang klinkt. Bezieler IV richtte de band een decennium geleden op en is met “Pillars of damnation” aan zijn vierde langspeler toe, hoewel ‘derde’ eigenlijk correcter is aangezien het twee jaar geleden verschenen “Recondemnation” eigenlijk een herwerking was van het debuut “Condemnation” uit 2013 dat in een zwaarder jasje gestoken werd sinds Temple Nightside vanaf “Hecatomb” uit 2016 besloot haar ‘ritualistic death metal necromancy‘ wat primitiever aan te pakken. Op dat vlak laat “Pillars of damnation” geen verrassingen horen. Of er nu aan een tergend traag en slepend tempo (het sacraal aanvoelende middenstuk in “Death eucharist“, het doomy Wreathed in agony” of de lange afsluiter) of aan een rotvaart (het gros van de andere nummers) gemusiceerd wordt, speelt geen rol want ongeacht de snelheid klinkt Temple Nighside’s caveman death metal alsof die uit de diepste, meest humide en wazige spelonken van het eiland naar boven komt geborreld. Het sepulchrale en bestiale schrikbewind is aanwezig, maar ook de riffs eisen een belangrijke rol op en worden niet door de dichte atmosfeer en echoënde doodsrochels weggemoffeld. Chaotische solo’s geven een onderscheidende toets aan de songs en rijgen meer dan eens op Obituary-wijze de openingsriffs reeds aan flarden. Het zwartgeblakerde achtergrondkader waarin Temple Nighside opereert, refereert aan bands als Grave Miasma en Cruciamentum en maakt dat ik deze wel kan smaken. De muzikanten musiceren iets technischer en strakker dan in het verleden, maar verwacht nu ook geen popcorn-getriggerde death metal alstublieft. “Pillars of damnation” bevat acht reuzentreden die we moeten nemen om uit een van het zonlicht afgesloten ondergrondse crypte omhoog te clauteren. De humiditeit en het zuurstofgebrek doen een aanval op onze longcapaciteit tijdens deze driekwartier durende tocht. Het afsluitende bijna tien minuten durende “Damnation” is daarbij de moeilijkste horde om te nemen want hoewel het tempo hier loodzwaar en traag beukt, is het moeilijk om de aandacht niet te verliezen. Het is een kwestie van nog even op de tanden te bijten en door te zetten totdat we eindelijk wat zuurstof en daglicht te zien krijgen. Ondanks enkele monotone mindere momenten is “Pillars of damnation” een aanrader voor wie zijn doodsmetaal graag primitief, sepulchraal en in holbewonerstijl heeft.

JOKKE: 80/100

Temple Nightside – Pillars of damnation (Iron Bonehead Productions 2020)
1. Contagion of heresy
2. Death eucharist
3. Morose triumphalis
4. The carrion veil
5. Wreathed in agony
6. Blood cathedral
7. In absentia
8. Damnation

Nekrovault – Totenzug: festering peregrination

Dat Ván Records al zestien jaar lang interessant spul op de markt brengt hoeft ondertussen geen betoog meer, en naast de traditionele focus van het label op bezwerende, ritualistische black metal lijken er de laatste jaren ook meer releases uit te komen van het doodse broertje ervan. Nadat het label enkele heel sterke releases van het eveneens Duitse Sulphur Aeon uitbracht, komen ook nu de landgenoten van Nekrovault met een eerste langspeler. De twee voorgaande demo’s zijn het bewijs dat mijn oog toch niet alziend is, maar dit debuutalbum werd gelukkig wel opgepikt want wat Nekrovault laat horen is klasse. “Totenzug – funereal hillscapes” plant dankzij het consistent trage tempo meteen een onheilspellende sfeer van jewelste neer, en meteen valt op dat er veel aandacht is besteed aan de productie, die zonder zever ‘top’ genoemd kan worden en waar de zware distortion teruggrijpt naar de hoogdagen van de BOSS HM-2-pedalen. Dat Nekrovault weet hoe ze de buzzsaw sound van de Zweedse grootheden van weleer kan bekomen staat buiten kijf. Deze formule, aangevuld met lugubere melodieën zoals in “Psychomanteum – luminous flames” geeft – net zoals bij het hiervoor vernoemde Sulphur Aeon – een zwart sfeertje mee aan hun sound, waardoor we Nekrovault ook in het rijtje met Grave Miasma en Irkallian Oracle kunnen plaatsen, waarbij de heren duidelijk een stap verder weg van de black metal zetten tegenover de EP’s. Naast onheilspellend en traag beuken knalt een snel nummer als “Pallid eyes” hard uit de speakers en horen we een mooi eerbetoon aan bands als Carnage, Entombed en Dismember. Halfweg krijgen we een twee minuten durend intermezzo waarin aasvliegen het rottende, doodse karakter van “Totenzug – festering peregrination” (what’s in a name) verder in de verf zetten voordat de Duitsers er opnieuw geen gras over laten groeien. Vreemde eend in de bijt is afsluiter “Eremitorium”, waar Nekrovault het rock & rollgehalte plots de hoogte in stuwt en begot zelfs catchy te noemen valt en waar ook wat traditionele doominvloeden te bespeuren zijn. Veel subtiliteit biedt Nekrovault niet, maar wel verdomd stevige death metal die waarschijnlijk ook door een hoop blackies gesmaakt zal kunnen worden – andere stijl, dezelfde sfeer. Nekrovault heeft zich ontpopt tot een sinister, halfverrot wezen dat uit de diepste krochten van zijn tombe naar boven komt gekropen: niet snel, maar berekend en onstuitbaar. De Bavarianen wilden een akelige sfeer neerpoten en zijn daarin geslaagd en ondanks de bijzonder heldere mix klinkt deze langspeler geweldig zompig. Exact zoals ik mijn death metal graag heb.

CAS: 84/100

Nekrovault – Totenzug: festering peregrination (Ván Records 2020)
1. Totenzug – funereal hillscapes
2. Sepulkrator
3. Psychomanteum – luminous flames
4. Pallid Eyes
5. Serpentrance
6. Basilisk fumes
9. Eremitorium

Kosmokrator – Through ruin…behold

Hoogtijd om met een volwaardige langspeler op de proppen te komen, moet het black/death gezelschap Kosmokrator gedacht hebben. Daar zat ik trouwens ook al een tijdje op te wachten. De demo “To the svmmit” (2014) en EP “First step towards supremacy” (2016) waren immers twee knappe staaltjes mystieke, atmosferische en occulte black/death die meteen ook de mensen bij Ván Records – toch nog steeds één van dé hofleveranciers van kwaliteitsvolle extreme muziek – wisten te overtuigen. Onze landgenoten staan al een tijdje op mijn “live to see“-lijstje, maar om de één of andere reden ontglipten ze me steeds, zelfs als ik op een event aanwezig was waar ze geprogrammeerd stonden. Gelukkig verscheen eerder dit jaar de liveregistratie “Live at Hamburg Untertage” om de pijn toch een beetje te verzachten. “Through ruin…behold” is de titel die de eerste langspeler meekreeg en de luisteraar driekwartier lang aan zijn of haar boxen kluistert. Muzikaal gezien ligt de plaat in het verlengde van de vorige releases, wat op zich niet zo vreemd is aangezien de nummers tussen 2013 en 2018 geschreven werden en enkele van hen dus zelfs uit de demoperiode van de band dateren. Zoals gewend van de voorganger, wisselt frontman J. ruwe echoënde death metal-vocalen af met semi-cleane uithalen wat voor een dynamisch schouwspel zorgt, dat maakt “The push towards Daath” meteen duidelijk, alleen haalt een bevreemdende passage vol rituele percussie en bezwerende gitaren de vaart wat uit de opener. Kosmokrator is voortdurend op zoek naar een evenwicht tussen heftige, zompige death metalpassages en meer melodieuze elementen zoals groots klinkende gitaarclimaxen en pakkende leads. Verder wordt ook met contrasten tussen trage dissonante riffs en stuwende blastdrums gewerkt, wat bijdraagt aan een hypnotiserend sfeertje dat de nummers bijwijlen uitstralen. “Ruins” is zo’n kraker waarin de verschillende gezichten van dit vijfkoppige monster aan bod komen. In het epische en atmosferische “Kosmokratoras I – In His name shineth the sun” eist bassist T. zijn plaats op en verder geeft ijle vrouwelijke zang een duistere betoverende meerwaarde. Ook in het doomy negen minuten durende “Gestorben muss sein” zijn vrouwelijke vocalen verantwoordelijk voor het schetsen van een dor en druilerig landschap vol ruïnes nadat de ondergang van de mensheid ingezet werd. De post-apocalyptische sfeer die deze afsluiter uitademt staat dan weer in schril contrast met het triomfantelijke beukwerk van een song als “Irreversible pathways“. Kortom: “Through ruin…behold” is een sterke, dynamische plaat geworden waarmee Kosmokrator zonder blikken of blozen kan meespelen in de internationale scene. En nu zorgen dat ik onze afspraak op 6 december niet mis wanneer Kosmokrator samen met Grave Miasma, Spectral Voice en Vort Het Bos in Antwerpen zal ontheiligen.

JOKKE: 87/100

Kosmokrator – Through ruin…behold (Ván Records 2019)
1. The push towards Daath
2. Ruins
3. Irreversible pathways
4. I am the utterance of my name
5. Kosmokratoras I – In His name shineth the sun
6. Nathir
7. Gestorben muss sein

Vort – Demo 2019

Wie af en toe eens iets leest op Addergebroed, weet dat black metal veel meer mijne meug is dan het dodelijke broertje ervan. Ik volg die eerste scene dus veel meer op de voet dan die tweede, dat geldt zowel voor internationale als nationale bands. Qua Belgische death metal passeerde Carnation natuurlijk met diens eerste langspeler, maar dat is ondertussen ook weer al een goed jaar geleden. En voor Kosmokrator moeten we nóg verder terug de tijd in gaan. Met Vort (‘verrot’, ‘corrupt’) halen we nog eens een nieuwe doodsmetalen band van eigen bodem aan, een kakelverse dan nog wel. Via het sympathieke Babylon Doom Cult Records verschijnt Vort’s eerste demo (op 7 inch formaat) waarop twee songs prijken, samen goed voor zo’n dikke negen minuten death metal of old. Voor fans van Grave Miasma en Spectral Voice geeft het persbericht mee. Laat dat nu net twee death metal-bands zijn die ik dik te pruimen vind en waarvan hun platen geen tijd krijgen om stof te vergaren in mijn kallax-kasten. Het trio K.P. (bas), T.S. (drums) en S.A. (gitaar) (en wie voorziet de in-reverb-gedrenkte grunts?) laat met de nummers “Subdermal putrescence” en “Augmentation of the black void” horen dat er voortaan rekening dient gehouden te worden met deze grafdelvers. Snelle old-school death metal stukken worden afgewisseld met doomy atmosferische passages, zodat de dynamiek snor zit en de snelle partijen ook beter aankomen. Qua sfeer en (on)gezelligheid scoort het trio alvast een dikke voldoende. De trage riffs van ‘Subdermal putrescence” doen me ook terugdenken aan de vroege jaren negentig hoogdagen van een Obituary. Het was een tijdperk waarin death metal nog moddervet klonk in plaats van afgelikt technisch. Ook Vort’s sound klinkt lekker zompend en organisch zonder echter een te groot beerput-gehalte te hebben. Deze negen minuten gaan erin als zoete koek en dat de Gentenaren daarbij geen minuut origineel klinkt, is in dit geval helemaal niet zo erg. Grave Miasma en Spectral Voice doen binnenkort ons landje aan. Oproep aan de organisatie: laat Vort de gemoederen maar opwarmen die avond!

JOKKE: 82/100

Vort – Demo 2019 (Babylon Doom Cult Records 2019)
1. Subdermal putresence
2. Augmentation of the black void

Hadopelagyal – XXXVI XXXI N XXV XXVIII O

In de diepste regionen van de oceaan komen er levende wezens voor, ook al is er geen zonlicht en benaderen de temperaturen het vriespunt. Eens we dieper dan 6.000 meter in deze bizarre diepzee onderwereld duiken, komen we terecht in de hadale of hadopelagische zone. De magie van (deze) natuurlijke duisternis is wat de Duitse band Hadopelagyal drijft. In 2018 werd een eerste demo uitgebracht waarvan de titel ietwat vreemd lijkt. Wanneer je de Romeinse cijfers echter omzet naar westerse cijfers, krijg je coördinaten die verwijzen naar de Kolumbo, een onderzeese vulkaan die reeds meer dan 400 jaar inactief is. Ván Records zag het potentieel van de band en brengt de demo nu op sterk gelimiteerd vinyl uit. Mijn naald belandt in de groeven van nummer 201 van de 215. De vijf songs die in de navolgende driekwartier volgen, laten een sound horen die het midden houdt tussen death metal – het soort dat uit de diepste spelonken lijkt op te borrelen – en woeste, bestiale black waarbij gestreefd wordt naar een rustgevende lichtheid te midden van alle chaos die hierbij komt kijken. Momenten van sluimerende doom worden afgewisseld met bulderende erupties gitzwarte magma waarbij flitsende solo’s doorheen de aslucht klieven. Het zeventien minuten durende “Craving in infinite void” speelt meer met repetitiviteit en neigt hierdoor het meest naar black metal. De in reverb doordrenkte sound van deze demo is rauw en ontoegankelijk voor eenieder die net vanachter de hoek in de underground komt piepen. Wie echter patches van Malthusian, Sortilegia, Incantation of Grave Miasma op zijn of haar lederen vest heeft prijken, kan toehappen – waarbij we wel vermelden dat de kwaliteit van geen van deze referentiebands geëvenaard wordt. Maar het betreft natuurlijk ook nog maar een eerste demo.

JOKKE: 77/100

Hadopelagyal – XXXVI XXXI N XXV XXVIII O (Ván Records 2019)
1. Raise and hail the dead in mortal utter madness
2. As omniferous domination ruled with zero clemency
3. Down in the valley of Eden’s horizon
4. Depravity shall triumph
5. Craving in infinite void

Musmahhu – Reign of the odious

Hallo. Nieuw Swartadauþuz materiaal. Doei. Vijf woorden waarin de komende review samen kan worden gevat: Swartadauþuz staat al jaren bekend om zijn sublieme black metal (Azelisassath, Beketh Nexëhmü, Mystik, Urkaos, Trolldom en leer de rest maar van buiten, ik ga ze niet blijven herhalen) maar deze keer lijkt één van Zwedens black metal genieën het anker over een andere boeg te gooien. Vorig jaar werd als voorsmaakje de Formulas of rotten death EP op ons losgelaten, een elf minuten durend opwarmertje om ons klaar te maken voor de even furieuze langspeler “Reign of the odious”. Het componerend brein lijkt de melodieuze black metal tijdelijk achter zich te laten en brengt nu een album waarbij opener “Apocalyptic brigade of forbidden realms” mij voor het eerst in tijden oprecht doet opschrikken. Na een ietwat voorspelbare intro wordt net buiten de maat een smerige, rollende riff ingezet die de toon zet voor de rest van het album: vuile, onwelriekende maar toch opzwepende death metal. In de promo-mail van Iron Bonehead Productions lezen we “Orthodox death metal is so dead, it’s undead and Musmahhu reanimates its corpse” en zo klinkt het ook. We krijgen de ene na de andere maagstomp te verwerken op een manier waar Grave Miasma trots op zou zijn: van subtiliteit is bij Musmahhu weinig sprake, of het moeten de dun bezaaide keyboardlijnen zijn die her en der doorheen de onstuitbare en chaotische death metal weerklinken. Ook qua productie staat “Reign of the odious” als een huis. In tegenstelling tot veel hedendaagse death metal klinkt Musmahhu niet plat geproduced maar vormen de vlijmscherpe drums en ronkende basgitaar een stevige fundering voor een spervuur aan riffs waarmee je met gemak een gans bataljon omver legt. Her en der komen de typische, slepende gitaarpartijen waarmee Swartadauþuz naam maakte (“Musmahhu, rise”) om de hoek piepen, maar over de gehele lijn genomen is Musmahhu het eerste project waarmee onze Zweedse vriend sterk van zijn vertrouwde sound afwijkt, en er met verve in slaagt een oerdegelijk, halfverrot death metal album uit te brengen. De nodige blackened randjes zijn logischerwijs nog steeds aanwezig, maar fans van Grave Miasma, Irkallian Oracle en Pseudogod zullen zeer zeker aan hun trekken komen met Reign of the odious”.

CAS: 86/100

Musmahhu – Reign of the odious (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Apocalyptic brigade of forbidden realms
2. Musmahhu, rise
3. Slaughter of the seraphim
4. Burning winds of purgatory (mellanspel)
5. Reign of the odious
6. Spectral congregation of anguish
7. Thirsting for life’s terminus

Abyssous – Mesa

Even dacht ik nieuw werk van het lichtjes geniale Engelse Abyssal voorgeschoteld te krijgen. Het betreft echter Abyssous, een Duitse band waarvan het ouder materiaal (debuut “Smouldering” uit 2013) me totaal onbekend is. Het heeft met andere woorden best lang geduurd om met nieuwe muziek op de proppen te komen. Het Germaanse trio laat middels “Mesa“, een EP die toch op een mooie vijfendertig minuten aftikt, horen wat ze in tussentijd uitgespookt heeft. En dat klinkt eigenlijk lang niet verkeerd. Abyssous speelt death metal, the ancient way, waarbij het er dus best primitief, sepulcraal, organisch en wild aan toe gaat. “Mesa” bevat vijf “echte” nummers die telkens door duister en mysterieus klinkende intermezzi aan mekaar geregen worden. Wanneer Abyssous haar death metal demonen vrijlaat, ontketenen deze een archaïsch klinkende en woest kolkende muur aan riffs waar echo’s van Morbid Angel (de hectische, bijwijlen krankzinnige solo’s in o.a. “Ocaeon” dat ook Immolation-achtige gitaarpiepjes bevat) en recentere bands genre Grave Miasma doorheen waaien. Het betere penetrante grafgeurtje dus dat Abyssous uitwasemt. Vooral in het aanvankelijk mid-tempo startende maar daarna opzwepende, met psychedelisch en hallucinogeen soleerwerk doorspekte “Aerosoils” klinkt de band écht overtuigend, maar ook de negen minuten durende hekkensluiter “Congealed lores” laat horen dat Abyssous nog wel eens heel wat moois in petto kan hebben voor wie houdt van een vette streep chaotische old-school death metal met verrotte insteek. Fijne ontdekking!

JOKKE: 82/100

Abyssous – Mesa (Iron Bonehead Productions 2018)
1. Aisernal
2. Mesa
3. Perlurkural
4. Impelled
5. Fissurge
6. Ocaeon
7. Diphour
8. Aerosoils
9. Vesspense
10. Congealed lores

Wrathprayer/Force of Darkness – Wrath of darkness

Het mag geweten zijn dat ik niet vies ben van een streepje ranzige blackdeath en met mate ook blackthrash. Blijkbaar hebben ook Spaanstaligen een voorliefde voor dit soort smerigheid, gezien enkele van de meest interessante bands deze tongval als moedertaal meegekregen hebben. Dit doet natuurlijk snel denken aan het Spaanse Teitanblood, maar voor deze uitgave steken we de Atlantische Oceaan over en ontmoeten we twee Chileense bands: Wrathprayer en Force of Darkness. Niet ontoevallig brachten deze bands een split uit, die gemakkelijkheidshalve maar “Wrath of darkness” werd getiteld en door David Herrerias (opnieuw van oorsprong Spaanstalig!) van artwork werd voorzien. Gezien beide bands een onderkomen hebben gevonden bij het Amerikaanse Nuclear War Now! Productions klinkt het achteraf bezien best logisch dat deze split ter wereld is gekomen. Muzikaal gezien liggen beide bands echter even ver uiteen als dat de kustlijn van Chili lang is. Daar waar Wrathprayer hun gekende formule van laaggestemde gitaren, gorgelende grunts en sterke dynamiek tussen knallende uitbarstingen en sinistere, broedende passages terug uit de kast halen horen we bij Force of Darkness typische blackthrash à la Aura Noir, waarbij het tempo echter nog iets verder wordt opgeschroefd en waar een sausje smerigheid afkomstig uit de darmen van Sarcófago over werd gegoten. Tijdens de eerste twee nummers na de intro, van de hand van Wrathprayer, worden we teruggekatapulteerd richting het uit 2012 afkomstige “The sun of moloch”, een persoonlijke mijlpaal in het genre. Het gaat hier om genadeloze blackdeath metal in de stijl van Pseudogod, Grave Miasma en dergelijke meer. Het trio beukt er vanaf de eerste noten op los om meteen terug te vallen in de aloude gewoonte van onheilspellend opbouwende passages – dit alles is natuurlijk enkel een voorbode van de sonische slachtpartij die ons gedurende het volgende kwartier ten deel zal vallen. Wrathprayer klinkt zoals gewoonlijk compromisloos, oerduister en gevaarlijk. Force of Darkness daarentegen gooit het met hun hondsbrutale aanpak over een andere boeg: de focus ligt op hypersnelle riffs en dito geram op de drumvellen, waarbij amper een rustpunt te bespeuren valt. De gitaren klinken messcherp en de reverb spat van de vocalen af. Enkele chaotische solo’s worden doorheen de strakke blastbeats geweven maar wat mij betreft mochten deze gerust achterwege gelaten worden. Los van een geslaagd melodieus deel in “The order” komt Force of Darkness snel eentonig over en weten deze Chilenen mijn aandacht niet vast te houden. Stiekem was het beter geweest indien Wrathprayer gewoon een nieuwe langspeler de ether in zou hebben geknald.

CAS: 79/100 (Wrathprayer 85/100 – Force of Darkness 73/100)

Wrathprayer/Force of Darkness – The wrath of darkness (Nuclear War Now! Productions 2017)
1. Wrathprayer – Intro – inhaling wrath
2. Wratphrayer – Tria serpentis
3. Wrathprayer – De profundis
4. Force of Darkness – Wall of fire
5. Force of Darkness – Nunc scio tenebris lux
6. Force of Darkness – The order
7. Force of Darkness – Outro – exhaling darkness

Vhorthax – Nether darkness

Waartoe een nachtelijk meditatiesessie bij kaarslicht in een oefenbunker al niet leiden kan. In het geval van de Russen Morkh (zang), Nicholas-N.A.-I.I. (drums) en M.P. (gitaar en bas) was dit de katalysator tot het oprichten van Vhorthax. Blijkbaar hebben de heren aan hun andere band Abyssfire niet voldoende, want de nood aan primitieve duivelaanbidding middels het spelen van morbide black/death metal bleek enorm groot te zijn. Het trio sloot zich terug op in haar bunker en kwam naar buiten met een eerste EP, “Nether darkness” genaamd. Deze mini staat vol sinistere ritualistische extreme klanken die zwaar donderend uit de boxen schallen of de band nu hard en snel (“Thy foul graal“, “Crushing the vessels of trinity“) van leer trekt of traag beukend (“Stabat mater“) uit de hoek komt. De diepe grunts en hogere screams van frontman Morkh lijken amper teksten uit te braken en eerder als een extra vortex te fungeren. Qua sound komt Svartidauði af en toe vanachter de hoek piepen, hoewel de balans meer richting death metal doorslaat en dus ook een band als Grave Miasma als referentie kan dienen. Morkh maakt ook deel uit van Serpentrance waarvan een tijdje geleden het debuut “The besieged sanctum” besproken werd. Op zich ligt de stijl van beide bands niet zo gek ver uiteen, maar weet Vhorthax toch net dat tikkeltje meer te overtuigen.

JOKKE: 78/100

Vhorthax – Nether darkness (Iron Bonehead 2017)
1. Altar I – The mass
2. The levitating tomb
3. Stabat mater
4. Thy foul graal
5. Crushing the vessels of trinity
6. Altar II – The descent of the mar

Antiversum – Cosmos comedenti

In het pop- en rockcircus is het dikwijls de frontman/-vrouw die in de schijnwerpers staat en met alle aandacht gaat lopen. In het black metal-wereldje lopen er ook zo van die bands rond hoewel de afgelopen jaren steeds meer en meer anonieme entiteiten boven water kwamen waar de band belangrijker is dan de som van de individuen die er deel van uitmaken. Het Zwitserse Antiversum is zo’n band waarbij de identiteit van de leden een waar staatsgeheim is maar een gemeenschappelijke nihilistische kijk op het universum de gemende deler vormt. Vijf jaar na de oprichting in 2010 werd een eerste demo uitgebracht en nu is het tijd voor het volwaardige debuut getiteld “Cosmos comedenti“. Er prijken slechts vier songs op de tracklist die tezamen op achtendertig minuten speeltijd afklokken en waarin we een amalgaam aan kosmosvernietigende black, doom en death metal over ons heen gestuwd krijgen met links en rechts de nodige dissonante klanken. Hier geen doffe ellende zoals we bij soortgelijke bands wel al eens aantreffen, maar een vrij transparante mix waarin alle instrumenten duidelijk van mekaar te onderscheiden zijn. Haaks op de interessante muzikale audiomaalstroom staat echter een zaaddodende, saaie van galm voorziene grunt waarin geen greintje afwisseling te horen valt. Gelukkig zijn er voldoende lange instrumentale passages waar de zanger zijn klep houdt en je een pandoering geven. Wie een referentiekader wil: Irkallian Oracle, Kosmokrator en Grave Miasma.

JOKKE: 79/100

Antiversum – Cosmos comedenti (Invictus Productions 2017)
1. Antinova
2. Creatio e chao orta est
3. Cosmos comedenti
4. Nihil ad probandum