Gråinheim – Hexndeifl

Het uit Augsburg, Bavaria afkomstige Gråinheim zal ongetwijfeld voor de nodige tweedracht zorgen. Enerzijds klinkt de black metal van het heerschap Gråin (ondermeer ook actief bij onbekende Teutoonse namen als Gràb, Schrat, Schyach en Blutwald) die hij op zijn derde demo “Hexndeifl” laat horen, bijzonder ijzig en grimmig met snerpende, goed vooraan in de mix geplaatste vocalen die in oude Gorgoroth stijl mijn trommelvliezen aan flarden scheuren. Anderzijds is de man ook niet vies van wat middeleeuwse melodieën die je in nummers als “Transilvania” en “Vlad Draculae” haast vrolijk aan het huppelen weten brengen. Menig blackmetalliefhebber heeft thuis geen dansschoenen in de kast staan, dus waarschijnlijk kan heus niet iedereen deze exotische kruiding smaken. Net zoals de vocalen ook niet voor de doorsnee blackmetalfan zullen weggelegd zijn want ze overheersen en overstemmen de muziek. Voeg daar nog een plastic-achtig klinkende snaredrumsound aan toe en we hebben hier best wel wat kritische opmerkingen bijgeplaatst. Valt er dan niets positiefs over “Hexndeifl” te melden? Toch wel, aangezien “Finstersucht” enkele proto-trekjes van het machtige Emperor vertoont en de tremoloriffs van “Aetherbrand” de boel in lichterlaaie steken. Daar waar veel blackmetalzangers hopeloos de mist ingaan als ze hun heldere stembanden inzetten, geldt dat niet voor Gråin. Het gure Noors aandoende titelnummer is wat mij betreft het meest geslaagd. Vooral fans van de eerste drie Gorgoroth-platen moeten dit Gråinheim eens checken.

JOKKE: 70/100

Gråinheim – Hexndeifl (Egen beheer 2021)
1. Transilvania
2. Vlad Draculea
3. Finstersucht
4. Aetherbrand
5. Hexndeifl
6. Ausklang

The Amenta – Revelator

Voor een jonge snaak die, nieuwsgierig maar nietsvermoedend, via lokale en internationale magazines zoals Rock Tribune en Terrorizer zijn eerste stapjes in de hartverwarmende wereld van het zwarte en het dode metaal wou zetten, was het uit 2004 afkomstige “Occasus” van The Amenta een ware revelatie. De Australiërs scheurden met hun buitenzinnig futuristische, industrieel getinte death metal de oren van het maagdelijke en ongeschonden gelaat van onderstaande – diezelfde oren die tot voor kort enkel rechtdoorzee-death van pakweg Morbid Angel of Behemoth hadden leren kennen. Plots waren daar naast de verbrijzelend snelle blastbeats allerhande rauwe soundscapes en een buitenaardse, vijandige atmosfeer die erg onvertrouwd aanvoelden, en de kleine man was meteen verkocht. Hoewel er down under nog twee LP’s en een resem EP’s werden uitgebracht, heeft het toch zeventien jaar gekost om deze band weer op te merken. Het is aan de hand van de voorheen gebruikte pseudoniemen niet erg duidelijk hoeveel leden er juist nog overblijven van de originele bezetting, maar het is aan elke decibel geluid op “Revelator” te horen dat The Amenta niet is blijven stilstaan. Er zijn alleen maar meer invloeden hoorbaar op deze nieuwe langspeler, wat voor een – vergeef het cliché – meer mature klank zorgt, en de plaat in zijn geheel veelzijdiger en daardoor ook boeiender maakt. Op het eerste zicht, gevoed door soms ietwat langdradige intermezzo’s en de met momenten veelal (klaag)zangerige stem van Cain Cressall, lijkt het alsof The Amenta daarom water bij de wijn heeft moeten doen: er is meer ruimte voor experiment en er wordt her en der opgebouwd naar een climax, in de plaats van het onophoudelijke malen en verpletteren van voorheen. Kenners zullen mogelijks aanhalen dat deze evolutie gestaag aan een opmars begon en al veel langer gaande is, voor onderstaande komt deze omkanteling erg plots. De nieuwe release op het illustere Debemur Morti vraagt op deze manier enige toewijding, zoals we het gewoon zijn van het leeuwendeel van de bands op het roster van voornoemde. Het loont van veel tijd met dit album door te brengen, en de lagen in de muzikale weelde die hier aanwezig zijn één voor één af te pellen. Laat één ding duidelijk zijn, het gebruikte water kleurt ettergeel en heeft een van zwavel doordrongen geur. “Revelator” is een woest en waanzinnig meesterwerk, en eentje dat nog vaak de revue zal passeren in playlist van deze de inmiddels oude knar. Petje af. 

JULES: 81/100

The Amenta – Revelator (Debemur Morti Productions 2021)
1. An epoch ellipsis
2. Sere money
3. Silent twin
4. Psoriastasis
5. Twined towers
6. Parasight lost
7. Wonderlost
8. Overpast
9. Parse over

Wolvennest – Temple

In onze jaarlijst van 2018 maakte ik nog het statement dat Wolvennest zo wat het beste was wat de underground scene in België te bieden heeft. Benieuwd of ze de hooggespannen verwachtingen op de (altijd moeilijke) derde langspeler “Temple” opnieuw ruimschoots weten waar te maken. In het interview naar aanleiding van voorganger “Void” – in tussentijd verscheen wel nog de “Vortex” EP – vertelde gitarist Corvus dat het muzikale receptuur van the Nest geen grenzen kent: “expect the unexpected!”. Verwacht op “Temple” geen al te grote muzikale bokkensprongen want de enorm intrigerende en pakkende mix van gitaar loops, repetitieve beats, synthesizers, rituele ambient en hypnotiserende zang die aan de basis van Wolvennest ligt, maakt nog steeds furore. Echt onverwachte nieuwe invalshoeken bespeuren we in “Disappear” dat als eerste single vooruit geschoven werd. In de prachtige psychedelische duisternis van dit meer uptempo nummer lijkt het haast alsof Wolvennest de reïncarnatie van Peter Steele heeft weten strikken. Corvus wist me te vertellen dat er wel vier versies van deze song bestaan, maar dat degene met Déhà op zang het haalde van de versies waarop Corvus, Kirby en Shazzula zongen. De gotische inslag die aan bands als Type O Negative, latere Moonspell en Tiamat of Sisters Of Mercy doet denken, gaat wonderwel mooi samen met de hallucinogene blackmetal- en ambientbasis van Wolvennest. In het met kippenvel opwekkende gitaarleads opgefleurde “Succubus” horen we dan weer TJ Cowgill ofte King Dude met zijn gekende flair de vocale honneurs waarnemen. Maar niet getreurd want ook Shazzula’s kenmerkende bezwerende zang maakt natuurlijk weer haar opwachting. Net als “Ritual lovers” van voorganger “Void” schittert ze ook nu weer met haar innemende vocalen in het tweede nummer “Swear to fire” dat een beetje in hetzelfde straatje ligt van “Ritual lovers“. Net als die song maakt ook “Swear to fire” kans om als favoriete nummer van het jaar te eindigen, maar laat ons niet op de zaken vooruit lopen, want we zijn nog maar eind februari. In het gitzwarte “All that black” laat Shazzula horen van vele markten thuis te zijn en zet ze haar stem op een onheilspellende proclamerende manier in.”I like darkness, darkness is beautiful” zingt ze, en we geloven haar blindelings. Duisternis en de dood lijken wel als rode draad doorheen de plaat te lopen. Het repetitieve en traag naar een climax toewerkende “Incarnation” dat pakkend Paradise Lost achtig gitaarwerk laat horen, ligt in het verlengde van de meer dan twaalf minuten durende (ietwat veilige, maar daarom niet minder aanstekelijke) opener “Mantra” en zuigt je mee in een intrigerende rituele trance vol druipend kaarsvet, macabere doodshoofden en aan de neusvleugels prikkelende geur van wierook en mirre. In de ceremoniële afsluiter “Souffle de mort” bezorgt Shazzula ons met haar in het Frans vertolkte toverspreuken de daver op het lijf. “Alecto” is dan weer een instrumentaal nummer dat enkele sacrale melodielijnen omvat en ook wel wat postrocktrekjes vertoont. De titel is Grieks en betekent ‘onophoudelijk’. Het is één van de drie Erinyen (of Furiën) in de Griekse mythologie. Volgens de Griekse dichter Hesiodus waren Alecto en haar zusters Megaera en Tisiphone de dochters van Gaea, die bevrucht werd door het bloed van Uranus, toen hij gecastreerd werd door Kronos. De taak van de Erinye Alecto was het straffen van mensen die schade toegebracht hadden aan andere mensen. Het is tevens een leuke knipoog naar Cult Of Erinyes, het blackmetalproject van gitarist Corvus. Minpuntjes kunnen we in de acht nieuwe nummers, die gezamenlijk op bijna tachtig minuten afklokken, niet detecteren of het moest de langgerokken aan- en uitloop van sommige composities zijn waardoor de intervallen het soms lang wachten maken op het muzikale spektakel. Maar uiteindelijk knalt dat psychedelische vuurwerk in elk nummer wel, en dat is het voornaamste. “Temple” is het resultaat van groepswerk van een stel gelijkgestemde zielen, ook al is de muzikale achtergrond heel divers. Drummer Bram Moerenhout is nu ook plaat te horen daar waar producer en zevende bandlid Déhà de voorganger nog intrommelde. Met “Temple” bevestigt Wolvennest zijn status. Of de geplande show met Wiegedood op 1 mei in de Casino in Sint-Niklaas haalbaar is, is voorlopig nog koffiedik kijken. Laat ons dus maar focussen op dit geweldige “Temple” en uitkijken naar de liveregistratie van “Ritual MMXX” die in februari 2020 in de Brusselse AB werd vastgelegd. Ik denk dat het mijn laatste gig voor de uitbraak van de pandemie moet geweest zijn. Het zou een mooi afscheid van het concertgebeuren geweest zijn als de wereld daarna was vergaan.

JOKKE: 90/100

Wolvennest – Temple (Ván Records 2021)
1. Mantra
2. Swear to fire
3. Alecto
4. Incarnation
5. All that black
6. Succubus
7. Disappear
8. Souffle de mort

Hænesy – Garabontzia

Het feit dat het Duitse Purity Through Fire een band met het label “postblack” tekent, zegt heel wat over het geloof dat ze in het Hongaarse Hænesy stellen. Ik kende de band niet, maar ze zijn met “Garabontzia” blijkbaar niet aan hun proefstuk toe. Na een eerste demo verscheen in 2018 het debuut “Katruzsa” en een jaar later werd nog een split met het Russische Moondweller uitgebracht. Postblack dus, maar met iets te weinig afwisseling gebracht. Opener “Fate of the depth” kent een heel winderige en ijle sound waardoor de volumeknop heel wat meer naar rechts dient opengedraaid te worden zodoende er ook wat power gevoeld kan worden. Over dit nummer en opvolger “Sinking deep for a hidden God” zou je een hele avond lang aan de toog (hopelijk kan dat snel terug eens) kunnen leuteren over het feit of dit nu black metal met postrockinvloeden is of postrock met blackmetalinvloeden. Geslaagde symbiose van deze twee genres met andere woorden maar er wordt een beetje op veilig gespeeld. De uitwaaierende gitaarlijnen, opbouwende crescendo’s en cleane gitaarmelodieën zorgen voor het post-element, de (spaarzaam ingezette) ijle screams en soms übersnelle drumpassages geven het geheel dan weer een zwarte toets. Vanuit deze benadering is “Path to the weeping hollow” met zijn zwoele melodieuze gitaarpatronen en repetitieve karakter mijn persoonlijke favoriet. In het als intermezzo bedoelde “Létrontás” blijven de screams achterwege en neemt een in het Hongaars uitgevoerde parlando het over. Wanneer ook strijkers zich komen moeien, baden we plots – tevens door het erg trage tempo – droeftoeterig in doomregionen. Vijf minuten is echter wat te veel van het goede, zeker aangezien ik geen jota versta van wat er gezegd wordt. Het contrast met “Drowning of the final intellect” kan haast niet groter zijn, want hierin laat de drummer horen wel over een héél snel paar voeten te beschikken. De blastbeats scheuren aan een rotvaart voorbij en de dubbele basdrums gaan in overdrive. Op een bepaald moment lijkt een drumcomputer het haast even te moeten overnemen daar het interval tussen de verschillende basdrumaanslagen miniem is en dat het onmenselijk moet zijn om dit in te spelen. Na deze brok agressie valt het dromerige “The archives” in eerste instantie wat te luchtig en zeemzoet uit, maar gelukkig steken de muzikanten halfweg een handvol hete pepers in de reet waardoor het terug genieten wordt van het spanningsveld tussen mooie postrockpartijen en verscheurende blackmetalagressie. Tegen dat we bij de acht en een halve minuut durende afsluiter beland zijn, is het recept wel duidelijk, ook al zet “Asphyxia” qua sfeermaker meer op clean gitaargetokkel dan op explosieve postrock in. “Garabontzia” klinkt zeker niet verkeerd en er passeren best wel wat pakkende momenten, maar als geheel lijdt de plaat wat aan een gebrek aan variatie. Liefhebbers van bands als Cepheide of Paramnesia moeten dit Hænesy zeker een kans geven.

JOKKE: 76/100

Hænesy – Garabontzia (Purity Through Fire 2021)
1. Fate of the depth
2. Sinking deep for a hidden God
3. Path to the weeping hollow
4. Létrontás
5. Drowning of the final intellect
6. The archives
7. Asphyxia

Udånde – Life of a purgist

Even had ik schrik dat mijn laptop ging flippen op de tracklist van “Life of a purgist“, maar dat bleek ongegrond te zijn. In elk geval intrigerende songtitels die het Deense Udånde voor de zeven songs op dit debuut bedacht. De bandnaam betekent zoveel als “(zijn laatste adem) uitblazen”, dan heb je meteen een idee van de thematische insteek van Udånde. De main man achter deze band is de heer Rasmus Ejlersen die ook als live-bassist voor het geweldige Afsky actief is. Udånde is zijn soloproject maar naast het componeren van de muziek, het schrijven van teksten en het inspelen van de bas-en gitaarpartijen, liet hij zich voor het zang- en drumdepartement door twee sessiemuzikanten bijstaan. De vocalen komen uit de strot van zijn landgenoot Lars Johansson (Abscission en Defilementory) en voor de drumpartijen werd beroep gedaan op de Slovaak Miro Raučina (o.a. Abortion). Ook het – overigens geweldige – cover artwork is van de hand van een Slovaak, de voor mij onbekende Peter Polach. Zoals de bandnamen van de huurlingen doen vermoeden, zijn deze acts eerder in het deathmetalgenre actief. Op Udånde echter kunnen we ontegensprekelijk een atmosferische postblackmetal post-it kleven. De gierende en beklijvende tremolo’s en uitwaaierende postmetal gitaarlandschappen zijn in overvloed aanwezig en tillen de gure blackmetalbasis naar ongekende hoogtes. Het ene na het andere emotionele hoogtepunt komt – in lijn met de vulkaan op de cover – tot een eruptie. “🜄” is hier misschien wel het meest adembenemende voorbeeld van. Je moet niet vrezen dat Udånde te melig klinkt, dat maken nummers als het heftige “🜁” en “🜃“, waarin de vocalen wat meer naar deathmetalregionen neigen, meer dan duidelijk. Deze songs laten horen dat er voldoende woede en agressie in Rasmus zijn composities schuilgaan. Kabbelende, rustige intermezzi zijn er – op de intro van “Epilogue” na – niet echt. De piek- en dal dynamiek blijft met andere woorden achterwege. De basis is bijna volcontinu stevig te noemen waarbij de postmetalleads voor extra crescendo’s zorgen. Ook ellenlang uitgerokken ingetogen passages vallen er niet te bespeuren. Alle zeven nummers klokken dan ook mooi tussen de vijf en zes minuten speeltijd af. Liefhebbers van het genre zullen ongetwijfeld niet onberoerd door “Life of a purgist” achterblijven. De plaat was in een mum van tijd uitverkocht – ook ik viste achter de mazen van het net – maar niet getreurd want een repress is voor later op het jaar gepland. Imposant debuut!

JOKKE: 85/100

Udånde – Life of a purgist (Vendetta Records 2021)
1. +
2. Prologue
3. 🜂
4. 🜄
5. 🜁
6. 🜃
7. Epilogue

Pan-Amerikan Native Front – Little Turtle’s war

Native Amerikanen en black metal hebben elkaar enkele jaren geleden al gevonden, maar stilaan begint er een kleine buzz rond deze niche te ontstaan. Naast de Black Twilight Circle met bands als Kallathon, Kuxuan Suum, Volahn , Axeman, Ashdautas en Arizmenda zijn er ook onbekendere acts als Gybiaaw of Morbitory en met Ifernach en Pan-Amerikan Native Front zijn er ook enkel bands die recent veel belangstelling kregen. Deze laatste twee brachten vorig jaar nog een split uit. Nu is het de beurt aan een tweede langspeler voor Pan-Amerikan Native Front getiteld “Little Turtle’s war” die het debuut “Tecumseh’s war” uit 2016 opvolgt. Met strijdlustige (ninja)schildpadden heeft “Little Turtle’s war” niets van doen, maar dat had u waarschijnlijk al door. De titel verwijst naar de bijnaam van Michikiniqua, een legendarische Amerikaanse inheemse leider. Hij was een commandant, militaire strateeg en gemeenschapsleider en het album vertelt het relaas van de militaire successen van de Westelijke Confederatie onder leiding van Little Turtle en Blue Jacket die tussen 1785 en 1795 plaats vonden in het gebied van the Great Lakes. Zo leidde Michikiniqua samen met Weyapiersenwah tijdens de Slag om de Wabash een leger van inheemse strijdkrachten naar de grootste overwinning ooit tegen een Amerikaans leger. Het nummer “Michikiniqua’s triumph” handelt over deze gebeurtenissen aldus Kurator Of War, de man achter Pan-Amerikan Native Front. De titel van het laatste nummer “Nakaaniaki meehkweelimakinciki” betekent zo veel als “We herinneren de oude” en tot op de dag van vandaag kun je Michikiniqua’s grafsteen vinden in Fort Wayne in Indiana. Bij dergelijke thematiek verwachten we natuurlijk een exotische kruiding van de black metal die ons voorgeschoteld wordt. We horen inderdaad kabbelende beekjes, tsjirpende krekels, oorlogsdrums (o.a. in het korte instrumentaaltje “The whispering oak“) en pakkende akoestische klanken en het laatste nummer wordt volledig in de inheemse taal Myaamia vertolkt, maar van ons mocht hier gerust nog een stapje verder in gegaan worden. De black metal die de kwade Kurator Of War op ons afvuurt klinkt triomfantelijk en oppeppend en vertoont in nummers als “Power of the Calumet dance” en “Battle of the Wabash” ook kleine warmetaltrekjes door de robuuste drumstijl die gehanteerd wordt. In “Michikiniqua’s triumph“, waarin traditionele inheemse gezangen hun opwachting maken, gaat de man met Mexicaanse roots echter voor een wat meer swingendere aanpak wat resulteert in een minder hoekig songkader en een meer dynamische songstructuur. Het levert één van de betere nummers van de plaat op. “The great white beaver lurks” kent een wat sterielere aanpak en injecteert een koude realiteit voor Michikiniqua want een invasie is op til. Op zich klinkt Pan-Amerikan Native Front niet zó bijster speciaal of uniek of het moest in de reeds vermelde, meer dan negen minuten durende epische afsluiter zijn waarin we echt een wondermooi akoestisch intermezzo te horen krijgen dat even rust brengt in de opzwepende blackmetalklanken. Op deze momenten weet de band écht te overtuigen. Wanneer de warmetalinvloeden doorschemeren, doet het me net iets minder ook al is het de soundtrack voor een leger indianen dat ten strijde trekt. Maar beoordeelt u vooral zelf.

JOKKE: 79/100

Pan-Amerikan Native Front – Little Turtle’s war (Stygian Black Hand/Les Fleurs du Mal/Death Kvlt Productions 2021)
1. Assembly of the Western confederacy
2. Power of the Calumet dance
3. Battle of the Wabash
4. The whispering oak
5. Michikiniqua’s triumph
6. The great white beaver lurks
7. A witness
8. Nakaaniaki meehkweelimakinciki

Kastijder – Kastijder

Het woord kastijden bestaat al meer dan duizend jaar in het Nederlands. In de oudste vormen stond een ‘g’ in plaats van een ‘d’: ‘kestigon’, ‘kestegoda’. Het woord gaat namelijk terug op het Latijnse ‘castigare’ dat ‘berispen’, ‘terechtwijzen’, ‘straffen’, ‘tuchtigen’ betekent en waarschijnlijk verband houdt met ‘castus’ (‘zuiver, kuis’). De ‘g’ verdween in de Nederlandse uitspraak (‘castiën’, ‘castyen’) en later kwam daar een ‘d’ voor in de plaats, waarschijnlijk onder invloed van de verledentijdsvorm. Na dit linguïstisch weetje, gaan we over naar de blackmetalband Kastijder en diens eerste self-titled demo, zeg maar gerust een nieuwe revelatie op gebied van NLBM. Want mijn God, al van meet af aan weet de openingsriff van “Toorts in het duister” ons zwartgeblakerde hart in vuur en vlam te zetten. Voeg daar nog een fikse scheut Gehenna-achtig toetsenwerk aan toe en we zitten helemaal gebeiteld voor 23 minuten old-school black metal die ons terug teleporteert naar midden jaren ’90 en diens symfonische blackmetalklassiekers als “Stormblåst“, “Seen through the veils of darkness” en “Malice“. Het hoesontwerp van Gustave Doré maakt het plaatje helemaal af. Ook landgenoten Tirgûl eren het roemrijke verleden van de band rond Sanrabb en Dolgar, maar waar zij zich doorgaans richten op het geluid van diens “First spell“, klinkt Kastijder iets ruiger (hoewel ook hier doorgaans mid-tempo gemusiceerd wordt), wat dus meer in lijn ligt met het vermelde second and third spell. In de vocale aanpak en gitaarmelodieën waart ook een soort van triomfantelijk oostblokgevoel rond. Het organische geluid van deze demo is perfect in balans en legt de nadruk op de majestueuze toetsen wanneer dat nodig is zonder de grimmige riffs echter onder te sneeuwen. Uitermate geslaagde demo die me ook doet terugdenken aan de twee eerste begeesterende demo’s van ons eigenste Gotmoor (waarover later meer), maar dan met meer prominent aanwezige toetsen. Kastijder katapulteert zich hiermee meteen naar de top van mijn want list. Te scoren via New Era Productions. Who else?

JOKKE: 90/100

Kastijder – Kastijder (New Era productions 2021)
1. Toorts in het duister
2. Nabij is het hellegezang ​
3. Satans spelonk
4. In den kiel gesmoord
5. Slechts vuur in de ogen

Dolchstoss – Dolchstoss

De Dolkstootlegende – in het Duits “Dolchstoßlegende” of “Dolchstoßlüge” – is een bekende complottheorie die tussen de beide wereldoorlogen vooral onder de nationalisten en conservatieven in Duitsland leefde. Het idee werd gevoed dat de Eerste Wereldoorlog niet op het slagveld verloren was, maar doordat de linkse revolutionairen het land met hun Novemberrevolutie hadden ondermijnd en vervolgens een (linkse) burgerlijke regering aan de macht hadden gebracht die het bevel aan de legerleiding gaf om de strijd te staken. De sociaaldemocraten en andere ‘interne vijanden’, onder wie de Joden, links-revolutionaire bewegingen en de kleurloze massa, dan wel burgerbevolking, hadden Duitsland aldus een ‘dolkstoot’ in de rug gegeven. De dolkstoot inspireerde reeds een Amerikaanse industrial en Duitse oi band en dichter bij huis vond ook een stel blackmetalmuzikanten het een geschikte naam voor hun muzikale uitwasemingen die over de dood en vernieling van Wereldoorlog I handelen. Ik meen een idee te hebben van enkele leden die achter Teutoonse schuilnamen als Otto Grimminger, Wolff Ott of Karl Schmidt-Hammer en de bijhorende gasmaskers verborgen zitten. Hoewel Antifa zijn messen waarschijnlijk al aan het slijpen is, vermoed ik dat we hier veeleer over oorlogsfascinatie in plaats van -verheerlijking mogen spreken. “Don’t mention the war!” Het zal Dolchstoss ongetwijfeld worst wezen. In een tijdspanne van 19 minuten krijgen we naast een intro en outro met oorlogsgerelateerde spoken word samples vier volwaardige blackmetalsongs toebedeeld die je als een panzertank vakkundig platwalsen. De snedige gitaarriffs klinken als allesverschroeiende vlammenwerpers, maar verliezen toch ook de melodie niet uit het oog, en de zanger lijkt wel een portie yperiet ofte mosterdgas (zowat het meest onmenselijke en ontwrichtende wapen van de Eerste Wereldoorlog) uit te ademen. De zweep gaat er tijdens de dodenmars tempogewijs goed op met hier en daar een panzer division Marduk spurtje dat getrokken wordt. Met deze opzwepende soundtrack ter beschikking hadden de soldaten er in de Westhoek destijds waarschijnlijk minder lang over gedaan om enkele honderden meters land te heroveren. “On Flemish soil” bezit een heerlijke punky Impaled Nazarene vibe terwijl het kwintet in een nummer als het afsluitende “Guttering, choking, drowning” dan weer mid-tempo door de loopgraven en dodenakkers ploetert. Deze nieuwe orde van vuur en staal zendt met deze eerste demo Überzeugende Grüße von der Front!

JOKKE: 80/100

Dolchstoss – Dolchstoss (Iron Scourge 2021)
1. … Wenn es einig war
2. On Flemish soil
3. Yperite dawn
4. Flamethrower deathcult
5. Guttering, choking, drowning
6. Todesmarsch

Necromantical Invocation – Dogme et rituel de la haute magie

Het Belgische Medieval Prophecy Records staat met beide voeten diep in de Belgische ondergrond geworteld, maar weet zo nu en dan ook undergroundspul uit internationale wateren op te vissen. Dat is ook nu weer het geval (en voor de gelegenheid in samenwerking met het eveneens Belgische Zombi Danz Records) met Necromantical Invocation, een Helleense blackmetalband die in 2014 werd opgericht door Echetleos. De man is niet aan zijn proefstuk toe en deed reeds ervaring op bij o.a. Ithaqua, Cades Cruenta en Kawir. Na enkele jaren in de schaduw rond gesluimerd te hebben, komt Necromantical Invocation met een (vreemd genoeg) Frans getitelde demo op de proppen die doet vermoeden dat het hier thematisch gezien niet over koetjes en kalfjes gaat, zelfs niet over gehoornde bokken en anaal genomen geiten in dit geval. “Dogme et rituel de la haute magie” behandelt onderwerpen als necromantie, hekserij, ceremoniële magie en waarzeggerij en bevat een Griekse spoken word intro en outro, waarbij de vrouwenstem wat aan Cadaveria van Opera IX doet denken. Daar ik destijds wiskunde en economie boven Latijn en Grieks prefereerde, versta ik spijtig genoeg geen jota van wat er meegedeeld werd. In het titelnummer is een nog meer theatrale rol voor de vrouwelijke vocalen weggelegd waardoor zelfs een Diamanda Gallas even vanachter een Griekse zuil komt piepen. “Necromantical ritual” en de titelsong zijn composities van respectievelijk tien en vijftien minuten en laten een grote variatie aan invloeden en stijlen horen. De blackmetalklanken van “Necromantical ritual“, waarin een prominente rol voor de basgitaar en toetsen is weggelegd, verraden geen Scandinavische invloeden, maar hebben een eerder mediterrane flair. Denk aan Necromantia en Mortuary Drape, maar ook wel wat aan oude Samael. Tussen deze old-school elementen en de lekker sappige rochelscream zit echter ook heel wat avant-garde en theatraliteit verborgen (zoals bv. bij een Sigh), net als dark ambient, dungeon synth en invloeden uit klassieke muziek. Echetlos laat zich dan ook door een klein leger aan gastmuzikanten bijstaan voor het inspelen van o.a. de drums, piano, viool en saxofoon. Die laatste roept in het haast als een Griekse rituele tragedie klinkende titelnummer, waarin de blackmetal achterwege blijft, een macabere atmosfeer op die herinnert aan de experimentele nummers van Carpathian Forest, een band die ook niet vies was van het gebruik van dit blaasinstrument. De wisselwerking tussen de verschillende vocale stijlen (gefluister, theatrale vrouwenzang, creepy mannenstem), de mediterrane akoestische klanken, de treurende viool, beladen toetsen, licht-erotische saxofoon en het haast freestylen op de basgitaar creëert een hoogst intrigerend spanningsveld. Het mysterie en de magie druipen dan ook als dik kaarsvet van deze uitermate geslaagde demo af. Ik vraag me af of Necromantical Invocation ook in de toekomst zowel voor de traditionele blackmetal- als de theatrale avant-garde aanpak (die ongetwijfeld niet bij iedereen in de smaak zal vallen) zal blijven gaan. “Dogme et rituel de la haute magie” is een mooi eerbetoon geworden aan Baron Blood, de op 20 november 2019 aan een hartaanval overleden bassist die het meest gekend is van zijn werk bij de Griekse blackmetalpioniers Necromantia. Hulde!

JOKKE: 86/100

Necromantical Invocation – Dogme et rituel de la haute magie (Zombi Danz records/Medieval Prophecy Records 2021)
1. Nυχτερινή Επίκληση
2. Necromantical ritual
3. Dogme et rituel de la haute magie
4. Αι Σκιαί Του Άδου

Niaisny – Zastyły miesiac

In de meest recente batch van Medieval Prophecy Records zit een demotape die vanuit Wit-Rusland komt aangewaaid. Niaisny is de band van dienst, een naam die me niets zegt, kan ook niet anders want “Zastyły miesiac” is het eerste teken van leven. Wie er achter deze band schuilgaat kan ik niet zeggen en ook de tracklist is nietszeggend. Hoewel er wel degelijk meerdere separate tracks zijn, vallen er geen titels te ontdekken en ook Metal Archives en Discogs brengen geen opheldering. Muzikaal gezien brengt de black metal van Niaisny een ode aan de bands van de Russische Blazebirth Hall Circle als daar zijn Branikald, Forest, Raven Dark, Nitberg, Rundagor, Vargleide, Wotan Sølv en Yggrassil. De ene ideologisch gezien al met een heel wat fouter randje dan de andere getuige de Hitlergroet die ik op één van de bandfoto’s aantref. Of ook Niaisny onder de NSBM-noemer te scharen valt, kon ik niet meteen verifiëren, maar Medieval Prophecy Records wist me na publicatie van deze review toch te melden dat de band hen verzekerd had geen NSBM-ideologie na te streven. Productioneel gezien klinkt Niaisny wel beter dan de flarden muziek die ik heb opgezocht van de leden van dat overroepen BBH clubje. Ik moet vooral aan een band als Drudkh denken want ook hier is dat romantische oostblokgevoel inherent in de gitaarmelodieën en dramatische zangpartijen aanwezig. De basgitaar krijgt voldoende speelruimte en eist vooral in de wat rustigere passages de aandacht op. Absoluut geen foute demo.

JOKKE: 78/100

Niaisny – Zastyły miesiac (Medieval Prophecy Records 2021)
1. Zastyły miesiac