Odiosior – Odiosior

Finse black metal muzikanten zijn blijkbaar niet vies van het presteren van overuren want de hoeveelheid releases van – veelal nieuwe – bands is nog amper bij te houden. Odiosior en diens self-titled debuut vormen het onderwerp van deze review. Het betreft hier een éénmansproject, maar laat u dat vooral niet afschrikken. A. Vexd, de man verscholen onder de cape op de cover, is wel geen babyface op gebied van black metal, want hij deed reeds ervaring op bij het ter ziele gegane Alghazanth en To Conceal The Horns, waarvan we de eerste langspeler een tijdje terug nog onder de loep namen. In vergelijking met diens symfonische en kosmische black gaat het er hier een stuk r(a)uwer aan toe: de hymnes ter meerdere eer en glorie van onze gehoornde vriend worden in het Fins uitgeschreeuwd, het tempo ligt doorgaans hoog en de vlijmscherpe knapperige riffs verliezen melodie en atmosfeer niet uit het oog. Zo héél af en toe worden er nog wel toetsen ingezet, maar dat is dan louter ter ondersteuning en het toevoegen van extra sfeer en gezelligheid. Na een dikke twintig minuten zit dit eerste wapenfeit erop en we zijn nog niet meteen overtuigd dat Odiosior iets of wat toevoegt aan het legioen Finse black metal bands. Daarvoor komen de vijf nummers niet hard genoeg binnen: geen enkele riff is memorabel en op geen enkel moment wil ik wijdbeens gespreid en met opengesperde handen onzichtbare appelsienen in de lucht steken. Enkel de inleidende klanken van het openingsnummer klinken iets of wat gaaf…maar daar red je het dus niet mee. Geef mij dan maar To Conceal The Horns.

JOKKE: 69/100

Odiosior – Odiosior (Spread Evil 2020)
1. Kavahda näkyäni
2. Kutsu
3. Oodi sudelle
4. Antaudu yölle
5. Andrasin sinetti

Ringarë – Sorrow befell

Ik ben vergeten hoe vaak ik deze zin al heb neergepend: Alex Poole weet van geen stilzitten. Nadat hij eind 2018 het geniale Eschaton mémoireuitbracht met Chaos Moon, werd niet veel later aangekondigd dat ook Ringar een comeback zou maken en verder zou teren op enkele releases en ideeên die de laatste Chaos Moon niet haalden, maar dan onder de licht aangepaste naam Ringarë. Belofte maakt schuld, dus kwam een dik jaar geleden “Under pale moon” uit waarover Jokke toen het volgende te zeggen had: “Veertig minuten lang worden we ondergedompeld in aanzwellende keyboardlagen, mistige mystiek en katoenfluwelen synths die zich als een warm fleece-dekentje over de groezelig klinkende onderstroom aan lo-fi black draperen”. Ook op de nieuwe demo “Sorrow befell” nemen de toetsen het voortouw – maar veel prominenter dan voorheen het geval was. Naast het feit dat Poole en Likpredikaren (die ook de zang verzorgt bij Musmahhu) altijd al inspiratie haalden uit bands als Limbonic Art en het op Tolkiens boeken gebaseerde dungeon synth genre wordt “Sorrow befell” ruwweg in twee delen opgesplitst: vier nummers aan symfonische black die velen onder ons nostalgisch 25 jaar achterom doen kijken, en vier nummers aan pure ambient/dungeon synth. Over die laatste kunnen we kort zijn: ik heb het nooit echt voor deze genres gehad en hoewel “Lightless descent” I tot en met IV best wel een rustgevende sfeer neerpoten vind ik deze laatste 10 van de 35 minuten nogal overbodig. Één outro track was goed geweest. De eerste paar nummers zijn echter een pak dynamischer dan wat op “Under pale moon” te horen was en kregen ook een iets warmere klank mee. Aan de gekende formule wordt niet geraakt, al klinken de drums een pak sterieler. Niettemin worden weer enkele riffs om u tegen te zeggen uitgebracht, zoals het begin van “Blood pact sanctity”, een nummer dat precies als een bare bones versie van Chaos Moon klinkt. Ook vocaal snijden de scherpe uithalen van Likpredikaren door merg en been. Ringarë brengt met deze demo een twintigtal minuten kwalitatieve symfonische black, maar erg wereldschokkend is het niet – wél onderhoudend – en die laatste vier nummers mochten wat mij betreft gerust achterwege worden gelaten. Misschien dat ze voor de liefhebbers van rustige synthmuziek een meerwaarde betekenen, maar zoals vaak komt het bij mij wat over als filler-materiaal.

CAS: 78/100

Ringarë – Sorrow befell (Iron Bonehead Productions 2020)
1. Sorrow befell
2. Warlock of fathomless plagues
3. Blood pact sanctity
4. Forever in shadow
5. Lightless descent I
6. Lightless descent II
7. Lightless descent III
8. Lightless descent IV

Orkblut – Shadowmancer of the haunted knolls

Of de bandnaam geïnspireerd is door het gelijknamige album van het Oostenrijkse Abigor weet ik niet; wat ik wel weet is dat er in Wallonië een serieuze verontreiniging van het leidingwater moet geweest zijn, want de ene na de andere nieuwe black metal band komt er uit de ondergrond naar boven gesproten. Drie vijfde van de line-up van Orkblut is actief bij Crypts Of Wallachia en ongeveer dezelfde drie vijfde bij Phlegethon’s Majesty, enkel zanger Cherna Dusha houdt er blijkbaar geen muzikale nevenactiviteiten op na. Deze twee zwartgeblakerde bands zagen hun eerste demo via Medieval Prophecy Records uitgebracht worden; idem voor Orkblut, en “Shadowmancer of the haunted knolls” is al meteen een schot in de roos. Orkblut geeft aan door het oude werk van Arckanum en Denial Of God geïnspireerd te zijn en daar kan ik me wel in vinden. Nadat de inleidende pianoklanken en regendruppels van het inleidende “The thickets have eyes” weggestorven zijn, krijgen we uptemo zwartmetaal met grimmig riffwerk voorgeschoteld. Drummer Napast placeert tussen het vele uptempo geknuppel ook enkele welgeplaatste passages waarin hij zijn basdrums lekker laat rollen. Wat ben ik fan van diens warme organische sound. Cherna Dusha bewijst over een gedegen strot te beschikken want zijn krijsstem bevat veel diepte en variatie en draagt ver. De heldere samenzang die meermaals ingezet wordt, geeft Orkblut’s muziek een pagan randje en op die manier is de link met hun Zweedse referentie dus terecht. Sommige riffs en vocale passages dragen ook die typische Oost-Europese melancholie in zich. In het zeven minuten durende “Lugubre call over misty swamps” gebruikt de zanger zijn stem ook op een verhalende manier of om een soort klaagzang ten berde te brengen. Het nummer – en tevens ook de demo – komt met een cleane zangoutro aan een (veel te vroeg) einde. Top spul!

JOKKE: 83/100

Orkblut – Shadowmancer of the haunted knolls (Medieval Prophecy Records 2020)
1. The thickets have eyes
2. As Satan’s spark in breathless night
3. Ageless Sylvan labyrinth
4. Lugubre call over misty swamps

Voodus – Open the otherness

Was ik twee jaar geleden door de overdreven Watain en Dissection invoeden té kritisch voor de debuutlangspeler “Into the wild” van het Zweedse Voodus? Misschien…met deze nieuwe EP “Open the otherness” doet de band een nieuwe verwoede poging mij te overtuigen. Twee tracks prijken er op dit kleinood. Met een totale speelduur van 24 minuten bieden die enerzijds waar voor je geld, maar één van de kritiekpunten op de langspeler was dat de muzikale hersenspinsels soms te langdradig waren. Vallen de heren opnieuw in deze valkuil? Aangezien er muzikaal gezien heel wat gebeurt op deze EP valt dat eigenlijk best mee. Dat waar menig band een ganse plaat voor nodig heeft, etaleert Voodus in één enkel nummer. Zo wordt het verhaal van de titeltrack verteld middels klassieke doom metal, clean gitaargetokkel, héél lang uitgesponnen epische melodieuze gitaarleads en energieke Zweedse black metal, nog steeds met de duidelijk hoorbare referenties. De toegankelijkheid is er ook nog steeds, zeker daar de écht vervaarlijke passages nog steeds in de minderheid zijn, vooral in het heel melodieuze titelnummer. In “Pillars of fire” trekt het kwartet aanvankelijk wat zwaarder van leer, hoewel er ook hier heel veel aandacht aan melodieuze riffs en leads besteed wordt, het gaat bij momenten zelfs haast de Pink Floyd toer op alvorens de heavy metal solo er een eind aan maakt. Al bij al is er dus niet veel veranderd ten opzichte van de voorganger, maar ik ben in een gullere bui voor deze EP aangezien de aandacht hier beter behouden kan blijven dan op een plaat van meer dan een uur van deze heren. Koop deze plaat niet op basis van de stoer uitziende bandfoto’s want je zou wel eens bedrogen kunnen uitkomen.

JOKKE: 77/100

Voodus – Open the otherness (Regain Records/Shadow Records 2020)
1. Open the otherness
2. Pillars of fire

Irae – Lurking in the depths

Ik verschoot even dat “Crimes against humanity“, de vorige langspeler van het Portugese Irae, al drie jaar achter ons ligt. Time flies when you’re having fun, ook al leven we momenteel in donkere en onzekere tijden. COVID19 zal ongetwijfeld een heuse krater in het muzikale landschap achter laten die hopelijk wel snel terug gevuld kan worden. Ik vermoed dat veel muzikanten van de lockdown gebruik gemaakt zullen hebben om nieuwe muziek te componeren waardoor 2021 hopelijk een druk muzikaal jaar zal worden, en dan niet alleen voor studioplaten maar ook voor live-muziek. Vulturius, de man achter tal van Portugese black metal acts en al achttien jaar lang aan het roer van Irae, liet zich alvast inspireren door de wereldwijde pandemie. De muzikant was in februari op weg naar Italië om er met een van zijn bands op een festival te spelen. Het Corona-virus gooide echter roet in het eten en de man kon pas dagen later terug vliegen. Toen hij de nacht voor zijn terugvlucht noodgedwongen op de luchthaven moest doorbrengen, kreeg hij inspiratie door het hele gebeuren en pende songteksten op zijn smartphone voor drie nummers van “Lurking in the depths” zijn op til zijnde vijfde langspeler. Thema’s als zelfisolatie, levensmoeheid, de val van de mensheid en spookachtige atmosferen hebben tot teksten geleid die minder infantiel zijn dan die op zijn vorig werk. Vulturius geeft ook toe dat hij zich beter muzikaal dan tekstueel weet uit te drukken. Soit, voor “Lurking in the depths” liet de Portugese black metal veteraan zich door een sessiedrummer bijstaan en voor de eerste keer ook door een toetsenpeler, wat een nieuw gegeven is voor Irae en wat extra dimensie weet toe te voegen aan de doorgaans lineaire black. Verwacht geen symfonische opera, maar spookachtig toetsenwerk dat de grijze en grimmige nummers waar nodig een extra sinister randje meegeeft. Tegelijkertijd zijn de thrash- en speed metal elementen van de voorganger naar de achtergrond verdwenen en ligt het tempo wat lager. Het levert een sound op die me, hoewel verre van wereldschokkend, nét dat tikkeltje meer weet te bekoren.

JOKKE: 79/100

Irae – Lurking in the depths (Signal Rex 2020)
1. Nightshade
2. Black metal violator
3. Ratazanas
4. A blaze in the mist
5. Between ruins
6. Encurralado
7. Calor, fome e doenças
8. Carved in pit stones

Sombre Héritage – Alpha ursae minoris

Het debuut van Serment was voor Sepulchral Productions een schot in de roos. Met Sombre Héritage lossen ze opnieuw het eerste werk van een nieuwe act uit Quebec, hoewel de bandnaam enigszins bekend in de oren klinkt. Net als Serment is Sombre Héritage composotorisch gezien het werk van één man, in dit geval Exu van Hak-Ed Damm, op drums voor de gelegenheid bijgestaan door Silencer. Deze veteraan van de Canadese black metal scene koos voor dit nieuwe product een vorm van zwartmetaal die het midden houdt tussen enerzijds een ijskoude atmosfeer en riffwerk maar waar anderzijds melancholische leads een warme gloed doorheen laten schijnen. De productie is krachtig en modern maar toch voldoende rauw, waardoor alle gespeelde noten en aangeslagen potten en pannen goed hoorbaar zijn. Het maakt het nog meer genieten van de brok rauwe ongebreidelde emotie die Exu weet te ontketenen. In de ferme openingstrack “Polaris” is het al meteen raak. Wanneer de man dan nog eens zijn heldere koorstem boven haalt, zijn we helemaal verknocht aan zijn gevoel voor melodramatiek. Snelheden variëren van mid- tot up-tempo wat de nummers een goede dynamiek en flow meegeeft. “Nature souillée” klinkt door een meer rock gerichte aanpak wat opener en toegankelijker vergeleken met een rampestamper als “Sombre héritge“, hoewel het venijn ‘em in dit nummer duidelijk in de staart zit. “Déchéance” staat bol van de dynamiek, hoewel de snelle passages soms wat gerushed aanvoelen. De diepe heldere zang zorgt voor een magisch gevoel en het contrast met de verbeten krijsstem van Exu kan niet groter zijn. Ook in “Dissidence” voelt het soms aan alsof er willens nillens snelle passages aanwezig moeten zijn, wat soms wat geforceerd aanvoelt tussen de meer emotioneel geladen tragere stukken. In het afsluitende “Ténèbres” gaat het tempo terug wat naar beneden en wordt er opnieuw wat ‘opener’ gemusiceerd. In het vocaal departement wordt Exu hier bijgestaan door Molag-Venn van Nälzer die ook over een pakkende verhalende heldere stem beschikt. Ondanks enkele kleine bemerkingen – en voeg daar meteen ook maar het ietwat knullige artwork en logo aan toe – is “Alpha ursae minoris” een dijk van een eerste statement. Net als Serment zou dit Sombre Héritage wel eens tot een grote naam in de Canadese scene kunnen uitgroeien!

JOKKE: 83/100

Sombre Héritage – Alpha ursae minoris (Sepulchral Productions 2020)
1. Polaris
2. Sombre héritage
3. Nature souillée
4. Déchéance
5. Dissidence
6. Ténèbres

Esoctrilihum – Eternity of Shaog

Weinig mensen brengen 5 full length albums uit op 4 jaar tijd en zij die het doen, boeten vaker wel dan niet in aan kwaliteit. De anonieme Fransman Astâghul probeert het tegendeel te bewijzen én pakt die opdracht op zijn eentje aan middels het vehikel Esoctrilihum. In zijn eentje wat menselijke inbreng betreft dan toch, want de heremiet haalt inspiratie uit een uitgebreide fantasywereld die hij van de protagonist van dit album, Shaog Og Mogtoth, krijgt doorgespeeld. Shaog is een godheid die buiten tijd en ruimte verblijft en knarsetandend wacht tot hij binnen kan breken in dit universum. Deze Sovereign Of Nothingness is één van de Immemorial Gods waarvan op album nummer vier, “The Telluric Ashes of the Ö Vrth Immemorial Gods” sprake was en hanteert dezelfde werkwijze als Markov Soroka’s Tchornobog, met dat verschil dat Shaog eerder lijkt op H.P. Lovecrafts Azatoth. Niet in staat het universum binnen te breken en het met een vingerknip weg te vagen, dus beïnvloedt hij het maar middels het uitzenden van dromen die wij nu in auditieve vorm te horen krijgen. I, Voidhanger Records heeft altijd al een voorliefde gehad voor acts die buiten de lijntjes kleuren en wijkt met Esoctrilihum niet van dit stramien af. Voor het immer kleurrijke love-it-or-hate-it artwork werd het schilderij The Dracula Of Mars van Alan E. Brown gebruikt, die sinds de vorige plaat deze taak van Jeff Whitehead overnam. Alles is bevreemdend aan Esoctrilihum en zo ook de muziek: een mix van blackened death metal met ingetogen passages en een enorm experimenteel gehalte – zonder het overgewaardeerde label progressive te willen gebruiken. Esoctrilihum klinkt met momenten verstikkend, zoals in het met dissonante viool doorspekte “Thritônh (2nd passage: the colour of death)” waarin de blastbeats met machinale precisie op ons af worden gevuurd, wat best impressionant is gezien Astâghul ook deze zelf heeft ingespeeld. Op andere momenten is er dan weer tijd voor wat ingetogen contemplatie zoals op het melodisch beginnende “Amenthlys (5th passage: through the Yth-Whtu seal)” waarin melodische riffs en ondersteunende synths het geweld wat doorbreken. Maak u echter geen illusies, echt kalm wordt het nergens en het met momenten zwaar verwrongen gekrijs blijft de geschifte sfeer verder in de verf zetten en wisselt af tussen hoge stembandscheurende uithalen en agressieve grunts. Her en der worden chaotische solo’s ingezet en ook een traditioneel Fins instrument als de kantele wordt niet geschuwd om de boel nog wat buitenaardser te doen klinken. Zij die houden van voorspelbare, rechtdoorzee songstructuren zijn er ook meteen aan voor de moeite, want de muziek van Esoctrilihum blijft constant onverwachte kanten opgaan. Één van de weinige constanten zijn een vaak doorratelende basdrum en rollende riffs die hier meer een black randje, dan weer een vunzige death metal kant meekrijgen en de volle, bombastische productie. Opnieuw klokt de speelduur op ongeveer een uur af, en opnieuw spuwt Esoctrilihum van aan de randen van het universum een brok excentrieke vuiligheid in onze oren. Astâghul schrijft verre van toegankelijke muziek, maar liefhebbers van acts als Blut Aus Nord, Tchornobog, Ævangelist en The Ruins Of Beverast kunnen deze plaat blindelings aanschaffen.

CAS: 85/100

Esoctrilihum – Eternity of Shaog (I, Voidhanger Records 2020)
1. Orthal
2. Exh-Enî Söph (1st passage: Exiled from sanity)
3. Thritônh (2nd passage: The colour of death)
4. Aylowenn Aela (3rd passage: The undying citadel)
5. Shtg (4th passage: Frozen soul)
6. Amenthlys (5th passage: Through the Yth-Whtu seal)
7. Shayr-Thàs (6th passage: Walk the oracular way)
8. Namhera (7th passage: Blasphemy of Ephereàs)
9. Eternity of Shaog (∞th passage: Grave of agony)
10. Monotony of a putrid life in the eternal nothingness

Dwaellicht – Te vuur en te zwaard

De bandnaam zette me initieel op het verkeerde been daar ik black metal verwachtte, maar Dwaellicht situeert zich in de traagste regionen van het extreme metal genre. Funeral doom dus, lang geleden dat er hier nog zo’n traag plaatje passeerde. Dwaellicht is het project van twee leden van de progressieve death metal band Moss Upon The Skull die middels Dwaellicht hun voorliefde voor al wat traag is botvieren. De Brusselaars brachten in 2016 de digitale single “Het duistere licht” uit en vervolgen hun parcours nu met de EP “Te vuur en te zwaard” die qua fysieke uitgave momenteel op tape te scoren valt dankzij “Back From The Grave Tapes” en op CD via Cavernous Records. De EP bevat drie échte nummers en het korte folky akoestische instrumentaaltje “De dans der vlammen“, maar wie iets afweet van funeral doom weet dat drie songs toch al gauw een half uur kunnen omspannen, wat hier dus ook het geval is. Vanaf de openingstonen van het titelnummer druipen de weemoed en tristesse van de uitgesponnen riffs, wijds gespreide drumaanslagen en lang aangehouden grunts af. Somber klinkend akoestisch gitaargetokkel en treurige orgelklanken waarover verhalende heldere vocalen gedrapeerd zijn, versterken de begrafenissfeer en even later hakt een meeslepende gitaarlead verder op onze emoties in. “Het duistere licht“, dat dus een tweede leven krijgt op deze EP, is pakkend in zijn eenvoud en zal fans van Mournful Congregation en Evoken ongetwijfeld kunnen bekoren. Gitaarriffs moeten niet complex zijn om iets los te maken, dat bewijzen de heren ook in het bijna twaalf minuten durende “Vorst” dat een kille en gitzwarte ondertoon heeft en alle opgewekte emoties instant bevriest. Dwaellicht slaagt erin mij niet in slaap te wiegen met hun slepende death/doom, een hele prestatie! Dat komt niet alleen door het feit dat het duo pakkende nummers schrijft, maar ook door de speeltijd van een half uur, want bij funeral doom platen van meer dan uur maak ik het einde meestal niet meer bewust mee. Veelbelovende start voor Dwaellicht!

JOKKE: 78/100

Dwaellicht – Te vuur en te zwaard (Back From The Grave Tapes/Cavernous Records 2020)
1. Te vuur en te zwaard
2. Het duistere licht
3. De dans der vlammen
4. Vorst

Gloom – Rider of the last light

Er lopen reeds heel wat bands met de naam Gloom rond in het wereldje van de extreme metalen. In deze review bespreken we het gloednieuwe Finse Gloom met leden van Nekrokrist SS die zijn kwaadaardige boodschap middels een vette pot Finse black verspreidt. Dat het de heren menens is, maken de promofoto’s duidelijk: met bloed overgoten zwart/wit bekladde smoelwerken, camouflagebroeken, meters zware kettingen, geweren, steekwapens, gasmaskers en een sik waar de baphomet jaloers op zou zijn. Ook de acht recht-voor-de-raap songtitels die op het Indiana Jones achtig getitelde debuut prijken, liegen er niet om. “Bleed” trapt “Riders of the last light” met een welgemikt nekschot in gang. Alle klassieke elementen die Fins zwartmetaal zo lekker maken zijn aanwezig in nummers als “Deep in the ground” , “No mercy after sunset” of het titelnummer: ijskoud striemend riffwerk, melancholische melodieën (wel eerder subtiel dan op de voorgrond), niet al te ingewikkeld straightforward drumwerk en haatvol gekrijs dat licht vervormd is en parallellen vertoont met Pest, Gorgoroth’s beste krijser. Maar ook muzikaal wordt duidelijk dat Noorse klassiekers als “Under the sign of hell” en “Transilvanian hunger” destijds regelmatig hebben opgestaan in de slaapkamers van de heren. Als er zo iets als een black metal dansfeest zou bestaan, zou een nummer als “Iron claws of black metal” met diens korte hoempapa ritme de beentjes ontegensprekelijk losgooien. Voor de rest gaat de drummer grotendeels rechttoe rechtaan voluit, met een uitzondering van het drum- en basgitaarmomentje in “By your own hands“. Dat maakt spijtig genoeg dat halfweg de plaat de verveling dan ook wel stilaan de kop begint op te steken. De riffs en drumpatronen hebben immers een broertje dood aan onderscheidend karakter en dat is verdomd jammer, want eigenlijk klinkt Gloom best lekker en weten de heren wel degelijk hoe ze een traditioneel black metal nummer moeten schrijven. Alleen is het bijna acht keer hetzelfde liedje dat we te horen krijgen.

JOKKE: 75/100

Gloom – Rider of the last light (Spread Evil 2020)
1. Bleed
2. Iron claws of black metal
3. Fuck your faith
4. Deep in the ground
5. No mercy after sunset
6. Murder yourself
7. By your own hands
8. Rider of the last light

Standvast – Oersymboliek

Standvast is voor mij een nieuwe naam in de florerende NLBM-scene maar blijkbaar is het duo toch reeds een vijftal jaar actief. “Oersymboliek” is de intrigerende titel van de tweede langspeler. Standvast wordt vorm gegeven door de heerschappen Nortfalke (muziek) en Rödulv (zang en teksten) die een gemeenschappelijk verleden hebben in Kaeck en Tarnkappe. De heren grijpen terug naar de oerdagen van het black metal-genre want invloeden van Darkthrone en Celtic Frost vallen niet te ontkennen. Het riffwerk is met andere woorden simpel, maar effectief en aanstekelijk. En de Nederlandstalige teksten zijn vrij goed te volgen zonder tekstvel in de hand. “Oersymboliek” en diens negen nummers hebben een energieke productie meegekregen die echter iets te weinig dynamiek laat horen. De drums klinken vrij artificieel en zorgen daardoor voor een militant randje. “Wolfsanker” wordt afgetrapt met een Nederlandstalige sample en bevat tevens subtiele (!) engelachtige vrouwelijke zang op de achtergrond, maar het zouden evengoed keyboards kunnen zijn hoor. “Dolken in het duister” bevat dan weer een punk/black ’n roll-vibe en deze opzwepende aanpak wordt in “Gevangen in het bestaan” doorgetrokken hoewel dit nummer me wel wat te simplistisch overkomt. Met “Eer en geweten“, diens ‘oomph’ kreten, heldere zangkoren en bescheiden toetsen volgt dan terug een nummer met iets meer compositorische diepgang. “Opperman” werd als teaser vrijgegeven en dat is een goede zet want dit meer agressieve nummer is één van de beste composities die er op “Oersymboliek” staan. Nu het duo op dreef is, vervolgen ze met het eveneens kwalitatieve eerder mid-tempo “Volkswoede” waarvan het gitaarwerk heel Noors aanvoelt. Ze bewandelen nu eenmaal graag het Noordse pad waar stilstand volgens de tekst achteruitgang betekent. Ik moet dit waarschijnlijk in een andere context dan een muzikale plaatsen, want Standvast is een band die toch eerder naar het verleden teruggrijpt dan met een progressieve bril op naar het genre te kijken. Conclusie: “Oersymboliek” bevat black metal die vrij gemakkelijk verteerbaar is. Standvast laat horen met beperkte ingrediënten toch een paar knappe composities te kunnen pennen, maar er staan ook enkele nummers op het album die na een paar luisterbeurten geen uitdaging meer bieden voor wie graag zijn tanden meermaals in een plaat zet.

JOKKE: 73/100

Standvast – Oersymboliek (Werewolf Promotion 2020)
1. The death of discipline
2. Wolfsanker
3. Dolken in het duister
4. Gevangen in het bestaan
5. Eer en geweten
6. Opperman
7. Volkswoede
8. Langs het Noordse pad
9. Stoic warrior