Gouffre – Grim spirit

Bij het besnuffelen van “Grim spirit“, de eerste demo tape van het Waalse Gouffre, deed de line-up me een belletje rinkelen. Gitarist Infame, schreeuwlelijk Tsotha, bassist D en drummer Decombre was ik immers recent nog tegengekomen op de – eveneens eerste – demo van Effroi uit Verviers. Met dit Gouffre houdt het viertal er – op nog een hele resem andere bands – dus nog een tweede uitlaatklep op na. Allemaal leuk en wel als je bruist van de negatieve energie en die via het spelen van demonische black kan kanaliseren, maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat de scheidingslijn tussen Effroi en Gouffre flinterdun is. Opnieuw old school zwartmetaal waarin de voorliefde voor bands als oude-Darkthrone, oude Deathspell Omega en Gorgoroth botgevierd wordt. Eens de instrumentale inleidende klanken uitgestorven zijn, krijgen we nog een kleine dertien minuten lang drie nummers voorgeschoteld waarin het tempo misschien net wat lager ligt dan bij Effroi, als we dan toch op zoek moeten naar verschillen tussen beide bands. Drummer Decombre schudt met andere woorden andere tempo’s en snelheden dan de obligate blastbeats uit zijn mouw. Ook hier lijkt het alsof de tape live ingespeeld werd want de sound is eerlijk en ruw maar iets minder scherp dan bij Effroi. Tsotha’s vermassacreerde vocalen klinken trouwens ook net wat gevarieerder. Deze demo werd op 100 stuks uitgebracht en is te verkrijgen via Rempart Immortel, het zoveelste underground black metal label dat ondertussen een vijftal tapes op de mensheid losliet waarvan naast Gouffre ook Expostulation aan de Belgische ondergrond ontsproot. Van deze band werd de uit 2016 stammende “Between Kharybdis and Scylla“-tape heruitgebracht. Initiatieven die we alleen maar kunnen toejuichen. Support your local underground!

JOKKE: 76/100

Gouffre – Grim spirit (Rempart Immortel 2019)
1. Intro
2. Demon path
3. Throne made of skulls
4. Ooirim

Adversarius/Doodswens – From the shadows of the abyss

From the shadows of the abyss” is de naam die Adversarius en Doodswens, twee Nederlandse black metal-bands, voor hun split 7 inch kozen. Adversarius is een bende duivelsaanbidders die sinds 2015 dood en verderf zaaien. Het kwintet heeft reeds een demo (“Die with your prophet“) en een EP (“Across the ageless waters“) op de teller staan en het voor deze split aangeleverde “In nomine draconis leviathan” wijkt niet zo gek veel af van de striemende, van een luide moderne productie voorziene black die we van Adversarius gewend zijn. De oudere klanken bliezen ons nu niet meteen van onze sokken – daar klonk het allemaal net wat té generiek voor – maar dit nieuwe nummer slaagt er al beter in ons in het zwartgeblakerde hart te raken. Nog steeds horen we een Zweedse insteek met invloeden van een band als Setherial en de laatste twee platen van Thy Primordial, waar mijns inziens niets verkeerd mee is want het zijn twee van de betere snelle Zweedse zwartmetaal leveranciers. Er passeert ook nog wel een enigszins a-typische zwaar groovende passage die echter voor een interessant headbang intermezzo zorgt tussen de ziedende blasts. Qua sound lag de productie van de EP ons beter, want de heren grijpen nu terug naar de nogal zielloze te luide sound van de demo. Geef me dan maar het meer organische geluid van “Schaduwen der levenden“, Doodswens’ bijdrage. De twee dames gaan er duidelijk voor want met slechts één demo op zak slaagden zangeres/gitariste Fraukje Van Burg en drumster Inge van der Zon er reeds in om op de bühne van Roadburn en Unholy Congregation te prijken. In de old school black metal-geluiden van “Schaduwen der levenden” is halfweg ook ruimte voor ingetogen introspectie alvorens de distortion-pedaal terug ingeduwd wordt en Fraukje’s helse screams ons in vervoering brengen. Het necro-gevoel van de demo is iets minder latent aanwezig (daar zit de iets minder ruwe sound voor iets tussen), maar nog steeds horen we de voorliefde voor second wave black metal tomeloos zegevieren. De mid-tempo riffs hebben ook wel iets van dat melancholische Oost-Europese Drudkh-gevoel in zich. Later dit jaar zou er meer werk van Doodswens moeten verschijnen. Wij zijn er klaar voor!

JOKKE: 81/100 (Adversarius: 78/100 – Doodswens: 84/100)

Adversarius/Doodswens – From the shadows of the abyss (Zwaertgevegt 2020)
1. Adversarius – In nomine draconis leviathan
2. Doodswens – Schaduwen der levenden

Kalmankantaja – Nostalgia I: Bones and dust / Nostalgia II: My kingdom

Je hebt van die artiesten die niet stil kunnen zitten. En dan heb je Grimm666, de multi-instrumentalist, van onder andere Kalmankantaja, een project met een discografie die op negen jaar tijd groter is geworden dan mijn mannelijkheid. Ok, slecht voorbeeld, maar de lijst met releases is echt wel lang. Releases van Kalmankantaja, niet van… Hoe dan ook, is het best indrukwekkend om in een enkel jaar tijd meerdere full-lengths te produceren. Zeker als die geen bagger blijken te zijn. Ik heb het zeker al eens geschreven hier dat de Finnen een unieke gave lijken te bezitten om nummers op een geweldige manier te construeren door middel van variaties op een thema en dat is bij dit project niet anders. Alleen liggen de liedjes verspreid over twee albums. “Nostalgia I: Bones and dust” is een trage release die voortkabbelt in een bedding van black, doom en ambient invloeden. Zowel qua sound als riffing doet het meteen denken aan “Filosofem” van Burzum gemengd met sporadische vlagen van Forgotten Tomb, Summoning, Moonsorrow en Swallow the Sun. De melodie blijft grotendeels in hetzelfde motief dat wisselt tussen mineur en majeur, maar ontwikkelt op interessante wijze. Dat gezegd zijnde is het niks voor mensen die zich snel gaan vervelen. Dit zet in op sfeer en niet op spanning. “Nostalgia II: My Kingdom” begint ook traag en met dezelfde invloeden. Geleidelijk aan echter krijgt dit deel wat meer stoom en afwisseling. Af en toe een meer pompende riff, die helaas niet lang genoeg blijft duren of echt ergens heen gaat. In zijn geheel is het echter een voortzetting van “Nostalgia I” en daarom begrijp ik de opsplitsing hier niet echt. Nummertje weglaten en op één schijf pleuren was beter geweest. Is nou niet alsof de man verlegen zit om een uurtje muziek meer of minder. Vandaar ook dat het hier als een enkele release behandeld wordt. De productie is rauw, maar geslaagd. De klankkleur ouderwets en toch hedendaags. Iets wat me steeds vaker opvalt bij metal vandaag. De vocalen zijn wat doods, omdat ze eigenlijk slechts bestaan uit wat klinkt als geprevel in een kristalmicrofoon. Jammer, want de zang is het enige wat heer Grimm666 heeft uitbesteed. Lijkt me dat je zo een fletse prestatie met effecten dan ook meteen zelf kan leveren. De releases zouden deel moeten uitmaken van een reeks tribute materiaal, opgedragen aan de muzes van de componist. En daarom klinken ze inderdaad een beetje anders als de andere werken van Kalmankantaja. Met iets meer epiek, zonder enigszins opbeurend te zijn. Nu heb ik de hele back catalogue nog niet gehoord, dus moet ik het woord van het Internet nemen, want voor mij klinkt het als een natuurlijke evolutie waarbij metal meer achterwege wordt gelaten. Het is indrukwekkend hoeveel sfeervol en degelijk materiaal sommige mensen kunnen blijven scheppen. Iets wat ik bewonder bij dit soort projecten, maar soms moet je echt luidop kunnen zeggen dat minder ook meer kan zijn.Ultieme aanrader voor liefhebbers van sfeervolle black/doom metal die niet snel op hun uurwerk kijken.

Xavier: 81/100

Kalmankantaja – Nostalgia I: Bones and dust (Wolfspell Records 2020)
1. Bones and dust pt. 1
2. Bones and dust pt. 2
3. Bones and dust pt. 3
4. From the night

Kalmankantaja- Nostalgia II: My kingdom (Wolfspell Records 2020)
1. No God, no love
2. Soulless
3. My kingdom pt. 1
4. My kingdom pt. 2

Iffernet – Iffernet

De twee schedels en de dorre tak die op de zwart-witte hoes van Iffernet’s gelijknamige debuut prijken, weten de sfeer op de plaat perfect te capteren. Dit is immers een 41 minuten lang schouwspel vol wanhoop, moedeloosheid, rouw, verdriet, pijn en eenzaamheid waar de geest van Burzum meer dan eens doorheen waait, hoewel de sound van Iffernet wel een pak zwaarder en minder scherp klinkt dan op Varg’s essentiële platen. Iffernet is een Frans duo met leden die tot het La Harelle collectief behoren, een groep gelijkgestemde zielen die actief zijn in o.a. Mòr, Sordide, Telümehtår, The True Malemort en Void Paradigm. Nadat Turia reeds enkele shows met Sordide speelde, trekken de Nederlanders er nu weldra met Iffernet op uit om hun nieuwe plaat aan het Europese publiek voor te stellen. In het geval van Iffernet verscheen het debuut reeds eind vorig jaar via het voor mij onbekende WV Sorcerer Productions, maar Vendetta Records verzorgt de op til zijnde vinylrelease. Breathe Plastic Records denkt dan weer aan de tape liefhebbers. De black van Iffernet is gestript van overtollig vet en de muzikanten weten het interessant te houden door met verschillende tempo’s en gemoedstoestanden te spelen. Zo voelt het up-tempo “The knife and the rope” bijvoorbeeld veel gevaarlijker aan dan het droefgeestige mid-tempo “Crushing void“. Maar de contrasten zijn soms ook binnen één en hetzelfde nummer aanwezig. Zo evolueert “Unconquered suns” van een traag ritme en beheersd riffwerk naar een intense kwelling. Zowel drummer N. als gitarist B. krijsen de ziel uit hun lijf, maar de meest hese van de twee (die we o.a. in het reeds eerder aangehaalde “Crushing void” aan het werk horen) ligt me het minste. Ondanks de variatie die beide muzikanten in de muziek proberen te steken, hebben de zes nummers net wat te weinig om het lijf om in de overvloed aan releases het hoofd boven water te houden. Ik vrees dan ook dat deze release voor mij kopje onder zal gaan zonder ooit nog eens aan het wateroppervlak te verschijnen.

JOKKE: 70/100

Iffernet – Iffernet (WV Sorcerer Productions 2019/Vendetta Records 2020/Breathe Plastic Records 2020)
1. The tales of things to sink
2. Black flood
3. The knife and the rope
4. Crushing void
5. Unconquered suns
6. Far quest for a dead end

Carved Cross – Severance of disparity in absolute acrimony

In het Carved Cross kamp valt altijd wel wat activiteit te bespeuren. Is het niet in de vorm van EP’s, demo’s, splits of live compilaties, dan is het wel middels een nieuwe langspeler. “Severance of disparity in absolute acrimony” is de vierde alweer in een bestaan van acht jaar. Vier langgerekte composities van net geen zeven tot een ruime twaalf minuten krijgen we deze keer voorgeschoteld. Zoals steeds druipt de desolaatheid en eenzaamheid van de minimalistische rauwe black metal af. De basisstructuur bestaat consequent uit een repetitieve oer-drumbeat waarover lagen distortion en getormenteerde vocalen hun uitzichtloze verhaal vertellen. “Nocturnal trepidation for internal destruction” wijkt van dit stramien af en bevat een pulserende sonar die spookachtig op je gemoed inwerkt en de kamertemperatuur richting vriespunt leidt. De rauwe ketelherrie uit het verleden heeft op deze vierde langspeler echter plaats geruimd voor depressieve klanken die zich op een gezapig tempo verder slepen en het vechten maken tegen slaap. Zeker op een druilerige, relaxte zondag wiegen deze trage zwartgallige klanken je zonder probleem in een narcotische toestand.

JOKKE: 72/100

Carved Cross – Severance of disparity in absolute acrimony (Death SHadow Records 2020)
1. I – Symbolic attrition in woeful abandon
2. II – Refuge for the powerless
3. III – Nocturnal trepidation for internal destruction
4. IV – Failed consummation is the fatuity of completion

Svrm – Занепад

Sergiy Tkachenko, de man achter het Oekraïense Svrm is een vat vol inspiratie want sinds de oprichting van dit éénmansproject in 2015 werden al een dozijn releases het universum in gekegeld. Het merendeel zijn EP’s en demo’s maar met “Занепад” (‘achteruitgang’, ‘verlies’, ‘beroving’, ‘ontzetting’) is onze muzikale eenzaat toch ook al aan een tweede langspeler toe, hoewel de vijf nummers opnieuw maar op een schamele twintig minuten afklokken. Eerder een EP dus wat mij betreft. Svrm’s sound kenmerkt zich door intens drumwerk dat gekoppeld wordt aan viriele melancholische melodieën zonder in droeftoeterige miserie te vervallen, ook al draait de thematiek van deze release omtrent hongersnood gezien vanuit het standpunt van een overvliegende raaf. Er schuilt dan ook steeds een soort van geruststelling in de melodieën die S. uit zijn mouw weet te schudden. Vriend Cronin leverde een bijdrage op akoestische gitaar in “Над свіжими“. Natuurlijk is de muzikant schatplichtig aan Drudkh, maar daar vallen we niet over deze keer. De rauwe en primitieve simpliciteit van het oudere werk mag dan wel wat naar de achtergrond verschoven zijn, de pakkende melodieën (o.a. “Старість“) en perfect tussen ruwheid en transparantie balancerende mix, maken veel goed. Dit is uitstekende atmosferische black met subtiele sporen van shoegaze (“Шлях до смерті“) en voorzien van pakkende screams in een obscure Oostblok-taal. Voor fans van Paysage D’Hiver, Drudkh, Alcest, Lustre en Forgotten Tombs.

JOKKE: 81/100

Svrm – Занепад (Vigor Deconstruct 2020)
1. У пеклі
2. Над свіжими
3. Позбавлення
4. Старість
5. Шлях до смерті

Sylvaine/Unreqvited – Time without end

Dat we hier fan zijn van Sylvaine en Unreqvited steken we niet onder stoelen of banken. Deze twee namen zijn dan ook van het meest hoogstaande dat post-black metal de dag van vandaag te bieden heeft, hoewel ze blijkbaar niet trve metal genoeg zijn om op de metalen archieven vermeld te worden. Ik sprong dan ook een gat in de lucht toen aangekondigd werd dat beide zouden samenwerken voor een split, die eigenlijk meer een collaboratie is geworden. Op “Time without end”, bijt Kathrine Shepard de spits af middels twee nummers die inderdaad geen spoortje metal bevatten. Niettemin zullen de nummers van de Noors-Franse met engelenhaar menig liefhebber van atmosferische black metal en shoegaze kunnen bekoren. “No more solitude” is gestript tot de pure essentie: enkel piano-arrangementen en haar fragiele stem zorgen voor een ingetogen start van deze split. Op “Falling” wordt de sfeer weemoediger dankzij de Agalloch-esque akoestische gitaar die ten tonele verschijnt en waarin vocaal ook de lagere regionen worden opgezocht, die in schril contrast staan met de hoge engelenvocalen in het refrein. De tweede helft van de split is aan Unreqvited, die hier zijn tot nu toe lichtst verteerbare muziek uitbrengt, in contrast met zijn meest donkere werk op het gelijktijdig uitgebrachte “Mosaic II: la déteste et la détresse”. Op “Interwoven” horen we voor het eerst elektrisch versterkte instrumenten en komen er ook drums aan te pas, al blijft het geheel vrij licht voor de Canadees zijn doen. Gezien Unreqvited op ander werk ook geen teksten schrijft en de vocalen dus puur als instrument worden ingezet, wordt deze trend voortgezet met de cleane zang van Kathrine die fungeert als extra melodielijn, in samenspel met de etherische keyboard die tevens een ferm crescendo inzet alvorens terug licht en bezwerend het nummer af te sluiten. Afsluiter “Meadows of elysium” wordt volledig door de Canadees voor zijn rekening genomen en bevat voor het eerst een échte post-black uitbarsting, compleet met blastbeats en melodieus riffwerk, nog steeds gedragen door zijn ondertussen typerende synths. Na de drie voorgaande, zweverige tracks komt deze explosie als een verrassing, maar komt de dynamiek ten goede en weet toch dezelfde sfeer als de eerste paar nummers te capteren. Door de band genomen krijgen we hier een samenwerking waarbij beide artiesten hun wederzijds respect betuigen. Het duo toont zich hier van hun meer fragiele kant, en dat gaat hen bijzonder goed af! Voor zij die Sylvaine trouwens eens live aan het werk willen zien speelt ze op 31 mei als support act op de CD-release van Thurisaz te Wervik.

CAS: 86/100 (Sylvaine: 88/100; Unreqvited: 84/100)

Sylvaine/Unreqvited – Time without end (independent, 2020)
1. Sylvaine – No more solitude
2. Sylvaine – Falling
3. Unreqvited – Interwoven
4. Unreqvited – Meadows of elysium