Paysage d’Hiver – Im Wald

Een reviewproces kan gekke vormen aannemen. Zo was deze recensie voor “Im Wald”, het laatste en langverwachte geesteskind van Paysage d’Hiver, zo goed als geschreven toen ik me deze week genoodzaakt zag domweg van nul opnieuw te beginnen. Deze review komt laat ten tonele, maar ik heb er dan ook al een luisterbeurt of 35 op zitten – goed voor toch wel twee werkweken aan bingelistening. Nu goed, een album van Wintherr geeft natuurlijk niet in één luisterbeurt z’n geheimen prijs, maar twee uur lang is toch wel een ferme brok om te verteren. Oorspronkelijk zou ik zeggen dat het album dat via zijn eigen Kunsthall Produktionen verscheen wel weer een typisch Paysage d’Hiver album was geworden, compleet met ietwat ruizige sound (maar meer doordringbaar dan op bijvoorbeeld de self-titled of pakweg “Schattengang”), gecomplementeerd met heldere en relatief catchy synths (toch een nieuw element). Twee uur lang van deze materie is echter nogal een opgave om door te zitten, ondanks een knaller als “Stimmen im Wald” dat ons een nagenoeg perfecte openingsriff voorschotelt en het magistrale “Kälteschauer” dat de essentie van de band eigenlijk samenvat. “Im Wald” wordt tussen de lijnen door ook gezien als de eerste full-length van het project dat reeds in 1997 het levenslicht zag in de reflectie van de besneeuwde Zwitserse Alpenpassen, maar van een debuut kunnen we hier amper nog spreken na een toch wel uitgebreide discografie. Echter bleef ik van mening dat bijvoorbeeld de zelfgetitelde demo nog net iets meer in z’n mars had, zowel riff- als atmosfeergewijs, maar dat was buiten mijn onverwachtse trip richting de dardennen gerekend. Een eenzame, nachtelijke boswandeling met dit album geeft meteen een compleet andere ervaring en maakt duidelijk dat de titel absoluut de lading dekt. Subtiliteiten die ik in eerste instantie niet eens had opgemerkt doorheen de plaat werden plots heel ruw mijn belevingswereld binnen gestampt: zo zette ik meer dan eens mijn koptelefoon af om na te gaan of dat geluid van krakende takken nu uit de bossen rondom me kwam – ik had al kennisgemaakt met een hertenjong – of dat die enkel uit het album voortkwamen. Optie twee was het geval, want eens het album kortstondig op pauze werd gezet werd ik enkel begroet door doodse stilte. Ook het geluid van de wind zoals in bijvoorbeeld de intro van “Verweilen” had hetzelfde effect. Bevreemdend, impressionant en ietwat verwarrend zijn maar enkele woorden die dit gevoel beschrijven, maar het algemeen sentiment van deze twee uur lang durende (muzikale) wandeling, afwisselend tussen pikdonker bos en de iets helderder Hoge Venen kunnen het best beschreven worden als majestueus. Het uitgestrekte bos en de eindeloze heide resoneren met de repetitiviteit van het gitaarwerk en de zwaar distorted vocalen van Wintherrs laatste werk. Nu, wie zoals doorheen het voorgaande werk wat meer ambientinvloeden had verwacht is eraan voor de moeite, gezien deze twee uur zo goed als volledig door het zwartmetalen spectrum worden ingenomen. Ik klaag hoegenaamd niet. Hoewel het ganse werk in een setting waarin geen complete aandacht aan de muziek kan worden gegeven inderdaad als wat langdradig kan beschouwd worden – een iets kortere speelduur was misschien geen overbodige luxe geweest – biedt de juiste context wel degelijk een fantastische ervaring aan, en laat dat nu exact zijn wat Wintherr met zijn solowerk wil bereiken. De titel van de afsluiter vertaalt zich naar ‘dus het weerkaatst’, en een betere weergave van hoe het album binnen een bepaalde omgeving resoneert kon ik zelf niet geven. Als ik thuis nog Paysage d’Hiver opleg is de kans reëel dat ik voornamelijk teruggrijp naar ouder werk, maar dit “Im Wald” is ontegensprekelijk een brok atmosfeer geworden die verdomd hard aan kan komen, als je er de tijd voor neemt.

CAS: 91/100

Paysage d’Hiver – Im Wald (Kunsthall Produktionen 2020)
1. Im Winterwald
2. Über den Bäumen
3. Schneeglitzern
4. Alt
5. Wurzel
6. Stimmen im Wald
7. Flug
8. Le rêve lucide
9. Eulensang
10. Kälteschauer
11. Verweilen
12. Weiter, immer Weiter
13. So hallt es wieder

Ordinance – In purge there is no remission

Met Ordinance en diens tweede langspeler “In purge there is no remission” hebben we de tot dusver beste Finse blackmetalplaat van het jaar in onze handen. Punt. Next! Nee, we dienen dit natuurlijk wat beter te kaderen. Ordinance werd ergens aan het begin van dit vervloekte nieuwe millennium gevormd en brengt traag maar gestaag nieuw werk uit. Tot op heden verschenen een demo in 2007 en een debuut in 2014. Deze opvolger is de eerste muzikale output die ik van het duo Arttu Ratilainen (zang en snaren) en Lauri Laaksonen (drums; ook actief als muzikaal brein achter Convocation en Desolate Shrine) te horen krijg, en ik ben instant verkocht en verknocht aan deze ruwe diamant. Ondanks de Finse afkomst klinken de zeven nummers die er in vijftig minuten passeren allerminst als clichématig en typisch Fins zwartmetaal. “In purge there is no remission” spreekt de pure en onomwonden taal van tweede golf blackmetalclassicisme zonder enig voorvoegsel, maar met een onmiskenbaar uniek dialect door het toevoegen van onorthodoxe elementen zoals de heavymetalsolo’s én vocale uithalen, akoestische klanken en heldere koorzang in het waanzinnige “Credo sceleratum“. De brutale opener “Obstructed paths” doet me op zijn meest agressieve momenten aan Triumphator denken, maar bevat ook subtiele orchestratie. “Diabolopathia” wisselt berustende melodieën af met spetterend blackmetalvuurwerk en “Gathering wraiths” is een knap staaltje dynamiek met heel wat groove, verwrongen stonerachtige leads en sacrale toetseninkleuringen. “The kingdom of nothing” start met de nodige heidense epiek om vervolgens een U-turn van jewelste te nemen en de hel/ragnarök te laten openbarsten niet alleen door het overweldigende gemusiceer maar ook door de fenomenale diepe raspende strot van Arttu. “Gesticulation of death” laat dan weer uitschijnen alsof we plots met een postrockband te maken hebben en vervelt nadien tot een slepend doomy zwartgeblakerd epos met likkebaardend gitaarwerk. Hekkensluiter “Purging kremanation” klokt op meer dan elf minuten af en is van meerdere markten thuis: viscerale agressie, heidense melancholie, galopperende oorlogszucht, mid-tempo headbangpassages en schedelsplijtend soleerwerk. Er valt met andere woorden heel wat meer te beleven dan wat je op basis van het eentonige artwork zou vermoeden. “In purge there is no remission” is een werk van twee meestersambachtslieden en sluwe tovenaars tegelijk, een uitzinnige reis naar waanzin en mystiek, gegoten in een uitstekende productie die balanceert tussen rauwheid en melodieusheid.

JOKKE: 85/100

Ordinance – In purge there is no remission (The Sinister Flame 2020)
1. Obstructed paths
2. Diabolopathia
3. Gathering wraiths
4. Credo sceleratum
5. The kingdom of nothing
6. Gesticulation of death
7. Purging kremanation

Lifvsleda – Det besegrade lifvet

Toen de promomail van Lifvsleda’s aankomende debuutlangspeler “Det besegrade lifvet” twee maand geleden binnen kwam, belandde hij meteen in mijn playlist. De “Manifest MMXIX” EP die vorig jaar als eerste teken van leven van de Zweedse band verscheen, schopte het immers tot op positie 2 in de 2019 jaarlijst van EP’s, splits en demo’s. Ik moet u dan ook niet vertellen dat we reikhalzend naar die volwaardige langspeler uitkeken! En toch is “Det besegrade lifvet” en diens furieuze en glorieuze blackmetal een moeilijke bevalling geworden. Opnieuw werd de muziek van deze sceneveteranen deels in de gitzwarte wouden en in uiterste isolatie gedurende de COVID-19 plaag vereeuwigd, dat kan je zelfs horen aan het sinistere en onbehagelijke gevoel dat in de songs vervat zit. Aan de nummers hangt een onwelriekend geurtje alsof iets oud en verrot opgegraven en opnieuw tot leven gebracht werd. Dat de dood als thema regelmatig terugkeert in de songteksten, maken het bandlogo en de man met de zeis op de hoes wel duidelijk: “De duisternis is mijn vlam. De dood is mijn vuur. Het leven is slechts mijn as die wordt verspreid door de wind. Ik ga naar het graf. Ik loop naar de dood.” horen we in “Bortgång” maniakaal in het Zweeds gekrijst worden. Maar die écht waanzinnig melancholische Zweedse rampestampers als “II” en “III” vallen er deze keer niet terug te vinden. Lifvsleda klinkt wel nog steeds wild, ruw en ongetemd en de jarenlange ervaring en wijsheid die de muzikanten sinds het ontstaan van de blackmetalscene in o.a. Sorhin hebben opgedaan, valt niet te ontkennen. Uiteindelijk is het pas tijdens het schrijven van de recensie en nogmaals enkele keren héél aandachtig naar de negen composities te luisteren, dat ze hun geheimen prijsgeven. Zo bevatten opener “I fjärran jord begrafvd“, het suïcidale titelnummer of de eerste single “Intet” wel degelijk Zweedse melancholie alleen zit die wat dieper verstopt in een leadgitaar, repetitief melodietje of akoestische passage. “Afvgrundsande” sleept zich als een deprimerende begrafenismars verder om wat later al haar demonen te ontketenen. Ook het reeds vermeldde “Bortgång” met diens bezeten vocalen en aanstekelijke riffs komt nu veel beter binnen dan tijdens het dozijn aantal luisterbeurten dat voorafging in de wagen. De catchy openingsmelodie van “Fjättrad” doet ons meteen op het puntje van onze stoel zitten en het venijnig rockende “Nedstigning” doet onze beentjes gevaarlijk ver over de rand van de afgrond bengelen. In die ongemakkelijke pose blijven we vervolgens via het opzwepende, doch licht psychedelische “Vederkvickelse” tot aan het afsluitende uit beklemmende ambient en spoken word opgetrokken “Landet bortom skogen” zitten. Zo zie je maar dat sommige platen hun genialiteit niet meteen openbaren (maar de EP blijft nóg magistraler, dat moet gezegd worden). Lifvsleda pende met “Det besegrade lifvet” dan ook een kwaliteitsvolle blackmetalplaat die de nodige toewijding en aandacht vraagt. Hulde!

JOKKE: 85/100

Lifvsleda – Det besegrade lifvet (Shadow Records 2020)
1. I fjärran jord begrafvd
2. Det besegrade lifvet
3. Intet
4. Afvgrundsande
5. Bortgång
6. Fjättrad
7. Nedstigning
8. Vederkvickelse
9. Landet bortom skogen

Charnel Ascension – Spectral dances towards the coffin

In Baltimore loopt met the GraveLight Order een nieuw lo-fi clubje rond, maar wat mij betreft kunnen de leden van bands als Mortevexis, Nigrim Mortem, Slaves To The Enchanted Fog en Vampyric Bvrial het beter bij wiezen of petanque houden, want hun zwartmetalen klanken zijn werkelijk abominabel. Mortevexis en Vampyric Bvrial brachten in de vorm van “GraveMoon reveries” in juli een werkelijk tenenkrommende split vol ondermaats LLN worship uit en Nigrum Mortem’s “Consumed by the eternal tranquility” demo klinkt alsof er op zolder opnames werden gemaakt van de band die in de kelder staat te spelen. Eerder doffe in plaats van rauwe kelderblack dus. Enkel het éénpersoonsproject Charnel Ascension heeft klaarblijkelijk de rauwe blackmetalcollector kunnen bekoren want de demo, die in een oplage van maar liefst dertig stuks verscheen, is volledig uitverkocht. Wat een wereldprestatie! Vier nummers en een dik kwartier lang laat Cult Of The Fallen Sun zijn zonaanbiddende lo-fi black over ons uitschijnen. ’t Is nu niet dat we onze ogen achter onze hippe Ray-Ban zonnebril tegen brandende UV-stralen moeten beschermen, maar toch zijn we op één of andere manier gecharmeerd door deze zwartgeblakerde lo-fi herrie vol rauwe, punky riffs (“Eclipse worship” en “Unholy witchery“), vocale pruttelbrij (het titelnummer), griezelige lugubere ritmes en zeurende melodieën (“Gnarled root and branch“), uitgevoerd onder een mantel van sissende duisternis, …maar dan ook enkel in de heel late/vroege uurtjes als slaap zich van ons meester maakt.

JOKKE: 66/100

Charnel Ascension – Spectral dances towards the coffin (Old Spire Records 2020)
1. Eclipse worship
2. Gnarled root and branch
3. Spectral dance towards the coffin
4. Unholy witchery

Dumal – The confessor

The lesser God“, het in 2017 verschenen debuutalbum van het Amerikaanse Dumal, had eigenlijk best meer aandacht mogen krijgen, want we beschouwen dit werk als ondergewaardeerd, hoewel de eerlijkheid ons gebied te zeggen dat deze plaat ook bij ons wat ondergesneeuwd geraakte in de stortvloed aan nieuwe releases. Gelukkig zorgt het verschijnen van de opvolger “The confessor” dat we het debuut nog eens kunnen afstoffen. Met “The confessor” en diens geweldige opener “Devour the child” gaat het uit Pennsylvania afkomstige trio resoluut verder daar waar “Spring will never come“, de afsluiter van de voorganger, drie jaar geleden ophield. Riff-georiënteerde black met een groot oor voor catchy melodieën zonder agressie en verbetenheid echter uit het oog te verliezen. Het amalgaam aan Scandinavische en niet-Scandinavische referenties uit mijn vorige review gaat nog steeds op. Taake voor de kille grimmigheid, Arckanum voor de heidense en folky invloed in het riffwerk, Sacramentum voor de Zweedse melodieuze insteek, Mgła voor de goed in het gehoor liggende catchiness en Drudkh voor de melancholie. Werkelijk de ene na de andere gave riff wordt op ons afgevuurd en voor ademhappen is er deze keer geen ruimte gelaten, hoewel het tempo natuurlijk ook geen drie kwartier lang strak aangespannen blijft. Zo is afsluiter “Amalgamation: Time, space, and circumstance” een heerlijke mid-tempo kraker en ook “Through fields of peasant graves“, dat met zeven en een halve minuut speeltijd de langste compositie op de plaat is, kent een meer langzame ingetogen instrumentale en atmosferische aanloop. Vocaal gezien leunt het stemgeluid van zanger/bassist Adam Siatkowski naar dat van Nachtmystium’s enfant terrible Blake Judd, een mooie referentie wat mij betreft. Dumal musiceert de hele rit lang op een hoog niveau wat het dan ook moeilijk maakt om uitschieters op te sommen, hoewel nummers als de opzwepende en mee headbangbare opener “Devour the child“, het naar Nachtmystium neigende “Some ritual” en het venijnige godslasterende “Black tendrils of Christ” er misschien nog net een tikkeltje bovenuit steken. Wat een hels trio om je plaat mee te openen, maar zoals gezegd wordt het hoge niveau constant aangehouden en kakt de plaat verderop dus hoegenaamd niet in. Hoewel atmosfeer natuurlijk voor zowat elke blackmetalband belangrijk is, maakt Dumal vooral middels diens uitstekende neus voor pakkende riffs en heerlijke melodieën een goede beurt. Vakmanschap!

JOKKE: 84/100

Dumal – The confessor (Vigor Deconstruct/Fólkvangr 2020)
1. Devour the child
2. Some ritual
3. Black tendrils of Christ
4. Through fields of peasant graves
5. Unrealized dreams
6. Ossuaric inversion
7. Amalgamation: Time, space, and circumstance

God’s Bastard – Last standing village

God’s Bastard is een tweemansformatie uit Brooklyn. De leden zijn Drew Hayes (zang en gitaar) en Lev Weinstein (drums). Weinstein zou je kunnen kennen van Krallice, Anicon of Bloody Panda. Hayes heeft in Floods gezeten. In 2019 hebben ze de EP “Last standing village” op Bandcamp gezet onder lovende reacties. Het Italiaanse I, Voidhanger Records heeft besloten om deze EP ook fysiek uit te brengen. Is dat een goed idee geweest? Ik vind van wel. Ik hou wel van de progressieve blackmetal die uit Amerika afkomstig is. Wolves in the Throne Room, Alda, Sadhaka en ook Krallice reken ik tot mijn favoriete bands. Dus als iemand als Weinstein een nieuwe band start, zal ik het altijd een kans geven. De drie nummers op deze schijf zijn verrassend divers. De openende gitaarriff in het eerste nummer “Chaos apologist” is net zo stuwend als een vroeger werk van Primordial, maar door het drumwerk is de compositie chaotischer. Een Maelstrom zogezegd. Het nummer heeft wel een prettige lengte voor de chaos. Het is bijna de helft korter dan de andere twee. Dat zorgt ervoor dat je aandacht niet verslapt. “God raise the sea” tapt uit een net iets ander vaatje, lijkt iets meer crust te bevatten en het tempo ligt lager. Ik ben een ontzettende liefhebber van de dreigende mid-tempo dubbele basdrum. De uithalen van de zanger gaan door merg en been bij mij. Het nummer verhaalt een worsteling om te ontkomen aan de dagelijkse sleur en het daarin falen. Naast de chaotische wervelwind van het eerste nummer is dit bijna stroperig te noemen. De derde song “To the last standing village” is de culminatie van de eerste twee nummers. Chaos en rust strijden om voorrang. Nergens klinkt Hayes meer getormenteerd. De post hardcore break met cleane muziek is een balsem voor de ziel, maar je voelt aan alles dat dit niet kan voortduren. Nooit zal gods bastaard rust kennen. De vloek van rusteloosheid blijft over hen heen. De climax is heel intens: alles komt tot een onvermijdelijk tragisch einde. I, Voidhanger Records heeft naar mijn mening de goede keuze gemaakt. De EP staat als een huis en kent in de drie nummers behoorlijk veel variatie. Progressieve blackmetal heeft vaak last van tot in de oneindigheid doorgaan met een thema. Niet bij God’s Bastard. Heerlijk.

MISCHA: 87/100

God’s Bastard – Last Standing Village (I, Voidhanger Records 2020)
1. Chaos apologist
2. God raise the sea
3. To the last standing village

Clavus – Rebus paranormalibus

Bij een land als Zwitserland denk je nu niet meteen aan een rijke geschiedenis op gebied van extreme metal, hoewel het neutrale land wel degelijk enkele groete namen heeft voortgebracht. Denk maar aan Hellhammer/Celtic Frost en Samael en recenter en meer underground Bölzer, Darkspace en Paysage d’Hiver. Als we écht de allerdiepste krochten van de reusachtige Zwitserse Alpen induiken, treffen we daar Clavus aan, een gloednieuwe anonieme blackmetalentiteit die, naast enkele (digitale) demo’s, dit jaar onder de noemer “Rebus paranormalibus” ook een eerste full-length uitbracht. Deze plaat staat garant voor een dik half uur cryptische en hypnotiserende blackmetal die uitpuilt van somberheid en verstikkend kwaad. De auditieve sonische terreur is verdeeld over twee korte en twee lange nummers, aangevuld met ambientintermezzi die wat zuurstof in de verstikkende geluidsmuur pompen. De man achter deze raadselachtige entiteit betovert de luisteraar met ijskoude riffs die een aura van hypnotiserende grandeur verspreiden en verstrengeld zijn met uitgestrekte kosmische keyboardlandschappen die diepte en ruimte geven aan de rauwe, grofkorrelige en ijzige gitaarlagen die door de pulserende kracht van woest drumwerk voortgestuwd worden, maar waarbij gezegd moet worden dat de geprogrammeerde drumlijnen soms wat rommelig overkomen in het geheel. Halfweg “Rebus paranormalibus” passeert “Dark tree from the golden forest” waarin meeslepende gitaarleads meer op de voorgrond treden, terwijl in opener “Acies ventos” en het geweldige “Jantar mantar jadu mantar” de toetsen voor de majestueuze extase zorgen. Voeg daar nog de wrede, vervormde en huiveringwekkende krijsen bij en je hebt alle ingrediënten voor een beklijvende atmosferische blackmetalplaat. Clavus is een nieuwe underground act om in het oog te houden. Voer voor fans van Paysage d’Hiver en Darkspace, maar met nog wat groeimarge vergeleken met deze twee referenties.

JOKKE: 78/100

Clavus – Rebus paranormalibus (Dawnbreed Records/Lèpre Productions 2020)
1. Acies ventos
2. Pythonicus
3. Six black candles
4. Majestic tower
5. Dark tree from the golden forest
6. Uromancia
7. Jantar mantar jadu mantar
8. Rebus paranormalibus

Äkth Gánahëth – Een vriend van eenzaamheid en stilte

IJslandse black metal is nog steeds hot en bijna elke maand worden we wel getrakteerd op nieuwe muziek uit het land van vuur en ijs. Äkth Gánahëth is een van deze nieuwe bands, al heeft A., de man achter dit rauwe black metal éénmansproject, zijn roots in Duitsland. Äkth Gánahëth bracht onlangs zijn eerste langspeler “Crowned in shadows” uit waarop een niet-alledaags IJslands geluid te horen valt. De rauwe zwartmetalen klanken refereren eerder aan de Franse LLN en bands als Moonblood en Akitsa. We spraken met A. over de invloed op het leven in het subarctisch gebied, het vaderschap en zijn interesse in het werk van Yukio Mishima. (JOKKE)

The English version of this interview can be found here.

Äkth Gánahëth is een vrij nieuw project naast je andere muzikale activiteiten zoals Níðstöng, Bálför, Fimbulþul, Spectral Full Moon, Úlfhéðinn en Vresëbeth. Was er een specifieke drang of wens die je ertoe bracht dit nieuwe muzikale project te creëren?
Äkth Gánahëth is in feite het resultaat van het experimenteren met mijn ambient-projecten Fimbulþul en Spectral Full Moon, die beide aan Äkth Gánahëth voorafgingen. De reden dat Äkth Gánahëth bestaat in de vorm die het nu is, is min of meer toeval en was op geen enkele manier gepland.

De bandnaam klinkt erg intrigerend. Wat betekent het? Het lijkt erop dat je sterk geïnspireerd bent door de Franse Black Legions (Les Légions Noires) met acts als Belkètre, Vzaéurvbtre, Brenoritvrezorkre, Dvnaèbkre, Bvrolarimnambde, enzovoort. Heb je daar inspiratie opgedaan voor deze vreemd klinkende en moeilijk uit te spreken naam?
De naam vertaalt zich niet naar een taal, maar is eerder een symbolische weergave van de entiteit zelf. De enige betekenis is de muziek zelf en de complexe emoties die ik er mee breng. Zoals je al aangaf, is de naam geïnspireerd op de namen van de LLN-bands. Ik heb altijd een grote fascinatie gehad voor hun vreemde en buitenaardse taal.

Wat onderscheidt LLN van de talloze andere black metal bands en kringen?
Hun rauwe en ongepolijste emotie. Vanuit een muzikaal perspectief zou de meeste muziek als vreselijk en amateuristisch beschouwd kunnen worden, maar ik denk dat dit het nu net zo rauw en verstikkend maakt als het is.

Je lijkt een verleden te hebben in metalcore en hardcore. Wat zorgde ervoor dat je meer naar black metal ging neigen en hoe zou je de waarden en scènes met elkaar vergelijken?
Metalcore is tegenwoordig zo’n vies woord, haha. Ik noem het liever metallic hardcore, maar ik word sterk beïnvloed door bands als Integrity, Cro-Mags, Poison Idea, GISM en talloze anderen. Ik denk dat de ongetemde weergave van negatieve emoties is wat beide verbindt. Als het op waarden en zo aankomt, zijn de twee scènes duidelijk heel verschillend en heb ik geen emotionele band met de moderne hardcorescene en haar interne concurrentie om de heiligste, meest politiek correcte en meest gemarginaliseerde persoon ter wereld te zijn.

Je hebt de Duitse nationaliteit maar verblijft momenteel in IJsland. Een paar maanden geleden had ik een gesprek met Josh Rood, de Amerikaanse frontman van de IJslandse black metal band Nexus, die vanwege zijn academische carrière ook enkele jaren in IJsland woonde. Wat bracht je ertoe om naar dit magische eiland te verhuizen en er te wonen?
Afgezien van mijn liefde voor dit land en zijn geschiedenis en natuur, ben ik getrouwd met een geweldige IJslandse vrouw en heb ik een even geweldige zoon met haar, dus mijn verblijf hier is permanent.

Hoewel ik IJsland en haar natuurlijke schoonheid erg overweldigend vond toen ik het land een paar jaar geleden bezocht, denk ik niet dat ik er ooit zou kunnen wonen, vooral niet buiten Reykjavik. Hoe is het leven in IJsland vergeleken met Duitsland en heeft je nieuwe omgeving invloed op je algemene gemoedstoestand en muziek?
Het leven hier is heel anders, maar vooral prettig. De natuur van dit land is inspirerend en ik geniet ervan om af en toe in de bergen te zijn. Het heeft echter ook zijn negatieve aspecten, zoals gescheiden zijn van belangrijke personen in mijn leven, vooral tijdens deze vreemde dagen, hoewel ik over het algemeen een vriend ben van eenzaamheid en stilte. Soms wordt het gewoon een beetje overweldigend. Wat je hier kan raken, zijn de winters, vooral degene die we eerder dit jaar hebben meegemaakt. Ik zat eigenlijk drie maanden opgesloten vanwege de zware stormen en de komst van de pandemie op dit eiland. Het was behoorlijk zwaar voor mijn ziel en Äkth Gánahëth zou hier een uitlaatklep voor worden.

Zowel Äkth Gánahëth als je black metal/punk-project Níðstöng zijn éénmansbands. Werk je ook in je andere bands alleen? Zijn er meer voor- dan nadelen verbonden aan het werken als solo-muzikant?
Alles wat ik momenteel heb uitgebracht, zijn éénmansprojecten die ik volledig zelf heb gemaakt, maar Bálför, waaraan momenteel wordt gewerkt, is een echte band. Ik denk zeker dat er meer voordelen zijn, omdat je op je eigen tempo kunt werken en je ideeën kunt realiseren op een manier die jij goed vindt. Er zijn geen deadlines, geen stress en geen limieten. Ideeën van meerdere personen kunnen echter natuurlijk meer diverse resultaten opleveren, maar ik denk dat je in je eentje geweldige dingen kunt bereiken als je het de tijd geeft die het nodig heeft.

Welke muziekstijlen kunnen we verwachten van je andere bands en projecten zoals Bálför, Fimbulþul, Spectral Full Moon, Úlfhéðinn en Vresëbeth?
Bálför speelt een nogal experimentele stijl van black metal die waarschijnlijk meer in lijn ligt van wat je van een IJslandse band zou verwachten. Fimbulþul en SFM zijn beide dark ambient projecten met een iets andere benadering van het genre. Er staat ook één Vresëbeth-nummer op Bandcamp. Onder die naam creëer ik écht rauwe LLN-aanbidding zonder enige experimenten. Ik zal eraan blijven werken zodra ik de inspiratie heb gevonden om dat te doen.

Na in eigen beheer de Äkth Gánahëth debuut-EP “From the cursed glades” digitaal te hebben uitgebracht, ziet je langspeler”Crowned in shadows” het levenslicht via Death Kvlt Productions. Zullen ze de EP ook in fysieke vorm opnieuw uitgeven?
De EP is op tape uitgebracht door Church of Eradication uit Zweden / Duitsland. De kans is groot dat er ooit een vinylrelease komt.

Crowned in shadows” was – net als veel andere titels die door DKP werden uitgebracht – in minder dan 30 minuten uitverkocht. Had je zo’n interesse in je muziek verwacht, gezien het feit dat je een gloednieuwe black metal act bent?
Ik had dat helemaal niet verwacht, maar ik ben ontzettend blij en trots dat de plaat zo snel uitverkocht was. De reacties voor de verkoop waren erg positief, maar ik had absoluut niet verwacht dat het zo zou ontploffen.

Aan de andere kant, tegen de tijd dat ik bericht kreeg van de release, was ie al uitverkocht. Ik denk dat 200 exemplaren veel te weinig is voor de releases van DKP. Door dit kleine aantal exemplaren trek je ook mensen aan die niet geïnteresseerd zijn in de muziek, maar alleen in het feit dat de oplage gelimiteerd is, zodat ze de plaat nadien aan belachelijke prijzen op Discogs kunnen zetten. Limited editions zijn een commerciële truc die tegenwoordig vaak in metal wordt gebruikt, maar ik haat het om het te zien gebeuren in de rauwe underground black metal scene, omdat het naar mijn mening in strijd is met de waarden ervan. Hoe denk jij hierover?
Ik heb twee gedachten over deze kwestie. Aan de ene kant is een beperkt aantal platen altijd een onderdeel geweest van black metal en daar heb ik niet echt een probleem mee, maar het uitschot op Discogs stoort me echt als verzamelaar en muzikant. Ik vind het laaghartig om de plaat te stelen van iemand die hem graag zou willen bezitten omdat hij of zij van de muziek houdt en nog meer om te profiteren van het werk van iemand die hard heeft gewerkt om deze muziek te schrijven. Maar zoals je al zei, gelimiteerde oplages nodigen die idioten in feite uit om dat te doen, vandaar dat de enige oplossing is om meer platen te drukken of te herdrukken wanneer er vraag is, maar dat is aan de labels om te beslissen.

Crowned in shadows” is opgedragen aan Ōstara, de Duitse godin van de lente en nieuw leven waar Pasen naar is vernoemd. Ōstara is ook een neo-heidens en Wicca-festival dat wordt gevierd rond de lente-equinox. Practiseer je deze moderne heidense religie?
Ik beoefen het niet echt, maar ik zie de Germaanse mythologie als een belangrijk onderdeel van het culturele erfgoed dat Duitsers, Scandinaviërs, Nederlanders, Engelsen enzovoort gemeen hebben. Het is een prachtig deel van de Europese geschiedenis en helaas vergeten in de goot van de moderne wereld.

Er komt een nieuwe release aan in de vorm van een split met Grógaldr. Je hebt de track “Shadows dance under the crimson moon” al op Bandcamp gezet, maar het lijkt erop dat dit niet de definitieve versie zal zijn. Wat zal er anders zijn?
Ik nam de vocalen opnieuw op en mixte het geheel een beetje anders.

Je liet me van tevoren de aankomende muziek horen en ik merkte een kleine verschuiving naar meer gitaarriff gebaseerde composities op, terwijl de keyboards en heroïsche cleane koorzangen dominanter waren in je vorig werk. Was dat een bewuste beslissing of eerder een organische evolutie?
Dat was een organische evolutie! Ik gebruik synths op de plaatsen waar ik denk dat ze passen en thuishoren en dat was toevallig nu iets minder dan op “Crowned in shadows” en de demo.

Ik heb Äkth Gánahëth leren kennen via een vriend die me je muziek aanraadde. De band werd bestempeld als IJslands, dus ik verwachtte meteen wat Deathspell Omega-invloeden te horen, wat helemaal niet het geval is. Het grappige is echter dat je bijnaam op Instagram Dadspell Omega is, haha! Dus je moet op de een of andere manier van de band houden, niet?
Ik ben absoluut dol op hun werk. Het is muzikaal vakmanschap dat alles overtreft wat ik ooit zal kunnen doen en een concept dat zo geavanceerd is dat de meeste muzikanten, waaronder ikzelf natuurlijk, er niet eens van kunnen dromen. De Instagram-naam was meer een grap die ik moest maken nadat ik 9 maanden op die kans had gewacht haha.

Deze nickname is natuurlijk ook een link naar jouw vadeschap. Kun je het eens zijn met de visie van sommige (satanische) black metal muzikanten die zeggen dat het genre niet kan rijmen met kinderen krijgen of van iemand houden, omdat het gebaseerd is op haat, misantropie en nihilisme?
Nee. Ik vind het belachelijk om dat te zeggen. Ik zou zelfs durven zeggen dat het niet eens in tegenspraak is met de idee van misantropie, aangezien ik misantropie zie als iets dat gericht is op de mensheid als geheel. De mensheid is in veel opzichten een hoop onzin, maar dat betekent niet dat elk individu dat als een deel ervan kan worden beschouwd, dat ook is. Ik hoop dat dat logisch of begrijpelijk is. Ik zou mezelf echter niet als een misantroop beschouwen en ik zou er nooit aan denken om te moeten pleiten voor het hebben van een zoon, alleen maar omdat een of andere dwaas zegt dat ik geen black metal mag maken omdat ik er één heb haha.

Je lijkt erg geïnteresseerd te zijn in de Japanse schrijver en politiek activist Yukio Mishima. Ideologisch was Mishima een rechtse nationalist die zich verzette tegen de verwestering van Japan en de Tatenokai vormde, een ongewapende burgermilitie, met het uitgesproken doel de macht aan de Japanse keizer te herstellen. In 2019 droeg de Australische rauwe black metalband Kommodus hun “An imperial sun rises” EP op aan Mishima. Wat trekt je aan in deze controversiële figuur en welke boeken kun je aanbevelen om mee te beginnen als je Mishima niet kent?
Ik denk dat “rechtse nationalist” Mishima vaak doet klinken als iemand die hij niet was. Mishima was een man die van zijn land hield en van de tradities en cultuur die hij bedreigd zag door de invloed van het Westen. Hij was tenslotte een man die met zoveel passie probeerde te verdedigen waar hij van houdt, dat hij er uiteindelijk zijn leven voor gaf. Voor mij was Mishima als een heroïsch personage uit een roman. Je vindt tegenwoordig zelden mensen met zo’n indrukwekkend gevoel van toewijding. Ook is zijn schrijfstijl fenomenaal en in veel opzichten ongeëvenaard. In feite was het Mishima-artwork datgene wat me aantrok in Kommodus, wat tegenwoordig één van mijn favoriete projecten is. Als je je in Mishima’s werk wil verdiepen, denk ik dat de “Sea of ​​fertility“-tetralogie een goede manier is om te beginnen. Ik en vele anderen beschouwen de tetralogie als zijn meesterwerk.

Núll – Entity

De zomer lijkt finaal tot een einde te komen. De wolken zijn niet meer weg te denken, de lucht is grauw en grijs, en het wordt weer vroeg donker. In IJsland daarentegen, is het nooit écht zomer. De dagen zijn gewoon ontiegelijk lang – het is drie uur donker op de langste dag van het jaar. Wat dat met een mens doet, kan Núll je wel vertellen. De band, opgebouwd uit leden van Misþyrming, Carpe Noctem en Naðra, wist Nietzsche’s hamer met zijn debuutplaat “Null & Void” slopend traag tegen je hersenpan te mikken. Zes jaar later staan de heren dan toch klaar met opvolger “Entity”, op het machtige Ván Records. De band speelt nog steeds depressieve en met sludge- en post- doorspekte black metal, alleen doen ze het gevatter en met meer gevoel voor richting. Ik las dat er volgens sommigen heel veel doom aanwezig is in het geluid, maar dat dekt de lading naar mijn bescheiden mening niet echt. De atmosfeer staat centraal, de riffs doen je volledig in je eigen gedachten verdwijnen. Ze zijn vlijmscherp en snijden je huid schijnbaar doelloos open maar bezitten tegelijkertijd een onaardse, helende werking. Núll is verre van dood – al maakt hen dat ontzettend weinig uit. Het nihilisme dat op deze plaat werd vastgelegd, gebrouwen in de diepste krochten van het eiland en gedistilleerd in de vaten van “het nieuwe normaal”, weegt door. ‘t Voelt bijna aan als een fysieke entiteit, die zwelgt, schrokt, en verteert. Het manifesteert zich zorgeloos als een zwart gat in onze allesomvattende kosmos. Je hoort het in de ijzige, fuzzed-out gitaarlijnen, in de hypnotiserende ritmesectie en misschien nog het hardst in de van alle menselijkheid ontwrichte vocalen. S.S. zingt, schreeuwt, krijst en ijlt een heel indrukwekkend palet bij elkaar, en weet de thematische tragiek van “Entity” zo ontzettend mooi vast te leggen. De quasi-Polka van “Reduced beyond the point of renewal” bijt zich vast in je hoofd en blijft zitten tot lang nadat de laatste noten van deze tweede langspeler zijn vervlogen. “Entity” is in zijn totaliteit niet vernieuwend, zelfs niet opvallend. Wél weet de plaat moeiteloos te fascineren, en slaat hij zonder slag of stoot in zijn opzet: je leven van alle doelmatigheid en vreugde ontvreemden. Núll weet de monotonie die een kruisbestuiving als die in IJsland onherroepelijk teweegbrengt op hun geheel eigen manier te doorbreken, en daar ben ik ze alvast heel erg dankbaar voor.

JULES: 84/100

Núll – Entity (Ván Records, 2020)
1. None
2. Reduced beyond the point of renewal
3. Grasping the outer hull of the tangible
4. (em)Pathetic
5. Conjoin the vacuous
6. An idiosyncratic mirage

Obskuritatem – Hronika iz mraka

Een tijdje geleden viel er een tape van Obskuritatem uit Bosnië en Herzegovina in mijn brievenbus vergezeld van een ansichtkaart. “Black Plague Circle Metal sends fuck off groetjes aan het pseudo black metal scum!” staat er te lezen. Weten we weeral wat voor vlees we in de kuip hebben. Nu kwamen er in de vorm van Niteris en Void Prayer al eerder Black Plague clubleden voorbij, benieuwd hoe Obskuritatem het er vanaf brengt met diens tweede full-length “Hronika iz mraka” (“Kroniek uit de wolken” of zoiets dixit Google Translate). De zeven nummers die we voorgeschoteld krijgen, vallen onder de raw black metal noemer of wat had u nou gedacht? Deze is wel minder rechtlijnig dan je op het eerste gehoor zou denken, met melodieën die zich niet vanaf de eerste luisterbeurt prijsgeven. Geen standaard tremoloriffs hier, maar licht enerverend gitaarwerk dat zoals in het titelnummer soms op het randje van atonaal balanceert. Het vraagt meerdere luisterbeurten alvorens het kwartje volledig valt en je de composities gedegen kan doorgronden. Ondermeer ook door de tempovariaties die zich niet altijd laten voorspellen. Obskuritatem prijst dan ook verstoring van het evenwicht. De zanger produceert een breed gamma aan rauwe keelklanken en wordt op het hypnotiserende en zich grotendeels traag voortslepende “Opor” en “Filozofija bijede” bijgestaan door de Japanner Ur Èmdr Oervn van Arkha Sva die schizofreen klinkende heldere vocalen in de strijd gooit. “Svijet u pepelu” en het uitluidende “Hvalospjev propadanju” zijn geen standaard composities en druipen van de stank van het menselijk verval en vlezige slechtheid. Productiegewijs klinkt “Hronika iz mraka” als een gedegen analoge live-opname die inzet op sinistere atmosfeer. “Hronika iz mraka” is geen plaat of tape om na één luisterbeurt in de collectie weg te moffelen, maar één die wat aandacht en toewijding van de luisteraar vraagt.

JOKKE: 77/100

Obskuritatem – Hronika iz mraka (Black Gangrene Productions 2020)
1. Izrodi svjetlosti
2. Obamrlost vremena
3. Opor
4. Svijet u pepelu
5. Filozofija bijede
6. Hronika iz mraka
7. Hvalospjev propadanju