Ulvdalir – Wolven die hongeren naar dood en verderf

Het Russische Ulvdalir wist ons met haar nieuwe langspeler “…Of death eternal” compleet van onze sokken te blazen. We riepen deze plaat zelfs uit tot het beste wat we ooit vanop Russische bodem hebben mogen horen. Een gesprek met zanger/gitarist Void drong zich op. (JOKKE)

The English version of the interview can be found here.


Hail Void! Alvorens het met jou over de nieuwe langspeler “…Of death eternal” te hebben, zou ik willen terugkijken op de begindagen van Ulvdalir. Waarom heb je de band in 2011 opgericht?
Hail! Ik richtte Ulvdalir destijds op met als doel de duivel te eren via een eigen creatie waarin ik mijn persoonlijke visies en emoties kwijt kon. Black metal was in mijn ogen toen de perfecte manier om mijn demonen vrij te laten.

Hoewel jullie uit Rusland afkomstig zijn, klinkt de bandnaam eerder Scandinavisch?
Het woord “ulvdalir” werd deels door mij gecreëerd. Ik vertrok van de essentie van het Scandinavische woord “ulfdalir” en wijzigde dat een beetje. Vraag me niet waarom ik dat deed, maar waarschijnlijk wou ik een bandnaam die meer Duits klonk. Ulvdalir staat voor de “vallei van de wolven” die hongerig zijn naar dood en verderf!

Ondanks jullie oprichting in 2001 duurde het tot 2008 alvorens jullie debuut “Flame once lost” uitkwam. Maar amper een half jaar later was daar wel reeds de opvolger “Soul void”. Vanwaar de korte tijdspanne tussen deze twee releases?
Ons debuut werd reeds in 2005 opgenomen maar het duurde enkele jaren alvorens we een geschikt label vonden. Je moet weten dat het destijds niet evident was om een goed label te vinden aangezien de Russische black metal-scene volledig van de rest van de wereld geïsoleerd was. Slechts enkele Russische bands waren bekend in het buitenland en bovendien waren er ook – op enkele kleintjes na – niet veel goede labels actief. “Soul void” werd niet lang na het debuut opgenomen en nadat we onderdak vonden bij Black Devastation Records wilden zij beide albums in één jaar tijd uitbrengen.

Tussen jullie vorige plaat “Cold breath of apocalypse” en het nieuwe “…Of death eternal” ligt een tijdspanne van maar liefst acht jaar. Vanwaar die lange radiostilte?
We zijn die periode best nog actief geweest hoor. Zo brachten we in 2011 de “Metal wolves of death” split uit met Lindisfarne en Lamia Vox en in 2014 de “Harvest: Bloody harvest” split met Мор, Klandestyn, Nebelwerfer en Ruin. Dat jaar verscheen ook nog de “Sacral chalice of foundations” EP en in 2016 was er de “From the tyrant’s grave” compilatie waarop enkele covers, live songs en obscure nummers prijkten. Het duurde inderdaad wat langer om een nieuwe langspeler af te ronden doordat ik, naast de alledaagse beslommeringen, op zoek was naar een goede nieuwe line-up en ook nog actief was in andere bands (Black Flux, Khashm, Likferd, The Initiation, Морок). 

De kern van Ulvdalir lijkt te bestaan uit jou en gitarist M.K. hoewel jullie ook beroep doen op enkele sessiemuzikanten voor liveshows. Hoe ziet de huidige studio- en live line-up eruit?
Ulvdalir werd door mij opgericht maar sinds de aantrede van M.K. in 2013 behoort hij zeker ook tot de kern van de band. We hebben de laatste jaren geen vaste actieve live line-up, we vragen indien nodig aan enkele vrienden om in te vallen. Voor studio-opnames bestaat Ulvdalir momenteel uit M.K. en mezelf en Sttng van de Oekraïense band Morkt Tre.

Op basis van jullie covers van Darkthrone, Nifelheim, GG Alin en Venom lijkt het me duidelijk welke bands jullie destijds beïnvloedden. In het nieuwe werk hoor ik echter ook invloeden van hedendaagse Griekse en Zweedse orthodoxe black metal-bands terug. De meer rock-getinte passages en de belangrijke drive die de basgitaar aan het geheel geeft, doen me dan weer eerder denken aan een band als One Tail One Head. Welke bands zie jij als een belangrijke inspiratiebron voor Ulvdalir?
Onze invloeden waren en zijn nog steeds bands als oude Darkthrone, oude Dødheimsgard, oude Graveland, Judas Iscariot, Arckanum, Kristallnacht, Warloghe en Funeral Winds. Ik luister voornamelijk naar oud muziek zoals hard rock en heavy metal. Tijdens het componeren denk ik niet aan andere bands, ik luister enkel naar het wilde vuur dat in mijn hart en ziel brandt. Zelf hoor ik geen Griekse en Zweedse elementen in onze sound, maar als jij dat wel doet is dat natuurlijk OK.

Jullie weten een goede balans te hanteren tussen agressie en melodie maar ik hoor ook die zekere typisch Russische hardvochtigheid terug. Zijn er elementen uit jullie geluid die ja als typisch Russisch kan omschrijven?
Russische invloeden? Haha, nee serieus, ik hoor dat zelf totaal niet terug aangezien alle Russische bands die ik goed vind anders klinken.

De albumtitel is een verkorte versie van de songtitel “Eternal angel of death eternal”. Vormt de dood het voornaamste thema in jullie teksten? Hoewel de nummers in het Russisch vertolkt worden, dragen ze wel Engelse songtitels…
De dood vormt inderdaad de essentie van onze lyriek. Ik zing in het Russisch, maar ik ken veel mensen buiten Rusland, vandaar dat we de vertalingen van de teksten in het boekje hebben voorzien. We zochten hiervoor hulp bij een professionele vertaler zodat onze niet-Russische fans voor de eerste keer de kans krijgen om op te gaan in de teksten die ik roep.

Ik hou erg van de sound die Vladimir Uzelac “…Of death eternal” meegaf in zijn Wormhole Studio. Tegenwoordig trekken de meeste gelijkgestemde bands richting de Zweedse Necromorbus Studio en hoewel die producties ook erg goed klinken, krijg je op deze manier wel veel generisch klinkende bands en platen. Ben je tevreden over hoe het geluid van de plaat is uitgedraaid?
Ik ben zelf ook erg tevreden over de sound van onze plaat, dit is hoe een black metal-album moet klinken ondanks alle moderne shit! Ik hou echt niet van die cleane, zielloze, moderne en te plastic-achtige sound van veel huidige bands. Vladimir en ikzelf zaten wat dat betreft volledig op dezelfde golflengte. Ik ben dan ook erg trots op hem.

Hoe kijk je terug op de muziek eens die opgenomen is? Ben je dan uitgeput en blij dat de opnames erop zitten of ben je opgewonden en nog steeds geëngageerd door die nieuwe nummers?
Het schrijf- en opnameproces was hard werken. Eerst op emotioneel vlak en nadien op technisch vlak. Zoals eerder gezegd ben ik erg trots op het eindresultaat en ook erg opgewonden om de plaat met de rest van de wereld te delen. Het album werd meer dan een jaar geleden afgerond en ik luister er zelf nog steeds met veel plezier naar. Ik ben blij dat de plaat eindelijk uitkomt want er zijn al veel nieuwe ideeën aan het opborrelen waar ik me snel op wil focussen.

In het verleden werkten jullie samen met kleinere labels zoals Black Devastation Records, Assault Records en Fog Of The Apocalypse Records. “…Of death eternal” komt uit via Iron Bonehead Productions. Zijn de gevolgen al voelbaar door met een groter label te werken?
Ik werkte in het verleden reeds met hen samen voor enkele van mijn andere bands en ben blij dat we nu ook voor Ulvdalir met hen in zee zijn gegaan. Patrick is een professionele en erg leuke kerel.

Ulvdalir schittert door afwezigheid op sociale media. Is promotionele ondersteuning door het label alleen vandaag de dag voldoende om op te vallen tussen de grote massa bands en platen die elke dag verschijnen?
Al die internethysterie is niet aan mij en Ulvdalir besteed. Ik verkies isolatie in dit geval en geloof nog steeds in de wetten van de underground. En Iron Bonehead levert een uitstekende job qua promotie, wat ik als hun taak beschouw en niet die van mij.

Zal er een tour komen ter promotie van de nieuwe plaat?
Een tour niet maar misschien wel enkele losse shows, we zien wel.

Ik hoorde geruchten over een split met onze landgenoten Ars Veneficium. Enig idee wanneer die zal uitkomen?
Geen idee! Het is een 7” split en zoals we allemaal weten zijn er niet veel labels die deze vandaag de dag nog uitbrengen.

Samen met Khashm vormt Ulvdalir de “Inner Circle of True Ingrian Black Metal Death”. Welke betekenis zit er achter deze cirkel en is twee bands niet wat aan de magere kant om over een cirkel te spreken als we vergelijken met andere black metal-cirkels zoals “Les Legions Noires” of de “Black Twilight Circle”?
We spreken zelf van een “cirkel” om op die manier gescheiden en geïsoleerd te blijven van de zogenaamde Russische scene. “True Ingrian Black Metal Death” bestaat uit Ulvdalir, Khashm, Likferd, Atanor, en deels Black Flux maar meestal zijn het enkel M.K. en ikzelf. Onze cirkel is inderdaad niet zo groot, maar het is perfect zo.

Volgens Wikipedia is Ingrisch of Izjorisch een bijna uitgestorven Finse taal die gesproken wordt door de Ingriërs, een inheemse bevolkingsgroep van Ingermanland, een historische regio rond Sint-Petersburg in Rusland. Er zijn nog slechts een honderdtal sprekers over, van wie de meesten op hoge leeftijd zijn. Spreek je zelf deze taal?
Neen, maar we leven vlakbij deze regio, vandaar dat we over “Ingrian Circle” spreken. Ik reisde vroeger erg graag naar dit gebied en haalde inspiratie uit de bossen, meren en bergen. Ik hou van deze desolate natuurlandschappen.

Persoonlijk vind ik “…Of death eternal” een van de beste Russische extreme metalplaten die ik ooit gehoord heb. Welke zijn jouw favorieten?
Bedankt man! Enkele aanbevelingen van oude en huidige bands zijn Old Wainds, Nav’, Scald, Odor Mortis, SS-18, Veter Daemonaz, Pyre, Blazing Rust, Draugwath, Forgot, Evilwinged, Blazebirth Hall, …

Saqra’s Cult – The 9th king

Het uit Brussel afkomstige Saqra’s Cult wordt dikwijls over het hoofd gezien in onze contreien en lijkt sterker op het buitenland gefocust te zijn dan op de thuismarkt. De kwaliteit van het debuut “Forgotten rites” uit 2017 loog er dan ook niet om en bewees dat de heren zeker kunnen meespelen op internationaal niveau. Het interessante aan Saqra’s Cult is dat het niet de zoveelste occulte of orthodoxe band is maar dat er met de Inca-cultuur voor een vrij origineel concept werd gekozen. De band probeert de wereld waarin we leven en de ontwikkeling van westerse religie te bekijken vanuit het perspectief van de Inca’s en zo in vraag te stellen. Dat is niet verwonderlijk als je weet dat, naast gitarist S. Iblis (Possession, Maleficence), de Ecuadoriaanse drummer/ kunstenaar Gabriel Tapia mee aan het ontstaan van de band ligt en die man dus wel een link heeft met de Inca-cultuur. Na de release van het debuut hing Gabriel zijn drumstokken wegens tijdsgebrek echter aan de wilgen en werd de line-up – waarin we ook de Maleficence-leden Alkhöloïkh en Destroyer G terugvinden – herschikt. Gabriel is echter nog steeds bij de band betrokken aangezien hij het artwork verzorgt, een groot deel van de teksten voor zijn rekening neemt en sporadisch nog deelneemt aan het songschrijfproces. Het Inca-concept van het debuut is met andere woorden nog alom tegenwoordig op “The 9th king“, het tweede album van onze landgenoten dat met een speelduur van een half uurtje wel wat aan de korte kant is. Zeker omdat wat we horen verdomd lekker klinkt. Het is niet zo dat de nummers, zoals bij menig folkband of de leden van de Black Twilight Circle, bulken van de traditionele instrumenten, melodieën en gezangen. Neen, de tribal-achtige Inca-invloeden zijn, net zoals op het debuut, subtiel verweven in de vier nummers die een mix laten horen van black, death en thrash metal die wel wat gelijkenissen vertoont met een band als Possession, wat natuurlijk niet verwonderlijk is. Het bijna tien minuten durende titelnummer is hier het beste voorbeeld van en bevat ook melodieuze accenten en enkele geweldige riffs zoals degene die op 7’12” de zinderende finale inluidt. “Endless devotion” bevat heel wat dynamiek en de galopperende drums stuwen het nummer rusteloos voort. In “Legends of Pururaucas” worden trage passages afgewisseld met vinnige uitbarstingen en een rockend refrein. Als kritische bemerking geef ik wel mee dat het de authentieke Inca-gezangen zijn die een herkenbare toets aan de nummers meegeven want enkele riffs in het eerste deel van “Last denial” zijn immers nogal onderling inwisselbaar met die van de andere nummers. Maar dat is slechts een kleine smet op het blazoen van Saqra’s Cult.

JOKKE: 80/100

Saqra’s Cult – The 9th king (Amor Fati Productions 2019)
1. The 9th king
2. Endless devotion
3. Legends of Pururaucas
4 Last denial

Ulvdalir – …Of death eternal

Het Russische Ulvdalir zette zich in 2008 op de internationale black metal-kaart door tegelijkertijd twee langspelers uit te brengen (“Flame once lost” en “Soul void“). Nadien volgde in 2011 nog de “Cold breath of apocalypse“-plaat die een grote progressie liet horen. Nadien bracht de band nog enkele EP’s, splits en een compilatie uit, maar op een nieuw volwaardig album was het acht jaar wachten. Die lange wachttijd heeft echter haar vruchten afgeworpen want met “…Of death eternal” starten de Russen het nieuwe jaar met glans. Nog even meegeven dat Ulvdalir samen met labelmakkers Khashm de “True Ingrian Black Metal Death inner circle” vormt, maar is twee bands niet wat zielig om van een inner circle te kunnen spreken? Soit, tussen de intro en outro prijken zes nieuwe nummers met een gemiddelde speelduur van zo’n zeven minuten die het orthodox black metal-label opgespeld kunnen krijgen (maar niet in occulte hocus pocus vervallen) en gelijkenissen vertonen met de Zweedse en Griekse school hoewel we ook die typische Russische hardvochtige insteek horen. “Awakening” is meteen een schoolvoorbeeld van hoe agressie en melodie hand in hand kunnen gaan. In “Black flame of will” geven rockgetinte riffs en de op-de-voorgrond-tredende basgitaar het nummer aan het einde een One Tail One Head-draai mee. In “Swords of Belial” gaat de voet aanvankelijk van het gaspedaal maar even later wordt ie toch weer ingedrukt zodat deze song een mooie dynamiek krijgt inclusief pakkende riffs en strak uitgevoerde drumpartijen. En opnieuw passeert halfweg zo’n heerlijk stuwend OTOH-stukje. Het mid-tempo “Birth of the beast” dient met haar slepend soleerwerk toch ook nog even onder de aandacht gebracht te worden en “Music of cold spheres” moet het hebben van haar scheurende solo’s en heavy metal-riffs. “Eternal angel of death eternal” vat met haar goed uitgevoerde dynamische mix van innemende melodieuze en venijnige black tenslotte nogmaals negen minuten lang samen waar Ulvdalir voor staat. Vladimir Uzelac (tevens ex-live-bassist bij Ulvdalir) voorzag de plaat van een krachtige productie met gedefinieerde drumsound en duidelijk hoorbare basgitaar (wat de Ulvdalir-sound al van in de begindagen kenmerkt). Deze productie past dit soort black als gegoten en de Servische knoppentovenaar bewijst dan ook dat er met zijn Wormhole Studio nog andere mogelijkheden bestaan dan de drukbezochte Necromorbus Studio. Kortom, Ulvdalir levert met “…Of death eternal” één van de sterkste platen ooit van Russische bodem af.

JOKKE: 85/100

Ulvdalir – …Of death eternal (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Intro
2. Awakening
3. Black flame of will
4. Swords of Belial
5. Birth of the beast
6. Music of cold spheres
7. Eternal angel of death eternal
8. Outro

Örmagna – Örmagna

De IJslandse geisers blijven maar nieuwe bands uitspuwen. Örmagna is er zo ééntje en hoewel de IJslandse scene om haar incestueuze praktijken gekend staat – er leven nu eenmaal slechts 330.000 mensen op het mysterieuze eiland waardoor het aantal black metal-muzikanten dus wel beperkt is – is er slechts één bandlid dat aan een andere band gelinkt kan worden en dat is zanger Örlygur Sigurðarson die we ook kennen van Naðra en Mannveira. Nadat de omineuze intro van hun gelijknamige debuut is weggeëbd, herkennen we de schuurpapieren strot van Örlygur meteen. Hoewel hij duidelijk niet de beste zangtechniek bezit, maakt hij dat goed middels een extra dosis passie, emotie en inleving. De black van het vijftal klinkt gestript en gezwind en komt erg ruw maar krachtig over dankzij de geslaagde mastering door Misþyrming’s Dagur Gonzales. Verwacht van begin tot einde echter geen dissonant feestje genre Svartidauði of een Sinmara tremolo- en blastfestijn want de black van Örmagna lijkt eerder een post-hardcore insteek te hebben wat bijvoorbeeld duidelijk hoorbaar is in het drumpatroon en de gitaarmelodie (inclusief atonaal riffje) in het titelnummer. De tien minuten durende epische afsluiter “Dansar saurs og saurlífis” bevat dan weer cleane zang en bakken meeneuriebare melodieën, zonder echter het rauwe randje uit het oog te verliezen. Als luistertip beveel ik “Náladoði” aan, een meer uptempo song vol tempowisselingen. Örmagna bewijst op haar debuut een veelbelovende nieuwe IJslandse kracht te zijn. Deze release is tevens één van de beste Signal Rex-uitgaven tot op heden.

JOKKE: 81/100

Örmagna – Örmagna (Signal Rex 2019)
1. Intro
2. Háskinn í Seljunum
3. Náladoði
4. Örmagna
5. 3 ár í dýflissu
6. Með lögum skal land brjóta
7. Dansar saurs og saurlífis

Musmahhu – Reign of the odious

Hallo. Nieuw Swartadauþuz materiaal. Doei. Vijf woorden waarin de komende review samen kan worden gevat: Swartadauþuz staat al jaren bekend om zijn sublieme black metal (Azelisassath, Beketh Nexëhmü, Mystik, Urkaos, Trolldom en leer de rest maar van buiten, ik ga ze niet blijven herhalen) maar deze keer lijkt één van Zwedens black metal genieën het anker over een andere boeg te gooien. Vorig jaar werd als voorsmaakje de Formulas of rotten death EP op ons losgelaten, een elf minuten durend opwarmertje om ons klaar te maken voor de even furieuze langspeler “Reign of the odious”. Het componerend brein lijkt de melodieuze black metal tijdelijk achter zich te laten en brengt nu een album waarbij opener “Apocalyptic brigade of forbidden realms” mij voor het eerst in tijden oprecht doet opschrikken. Na een ietwat voorspelbare intro wordt net buiten de maat een smerige, rollende riff ingezet die de toon zet voor de rest van het album: vuile, onwelriekende maar toch opzwepende death metal. In de promo-mail van Iron Bonehead Productions lezen we “Orthodox death metal is so dead, it’s undead and Musmahhu reanimates its corpse” en zo klinkt het ook. We krijgen de ene na de andere maagstomp te verwerken op een manier waar Grave Miasma trots op zou zijn: van subtiliteit is bij Musmahhu weinig sprake, of het moeten de dun bezaaide keyboardlijnen zijn die her en der doorheen de onstuitbare en chaotische death metal weerklinken. Ook qua productie staat “Reign of the odious” als een huis. In tegenstelling tot veel hedendaagse death metal klinkt Musmahhu niet plat geproduced maar vormen de vlijmscherpe drums en ronkende basgitaar een stevige fundering voor een spervuur aan riffs waarmee je met gemak een gans bataljon omver legt. Her en der komen de typische, slepende gitaarpartijen waarmee Swartadauþuz naam maakte (“Musmahhu, rise”) om de hoek piepen, maar over de gehele lijn genomen is Musmahhu het eerste project waarmee onze Zweedse vriend sterk van zijn vertrouwde sound afwijkt, en er met verve in slaagt een oerdegelijk, halfverrot death metal album uit te brengen. De nodige blackened randjes zijn logischerwijs nog steeds aanwezig, maar fans van Grave Miasma, Irkallian Oracle en Pseudogod zullen zeer zeker aan hun trekken komen met Reign of the odious”.

CAS: 86/100

Musmahhu – Reign of the odious (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Apocalyptic brigade of forbidden realms
2. Musmahhu, rise
3. Slaughter of the seraphim
4. Burning winds of purgatory (mellanspel)
5. Reign of the odious
6. Spectral congregation of anguish
7. Thirsting for life’s terminus

Perverticon – Viert het kwaad in al haar vormen

2019 is nog maar net begonnen of we zijn al onder de indruk van “Wounds of divinity” de tweede plaat van Perverticon. Zowel qua songwriting als qua productie doet het nieuwe album van de Zweden de oude Scandinavische black metal-scene van 1996 tot 1999 herleven. “Wounds of divinity” combineert betoverende melodieën en agressie middels een bedachtzame dynamische songwriting. Perverticon brengt tevens een zekere flair voor het dramatische, deels binnen de contouren van haar songs, maar vooral in haar visuele presentatie wat “Wounds of divinity” ook een modern kantje geeft. We namen contact op met Necrosadistic Elite, de gitarist en bassist van Perverticon om meer inzicht te geven in het universum van de band. (JOKKE)

The English version of the interview can be found here.

Alvorens het over de nieuwe plaat te hebben wil ik even terugkeren naar het ontstaan van Perverticon.Was er een zekere drang of behoefte die vervuld diende te worden door met de band te starten?
Vooral de drang naar een creatieve uitlaatklep om eerlijk te zijn. Voor mij persoonlijk is Perverticon een manier om samen met gelijkgestemde muzikale zielen iets te creëren en te zien hoe dat uitdraait.

De bandnaam is een samenvoeging van de woorden ‘pervers’ en ‘icoon’. Moeten we dit zien als een verwijzing naar de Katholieke Kerk, wat mij betreft één van de meest perverse iconen van deze wereld?
Niet exclusief, hoewel de donkere geschiedenis van de Katholieke Kerk een belangrijke inspiratiebron is voor wat we doen. De bandnaam kan dus zeker op dit instituut toegepast worden. Het merendeel van onze teksten gaat over het vieren van het kwaad in al haar vormen en het kwade dat gepleegd wordt in de naam van het goede brengt contrast en diepte in deze thematiek.

Op één van jullie bandfoto’s draagt één lid een bivakmuts die besmeurd is met corpsepaint, een ander lid verbergt zijn tronie onder een kap en de derde draagt een masker van een varken. Hoe belangrijk is de visuele presentatie van de band?
In het volledig plaatje is dit waarschijnlijk het minst belangrijke element. We hadden er net zo goed voor kunnen kiezen om geen bandfoto’s in het CD-boekje te steken. Maar aangezien black metal een sterke traditie heeft op vlak van bandimago zou dat nogal povertjes geweest zijn in ons geval. Wie er achter deze maskers schuilgaat is echter van geen belang.

Jullie debuut “Extinguishing the flame of life” dateert reeds uit 2013. Waarom duurde het zo lang om met een opvolger te komen?
Ons dagelijks leven laat het simpelweg niet toe om al onze tijd in Perverticon te steken. We hebben bijna alles zelf gedaan en we werken over ’t algemeen nogal traag. Het vroeg heel wat tijd om de songs te schrijven en op te nemen. Daarna vergde ook het ontwerpen van het artwork en het zoeken van een geschikt label wel wat tijd. Op deze manier ben je al snel enkele jaren verder.

Ik moet zeggen dat ik danig onder de indruk was van “Wounds of divinity“. Op basis van het label (Iron Bonehead), de bandnaam en (om eerlijk te zijn) de nogal infantiele aliassen van de bandleden, verwachtte ik eigenlijk een bestial/war metal-band, niet meteen mijn favoriete niche binnen extreme metal. Groot was mijn verbazing dan ook toen ik ontdekte dat Perverticon de traditionele melodieuze Scandinavische black metal-scene eert. Dit bewijst nog maar eens dat het belangrijk is om zonder vooroordelen naar een band te luisteren, niet?
Bedankt voor de appreciatie! Hoewel geen van ons drie een specifieke voorliefde heeft voor war metal, trekt die “meer is meer”-esthetiek van het genre ons wel aan, of je dat nu kinderachtig vindt of niet. Het is moeilijk om, al dan niet bewust, geen vooroordelen te hebben, maar het is waarschijnlijk al een eerste stap om dat op zijn minst te beseffen en misschien ook te proberen vermijden.

Vergeleken met jullie debuut hoor ik minder Gorgoroth-aanbidding en meer invloeden van bands als Craft, Dawn, Dissection, Setherial en Tsjuder. Welke bands dragen jullie hoog in het vaandel qua voedingsbodem voor het Perverticon-geluid?
Ik denk niet dat iemand van ons sinds de laten jaren ’90 nog naar Setherial heeft geluisterd, laat staan een band als Tsjuder. Voor de rest sla je de nagel op de kop qua referenties. Ik zou aan het rijtje ook nog Malign, Sorhin, Funeral Mist en Deathspell Omega willen toevoegen.

Jullie komen best professioneel over. Ik kan me dan ook moeilijk voorstellen dat dit jullie eerste band is. Hebben jullie een verleden in andere projecten?
Twee leden hebben nog in andere bands gespeeld in het verleden, maar we willen dit gescheiden houden van Perverticon zodat de luisteraar zonder vooroordeel kan luisteren. Ik ga dus geen namen noemen.

Het geluid van de plaat past perfect bij jullie muziek. Waar werd “Wounds of divinity” opgenomen?
De drums werden op een paar dagen tijd opgenomen in een professionele studio, al de rest deden we zelf in onze oefenruimte. Alle opnames gebeurden zonder inmenging van buitenstaanders, maar de mix gaven we wel uit handen. Om terug te komen op je vraag over de lange tussenpauze tussen de twee platen: het voelt erg comfortabel als je geen druk ondervindt door hoge dagtarieven van een studio en je dus alles beetje bij beetje kan opnemen.

Ben je 100% tevreden over het eindresultaat of zijn er dingen die je bij een volgend album anders zou doen?
Na ontelbare luisterbeurten is het voor mij moeilijk om de plaat nog objectief te analyseren of om er commentaar op te geven zonder veel te diep in detail te moeten gaan. Ik denk niet dat iemand ooit 100% tevreden over iets kan zijn. Het is misschien ook beter om dat oordeel over te laten aan de luisteraar.

Voor mij liggen de sterktes van Perverticon in het gevoel voor catchy melodieën (zonder de agressie uit het oog te verliezen) en de ‘hooks’ van de drumlijnen. Hoe komt een Perverticon-song tot stand en welk nummer was het moeilijkste of gemakkelijkste om te schrijven?
Tot op heden schrijf ik alle gitaarpartijen waarna we alle drie in ons repetitiekot samenkomen om alle partijen in mekaar te passen en er songs van te maken. Eigenlijk zijn alle nummers tot op zekere hoogte moeilijk om te schrijven aangezien ze binnen eenzelfde sound moeten vallen maar tegelijkertijd ook gevarieerd en boeiend moeten klinken. Het is ook een dunne scheidingslijn tussen geïnspireerd zijn door een bepaalde band of die schaamteloos kopiëren. Maar eigenlijk vind ik muziek schrijven eenvoudiger dan teksten neerpennen. Het is best een uitdaging om met een betekenisvolle tekst op de proppen komen die voldoende woorden bevat om zes minuten vol te zingen zonder in herhaling te vallen.

Ik vind de albumcover van “Wounds of divinity” erg geslaagd. Wie ontwierp het artwork?
De albumhoes is volledig van de hand van onze drummer en zanger O.S. We zijn er erg tevreden over.

Afgaand op het artwork en de album- en songtitels, lijkt er een sterk (anti-)religieus thema te zijn. Ik beschik echter niet over songteksten en vroeg me af of jullie Perverticon als een orthodoxe black metal-band beschouwen, zijnde een band die Satan als een legitieme metafysische entiteit beschouwt en daardoor ook het bestaan van een Christelijke God erkent?
Het korte antwoord is neen, we beschouwen Perverticon niet als een orthodoxe black metal-band in de religieuze zin van het woord. Speculeren over het bestaan van goden gaat ver boven ons hoofd, we zijn immers verre van theologen. Of wel zelf al dan niet gelovig zijn beschouwen we als iets persoonlijks. We doen hier dus ook geen uitspraken over.

Hebben jullie al opgetreden met Perverticon? Komen er shows ter promotie van de nieuwe plaat?
We hebben één keer live gespeeld in een private context op vraag van enkele kennissen. Om de nummers live alle eer aan te doen, hebben we minstens één extra bandlid nodig en dat zien we niet snel gebeuren. Het is al moeilijk genoeg om de tijd te vinden om met ons gedrieën te repeteren en op te nemen, laat staan om iemand te vinden waarmee we overweg kunnen of die met ons overweg kan.

Zullen we opnieuw zes jaar moeten wachten op een opvolger?

Moeilijk te zeggen, maar ik zou niet aanraden om je adem tot dan in te houden.

Tot slot, welke vijf platen uit 2018 kan je aanraden?
Wat black metal betreft vinden we alle drie dat Shadow Records enkele sterke releases heeft uitgebracht vooral “Universal hate speech” van Terrestrial Hospice en de Ultra Silvam-demo. Verder nog Funeral Mist’s “Hekatomb”, Craft’s “White noise and black metal” en “Scythe and sceptre” van Monstraat.

Perverticon – Wounds of divinity

Iron Bonehead Productions staat bekend om haar grote lading bestial/war metal bands, wat niet meteen mijn meug is. Toen ik de naam Perverticon zag passeren, vermoedde ik dan ook godslasterlijke klanken die in het Blasphemy-straatje zitten. De stupide aliassen die de bandleden aannemen beloofden ook niet veel goeds: Omnicremationist Supreme op drums en zang, Uncleanest Invictus op gitaar en Necrosadistic Elite op gitaar en bas. Van infantiele metalclichés gesproken! Groot was echter mijn verbazing toen ik “Wounds of divinity“, de tweede Perverticon plaat, opzette. Het powertrio is er namelijk in geslaagd om een authentiek klinkende plaat uit te brengen die de Scandinavische (en dan vooral Zweedse) black metal-scene van de tweede helft van de jaren negentig eert, zonder echter klakkeloos te kopiëren. We horen echo’s van Craft, Dawn, Dissection, Setherial en Tsjuder en minder Gorgoroth-worship zoals op de eerste langspeler “Extinguishing the flame of life” en promo uit 2013. Dé grote sterkte van de band is het gevoel voor ritme, dynamiek en melodie die ze in de negen anti-christelijke nummers heeft weten inbouwen. Zo bevat bijna elke song wel een catchy melodie of hook waarvan je de begeleidende drumlijnen met je vingers mee tokkelt, zonder dat er aan agressie ingeboet wordt. De cryptische melodieën van “An absence of all but ashes“, het met allerhande samples doorspekte “Cold embrace of sanctity“, het mid-tempo rollende “The cease of absolution“, het relatief korte “Breath of sulphur (Aura of flies)“, het dynamische “Extracorporeal climax” en de van een intrigerende titel voorziene afsluiter nestelen zich tussen je twee oren waardoor je keer op keer die play-toets opnieuw wil indrukken. De bandleden musiceren uitstekend en de moderne productie die “Wounds of divinity” werd aangemeten, doet de Zweden ook professioneler overkomen dan wat je op basis van de bandfoto’s zou denken. Perverticon leerde me met “Wounds of divinity” dat je met vooroordelen niet ver komt. Schitterende plaat!

JOKKE: 86/100

Perverticon – Wounds of divinity (Iron Bonehead Productions 2019)
1. Thirsting for rain
2. An absence of all but ashes
3. Cold embrace of sanctity
4. The cease of absolution
5. Divine amusement for pitiless God
6. The apostate’s communion
7. Breath of sulphur (Aura of flies)
8. Extracorporeal climax
9. Holy gifts from skinless hands