Forbidden Temple – Unholy rehearsal 2019

Rehearsal tapes; in lang vervlogen tijden verspreidden ze zich als een lopend vuurtje doorheen de metalen ondergrond. Anno 2020 lijken ze in het digitale tijdperk op sterven na dood te zijn. Dat is echter zonder enkele uitzonderingen gerekend die zich in de diepste krochten van de black metal-wereld bevinden. Vorig jaar bespraken we hier immers reeds een rehearsal tape van Dodenbezweerder en ook Forbidden Temple laat ons nu mee genieten van een intro en drie nieuwe songs die op een repetitie vastgelegd werden. Hoewel er ten opzichte van de vorige demo’s – onze landgenoten hebben precies nog steeds niet veel zin om voor een langspeler te gaan – niet veel aan het recept veranderd is, is het songschrijven er duidelijk op vooruit gegaan. Dat resulteert in een lading veelal mid-tempo black met ongecompliceerde maar pakkende riffs en melodieën waarbij toetsen niet uit den boze zijn. Up-tempo passages zoals in het geweldige “From the shroud of evil” worden echter niet vergeten en zorgen voor de nodige dynamiek. In “Forest wargod” houdt zanger/drummer Agaliarept een rustiger tempo aan en de riffs van Tenebrae en L.’ toetsenpartijen zijn best catchy te noemen. “Voices from beyond” lijkt terug voor een wat pittigere insteek te gaan, maar al snel verkiest het trio een mid-tempo aanpak om haar archaïsche klanken te verspreiden. Laat u niet afschrikken door het feit dat dit repetitieopnames zijn want Forbidden Temple heeft nog nooit zo “goed” geklonken als op deze onheilige sessie. Vrees ook niet dat de heren nu plots een pak toegankelijker klinken want Forbidden temple klinkt nog steeds vuig, groezelig en eerlijk. De tape wordt deze keer via Gramschap in plaats van Medieval Prophecy Records uitgebracht en is een aanrader voor eenieder die pure ouderwetse black aanbidt. Extra punten voor de übertrve zwart-wit geschminkte gezelligaard die lekker evil op zijn troon zit te poseren.

JOKKE: 82/100

Forbidden Temple – Unholy rehearsal (Gramschap 2019)
1. Intro
2. From the shroud of evil
3. Forest wargod
4. Voices from beyond

Greve – Nordarikets strid

Wanneer ik materiaal van de hand van zwartkunsttovenaar Swartadauþuz te horen krijg, waan ik me steevast terug ergens midden jaren negentig. Er zijn maar weinig black metal-muzikanten die zo’n bodemloos vat aan creativiteit zijn en niet op een middelmatige release betrapt kunnen worden. En dat is heel wat als je weet dat deze Zweed al meer dan zestig releases uitpoepte (ja, ik ben ze met mijn telraam in de hand gaan tellen op Metal Archives) met tal van acts waarvan Azelisassath, Bekëth Nexëhmü, Digerdöden, Gnipahålan, Musmahhu, Muvitium, Mystik en Daudadagr de bekendere zijn. In het geval van Greve beroert Swartadauþuz alle snaarinstrumenten en keyboards en wordt hij op zang bijgestaan door Lik waarmee hij tot 2016 bij Bekëth Nexëhmü samenwerkte en de Finse drummer Lima, gekend van o.a. Azaghal en Hautakammio. In 2019 verscheen Greve’s veelbelovende EP “Nidingsdåd utav det Uråldriga” en diens twee songs deden ons volop watertanden naar meer. In de vorm van “Nordarikets strid” volgt gelukkig al snel een volwaardige langspeler die naast een intro en outro – obligaat bij dit type door keyboards voortgedreven zwartmetaal – een cover van een Gnipahålan demosong en een nummer van de EP (“I svarta solens magi“) ook nog vier nieuwe composities bevat. En die zijn opnieuw om van te smullen. Greve’s atmosferische black metal is muziek voor eenzame wolven die bij nachte door duistere wouden trekken om schaapjes van onoplettende herders aan hun tanden te rijgen. Het spectrale klankenpallet dat ons veertig minuten lang betovert, schildert een dromerige en mystieke sterrenpracht op een gitzwart nocturnaal canvas alsof Greve een kosmische sleutel naar lang vervlogen tijden op zak heeft. U snapt de omschrijving ongetwijfeld. Lik’s vocalen beslaan een uitgebreid krijs- en fluisterpallet, gaande van bijtend hoge tot bestiale lage regionen, maar doorgaans produceert hij gortdroge hoge ijselijke screams die voor sommigen misschien een te hoog Donald Duck-gehalte zullen bevatten. Ik vind het in elk geval geweldig evil klinken. De keuze om in de vorm van “Ur nordiskt vrede” een nummer van één van je eigen andere bands te coveren, vind ik wel een tikkeltje vreemd, zeker aangezien deze song veruit de rustigste en meest dromerige is die er op “Nordarikets strid” prijkt. Het zorgt echter wel voor wat afwisseling in Greve’s keizerlijke authentieke en magische black. Dit is pure Nordic black metal art. Het eerste hoogtepunt van 2020 is een feit.

JOKKE: 88/100

Greve – Nordarikets strid (Purity Through Fire 2020)
1. Intro
2. Vid dödens tröskel
3. Nordarikets strid
4. I svarta solens magi
5. Det gamla rikets ruin
6. Ur nordiskt vrede (Gnipahålan cover)
7. Offerbal till gudarna
8. Outro

Witch Trail – The sun has left the hill

Naast, of net door het feit dat Laurens en Jeffrey me regelmatig voorzien van financiële en andere katers zou een mens bijna vergeten dat de heren er samen met Hendrik ook nog een orkestje op nahouden. Witch Trail heet het beestje, en zijn aard is diffuus en moeilijk te omschrijven. Met “The sun has left the hill” zijn de heren aan hun tweede full length toe, waarop ze de eigenzinnige weg die ze na hun blackthrash-verleden hebben ingeslagen verder bewandelen. Roze albumhoezen zijn sinds 2013 in, en wat het Gentse trio ons visueel toont is even moeilijk te omschrijven als eender welke genredefiniëring die we op de band kunnen plakken. Mijn beste gok is een lsd-tab omringd door de visuele effecten ervan, en daarmee zitten we eigenlijk niet ver van de omschrijving van de muziek af. Naast de overduidelijke fundering die uit het black metalboekje wordt gehaald experimenteren de heren gretig met invloeden uit sludge, grunge, krautrock en wat nog. Opener “Sinking” knalt er meteen vrij uptempo in waar heldere leads in schril contrast staan met de beukende blastbeats en Jeffreys getormenteerd gekrijs, en zet meteen de toon voor het komende halfuur aan geëxperimenteer en eclecticisme. Dat Laurens niet kan tellen hoor je er niet aan, want zijn drumspel zit retestrak – wat ik ook kan beamen na een zweterige, broeierige releaseshow in een veel te klein café in november. Met “Stupor” gaan de heren een meer speelse, haast funky kant op en wordt zowaar een postpunk nummer in de plaat verwerkt. “Silent running” wordt dan weer sludgy op gang getrokken alvorens postrockgewijs op te bouwen richting “Afloat”, waarin halfweg een stuk pure manie – compleet met overslaande krijsen wordt ontketend, om daarna enkele gitaarsolo’s uit de mouw te schudden. Afsluiter “Residue” is meteen ook het meest tegendraadse nummer op een toch al eigenwijze plaat. Dankzij de garage-achtige sound (ingeblikt bij Go To Eleven) krijgt het geheel een rauw en vuil kantje mee. “The sun has left the hill” is geen spek naar ieders bek, maar liefhebbers van intrigerende, genre-combinerende en inventieve muziek zullen bij herhaalde luisterbeurten steeds iets nieuw ontdekken tijdens deze halfuur durende trip, die fysiek vereeuwigd werd dankzij Consouling Sounds en Babylon Doom Cult Records. Licht verteerbaar is het allemaal niet, maar dat houdt het net interessant. Zonder blikken of blozen kan gesteld worden dat mijn geliefde Gentse scene springlevend is, en Witch Trail is hier één van de voortrekkers van!

CAS: 83/100

Witch Trail – The sun has left the hill (Consouling Sounds & Babylon Doom Cult Records, 2019)
1. Sinking
2. Watcher
3. Stupor
4. Lucid
5. Silent running
6. Afloat
7. Residue

Porta Nigra – Schöpfungswut

Daar waar de eerste twee albums van het Duitse Porta Nigra me wat te avantgardistisch klonken – dat is steeds een dubbeltje op zijn kant bij mij – neigt het duo O. (drums en zang) en Gilles de Rais (snaren, teksten en songwriting) op diens derde langspeler “Schöpfungswut” eerder naar straightforward, furieuze en monumentale black metal. Voor de gelegenheid werd dan ook Tongue, oprichter van Chaos Invocation (waar O. in het verleden bij drumde), erbij gehaald om het geheel in te zingen. Op veelvuldige theatrale heldere zangkoren of Duitse parlando partijen na, zoals in het cinematografische en bij momenten haast operesque “Die Augen des Basilisken” wordt op deze derde langspeler weinig buiten de lijntjes gekleurd en ook het eclecticisme dat het oude werk typeerde is ver te zoeken. Some will love it, some will hate it. Ik behoor tot de eerste groep. Porta Nigra besteedt veel aandacht aan het verhalend karakter van diens black metal wat resulteert in een gemiddelde speelduur van zo’n acht minuten. Er gebeurt heel wat in de dynamische songs zonder dat de overgangen abrupt of onnatuurlijk klinken en het geheel in het van het verleden gekende eclecticisme ontaard. Gilles de Rais zit er niet om verlegen om melodieuze leads in de composities te integreren als tegengewicht voor de de agressieve uitbarstingen waarin O. volle gas kan geven. Qua sound zit alles deze keer snor dankzij Markus Stock en zijn Klangschmiede Studio E waardoor de plaat knalt en de snelle blastpartijen ,zoals die van de afsluitende titeltrack, overzichtelijk blijven. Thematisch gezien kiest Porta Nigra op “Schöpfungswut“, wat zoveel betekent als “woede omtrent de Schepping“, zoals steeds voor aan Fin de Siècle-verbonden decadente onderwerpen. Ganz geil.

JOKKE: 81/100

Porta Nigra – Schöpfungswut (Soulseller Records 2019)
1. Die Kosmiker
2. Das Rad des Ixion
3. Die Augen des Basilisken
4. Die Entweihung von Freya
5. Unser Weg nach Elysium
6. Schöpfungswut

Svarttjern – Shame is just a word

Na in de eerste zes levensjaren drie demo’s te hebben uitgebracht, gaat het Noorse Svarttjern sinds 2009 resoluut voor langspelers. Via Soulseller Records bereikte ons “Shame is just a word“, de vijfde volwaardige plaat ondertussen al, nadat er vier jaar verstreken sinds voorganger “Dødsskrik“. Svarttjern is zo’n band die ik bij elke plaat wel eens even aandacht schenk, maar nadien al snel in de vergetelheid geraakt. Dit is te wijten aan het feit dat ik het Noorse kwintet als een goede middenmotor beschouw in het drukbezette bataljon aan bands als zijnde Ragnarok (waarvoor zanger HansFyrste ooit twee platen inzong), Nordjevel, Djevelkult en Hovmod. De band kiest immers steevast voor een nogal generieke sound en productie en de muziek wordt volgens het boekje gebracht, maar weet niet te beklijven. Dat de vier musicerende kerels, waarvan er drie in de huidige line-up van Carpathian Forest terug te vinden zijn, kunnen spelen staat buiten kijf, maar waar zijn die pakkende riffs en bovenal de atmosfeer? Het groovende en van een blitse solo voorziene “Ment til å tjene” krijgt me nog wel aan het bewegen en ook de tremolo-riffs in het mid-tempo “Melodies of lust” kunnen ermee door, maar échte krakers blijven uit. In “Ta dets drakt” redt HaanFyrste de song middels zijn gevarieerde vocalen van de middelmaat. Het moge in nummers als “Frost embalmed abyss” en de titeltrack duidelijk zijn dat Svarttjern’s riffraamwerk een hoge dosis rock ’n roll en thrash bevat, getuige ook een coverversie van “Bonded by blood” van Exodus. Voor dit type goed geproduceerde en strak uitgevoerde black metal is zeer zeker een publiek en Svarttjern hoeft zich allerminst te schamen voor deze plaat, maar voor mij mag het toch wat uitdagender, origineler, atmosferischer en afwijkender zijn.

JOKKE: 77/100

Svarttjern – Shame is just a word (Soulseller Records 2020)
1. Prince of disgust
2. Ment til å tjene
3. Melodies of lust
4. Ta dets drakt
5. Frost embalmed abyss
6. Ravish me
7. Bonded by blood
8. Shame is just a word

Empire Of The Moon – Εκλειψις

Zoals de bandnaam aangeeft, draait het occulte concept van Empire Of The Moon rond de maan. Zo kan de titel van het uit 2014 daterende debuut “Πανσέληνος” als ‘volle maan’ vertaald worden en de nieuwe tweede langspeler kreeg de titel “Εκλειψις ” mee, wat Grieks is voor ‘eclips’. Nu is het trio geen black metal-fabriek dat aan de lopende band platen aflevert want tussen de eerste demo en het debuut lag een gapend gat van maar liefst zeventien jaar (!) en ook tussen beide langspelers nestelde zich een winterslaap van zes jaar. Ondertussen hield gitarist/bassist/zanger R.W.Draconium zich wel nog bezig met Chaosbaphomet en keyboardspeler S.V.Mantus met Wampyrinacht, twee acts die niet meteen een kerkbelletje doen rinkelen. Empire Of The Moon speelt black metal die van een heuse thrash-injectie voorzien is, dat maakt “Imperium tridentis” van meet af aan duidelijk. Wat nog opvalt is de werkelijk gortdroge krijszang van Ouroboros die wel wat weg heeft van Pest (ex-Gorgoroth). Melodieuze lead-partijen moeten voor wat tegengewicht zorgen in de bij momenten hondsdolle voortrazende riffs zoals die van het eerste deel van het vierluik “Per aspera ad lunae“. Qua intensiteit kan Empire Of The Moon zich meten met een band als 1349. Opnieuw een Noorse referentie dus, want met de gekende Helleense black metal-sound hebben deze Grieken niet veel van doen of het moest in het licht-ritualistische “Devi maha devi” zijn. In het vervolg van het centraal staande vierdelige nummer “Per aspera ad lunae” wordt meer aandacht besteed aan melodieuzere passages. Zo bevat het derde deel ondersteunende toetsen die eigenlijk best weinig ingezet worden om een volbloed keyboardspeler in de gelederen te hebben. Het sluitstuk “Son of fire” klokt op net geen tien minuten af en kan gerust als het meest epische nummer op deze plaat bestempeld worden waarbij licht symfonische elementen, koorgezangen en emotioneel geladen atmosfeer de thrashy black verder kleur geven. Qua sound krijgen we een dichtgeplamuurde productie met weinig ademruimte voorgeschoteld waarbij de bastonen uit de bocht gaan wanneer het volume ietwat opengedraaid wordt. Jammer, want een ietwat meer organische sound had beter gepast. Ook de vocalen beginnen na een tijdje wel wat tegen te steken. Ouroboros gooit links en rechts wel eens een helder stukje koorzang in de strijd, maar wanneer hij voluit screamt mis ik de nodige afwisseling en dynamiek. Voor de rest geen klachten over “Εκλειψις“.

JOKKE: 75/100

Empire Of The Moon – Εκλειψις (Iron Bonehead Productions 2020)
1. Arrival
2. Imperium tridentis
3. Per aspera ad lunae – I. The resonance within
4. Per aspera ad lunae – II. Two queens appear
5. Per aspera ad lunae – III. Descending
6. Devi maha devi
7. Per aspera ad lunae – IV. Son of fire

Phlegethon's Majesty – Downward journey to Tartaros domains

We keren nog even terug naar de laatste dagen van 2019 want op kerstdag bracht Medieval Prophecy records twee interessante tapes uit: de eerste demo van Effroi en eveneens een eerste demotape voor Phlegeton’s Majesty waarin enkele leden van Crypts Of Wallachia huizen, namelijk gitarist Prizrak en bassist Zabrava. De keyboards die deels de sound van Crypts Of Wallachia vormen, blijven bij dit Phlegeton’s Majesty achterwege. Het label haalt invloeden van een Clandestine Blaze, Legion of Doom en Darkthrone aan, drie referenties waarin we ons wel kunnen vinden. De vier nummers zijn van overtollig vet gestript en grijpen terug naar de essentie van black metal: grimmige riffs, ijskoude atmosfeer, demonische en haatvolle vocalen en energiek drumwerk. De repetitieve trance opwekkende riffs van opener “Sibyl’s blood-magick divination” missen hun effect niet en transporteren je terug in de tijd waarin black metal niet onderhevig was aan allerlei hippe trends. De drie volgende nummers liggen in elkaars verlengde en dat is meteen ook de enige kanttekening die ik maak: iets meer variatie zou welgekomen zijn want nu is het al vrij moeilijk om de songs onderling te onderscheiden, en het zijn er slechts vier. In “Acherontic endless pilgrimage” ontwaar ik wel een melodieuze gitaarlead-achtige partij waarvan er best meer mogen geïntegreerd worden in toekomstige composities. Net zoals op Crypts Of Wallachia’s “Drifting in the devil’s maze” is de sound van “Downward journey to Tartaros domains” erg goed voor een demo met extra aandacht voor de klanken in de lage regionen; geen superschel geluid dus. Thematisch gezien wordt er inspiratie gevonden in de Griekse mythologie. Zo verwijst de bandnaam naar een rivier die in Hades, de Griekse onderwereld, vloeide. De titel van de demo bevat dan weer een referentie naar de Griekse hel. Sterk spul van opnieuw een nieuwe speler in onze bloeiende black metal-scene. En extra punten voor Medieval Prophecy Records die een groot aandeel heeft in de aanvoer van nieuw Belgisch black metal-talent.

JOKKE: 81/100

Phlegethon’s Majesty – Downward journey to Tartaros domains (Medieval Prophecy Records 2019)
1. Sibyl’s blood-magick divination
2. Drowning in the Cocytus maelstroms
3. Nekromanteion stygian gateways
4. Acherontic endless pilgrimage