Met “Omnicide – Chapter I” onder de welriekende oksel keert Terrestrial Hospice drie jaar na voorganger “Caviary to the general” terug met een album dat weinig interesse toont in het bewandelen van platgetreden paden. De Poolse kern bestaande uit Skyggen (o.a. Tortorum, ex-Gorgoroth, ex-Aeternus) en Behemoth-drummer Inferno heeft dan ook weinig introductie nodig. Beiden verdienden hun sporen in een indrukwekkende reeks bands, maar Terrestrial Hospice lijkt toch vooral een uitlaatklep voor een eigen muzikale en filosofische visie te willen zijn.

Die eigenheid vertaalt zich in een vorm van black metal die zich niet zomaar laat vastpinnen op het aloude onderscheid tussen old school en new school, maar zoekt evenmin experimentele oorden op. “Omnicide – Chapter I” klinkt vooral intens en onheilspellend met een nadruk op destructieve kracht en een duistere atmosfeer. Nummers als “Call of the void” en “Menace” hebben iets meedogenloos, maar vervallen daarbij niet in een wedstrijdje wie het snelst of het hardst uit de hoek kan komen en laten zich verderop soms van een totaal andere kant zien. Ondanks het feit dat Inferno de drumkruk bezet, zit er dus duidelijk meer achter de agressie dan louter spierballengerol.

Dat wordt al meteen mooi geïllustreerd met de opener “Phosphoric salvation” die op plaat een twee minuten durende intro meekreeg die in onderstaande stream echter achterwege bleef. Deze intieme inleiding maakt vervolgens plaats voor een omineus vervolg waarin agressie, meer melodieuze passages en smaakvol drumwerk mooi hand in hand gaan. “Serpents in the grass” is geen onstuimige gifaanval, maar een mid-tempo song vol onderhuids venijn dat in de vorm van een melodieuze gitaarlead tot een climax komt. In afsluiter “The gospel of obedience” zorgt grand piano voor een atmosferische toets.

Een van de sterkere punten van het album is dat Terrestrial Hospice niet krampachtig probeert een bepaalde periode of scene te reconstrueren, maar black metal eerder als vertrekpunt gebruikt voor muziek die rauw, dreigend en in zinderende tracks als “The couloir of despair” en “Depraver (Black invocation)” ronduit overweldigend klinkt. De ervaring is daardoor (verrassend genoeg!) minder nostalgisch dan je op basis van de achtergrond van de muzikanten misschien zou verwachten.

Ook de aanwezigheid van Inferno achter de drums blijkt geen louter promotioneel verkoopargument. Zijn spel geeft de nummers een stevige ruggengraat en draagt bij aan het gevoel van constante dreiging. Toch draait “Omnicide – Chapter I” niet uitsluitend rond technische kwaliteiten. De kracht van het album zit vooral in de manier waarop de verschillende elementen samen een beklemmend geheel vormen. Tevens valt op dat de band zelden in hetzelfde register eindigt als datgene waarin het een nummer begon.

De filosofische en spirituele thematiek die rond Terrestrial Hospice wordt opgebouwd, sluit daar naadloos bij aan. Het nihilisme en de vervreemding die in de teksten en presentatie doorschemeren, worden niet als goedkoop imago uitgespeeld. En muzikaal gezien weet de band voldoende overtuiging aan de dag te leggen om die donkere visie geloofwaardig te maken.

Terrestrial Hospice bewijst met “Omnicide – Chapter I” dat ervaring niet noodzakelijk hoeft te leiden tot voorspelbaarheid. Integendeel, de muzikanten gebruiken hun jarenlange ervaring om een album neer te zetten dat vooral compromisloos en intens wil zijn. Geen nostalgische trip naar de jaren ’90, evenmin een poging om met de nieuwste trends mee te hollen. Terrestrial Hospice kiest voor zijn eigen weg en dat levert een behoorlijk intrigerende en verontrustende plaat op.

JOKKE: 83/100

Terrestrial Hospice – Omnicide – Chapter I (Edged Circle Productions 2026)
1. Phosphoric salvation
2. The couloir of despair
3. Call of the void
4. Serpents in the grass
5. Menace
6. Depraver (Black invocation)
7. Drowning spirit
8. The gospel of obedience