Worm is een Amerikaanse metalband uit Florida die sinds 2012 actief is. Hun geluid laveert tussen black, death en doom metal en resulteert in een zware, duistere maar vaak ook uitgesproken atmosferische sound. Wat begon als het eenmansproject van Phantom Slaughter (oftewel Nicholas Radelat), die zowel zang als instrumentatie voor zijn rekening nam, groeide later uit tot een volwaardiger geheel toen de Canadese gitarist Wroth Septentrion (Philippe Tougas, die hier recent nog opdook met Zeicrydeus) zich bij de rangen voegde. Die toevoeging zorgde ervoor dat de composities meerdere richtingen begonnen uit te waaieren. Live staat Worm bekend om een theatrale en intense presentatie, met visuals en videoclips die de groteske kant van extreme metal niet schuwen.
Na jaren van demo’s en releases via undergroundlabels als Iron Bonehead Productions en 20 Buck Spin heeft de band voor Necropalace onderdak gevonden bij Century Media Records. Dat zal ongetwijfeld voor extra exposure zorgen. Muzikaal wordt de zwartgeblakerde death/doom van eerdere platen als “Evocation of the black marsh” (2017), “Gloomlord” (2019) en “Foreverglade” (2021) op deze vierde langspeler grotendeels ingeruild voor een nadrukkelijke symfonische blackmetalbenadering met langere composities en uitgesproken theatrale flair.
De invloeden liggen er daarbij vingerdik op. Vooral de grandeur van Dimmu Borgir ten tijde van “Enthrone darkness triumphant” en “Spiritual black dimensions” schemert prominent door, aangevuld met echo’s van Covenant, Bal-Sagoth, Limbonic Art, Arcturus en Thy Serpent. De keuze om met coverartiest Andreas Marschall in zee te gaan, werd eveneens ingegeven doordat de hoezen voor ondermeer “Godless savage garden” en “Nexus polaris” van zijn hand zijn. Bovenop die duidelijke symfonische invloeden komt een portie virtuoos neoklassiek soleerwerk — iets waar wij doorgaans spontaan jeuk van krijgen. Vooral in het ruim veertien minuten durende sluitstuk “Witchmoon: The infernal masquerade” wordt ons geduld danig op de proef gesteld. Wanneer sessiegitarist Marty Friedman (ex-Megadeth; een band waar we nooit iets mee gehad hebben) zijn minutenlange fretboard-acrobatiek bovenhaalt, begint ons maagzuur gevaarlijk te borrelen. De tongue-in-cheek VHS-esthetiek van de bijhorende video past dan weer wonderwel bij het bombastische karakter van het nummer.
Worm schakelt vlot tussen groezelige, beklemmende passages en bombastische, haast opera-achtige erupties. De titelsong bouwt gestaag op rond melancholische melodieën, flirt met gothic metal en explodeert vervolgens in wederom heel wat gitaargeneuzel waar we het groengespikkeld schijt van krijgen. Ook elders heel wat gitaarmasturbatie, maar gelukkig doorgaans beter gedoseerd. De warme en dynamische productie laat elk instrument ademhalen, wat bijdraagt aan de wezenlijke driedimensionaliteit van de soundscapes. Het geluid is rijk geornamenteerd en duidelijk opgebouwd rond dramatische spanningsbogen en contrastwerking. Toch blijven we met gemengde gevoelens achter. Hoe nadrukkelijk de knipoog richting Shagrath en co ook is, de songs missen vaak een echt beklijvende kern. Riffs, synthlijnen en melodieën glijden te gemakkelijk voorbij zonder zich definitief in het geheugen te nestelen.
In “Halls of weeping”, waarin teruggegrepen wordt naar het doomverleden, en “The night has fangs” wordt een uitgesproken cinematografische sfeer opgeroepen: galmende synths die door denkbeeldige ruïnes zweven, schrille vocalen die de nacht opensnijden en gitaren die balanceren tussen melodie en gecontroleerde chaos. Gelukkig zijn er ook momenten waarop alles wél perfect samenvalt. “Dragon dreams” bevat de nodige Summoning-vibes en groeit uit tot een monument van sinistere toetsenpartijen en sfeervolle motieven die langzaam aanzwellen tot vernietigende crescendo’s. En niet elk nummer hoeft permanent in theatrale overdrive te verkeren. Enige terughoudendheid werkt hier soms net versterkend.
“Necropalace” markeert zonder twijfel een drastische gedaanteverwisseling van verstikkende death/doom naar een orkestrale, symfonische blackmetalexplosie. De roots worden niet volledig verloochend, maar de nieuwe, theatrale aanpak spreekt luid en duidelijk; “Nekromantic Black Doom” noemen de heren het zelf. Ambitie kan je dit album allerminst ontzeggen. Op zijn beste momenten torent het boven de middelmaat uit als een monsterlijke kathedraal van rijk geornamenteerde, duistere extreme metal. Tegelijkertijd zijn er kanttekeningen: bepaalde passages voelen repetitief aan, de lange speelduur vergt concentratie en de meer progressief getinte uitweidingen doen ons nog steeds lichtjes kokhalzen. “Necropalace” is ambitieus, bombastisch en onmiskenbaar groots, maar niet onfeilbaar, tenzij progressief soleerwerk je ding is.
JOKKE: 72/100
Worm – Necropalace (Century Media 2026)
1. Gates to the shadowzone (Intro)
2. Necropalace
3. Halls of weeping
4. The night has fangs
5. Dragon dreams
6. Blackheart
7. Witchmoon: The infernal masquerade
