Martröð is niet meteen een van de grootste namen in de IJslandse blackmetalscène, maar daar kon middels deze “Draumsýnir eldsins” (‘Dream visions of fire’) weleens verandering in komen. Jarenlang was het enige wapenfeit de 12” “Transmutation of wounds” die alweer van 2016 dateert (toen nog op Terratur Possessions, in samenwerking met Fallen Empire). Deze EP was indertijd opgevat als een confrontatie met emotionele, spirituele en creatieve stilstand, en lijkt het gewenste resultaat te hebben opgeleverd: in de nasleep ervan ontstonden projecten zoals Mystiskaos, Skáphe en Osgraef. In de staart van 2025 kwam daar ineens een volwaardige Martröð-plaat bij – welja, met 37 minuten kunnen we wel van volwaardig spreken, zeker als je als luisteraar gedurende die tijd zo overweldigd en murwgebeukt wordt als hier het geval is. Waar de toen nog eerder op de stijl van Aosoth (denk “Arrow in heart“) voortbouwende EP zeker kon overtuigen, is deze full-length toch van een heel ander kaliber.

In 2016 was Martröð een bont internationaal gezelschap waarin we o.a. MkM van Antaeus (zang) en zelfs Wrest van Leviathan (‘additional guitar’) aantroffen. De grote bezielers waren echter ook toen al IJslander Hafsteinn Viðar Lyngdal en Amerikaan Alex Poole. Eerstgenoemde kennen we natuurlijk in de eerste plaats als de creatieve geest achter het unieke project genaamd Wormlust; laatstgenoemde, tja, begin er maar aan. Je hebt deze hypergetalenteerde duizendpoot sowieso al gehoord in Krieg, Chaos Moon, Ringarë, Ichors Glaive, Kveldstimer, Häxanu, Osgraef, Törnen… Laten we het gewoon zo zeggen: je gaat op deze website niet gauw een jaarlijstje tegenkomen waaraan Alex Poole níet ergens op een of andere manier een bijdrage heeft geleverd!

Op de nieuwe plaat hebben deze twee heren weer de touwtjes in handen genomen; vroegere compagnons hadden het te druk, waren met andere zaken bezig of geloofden om den duur niet meer dat er ooit nog iets afgewerkt zou raken. Daardoor lieten Lyngdal (die deze keer de zang en het hele concept voor zijn rekening nam, maar hier en daar ook nog andere bijdragen levert) en Poole (componist en gitarist) zich evenwel niet afschrikken of opjagen. Jarenlang zijn ze bezig geweest met componeren, discussiëren, opnemen, herwerken en details toevoegen. Dat een dergelijke perfectionistische aanpak niet zonder gevaren is, mag blijken uit het feit dat van de opvolger van Wormlust’s “The feral wisdom” (2013), die tien jaar geleden al in de laatste fase voor release leek te zijn, nog steeds niets vernomen is: het lijkt er wel op alsof Lyngdal die definitief opgegeven heeft. Gelukkig is een gelijkaardig lot Martröð bespaard gebleven. Na vier min of meer afgewerkte versies konden de twee kernleden zich echt voor de volle honderd procent in de definitieve opname vinden – en die minutieuze ijver hoor je. Veel meer dan op de EP kan hier van een echte, diepgaande samenwerking gesproken worden. Gaandeweg heeft het tweetal wel weer een puik gezelschap aan de huidige incarnatie van de band toegevoegd, als sessielid of met grotere plannen op lange termijn. We hebben het dan in de eerste plaats over bassist Magnús Halldór Pálsson (van Vetur) en Jack Blackburn (Chaos Moon enz.). Daarnaast vinden we hier ook celliste Olivia Welding en zelfs het Selfoss Symphonic Choir, die samen een indrukwekkende climax breien aan openingstrack “Sköpunin” (‘De schepping’). Aanknopingspunten hier zijn landgenoten als Misþyrming en Sól Án Varma, en Martröð moet op geen enkel punt voor deze namen onderdoen. In afsluiter “Dauðinn” horen we ook Nyiþ (wiens darkambientproject met dezelfde naam mij in het verleden al verbluft heeft, zowel live als op plaat).

Volgens Poole waren overdaad en maximalisme sleutelwoorden bij het realiseren van dit werk, en daar is geen woord van gelogen. In vier lange nummers getiteld “De schepping”, “Het lichaam”, “De tijd” en “De dood” (maar dan in Lyngdals moerstaal) wordt een complex maar samenhangend muziekstuk opgebouwd in de geliefde IJslandse traditie. Het duurt slechts enkele seconden voor je door de furieuze, rusteloos dissonante gitaren van je sokken geblazen wordt. Deathspell Omega is de eerste vergelijking die zich opdringt. De drums van Blackburn zijn van een onwaarschijnlijke virtuositeit – zéér indrukwekkend. Hoe hij zulke strakke blastbeats weet te combineren met gekke tempowisselingen en knappe fills, daar nemen we onze mijter voor af. Op het vierde en laatste nummer komt Bjarni Einarsson van Sinmara overigens ook nog een potje meedrummen. Martröð is wijs genoeg om niet de hele tijd te blijven hangen in deze breaknecksnelheden: enkele tragere passages met een zeker ambientgehalte of soms zelfs een licht-industriële toets zorgen voor sfeer en geven de plaat een dynamiek die het geheel erg ten goede komt. Het is bij deze stukken dat je het best de link met Wormlust aanvoelt. Ook Blut aus Nord of misschien zelfs Leviathan kunnen daar als vergelijkingspunt gelden. Deze plaat kwam laat op het jaar en deze review nog veel later, maar Martröð zal ongetwijfeld voor velen een van dé referentiepunten blijven van het metaljaar 2025!

DAVID: 90/100

Martröð – Draumsýnir eldsins (Debemur Morti Productions 2025)
1. Sköpunin
2. Líkaminn
3. Tíminn
4. Dauðinn